Skip to main content

Full text of "Algemeen Nederlandsch familieblad, Volume 5"

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non- commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 

at http : //books . google . com/| 





-SA' . > 



p 


^M& 


1 


i 




1 


R 


l^^^'^ 


P 


1 




1 


P^ 




^S 


1 




1 


n 


li. 


s 


^MJ 




^^1 


i=J 


é 




1 



^* 



-S^: 



Algemeen Nederlandsch 
familieblad 

Vereeniging het Nederlandsch Familie Archief 



Q,/(g\...^\9^.y-^ét^»^tii^QQgt^ 




Digitized by VjOOQIC 



•\w, 



<---.V.:xc^:- .-.--, 



Digitizedby'Qobgle 



Digitized by 



Google 



Digitized by VjOOQIC 



( 



Digitized by VjOOQIC 



\ 



Digitized by VjOOQIC 



f 

l 

l 

i 



■^-^ 



Digitized by VjOOQIC 



V 



ALGEMEEN NEDERLANDSCH 



FAMILIEBLAD. 



'^1 



I 



_; 



Digitized by VjOOQIC 



\ 

\ 



Digitizedby Google f 1 



ALGEMEEN NEDERLANDSCH 

FAMILIEBLAD. 

TIJDSCHRIFT VOOR 

to|i(lleniji, %tik\\% Illaptn% legelknlle, en). 



ONDER LEIDING VAN 



A. A. VORSTERMAN VAN OYEN 



EN 



G. J. HONIG, 

met medewerking van anderen. 




V«>« Jaar^anir. 




'S-GRAVENHAÖE, 

18 88. 



y. 



Digitized by VjOOQIC 



"HE iVbW YO'^K 



Digitized by VjOOQIC 



l 



nSTEIOTJID. 



Geneslogiën^ Kwartierstaten en Genealogische 
aanteekeningen.. 



Blx. 



Inleiding voor den V*° jaargang, met portret van den 

genealoog Matthijs Balen . ^ 1 

Gerrit van Assendelft en zijn praalgraf in de Groote- 

of St. Jacobs-kerk te 's-Gravenhage (met een plaat) 105 
Genealogie van de familie Boonzajer, door Chr. J. 

Polvliet (met een wapenplaat) 301 

Genealogische aanteekeningen betreffende het ge- 
slacht van Broeckhuisen 66 

De fanyüe Clapmuts in verband met die van Gallas, 

doöi^Jt' van der Baan 216 

Aanteekeningen betreffende het geslacht Coymans, 

döot»i C. van der Muelen 178 

Geslacht Cromhout 179 

Gesliïdhrï)ikkers 89 

Het huArelijkscontract en het testament van Janus 

Dousa (van der Does) 157 

Genealogie van het geslacht van Drakenborch (met 

een plaat) 242 

Familicn*Duncan en Zonneveld, door Aug. Sassen. 81 
Eene aanvulling op de oudste generatiën van de 

genealogie van Eek (au]Lion), door A. de Roever 299 
Geslacht van Eyck de Bruxelles, van Berch Eyck 

of Berg Eyck (met een wapenplaat) 276 

Geslacht Gaaswijk, door Fred. Galand 219 

Het geslacht Gabry, door A. Verschoor . . . 108, 126 

Geslacht van Gennep 180 

Geslacht Gomarus, door Ch. H. H. Everts . . . 219 
Geslacht Hautrive, door Ch. C. V. Verreyt ... 127 
Aanteekeningen betreffende het geslacht Homoet, 

door R. van Beuningen van Helsdingen. ... 53 

Kwartierstaat van Klaas Honig Cornelisz 289 

Familie Hoogendijk van Domselaar, door H. J. van 

Wessem • 218 

Bijdrage tot het geslacht de Huybert 193 

Mr. Willem Jacob Huyssen van Kattendijke, door 

Ch. C. V. Verreyt 307 

De Goesche familie Isebree in betrekking tot het 

geslacht van Sautijn 20 

De familie Isebree, door J. van der Baan .... 251 
Geslacht d'Ittre de Castre, door Ch. C. V. Verreyt 51 
Geslacht Kelderman, door J. H. J, Alers . . . , 19 
Geslacht de Lange de Beauveser 311 



m. 



Bis. 

Geslacht Marnix van St. Aldegonde. . . . . . 109 

De familie Mendes, door E. Mendes da Costa . . 218 
Geslacht Meyer, door G. J. Sevenhuysen .... 130 

Het geslacht van Niel, door Th. van Rijckevorsel . 81 
Geslacht Omeling(h) te Nijmegen, door Mr. B. F. W. 

von Brucken Fock 89 

Genealogie van het geslacht Ouwens, door Chr. J. 

Polvliet (met wapenplaat) 29, 73 

Kwartierstaten van G. A. Daey Ouwens, Rutger 

Ouwens, J. A. Ouwens geb. Daey en H. A. Daey 

Ouwens 85, 86, 87 

Kwartierstaten van Richard Ouwens Nz. en Richard 

Ouwens Dz. en G. A. Ouwens ... . . 74, 75 

Aanvullingen betreffende het geslacht Ouwens, door 

Mr. J. E. van Someren Brand 88 

Geslacht Raaff, door J. H. J. Alers 194 

Een bijdrage tot de genealogie van Renesse, door 

Dr. W. N. du Rieu 82 

AanvulUngen en verbeteringen op het geslacht 

Sautijn, door Ch. C. V. Verreyt 45 

Het geslacht Schoefïer, later Scheffer en Scheffers, 

boekdrukkers te 's-Hertogenbosch van 1541 — 1796, 

door Ch. C. V. Verreyt (met wapenplaat) 185, 205, 

233, 261, 293. 
Genealogische bijdrage betreffende het geslacht van 

de Wall, von de Wall en von Dewall, door J. Th. 

de Raadt 97 

Oude grafzerken 244 

Naamlijst der H.H. predikanten bij de Hervormde 

gemeente te Wijk bij Duurstede , door J. F. 

Croockewit 306 



Wapen- en Zegelkunde. 

Het wapen van het geslacht Boonders 131 

Wapengravure van Michel Ie Blon (met wapenplaat) 84 
Het wapen van het geslacht van Brugge (met 

wapenplaat) 168, 279 

Beschrijving van de wapens der familiën aan het 
geslacht Ouwens verwant, voor zoover die bekend 
zijn en niet in Rietstap's Armorial voorkomen, 

door Chr. J. Polvliet 88 

Iets betreffende het wapen van het geslacht Smissaert 

(met wapenplaat) 125 

Het wapen der familie Sonnemans 130 



Digitized by 



Google 



VI 



Biz. 



Ordonnantie op het plaatzen van Wapens in de 

Groote of St. Jacobs Kerk in 's-Gravenhage . . 23 
Katten en katers als heraldieke figuren .... 71 
De heraldiek op de tentoonstelling van Oude en 
Nieuwe Kunstnijverheid te 's-Gravenhage . 278, 307 



Geschiedenis^ enz. 



Catalogus van het Kunstboek van Philippus II, Hertog 
van Pommeren, toebehoorende aan Mr. S. H. de 
la Sablonière te Kampen, door Mr. J. Nanninga 

Uitterdijk 7 

Een dol artikel in de Grondwet, de herziene, door 

Mr. J. E. van Someren Brand 54 

Het huis Putten en het huis Oversinge te Havelte 

(prov. Drenthe), door Mr. J. W. Kymmell ... 84 
Het «Hofje van Belois» te Schiedam, door H. A. M. 

Roelants Jr 102 

Dirk Hartogh, medegedeeld door Dr. H. Hartogh 

Heys van Zouteveen 113 

De Heeren van Ravesteyn, door L. J. C. J. van 

Ravesteyn 123 

Hans en Frits van Grombach, door A. J. Andreae 154 
Het beoefenen van genealogie en over familienamen 163 
De weeskamer en haar archief te Dordrecht. . .165 

Weeshuis te Dordrecht 167 

De Sandbergstichting te Zwolle 168 

Het gilde St. Ambrosius te Made 180 

Vonnis der wet van Oostburg (9 Januari 1368) op 
Simon de Juede en zijne borgen, om te betalen 
de 15 paren schaaplederen handschoenen, waartoe 
de stede van Brugge de poorters van Oostburg 

gevonnisd had, door Fred. Galand 241 

Bijdrage over Geertruidenberg, 26 Mei 1325, door 

Th. J. Welvaarts 245 

De fabriekeurs van wit papier in de Nederlanden, 

Anno 1740, door G. J. Honig 247 

Hoe de vrije boeren van Mesenich hofhoorig werden, 

door A. J. C. Kremer 250 

Historische atlas van Noord-Holland. ...".. 252 

Een navolgenswaardig voorbeeld 252 

Stichting van Mr. Burchard van den Bergh, door 
Mr. B. F. W. von Brucken Fock 309 



Btz. 

Aanteekeningen uit de trouwboeken der Hervormde 

gemeente te Venlo, door Aug. Sassen . . ... 17 
Inventaris van het Rechterlijk Archief der stad 

Leeuwarden, door F. Fontein Tuinhout . . 41^ 57 
Aanteekeningen uit de trouwregisters te Sluis, door ' /' 

J. A. Dorrenboom 90/ 073 ^ 

Een doopregister der Hollanders in Brazilië, door . 

C. J. Wasch .... 141, 169, 197, 225, 253, 28i. . 
Naamlijst der Raden in 't CoUegie der Magistraten* .. ; 

te Brielle in de jaren 1618—1794 / r:i49 - 

De Brielsche Vroedschap in de jaren 1618 — 1794 .^V 

door H. de Jager 152, 173,;-2i3. 

Mededeelingen uit de oude huwelijksregisters tè . ». • 

Overschie door A. Verschoor 269, 1290 V 



Leyensberichten. 



Necrologie over 1887, door W. G. van Oyèn */' ^ 137;.- / 



Christiaan Lodewijk Loder . 



V-W-v^y^. t 



Boekbeoordeelingen en aankondigingétf^r^..' i:^ 



Arehiefwezen. 



De oude kerkregisters in ons land 3, 37, 77, 93, 133, 

145, 181, 201, 229, 257, 285. 
Charter betreffende het geslacht Hodenpijl, door J. C. 

Gijsberti Hodenpijl 11 



Sveriges Ridderskaps och Adels Vapènbofc |Van .■"'■'*■ 
Carl. Arvid Klingspor 4 *. ^.•':'. "'25. 

Geldersche volksalmanak 1888. Arnhem, GgtKla ".•* 
Quint i^ ^ /• ÜS , 

Friesche volksalmanak 1888. Leeuwarden, A. Mp^er,/ V-f • 
firma Kuypers en J. C. West er. . . . . .' .'^ 2^ ; 

Nieuwe Drentsche [volksalmanak 1888, Assen,, van , . •. . 
Gorcum en C** * ., 26 •". 

Amsterdamsch Jaarboekje voor Geschiedenis enlet-^. /.": 
teren, onder redactie van Mr. N. de Roêveh* •* •• : 
Amsterdam, S. L. van Looy 27 

Mr. J. van Buttingha Wichers; Schaatsenrijden^ ; •./. 
's-Gravenhage, W. Cremer • 2? / 

F. A. Buys. De Heiden en Weiden van Gooiland. 
Geschiedkundige bijdrage tot het vraagstuk,, bè-. 
treffende de verdeeling der Gooische Markgrönden. 
Hilversum, Joh. Gerardts en C° : , • 28 

Uit het leven van een garde d'honneur, door J.r.J.'\ 
Bastert ,v46 

Geslachtregisters der familie Swaving, door Mr. J. 
A. Enschedé . .^219 

Inventarissen van eenige archieven van plaatsen in 
Noord Brabant 219, 279 

A. J. Servaas van Rooyen. Catalogus der Schil- 
derijen van het Gemeentemuseum van 's-Graven- 
hage. 's-Gravenhage 220 

Mr. C. C. N. Krom. Inventaris van het oud archief 
der gemeente Stiphout. Helmondt, J. de Reydt . 220 



Digitized by 



Google 



i 



m' 



Blz. 

Verslag van het gemeente-museum te 's-Gravenhage 
over 1887 220 

Verslag van den gemeente-archivaris van Leiden 
over 1887 220 

Stedelijk museum te Alkmaar. Verslag over het jaar 
1887. Alkmaar, H. Coster en Zoon 221 

Verslag der Commissie ter verzekering eener goede 
bewaring van gedenkstukken van geschiedenis en 
kunst te Nijmegen 221 

Trouwboekje, Tiel, D. Mijs 221 

Verslag van de Commissie van Bestuur van het 
Museum van Oudheden in Drenthe aan de Gede- 
puteerde Staten over 1887. Assen, van Gorcum 
en Co 221 

S. A. van den Hoorn. Het jaar 1672. Gedenkwaardig 
voor vorst en volk, voor kerk en staat. Goes, 
G. M. Klemkerk 221 

Een woord over de inventarisatie van oude gemeente- 
archieven, door A. C. Bondam 279 

Th. Ign. Welvaarts. Olmen naar de Archieven van 
Postels Abdij. Turnhout, 1888 280 

J. A. Jochems. Amsterdamsch Oude Burgervendels 
(Schutterij) 1580—1795. Amsterdam S. L. van 
Looy, 1888 312 



Inhoud Tydsehriften. 

Maandblad van het Genealogisch-Heraldiek Genoot- 
schap «De Nederlandsche Leeuw . 110, 139, 222 

De Maasgouw. Orgaan voor Limburgsche Geschie- 
denis, Taal- en Letterkunde. . . . 110, 139, 222 

Archief voor de Geschiedenis van het Aartsbisdom 
Utrecht 110, 222 

Bijdragen voor de Geschiedenis van het bisdom 
Haarlem. 110 

De Nederlandsche Heraut. Tijdschrift op het gebiel 
van Geslacht-, Wapen- en Zegelkunde . .110, 222 

De Dietsche Warande 111 

Monatsblatt der Kais. Kön. Heraldischen Gesellschaft 
•Adler. . . , 111, 140, 223 

Der Deutsche Herold. Zeitschrift für Heraldik, Sphra- 
gistik und Genealogie. Herausgegeben vom Verein 
«Herold* zu Berlin 111, 223 

Vierteljahrsschrift für Heraldik, Sphragistik und Ge- 
nealogie. Herausgegeben vom Verein «Herold» 
zu Berlin 111, 223 



VII 

Blz. 

Deutsches Adelsblatt. Wochenschrift für die Inte- 
ressen des christlichen Adels . . . 111, 140, 223 

Anzeiger des germanischen Nationalmuseums 112, 140 

Zeitschrift des Harz-Vereins tür Geschichte und 
Altertumskunde 140, 224 

Neues Lausitzisches Magazin ........ 140 

Antwerpsch Archief Blad of Bulletin des Archives 
d'Anvers 112 

Bulletin de la Société héraldique et généalogique 

de France ,. 112, 224 

Messager des sciences historiques ou archives des 
arts et de la bibliographie de Belgique. . . . 140 

Annales de l'académie d'Archéologie de Belgique 140, 224 

Bulletin Historique et Littéraire de la Société de 
l'Histoire du Protestantisme Frangais 224 

Verslagen en mededeelingen der koninklijke akademie 
van Wetenschappen 140 

Oud Holland. Nieuwe bijdragen voor de geschiedenis 
der Nederlandsche Kunst, Letterkunde, Nijver- 
heid enz., onder redactie van Mr. N. de Roever 
en A. Bredius 222 

De vrije Fries. Mengelingen, uitgegeven door het 
Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid en 
Taalkunde . . . , , 222 

Jaarboek van de Koninklijke Academie van Weten- 
schappen te Amsterdam ... - 222 

Archief voor Nederlandsche Kunstgeschiedenis, door 
Fr. D. O. Obreen, Rotterdam, H. J. van Hengel 228 



Vragen en Antwoorden. 

Wapens gevraagd van: Liscap, Mack, van Tam- 
bergen, Bussingh, Bennelle, Lalause, de Hoog, 
de Groet, Crince Ie Roy, Lans en Gaaswijk 56a, 56^ 

Genealogische bescheiden gevraagd betreffende de 
familiën: van Troestenberch, Toulon, Ruysch, 
d'Heur, van Eek, Boreel, van Curler, van Rave- 
steyn, Bouvin, Voute, van Voorst . . . 56a, 566 

Wapens gevraagd van de geslachten: Beuningh, 
Bonte, Gaaswij ck 196 

Antwoorden op de vragen betreffende de familiën 
Liscap, Grombach, Mack, Scholte en de Hoog . 196 

Wapens gevraagd der familiën Veldhoven en de 
Bédeker 252 




Digitized by 



Google 



vin 



ERRATA. 



Blz. 37 kolom 2 regel 



. 94 


. 1 . 


. 94 . 


' 1 . 


. 94 . 


. 1 . 


. 94 . 


. 1 . 


. 94 . 


' 1 » 


. 185 • 


> 2 > 


' 187 . 


. 1 • 


. 187 ' 


. 2 . 


» 192 . 


' 1 . 


. 192 . 


. 2 . 


. 206 . 


. 2 . 


. 206 . 


> 2 . 


. 207 . 


- 2 . 


. 237 . 


. 1 . 


- 238 > 


. 2 . 


. 261 . 


> 2 » 


. 265 . 


. 2 . 



22 van onder, staat: 1647, lees: 1747. 


14 van boven, • 


: Heere, ■ 


Heeren. 


15 


» > 1 


alwaar, • 


waarin. 


15 


• > 1 


• : staat, ■ 


staan. 


25 


» M' J 


• : van af, « 


van. 


8 


» onder « 


» : van af, 


sedert 


18 


t M 1 


: Jacob en ook, » 


Jacob, ook. 


9 


» > M 


: in 1465, 


omstreeks 1465, 


8 


• m 1 


• : Echtbertssen, • 


Evertssen. 


13 


• boven 


• : ik in, « 


» in. 


4 


• onder > 


• : 1549, 


► 1542. 


15 


• boven ^ 


► : 16, 


• 32. 


10 


• onder 


» : wararachtighe, 


» warachtighe. 


20 


» > 


• : bij. 


* bij mij. 


19 


► boven 


» : nuperam, 


► nu peram. 


en 2 ■ 


» > 


• : Boecxkxken, 


• Boeckxken, 


2 


» » 


» : sijnen. 


» fijnen. 


5 


» onder 


» Meissel, 


» Missel. 



Digitized by 



Google 



II 



JKi^f' 




4 



Digitized by VjOOQIC 



Maar, geachte lezers en zoo wij hopen lezeressen, meer 
matericële steun is noodig, zal een zesde jaargang het licht 
kunnen zien. Een aansporing tot medewerkers en abon- 
nenten is hier niet overbodig, indien prijs wordt gesteld 
op voortzetting van den arbeid ; een opwekking tot aan- 
schaffing van dit tijdschrift is bepaald noodig en zal veel 
bijdragen om de veelvuldige kosten, die aan de uitgaaf 
verbonden zijn, te bestrijden. De prijs van dit werk dat 
zooveel merkwaardigs openbaart, behoeft toch waarlijk 
niemand af te schrikken. Wij herhalen, dit jaar zullen 
wij den arbeid op de gewone wijze blijven voort- 
zetten, ook tevens rekenende op de welwillende mede- 
werking, die wij het vorige jaar zoo ruimschoots onder- 
vonden. Met dankbaarheid laten wij hier dan ook de 
breede lijst der medewerkers volgen : prof. J. A. Alber- 
dingk Thijm, J. van der Baan, J. J. Bastert, J. W. 
Brouwers, Fred. Galand, C. W. Bruinvis, W. H, 
Croockewit, J. A. Dorrenboom, D. G. van Epen, 
J. D. G. van Epen, Mr. D. Everwijn, J. G. Frederiks, 
P. J. Frederiks, K. A. Gonlag, Mr. H. D. Guypt, Mr. 
R. E. Hattink, J. Hogeman, H. de Jager, J. A. Koop- 
mans, Dr. R. Krul, A. van Lommei, Pierre J. E. van 
Loon, J. C. van der Muelen, Maurin Nahuys, Mr. J. 
Nanninga Uitterdijk, W. G. van Oyen, A. J. van der 
Poest Clement, Ch. J. Polvliet, Mr. F. A. L. ridder 
van Rappard, L. J. C. J. van Ravesteyn, Mr. A. de 
Roever Nzn., A. J. Servaas van Rooyen, Dr. R. A. 
Soetbrood Piccardt, Mr. J. E. van Someren Brand, 
A. Verschoor, T. G. Versfelt, Ch. C. V. Verreyt, 
C. J. Wasch en vele anderen. 

Gelukkig is nog veel stof aanwezig en wij hopen, 
dat de trouwe medewerkers ook dit jaar niet achterwege 
zullen blijven, alsmede dat zij, die daartoe ongetwijfeld in 



staat zijn, ook dit jaar eens iets van zich zullen laten hooren. 

Belangrijke geschiedkundige bijdragen zullen vooral 
welkom zijn, zoowel van geringe als meer uitgebreiden 
aard. 

Bij deze gelegenheid aan inzenders van bijdragen 
een beleefd verzoek, om met geen verkortingen 
te schrijven , maar alles voluit. Meer en meer 
neemt deze wansmaak toe en er zijn geschriften, die 
juist door deze verkortingen zoo onduidelijk -worden, 
dat men wel twee, driemaal moet nalezen, voordat 
men de zin goed begrijpt. Dat inkorten is onzes erachtens 
tot niets dienstig, 

Aan het gesteld programma vermeenen wij in den 
afgeloopen jaarganj^f ook weder zooveel mogelijk vol- 
daan te hebben. Het blijft in ons plan niemands staat- 
kundige of godsdienstige gevoelens te kwetsen, want de 
geschiedvorscher dient wars te zijn van partijschap. 

Bij deze inleiding bieden wij onzen lezers de afbeel- 
ding aan van den verdienstelijken stedebeschrijver en 
genealoog Matthijs Balen, wiens levensbericht, om 
niet in herhaling te treden, na te slaan is in het 
Biografisch woordenboek van A. J. VAN DER Aa. Meer 
bijzonderheden dan daar voorkomen, kunnen wij op dit 
oogenblik niet bijvoegen. 

Trouwe lezers, heil zij u toegewenscht in 1888; wij 
hopen dat ons de kracht en lust zal bijblijven om de 
moeitevolle taak nog jaren te volbrengen. 

Steun en help ons daartoe zooveel mogelijk , geen 
zorgen zullen tot de goede volvoering onbeproefd blijven. 

A. A. VORSTERMAN VAN OyEN 

en 
Gerrit Jan Honig. 



.^.. 



Digitized by VjOOQIC 



— 3 — 

De oude kerkregisters in ons land. 
Bronnen voor Familiegeschiedenis. 

In den eersten jaargang van dit Tijdschrift werd door den toenmalig en redacteur, den heer J. H.Scheffer, 
een arbeid ondernomen, dien hij onvoltooid heeft gelaten. Het is thans ons plan om daarmede niet alleen voort 
te gaan, maar ook voor de niet bezitters van dien eersten jaargang achten wij het goed, om de opsomming 
van de oude kerkregisters van de gemeenten daar genoemd, te herhalen, om zoodoende zooveel mogelijk 
een volledig geheel te verkrijgen. Wij dienen eenigfszins ons voornemen toe te lichten. De lijst der in de 
verschillende plaatsen berustende kerkregisters zullen wij doen afdrukken, zooals die ons verstrekt worden, 
zonder eenige verandering. De gemeenten, die niettegenstaande herhaalde aanvrsiag, in gebreke bleven opgaaf 
te doen, zullen wij, wanneer de geheele arbeid voltooid is, later doen volgen, wederom in alphabetische 
volgorde. Het nut, dat deze lijsten zullen geven, behoeven wij hier waarlijk niet te omschrijven, het 
zal een ware hulp opleveren aan eiken geschiedvorscher, en dienstbaar zijn voor de gemeenten onderling. 



AAGTEKERKE. 
De doopregisters der Gereformeerde gemeente aldaar 
loopen van i6 November 1614 tot 23 April 1806 en 
van 1806 tot 1811 (i). 

De ondertrouw- en trouwboeken loopen van 16 15 
ot 1805 en van 1806 tot 181 1. 

De registers der overledenen loopen van 1806 
tot 1810. 

AALSMEER. 

Het Gereformeerde doopregister aldaar loopt van 
1701 tot 1811. 1 DL 

Het ondertrouw- en trouwboek der Gereformeerde 
kerk aldaar loopt van 17 10 tot 181 1. i DL 

Het register der overledenen van de Gereformeerde 
kerk aldaar loopt van 1755— 181 1. i DL 

Nog berusten aldaar van de gemeente Kodelstaart: 

De doopregristers der Roomsch Katholieke gemeente 
van 1724 tot 181 1. I DL 

De huwelijken der Roomsch Katholieke gemeente 
van 1724 tot 181 1. I DL 

De overledenen der Roomsch Katholieke gemeente 
van 17 iS tot 181 1. I DL 

De geboorten der Gereformeerde gemeente van 1691 
tot 181 1. I DL 

De huwelijken der Gereformeerde gemeente van 
1777 tot 1821. I DL 

Doopboeken der Doopsgezinde gemeente 1726 — 18 11. 
1 DL 

Doopboek der Oud-Roomsche gemeente 1730 — 18 11. 
I DL 

AALST (H. Br.). 

Doop- en trouwregister, bijgehouden door de pastoors 
der R. C. parochie alhier, over de jaren 1724 — 1777, 
in één band. 

Doopregisters over de jaren 1778—1811, in twee 
banden. 



(1) Voor a* 16-24 was Aagtekerke met Domburg kerkelijk vereenigd. 



Red. 

Doodboeken , bijgehouden door de schoolmeesters, 
over de jaren 1672 tot 1807 in 2 banden. 

Het trouwboek der gemeente begfint den 5' Pecember 
1724 en loopt tot 19 Juni 1808, in twee banden. 

De kerkregisters der vroeger alhier bestaande zeer 
kleine Hervormde gemeente, berusten vermoedelijk in 
de gemeente Waalre, waar de predikant woonachtig was. 

AALTEN. 

De doopregisters der Gereformeerde gemeente 
aldaar loopen van het jaar 1665 tot 1732, en 

van het jaar 1733 tot 181 1. 2 Dln. 

Het doopregister der Roomsch Katholieke gemeente 
loopt van het jaar 1804 ^^^ 181 1. i DL 

De huwelijksregisters aldaar loopen van het jaar 
1665 tot 1732, en 

van het jaar 1733 tot 181 1. 

Een overlijdensregister aldaar loopt van 1762 tot 181 1. 

Een ander van 1806 tot 181 1. 

Nog berusten aldaar van de gemeente Breedevoort: 

De doopregisters van de Gereformeerde gemeente 
aldaar, loopende : 

Van het jaar 1641 tot 1691. 

Van het jaar 1692 tot 1767. 

Van het jaar 1767 tot 181 1. 3 Dln. 

Het doopregister van de Roomsch Katholieke ge- 
meente loopt van het jaar 1798 tot 1813. i DL 

Het huwelijksregister aldaar loopt van het jaar 
1767 tot 1,833. I DL 

De registers der huwelijksafkondig^ngen loopen 
van het jaar 1798 — 1803 en van het jaar 1803 tot 
181 1. 2 Dln. 

De registers der overledenen aldaar loopen van 
het jaar 1660 tot 1675. 

Vervolgens is daarin een zeer groote lacune en dan 
loopen zij weder van het jsiar 1805 tot 1808. 2 Dln. 



Digitized by 



Google 



w 



TER AAR. 

De doopregisters der Gereformeerde gemeente aldaar 
loopen : 

van het jaar 1739 tot 181 1 en 

van het jaar 181 1 tot 1812. 2 Dln. 

De doopregisters der Roomsch Katholieke gemeente 
aldaar loopen : 

Van het jaar 1755 tot 1791. 

Van het jaar 1792 — 1801. 

Van het jaar i8oi — 181 1. 3 Dln. 

De trouwboeken aldaar loopen : 

Van het jaar 1676 tot 17 15. 

Van het jaar 17 14 — 1739. 

Van het jaar 1739 — 1808. 

Van het jaar 1792 — 1808. 

Van het jaar 1794 — 1811. 

Van het jaar 181 1 — 1812. 6 Dln. 

De grafboeken aldaar loopen : 

Van het jsiar 1767 tot 1793. 

Van het jaar 1793 — 1806. 

Van het jaar 1806 — 18 19. 

Van het jaar iSii — 1812. 

Van het jaar 1819 — 1821. 5 Dln. 

AARDENBURG. 

De doopregisters der Gereformeerde gemeente aldaar 
loopen : 

Van het jaar 1604 tot 1657, ^^ 

Van het jaar 1658 — 1697. 2 Dln. 

De Doopsgezinden aldaar worden ook in laatstgemeld 
i^egister gevonden; van de Doopsgezinden bestaat 
aldaar nog een afzonderlijk register, loopende van 13 
October 1745 tot 24 Augustus 1794. i Dl. 

Van de Waalsche gemeente aldaar loopt het doop- 
register van 23 Maart 1687 tot 17 September 1795. i Dl. 

De huwelijksregisters der Gereformeerde gemeente 
aldaar loopen: 

Van het jaar 1604 tot 1623. 

Van het jaar 1625 — 1635. 

Van het jaar 1660 — 1695. 

Van het jaar 1695 — i79.5« 4 Dln. 

Het huwelijksregister van de Waalsche gemeente 
aldaar loopt: 

Van I Februari 1687 tot 21 Februari 1794. i Dl. 
De huwelijksafkondigingen zijn ook aldaar nog van 
An V — tot An X. 

De grafboeken der Gereformeerde en Doopsgezinde 
gemeenten aldaar loopen: 

Van het jaar 1670 tot 1759 (waarin echter het jaar 
1672 en een deel van 1673 ontbreken). 

Van het jaar 1760 tot 1796. 2 Dln. 

In laatstgemeld register zijn ook de Roomsch Ka- 
tholieken opgeteekend. 



AARLANDERYEEN. 

De doopboeken der Gereformeerde gemeente aldaar 
loopen : 

Van Mei 1692 tot 4 November 1736, 

Van 5 Mei 1737 tot 15 Januari 181 2. 

Van 24 Juni 1792 tot 23 t)ecember 1807. 3 Dln. 

De doopboeken der Roomsch Katholieke gemeente 
aldaar loopen: 

Van 24 Februari 1731 tot 29 April 1765. 

Van 16 Mei 1765 tot 13 Januari 1812. 

Van 18 Januari 1792 tot 26 December 1810. 3 Dln. 

De trouwboeken van de Gereformeerde gemeente 
aldaar loopen: 

Van 20 April 1738 tot 11 Augustus 181 1. 

Van 22 Juli 1792 tot 12 April 1807. 2 Dln. 

De trouwboeken der Roomsch Katholieken aldaar 
loopen : 

Van 24 Februari 1751 tot 17 April 1764. 

Van 20 Mei 1765 tot 14 Mei 181 1. 2 Dln. 

Verder zijn aldaar nog aanwezig: 

Registers van trouwen voor Schepenen: 

Van 18 October 1673 tot 19 Juli 1734. 

Van 8 Februari 1735 tot 18 April 1768. 

Van 17 Januari 1769 tot 18 Februari 181 1. 

Dubbel trouwboek voor Schepenen: 

Van 15 Juni 1792 tot 18 Februari 181 1. i Dl. 

Schepenregisters op het aangeven tot trouwen: 

Van 4 Januari 1737 tot 22 Mei 1800. 

Van I Januari 1752 tot 18 November 1767. 

Van I Januari 1768 tot 19 December 1800. 3 Dln. 

Wat de overledenen daar ter plaatse betreft, bevin- 
den zich aldaar: 

Kosterboeken wegens het begraven: 

Van I Mei 1727 tot 15 September 1749. 

Van 24 Maart 1750 tot 20 December 1797. 

Van 31 Januari 1798 tot 9 Juni 181 2. 

Schepenboeken wegens het aangeven ter begraving: 

Van 5 Januari 1737 tot 23 April 1750. 

Van I Januari 1752 tot 28 December 1767. 

Van I Jannari 1768 tot 26 December 1800. 3 Dln. 

Doodboeken of aanteekenboeken van hen die aldaar 
op het kerkhof begraven zijn : 

Van 23 Mei 1750 tot 27 Februari 1795. 

Van 24 April 1795 tot 30 October 1805. 

Van 4 November 1805 tot 25 Mei 1808. 

Van 5 Juli 1808 tot 22 April 181 2. 4 Dln. 

ABBENBROEK. 

De doopregisters aldaar loopen: 

Een van 1708 tot 1770. 

Een van 1770 tot 181 1. 

Een alphabetlsch register loopt van 1708 tot 1887. 

De trouwregisters aldaar loopen: 

Een van 1664 tot 1695. 



M^ 



Digitized by 



Google 



lil 



— 5 - 



Een van 1695 ^^^ 1781. 

Een van 1782 tot 1805. 

Een van 1809 tot 181 1. 

Een alphabetisch register loopt van 1664 tot 1887. 

De registers der overledenen aldaar loopen : 

Een van 1695 tot 1781. 

Een van 1782 tot 1805. 

Een van 1806 tot 181 1. 

Een alphabetisch register loopt van 1695 tot 1887. 

ABCOUDE. 
ABCOUDE PROOSTDIJ en AASDOM. 

Een doop-ledematen- en trouwboek loopt van 1658 
tot 181 1. 

Een doop- en trouwboek loopt van 16 November 
1689 tot 27 Februari 1812. 

Een R.-K. doopboek van WarerveeD loopt van 30 
Juli 1769 tot 18 October 181 1. 

Een bundel doopbewijzen is er van 1760 tot 1805. 

Een bundel bewijzen van doop en opname m onder- 
trouw van 1806 tot 181 1. 

HuwelijksprotocoUen loopen van 1679 ^^^ '697. 

Huwelijksregisters van Abcoude loopen van 18 Januari 
17 14 tot 24 April 1729. 

Huwelijken te Abcoude c. a. loopen van 1741 tot 1748. 

Huwelijksregister van Abcoude Proostciy en Aasdom 
loopt van 1745 tot 181 1. 

Een bundel bewijzen van gedane huweïijksafkon- 
digingen is er van 1689 tot 1797. 

Een pakket met diverse huwelijksacten (waaronder 
een van 1628) van 1730 tot 1756 en van 1796 tot 1798. 

Een overlijdensregister van Abcoude Proostdy en 
Aasdom loopt van 1733 tot 18 17 en van Abcoude 
Proostdy van 1791 tot 1817. 

Een bundel met diversen betreffende den burgerlijken 
stand is er van 1676, 1701, 1706, 1725—1730, 1749 — 
1753. 1777—18". 1790, 1794. 1797 — löio, 

ABCOUDE BAAMBRUGGE. 

Een register van geboorten en huwelijken der Her- 
vormden loopt van 10 Februari 1640 tot 15 Maart 181 2. 

Een trouwboek loopende van 1771 tot 181 1. 

Een begrafenisboek loopende van 1720 tot 1818. 

Alsmede de Burgerlijke Stand van 181 1 tot 1822, 
berust^ aldaar. 

ACHTKARSPELEN. 

In deze gemeente zijn ook de registers der dorpen 

AUGUSTINUSGA, BUITENPOST en LUTJEPOST, DrOGE- 

HAM en Harkema Opeinde, Gerkesklooster, Sur- 

HÜISTERVEEN, SURHUIZUM , TWTJZEL en KOOTEN 

aanwezig. 

Augosttnuflga. Trouwboek van 1772 — 1810. i boek. 
Doopboek van 1772 — 1812. i boek. 



Boitenpost en Lutjepogt Doop- en trouwregisters van 
1699 — 1772. I band. 

Doopboek van 1772 — 181 1, i band. 

Trouwregister van 1772 — 18 10. i band. 

Drogeham en Harkema Opeinde. Doop- en trouw- 
register van 1702 — 1772. I band. 

Doopboek van 1772 — 1806. i band. 

Doopboek van 1806 — 181 2. i band. 

Trouwboek van 1772 — 18 10. 1 band. 

Gerkesklooster. Doop- en trouwboek van 1703 — 1772. 
I boek. 

Trouwboek van 1772 — 18 10. i boek. 

Doopboek van 1772 — 1812. i boek. 

Surhulsterveen. Doop- en trouwregisters van 1668 — 
1772. I boek. 

Doopboek van 1772 — 1812. i boek. 

Trouwboek van 1772 — 1810. i boek. , 

Snrhuizum. Trouwboek van 1772 — 18 10. i boek. 

Doopregrister va« 1772— 181 2. i boek. 

Tw^zel en Kooien. Doopboek van 1678— 1761. 
I boek. 

Doop- en trouwboek van 1758 — 1772. i boek. 

Doopboek van 1772 — 1812. i boek. 

Trouwregister van 1772 — 18 10. i boek. 

Van itotteralle is niets aanwezig, zeer zeker als het 
aanwezig is, zal het berusten bij de gemeente van 

Smallingerland of Tie^erksteradeel. 

ACHTTIENHOYEN EN WESTBROEK. 

Een register van gedoopten en getrouwden loopende 
van 1737 tot 1782. 

Een register van gedoopten en getrouwden, loopende 
van 1782 tot 181 1. 

Een register van huwelijksaangifte loopende van 
1796 — 1811. 

Een register van begraven lijken, loopende van 
1764 tot 1795. 

Een dito dito loopende van 180 5 tot 1812. 

Alles voor beide gemeenten gezamenlijk. 

ADORP. 

Adorp en Harsseins. Een refter der gedoopten, 
loopende van 1673 tot 181 1, Gereformeerd. 

Een register van gehuwden, loopende van 1653 
tot 1656. 

Een register van gehuwden, loopende van 1692 
tot 181 I. 

Een register van overledenen, loopende van 1770 
tot 1800. 

Een register van overledenen, loopende van 1801 
tot 1813. 

Sauwert Een doopregister, loopende van 172 1 tot 
181 1. Gereformeerd. 



Digitized by 



Google 



— 6 



Een register der huwelijken, loopende van 1721 
tot 1739. 

Een register der overledenen, loopende van 1793 
tot 181 1. 

Wetslnghe. Een doopregister, loopende van 1661 
tot 1 8 1 1 . Gereformeerd. 

Een register der huwelijken, loopende van 1661 
tot 181 1. 

Een register van overledenen, loopende van 1806 
tot 181 1. 

ADUARD. 

De doop-, huwelijk- en overlijdensregisters der Ge- 
reformeerden te Adaard, loopen van de jaren 1732 
tot 181 1 ; gezamenlijk een band. 

De doop-, huwelijk- en overlijdensregisters der Gere- 
formeerden te den Ham en Franram loopen van 1684 
tot 1881, gezamenlijk een band. 

De doop-, huwelijk- en overlijdensregisters der Ge- 
reformeerden te Wtemin en Dorkwerd loopen van 
de jaren 1701 tot 181 1 ; gezamenlijk een band. 

De doop-, huwelijk- en overlijdensregisters der Ge- 
reformeerden te Hooge- en LngemeedeD, loopen van 
de jaren 1804 tot 1822; gezamenlijk een band. 

De doop-, huwelijk- en overlijdensregisters der 
Roomsch Katholieken te Adoard loopen van de jaren 
1763 tot 1811 ; gezamenlijk een band. 

De doop-, huwelijk- en overlijdensregisters der Doops- 
gezinden te den Horn, loopen van de jaren 1754 tot 
1811 ; gezamenlijk een band. 

AENGWIERDEN. 

Tjalleberd c. a. Doopboeken van 1671 tot 181 1. 
Trouwboeken van 1628 tot 1671 en van 1671 tot 
1811 (i). 

AKERSLOOT. 

Een trouwboek van af 17 Augustus 17 10 tot 27 
April 1788 in een band. 

Een overlijdensregister van af 3 Mei 1747 tot 28 
December 1798, en een trouwboek van af 9 Juli 1747 
tot 21 December 1798, te zamen in een band. 

Een trouwboek van af 29 Januari 1799 tot 27 
December 1805 in een band. 

Een trouwboek van af 15 Februari 1789 tot 19 
Mei 181 1, in een band. 

Een overlijdensregister van af 17 Februari 1799 
tot 24 December 1811, in een band. 

Een Gereformeerd doopboek van af 24 Mei 1750 
tot 10 Juni 1792, en een dito doopboek van af 30 Sep- 
tember 1 792 tot 9 December 1 8 1 1, te zamen in een band. 



(I) Bij het verbranden van de pastorie te Tjalleberd den 11 
November 1071 is een groot deel van hel archief verloren gegaan. 



Een Roomsch Katholiek doopboek van af 24 Juni 
1747 tot 2 Maart 1812. 

Een Gereformeerd doopboek van SSiild-Schenner, van 
af 19 Mei 1726 tot 21 Juli 1791. 

Een dito doopboek van Zald-Sehermer, van af 2 
September 1792 tot 27 Juli 18 12, ieder in een band. 

ALKMAAR. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar loopen 
van de jaren 1614 tot 181 1, in 27 banden. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken, der 
vier kerken, loopen van de jaren 1658 tot 181 1, in 11 
banden. 

De doopregisters der Lutherschen loopen van de 
jaren 1641 tot 181 1. in vier banden. 

Het doopregister der Remonstranten loopt van 
1700 tot 181 7. 

Het doopregister der Doopsgezinden loopt van 1700 
tot 181 1. 

Aangaande aldaar voltrokken huwelijken vindt 
men in het archief: 

Trouwboek van de Groote-kerk , loopende van 
1590— 16 ló, een band. 

Trouwboek van de (xroote-kerk , loopende van 
1618 — 1622, een band. 

Trouwboeken van de Groote-kerk, loopende van 
1622 tot 1795, 15 banden. 

Trouwboeken van de Kapel, loopende van 1649 tot 
1660 en van 1691 tot 1775, 10 banden. 

Het stadstrouwboek loopt van 1646 tot 181 1. 

De grafboeken van de Groote-kerk loopen van 1660 
tot 1830, in II banden. 

De grafboeken van het Kerkhof loopen van 1744 
tot 1830, in 2 banden. 

STAD ALMELO. 

In die gemeente zijn aanwezig: 

Een register van voogdij verklaring van 20 November 
1758 tot en met 14 December 18 10. 

Een register van hen die het burgerschap verkre- 
gen hebben van 13 Februari 1770 tot en met 22 
Februari 181 1. 

Een register met geboorten en doopdatums der 
Gereformeerden, loopende van i Januari 1734 tot en 
met 21 Augustus 181 2. 

Een band met gedoopten en gehuwden van de 
Roomsch Katholieke gemeente van 10 Juni 1784 tot 
en met 25 Augastu.** 18 12. 

Een band met huwelijken van Roomsch Katholieken 
van 19 November 1784 tot 8 April 1812. 

Een band met opgaaf hoeveel en welke leden op 
I Januari 1797 tot de gemeente der Doopsgezinden 
behoorden. 

Wordt vervolgd. 



Digitized by 



Google 






Catalogus Tan het Kanstboek van Phtlippiifl II, 

Bortog van Pommeren, toebehoorende aan Mi\ 

8. H. de la Sablonière te Kampen, opgemaakt door 

Mr. J. Nanninga Uitterdijk. 

Onder de hertogen van Pommeren, die van betee- 
kenis zijn geweest, bekleedt eene voorname plaats 
hertog Philippus de II®, de zoon van Bogislaus den 
Xnp, die in 1606, na den dood zijns vaders, de regeering 
aanvaardde. 

Behalve dat hij zich als een warm aamhanger van den 
Lutherschen godsdienst kenmerkte, was hij een ijverig 
bevorderaar van kunsten en wetenschappen. Zoo liet hij 
in 1614 Eilhardus Lubinus van Rostock zijn geheele 
land doorreizen en in kaart brengen. 

Vooral echter was hij een kenner en verzamelaar 
van kunstschatten en zeldzétamheden. 

Hij had onder anderen een tamelijk groot boek 
aangelegd, waarvan menig blad hem meer dan honderd 
rijksdaalders gekost had, waarin hij handschriften, 
afbeeldingen, zinnebeelden en wapens van regeerende 
vorsten van zijn tijd verzamelde, geschilderd door de 
beroemdste schilders, zelfs op perkament en zijde. 

In het bezit van den heer Mr. S. H. de la Sablonière, 
oud-burgemeester van Kampen en lid van de Gede- 
puteerde Staten van Overijssel, bevindt zich een ander, 
onbekend kunstboek, in 1 6 1 7 door dienzelfden Pommer- 
schen hertog aangelegd. 

Het is een folio boekdeel in perkamenten band 
gebonden, en op het eerste blad leest men in een 
cartouche met figuren en bijwerk, kunstig met de pen 
geteekend en met roet gewasschen, het volgende, met 
eigen hand door hertog Philippus den IP van Pommeren 
geschreven : 

«Allerhand Viesierungen von Conter // feyten und 
Gesichten von guten // Meistern gecoUigiret A^ 1617 
jn // Alten Stettin jm Monat Julio. 

Philippus II Dux Pomera // norum manu propria». 

In de maand Juli 1617 verzamelde de hertog alzoo 
in zijn residentiestad Stettin de kunstschat die in dit 
boek wordt gevonden. 

Het jaar, waarin hij deze verzameling aanlegde, is 
des te merkwaardiger, omdat hij reeds in het volgend 
jaar 1618 overleed. 

De kunstschat in dit boek verzameld is uniek en 
kostbaar. De verzameling toch bestaat uit verre over 
de honderd oorspronkelijk geschilderde en geteekeade 
portretten van vorsten uit het Pommersche en aan- 
verwante huizen en van beroemde personen, en een 
menigte teekeningen van beroemde meesters uit zijn 
tijd en vroeger. 

Behalve de reeks van portretten van Pommersche 
en Saxische hertogen en hertoginnen, van paltsgraven 
bij den Rijn en hertogen van Mecklenburg treft men 



oorspronkelijke portretten van Luther, Karel V, Veith 
von Staremberg, hofmeester van hertog Johan Wilhelm 
van Saxen in 1550, aan. 

Hoogst interessant is ook een portret van Hans 
Holbein van hem zelven op 13-jarigen leeftijd. 

Men treft er echter niet alleen uitstekende kunstwer- 
ken van Duitsche meesters als Cranach en Holbein aan, ook 
van Polidorus van Caravaggio, Jacobo Palma, Bemardino 
Pocetti, Ottavio Benamati Fi^-jrentino komen hier ft-aaie 
teekeningen voor. 

Op verschillende der kunstwerken plaatste de Pom- 
mersche hertog eigenhandige aanteekeningen. 



Kampen 



Mr. J. Nanninga Uitterdijk. 



1 Portret van Luther op linnen geschilderd en opge- 
plakt. Luther naar rechts ziende met baret op 't 
hoofd, hoog 26, breed 22 cM. 

Opschrift: «Doctor Martinus Lutherus.» 

2 Portret van Bogislaus de Groote of de X*, zoon 
van Erik II van Wolgast, gehuwd met Sophia, de 
eenige dochter van Bog^laus IX, hij stierfin 1528 
en was gehuwd, i^ met Margaretha, dochter van 
keurvorst Frederik van Brandenburg, 2^ met Anna 
dochter van Ceisimir, Koning van Polen. 

Prachtig geschilderd portret op linnen naar links 
ziende, blootshoofds, beneden op het kleed bescha- 
digd, hoog 34, breed 25 cM. 

Opschrift Bogislaus Magnus Dux Pomeranorum. 

Achterop gemerkt Boxssorg Conterfett. 

3 Portret van Bogislaus de Groote of X' teekening 
met potlood ten voeten uit, met aangave der kleu- 
ren van verschillende deelen der kleeding; hij draagt 
een hoed op *t hoofd en heeft zijn linkerhand aan 
den degen. De figuur is 28 cM. hoog. 

Opschrift: Bugislaus Magnus dux Pomeranorum. 

4 Bamim de XI, zoon van Bog^islaus X, bijgenaamd 
de Vrome, die met zijn broeder Georg I regeerde 
en in 1573 stierf. 

Teekening met de pen, ten voeten uit naar rechts 
gekeerd, blootshoofds, gewikkeld in een mantel, 
rustend op zijn zwciard. 

De figuur is 20 cM. hoog. 

Opschrift: Barnimus Senior Dux Pomeranorum. 

5 Keerzijde van 't blad. Portret van denzelfde. Tee- 
kening met de pen, het hoofd met een muts gedekt, 
naar links gekeerd, steunende op zijn zwaard. 
Hoogte der figuur 28 cM. 

Opschrift: cllabitus quotidianus in aedibus Viad- 
sapolis ^vadaoTTojXig*. 

6 Georg de P broeder van Bamim II, die met 
dezen regeerde en in 1531 stierf; hij was gehuwd 
I* met Emilia, dochter van Philippus, keurvorst 



Digitized by 



Google 



— 8 — 



van de Palts en 2° met Margaretha, eene dochter 
van Joachim I, keurvorst van Brandenburg. 

Kop met waterverf op linnen aangelegd, het 
hoofd gedekt met een zwarte muts met veer. Op- 
schrift Georg H. z. S. P. 

7 Barnim XI. Prachtig in kleuren op papier geteekend 
portret, met naar rechts gekeerd bloot hoofd met 
kort haar en langen puntbaard. 

De teekeiiing hoog 28 cM., breed 20 cM., het 
portret hoog 27 cM., breed 13 cM. 

Opschrift «Barnimus Senior tune temporis Junior.» 

8 Georg de I' hertog van Pommeren. 

Prachtig in kleuren op papier geteekende kop meteen 
muts op het hoofd, die slechts geschetst is. Zijn linker 
oog schijnt blind. 

Opschrift: Georgius I Dux Pomeranus. 

9 Amalia, eerste vrouw van Georg I, die waar- 
schijnlijk in 15 12 bij 't afbranden van de stad Wol- 
gast stierf door *t springen uit een raam. 

Uitvoerig met zwart krijt geteekende buste, ze 
draagt een eigenaardigen hoed op het hoofd, het 
gelaat naar links gekeerd, een gouden keten om 
den hals en een bloem in de linkerhand. Hoog 39, 
breed 32 cM. 

Opschrift : «Amalia, gebome Pfaltz grafin froulin 
nachmalen Hertzogr Jorgen zu Stettin Pomem ver- 
mehlt, Hertzog Philips, frau mette die tafel ist zu 
Wolgast WO sie im brand nicht wegkommen ist.» 

10 Philips de I* hertog van Pommeren, zoon van 
Georg I in Heidelberg opgevoed; hij stierf in 1569 
en was gehuwd met Maria, dochter van Johannes 
keurvorst van Saksen. 

Portret in waterverf op linnen naar links gekeerd, 
bijna en face hoog 237,, breed 20Y2 cM. 
Opschrift: «Philippus . I, dux Pomeranniae.» 

11 Anna, dochter van hertog Hendrik van Lunen- 
burg, vrouw van Barnim XI, hiervoor. 

Geschilderd portret in honingverf op papier, 
zeer fraai, naar links gekeerd met een soort roode 
muts op, een witte kraag om den hals, een zwart 
kleed waaruit een wit hemd komt waarop een rood 
kruis. Hoog 28 cM., breed 19 (Holbein). 

Opschrift : «Bamimi Senioris Coniux.» 

12 Margaretha, dochter van Joachim, keurvorst van 
Brandenburg, 2" vrouw van Georg I, 

Ter halver lijve met de pen geteekend op papier, 
met détailteekening harer sieradiën. Naar links ge- 
keerd met een hoed op het hoofd. Hoog 29 cM., 
breed 22 cM. 

Opschrift: «Hertzog Georgij zu Pommeren ge- 
mahlin. 

1 3 Margaretha, dochter van Georg I van Pommeren 
en Margaretha van Brandenburg, huwde Ernst 
hertog van Brunswijk Grubenhagen. 



Schetsen voor een portret, met de pen op papier, 
alle sieradiën gedetailleerd opgegeven met aangave 
der kleuren. 

Op de teekening zelve is met een andere hand 
dan van de teekenaar opgegeven: 

«Item den rotten karmosin atlas machstu also 
mit solchen glensen gleich wie die swartze an 
Harwin freiher von Dangeck gemacht ist». 

Opschrift: .Margaretha, gebome zu Pommeren, 
herzogin zu Braunschweig und Lunenburg.» 

Met de pen geteekend, hoog 27, breed 21 cM. 

Nog opschrift: Hertzog Philip Swester. 

Op de achterzijde nog eene kleine détailteeke- 
ning van de kleeding. 

14 Maria, dochter van Johan. keurvorst van Saksen, 
de vrouw van Philips I, hertog van Pommeren. 

Teekening op papier in honingverf, fi-aai portret 
naar links, met een hoed op 't hoofd, hoog 27, 
breed 20 cM. 

Opschrift: «Philippi I, coninx.» 

15 Portret van dezelfde, geschilderd na 1569, toen 
haar man overleed, fi-aai op linnen geschilderd, 
naar rechts ziende. Zij heeft een groote witte 
(weduwen) kap op het hoofd, en een groote witte 
kraag om, en een collier met edelgesteenten om 
den hals. 

Hoog 37 cM., breed 23 cM. 

Opschrift : «Philips nachgelassene wittwe.» 

16 Portret van dezelfde, in olie of honingverf op 
papier, naar links ziende met een witte kap op. 

Opschrift : «Maria gebome zu Sassen herzoginn 
zu Stettin, Pommeren, nachgelassene wittwe Hertzog 
Philips.» 

17 Portret van Georgia, zuster van hertog Philips I, 
gehuwd met een Poolschen graaf. Fraai kinderkopje 
in olieverf op papier naar links, hoog 24, breed 19 cM. 

Opschrift: «Georgia gebome fi-eulin zu Stettin. 
Pomeren 1550.» 

18 Margaretha, dochter van Hertog Barnim XI van 
Pommeren. 

Fraaie kop en face, hoofddeksel en kleed niet 
afgewerkt^ hoog 23 breed 18 cM. Opschrift: Mar- 
garethe gebome he. S. Pommeren Hertzogh Bamims 
tochter». 

19 Johan Frederik hertog van Pommeren zoon van 
hertog Philippus I en Maria van Saxen, hij werd 
bijgenaamd de sterke werd geboren 1542, en stierf 
1600, later gehuwd met Erdmutha dochter van 
fohan Georg keurvorst van Brandenburg. 

Kop naar rechts gekeerd, hoed met vederbosop 
het hoofd en eenvoudige witte kraag om den hals, 
hoog 32, breed 21 cM. 

Opschrift: «Johannes Fridericus dux Pomeranie.» 

20 Dezelfde elf jaaur oud, kinderkop naar rechts ge- 



Digitized by 



Google 



Behoort bij N". l van hel Algemeen IJederlandsch Familiehlad, 5« jaargang. 



fhnU)!. Liojnpi'i" var, 3 j. THiiMg Ie Arnhem 



Digitized by VjOOQIC 



THK N- W YC-.KK 

PUB..;c l::.;-;aky 



A^TOF?. IFNOX AND 



I 



Digitized by V:iOOQIC 



keerd op papier met olieverf zeer fraai, 't kleed 
niet afgewerkt, hoog 24, breed 18Y, cM. 
Opschrift cH. Johan Friderich zu S. Pommeren 1553». 

21 Hertog Bogislaus XIII van Pommeren, broeder 
van den voorgaanden, zoon van Philippus I y. P. 
en Maria van Saksen, geboren 1544, dus 9 jaar oud, 
vader van den verzamelaar. 

Kinderkopje in olieverf op papier naar links, 
zeer fraai. 

Opschrift: cIL Bugslaff zu S. Pommeren 1553.» 

22 Ernst Ludwig, de schoone, broeder van den vorige, 
uit dezelfde ouders geboren in 1545, dus 8 jaar oud, 
diende later in Frankrijk in den krijg onder Karel 
EK en stierf in 1592. 

Fraaie kinderkop naar rechts, in olie verf op papier 
geschilderd, hoog 24, breed iSVj cM. 
Opschrift: cH. Ernst Ludwich zu S. Pommeren 1 553.» 

23 Ceisimir de IX* of Godzalige, hertog van Pomme- 
ren, broeder van den voorgaande, bisschop van 
Camen, stierf in 1605. 

Kinderportret in olieverf op papier en face, een 
weinig naar rechts gekeerd, hoog 81, breed 20 cM. 

Het kind heeft een zwarten hoed met veeren op 
het hoofd en een witten kraag om den hals. 
Opschrift: cH. Casimirus zu Rowalt» 

24 Ernst Ludwig van Pommeren (hiervoor sub 22). 
Krachtige kop in olieverf op papier naar rechts, 

een hoed op 't hoofd. Hpog 34, breed 22 cM. 
Opschrift: <H. E. Ludwich». 

25 Bamim de XII' de Geschikte, van Pommeren, 
zoon van Philippus I en Maria van Saksen, huwde 
Anna Maria, dochter van Johan Georg, keurvorst 
van Brandenburg en stierfin 1603, zonder kinderen. 

Kop een weinig naar rechts, bijna en face, een 
witte kraag om den hals met dicht sluitend zwart 
kleed. Geschilderd op linnen. Hoog 33, breed 23 cM. 

Opschrift: H. Bamim. 

26 A. Maria, hertogin van Stettin Pommeren. Vrouwen- 
portret naar links met een hoed op het hoofd, 
fraai, de kleur van het kleed aangelegd. In olie- 
verf op papier. Hoog 35, breed 24 cM. 

Opschrift: f F. A. Maria zu Stettin Pommeren». 

27 Anna, dochter van Philips I van Pommeren en 
Maria van Saksen, huwde Ulrich, hertog van 
Mecklenburg. 

Kop met rood kapje op het hoofd naar links 
gekeerd, het kleed alleen geschetst, schets voor een 
groot portret, waarbij de lengtematen zijn aange- 
geven. Hoog 36, breed 21 cM. 

Opschrift: cFreulin Anna zu Stettin Pommeren H.» 

28 Johannes Casimir, paltsgraaf bij den Rijn, zoon 
van Frederik II en Maria van Anspach, geboren in 
1543» overleden in 1592, huwde Elisabeth, dochter 
van keurvorst August van Saksen. 



Groote fraaie kop bijna en face, olie verf op papier, 
hoog 36, breed 23 cM. 

Opschrift : «PfaltzgrafiF Johann Casimir bey Rheim. 

29 Groote vrouwenkop met diadeem, hoog 36, breed 
23 cM. (vrouw van den vorige?). 

30 Portret van dezelfde in rood krijt op papier, hoog 
34, breed 23 cM. 

31 Frederik IV, bijgenaamd de Oprechte, paltsgraaf 
bij den Rijn, gehuwd met Louise Juliana, dochter 
van Prins Willem I van Oranje. 

Fraai portret, bijna en face, een weinig naar links, in 
olieverf op papier, op jeugdigen, ongeveer i8-jarigen 
leeftijd. Hoog 31, breed 21 cM. 

Opschrift: «Friderich PfaltzgrafF A Rj> 

32 Christina paltsgravin bij den Rijn. 

Jong portret, ongeveer 18 jaar, in olieverf op 
papier, het hoofd gedekt met een muts, naar links 
ziende, met een kraag om den hals. Hoog 3 2, breed 
20 cM. 

Opschrift: Freu: Christina Pfaltzgreuin». Waar- 
schijnlijk dochter van den vorige. 

33 Dorothea, paltsgravin bij den Rijn. Fraai kinder- 
kopje in olieverf op papier, met een mutsje op en 
een grooten witten kraag om. Hoog 36, breed 32 cM. 

Opschrift: «Freulin Dorothea Pfaltzgreuin filia 
Casimiri». 

34 Fraai mansportret naar rechts gekeerd, met zwarte 
bakkebaard en een zwarten hoed op het hoofd. 
Olieverf op papier, 

35 Vrouwenportret naar links, fraai op papier met 
honing verf. Hoog 28, breed 9 cM. 

36 Johan Wilhelm, hertog van Saksen- Weim^, geb. 
in 1530, huwde Dorothea Susanna, dochter van 
keurvorst Frederik III van de Paltz. 

Fraai portret naar links, met een zwarten hoed 
op en een pelsmantel aan. Hoog 25, breed 19 cM. 

Opschrift: «Johan Wilhelm, Herzog zu Saxen 
155 1. Wallgott». 

37 Johan Frederik, de jonge, hertog van Saksen. 
Teekening in kleuren, de kop naar links, de hand 
aangelegd, de kleeren geschetst. Hoog 20, breed 
20 cM, 

Opschrift: «Johan Friedrich der Junger Hertzog 
zu Saxen». Zeker de zoon van den voorgaande. 

38 Keizer Karel V, 

Portret des keizers, teekening op papier in kleuren. 
De kop naar links, gedekt met zwarte baret, 
zwart kleed met een wit onderkleed dat aan den 
hals uitkomt. Hoog 29, breed 21 cM. 

Opschrift: «Carolus V, Romanorum imperator». 

39 Catharina, dochter van Magnus, hertog van 
Mecklenburg, vrouw van Hendrik, hertog van 
Saxen, bijgenaamd de Vrome, overleden in 1541. 

Zeer fraaie teekening in kleuren op papier. De 



Digitized by 



Google 



— lO — 



kop zeer fraai afgewerkt, hoed en kleeren geschetst. 
Hoog 32, breed 21 cM. 

Opschrift: cGrebome zu Mecklenburg, Herzog Hein- 
richs zu Sachsen gemahl». 

40 Een portret in kleuren op papier geteekend, een 
borstbeeld bijna en face, het hoofd ongedekt met 
witten kraag, Hoog 17, breed 14.5 cM. 

Opschrift: «L F. V. Ew. Thr^ 

41 Balthazar 2^11e (?). Teekening in kleuren, een 
oud man met baret op, grijze baard, in rood gewaad 
naar rechts, zeer fraaL Hoog 20, breed 16 cM., 
geteekend met het opschrift : D. Balthasar 2^11e (?). 

42 Veith von Starenberg, hofmeester van hertog 
Johan Wilhelm van Saksen. In kleuren geteekend 
portret, naar links ziende, met ongedekt hoofd en 
donkere baard, het kleed alleen aangelegd. Hoog 31, 
breed 20 cM. 

Opschrift: «Veit v. Starmberg. Hertzog Johans 
Wilhelms zu Saxen, hofmeyster A^ 155 1». 

43 Margureta van Meckelenburg Strelitz, weduwe 
van? 

Teekening in kleuren op papier, hoofd naar links 
gewend, het hoofd gedekt met eene zwarte kap en 
daaronder een witte kap, een oude vrouw van 60 
k 70 jaren. Hoog 20, breed 17 cM. 

44 Een mansportret in kleuren op papier geteekend 
naar links gekeerd, met een zwarte baret op het 
hoofd en een pelsmantel aan, met witten kraag en 
wit hemd, hoog 36, breed 22 cM. 

45 Prachtig geteekend jongenskopje en fece naar 
rechts ziende, hoog 21 breed 17 cM. 

46 Prachtig geteekend meisjeskopje naar links ziende, 
hoog 21, breed 17 cM., van denzelfden maker als 
het vorige n^. 

47 Penteekening, een oude dame zittende, ten halven 
lijve, met muts en kap op en met sieraden behangen, 
de kleuren zijn aangegeven. Meesterlijk uitgevoerd, 
hoog 18, breed 13 cM. 

48 Studie van twee handen voor dit portret met de 
pen en roodkr^t, hoog 20, breed 12 cM. 

49 Een geschilderd portret, bijna en face, een roode 
muts of doek op het hoofd, een groene mantel om, die 
half is opengeslagen, in een ovaal, hoog 26 cM. 

Opschrift boven links €14» rechts €89» onder dm 
13 iar was ich.» 

Zeer belangrijk; misschien jeugdig portret van 
Erasmus, door Dürer. 

50 Portret eener oude vrouw met eene grijze haren 
muts op het hoofd, en zwart eenigszins uitgesneden 
kleed, waaronder een wit hemd uitkomt 

AUeruitstekendst geschilderd op papier, hoog 26, 
breed 19 cM. 

Onder staat met potlood geschreven : Lucas Craen. 

5 1 Fraai kopje met rood krijt en de pen geteekend. 



Geteekend: Ottavio ben amati fiorentino, hoog 16 
breed 14 cM. 

52 Prachtig kinderkopje in rood krijt op donkeren 
grrond geteekend, hoog 32 breed 23 cM., geteekend: 
«Ottauio ben amati fiorentio.» 

53 Grroote kinderkop in roodkrijt, prachtig geteekend ; 
het kind heeft een doek over 't hoofd, hoog 30, 
breed 22 cM. 

Geteekend: Ottauio ben amati fiorentino. 

54 Kinderkop in roodkrijt, hoog 36, breed 22 cM», 
geteekend Ottauio ben amati fiorentino. 

55 Furiënkop, in roodkrijt, hoog 35, breed 22 cM. 
Geteekend: Ottauio ben amati fiorentino.» 

56 Een lachende kop, in roodkrijt, hoog 30, breed 
227, cM. 

Geteekend: cOttauio benamati fiorentino.» 

57 Een studiekop met zwart- en roodkrijt getee- 
kend, met een muts op het hoofd, een blootenhals 
en een ruw kleed aan. Hoog 30, breed 20 cM., ge- 
merkt boven met het jaartal I517. 

Geteekend met potlood : Lucas Craen. 

58 Vrouwenkop, met zwartkrijt en de pen getee- 
kend, waarschijnlijk eene Magdalen a voorstellende. 
Zeer fraai. Hoog 27, breed 20 cM. 

59 Een democriet, met zwartkrijt geteekend. Hoog 
19, breed 10 cM. 

60 Een portret ter halver lijve, naar rechts ziende, 
in purpertint, de kleuren alleen aangegeven. Bloots- 
hoofds met een zwaren baard. Hoog 20, breed 16 cM. 

61 Eene schets met de pen. Hoog 21, breed 16 cM. 

62 Portret met roodkrijt geteekend, naar links ziende. 
Fraai geteekend. Hoog 18, breed 12 cM. 

63 Kop in face in roodkrijt op papier, zeer fi-aai. 
Hoog 20, breed 19 cM. 

Met potlood bijgeschreven: Schorel. 

64 Een kop met de pen geteekend en met O.I. 
inkt opgewerkt. Hoog 20, breed 15 cM. 

65 Een fraai gebaarde kop met helm en allerlei 
bijwerk, in paarsche en groene tint geteekend op 
papier. Hoog 29, breed 21 cM. 

Met potlood bijgeschreven: Polidoor. 

66 Penteekening , een krijgsman naar links met 
een hoed met veer op zijn hoofd, hij heeft een kleed 
aan met doflfen en insnijdingen. Hoog 20, breed 14 cM. 

Gremerkt: G. S. 1553. 

Met potlood bijgeschreven: Hans SchuflElijn. 

67 Portret met de pen geteekend, naar links ziende. 
Hoog 20, breed 17 cM. 

68 Keizerskop met potlood geteekend, naar links 
ziende, zijnde aan den anderen kant eennarrenkop 
geteekend, naar rechts gekeerd. Hoog 28, breed 
19 cM. 

69 Een negerkop, fraai met de pen geteekend, naar 
rechts gekeerd. 



Digitized by 



Google 



— II — 



70 
7« 

73 
74 
75 
76 

77 
78 

79 
80 
81 

82 



83 
84 



85 

86 
87 



gekeerd, een 
Heldingfsen). 
jreteekend S. 

gekeerd, mees- 



88 



Geteekend: Z. S. Hoog 20, breed 16 cM. 

Heracliet, een statuet met roodkrijt geteekend. 
Hoog 22^ breed 15 cM. 

Karikatuur, een kop, het hoofd gedekt met een 
hoed, waarop een pauwenveer en face, geteekend 
met zwartkrijt Hoog 24, breed 19 cM. 
Een furiënkop, naar links gekeerd, in roodkrijt 
opgewerkt met wit- en roodkrijt. Hoog 20, breed 
17 cM. met het jaartal 1546. 

Veertien caricaturen in rood- en zwartkrijt, van 
denzelfden meester. 

Een meisjesportret naar ^ts 
kapje op 't hoofd, in roodk 

Twee caricaturen, in r 
H. F. 1600. 

Een oudevrouwenkop ntt^ 
terlijk met de pen geteekend. 

Geteekend met potlood: Adam Altorf. 

Een studiekop, met zwartkrijt naar rechts. 

Een oud man met een houten been houdt een 
kind vast Hoog iS^/j, breed 16% cM. 

Boven rechts gemerkt I) 

Een kop en face, met rood- en zwartkrijt op 
blauw papier. Hoog 16, breed 18 cM. 

Boven geteekend: Jacobo Palma. 

Kop met nimbus met wit- en zwartkrijt op 
blauw papier, hoog 18, breed 11 cM. 

Twee studiekoppen in roodkrijt, hoog 20, breed 
II cM. geteekend: Bemardino Pocetti fiorentino. 

Twee studiekopjes, een kinderkop en een vrouwen- 
kop, met rood- en zwartkrijt zeer fiksch geteekend, 
hoog 9 bij 8 en II bij 10 cM, 

Eene Charitas, de moederlijke liefde met de kin- 
dertjes, geteekend schetsmatig met roodkrijt, hoog 
32, breed 20 cM. 

Een ets] in medaillon, voorstellende Esopus. 
Twee penteekeningen, een turksche man en vrouw, 
hoog 12, breed 9 cM. 

Beneden met potlood staat geschreven: Israël 
van Ments. 

Kop in roodkrijt, naar rechts gewend met los- 
hangend haar, hoog 26, breed 18 cM. 

Geteekend: Ottauio ben amati fiorentino. 

Een voorover gebukte kop in zwart- met rood- 
krijt« fiksch behandeld, hoog 22, breed 17 cM. 

Naakt figuur, in de eene hand een schaal, in de 
andere een schenkvat houdende waaruit vocht loopt, 
geteekend op paarsch papier in paarsch en wit, 
hoog 21, breed 15 cM. 

Geteekend: «Andrea Seianoiu. 

Een veldheer te paard, een banier en een lans- 
knecht 

Met potlood fiks op perkament geteekend, hoog 
21, breed 17 cM (Later). 



89 



90 



91 
92 

93 

94 

95 
96 



97 



Penteekening, twee houthakkers en een vecht- 
partij tusschen een man en twee vrouwen, hoog 
31, breed 16 cM. 

De opwekking van het dochtertje van Jaïrus, met 
de pen en roet, hoog 25, breed 21 cM. 

Op de achterzijde: Matthias Netser Fe. A^ 1598». 

De geboorte van Christus, met de pen in blauwe 
tint, hoog 16, breed 10 cM« 

St. Joris met den draak, firaaie schetsteekening 
met de pen, hoog 16, breed 16 cM. 

Schelpen en vLsschen. 

Studiën van een hand in rood- en zwartkrijt, 

Potloodschets, vogels, gemerkt A. B. E. 

Een Romeinsch krijgsman te paard, fiksch, maar 
schetsmatig geteekend met de pen en O.I. inkt. 

Hoog 44, breed 56 cM. 

Interieur van een krypt met de pen en sepia. 



Charter, betreffende het geslaeht HodenptjU 

Gesien dat proces vuystaende ende hangende voir 
mijnen heeren den grave van Egmonde, heere tot 
bar. etc. Stadthouder generael van HoUant, Zeelant 
ende Vrieslant ende van den leenen, die luyden van 
den Raede van den zelven landen ende mannen van 
leene by den voorseyde Stadthouder ende raiden in 
deser saicke genomen navolgende den mandemente 
ende commissie by onsen alder ghenadichste^ heeren 
den Roomschen Coninck ende hertoghe philips zijnen 
zoon Ertshertogen van Ostenryck hertogen van bour- 
goingne etc. geëxpedieert tusschen Jan van Hoedenpijl 
eyscher an d'een zijde ende Adriaen van Poelgheest 
die burgermeesteren ende weesmeesteren der stede 
van Leyden over ende in den name derzelver stede 
als voichden van den kinderen van wijlen heere 
Adriaen van Zwieten, ridder als angenomen hebbende 
die amementen van desen processen verweerers an 
d'andere seggende ende proponerende de voirs. eysscher 
hoe dat in voirleden tijden bij den graven ende 
gravinnen van hoUant, wijlen heere Jan van Hoeden- 
pijl, oude vader van de voirsz. eysscher nae dat zekere 
ende diverschen parcheelen van leengoederen zijne 
voirvaderen voir haer ende haer luyden nacomme- 
lingen verlij t hadden geweest, denzelven heeren Jan 
voir him ende zijnen nacommelingen verlyt hadden 
gewest den parcheelen van leengoeden, hierna 
verclairt Diewelcke Dirck van Hoedenpijl nae doode 
van heeren Jan zijnen vader opgedragen hadde 
Jan van Hoedenpijl, zijnen broeder oudste broeder. 
In den eersten de heerlicheyt van Hodenpijl mit 
vischeryen, vogelryen ende anderen zijnen toebehoeren. 
Ende dat wylen vrouwe Elisabeth van Haemsteden, 
gesellinne des voirsz. heeren Jan oick verlyt ende 



Digitized by 



Google 



— 12 — 



verleent hadden gewest, voir haer énde huere ni- 
commelingen een jairlijcxe rente van hondert pondt 
siaers tot viertich groit 't pont diemen betaelde vuyt 
ons voirsz. alder ghenadichsten heeren thienden tot 
's-Grravesande ende de lielft van den ambachts heer- 
licheyt van St Jorys inden liere ende van Zoutenveen 
mit den thienden aldaer. Ende de voirsz. heeren Jan 
ende vrouwe Elisabeth bflivich ende voirsz. opdrachte, 
gedaen zynde de voirsz. haere leengoeden verlyt en 
de verleent hadden geweest den ouden Jan van Hoe- 
denpijl hoerluyder beyden zoon, vader van den voirsz. 
eysscher dewelcke als nacommeling van zijnen voor- 
vaderen na den overlijden van den voors. Jan, zijnen 
vader dezelve leengoeden verlyt ende verleent had- 
den gewest bij wijlen hertoge Karel van Bourgoigne, 
saliger gedachten in den jaere zesse en de tzeventich 
seggende voort dat vuyt crachte van den eerster 
voirs. verlydinge alle nacommelingen geboren ende 
ongeboren recht vercregen hadden tot denzelven leen- 
goeden ende die eysscheri ende vendiceren mochten 
ende die schuldich waeren te hebben, ende dat de 
voirs. nacommelingen en vercreghen nae rechte van 
hoere voorvaderen gheennijen recht tot denzelven 
leengoeden maer namen hoerluyder vercregen recht 
ende mochten dairvan de voirs. verlydinge ende vorme 
van dien eysschen zonder hun te maken erfgenamen 
van huerluyder voorvaderen ende dat tselve dagelijcs 
onderhouden was van den vassalen van hoUant die 
welcken te bu)rten gingen huerluyder. vaderlicke erf- 
nisse, mits nemende alleenlick huerluyder leengoeden 
ende dat hoewel de voirs. verweerers, mits tguent 
dat voors. es wel schuldich hadden gewest ende noch 
waeren den voirs. eysscher als nacommeling van den 
voirs. heeren Jan ende zijnen voorvaderen toe te laeten 
tot den voirs. leengoeden dairinne hij bestorven 
was in de maniere voirs. Desen niet jegenstaende, 
zoe waeren nochtans de voirs. verweerers dairvan in 
gebreke. Ende dairomme zoe was die voirseyde eysscher 
clachtich gegaen an onsen voors. alderghenadichsten 
heeren, ende hadden vercregen zekere openen brieve van 
mandemente vu)rt crachte van den welcken die voirs. ver- 
weerers verdachuaert hadden gewest te compareren voor 
den voors. stedehouder ende mannen van leene omme 
de voors. eysscher ontfangen te zijn te mogen be- 
leeden alsulck recht als hij pretendeerde te hebben in 
den voirs. leengoeden. Ende naedat partien gedachuaert 
hadden gewest navolgende die coustume vandenïeen- 
hove ende dat bij vonnisse gewesen 'was dat partien 
gedachuaert waeren als recht was, de Voirs. eysscher 
hadde zijnen eysch gedaen. Eftde ^e voirs. verweerders 
ten dage van der antwoirde hadden geproponeert di- 
verschen excepcien, ten fijne van niet ontfkncKck, dé 
voirs. eysscher sustinerende de contrarie, zoe iiat na 
diuersche dinctalen dair up gehouden geappohtiért'^a^ 



dat partieri an beyden zijden procederen zouden ten 
beyden sijneh. Ende concludeerde dairomme de voirs. 
eysscher ende zeyde dat mits revectèrende ende weder- 
lög"gönde die excepcie van den voirs. verweerers bij 
sententie diffinitieve van den voirs. leenhove verclairt 
zoude zijn ten principale, de voirs. leengoeden him 
eysscher als nacommeling voirs. toe te behoeren con- 
dempnefende den voirs. verweerers alsoe zij proce- 
deerden haer handen dair af te trecken ende te houden 
ende den zelven eysscher die rustelicken ende vrede- 
licken te laeten gebruycken mitsgaders in den costen 
van deser instancie. Tegens welcken eysch de voirs. 
verweerers in den name alsoe zij procederende waeren 
proponeerden ende zeyden, hoe dat ontrent den jaere 
duysent vier hondert zes ende tsestich de voirs. oude 
Jan van Hodenpql vader van den voirs. eysscher over- 
mits cranck regiment him bevoelende zeer bezwairt 
van sculden tot deil ontvange ende regimente van 
alle zijnen renten ende goeden in HoUant, Zeelant ende 
Vrieslant liggende gestelthadde wijlen Jan van Zwieten 
vader van wqlen heere Adriaeri van Zwieten voirs. 
Belovende de voirs. Jan van Hoedenp^l bij zijnen 
brieven onder zijnen zegel wel ende deuchdelijck te 
betalen den voirs. Jan van Zwieten van alle tguent dat 
bevonden zoude worden dat hij den zelven sculdich 
wesen zoude tot een onderpande stellende alle zijnen 
goeden roerende ende onroerende, leen ende eygen, 
hoedanich die wesen ende wair die gelegen mochten 
zijn, omme die schulden voirs. up alle die voirs. goeden 
mit heerlicke execucie up zijnen cost te mogen ver- 
halen zonder him eenichsins te behelpen mit eenigen 
previlegien oft excepcien. Ende hadde de voirs. oude 
Jan van Hodenpijl alsoe hij wel wiste dat hij luttel 
andere goeden hadde dan leengoeden dewelcken up 
den voirs. eysscher zijnen zoon gecommen zouden heb- 
ben denzelven zijnen zoone vers^öcht als leenvolger 
mede de voirs. leengoeden te verbijnden dewelcke 
belooft hadde bij zijnre trouwe ende eere van goeden 
wairden te houden tguent dat bij den voirs. Jan zijnen 
vader in deser saicke gedaen hadde gewest ende him 
mede verbonden mit zijhen vader in tguent dat voirs. 
is, mitsgaders de voirs. goeden leen of eygen dien hij 
hadde ofte doe zoude hebben mogen vercrijgen. Ende 
hadde de voirs. Jan 'van Zwieten, ter begheerte van 
den voirs. Jan Van Hoedenpgl de oude,'angenomende 
admülistracie Van den goeden Voirs. ende renten dair 
ot confiméndè ende dairmede gepoocht te betalen de 
schulden vah den Voirs. Jan vain Hoédenpijl totgroite 
somme van penningen ende alle dat hij hadde mogen 

en de verloesten Van -déh i^tvéh Vérleyt. Ende 

him zèïve gfroteücken bezwairt vrndetidë -niitten voirs. 
regimente, zoe hadde hij tot diverschen stonden bèghèert 
rekënhlge te doen ende betaKnge te hebben dair toe 
hij niet en hadde konnen comnlen, zöedat te dier cause 



Digitized by 



Google 



m 



13 — 



proces geresen was tusschen d^nvoirs.Jan v^iZwieten 
eode den ouden Jan van Hoedenpijl voirs. eerst voir 
desen hove van HoUant ende nae bij appellacie voor 
wijlen hertoge Karel^ saliger gedachten zqnen cancel- 
lier ende grohen raide. Dair dat bij sententie diffinitive 
de voirs. Jan van Hoedenpijl, de oude, gecondempneert 
hadde geweest te betalen de voirs. Jan van Zwieten 
de somme van negenthien duysent zeven hondert ende 
drie en vqftich ponden hoUants ende in den costen 
ter cause van dien processe gedaen. Ende hadde voort 
geprocedeert gewest ter execucie van dien zoe verre 
dat nae alle solempniteyten dairtoe in gelijcken saic- 
ken behoerende ende gecoustumeert alsoe dieerflicken 
ende havelicken goeden niet verstrecken en mochten 
tot dien voirs. sculden bij den executeur te coope gestelt 
gfewest hadde onder andere de voirs. parcheelen van lee- 
nen dair of nu questie was, de wekken parcheelen ende 
trecht van dien de voors. wijlen Jan van Zwieten vader van 
den voirs. heere A^iaen gecoft hadde gehadt tegens 
den zelven executeur. Ende binnen middelen tijden 
van desen was de voors. oude Jan van Hoedenpijl 
gecompareert voir mijnen voirs. heere de cancellier, 
zagende geappelleert te hebben van den voirs. execucie 
ende executeur, ende hadde vercregen zekere brieve 
van relienemente in cas van appelle vuyt crachte van 
den welcken de voirs. deurwairder ende Jan van Zwieten 
verdachvaert hadden gewest sustinerende de voirs. 
Jan van Hoedenpijl dat men nae den coustume van 
den lande vuyt crachte van eenige sententie anders 
dan van mannen van leen, noch om eenige sculden, 
gheen leengoeden en zoude mogen vercopen noch 
eenige vassael onterven ten waere bij zijnen consente 
ende mit hant, lielm ende mont, ende dat de voirs. 
vercoipinge van onwairden zgn zoude, waervan de 
voirs. Jan van Zwieten ende deurwairder de contrarie 
sustinerende waeren. Ende nae dat partien al int lange 
gehoirt waeren ende gesien sekere informacien ende 
andere productie in den saicke gedaen ende al dat 
van noode was bij sentencie van wijlen hertoge Karel 
voirs. zgnen cancellier ende heeren van zijnen groiten 
raid gewijst hadde gewest, de voirs. Jan van Hoedenpijl 
(|ualqck geappelleert, ende de voirs. deurwairder wel 
geexecuteert te hebben, ende gecondempneert den 
v<Hrs. heeren Jan int fol i^pel ende in den costen ende 
mits dien geconfirmeert de voirs. vercoipinge ende al 
datter anclevende was, ende geinterpontert bij den 
zriver sentencie ten voirseyde vercoipinge auctoriteyt 
ende deoret van den vcws. hove mitsgaders geordon- 
ae^rt dat Jan van HoedeniHJl conipareren zoude voor 
den stedehouder ende leenmannen van HoUant ende him 
aelven aldak mit handt, helm ende ^mont onterven of 
dat e^i andere dairtoe geauotoriseert bij z^^ien gebreke 
eade continuacie inden name van him4at doen zoude en 
de acht«:v<digende 4ieA hadde^e voifs. oude Jan vanHo^ 



denpijl gedaghvaert gewest te compareren voir den voirs. 
stedehouder ende leenmannen omme him te commen 
zien onterven ende de coopers erven in den voirs. 
goeden ende ov^^nits dat dezelve Jan niet gecompa- 
reert en was, zoe hadde bij zekere executeur dairtoe 
geauct^Miseert zijnde bij den zelver sentencie in ge- 
spannen vierschaere de voirs. goeden in den name ende 
bg den continuacie van den voirs. Jan van Hoedenpijl 
opgedragen quyt gesconden ende overgegeven gewest 
hertoge Karel saliger gedachten als leenheere mit hant, 
helm ende monde ende was verclairt gewest bij vonnisse 
van denzelven leenmannen dat bij den voirs. over- 
drachte alsoe gedaen de zelve Jan van Hoedenpijl 
noch zijn leen volgers erven oft nacommelingen daer 
inne gheen recht en behielden. Ende hadden voort 
verclaert ende gewijst voir recht dat de voirs. sentencie 
diffinitive ende decreten mit alle datter naegevolcht 
was van alsulcken cracht wesen ende blijven zoude, 
gelijck oft de voirs. Jan van Hoedenpijl zelver in 
persoone de voirs. updrachte ende overghyfte gedaen 
hadde. Ende waeren mitsdien de coopers van den voors. 
leengoeden onder andere de voirs. Jan van Zwieten 
in tguent dat hij gecoft hadde gevesticht ende geerft 
ende voirs. Jan van Hoedenpijl ende zijnen erven dair 
van verstoken ende onterft. Ende dit aldus geschiet 
zgnde, hadde de voirs. wijlen hertoge Karel als grave 
van Hollant de voors. parcheelen van leengoedenden 
zelven Jan van Zwieten vader van den voirs. heeren 
Adriaen van Zwieten in wyens name de voors. ver- 
weerers procederende waeren als voichden van zijnen 
voirs. kinderen ende erigenamen als cooper van nyens 
voir him ende zijnen nacommelingen te leene gegeven 
him ende zijnen nacommelingen, ende hadde dairvan 
in rustige possessie gewest den tijd van dertien of 
viertien jaeren lanck geduerende, ten ansien van eenen 
ygeUcken, ende bijsonder van Jan van Hoedenpijl de 
oude, ende oic den voirs. eysscher, Seggende voort de 
voirs. verweerers dat indien de voirs. eysscher int ver- 
crijgen van zijn committunt ofte mandement tguent 
dat vours. is te kennen gegeven hadde, hij en zoude 
'tselve niet vercregen hebben ende dat hij dair omme 
niet ontfanckelijck en was tegens hunluyden te agieren 
vuyt crachte van den voirs. committimus ende twelck 
hij oick niet geachtervolcht en hadde noch de disposicie 
van 't selve, want hij gheen conclusie en was nemende 
omme ontfangelijck te wesen maar slechtelick ten 
principale ende up tguent dair de voors. eyscher 
mainteneerde ende te kennen gevende was dat die 
leenaa schuldich waeren te kommen vrij ende onge- 
last upten leenvolger naeden overlijden van den vas- 
sael ende dat hij noch zijn vader niet geconsenteert 
ea badden in den voirs. vercopinge van den leenen 
noch oick die verbonden. Zeyden de voirs. verweerers 
dat een vassael met consente van den leenheere in 



Digitized by 



Google 



— H 

preiudicie van den leenvolger zijn beliefte doen mochte 
van den leenen ende was dat voorstel van den eysscher 
onwarachtich gemerct de voirs. obligacien ende ver- 
banden dair of den hove gebleken was, ende was de 
condempnacie dair up gegeven. Ende hadde de voirs. 
eysscher geapprobeert de voirs. execucie gemerct 
dat hij zelver eenige yan den goeden medecofte, hoe- 
wel hij die niet betalen en konde. Ontkennende dat 
die voirs. eysscher investituere hadde van desen 
leengoeden want hij gheen investituere en hadde 
anders dan van den goeden die zijn vader toebe- 
hoorden in zijnen overlyden daer inne desen goeden 
niet begrepen en waeren, maer was dairvan bij vonnisse 
van den leenmannen voirs. onterft ende verclaert dat 
hij noch zijnen nacommelingen dairvan gheen recht en 
behielden zoodat evident ende claer was dat de voirs. 
eysscher desen leenen niet vendiceren en mochte 
noch en was in deser saicke niet ontfanclick gemerct 
oic dat de voirs. sentencien proceduren ende execu- 
cien geschiet waeren tegens den vader dair de voirs. 
eysscher actie of hebben mochte, ende dat hij gheen 
actie en hadde dan ter cause van zijneii vader ende 

dewelcke dat afgewesen was mit rechte 

Ende indien hij eenichsins ontfanclick wesen mochte 
twelck .... ende dairvan de voirs. verweerers be- 
gheerende waeren recht bij ordene zoe zeyden voirs. 

verweerers ende ten principale nemende 

vuer verhaelt tguent dat voirs. is tot huere intencie 
angaende de voirs. procedueren sentencien vonnissen 
execucien decrete ende andere dat indien de zelve 
leengoeden den voirs. eysscher verlijt waeren twelc 
niet kenlick en was dat en was anders niet geschiet 
dan behouden een ygelijck zijns rechts ende dat die 
zelve goeden up hun niet connen en mochten gemerct 
.... en behouden den gheene dair hij nacommeling 
of was, maer was mit alle solempniteyten dair vuyt 
gewonnen. Ende want nader costume van den lande 
een leenvolger gheen recht en hadde in 't leen van 
desselfs wegen maer alleen vuyten name van zijnen 
voorsaten, ende dat oick een vassal sijn leenvolger 
preiudicieren mochte buyten zijn consent mitten leen- 

heeren welck , . . was van zoelange tijden 

dat gheen memorie ter contrarie en was, ende zon- 
derlinge in desen stucke zoedat van gheene noode 
gewest en was den voirs. e5rsscher die hun zeyde 

leenvolger te wesen te ontwijsen zoe veel 

meer dat alsoe wel den eysscher als zijn vader voirs. 
vu)rt den voirs. goeden mit alle sollempniteyten 
gewonnen hadde gewest als dat blijcken zoude bij 
den voirs. sentencien decreten 

van gewijsder dinck zonder eenige appellacie ter 
contrarije ymmers die gedaen mochten zijn in be- 
höirlicken tijde Ende dat al en hadde de voirs. eys- 



scher vuyt desen 

gewest hun dair vuytgewonnen te hebben twelc de 
verweerds zeyden neen ende dat in die cas hun 

schulden zoude wesen dezelve goeden on te 

zijn de voirs. eysschers obligacien ende ver- 
banden ende dat alle die reedenen geallegiert alsoe 
wel in desen processe principale als anderssins tegens 

Jan van Hoedenpijl tegens den 

zei ven eysscher ende dat dat bij den 

prince leenheeren ende leenmannen gewesen was voor 
recht jegens den vader zoude oick schulden wesen 
recht te zijn tegens den eysscher ge ... . alle 

dese ende rechtelijck geschiet 

waeren bij den gheenen die rechters Justiciers ende 
overste waeren ende Jurisdictie hadden in desen voirs. 
saicke Ende waeren voort out .... van den voirs. 
eysscher cóncludeerende mitsdien de voirs. verweerers 
in den name als boven ten fyne dat bij sententie oft 
appointemente van den voirs. stadthouder, raide ende 

leenmannen de voirs van .... bij den voirs. 

eysscher .... als subrepticelicken ende obrepticelicken 
vercreghen verclairt zouden zijn negheen ende van 
gheenre waerden ende dat daeromme dezelve gheene 

ende dat de voirs. eysscher ^ni5rt 

crachte van dien niet toegelaeten en zoude zijn te 
agieren in deser saicke. Ende of de voirs. brieven 

eenichsins van wairden wesen mochten, des 

dat nochtans de voors. eysscher niet ontfangelijck zijn 
en zoude omme vuyt crachte van den zelver commissie 
alsulcke conclusie te nemen als hij gedaen hadde. Ende 
of hij ontfangelijck waer vuyt crachte van den zelve 
brieve of anders de voirs. conclusie te nemen des 
neen dair of de voors. verweerders begheerden recht 
bij ordene^ Dat alsdan bij sentencie verclairt zijn zoude 
dat de voirs. eysscher omme ende ter cause van den 
voors. leenen te agieren als gheen actie hebbende 
niet ontfangelijck en was ende dat de verweerders 

schuldich zouden zijn te hebben , . . . . 

indien de voirs. eysscher entchsins actie hebben ende 
ontfangelijck zijn mochte. Dair of zij oick begheerden 
recht bij oirdene zoe concludeerden de voirs. verweerers 
dat bij sentencie diffinitive van den voirs. stadthouder 
raiden ende mannen van leen geseyt ende gewijst 
zoude wesen dat mit onrecht ende quader cause de 

voirs. eysscher den voirs. wijlen heeren Adriaen 

betoghen hadde absolverende dairomme denzelven ver- 
weerers alsoe zij procedeerden van den eysch ende 
conclusie van den voirs. eysscher. Verclaerende dat 
de voirs. leengoeden bij hemluyden vujrt deuchdelicke 
t3rtel ende mit gewairderhandt beseten worden ende 
dat zij dairinne als in huer vrij eygen goet berusten 
ende dairomme ongemoeyt blijven zouden van den voirs. 
eysscher zijnen nacommelingen ende erven inponerende 
den zelven eysöcher zijnen erven ende nacommelingen 



Digitized by 



Google 



— 15 — 



ter cause van dien een eeuwich zwijgen ende silentium 
ende denzelven condemfmerende in den costen ter cause 
van desen gedaen. Tegens welcke exceptie ende ant- 
woirde de voirs. eysscher repliceerde ende zeyde eerst 

angaende de voors. excepcie dat hij 't voirs 

wel en de deuchdelyck vercregen hadde. Ontkennende 
eenige subrepcie ende obrepcie dair inne te wesendie 
mijnen alder ghenadigen heeren voirs. hadde mogen 

moveren omme tselve te refuseren ende rechte 

ende usancie deser landen een ygelijck willende recht- 
spreken up leengoet contenderende ten fyne van ijgen- 
domme van leenen schuldich was te hebben openinge 
van den vierschaere van den leenhove van den leen- 
heeren zonder te hebben eenige mandement van boven. 
Ende waeren bij denzelve mandemente den voirs. 
stedehouder ende leenmannen gecommitteert den eys- 
scher te beleeden voir hunluyden sulck recht als hij 
zoude willen pretenderen totten voirs. leengoeden, zoe 
dat 't qualijck vercrijgen van den voirs. committimus 

indient qualijck vercregen waere twelck buyten 

granck van dien hun niet preiudicieren en mochte om 
niet ontfangelick te zijn. Ende dat tgewijsde ende 
voirs. sentencie daer af de verweerers mentioneren in 
haere excepcie gegaen waeren jegens den vader van 
den voirs. eysscher ende niet jegens hun, ende dat hij 
eysscher van zijnen vader voirs. gheen saicke en hadde 
tot den voirs. leengoeden maer hadde saicke tot deselfde 
goeden van den leenheeren vuyt crachte van den 
eerste verlijdinge want hij procederende was als na- 
commeling van heeren Jan voirs. ende andere zijnen 
voorvaderen ende en was in den voirs. processe van 
trecht van den nacommelingen tot den voirs. leengoeden 
niet gediscepteert noch gedingt Ende alsoe alle der 
nacommeUngen recht van wijlen heeren Jan van Hoeden- 
pijl ende zijnen voorvaderen, spruytende ende voort- 
gaende was van den eerste verlijdinge ende gelijck 
recht hadden zonder den een zijn recht te hangen an 
den andere ende en mochte sentencie gegeven tegens 
eenen van den nacommelingen dairomme niet preiudi- 
cieren den anderen. 

Ende was mogelijck dat sulke sentencie gegeven was, 
meer bij versuimenisse dan bij quaden rechte twelck 
van rechtswegen den andere niet schuldich en was te 
preiudicieren. Want de voirs. eysschers vader bij negli- 
gencie versteken hadde gewest van probacien. De welke 
hij hun vermetende was te beleeden dat men gheen 
leengoeden alhier bij heerlicke execucie en zoude mogen 
vercoipen. Ende angaende de voirs. obligacien zeyde 
en repliceerde de voirs. eysscher dat de voirs. brieven 
bij hun noch bij sijnen wete noch consente noyt bese- 
gelt en hadde gewest, ende dat indien hij dat gedaen 
hadde dat en zoude hun niet meer schuldich wesen te 
preiudicieren dan of tselve niet geschiet en waere. 
Want naden coustume van den lande van Hollant 



deuchdelicken ende wel gefondeert in rechte men 
gheen leengoeden belasten noch bezwaeren en mochte 
dan bij consente en de wille van den leenheere ende 
leenmannen ende zoe wanneer die gemeenen rechten 
of costumen locale eenige forme ofte manieren intro- 
duceren in eenigen saken indien die forme ofte ma- 
niere in dier saicke niet onderhouden en worden tguent 
datter geschiede was negheen, ende de rechten hielden 
tselve inder manieren alsoft niet geschiet en waerQ. 
Welcke .... van den leenrechte ende costume gein- 
troduceert, in deser saicke niet onderhouden en was 
gewest, zoe en hadde mijnen ghenadigen heere dezelve 
obligacie ende verbanden niet mogen confirmeren 
mer dair up discemerende execucie. Ende en mochte 
oick een rechter vant crachte van eenige condempnacie 
personnel als die eygen goeden die sculden niet vol- 
strecken en mochten gheen . . . . descemeren voor- 
der dan up de bladinge van den leengoeden commende 
ende met uptie proprieteyt ende eygendomme van den 
zelven leengoeden noch en mochte de propryeteyt of 
eygendomme niet gegeven noch bij executorie vercoft 
worden bij reconpensacie van den sculden. Ende indien 
de contrarie gedaen worde dairmede en zoude noch- 
tans de vassael niet vervreemt zijn van zijn leengoeden. 
Ende op tgfuent daer de voirs, verweerers zeyden dat 
de voors. execucie bij den interposicie van den decrete 
van wijlen hertoghe Karel gevalideert ende geconfir- 
meert zoude wesen repliceerde de voirs eysscher dat 
nae coustumen deser landen onderhouden riyemende 
van zijn leengoeden versteken noch vervreemt en mochte 
worden, ten waerre dat de vassal die gewillich met 
hande en de monde .... updrouch ende dat alsoe 
de voirs. oude Jan van Hoedenpijl noch de voirs. 
eysscher noyt verticht ouer gifte noch transport noch 
hant noch mont dairtoe gedaen en hadde . . . execucie 
noch in den interposicye van den decret noyt consent 
noch wille gedragen en hadden, de selve eysscher bij 
sulke interposicye niet ontvreemden noch versteken en 
was .... zijn en mochte van zijnen rechte ende dat 
de condempnacye niet genouch en was consent dair 
af te maken. Ende ontkende dat bij den decrete geor- 
donneert was dat de mannen yement dair toe auctori- 
seren mochten omme den voirs. Jan van Hoedenpijl te 
onterven mair hadden de voirs mannen in dat doende 
haer macht geexcedeert, want hun luyden last gegeven 
was dat zij procederen zouden uter ouderninge van 
Jans van Hoedenpijl s goeden mits dair inne onder- 
houdende ende observerende alle alsulken costumen 
rechten ende solempniteyten als men insulcken saken 
schuldich was te onderhouden, en de waeren die cous- 
tumen sulck dat zoe wanneer men eenen leenman 
onterven woude, zoe moste hij commen voor leenhee- 
ren ende leenmannen ende geven dair .... dat leen 
up mit hande ende monde anders zoude die ontervinge 



Digitized by 



Google 



— i6 — 



negheen wesen ende en was niet genouch dat de 
vassal dair inne bij bedwange- van den rechter of van 
den leenheeren . . • . of oick in zijn presencie senten- 
cie tegens hun te geven maer was van noode dat de 
vassael goetwillichlick dair inne consenteerde. Welcke 
rechten ende costumen de voirs. schuldich hadden 
gewest onderhouden te hebben indien zij rechtelicken 
geprocedeert hadden tot der zelver onterfuenisse of 
len minsten hadden schuldich gewest de voirs. Jan van 
Hoedenpijl gedachvaert te hebben in persone bij huisge- 
sin van den heren in precencie van mannen indien hij te 
vinden en hadde gewest zoe zouden zij verdachuaert en de 
die wete gedaen hebben tot zijnre beste wonstede bijeen 
van des graven huysgesin in precencie van mannen voor 

die deure ende in drie die daeromtrent 

gelegen gelijck die coustume dairvan is twelck niet 
gedaen en hadde gewest. Ende en hadden die voirs. 
mannen die geseten hadden totter voirs. onteruinghe 
niet gehouden haer behoirlicken rechtdaghen mair 
hadden geseten tot onbehoirlicken rechtdagen corter 
dan van viertich dagen te viertich daghen zoedat 
de voirs. onteruinghe als dairtoe niet geobserveert 
zijnde de costume ende solempniteyten daertoe dienende 
ende behoerende negheen was replicerende voort, 
dat alhier principalycken questie was opdeygedomme 
van den voors. leengoeden ende niet op de reformacie 
van den voirs. onteruinge en de anderen procedueren 
ende want de voirs. verweerers hunluiden dair mede 
behelpen wouden bij maniere van exceptie ende 
den eysscher replicerende was ter nulliteyt van dien 
^twelck hij wel doen mochte ende men niet beuinden 
en zoude dat eenige vonnissen sentencien of decreten 
bij den prince gegeven waren tot achterdeele van den 
eysscher dat dairommc de voirs. stadthouder heeren van 
den raide ende leenmannen wel mochten kennisse 
hebben van dien ende alsoe wijsen ten principale 
upten eysch ende conclusie van den voirs. eysscher 
Ende ten principale ontkende de voirs. eysscher die 
fauten bij den voirs. verweerers voort gestelt, hou- 
dende alhier vuer gerepeteert 'tguent dat bouen ge- 
seyt was hoe verre tselve alhier ter materie dienen 
mochte Ende was voort dairomme blijvende ende 
persevererende bij zijnen voirs. eysch ende die con- 
clusie aldaer genomen tegens welcke replycke de 
voirs. verweerers in den name als boven duppli- 
ceerden ontkennende die fayten van den voirs, eys- 
scher zeggende dat die voirs. sentencien execucien 
decreten ende onteruinghe wel ende deuchdelick ge- 
schiet waeren ende dat die alsoe wel den eysscher 
preiudicieren zouden als den voirs. oude Jan van 
Hoedenpijl zijn vader gemerct dat dezelve eysscher 
anders gheen recht noch actie en hadde dan van zijns 
vaders wegen. Ende indien men altijt zoude mogen 
commen tegens de sentencie gegaen zijnde in crachte 



van gewijsder dinck, ende dat die niet en zoude sorteren 
huere eflEect nymmermeer en zouden de luyden mit 
ouden berusten in hueren goeden Ende waeren voort 
blijvende ende perseuererende bij huere voirs. ant- 
woirde ende excepcie ende die conclusie aldaer g^ 
nomen mit meer fayten, middelen ende reedenen b^ 
beyden den voirs. partien voortge^telt ende gepro- 
poneert begrepen in die acten van huerluyder plaidoye 
ende dinctale dair op zij geappontiert hadden gewest 
te scryuen bij memorien ende daermede te vougen 
alle alsulcken brieven ende munimenten als zij elcs 
zouden willen overgeven ende die te samen den hove 
over te brengen, ende algesien tselve hof zoude op al 
wijsen dat recht wesen zoude ten aysemente van dien. 
Gesien voort bijden voirs. stedehouder raede ende 
leenmannen alle alsulcken acten scryftueren memorien 
addicien obligacien sentencien decreten ende andere 
brieven ende munimenten als elcs van den voirs. par- 
tien omme die verifficatie van huere vermeten hadden 
willen doen beleeden produceren overgeven ende 
exhiberen ende dairup dat zij in rechte geconcludeert 
hadden ende versocht hunluyden recht toegewijst te 
zijn dairvan hunluyden op huyden dach beteykent 
was omme recht te hoeren. Die voirseyde stedehouder, 
luyden van den raede ende leenmannen mit rype 
deliberacye van raede deurgesien ende overgeweg-en 
hebbende al dat tot deser materie dienende was ende 
gemerct die sentencien decreten ende andere vonnissen 
in desen saicke gegeven ende gepronunciert ten prof- 
fyte van den voirs. verweerers, hebben geseyt ende 
verclaert zeggen ende verclaeren dat Jan van Hoeden- 
pijl eysscher niet ontfanckelick en is in desen saicke 
te mogen agieren. Compenserende die costen bij elcs 
van den partien tot deser instancie gehadt ende 
geleden omme zonderlinge consideracye. Condempne- 
rende den voirs. partien elcs half ende half te betalen 
die onledicheyt ende vacacien van den voirs. stede- 
houder raeden ende mannen ter behoirlicker tauxacie. 
Aldus gedaen gegeven ende vuytgesproken in den 
Haghe, onder tsignet van Holland hier an gehangen 
up ten zevensten dach in Decembri int jaer duysent 
vierhondert zeven ende tachtig. Dair bij an ende 
over waeren mijnen voirnoemde heere den grave 
van Egmonde, stedehouder generael Den heere van 
Zevenberghen meester Jacob Ruysch heeren Greryt 
van Abbenbrouck ridder, meesters Jacob van Almonde 
Comelis die Jonghe Jan van Wissenkercke, Philips 
Ruichrock van den Werve, heeren Comelis van Dorp, 
ridder meesters Jan van Schoenhoven, Jan van Harlem 
ende Symon Pieterszoon raidtsluyden die heeren van 
Wassenaer, heeren Arent de Bastert van IJsselstein, 
heeren Jan van Nortich heeren Philips van den Spaengen 
heeren Geryt van Nijeveh ridderen Aelbrecht van 
Egmonde, Jan van Rietvelt, Adriaen van Matenesse, 



Digitized by 



Google 



g 



— 17 — 



Qais Jan Claiszoon, Willem van Adiichem, Philips 
Nachtegael ende Clais öeryts zoon van Poelenburch, 
alle leenmannen der graeflicheyt van HoUant. dair- 
mede Uj was ick. 

Bovenstaand op perkament geschreven stuk Is, helaas I 
op sommige plaatsen door vocht en vouwen zoodanig 
beschadigdf dat niet alle woorden meer nauwkeurig te 
lezen zijn. Van de zegels, die vroeger aan het perka- 
ment gehangen hebben, is er nog slechts één gedeeltelijk 



over. 



Utrecht, 



J. C. GlJSBERTI HODENPIJL, 

Kapitein der Genie. 



AanteekenlngM «It de trouwboeken der Herrormde 
geneente van Tenlo. 

De oudste inschrijving is van 29 Maart 1716 en 
volgens het opschrift gedaan door Gerhardus Hobbes, 
cgeweest predikant te Bethune», 

Boven eene inschrijving van 13 April 1716 staat te 
lezen, dat deze en de volgende zijn gedaan door Joh. 
Wilh. Teilingius> «geweest predikant eerst tot Berg- 
ambacht, laatst te Yperen». 

3 Mei 17 16 hebben hunne eerste geboden gehad 
Fppco Brousius, vaandrig van 't regiment van Z. prin- 
selijke hoogheid van Oranje, jonkra., geb. te Oldampt 
en Allegonda Belso, weduwe. Getrouwd, 

6 Juni 17 16 hebben hunne i''* geb. gehad Frans 
van der Meer, jonkman van Zwolle, vaandr. in 't reg. 
van den prins van Nassau, stadhouder in de compagnie 
van den kapitein Gselhoflf en met Maria Thielen, jonge 
dochter van Venlo. Getrouwd. 

6 Sept 17 16 hebben hunne i*** geb. gehad Egbert 
van Vliet, luitenant in 't reg. van den pr. van Oranje, 
j, m. geb. te Leeuwarden en Catharina Telen, j, d, 
van Venlo. Getrouwd, 

8 Nov. 1716 hebben hunne i*** geb. gehad Johannes 
Wilsenosky, kapitein des armes van de lijfcompagnie 
ia H reg* van den brigadier baron van Rechteren en 
Aaltje van Omme, wed. Tielemans, gewesen sergeant 
in 't zelfde reg. Getrouwd. 

29 Nov. 17 16 hebben hunne i'** geboden gehad Jan 
Augustijn, kapitein des armes in *t reg. van den briga- 
dier van Rechteren in de comp. van kapitein HofFen 
Sibilla Vielen, wed. Guttings te Venlo. Getrouwd. 

7 Maart 17 16 hebben hunne i*'* geb. gehad Willem 
Turck, cadet in 't reg. van den brig. baron van Rech- 
teren in de comp. van kap. Ridder en Maria Theresia 
Ruweldus, j. d. van Delft. Getrouwd. 

2 Mei 1 7 1 7 hebben hvmne i*'* geb. gehad Jan Coenraad 
Darius, serg. in 't reg. van den brigadier BerckhofFer 



in de comp. van kapitein van Grotenray en Jenne 
Arras, wed. Jan van EngeL Getrouwd. 

11 Juli 1717 hebben himne i'** geb. gehad Gode- 
fridus Wilhelmus de Bretone, geb. te Nijmegen, vaandr. 
in 't reg. van den overste Slangenberg en Maria Rosa 
G^rckraedth van Venlo. 

14 Nov. 17 17 hebben hunne i*** geb. gehad Godfried 
Rennius, j. m. van Mansfeld en Antoinetta Soeter- 
mans, j. d. van Venlo. • 

12 Dec. 17 17 hebben hunne i*** geb. gehad Fran<;ois 
de Bruyn, vaandr. in 't reg. van den brig. Berckhoflfer, 
geb. te 's-Grravenhage, liggende in garnizoen alhier en 
freule Johanna Therese de Brun, geb. te Gelderen, won. 
op Langeveld. Getrouwd. 

12 Dec. 17 17 hebben hunne i*** geb. gehad Jacobus 
Mees (of Meis?) ondermeester in de Nederduitsche 
school der geref. gem. te Venlo, wed. en Anna Maria 
Meesters, wed. Getrouwd. 

2 Jan. 1718 hebben hunne i*** geb. gehad Henricus 
Boomhouwer, luit. in 't reg. van den brig. Berckhoflfer 
in de comp. van den luitenant-colonel Peyll, j. m. 
geb. te Hellevoetsluis en Elisabeth van Heynsbergen, 
j. d.-geb. te Brielle. 

20 Maart 17 18 hebben hunne i*** geb. gehad Dirck 
Hulsebosch, j. m. geb. te Zwolle, vaandr. in *t reg. 
van den brig. baron van Rechteren en Johanna Adams 
j. d. van Venlo. Getrouwd. 

27 Maart 17 18 -^gidius van der Wetering, wed. 
adjudant in 't reg. van den baron van Rechteren en 
Catharina van Boven, j. d. te Venlo. 

10 April 17 18 hebben hunne i*** geb. gehad G^rardus 
van Grootenraey, vaandr. in 't reg. van den brig. 
Berckhoffer en Adriana van Arnhem, geb. en won. te 
Nijmegen. 

20 Nov. 17 18 hebben hunne 1 •*• geb. gehad Heinrich 
Bronner, serg. in de comp. van den brig. Sturler, geb. 
te Rurich en Maria Geertruida Schlosser, geb. te G^n- 
tighoven bij Zitter. 

11 Dec. 17 18 hebben hunne i*** geb. gehad Pieter 
Glody, serg. in 't reg. van den brig. Berckhoffer in de 
comp. van kap. des Rocques en Catharina Meyroos, 
wed. Gerrit Ichtes (?). 

15 Dec. 17 18 hebben hunne i*** geb. gehad Reinier 
Bugger, cadet in 't reg. van den brig. Berckhoffer in 
de comp. van kap. Wolterus en Barbara Bouts van 
Venlo. 

I Oct 17 19 hebben hunne l*** geb. gehad Jan de 
Koek, j. m. van Maastricht, won. alhier en Beatrix 
van Fijck, wed. Josua Manswijck, geb. en won. te 
Kuilenburg. 

17 Dec. 17 19 hebben hunne i*** geb. gehad Arend 
Jacob van Wijnbergen in garnizoen alhier en Adriana 
van Lith de Jeude, wed. Vinceler, won. te TieL 

5 Maart 1720 hebben hunne l***geb. gehad Johannes 



Digitized by 



Google 



— iS 



van Becke, j. m. geb, te Bodegrave en Susanna Lemt, 
j. d geA te Londen, onlangs gewoond hebbende te Venlo, 
26 Maart 1720 hebben hunne i*** geb. gehad Jan Der- 
riksen j. m. serg« in *t reg. van den brig. Idsinga onder 
de comp. van de overste luitenant N. Fegelijn van 
Qaarbergen en Jacoba Rutten, wed. Steven Scholtz. 
Zij waren ondertrouwd te Meurs 20 dito. 

14 Juli 1720 hebben hunne i*** geb. gehad Johan van 
Beresteyn, vaandr. in 't reg, van Z. Kon. Hoogh. 
markgraaf Albert van Pruissen, j. m. geb. te Maastricht 
en Catharina Louisa de Shoort (?) j. d, geb, te Gulpen. 

21 Juli hebben hunne r** geb. gehad Frederik de 
Stembach, vaandr. in 't reg. van Z. Kon. Hoogh. mark- 
graaf Alberig van Brandenburg en Johanna Theresa de 
Ribaucourt, wed. Johannes Alberti Aurdaux, geb. te 
Arquinen. 

Ingeschreven door Dürk van Rheenen, koster 
en, schoolmeester. 

15 Dea 1720 hebben hunne i*** geb. gehad Gerardus 
Roe£Fa, j. m, geb. te Dordrecht en Maria Jammingh, 
j. d. geb. te Maastricht. 

5 Jan. 1721 hebben hunne I*** geb. gehad Sictus 
Alma, luit. in de comp. van den kap. Zitzama in 't reg. 
van den brig. Idzinga, j. m. geb. te Grroningen en Si- 
billa Borwater j. d. geb. te Venlo, 

25 Jan. 1722 hebben hunne l"** geb. gehad Johannes 
Ramack, wed. serg. in 't reg. van den brig. Idzama 
in de Comp. van den kap. Schellingh, geb. te Leeuwarden 
en Agnes Balie j. d. geb. te Meurs. 

2 Mei 1722 ondertrouwd Louis Larcher, kap. in *t 
reg. van den overste Hemert en majoor dezer stad 
en Catharina Louisa Sibilla Baghman beiden won. alhier. 

20 Oct 1722 getrouwd Willem Vos, kapitein des 
armes onder de comp. van den majoor van Hasselt 
in 't reg. van zijne excelL baron van Paland, gouver- 
neur dezer stad en Margaretha Danoys, j. d. geb, te 
Stokkum. 

15 Aug. 1723 hebben hunne i*** proclamatie gehad 
David Jatzquet Wood, commies van 's lands vrachten 
alhier en Anna van Atteveld, wed. Comelis van Aalst, 
won. alhier. 

24 Oct. 1723 hebben hunne V^ proclamatie gehad 
Johannes Gerardus de. Roket, vaandr. in 't reg. van 
den luit.-generaal baron van Pallandt en Maria Elisa- 
beth van Arentzma, j. d. alhier in garnizoen. Getrouwd 
te Sambeek 8 Nov. 

18 Nov. 1723 getrouwd Thomas Hendriks van der 
Mijll, kap. in *t reg. van den luit-gen, baron van 
Pallandt in de comp. van kap. Israël en Comelia Tielen, 
won. alhier, 

28 Nov. 1723 hebben hunne !■*• geb. gehad Hendrik 
Ruysch, j. m. geb. te Utrecht, vaandr. in 't reg. van 
den luit.-8ren. baron van Pallandt en Josepha Sara Hen- 
riette Heuft, j. d. geb. te Utrecht, won. te Reene. 



2 Juli 1724 getrouwd Johafi Hendrik Joncker, cvelt- 
scheer» in 't reg. van den kroonprins van Pruissenen 
Christina Delmot van Venlo. 

2 Juli 1724 hebben hunne i^ geb. gehad Laurens 
Hendrik van Steenbergh, j, m. van Amersfoort luit. 
in het reg, van den luit.-gen. baron van Pallandt, alhier 
in garnizoen en Maria Elisabeth Bachman, j, d, te Venlo. 
Getrouwd te Gulpen 30 dito. 

17 Sept. 1724 Isaac Lemonon, wed., luit en ingenieur 
in Statendienst alhier en Anna Catharina Goor wed. 
van Crahe (?) te Gulick, 

24 Dec. 1724 hebben hunne i*^ geb, gehad Nicolaas 
Elders, advocaat won. te Grave en Greertruida Maria 
Spee, j, d. won. te Roermond. Getrouwd 18 Jan, 1725. 

12 Aug. 1725 getrouwd Everhard Grreffe, j. m.geb. 
te Hattem, vaandr. in 't reg. van baron Harsolte tot 
Yrst en Elsabe Castrienz, j. d. te ZwoUe. 

25 Nov. 1725 hebben hunne i*^ geb. gehad Mat- 
thijs Pauw, kap. in 't reg. van den luit-gen. baron van 
Palland en Anna Constantia Lotten, j. d. geb. te Ypre. 

13 Oct 1725 getrouwd Johan Bonnet, vaandr. in 't 
reg. van den kolonel Smissaert en Anna Maria de 
Rooy, j. d, geb. te 's-Hertogenbosch. 

25 Mei 1727 getrouwd Willem Hendrik Bulh, chirur- 
gijn in 't reg. van den kolonel Smissaert in de comp. 
van kap. Vestrinck, geb. te Düsseldorf en Leonora 
van der Hoop, geb. te Nijkerk. 

4 Aug. 1727 getrouwd Hendrik Christiaan Senapius, 
j. m. geb. van Scleef (sic) en Johanna Lucius,j.d. alhier, 

31 Aug. 1727 hebben hunne i***proc. gehad Jocheln 
Jurgen van Nonnickf j. m. en freule Anna Josina van 
Hackfoert van Veenhuis, j. d. 

25 Aug. 1728 hebben hunne i*** proc. gehad Gerard 
van Lingen, kwartiermeester in 't reg. van den gene- 
raal-majoor van Ginkel onder de comp. van den overste 
Fargarson, in garnizoen te Rhenen en Christina van 
Vrekenhorst, j. d. van Rhenen. 

13 April 1729 getrouwd Peter JacobusCrouset,j.m. 
geb. te Maastricht en LouiseBuddings,j.d. alhier, geb» 
te 's-Gravenhage. 

26 Juni 1729 getrouwd Egbertus Antonius lenbus- 
sche, vaandr. in 't reg. van den graaf van der Lippe 
en Catharina Geertruida Bontenakel van Venlo. 

26 Sept 1729 geb. met attest van Groenlo, Johan 
Peter Albach, kadet in 't reg. van den graaf Schouw- 
burg-Lippe en Christina Geertruida Wijdenbroek, j. d. 
van Groenlo. 

13 Febr. 1730 getrouwd Gerrit Holland van Velsen, 
vaandr. in 't reg. van den baron van Leyten en Maria 
Isabella de Graaf, j. d. alhier. 

26 Febr. 1730 hebben hunne i*** geb. gehad Wy- 
brandus Elgersma, j. m. luit in 't reg. van den graaf 
van der Lippe en Alida Ribbius, j. d. won. te Grave. 

I Mei 1730 getrouwd Federik Hector de Chastillion, 



Digitized by VJiPOQlC 



— 19 — 



vaandr. in 't reg. van den kolonel baron van Leithen 
en Anna Greertrui de Thibauld. 

i8 Juni 1730 hebben hunne i*** proc. gehad na te 
zijn ondertrouwd te 's-Hertogenbosch, Johan Vereys, 
wed. Gesia Smits, luit in 't reg. van den kolonel baron 
van Leithen en Isabella Cloosters, wed. Pieter Mourik, 
won. te *s-Hertogenbosch. 

25 Tuni 1730 hebben hunne i*** proc. gehad Hendrik 
Christiaan Senapius, wed. Johanna Lucius Coopman en 
Wilhelmina Bordes, j, d. van Hoorn. 

3 Sept. 1730 getrouwd JohannesWolterus de Giraud, 
vaandr. in 't reg. van den kolonel de Gaddelliere en 
Ida de Haan, j. d. alhier. 

21 Jan. 1731 getrouwd Comelis Koun, vaandr. in 
't reg. van den overste Gaddellier j. nu en Comelia 
MarceUs, j. d. 

7 Jan. 1731 hebben hunne i*^ proc gehad Gaspar 
Anthonie Hardy, j. m. geb. te 's-Gravenhage, kapitein 
in 't reg. Schouwbourg-Lippe en Johanna Catharina 
Chion du Vergé, j. d. geb. te Breda. 

I Juli 173 1, hebben hunne i*** geb. gehad Hendrik 
Philip Diederiks, kap. in 't reg. van den kolonel baron 
van Leyten en commandant van het fort Crevecoeur 
en Maria Francoise van den Steen, won. te TieL 

Medegedeeld door AuG. SASSEN, 
te Helmond. 



Oedieht Keldernum (i). 

L Reynier Engelbertzn. Kelderman, geboren 16 Sept. 
1637, verdronk in Aug. 1678 bij Pannerden en werd be- 
graven te Emmerik, huwde 20 Februari 1661 met 
Jenetta Haijers, geboren 9 December 1628, overleden 
6 Nov. 1 668, dochter van Anthonis Haijers, keurvorstelijk 
muntmeester, schepen te Emmerik. Zij hadden vijf 
kinderen : 

1. Engelbert, geboren 14 Nov. 1661, overleden 16 
Nov. 1661. 

2. Anthony Engelbert, geboren 28 Aug. 1663, overleden 

I Juli 17 12 in den slag van Quienoy als kapitein 
van het regiment te voet van den Prins van 
Oranje. Hij was gehuwd met .... Schimmel- 
penningh (of Schimmelpenninck), doch was kin- 
derloos. 

3. Anna Barbara, geboren 6 Januari 1666. 

4. Engelbert, geboren 18 April 1667, die volgt n. 

5. Een zoon dood geboren 5 November 1668. 

Hij hertrouwde 10 Juni i67omet Agneta AnnaNeu- 
spitzer, wed. Decker, 'geb. 14 Febr. 1633. Zij hadden 
drie kinderen: 



(4) Van den geaehten tniender ontYingen wij eenige genealogiaeba 
fragmenten ontleend aan de archieven te Vianen, welke achtereen- 
Yolgeos zullen worden opgenomen. Red. 



6. Hesbera Susanna, geboren l Maart en overleden 

5 Juni 167 1. 

7. Johannes Reinerus, geboren te Dordrecht 6 Aug. 

1672, overleden 4 Mei 1743. 

Hij was predikant en gehuwd te Oud-Beyerland 
2 1 Aug. 1 704 met Anthonia B uys, overleden 1713 
en had een zoon: 

A. Reinier, geboren 4 Januari 1708, ongehuwd 
overleden 5 Jan. 1741. 

Hij hertrouwde te Utrecht 10 Aug. 17 16 met 
Anna van Beyma, overleden 13 Aug. 1744 en 
had vijf kinderen: 

B. Charlotta Amalia, geboren 12 Juli 17 17, gehuwd 
l^ met Comelis Ascanius van Sypestein en 2^ 
met Mr. Christiaan ChristoflfelBrender iBrandis. 

C Antonie Ulrig. 

D. Anna Jacoba. 

E. Gerarda Alexandrina. 

F. Johanna, geboren 6 0ct. 17 29, overleden 1731. 

8. Hermanus, geboren te Emmerik 20 Maart 1675, 
overleden 4 Januari 1745. Hij huwde eerst te 
Amsterdam 1703, Maria van Doorselaar, geboren 

6 Aug. 1678, overleden 24 Aug. 17 11 en had zes 
kinderen : 

A. Eene dochter, dood geboren 19 Febr. 1704. 

jR Abraham, geb. 30 April 1705. 

C Johannes Reinerus, geboren 31 Maart, overleden 

16 Juli 1706. 
/?. Joan Reinier, geboren 15 Aug. 1 707, overleden 3 

Mei 1708. 

E. Anna Maria, geboren 9 Maart 1709, gehuwd i^met 
Albertus van Westerhoff en 2® met Albertus 
Hansen. 

F. Antonia, geboren 24 Aug. 1711, overleden 7 Oct 1712. 

Hij trouwde 2^ Aug. 1716 met Comelia van 
Noordgouw, wed. van Hendrik Schurman. Zij 
overleed kinderloos 31 Dec. 1733. 
n. Engelbert, geboren 18 April 1667, overleden 27 
Juni 1728. Hij huwde 3 Juli 1795 Clara EUsabeth 
Berk, geboren Aug. 1666, dochter van Peter Berk, 
heemraad van Zevenaar, kinderloos overleden 
2 Mei 1696. 

Hij hertrouwde 4 Febr. 1697 met Geertruy van 
Litz, geboren te Bommel 17 Sept 1675, dochter 
van Willem van Litz, rentmeester te Bommel 
en Petronella Schay. Zij overleed 5 Mei 17 14* 
Uit hun huwelijk tien kinderen: 

1. Reinier, geboren 3 Jan. 1698, gehuwd te Amster- 

dam 4 Oct 1722 met Hendrica Wierman, overleden 
30 Juli 1756. Hij had vijf kinderen, allen jongge- 
storven. 

2. Willem, die volgt lll. 

3. Petronella, geboren 31 December 1700. Zij huwde 
met Johannes van Hauselt 



Digitized by 



Google 



— 20 — 



4- Jenetta Maria, geboren 26 Aug. 1703. 

5. Anthony, geboren 25 December 1 704, ongehuwd 
overleden, 

6. Johannes Hermanus, geboren 6 Maart 1707. Hij 
huwde te Dordrecht i Sept. 1735 met Fran<;ina 
Maria de Coningh, geboren 30 Oct, 1702. 

Zij hadden een kind, jong gestorven. 

7. Maria, geboren 10 Mei 1709. 

8. Anthony, geboren 7 Juni 171 1. 

9. Anthonia, geb. 5 Dec. 17 12. 

10. Agneta Helena, geboren 19 Febr. 17 17. 
ni. Willem, geboren te Emmerik 19 April 1699, 
huwde te Vianen 2 Juni 1728 Comelia Maria 
Royer, geb. te Amsterdam 14N0V. 1700, dochter 
van Coenraad Royer en Maria Magdalena van 
Nes. Zij hadden acht kinderen, allen geboren te 
Vianen. 
!• (jkertruida, geboren 15 Aug. 1730. Zij huwde 
te* Vianen 19 April 1750 Jan Hendrik van Dam. 

2. Engelbert Coenraad, geboren 2 Nov. 1731 en 
overleed aldaar 26 Nov. 173 1. 

3. Comelia Willemina Constantia, geboren 8 Mei en 
overleden 2 Juli 1734'. 

4* Engelbert, geb. 6 Juli 1735. Hij overleed te VGra- 
venhage 2 9 Febr. 1 804 en was gehuwd met Antonia 
Johanna Callenburg Baartmans. Zij hadden vier 
kinderen, allen gedoopt te Vianen: 
A. Comelie Marie, gedoopt 9 Oct. 1763. 
£. Willem, gedoopt 13 Aug. 1769. 

C. Johan Willem, gedoopt 26 Jan. 1772. 

D. Johanna Wilhelmina, gedoopt 2 Nov. 1773. 

5 Comelia Willemina Constantia, geboren 29 Jan. 
en overleden 12 Febr. 1737. 

6 Coenraad Willem, geboren 7 Juni 1738. Hij huwde 
met Johanna Gerardina de Mauregnault en had 
twee kinderen: 

A. Willemina Johaima Agnita, geboren te Vianen 
29 Nov. 1778. 

B. Willem Johan Peter, geboren te Vianen 31 
Maart 1780. 

7 Petronella Constantia, geboren 25 Dec. I740, ge- 
huwd met Johan Comelis de Cazenabe. 

8 Reinier, geboren 28 Juni 1739 overleden 24 of 28 
Dec. 1744. 

Rietstap beschrijft hun wapen als volgt: 

D'or a un bras, parede gueules, mouvant d'une nuée 
au canton senestre du chef, tenant une conpe d'argent, 
audessous d'une grappe de raisins au naturel, mouvant 
du chef. 

Deze beschrijving stemt met het mij gezonden wapen 
overeen, alleen is daar de beker niet zilver maar blauw, 
hetgeen mij veel waarschijnlijker voorkomt. 

Willem Kelderman, geboren te Emmerik, hiervoren 



genoemd was te Vianen, in 1731 gezworen klerk, in 
1732 provisioneel secretaris en^in 1738 secretaris bij 
den geregte der stede Vianen en bg de magistraat; 
deze betrekking bekleedde hij tot en met 1774. 



Vianen, 



J. H. J. Alers. 



De Goesche fSunllie Isebree, in betrekking tot het 
geslacht ran SantQn. 

In Kok, Vader L Woordenboek, D. XXVI, blz. 154— 
164, vindt men eenige gegevens over het geslacht 
van Saütijn, hetwelk zijnen naam ontleent aan een 
dorp onder het rechtsgebied van Valenciennes, welk 
gebied, eerst behoord hebbende aan de baronnen van 
Trith, later, bij erfenis, aan de Sautijn's is ten deel 
gevallen. In de laatste helft der 16^ eeuw kwamen 
enkele leden van dit geslacht uit de zuidelijke deelen 
der Nederlanden naar de noordelijke over. Uit Gilles 
Sautijn, die zich te Amsterdam vestigde, en aldaar 
in den echt trad met Jonkvrouw Petronella Wagt- 
mans, bij wie hij negen kinderen verwekte, stamden 
verscheidene leden af, die voorname betrekkingen be- 
kleed, en zich door huwelijken aan de aanzienlijkste 
geslachten verbonden hebben. Behalve deze tak, welke 
hoofdzakelijk in Holland zich uitbreidde, was er van 
die fémiilie ook een Zeeuwsche tak ontstaan uit Eliais 
Sautijn, die in October 1620 te Middelburg huwde 
met vrouwe Comelia Ritzaart, die o.a. de ouders 
waren van : 

L Jacob Sautijn, geboren 24 April 1625 te Middel- 
burg, trad 4 Augustus 1647 aldaar in den echt met 
vrouwe Ursula Hazel, uit welk huwelijk te Middel- 
burg vier kinderen geboren werden, n.L : 

i^ Jacob Sautijn, geboren i Oct. 1648, die volgt II. 

2^ Johan Sautijn, geboren I3 Oct. 1650, die volgt Hbis, 

3^ Elias Sautijn, geboren 21 December 1652, trouwde 
14 Maart 1676 met Catharina de Mey, en had 
behalve andere vroeg gestorven kinderen, eene 
dochter : 

A. Catharina Ursula Sautijn, geboren 17 October 
1682, trouwde 26 September 1706 te Mid- 
delburg met David van Visvliet, medic. doet', 
alsmede schepen en raad der stad Middelburg. 

4^. Maria Sautijn, geboren 28 Februari 1655, trouwt 
met Johan Lispencier. 

IL Jacob Sautijn, geboren i October 1648, heeft zich 
met zijn broeder Johan, beiden van aardsche goederen 
ruim bedeeld en met een Wakenden ijver voor het welzijn 
des vaderlands bezield, door hunne uitstekende dien- 
sten aan land en volk bewezen, bijzonder vermaard 
gemaakt. Hunne schatten wagende om de vijanden 
van onzen Staat alle mogelijke afbreuk toe te brengen, 



Digitized by 



Google 



— 21 — 



hebben zij in eten oorlog met Frankrijk, van téSg— 
1697 » en in den Spaanschen successie-oorlogs van 
1702 — 17 13, daarvan de treffendste blaken gegeven. 
Trouwens» voor eigen rekening brachten zij niet min- 
der dan 36 commissievaarders of kaperschepen, van 
1206 stukken geschut en 8520 manschappen voorzien, 
in zee, welke opoffering hun 31,1 ii.ooo gulden kostte. 
Deze vaartuigpen, welke de gewone vlag van den Staat 
voerden en tot een bijzonder kenmerk met het familie- 
wapen (i) der eigenaars versierd waren, hebben, ge- 
durende de gemelde oorlogen, in meer dan 500 kruis- 
tochten ten dienste des lands^ aan Frankrijk een ver- 
lies van ruim 80 schepen toegebracht. Manmoedig 
werd in 1691 eene rijk beladene Nederlandsche vloot, 
van Sm)rraa huiswaarts keerende, door deze com- 
missievaarders uit 's. vijands roofzieke handen verlost. 
Ook hadden zij een werkelijk aandeel in de luisterrijke 
overwinning» ten jare 1692 door de vereenigde Ne- 
derlandsche en Engelsche vloten op die der Franschen 
behaald. Behalve nog zoo vele andere diensten in het 
redden van onze koopvaardijschepen en het bescher- 
men der Groenlandsvaarders bewezen, had men ook 
de verovering van de Spaansche Zilvervloot in 1702 
grootendeels aan himne onderneming te danken. Zoo 
zagfen deze recht vaderlandslievende gebroeders hunne 
pogingen met eenen gewenschten uitslag bekroond, 
en plukten zij welverdiende vruchten van hunne veel- 
gewaagde en kostbare uitrustingen, zoodat beide aan- 
nenlgke Zeeuwen den eerenaam van verdienstelijke 
Nederlanders overwaardig zijm Jacob Sautijn huwde 
19 December 1674 Aplonia Cortgenet en had bij haar 
oa. een zoon, Abraham, die volgt in. 

m. Abraham Sautijn, trouwt 17 Aug. 1706 met 
Vrouwtje Elias^ dochter van Mr. Jacob Elias, raad 
der stad Amsterdam en bewindhebber der O. I. Comp, 
ter kamer van Amsterdam, uit welken echt o.a. twee 
dochters geboren werden, n. 1. 

i^ Aplonia Elisabeth Sautijn, geboren te Amster- 
dam 20 Augustus 1709, trouwt 20 April 1734 
met Louis Schovel, sinds 1733 eerste klerk ter 
grifiBe van de admiraliteit in Zeeland ; alsmede 
schepen-commissaris van stad en ambacht van 
Axel, en sedert 1739 gfriffier van het gemeene 
landsrecht, uit welk huwelijk te Middelburg 
geboren zijn: 

A. Catharina Vrouwtje Schovel, geboren 2 7 Sep- 
tember 1738, trouwt met Johan de Smidt, com- 
mies van 'slands magazijnen, Ucentmeester, enz. 
te Axel, in 1792 aldaar overleden. 

Te dier stede werden uit hen geboren: 



(i) Het wapen der familie Sautijn is in rood drie ziheren ruiten, 
geplaatst 2 en 1, in het midden een gouden wassenaar. Helmeeken: 
een vlocht volgens het schild. 



a. Hendrik Louis Schovel, geb. 20 Nov. 1757. 
è. Catharina ApoUonia Schovel, geb, 7 Nov. 1759. 

c. Johan Jacob Schovel, geb. 27 Mei 1761. 

d. Catharina ApoUonia Schovel. ged. 6 Juli 1 763. 

e. Maria Catharina ApoUonia Schovel, gedoopt 
5 Januari 1768. Getuige: Maria Schaak, 
weduwe Amoud SchoveL Zij huwde met 
Abraham Hubert van Wijn, kapitein, groot- 
majoor der stad Axel, uit welken echt te 
Axel geboren werden : 

aa. Abraham Hendrik Sautijn van Wijn, ge- 
doopt 10 Juni 1788. Gretuige: H. van Wijn. 
oud-pensionaris van Gouda. 
ö6, Catharina Vrouwtje van Wijn, gedoopt 
II Juli 1789. 
ƒ. Susanna Jacoba Vrouwtje Schovel, gedoopt 

13 JuU 1766. 
£". Hendrik Louis Schovel, gedoopt 1 1 Nov. 1767. 

A. Elisabeth Vrouwtje Schovel, gedoopt 16 Nov. 
1768. 

t. Jacob Comelis Sautijn Schovel, gedoopt 27 

Sept. 1772. 
k. Johan Sautijn Schovel, gedoopt 2 Aug. 1777. 

B. Jacob EUas Schovel, geboren 6 April 1745, 
gfrifBer der stad en het ambacht van Axel, 
was gehuwd met Maria Jacoba van Brussel, 
uit welken echt te Axel geboren werden : 

a. Rutteria PietemeUa Schovel, geb. 12 Mei 1779. 
6. Anna Maria jacoba Schovel, geb. zS Febr. 
1781. 

c. Comelis Baas Schovel, geb. 7 JuH 1784. Get. 
Comelis Baas te Middelburg. 

d. David Schovel, geb. 4 Juli 1786. Get. d'. David 
van Visvüet, burgemeester van Middelburg. 

€. Susanna Huberdina Vrouwtje Schovel, geb. 
25 Dec. 1787. 
2^ Hüdegonda Sautijn, geboren te Middelburg 5 

Maart 1720, zonder nakomelingen overleden. 
uits. Johan Sautijn, geboren 13 October 1650, huwde 
te Middelburg 30 Maart 1677 met Catharina Snouck, 
uit welk huwelijk zes kinderen, allen te Middelburg 
geboren : 

lO. Daniël Sautijn^ geboren 2 October 1679, trouwt te 
Kapelle in Zuid-Beveland 27 Juli 1700 (ondertr. 
21 Juni te Goes) met Catharina Isebree, dochter 
van Johan Isebree, schepen en raad van Gt>es, 
en van Susanna &naUegange, die 22 Nov. 1673 
te Goes gehuwd waren. Laatstgenoemde werd 
te Goes geboren (ged. 30 Sept. 1640), uit Adriaan 
Comelisse Smallegange en Sara Huybrechts, die 
als j. d. 12 Dec. 1621 te Goes in den echt traden. 
Hij was stadhouder van Hulster-Ambacht, 
van 30 Aug. 1721 — 20 Juni 1723, en had .0. a. 
een zoon: Mr. Jan Sautijn, geboren te Middelburg 



Digitized by 



Google 



— 12 

5 Oct 1702, trouwt I Dea 1739, als j. m. van 
Middelburg en wonende te Groes, met Anthonia 
Marinusse, geboren en wonende te Veere» sinds 
28 Febn 1738 weduwe van ds* Comelis Petz, 
Deze was predikant geweest te Krabbendijke 
sedert 26 Aug. 1714, doch 8 Sept 1734 verroepen 
naar Kattendijke, zonder dit beroep të* hebben 
kirnnen opvolgen, wegens weigering van ontslag 
door ambachtsheeren. Zij bracht uit haar huwe- 
lijk met voorn. ds. Petz, eene voordochter mede, 
die later trouwde met den heer Ie Jeune, doch 
zij had bij Mr. Jan Sautijn geene kinderen. 
2^. Maria Sautijn, geboren i Juni 1682, trouwt als j. d. 
van Middelburg, aldaar 23 Dec. 1700 (ondertr. te 
Groesy 8 Nov.) met Grerard Isebree, j. m. van 
Goes (zoon van Johan Isebree en van Susanna 
SmaUegange, zoo even vermeld). Hij werd 8 Juni 
1720 raad der stad Goes, en 19 Oct 1722 secre- 
taris der Provinciale rekenkamer van Zeeland, 
en is in 1725 reeds overleden (begfraven te Goes 
18 Juni). Uit hun huwelijk werden te Goes geboren : 
A. Een kind, vroeg overleden, en 28 Sept 1702 

begraven, 
jff. Susanna Catharina Isebree, ged. 25 Octl702, 

get Johan Sautijn en Sus*. SmaUegange. 
C Jan Isebree, ged. 29 Janunri 1704, get Catha- 
rina Snouck en Mr. Adriaan Isebree. 
Z>. Catharina Isebree, ged. ll Maart 1705, get 

Daniél Sautijn enCath^ Ursula Sautijn. 
K Susanna Isebree, ged. lo Maart 1706, get 

Dina SmaUegange. 
K Johan Isebree, ged. i Juli 1708, get Johan 
Sautijn en Cath^ Isebree, vr. van Daniël Sautijn. 
G. Catharina Jacoba Isebree, ged. 28 Juli 1709, 
get Daniël Sautijn, heer van Nieuwland, en 
vr. Cath*. Isebree. 
If. Mr. Johan Isebree, geboren 10 Juni 1 715, werd 
20 Febr. 1741 raad der stad Goes en 24 Juni 
1767 Burgemeester aldaar, overlijdende te dier 
plaats 25/26 Juü 1778 en werd in de Nederkerk 
aldaar begraven.Hij trouwt te Goes 2 1 Mei 1 743 
met Catharina Elisabeth van Roseveldt, doch- 
ter van Mr. Johan WiUem van Koseveldt, 
die als raad en pensionaris van Goes, 10 
Januari 1746 gecommitteerde raad van Zee- 
land werdf en den 9 April 1791 overleden is. 
/. Maria Catharina Isebree, ged. 9 Juni 17 17. 
üT. Susanna Catharina Isebree, gfed. 29Dec 17 18. 
L. Adriaan Isebree, ged. 27 Maart 1720. Deze 
werd, als medic. doet 24 Juni 1759 raad der 
stad Goes en overl. 20 Oct 1766 te dier 
plaatse. 
3^ Catharina Ursula Sautijn, geboren 9 September 
1683, trouwt als j. d. van Middelburg aldaar 23 Dec. 



1700 (ondertr. te Goes 8 Nov.) met Mr. Adriaan 
Isebree, j.m. van Goes, zoon van Johan Isebree 
en van Susanna SmaUegange, zooeven vermeld. 
Hij werd 8 Juni 1720 raad der stad Goes, was 
pensionaris honorair aldaar 1731 — 1 747, . werd 
burgemeester van Goes 20 Mei 1730, en is 30 
Nov. 1750 te dier plaatse overleden. 

Uit hun echt werden te Goes geboren: 
A. Een kind, vroeg overL en 28 Sept 170* begfr. 
J5. Johan Isebree, ged. 2 April 1704, get Johan 
Sautijn en Susanna SmaUegangpe. 

C. Catharina Susanna Isebree, ged. 22 JuU 1705, 
get. Johan Sautijn en Catharina Snouck. 

D. Catharina Maria Isebree, ged. 15 Oct. 17069 
get. Maria Sautijn en Daniél Sautijn. 

E. Daniél Isebree, geéi 21 Juli 1709, get Daniél 
Sautijn en vr. Cath*. Isebree. 

F. Johanna Susanna Isebree, ged. 21 JuU 1709, 
get G^rard Isebree en Johanna Jacoba Sautijn. 

G. Johan Isebree, ged. 10 Mei 1715. 

ff. Catharina Maria Isebree, ged. 24 Mei 1724, 
get Johan Sautijn, trouwt 7 October 17Ö4 
als j. d. van Groes, met Jan Comelis van Hoorn, 
j. m. van VUssingen, raad der stad Vlissingen. 
Hij werd 7 JuU 1763 tot raad aldaar benoemd, 
en 23 Juni 1763 tot secretaris van 's lands 
vierschaar. 
4^ Johanna Jacoba Sautijn, ongehuwd overleden. 
5<>. Johan Sautijn, geboren 27 November 1694, begaf 
zich naar O. I. • en bekleedde aldaar zeer aan- 
zienlijke posten, als zijnde geweest fiscaal van 
Samarang; opperhoofd van Soerabaja en Bantam ; 
raad van Justitie te Batavia; naderhand gouver- 
neur van Madagascar en eindelijk raad-fiscaal 
van Indié. Bij vrouwe Adriana Johanna Dubbel- 
decop, met wie hij te Batavia in den echt trad, 
verwekte hij twee dochters: 
A. Maria Jacoba Sautijn, trouwt i^ metMachiel 
Westpalen, bij wien zij geene kinders had, 
en 2** met Jan Hendrik Covitsen, die bij haar 
een zoon en een dochter had. 
£. Elisabeth Catharina Sautijn, geb. te Batavia 
14 Oct 1726 en overl, te Delft 23 Maart 1783, 
trouwt 27 Nov. 1740 te Batavia met Mr. Frans 
van Beeftingh, geb. te Rotterdam 27 Mei 
17 13 uit Schalckius van Beeftingh en diens 
2** echtgen. Maria van der Dussen. Zij keer- 
den met hunne twee toen in, leven zijnde 
dochters in 1750 naar het vaderland terug 
en vestigden zich te Delft, waar hij, na in de 
vroedschap en tot weesmeester te zijn be- 
noemd, vervolgens schepen dier stad werd, 
en 23 Januari 1796 aldaar overleden is. Uit 
hunnen echt werden te Batavia geboren: 



Digitized by 



Google 



— 23 — 



a. Schalckius Willem van Beeftingh, geb. 23 
Juli 1742, stierf jong. 

d. Maria Adriana van Beeftingh, geb. 4 Nov, 
1744, tr. te Delft 27 Nov. 1770 met Mr. 
Pieter Beelaerts van Blokland/ schepen 
en raad, alsmede commies-stapelier te 
Dordrecht 

c. Elisabeth van Beeftingh, geboren 10 Novem- 
ber 1749, trouwt te Delft 17 Januari 1769 
met Walraven Robbert baron van Heec- 
keren van Brandsenburgh, ritmeester van 
de cavallerie. 
6^, Susanna Sautqn» geboren 16 Augustus 1698» die 
trouwt met Carel Hendrik Spiering, zij vestigden 
zich in W. Indié. 



Wolfaart5dif% 



J. VAN DER Baan. 



Ordonnantie op het plutien tbh Wapens in de Groota 
of 8t JaeobB Kerk in 'B-Onrenhaga 

In den tweeden jaarg^ang van het tijdschrift de 
Nederlandsche Heraut leverde Mr. W. J. baron 
d'Ablaing van Giessenburg een bijdrage over 
Wapenborden in de St Jacobs* of Groote kerk te 
's-Gravenhage^ tusschen de jaren 17 S9 ^^ ^7^^ opge* 
hangen^ daarvoor als bron gebruikende een hand- 
schrift van den koster Mr. Grodefndus Mol, bevattende 
een register der opgehangen wapens tusschen die jaren 
met vele wetenswaardige bijzonderheden. Het ver- 
wondert ons echter, dat de verdienstelijke en geleerde 
schrijver met geen enkel woord melding maakt van 
de ordonnantie, die omtrent het plaatsen der wapen- 
borden in 1739 bij Comelis van Zanten, Ordinaris 
Stads en Kleinzegel-Drukker op 't Spui, in druk ver- 
scheen. Dit werkje, 4^ in negen pagina's druk ver- 
spreidt toch veel licht over de kosten, die bij het 
plaatsen der wapens gemaakt moesten worden. Daar 
de ordonnantie zeer zeldzaam voorkomt, meenen wij 
goed te doen haar in zijn geheel volgens het 
exemplaar in het Grenealogisch Heraldisch archief 
aanwezig alhier over te nemen (1). 

De Magistraat van VGhravenhage op het te kennen 
geeven van Kerckmeesteren van de Ghroote ofte St. 
Jacobs Kerck alhier in 's (xravenhage geconsidereert 
hebbende dat van l3rt tot tyt grooter Waapens in 
deselve Kerk worden geplaast, als voor heenen, ende 
dat na proportie van deselve groote niet word betaalt 



(i) Het leklxMm boekje was op de Genealoisiscb-Heraldiache 
teDloonstelling in i880 gehouden, aanweiig. Een bewiis te meer 
dat men niet geaoegiMm op de hoogte is, of liever niet alles bestu- 
deerd wat op zaken betrekking beeft, waarvan men schrijft. 



gelyk als in andere steeden is gestatueert, waar door 
de Kerck groot naadeel komt te lyden, heeft goed- 
gevonden ende geordonneert, gelijk goedgevonden ende 
geordonneert werd mits deesen dat van nu voortaan 
voor het Recht van de Kerk op de Waapens sal betaalt 
worden, soo als hier onder op de hooghte en breete 
van yder Waapen staat gespecificeert 



Dat betaalt sal werden voor het Kerk regt van 
ieder Wapen met een kas groot of klein, met of zonder 
Colommen frontespiets of snjrwerk onder of boven, 
ieder voet in 't vierkant te rekenen tot agt en veertig 
stuivers, de duimen na even gelykheid, te meetenvan 
de uytterste hoogten tot de U3rtterste laagte met de 
U3rtterste breeten in 't vierkant gerekent en dat met 
de Delflantse voetmaat, zulks voor een Wapen met 
de kas breet vier voet en hoog v)rf voet, gelyk ook 
voor de mindere Wap^is de somma van . • 48-0-0 

en so na vervolgens als ieder Wapen met de kas 
en Cieraden vierkante voeten meerder komt te be- 
dragen. 

IL 

Dat meede voor ieder Standaar« die geplaast zal 
werden in of op deze bovengenoemde Wapens, daar 
onder begrepen de Wapenrock, Heimet, Handschoenen 
en spooren zal móeten betaalt werden de somma 
van 18-0-0 

m. 

Dat nogtans behalven het bovengemelde afzonder- 
lyk voor ieder quartier het geen op Ruyten of in 
Wapenkassen zal geplaast werden, zal moeten betaalt 
werden boven het voorgemelde Kerk regt op de 
Wapens zelfs de somma van 2-0-0 

Volgt het arbeydsloon tot het ophangen 
VAN DE Wapens. 



Voor een Ruyt zonder kas de gantsche Kerk en 
Choor door zal moeten betaalt worden de somma 
3-0-0 



van 



n. 



Voor een Rouwkas, dewelke zonder de back de 
grantsche Kerck en Choor door kan opgehangen wor- 
den, bedragende minder dan vyftig voeten . . 8-0-0 



ra. 

Vijftig voeten tot hondert voeten . 

IV. 
Hondert tot twee hondert voeten . 



12-0-0 



15-0-0 



Digitized by 



Google 



— 24 — 



Boven de twee hondert voeten 18-0-0 

VI. 
Voor een Standaar en Heimet nog daarenboven i i-o-o 

vn. 

Voor een Rouwkas, dewelke met de back moet 
opgehangen werden in de Kerk tot tegen de span- 
nagie van het dack of boven in het Choor beneden 
de vyftig voeten bed«'agende de somma van . 12-0-0 

vm. 

Vijftig tot hondert voeten 15-0-0 

rx. 

Hondert tot twee hondert voeten .... 18-0-0 

X. 
Boven de twee hondert voeten 21-0-0 

XI. 

Voor een Standaar en Heimet nog daar en 
boven 2-0-0 

Volgt het verhangen van de Wapens. 

I. 

Dat voor het verhangen van een Rouwkas de 
gantsche Kerk en Choor door, dewelke zonder de 
Back kan opgehangen werden, met Lyfrock, Heimet, 
en Standaar zal moeten betaalt werden . . . 5-0-0 

II. 

Voor een Rouwkas zonder lyfrock, Standaar of 
heimet * 4-0-0 

HL 
Voor een Ruyt zonder kas ...... i-io-o 



IV. 



Voor een groote Rouwkas met lyfrock, heimet 
en Standaar, dewelke met de back moet opgehangpen 
werden 6-0-0 



Zonder lyfrock Heimet en Standaar . . . 5-0-0 

VL 
Voor een Ru3rt 2-0-0 

vn. 

Den timmerman zy verdagt geen kasse of Wapens 
op te hangen, ten zy dezelven door hem exactelyk 
wegens de hoogten en breeten, de ornamenten daar 
onder begrepen te meten, en te examineeren of ac- 
corderen met de Keuren en Ordonnantien van St. 
Josephs Grilde, en aan de Coster daar af Memorie te g^ 
ven, ten eynde de Regten daar van te kunnen ont- 
fangen. 

VIIL 

Deeken en Hooftluyden van het gemelde Gilde 
zullen zorg dragen, ten eynde volgens de GUde-brief 
preciselijk het hout tot 'de kasse van de Wapens zal 
werden genomen van Wagenschot, zonder eenig 
ander hout aan de voorsz. kasse te mogen gebruiken 
op poene, als in de voorsz. Gilde-brief, en zal hier 
van aan het Gilde van Schrynwerkers Copie gegeven 
worden, ten eynde zig daar na te reguleren. 

Aldus gedaan en gearresteert ter vergaade^ 
ringe van de Eed: Aghtb. Heeren Schout 
Burgemeesteren en Schepenen van V Gra* 
venhage op huyden den 2j Aprü lyjp. 

My Present: Secretarts 

MICH. TEN HOVE. 



Digitized by V:iOOQIC 



2$ — 



9. 



BoekbeoordeeliBgen en tankondlgliigeiL 

Sveriges Ridder skaps och Adels-Vapmhok, utgifven 
af Carl Arvid KlingspoR, Riks-heraldiker. Stock- 
holm, 1887. 

In Zweden schijnt veel liefhebberij voor de wapen- 
kunde te bestaan» want het aan het hoofd dezer 
regelen vermelde werk, een wapenboek van Zwedens 
ridderschap en adel, is niet het eerste, maar heeft sedert 
twee eeuwen voorgangers gehad. Reeds in 16 16 ver- 
scheen er een te Stockholm en in 1637 volgde er een 
ander op, beide met houtsneden en, volgens het gebruik 
van dien tqd, met Latijnschen tekst In 1650 kwam 
er een uit met den tekst in de landstaal en de wapens 
in kopergravure. Men zegt echter, dat die verzamelingen 
zeer onvolledig waren, en in ieder geval werden zq 
zeldzaam, zoodat C L. von Schantz in 1734 wederom 
een wapenboek van den Zweedschen adel in het licht 
zond. Maar er heerschte een ongelukkig gesternte 
over al die verzamelingen, want in de meeste waren 
de wapens fautief en bij Schantz onder anderen in dier 
mate, dat D. G. Cedercrona zich in 1745 geroepen 
gevoelde om van diens werk een nieuwen en verbe- 
terden druk uit te geven, die 1900 wapens bevatte. 

Ook voor de r^ks-, provinciale en stedelijke wapens, 
die elders zoo verwaarloosd werden, bestond in Zweden 
belangstelling. Het rijkswapen (de drie kroonen) gaf 
aanleiding tot een aantal verhandelingen, waarvan eene 
uit het jaar 1612, door zekeren Joh. Messenius, de eerste 
schijnt geweest te zijn, terwijl er van de latere eene, 
in 1678 te Stockholm gedrukt, op koninklijk bevel 
geschreven was door Joh. Scheffer, waarschijnlijk wel 
een professor. 

In verschillende werken werden de wapens van pro- 
vinciën en steden in meerdere of mindere hoeveelheid 
afgebeeld en thans komt er een werk uit (of misschien 
is het reeds voltooid), dat in firaaien kleurendruk die 
wapens volledig mededeelt. Ook op den omslag van 
het thans aangekondigde Vapenhok ziet men de wapens 
der Zweedsche provinciën, doch ongelukkigerwijze 
heeft de heer Klingspor er de namen niet bijgezet 

Het straks genoemde wapenboek van Cedercrona 
(dat natuurlijk met elk jaar onvollediger werd) bleef 
zijne heerschappij handhaven totdat er ruim 25 jaren 
geleden een nieuw Zweedsch wapenboek begon te ver- 
schijnen, samengesteld door baron A. W. Stjemstedt, 
die zich op den titel «Riks-Heraldicus» noemt Het 
is in niet zeer fraaie kleurendruk uitgevoerd, maar wat 
nog erger is, het schijnt niet voltooid te zijn, althans 
ons exemplaar (hoewel ingeteekend, zoodat men gere- 
geld de vervolgen moest verwachten) is sedert lang 
big ven steken bij de familie Aminoff^ die in 161 8 in 
den adel opgenomen en in 1650 in het Ridderhuis 
binnengeleid werd. Al de na dien tijd bijgekomené 
greslachten ontbreken dus. 



Voor degenen, die studie maken van de wapens 
der Noordsche rijken, is het dus een genoegen, dat 
de heer Klingspor, die thans het ambt van rgks-heral- 
dicus bekleedt, het afgebroken werk opvat. Hij heeft 
dit echter niet gedaan door de verzanleling te vervol- 
gen waar de heer Stjemstedt die gelaten had, maar 
hij is weder van meet af begonnen. In plaats van den 
kleurendruk, die bij het vorige werk onbevredigende 
uitkomsten had gegeven, heeft hij de lithographie of 
de zincographie gekozen; wij kunnen het niet wèl 
onderscheiden, maar voor houtsnede gaat het zeer 
groot folio-formaat te ver buiten de grenzen. 

Door dat formaat heeft hij van de grafelijke en vrij- 
heerlijke fsmiiliën 20 wapens op elk blad kunnen brengen, 
en van de gewone adellijke (die minder omslachtig 
zijn en zelden schildhouders hebben) een getal van 30. 
Waren de wapens grooter genomen, dan zou het 
werk waarschijnlijk te lijvig zijn geworden, doch aan 
den anderen kant is het jammer, dat dit het geval niet 
heeft kunnen zijn, want de Zweedsche wapens, vooral 
die der graven en baronnen, zijn zoo ipgewikkeld en 
met figfuren overlad^, dat men soms moeite heeft 
te onderscheiden wat er voorgesteld is. 

Over het geheel kan de Zweedsche heraldiek niet 
als een model ter navolging aangeprezen worden. Die 
schoone oude wapens, die uit slechts weinige figuren 
of schildverdeelingen bestaan, vindt men er bijna niet 
onder, overlading met kwartieren en helmteekens is 
zeer gewoon, zonderlinge figuren of combi^atiön van 
figuren zijn niet zeldzaam. De soort van figuren in 
vele wapens is zeer weinig heraldiek, bommen, granateq, 
snaphanen, pistolen, schansen, losbrandende geweren 
en kanonnen ontmoet men elk oogenblik. Een wapen 
heeft zelfs tot éénige figuur den «haan» van een geweer 
(natuurlijk van vóór den tijd der Zündoadels, Chatsse- 
pots en Beaumonts). Die wapens hebben iets irritee- 
rends, want men gevoelt, dat men ze niet beschrijven 
kan dan op de omslachtigste wijze en dat het dan 
nog verre van helder zal zijn. De helmteekens wemelen 
voor de oogen van al de vierkante banieren met en 
zonder fraiye, driehoekige pennons, gespjeten wimpels, 
pieken, geweren, zwaarden. 

In overtalrijke gevallen is bij de adelsverheffing de 
oude familienaam verwisseld met een nieuwen, die 
met de woorden Ehr-, Hjeln-, Gyllen-, Palm-, Ankar-, 
Crona-, Ceder-, Stjem- enz. samengesteld is. Het zou 
wenschelijk zijn geweest , dat de heer Klingspor 
tusschen haakjes die vroegere namen er bij vermeld 
had, zooals geschied is in het cLexicon over adelige 
Familier i Danmarkji 

Daarentegen heeft hij zeer nauwkeurig bij de ver- 
heffingen enz., buiten het jaartal ook de maand en 
den datum genoemd, terwijl Stjemstedt alleen het jaar 
had opgegeven. 



Digitized by 



Google 



r 



— 26 — 



Het werk is thans gevorderd tot plaat 84. Het 
bevat 147 wapens van graven, 408 van baronnon en 
810 van gewone edellieden* Het laatste wapen is dat 
van von SaUern^ geadeld 16 Juli 1719, zoodat men 
nog- de verheffingen^ erkenningen en inlijvingen gedur* 
rende 169 jaren te wachten heeft* Indien zq in dat 
tijdperk even talrijk zijn geweest als in het voorafgegane^ 
zal dit wapenboek tot minstens ^et dubbele van het- 
geen nu reeds gelev^d is» uitdqen. 

J. B. Rietstap. 

Geldetsche Volksalmanak voor het jaar 1 888, hoofd- 
redacteur J. C W. QüACK. Arnhem, Grouda Quint 

In dit jaar ziet reeds de 54**' jaargang van de Gel- 
dersche Volksalmanak het licht, wel een bewijs dat 
dit jaarboekje steeds met ingenomenheid wordt begroet. 

De inhoud is behalve het voorwerk verdeeld in drie 
afdeelingen: Geldersche gesliacht- en oudheidkunde, 
Greldersche geschiedenis en letterkunde, Greldersche 
spreekwijzen, zeden, gewoonten en gebruiken. 

In de eerste afdeeling vinden wij eenige bladzijden 
uit het register op de leeneh van het Furstendom 
Gelre en van de Graafechap Zutphen medegedeeld door 
A, baron Schimmelpenninck van der Öye, terwijl de 
heer H. M. Wemer de geschiedenis van het kasteel de 
Mussenberg behandelt, waarin de beoefenaar van genea- 
logie belangrijke aanteekeningen omtrent de geslachten, 
die dit slot in bezit gehad Jiebben, vindt, zooals vctn 
Lynden, van Brienen, Neukirchen genaamd Nij venheim en 
van Lennep. In het tweede gedeelte komen een twee- 
tal historische bijdragen voor, nl. een uitgebreide ge- 
schiedenis van de heerlijkheid Op Heusden van de 
oudste tijden tot op heden, door Jac. Anspach, en een 
drama te Tiel op 9 Mei 1761, behelzende het verhaal 
van den moord van Diederik Louis baron van Brakell 
tot den Brakell,» door diens schoonzoon Isa&ck Steven 
van Delen door Mr. J. W. Staats Evers. Belangrijk 
voor het duivelengeloof in de 1 7e eeuw is de bijdrage 
van Mr. W. van de Poll, Satan als rechter bij trouw- 
beloften, opgenomen in de derde afdeeling. Overigens 
vinden wij in dezen jaargang eenige gedichtjes en belletrie 
van H. M. Wemer, Melati van Java, M. L. Quack, 
R F. C. Steinmetz. Jacob Vis Pz., J. C. W. Quack 
en H. J. Krebbers. Twee plaatjes versieren de uitgave 
als het ambtmanshuis te Tiel, de plaats waar het drama 
van 1761 is voorgevallen, en een afbeeling van het 
kasteel de Mussenberg, zooals het zich in het jaar 1626 
voordeed. 

Friesche Volksalmanak voor het schrikkeljaar i8&ö, 
Leeuwarden, A. Meyer, firma Kuypers ea J. C. Wester. 

De jaargang (888 van de Friesche Volksalmanak 
bevat evenals vorige^ jaren weder vee} belangrijks op 
het gebied van de Friesche geschiedei>is en. oudheid**^ 
kunde. 



Dr. W. .Pl#jt9< «ckfMf «en a^nik^ vaateen plaatje 
vergezeld, over sch43delvereering \ va Friesland, naar 
aanleiding van de vondst van een tot drinknap bereiden 
menschenschedel in een terp te Zwaard. Mr. A. J. 
Andreae zet zijn studie over het geslacht van Buma 
in dezen jaargang voort en geeft daarin o. m. een 
lutvoerige levensbeschrijving van d^nFrieschen water* 
geus Johan van Bonga. 

G. H. van Borsum Waalkes geeft de geschiedenis 
van het gezelsch^ «Con^anter» te Leeuwarden in de 
vorige eeuw; D« Cannegieter . behandelt de Cammingha 
state te Ferwerd, van welk adellqk slot een afbeelding 
de uitgave siert Ook vinden wg in dezen jaargang 
het vervolg en slot van des heeren S. Koopmans studie 
over de Leeuwarder Courant. Verder eeq verhandeling 
over Frieslands Volkstellingen der i8' eeuw, door 
P. J. D. van Slooten. Een beschrijving der laatste 
levensjaren van Sicco van Goslinga, door Dr. G. Slot- 
houwer. De heer J. van Loon Jr, behandelt nog eens 
het vraagpunt van de bakermat van Groote Pier; Heerke 
Wenning levert een artikel over het Popta- wapen op 
Heringa-State te Marssum en op den Poptaschotel. 

Voorts vinden wq - nog bijdragen der HH. T. G. 
van der Meulen» F. Buitenrust Hettema, J. F. v. W. 
Rengers, W. Dijkstra. Dr. W. K. J. Schoor^ enz. 

Nüuwe Drentschê Volksalmanak^ 1888» onder redactie 
van Dr. H. Hartogh Heys van Zoütbveen. Assen 
van Gorcum en G>mp. 1887. 

Met genoegen maakten wij kennis met den zesden 
jaargang van den Nieuwen Drentschen Volksalmanak, 
welke vele belangrijke bijdragen bevat op het gebied 
van de geschiedenis en oudheidkunde der provincie 
Drenthe, ingezeten door de HH. D' H Jlartogh Heys van 
Zouteveen, Mr. J. Wilmsonn Kymmell» Mr. Menno 
O. Gratam^ Mr« W. L. van den Biesheuvel Schiffer, G. R. 
W. Kymmell, J. Jeuring/ Dr. P. ILRoessingh.Jhr. Mr. 
R. O. van Hdthe tot Echten, C. Ph. Ebbinge Wubben, 
M. A. D. Jolles, enz. Zij bevatten zoowel onderwerpen 
uit den tijd der oudste bewoners^ der Germanen en 
Romeinen (Hunebedden, de Valtherbrug enz.) uit de 
Middeleeuwen (opvolging der dienstmanaen, burggraven 
en heeren van Coevorden tot 1395, ordelen van den 
etstoel in de 16* eeuw) als uit lateren tijd.. Wij vinden 
er een beschrijving van de kerk te Vries met fraaie 
afbeelding en een van de kerk te Emmen,. iets over 
de Drentschê huweUjkscontracten in vroeger eeuwen, 
over landschapsprivilegiën en gereditsgheden, een 
proveniersbrief van Dickninge fiit het jaar 1569» eenige 
losse Mnteekeningen uit 4^ geschi^enis van Assen^ 
enz. Ook is. het artikel van den Hoog Eerw., heer J. 
Hogeman over h^t 2eg^l en wapen van Drenthe, dat 
m het verschenen deel, 1887, van ons AlgemeeaNeder- 
landsch Familieblad voorkomt» in dezen jaargang over- 



Digitized by 



Google 



— 27 — 



genomen. De bekwame redacteur bi^ngt mzeerwaaiv 
deerende bewoordingen hulde aan de drie hoogst 
verdienstelijke Drentsche mannen, welke het vorig jaar 
aan de maatscfaappi) zijn ontrukt. Het 2ijn de heeren 
G. R. W. Kjrmmel^ secretaris-penningmeester en Mr. 
L. Oldenhuis Gratama» voorzitter van het provinciaal 
museimi van oudheden» benevens W. J. van Kuyk, 
commissaris des Koning» in Drenthe, o«Ki4td der tweede 
kamer der Staten-Generaal; van beide eerstgenoemden 
zijn de portretten in dezen jaargang opgenomen. Voorts 
treffen wij nog eenige novellen, gedichten, bladvulling, 
enz. aan, die de waarde van den Volksalmanak ver» 
hoogen en een reden te me^r jsuUen zijn, dat de 
uitgave in meerdere handen zal komen, dan wanneer 
de inhoud niets dan historie ten beste gaf. Dat nog 
véle jaargangen dezen zesden moge opvolgen I 

Amsterdafnsck Jaarboekje voor Geschiedenis en letteren 
onder redactie van Mr. N. DE ROEVER, archivaris van 
Amsterdam, i* jaargang. Amsterdam, S. L. van Looy, 
1888. 

Het aantal jaarboekjes is dit jaar met één vermeer- 
derd. De stad Amsterdam ziet de reeds zoo uitgebreide 
litteratuur, die over haar vertedert bestaat, wederom 
met eenige belangrijke bgdragen vermeerderd, welke 
tesamen den eersten jaargang van dezen Amsterdamschen 
almanak vormen. Met belangstelling hebben wij van 
den inhoud kennis genomen en wij drukken den wensch 
uit, dat het den ij verigen en kundigen redacteur gegeven 
moge zijn dezen eersten jaargang nog door vele te 
doen volgen, wrnit waar is het woord, waarmede het 
prospectus aanving: «Over Amsterdams verleden kan 
nooit genoeg gezegd worden». 

Ofechoon de inhoud bijna geheel geschiedkundig is, 
bieden de bijdragen veel afwisseling aan. 

Dr. H. C. Rogge geeft een biografie van Daniel 
Willink, den dichter van den Amstelstroom, den schrijver 
van de Amstellandsche Arkadia, met bijzonderheden 
over diens ËuniUe en de kring, waarin hij verkeeMe (1). 
Ds. A. Loosjes deelt het een en ander mede omtrent 
een van de eerste patriotische blaadjes. Mr. N. de Roever 
verhaalt de schaking van een Amsterdamsch meisje, 
jufiEr. Victor, door den kolonel Todtleben in het jaar 
1750W ün den Swarten Hondt» isdethel van de belang- 
rijke bijdrage^ die J. 'G. Frederiks geeft over Jochem 
Hendricksz„ een onzer zeehelden en diens echtgenoote 
Lysbet Jacobs Bas, met hunne afstammelingen, wier 
portretten, nog de kabinetten van het* riiksrauaeum 
versieren. Bestje van Meurs, de bekende figuur uit 
het Amsterdamsche doolhof, wordt door den heer ^ 
Bont behandeld; E. W. Moes roept ons de bli)de 

(1) Gaarne badden wij gezien dat Dr. Rogge de bron vettnelé 
had, waaruit bij de gegevens voor de familie WllünK ge[mt bad. 
Ieder die werkt komt wat toe ! ! 



inkomst voor den geest door EKsabeth, gravin van 
de Palts, in 161 3 te Amsterdam gehouden; A. W. 
Weismann geeft een beschrijving, met een paar prenten 
verduidelijkt, van de talrijke oude buitenplaatsen langs 
den AmsteL Eenige belangrijke bijzonderheden omtrent 
Dirk Duivelf den watergeus en diens geslacht, worden 
door P. J. Frederiks medegedeeld ; D. C. Meyer Jr. 
behandelt cte uitbreiding van Amsterdam in dezeven- 
tiende eeuw. In het opstel «Vondels sterfhuis» waagt 
Mr. de Roever een gissing omtrent de woning, waar 
de groote dichter zijn leven zou hebben geëindigd. 
P. H. Witkamp deelt het een en ander mede over 
het rechtsgebied en de mijlpalen om Amsterdam, terwijl 
ten slotte A. de Roever Nz., de familiegeschiedenis, 
met een stamtafel, geeft van het Amsterdamsch regee- 
ringsgeslacht Buyck. Van W. J. Hofdijk en Albert 
Verwey worden bijdragen in poëzie gevonden. Eigen- 
aardig' is de kroniek van Amsterdamsche gebeurtenissen, 
loopende van October 1886 — September 1887, waarmede 
het jaarboek begint. Een meer uitgebreide vermelding 
of verwijzing naar bronnen, waar men het een en ander 
uitvoeriger kan vinden, ware hier en daar wenschelijk. 
Ook de uitgever heeft allen lof verdiend voor de 
nette Mrijze, waarop ^t jaarboekje den lezers wordt 
aangeboden. Wij hopen, dat het aantal groot moge 
zijn en dat het boekje in veler bibliotheek een plaats 
zal vinden. Het verdient dit ten volle. 

Mr. J. VAN BüTTiNGHA WlCHERS> Schoatsenryden. 
's-Gravenhage, W. Cremer 1888, in linnen stempel- 
band. f. 5.90. 

Er is reeds veel over het schaatsenr^den, over schaat- 
senrijders en over het ijsvermaak in het algemeen in 
het Kcht gegeven en in plaat gebracht, doch alles zeer 
verspreid in tijdschriften, almanakken, couranten, enz. 
Een zeer verdienstelijke arbeid is door den i*" secretaris 
van den Nedeilandschen Schaatsenrijdersbond verricht 
door al deze verspreide berichten, in zooverre hem deze 
zijn bekend geworden, bijeen te verzamelen en in een 
befaageiyken vorm gegoten in één band den belangd 
steenden aan t» bieden. Voorzeker zal dit standaard- 
weric niet alleen een welkome bijdrage voor de lief- 
hebbers van dit nationale vermaak en voor de besturen 
van ij&vereenigfingen zqn, maar ook voor de beoefenaars 
van de geschiedenis. Het werk is nl. in twee afdeelin* 
gen te verdeelen: i, een verhandeling over de tegen* 
woordig bestaande schaatsensoorten, over het rijden, 
met de regels daarbij in acht te nemen, over het 
figuurrijden, over banen en reglementen voor hardrij- 
<|Br^eii, de training van hardrijders, kunstmatige ijsbanen 
en ijsongelukken : 2, een geschiedkundig overzicht, het- 
welk ^t onder i^ §enoemde voorafgaat Dit behandelt 
de t^rschiUende schaatsensoorten van de oudste tijden 
9^ als de sneeu wschoenen, de beenen schaatsen, de 



Digitized by 



Google 



— 28 — 



ijzeren schaatsen en de rolschaatsen. Tot dit geschied- 
kundig overzicht behoort ook een hoofdstuk over koude 
winters en de inleiding, die dq onderwerpen behandelt» 
het schaatsenrijden, beschouwd als vermaak, Amorop 
het ijs, oude riiders, napret in Friesland, schaatsenrijders 
in het buitenland, ijsvermaak in de lettterkunde en in de 
schilderkunst, spreekwoorden, de winter in de heraldiek. 
Niet het mmst belangrijk voor dit gedeelte zijn de 
vele illustraties, die in het werk voorkomen. Het zijn alle 
reproducties van oude platen uit verschillende eeuwen. 
Zooals reeds opgemerkt werd, is dit boek eigenlijk een 
verzameling van al hetgene over de wintervermaken 
verspreid is in Nederlandsche boeken en geschriften. 
De samensteller is voortreflFelijk geslaagd omdezetal- 
looze gegevens in een aangenamen vorm bijeen te 
brengen, zoodat het boek zich prettig laat lezen en 
men een duidelijk denkbeeld krijgt welk een voorname 
rol door alle tijden heen het ijs vooral in ons vaderland 
gespeeld heeft. Veelal zijn de bronnen, die onder aan 
den tekst worden vermeld» woordelijk weergegeven, 
terwijl menig aardig ijsliedje of gedeelte daarvan de 
voorstelling verlevendigt Toch gelooven wij dat wan- 
neer de schrijver de medewerking van meerdere per- 
sonen ingeroepen had, hetzij die van stedelijke archi- 
varissen of van besturen der ijsvereenigingen, de stof 
nog met vele bijzonderheden, die slechts aan onder- 
zoekers van plaatselijke geschiedenis bekend zijn, 
vermeerderd had kunnen worden. Men zal echter den 
auteur geen verwijt kunnen maken de taak te licht 
te hebben opgevat, daar de talrijke aangehaalde bronnen 
bewijzen, wat doorzocht en gelezen is moeten worden 
om tot een dergelijk resultaat te geraken. Wat mij echter 
verwondert, is, dat met geen enkel woord melding ge- 
maakt is van de eerste en zoover ik meen eenige ten- 
toonstelling van schaatsen hier te lande, welke door 
de IJsclub Tbialf te Zaandijk aldaar in den winter van 
1879 is gehouden en welke, hoe bescheiden ook, veel 
bijval heeft mogen vinden. De tentoonstelling bestond 
uit een historische afdeeling en uit een inzending van 
fabrikanten. Van alle schaatsensoorten, door de keur- 
meesters beproefd, werd het Hollandsche model van de 
firma G. J. Leeuwenberg te Delft met goud bekroond, 
welke uitmuntte in practische bruikbaarheid, als een 
schaats, die goed en gemakkelijk Uep, het buitenover- 
zwaaien zonder lichaamsgevaar mogelijk maakte engfoed 
vastgebonden kon worden zonder den bloedsomloop in 
den voet te benadeelen. Onder de merkwaardigheden 
bevonden zich verschillende antieke schaatsen, een paar 



sneeuwschooien, groote schaatsen van 8 dM. lang 
waarop twee personen konden rijden, een paar gouden 
schaatsjes van i cM. lang, enz. enz. Naar de wijze 
waarop het bestuur deze tentoonstelfing heeft doen 
plaats hebben is haar alle mogelijke lof toegezwaaid 
geworden en het jaar 1879 is voor de Zaandijker IJs- 
club Thialf een merkwaardig hoofdstuk in haar ge- 
schiedboek, terwijl dit jaarcijfer met recht in het blazoen 
dezer vereeniging is opgenomen (l). Over deze schaatsen- 
tentoonstelling komt een uitvoerig verslag voor in het 
Niewws van den Dag van 16 Januari 1876. Jammer is 
het, dat dit feit aan den schrijver van dit belangrijke 
werk over schaatsenrijden is ontsnapt. 

G. J. H. 

F. A. BuYS, de Heiden en Weiden van Gooiland 
Geschiedkundige bedrage tot het vraagstuk, betreffende 
de verdeeling der Gooische Markgronden. Hilversum 
Joh. Geradta & Comp. 1887. / 0*45, 

Dit geschrift, zijnde een overdruk van een artikel 
in het weekblad dDe Gooi- en Eemlander* is geschre- 
ven naar aanleiding van de wet van 10 Mei 1886 op 
de markgronden. Indien ergens in ons land, zijn het 
vooral de heiden en weiden in het Gw>i, die aanleiding 
zijn geweest tot veel getwist ova* de vraag, wie de 
eigenaars zijn, de zoogenaamde erfgfooiers of de gre* 
meenten. De schrijver heeft dit punt ernstig onder- 
zocht en oordeelt na raadpleging van vele bronnen, 
dat de gemeenten hun goed recht in alle opzichten 
zullen kunnen verdedigen. Hij behandelt ook de 
kwestie of de algemeene welvaart zal winnen door 
een verdeeling dezer soort gronden of niet. Niet 
alleen uit een maatschappelijk, maar ook uit een ge- 
schiedkundig oogpunt is deze brochure zeer belangrijk, 
daar zij over vele oude toestanden licht verspreidt 
Y^^z^ studie is flink geschreven en laat zich aange- 
naam lezen. 



(4) Het blasoan van de Usclub Thtalf is gevierendeeld: i.inblenw 
een zilveren ijsberg, drijvende op een natuurlijke lee, inhetscbild- 
hoofd drie gouden zespuntige sterren nevens elkander, 2 in zilver 
een dorre boom in natuurlijke kleur, op de takken een paar kraaien, 
3. in bermelijn een arreslede, met een schildhoofd van vair, 4 in 
rood drie gouden schaatsen met zilveren ijzers (Hollandsch model) 
onder elkander geplaatst, met een blauw schildhoofd, waarop in 
gouden letters Zaandijk, MDCGGLXXIX. Hartschild : het wapen van 
Zaandijk, nl. gevierendeeld van zilver en rood, elk kwartier beladen 
met een leeuw van het een in het ander, de leeuwen gewend naar 
de verticale deelingslijn. Het komt o. a. voor op de diploma's der 
leden. Wie deelt meer dergelijke wapens van Corporation mede? 




Digitized by V:iOOQIC 






AêTQR, LrNOK AVO 



TfLDTN F?.i. .\, 



ri ',-fi. 



Digitized by 



GoQgle 



Behoort tij ïï» 2 van het Algemeen Nederlandsch Familieblad, Y« Jaargang, 1888. 



Wapen van het geslacht Ouwens. 



Digitized by VjOOQIC 



— 29 — 



Genealogie van het geslaebt Oowens. 

(Met een plaat). 

Voor eenige jaren trof ik in het Wapenboek van 
Jan van KugL, bevattende genealogische aanteeke- 
ningen betreffende Gorinchemsche regeeringrsfamiliën, 
en in eigendom toebehoorende aan de familie Phijffer 
Nissen te Gorinchem, een fragment genealogie aan 
van eene familie Ouwens, tot wapen voerende: in 
groen een rood gepooten en gebekten zilveren vogel. 

Door vergelijking van dit fragment met de registers 
van den burgerlijken stand te Gorinchem, en aanvul- 
ling daaruit, verkreeg ik eene vrij volledige genealogie 
van deze familie. 

Terwijl ik voortging met gegevens dienaangaande 
te verzamelen, bleek het mij, dat die hoofdzakelijk tot 
twee verschillende takken der familie Ouwens be- 
hoorden, elk een verschillend wapen voerende. 

Hoewel ik het verband tusschen de beide takken 
niet heb kunnen vinden, acht ik het bestaan daarvan, 
de gemeenschappelijke herkomst uit Nijmegen in aan- 
merking genomen, waarschijnlijk, en het verschillend 
wapen geen bewijs van het tegendeel. 

Van een aantal opgaven kon de aansluiting aan een 
der beide takken niet gevonden worden; zij worden 
daarom aan het slot afzonderlijk opgegeven. 

Zooals reeds boven is vermeld, voerde de Gorcum- 
sche familie volgens van Kuyl's Wapenboek: in groen 
een rood gepooten en gebekten zilveren vogel. 

In strijd hiermede is het wapen van den later te 
vermelden, tot dezen tak behoorenden Mr. Nicolaas 
Ouwens, die in goud een zwarten valk op grasgrond 
voerde (i). 

De tweede familie Ouwens voert: Doorsneden: i in 
zilver een zwarten rood gesteelden hamer, vergezeld 
aan beide zijden en van onderen van een zwarten ring ; 
2 in zwart een gouden zesspakig rad. Schildhou- 
ders: twee leeuwen: aanziende helm; helmteeken: de 
hamer (2). 

Een der leden van dezen tak voegde den naam 
zijner stiefmoeder bij den zijnen en noemde zichDaey 
Ouwens, zijn wapen met dat van Daey kwartierende. 
Hij voert thans gevierendeeld: i en 4 het laatst 
beschreven Ouwens-wapen, 2 en 3 Daey: in groen een 
zilveren keper, vergezeld van boven van twee zespun- 
tige gouden sterren, onder van een zilveren roos. 
Gekroonde helm; helmteeken: de hamer. 

In RiETSTAP'S Ar mor tal wordt nog een ander wapen 
eener familie Ouwens opgegeven, namelijk gevieren- 



(1) Zie NavoTBchw XXX blz. 588. 

(2) Komt ook zonder schildhouders voor en aldus hierbij afgebeeld. 



deeld, i en 4 in zwart een zilveren zwaan op gras- 
grond; 2 en 3 in goud drie roode spitsruiten aan de 
punten van bolletjes voorzien (i). 

Verder vond de heer G. A. Ouwens nog een vijfde 
Ouwens-wapen, waarvan de kleuren niet waren aange- 
geven, en vertoonende een valkentasch, vergezeld aan 
beide zijden van een valk, rustende op een plankje, 
en van onder van een reigerskop. 

Personen, die een dezer beide laatst beschreven wapens 
gevoerd hebben, zijn mij niet bekend. 

Voor de samenstelling van de genealogie van den 
tweeden tak der familie Ouwens, verkreeg ik vele 
gegevens van den heer G. A. Ouwens, die eene 
bijzondere studie van zijne familie had gemaakt en, 
ondanks zijn tachtig-jarigen leeftijd, bereid W2ts de 
gevraagde inlichtingen welwillend te verstrekken. 

Het is mij een genoegen hem, zoowel als den heer 
A. A. Vorsterman van Oyen, voor de opgaven uit 
het Genealogisch-Heraldisch archief, daarvoor dank te 
zeggen. 



Eerste tak. 



De thans uitgestorven Gorcumsche familie Ouwens 
was van Nijmeegschen oorsprong: 
Als stamvader daarvan vond ik: 

I. Nicolaas Ouwens, die in het laatst der zestiende 
eeuw te Nijmegen geboren werd. liij was vader van 
drie kinderen: 

\^. Hommes of Thomas Ouwens, ongehuwd overleden. 

2^ Jilis Ouwens, volgt onder II. 

3®. Richard Ouwens, volgt onder wbis. 

II. Jilis Ouwens, in het huwelijksregister van Gorin- 
chem vermeld als Gillis Claesz., werd geboren te 
Nijmegen, vestigde zich te Gorinchem en huwde aldaar 
twee malen. 

Eerst huwde hij 28 Februari 1634 Anna van Herwijne, 
Aertsdr., die spoedig daarna kinderloos overleed. 

Hij hertrouwde daarop 29 Juli 1636 met Maria van 
der Kaa, geboren te Gorinchem 29 Juli 1605, dochter 
van Paulus Willemsz. van der Kaa en van Elizabeth 
Fransdr. Oste. 

Uit dit tweede huwelijk sproten vijf kinderen, allen 
te Gorinchem geboren: 

i^. Nicolaas Ouwens, gedoopt 18 Augustus 1637 
en jong overleden. 

2^. Paulus Ouwens, gedoopt 13 April 1640, verder 
onbekend. 

3^. Anna Ouwens, gedoopt 7 September 1642. 

4^. Judick Ouwens, gedoopt 17 November 1644, over- 
leden te Gorinchem en aldaar begraven 2 1 Februari 



(i) Dit tweede en derde kwartier werd o. a. gevoerd door de 
familiën de Lange {Armorial) en van Gooten (Rijckhuysen). 



Digitized by 



Google 



— 30 — 



1709. Zij was aldaar op 27 Augxistus 1673 gehuwd 
met Pieter Polvliet (i), geneesheer aldaar, zoon 
van Sybert Simonse Polvliet en van Neeltje 
Huygen van Wasbeeck. 
5^. Nicolaas Ouwens, volgft onder m. 
in. Nicolaas Ouwens, gedoopt te Gorinchem 24 Octo- 
ber 1646, was aldaar commies ter recherche, overleed 
aldaar en werd er op 15 Juni 1694 begraven (2). 
Hij was tweemalen gehuwd. 

Zijne eerste echtgenoote was Judick van de Graaf 
Mathijs dr^ de tweede, waarmede hij op 14 Mei 1680 
te Gorinchem huwde Elizabeth van Nippel (3). 

Uit het eerste huwelijk sproot ééne, uit het tweede 
twee -dochters. 

i^. Judick Ouwens. 

2^ Elida Ouwens, gedoopt te Gorinchem 23 Juli 1683. 

3^. Frangoise Ouwens, gedoopt te Gorinchem 30 

Januari 1686. 
Vermoedelijk was hij ook vader van: 
IV. Jilis Ouwens, in September 1702 te Gorinchem 
gehuwd met Maria van den Oever, en daarbij vader van : 
i^. Nicolaas Ouwens, gedoopt te Gorinchem 15 No- 
vember 1703, en 
2^. Adriana Maria Ouwens, gedoopt te Gorinchem 
2 Mei 1706. 

nbis. Richard Ouwens, Nicolaasz., huwde Agatha 
Bastiaans, en was daarbij vader van : 

i^, Comelia Ouwens, geboren te Gorinchem 16 No- 
vember 162 1. 
2^. Catharina Ouwens, geboren te Gorinchem om- 
trent 1622, aldaar op 10 April 1640 gehuwd met 
Johan Brouwer {4). 
3^ Bastiaan Ouwens, geboren te Gorinchem 19 April 

1624. 
4**. Elizabeth Ouwens, geboren te Gorinchem 9 Maart 
1627, aldaar op 28 November 1649 gehuwd met 
Jan Hendrik Steenis (5). 
5*. Nicolaas Ouwens, volgt onder lli. 
III. Nicolasis Ouwens, geboren te Gorinchem 24 Sep- 
tember 1631, op 19 April 1649 ingeschreven als student 
te Leiden, promoveerde aldaar en werd predikant eerst 
te Maassluis, daarna in 1665 te Gorinchem, alwaar hij 
den 16 April 1690 overleed. 
Hij was tweemalen gehuwd. 



(i) Zijn kleinzoon was mijn overgrootvader. 

(2) In het begrafenisregister wordt bij genoemd tde Commissaris 
OuwenD.» 

(3) Bloedverwante van Gijsbert van Nippel, op 9 Januari 1677 
aangesteld tot schepen van Gorinchem. De origineele aanstelling ge- 
teekend door prins Willem III en gecontrasigneerd door Gonstantijn 
Huygens, is in mijn bezit. 

(4) Vermoedelijk Johan Brouwer Huhertz., schepen van Gorinchem. 

(5) Vermoedelijk ouders van Richardus Steenis, burgemeester van 
Gorinchem. 



Eerst huwde hij te Gorinchem 30 October 1657 met 
Maria van Cleveste3m, dochter van Aert Dirkz. van 
Clevesteyn en van Engelina van Hoey (i). 

Daarna trouwde hij te Gorinchem 4 April 1684 met 
Anna van Borcharen, dochter vanComelis vanBorcharen 
en van Maria Rocatus, die op 2 Maart 1699 te Gorin- 
chem overleed. 

Uit het tweede huwelijk sproten vijf kinderen : 

i^. Richard Ouwens, volgt onder iv. 

2\ Comelia Maria Ouwens, gedoopt te G<)rinchem 
23 December 1685, jong overleden. 

3^. Comelis Ouwens, gedoopt te Gorinchem 2 Juli 1687. 

4<^. Comelia Maria Ouwens, gedoopt te Gorinchem 

7 November 1688. 

5^ Agatha Maria Ouwens, gedoopt te Gorinchem 

8 Maart 1690. 

IV. Mr. Richard Ouwens, gedoopt te Gorinchem 18 
Maart 1685, werd ingeschreven als student te Leiden 
18 Maart 1698, en in de rechten nogmaals op 28 Mei 1703. 

Gepromoveerd zijnde, werd hij raad in de vroed- 
schap en schepen van Gorinchem in de jaren 1707,8, 
9, II, 13 en 18 en overleed aldaar op 3 Januari 17 19. 

Hij was tevens lid van de cBroederschap der Ro- 
meinen» aldaar, en schonk als zoodanig in 1708 met 
nog eenige andere leden een zilveren beker aan dat 
collegie, met zijn wapen versierd (2). 

Hij is tweemalen gehuwd geweest. 

Eerst huwde hij te Gorinchem op 5 Augfustus 1708 
met Catharina van der Meyden, overleden te Gorinchem 
28 September 17 16, bloedverwante van Mr. Diederik 
van der Meyden, lid van den raad van State. 

Hij hertrouwde daarop te Gorinchem 14 Augustus 
17 18 met Rachel van der Does, dochter van Hendrik 
van der Does en Catharina van Alderwerelt (3) en 
later in Januari 1727 hertrouwd met Gerardus van 
Leeuwen van Westhuyzen, burgemeester van Gorin- 
chem, overleden 7 Februari 1748, zoon van Mr. Hendrik 
en Angelina van Mewen (4). 

Richard Ouwens had bij zijne eerste vrouw vijf, bij 
de tweede één kind. 

i^. Catharina Ouwens, gedoopt te Gorinchem 15 
November 1709, te Utrecht overleden. 

2^ Nicolaas Ouwens, volgt onder v. 

3^ Diederik Ouwens, volgt onder viïs. 

4^ Richard Ouwens, gedoopt te Gorinchem 10 
Februari 17 15. 



(1) Zie NederL Familieblad 1887 blz. 65. 

(2) Deze beker, thans deel uitmakende van de rijke veizamelin^ 
van Jhr. van den Bogaerde. virerd in 1880 ingezonden op de Heral- 
dieke tentoonstelling te 's-Gravenhage onder No. 4643. 

Het is mij niet mogen gelukken het wapen te leeren kennen. 

(3) Van Küyl noemt haar dochter van Jan en Maria Schuyl de 
Walhorn. 

(4) Hij voerde het wapen der Groningtsche Lewe's. 



Digitized by 



Google 



— 31 — 



5^ Richarda Rachel Ouwens, gedoopt te Gorinchem 
12 Maart 17 19, aldaar overleden 23 Juli 1741, 
huwde te Gorinchem 5 Juni 1736 met Hendrik de 
Kempenaer, geboren 14 November 1709, schepen 
te 's-Hertogenbosch, rentmeester van de geeste- 
lijke goederen in Peelland, vertrok later natar 
Friesland en stierf te Leeuwarden 13 December 
1788, zoon van Dancker de Kempenaer en van 
Romelia van Andringa (i). 
v. Mr. Nicolaas Ouwens, geboren 29 en gedoopt te 
Gorinchem 30 Januari 171 1, was in de jaren 1732, 37 
en 39 raad in de vroedschap en schepen te Gorinchem, in 
1749 burgemeester en ontvanger van de gemeene 
landsmiddelen aldaar en in 1762 en 177 1 lid van het 
Edelmogend coUegie der admiraliteit op de Maas. 

Hij was lid van het aldaar in 1727 door negen 
leden van de vroedschap opgericht genootschap «den 
Negenden», ten doel hebbende de bevordering van de 
belangen van Gorinchem en het land van Arkel {2). 

Een beker, door hem en de overige leden aan het 
genootschap vereerd, droeg het boven reeds vermelde 
wapen (3). 

Hij overleed te Gorinchem 21, en werd aldaar den 28 
Februari 1782 begraven. Uit zijn huwelijk, aldaar 
gesloten 6 November 1731 met Comelia Brand {4), 
geboren te Gorinchem 20 October 17 12, aldaar over- 
leden en begraven 19 November 175 1, dochter van den 
drossaart Johan Brand en van 'Anna van Someren (5), 
sproten acht kinderen, wier kwartieren waren; 
Ouwens Brand 

van der Meyden van Someren 

van Borcharen Deym 

N. N. van Sprang. 

Die kinderen waren: 

i^ Catharina Ouwens, geboren te Gorinchem 9 
Augustus 1732, overleden te Leiden 9 Januari 
1800, op 25 Augustus 1 761 te Gorinchem gehuwd 
met Comelis van Gennep, geboren 26 Augustus 
1725, predikant te Hardinxvelt, zoon van Amoldus 
van Gennep en van Theodora van Brandwijk (6). 
2^ Anna Ouwens, geboren te Gorinchem 5 Januari 
1735, aldatar overleden 13 Augustus 1806, op 9 



(1) Zie Ferweada, Adellijk en aanzienlijk Wapenboek. Genea- 
logie de Kempenaer. 

(2) Zie over dit genootschap prof. Th. J grissen, Memoriên van 
Mr. D, van Bleyswijk. Uitgegeven door het Historisch Genootschap 
te Utrecht. 

(3) Zie Navorêcher XXX, biz. 585->88. 

(4) Hij wordt roet zijne vrouw vermeld als getuigen bij de geboorte 
van eene dochter van burgemeester van Barnevelt. Zie J. H. Sgheffer, 
Genealogie van Barnevelt^ blz. 20. 

(5) Zie A. A. Vorsterman van Oyen, Stam^ en Wapenboek. 
Genealogie van Someren Brand. 

(6) Zie Algemeen Nederlandech FamtJi6&kid, Ie jaargang. Genea- 
logie van Gennep. 



Mei 1754 te Gorinchem gehuwd met haren neef 
Mathijs van Borcharen, zoon van Dr. Comelis 
van Borcharen en Johanna Maria Snoeck. 

3^. Richarda Ouwens, geboren te Gorinchem 20 
Juni 1736, overleden aldaar 20 Juli d. a. v, 

4^ Comelia Ouwens, geboren te Gorinchem 22 Augus- 
tus 1737. aldaar overleden 26 Juni 1803. 

5^ Geertruy Anna Ouwens, geboren te Grorinchem 16 
December 17 39, aldaar overleden 17 Decemberi823. 

6^ Mr. Tan Ouwens, geboren te Gorinchem 3 Juni 
1742, ongehuwd overleden te Grorinchem 27 April 
18 17 als rechter in de arrondissements-rechtbank 
aldaar. 

^\ Richard Ouwens, geboren 17 en gedoopt te 
Gorinchem 18 September 1744, overleden op zee 
20 December 1777 en begraven te Toulon. 

8*^. Simonnetta Catharina Ouwens, gedoopt te Gorin- 
chem 8 November 1748, overleden aldaar 12 en 
begraven 13 November 1794, huwde 14 Maart 
1782 Hermanus Nicolaas Boellaard, geboren 19 
December 1757, overleden 25 November 1841» 
zoon van Mr. Johan heer van Zuilichem en van 
van Anna Geertruida Kuiper (i). 

Ybts. Mr. Diederik Ouwens, zoon van Mr. Richard 
en van Catharina van der Meyden, werd gedoopt te 
Gorinchem 26 October 1712, wstó raad en schepen 
aldaar en overleed er 27 December 1738. 

In November 1734 gehuwd met Anna Elisabeth 
Snoeck (2), geboren 22 April 17 12, overleden 25 Decem- 
ber 1765, dochter van Mathijs Snoeck en van Anna van 
der Meulen, had hij twee kinderen, wier kwartieren waren : 
Ouwens Snoeck 

van der Meyden van der Meulen 

van Borcharen van Herwaerden 

N. N. van Herwaerden 

Bsistiaans Houwen 

N. N. van der Ameyden. 

Rocatus Snoeck 

N. N. Snoeck. 

Die beide kinderen waren: 
i^. Richard Ouwens, gedoopt te Gorinchem 8 Jimi 

1735, ald2tar overleden 3 Augustus 1736. 
2^. Mathijs Ouwens, gedoopt te Gorinchem 1 1 Augxis- 
tus 1737. 

Tweede tak. 

De tweede tak der familie Ouwens, eveneens uit 
Nijmegen herkomstig, had tot stamvader (3): 



(i) Zie A. A. VoRSTERMAN VAN OxEN, Stam- en Wapenboek. 
Genealogie Boellaard. 

(2) Zie Jaarboek van den Nederlandschen Adel, 1888, blz. 239. 

(3) Zie De Hergrenrode. Nobüiaire des Paya Bas et du Comté 
de Bourgogne — Gand, 1868. 



Digitized by 



Google 



— 32 — 



l. Michiel Gijsbert Uwens, gehuwd met Catharina 
de Huyter, eenige dochter van Pieter de Huyter en 
Mechteld van Leeuwen, en daarbij vader van een zoon 
Hendrik. 

n. Hendrik Uwens, gehuwd met Regina van Wie- 
schove, had daarbij twee kinderen : 

I ^. Laurentius Uwens of Ouwens, volgt onder lll ; en 

2^. ? Catharina Ouwens, te 's-Gravenhage gehuwd met 

kapitein Pieter Day (i), zoon van een Engelsch 

officier, behoorende tot het gevolg van den graaf 

van Leicester. 

III. Laurentius Ouwens of Uwens, huwde Isabella 

Canis, dochter van den Nijmeegschen burgemeester 

Jacob Canis (2), en van Wendelina van den Bergh. 

Haar oudoom was Petrus Canis of Canisius, geboren 

te Nijmegen 8 Mei 152 1, hoogleeraar te Ingolstadten 

eerste provinciaal der Jezuiten in Duitschland, overleden 

te Freiburg 21 December 1597 en op 17 April 1564 

door paus Pius IX heilig verklaard. 

Laurentius Ouwens had bij haar zeven kinderen, 
i^ Hendrik Ouwens of Uwens, volgt onder iv. 
2^. Jacob Ouwens of Uwens, volgt onder iv bis. 
3". Joris Ouwens of Uwens. 
4^. Jan Baptist Ouwens of Uwens, lid van de orde 

der Jezuiten. 
5<>. Michiel Jacob Ouwens of Uwens. 
6*^. Anna Isabella Ouwens of Uwens. 
7^. Maria Ouwens of Uwens. 

rv. Hendrik Ouwens of Uwens, ridder (16 19), kan- 
selier van Gelderland en Zutphen, legt in die kwaliteit 
als gemachtigde van aartshertog Albertus van Oos- 
tenrijk op 20 April 1617 den eersten steen van het 
Minderbroeder klooster te Venlo. Hij huwde met Cle- 
mentia d'Asseliers, overleden in 1622, dochter van Jan 
d'Asseliers en Margaretha Duisburg, en had daarbij 
acht kinderen. 

1^. Joris Ouwens of Uwens, ridder, heer van Berchem, 
St Laurent en Linckerbeke, secretaris van Ant- 
werpen, raadsheer in den raad van Brabant {1640), 
liet bij zijn dood in 1642 geene kinderen na bij 
zijne echtgenoote Anna Ie Bourgeois, Karels dr., 
die in 1643 overleed. Zij was weduwe van Michiel 
Boot, schepen en thesaurier van Antwerpen. 
2^. Anna Ouwens of Uwens, huwde 27 November 
161 4 met Karel Laurin, ridder, heer van la Haye. 
3<^. Michel Ouwens of Uwens, geboren in 1597, 
Karthuizermonnik, sterft te Roermond in 1674. 

(i) Uit dit huwelijk sproot voort het Nederlandsche geslacht Day, 
later Daey, dat te Alkmaar en Gorinchem in de regering heeft ge- 
zeten, en waarvan de laatste afstammeling huwde met den later te 
vermelden 6. A. Ouwens. 

(2) Zie de genealogie van dit geslacht, gesproten uit dat van 
Ghatillon in Ferwerda's Nederlandsch Gealacht en Wapenboek 
uitgegeven door Jacobus Kok, Amsterdam 1785, waar de eerste 
generatiên van de familie Ouwens worden opgegeven. 



4^ Isabella Ouwens of Uwens, geboren in 1592, over- 
leden 25 April 1670, zij huwde in 1620 met Urbain 
de Mayer, ontvanger der domeinen te Mechelen. 

5^. Jacob Ouwens of Uwens, ridder, raadsheer in 
het hof van Brabant, na den dood van zijn broeder 
heer van Berchem, overleden in 1664, gehuwd met 
Barbara d'Asseliers Egbertsdr. Nakomelingen 
onbekend. 

6®. Johan Baptist Ouwensof Uwens, geboren in 1587, 
overleden in 1657, lid van de orde der Jezuiten. 

7^ Laurentius Ouwens of Uwens, overleden in 1641, 
eveneens Jezuit. 

8*. Maria Ouwens of Uwens, geboren in 1602, non te 
Mechelen (i). 

ivbts. Jacob Ouwens of Uwens, zoon van Laurentius 
en Isabella Canis, werd burgemeester van Nijmegen 
en trouwde omtrent 1599 met N. N. van Niel (2), 
of (volgens Ferwerda) de Nijs, wier moeder Dutry 
heette en had daarbij twee kinderen: 

i^. Christiaan Ouwens, volg^ onder v. 

2^ Christina Ouwens, echtgenoote van Johan van Meel. 

V. Christiaan Ouwens, geboren te Tiel in 1604, werd 
I Juni 1 633 ingeschreven als student te Leiden, vervol- 
gens Remonstrantsch predikant te Arnhem en overleed 
in 1673, bij zijne echtgenoote Florentina van Engelen, 
wier moeder van Gogh heette, vier kinderen nalatende: 

i^ Engelbert Ouwens, volgt onder vi. 

2^ Hendrik Ouwens, jong overleden. 

3^. Hendrik Ouwens, overleden 11 October 1702, 
huwde Bemardina Spoltman, en had daarbij één 
zoon Christiaan Hendrik Ouwens, geboren te 
Arnhem in 1680, op 16 Augustus 1701 te Leiden 
ingeschreven als student in de medicijnen en 
19 Februari 171 1 ongehuwd overleden. 

4®. Willem Ouwens, volg^ onder \lbis. 

VI. Engelbert Ouwens, overleed 26 April 1720, uit zijn 
huwelijk met Geertruid Noot, drie kinderen nalatende: 

I*. Christiaan Ouwens, jong overleden. 

2®. Johanna Florentina Ouwens, en 

3®. Engelbert Ouwens, kinderloos overleden. 

Vito. Willem Ouwens, zoon van Christiaan en Floren- 
tina van Engelen, geboren te Arnhem 3 of 30 October 
1655, was aldaar apotheker en overleed er 9 Maart 
1699. Hij was den 16 Juli 1690 te Zalk gehuwd met 
Elizabeth Wijnen (3), geboren te Hattem 15 Januari 
1666, overleden te Alkmaar 3 Januari 1730, dochter 
van den Hattemschen burgemeester Rutger Wijnen 
en van Maria van Heerde, later hertrouwd met den 



(i) Deze tak voerde in rood een zilveren knol met groene bladeren. 
Helmteekeii : een zwarte arend. 

(2) Niet vermeld in de bijdrage omtrent het geslacht van Niel in 
het Algemeen Nederlandsch Familieblad^ i887, biz. 38. 

(3) Zie Heraldieke Bibliotheek, nieuwe reeks lU, bli. 201—203. ) 



Digitized by 



Google 



— 33 



luitenant Hendrik Lucas Utrecht, geboren in 1632, 
overleden 11 November 17 18. 

Uit het eerste huwelijk sproten twee zoons, wier 
kwartieren waren : 

Ouwens Wijnen 

van Engelen van Heerde 

van Niel Tulleken 

van Wardendel Tydeman 

Canis Hetterscheid 

van Gogh van Domselaer 

Dutry Poitouw 

de Jong van Domselaer (i). 

Die zoons waren: 

i^. Christiaan Ouwens, geboren te Arnhem 6 Mei 
1691, aldaar 19 December 1721 ongehuwd als 
vaandrig overleden. 
2^ Rutger Ouwens, volgt onder vii. 
vn. Rutger Ouwens, geboren te Arnhem 26 Mei 
1692, werd rector van het gymnasium achtereenvolgens 
te Delft (17 16), Brielle (7 Januari 1720), Middelburg 
(8 November 1723), Alkmaar (29 Maart 1725) en 's-Gra- 
venhage, alwaar hij 18 Januari 1780 overleed. 

Talrijk zijn de geschriften door hem uitgegeven, de 
titels daarvan zijn: 

a. De Nemesi Phidiaco. Alcm: 1730, 4^. 

b. De antiquo Pöeta Musaeo. Ibid, 1734, 4^. 

c. De difficultatibus quibusdam disciplinae Scholas- 
ticae, eorumque remedüs. Hagae Com. 1735, 4^. 

d. Oratio demonstrans Hypothesin Ptolemaicam 
de currente sole Sacris Literis esse contrariam, 
sive cursum solis secundum hypothesin Ptole- 
maicam male defendi ex libri Josuae cap x vs. 
12 et 13, habita Hagae Comit a D 6 September 
1768, quum solemnis Discipulorum in Schola 
Latina celebraretur promotio in Bibl. Hag. CL 
V p. 149 seq. 

e. Disquisitio unde, mutata in sanguinem iussu 
Dei omni Aegyptiorum aqua nanoisci aquam 
Magi pptuerint, quam cipsi in sanguinem mutarint 
ad Exodi Vil 17. Pars prior in Symb Lat. Hag. 
Hag. Com 1778, Cl. i fase. 

Pars posterior Ibid fase III p. 469. 
/. Redevoering betogende dat de stelling van Pto- 
lemeus aangaande het loopen der zonne strijdig 
is tegen de schrift, of dat men de stelling ver- 
keerdelijk tracht te bewijzen uit Josua X 12, 13. 
's-Gravenhage, 1779. 8'. 

g. Onderzoek van waar de toovenaars van Pharao 
water hebben kunnen bekomen om hetzelve in 
bloed te veranderen. 's-Gravenhage, 1778. 8", 

h. Noctes Haganae, sive observationes in quibus multi 



(4) Een kwartieiittaat, aangevende de wapens der bovenstaande 
zestien familiën, geteekend door Uutger Ouwens, is thans in het bezit 
van diens achterkleinzoon G. A. Ouwenn. 



veteres scriptores illustrantur. Franeq 1780, 4^ (i). 
Laatstgenoemd werk, geschreven gedurende den 
laatst^i tijd zijns levens, werd op raad van M' Janus 
Grotius uitgegeven. 

Er bestaat van hem een portret, kniestuk in olieverf, 
gekleed in een rood fluweelen mantel, in 1735 door 
A. Carré geschilderd. (2). 

Huibert Comelisz. Poot^ maakte in 1727 een gedicht 
op hem, dat onder diens uitgegeven dichtwerken is 
opgenomen. 

Rutger Ouwens was den 27 Februari 1716 teElburg 
gehuwd met Maria Feith, geboren aldaar 2 September 
1696, overleden te 's-Gravenhage 24 Februari 1773, 
dochter van Pieter Feith, burgemeester van Elburg 
en van diens eerste vrouw Margaretha Uitslagers (3). 
Hij had bij haar tien kinderen: 

I®. Willem Ou\^''ens, volgt onder vin. 
2^. Pieter Ouwens, volg^ onder Wlllbts. 
3<^. Margaretha Christina Ouwens, geboren te Brielle 
17 Juli 1722, overleden te 's-Gravenhage 28 April 
1783, aldaar op 13 April 175 1 gehuwd met Mr. 
Thomas Hendrik Salomon Trellont, geboren 12 
Januari 17 17, overleden te 's-Gravenhage 27 Sep- 
tember 1767. 
4^. Elisabeth Ouwens, geboren te Middelburg 12 

Februari 1724, den volgenden dag overleden. 
5<^. Christiaan Hendrik Ouwens, geboren te Alkmaar 

7 Juii 1726, aldaar 23 d. a. v, overleden. 
6*. Christiaan Hendrik Ouwens, geboren te Alkmaar 

9 October 1728, aldaar overleden 16 d. a. v. 
7^ Elizabeth Maria Ouwens, geboren te Alkmaar 

9 October 1728, aldaar overleden 16 d. a. v. 

8®. Christiaan Hendrik Ouwens, geboren te Alkmaar 

13 Januari 1730, aldaar overleden 1 2 April d. a. v. 

9®. Elizabeth Maria Ouwens, geboren te Alkmaar 

9 Februari 1 73 1, aldaar overleden 30 Maart d. a. v. 

lo^ Maria Isabella Ouwens, geboren te Alkmaar 15 

October 1738, overleden 13 Januari d. a. v. 
VIII. Willem Ouwens, geboren te Delft 18 December 
17 17, werd I Augustus 1735 ingeschreven als student 
te Leiden, promoveerde aldaar als doctor in de genees- 
kunde en in de rechten, werd in 1749 hoogleeraar in 
de geneeskunde te Franeker, vervolgens lijfarts van 
prinses Maria Louise van Oranje {4), lid van de staten 
van Friesland {1764), en overleed te 's-Gravenhage 
15 Maart 1779, alwaar hij op 20 Maart d. a. v. in de 
Kloosterkerk werd begraven. 



(4) ?ie Van der Aa, BiographUch Woordenboek, 

(2) Dit portret is thans in het bezit van II. A. Ouwens, oud-achter 
kleinzoon van Rutger Ouwens. 

(3) Zie Mr. U. O. FErrn, Geelachtslijst van de familie Feith, 
Groningen, 1881. 

(4) Zie Navofêcher XXXIO, blz. 2Ül en Boekzaal der geleerde 
Wereld 1779, blz. 535. 



Digitized by 



Google 



Van zijne hand verscheen: cDe opera medici ad 
longaevitatem hominum plurimum conferente». 

Den 6" Februari 1742 te *s-Gravenhage gehuwd 
met Johanna Petronella Stelt, dochter van GHjsbert en 
Jacomina Amoldina van Hanenberg, aldaar geboren 
13 November 1721, overleden te Braneker, begraven 
in de Kloosterkerk te 's-Gravenhage 4 December 1776, 
liet hij eene dochter na: 

i^. Maria Ouwens, geboren te 's-Gravenhage 4 Maart 
1760, in Januari 1780 gehuwd met Duncan Maca- 
lester (x), zoon van Robert en van Lex^ina van 
der Burch van Naaldwijk. 

vuiiis. Mr. Pieter Ouwens, zoon van Rutger Ouwens 
en Maria Feith, werd geboren te Brielle 7 Maart 1720, 
op 29 April 1737 ingeschreven als student in de rechten 
te Leiden en promoveerde aldaar 19 Mei 1741. Hij 
werd raad {1760) en burgemeester van Alkmaar, lid 
van de Staten Generaal en van den raad van State 

(1763-65). 

Bovendien bekleedde hij de ambten van Admiraliteits- 
heer, Maximiliaansheer, ontvanger van de convoyen 
en licenten en curator van de Latijnsche school te 
Alkmaar, lid van het collegie van gecommitteerde 
raden van het Noorderkwartier, dijkgraaf van de 
Hondsbossche en den Bedijkten Schermer en Hoofd- 
Ingeland van de Beemster. 

Hij was een groot aanhanger van prins Willem V, 
bij wien hij zoodanig [in aanzien stond, dat diens echtge- 
noote prinses Wilhelmina eene maand bij hem logeerde. 

Als aandenken ontving hij van den prins een 
mahoniehouten schrijftafel, thans nog bij de familie 
aanwezig (2). 

Mr. Pieter Ouwens overleed plotseling te Alkmaar 10 
December 1 786, na tweemalen gehuwd te zijn geweest. 

Eerst huwde hij te 's-Gravenhage 21 September 1743 
met Catharina Jacoba Hoevenaar, geboren te Amster- 
dam 2 Februari 1706, overleden te Alkmaar 1 1 Decem- 
ber 1761. 

Vervolgens huwde hij te Maastricht 15 Mei 1764, 
tijdens hij aldaar als gecommitteerde van de Staten- 
Generaal verblijf hield, met Jacoba Agatha Ravens, 
geboren 31 Juli 1739, overleden te 's-Gravenhage 28 
April 1806, dochter van den auditeur militair M'. Wil- 
lem Hendrik Ravens en van Catharina de Vries. 

Uit het eerste huwelijk sproot één, uit het tweede 
acht kinderen. 

i^ Maria Frederica Ouwens, geboren te Alkmaar 
13 Juli 1751, overleden te Utrecht 25 Mei 1828, 
te 's-Gravenhage op 25 October 1778 gehuwd 
met Thomas Treytelaer, eerst controleur van het 



34 — 

klein zegel te 's-Grav.enhage, later secretaris van 
de Munt te Utrecht, en aldaar overleden in 
December 1829. 
2\ Wilhelmina Catharina Ouwens, geboren te Alk- 
maar in April 1765, in Januari 1828 ongehuwd 
te 's-Gravenhage overleden, 
3^. Rutger Ouwens, volgt onder IX. 
4^. Johanna Petronella Ouwens, geboren te Alkmaar 
15 Juni 1767, overleden te Zierikzee 9 November 
1827. 

Zij huwde eerst met den generaal Arend Pieter 
Jan Drabbe, geboren 30 Mei 1749, overleden te 
's-Gravenhage 27 October 1824 (i), daarna te 
's-Gravenhage 13 September 1826 met Nicolaas 
Stelt, geboren in 1762, predikant te Zierikzee, 
overleden te Zalt-Bommel 2 Maart 1829 weduw- 
naar van Johanna Perina Wijnmalen. 
5*. Caspar Jacob Ouwens, volgt onder ix bis. 
6*. Heter Jacob Ouwens, geboren te Alkmaar 18 
December 1769, werd in 1786 adelborst bij de 
Nederlandsche Marine, en overleed ongehuwd te 
's-Gravenhage 12 October 18 16, als kapitein ter 
zee (2). 
7*. Catharina Agatha Ouwens, geboren te Alkmaar 
15 Maart I773, overleden te 's-Gravenhage lo 
December 1847, op 12 Juni 1804 gehuwd met 
Jacob Carel Roering, geboren te 's-Gravenhage I 
Februari 1766 aldaar overleden 5 Augustus 1843, 
zoon van Johannes en Clara van de Kasteele (3). 
Zijne kwartieren waren: 

Roering van de Kasteele. 

Heeneman Sobbe. 

Olthof van der Cool. 

Wolfswinkel (?) Rotgans. 
8*. Willem Hendrik Ouwens, volgt onder ix ter. 
Q*. Antonie Ouwens, volgt onder ix quater. 
IX. Rutger Ouwens, geboren te Alkmaar 23 April 
1766, werd eerst ontvanger der Waag en Rondsmaat 
te Alkmaar, later in 1786 secretaris aldaar, vervolgens 
burgemeester van Boskoop en overleed te Amsterdam 
5 October 1843. 

Hij was den 1 1" November 1800 gehuwd met Geertruy 
de Bellon, geboren in 1776, overleden te Amsterdam 
17 Augustus 1839, die hem drie kinderen schonk, 
i^ Pieter Ouwens, geboren te Amsterdam (?) 3 Maart 
1801, was ambtenaar bij de belastingen en over- 
leed te Amsterdam 6 Januari 1 87 1, zonder kinderen 
na te laten bij Agatha de Groot, met wie hij in 
1845 was gehuwd. 



(1) Uit dit huwelijk sproot de familie Macalester Loup. 

(2) Thans eigendom van zijn ach torkleinzoon fl. A. Daey Onwens. 



(i) Zie VoRSTERMAN VAN Oten: Stam- en Wapendoe^ Genealogie 
Drabbe. 

(2) » DE JoNOE. Geschiedenis van het NederL Zeewezen. V 661, 662. 

(3) Van deze echtgenooten bestaan lithographische portretten, ge* 
teekend door J. C Elink Sterk. 



Digitized by V:iOOQIC 



— 35 



2*. Sara Louise Ou wens, geboren te Amsterdam 22 
Maart 1803, aldaar overleden en er op 11 April 
1846 gehuwd met Jan Bemardus Vroom. 

3^ Hendrina Maria Ou wens, geboren te Amsterdam 
24 Januari 1805, aldaar overleden 21 Januari 1877 
en is op I November 1843 gehuwd met Dirk 
Hendrik Becker. 

ixto. Caspar Jacob Ouwens, tweede zoon van Mr. 
Pieter Ouwens en van Jacoba Agatha Ravens, werd 
geboren te VGravenhage 9 September 1768. 

Bij het overlijden zijns vaders, volgde hij zijnen 
ouderen broeder op als ontvanger der Waag en Ronde- 
maat te Alkmaar (1786— 1 806) en werd vervolgens 
ontvanger van Schagen (1806— ll), debitant der keizer- 
lijke regie (18 II), ontvanger van Heilo (18 12), controleur 
der belastingen te Alkmaar {18 13) en inspecteur der 
belastingen aldaar (1826). 

In 1836 na 49-jarigen dienst eervol ontslag verzocht 
hebbende^ werd hem pensioen verleend onder dank- 
betuiging voor de aan den lande bewezen dienstenen 
overleed hij vervolgens te Alkmaar 21 November 1837. 

Hij was drie malen gehuwd geweest: 

Eerst huwde hij te Medemblik 3 December 1794 
met Maria Elizabeth de Lange, aldaar geboren 27 
Januari 1774, overleden te Alkmaar 28 Mei 1796, dochter 
van Dr, Huibertus Geldolph de Lange en van Geertruy 
Holland (i). 

Daarna trouwde hij op Texel 26 Maart 1797 met 
Margaretha Kikkert, aldaar geboren, en overleden 
te Alkmaar in 1798, dochter van Arie Kikkert en 
van Elizabeth Dekker (2). 

Vervolgens huwde hij te Alkmaar I9 October 1800 
met Hendrina Maria de Lange, geboren te Alkmaar 
13 October 1776, aldaar overleden 15 September 1843, 
dochter van den notaris Pieter de Lange en van Mar- 
garetha Ouburg (i). 

Uit het eerste huwelijk sproten drie, uit het tweede 
één, uit het derde vier kinderen. 

I". Petronella Jacoba Ouwens, geboren te Alkmaar 
in 1795, aldaar in 1802 overleden. 

2". en 3^ tweelingen, eveneens jong overleden. 

4^ Pieter Adriaan Ouwens, geboren te Alkmaar in 
1798, aldaar in 1810 overleden. 

5".— 7". drie kinderen, allen ongedoopt overleden. 

8*. Greldolf Adriaan Ouwens, volgt onder X. 

3U Geldolf Adriaan Ouwens, geboren te Alkmaar 
20 Mei 1806, werd 16 Mei 1823 benoemd tot surnu- 
merair bij de belastingen, 21 April 1828 tot controleur 
te Muiden, 9 Juni 1836 te Alkmaar en lo April 1858 
tot rijks^ntreposeur V klasse, directeur van het rijks- 



(4) Zie A. A. Vorsterman vaw Otbw, Stam- en Wapwiboék. 
Genealogie de Lange, 
(f) Zie als bo^en. Geslacht Kikkert 



entrepotdok en commissaris voor de Rijnvaart te Am- 
sterdam. 

Op 4 Mei 1870 benoemd tot officier in de orde van 
de Eikekroon, werd hij den 24 April 1872 op zijn ver- 
zoek eervol ontslagen, onder dankzegging voor de 
gedurende 49 jaren aan den lande bewezen diensten, 
en gepensioneerd, waarna hij zich met der woon te 
Almelo vestigde. 

Hij is tweemalen gehuwd geweest. 
Eerst huwde hij op den huize Schuilenburg te Wim- 
menum onder Egmond 23 Augustus 1829 met Adolfia 
Henderica Holland, geboren te Alkmaar 5 April 1807, 
aldaar overleden lo December 184I, dochter van den 
schout bij nacht Adolf Holland en van Henrica Elizabeth 
van Vladeracken. 

Hij hertrouwde te Amsterdam 31 Juli 1845 met 
Johanna Adriana Daey, geboren te Alkmaar 4 April 
1805, overleden te Amsterdam 3 Februari 1870, dochter 
van Maarten Adriaan Daey en van Machtelina Henrica 
van Meerten, en nakomelinge van Pieter Daey en 
Catharina Ouwens boven genoemd. 

Geldolf Adriaan Ouwens, wiens kwartieren zijn : 
Ouwens de Lange. 

Ravens Ouburg. 

Feith Corssendonck. 

NN. Feith. 

Wijnen Stuyling 

NN. de Vos. 

Uitslagers N. N. 

N. N. Uitslagers. 

had bij zijne eerste vrouw zeven kinderen. 

1*. Hendrina Maria Ouwens, geboren te Weesp 14 

Juni 1830, aldaar overleden 6 Maart 1832. 
2*. Hendrina Maria Ouwens, geboren te Weesp 12 
April 1832, gehuwd te Amsterdam 7 Juni 1862 
met Hermanus Rietveld. 
3*. Caspar Jacob Ouwens, geboren te Weesp 16 

April 1834, aldaar overleden 13 April d. a. v. 
4*. Caspar Jacob Ouwens, geboren te Weesp 29 
Februari 1836, overleden te Alkmaar 20 Februari 

1837. 
5*. Hendrik Adolf Ouwens, volgt onder xi. 
6^. Anne Elise Hendrik Ouwens, geboren te Alkmaar 
II Februari 1839, aldaar overleden 12 Maart 1840. 
7' Jacob Adolf Simons Gerard Ouwens, geboren te 
Alkmaar 10 October 1841, aldaar overleden 10 
Maart 1842. 
X. Hendrik Adolf Ouwens, geboren te Alkmaar 
2I Noveiiiber 1837, werd benoemd tot directeur van 
de Almelosche stoomspinnerij, weverij en ververij en 
verkreeg bij het uitsterven van de familie Daey bij 
Koninklijk besluit van ll October 187 1 N^ 29 vergun- 
ning voor zich en zijne wettige nakomelingen om zich 
te noemen Daey Ouwens. 



Digitized by 



Google 



- 36 - 



Zijne kwartieren zijn: 




Ouwens 


HoUand 


de Lange 


van Vladeraken 


Ravens 


de Zee 


Ouburg 


Kloeck 


Feith 


Groot 


Corssendonck 


Daey 


N. N. 


N. N. 


Feith 


Witte. 



Hij huwde te Leidschendam l6 November 1866 met 
Maria Margaretha Roering, geboren aldaar 8 September 
1839, dochter van Thomas Christiaan Roering, notaris 
en burgemeester aldaar en van Maria Jacoba Carolina 
Peronneau van Leyden, 

Uit dit huwelijk sproten vier kinderen: 

l^. Geldolf Adriaan Daey Ouwens, geboren te 

Almelo 13 Augustus 1867, thans adjunct admi- 
nistrateur bij de Nederlandsche Marine. 
2^ Thomas Christiaan Daey Ouwens, geboren te 

Almelo 7 Augustus 1869. 
3®. Pieter Daey Ouwens, geboren te Almelo 20 

September 187I. 
4^ Maria Jacoba Carolina Daey Ouwens, geboren 

te Almelo 5 Maart 1873. 
De kwartieren dezer kinderen zijn: 

Ouweiis Roering 

Holland Peronneau van Leyden. 

de Lange Ouwens 

van Vladeracken van Esen 

Ravens van de Kasteele 

de Zee * Gallé 

Ouburg Raveni 

KUoeck Andriessen. 

rx/^^. Willem Hendrik Ouwens, vierde zoon van 
Mr. Pieter Ouwens en van Jacoba Agatha Ravens, 
geboren te Alkmaar 29 September 1775, werd eerst 
solliciteur, later ambtenaar aan het departement van 
Binnenlandsche Zaken te *s-Gravenhage en overleed 
aldaar 3 Mei 1832. 

Hij huwde aldaar 31 Maart 1801 Wilhelmina Anna 
Rijgerbos, aldaar geboren 11 November 1777, en aldaar 
overleden 1 1 Juli 1849, dochter van Antoni Jan Rijgerbos 
en Antoinette Carolina Pauw. 

Uit dit huwelijk sproten veertien kinderen: 
i^. Agatha Comelia Wilhelmina Ouwens, geboren te 
's-Gravenhage 20 April 1802, aldaar op 29 Decem- 
ber 1881 ongehuwd overleden. 
2^ Antonia Johanna Ouwens, geboren te 's-Graven- 
hage 6 Augustus 1 803, overleden te Meerenberg 
(Bloemendaal) 21 Juli 1862, ongehuwd. 
3<^. Francina Maria Wilhelmina Ouwens, geboren te 
VGravenhage 9 April 1805, aldaar overleden 
3 November d. a. v. 



4^ Petronella Jacoba Ouwens, geboren te 's-Graven- 

hage 31 Juli 1806, aldaar op 17 December 1874 

ongehuwd overleden. 

5^ Fran^ois Marinus Ouwens, geboren te 's-Graven- 

hage 19 December 1807, aldaar overleden 17 

April 1810. 

6^. Willem Anne Ouwens, geboren te 's-Gravenhage 

9 Maart 18 lo, aldaar overleden 2 November 1 81 2. 

7^ Antonie Jan Ouwens, geboren te 's-Gravenhage 

14 November 18 12, aldaar overleden 17 d. a. v. 
8^. Jan Anthonie Rijgerbos Ouwens, geboren te Gouda 
12 Januari 18 14, werd 20 Juni 1834 benoemd tot 
adspirant-intendant (2** luitenant), op 15 Mei 1839 
tot adjunct-intendant (i" luitenant), en op 14 
Januari 1853 tot onder-intendant 2* klasse (kapitein) 
bevorderd. Hij overleed als zoodanig ongehuwd 
te 's-Hertogenbosch 13 November 1865. 
9*. Doode dochter, geboren te 's-Gravenhage 29 
April 1816. 

lo'. Doode zoon, geboren te 's-Gravenhage 15 Augus- 
tus 1817. 

II'. Willem Anne Hendrik Ouwens, geboren te 's-Gra- 
venhage II November 18 18, werd procureur 
aldaar 5 Maart 1845 en overleed er ongehuwd 
den II Februari 1874. 

12*. Fran^ois Rutger Ouwens, geboren te 's-Graven- 
hage 2 Juli 1820, aldaar overleden 29 April d. a. V. 

1 3°. Maria Johanna Ouwens, geboren te 's-Gravenhage 
8 November 1821, aldaar op 10 Juli 1864 onge- 
huwd overleden. 

14^ Esther Anna Ouwens,, geborei^ te 's-Gravenhage 
30 September 1823, aldaar overleden 29 December 
188 1, was aldaar den 21 Maart 1866 gehuwd met 
Abraham Constant van Rhijn, geboren te Dalfeen 
21 Juli 1830. 

IX^quater, Antonis Ouwens, jongste zoon van Mr. 
Pieter Ouwens en van Jacoba Agatha Ravens, ge- 
boren te Alkmaar 3 April 1779, was makelaar in 
roerende en onroerende goederen te Amsterdam en 
overleed aldaar 3 Maart 1841. 

Hij huwde eerst in 1804 met Elizabeth DoU, daarna te 
Amsterdam 8 April 1 8 1 2 met G^rradina Petronella Anna 
Raesinck geboren 8 Juli 1785 overleden te Amsterdam 
7 Juli 1849, ^^ h^d bij de eerste drie, bij de tweede 
tien kinderen. 

i". Jacoba Agatha Ouwens, geboren te Amsterdam 
8 Maart 1805 overleden te Amsterdam 8 Maart 
1847, echtgenoote van den koopvaardij kapitein 
Lankhoff. 
2". Pieter Antonis Ouwens, volgt onder x. 

(Wordt vervolgd). 
Chr*. J. Polvliet. 

KapL Ingenieur, 



Digitized by 



Google 



— 37 



De oade kerkregisters in ons land. 

[Vervolg). 

STAD ALMELO. 

Een band met geboorten, gedurende het jaar 1811. 

Een tabellsirische opgave der geboorten van kinde- 
ren van Israëlitische ouders, aldaar woonende op 31 
Augustus 18 13. 

Een trouwboek van 27 December 1691 tot en met 
29 November 171 1. 

Een dito van 10 Januari 1712 tot en met 28 December 

1749. 
Een dito van 3 Januari i75otot en met 18 December 

1789. 

Een dito van 5 Februari 1790 tot en met 12 Juni 1795. 

Een band met ondertrouwden van 31 Juli 1795 tot 
en met 30 December 1796. 

Een dito met ondertrouwden van 13 Januari 1797 
tot en met 2 Februari 1 8 1 1. Op den kant der inschrijving 
staat de dagteekening van het huwelijk. 

Een band getiteld huwelijksregister van het jaar 181 1. 

Een register van echtscheidingen gedurende het 
jaar 1814. 

Een overlijdensregister van 8 Januari 1806 tot en 
met 2 Juni 1810. 

Een dito van 2 Juni 1810 tot en met 31 December 181 1. 

Een alphabetische lijst van alle gezindten (Hervorm- 
den, Doopsgezinden, Roomsch Katholieken en Ned. 
Israëliten) van 1764 tot en met i Januari 1797. 

Een register met alphabet van vaste familie- en 
voornaams-aanneming, van 19 Augustus tot en met 24 
Augustus 18 12. 

ALMKERK EN UITWIJK. 

Doopboek van 1 700— 1 8 1 1 . Almkerk en EmmikhOYen. 
(Ned. Herv. gemeente). 

Trouwboeken van 1734 — 1811. Idem. 

> » 1799— 1810. Waardhuizen. 

Doopboek der Ned. Hervormde gemeente te Uitwijk 
van 1781 — 1810. 

Doopboek der Ned. Hervormde gemeente te Waard- 
huizen van 1793 — 1810. 

Begrafenisboeken der Ned. Hervormde gemeente te 
iimkerk en Emmikhofen van 1733 — 181 o. 

Begrafenisboeken der Ned. Hervormde gemeente te 
Waardhalzen van 1699 — 1805. 

ALPHEN EN RIEL {V. Br.). 

Een register der Roomsch Katholieke gemeente 
Alphen, van gedoopten van 1604 — 1636. 
Overledenen van 1615 — 1636. 
Huwelijken van 1604 — 1636. 
Een reg^ter van de gedoopten van 1637 — 1653. 
Overledenen van 1637 -1648. 



Een idem 


idem 


Een idem 


idem 


Een idem 


idem 


Een idem 


idem 



Huwelijken van 1637 — 1653. 

Een register van gedoopten van 1653 — 1696. 

Overledenen van 1 653— 1672. 

Huwelijken van 1653 — 1696. 

Een regfivSter van gedoopten van 1696 — 1746. 

Overledenen van 1724 — 1746. 

Huwelijken van 1696 — 1746. 

Een register van gedoopten van 1747 — 1796. 

Overledenen van 1747 — 1785. 

Huwelijken van 1747 — 1796. 

Een register van gedoopten van 1797 — 1810. 

Huwelijken van 1797 — 18 10. 

Een doopboekje van de Gereformeerde gemeente 
van Alphen» begonnen in 1660 en eindigende 19 Febru- 
ari 1809. 

Een trouwregister van de Burgerlijke gemeente 
Alphen, beginnende met 1657. 

Een idem beginnende 1664. 

Een idem idem 1668 — 1696. 

1697—1747- 
1747—1793- 
1796 — 1803. 
1803 — 1810. 

Een idem van overledenen van 1783. 

Een idem idem » 1785 — 1805. 

Een idem idem » 1807 — 1810. 

Een begrafenisreg^ter van 1806 — 18 10. 

Roomsch Katholieken van Biel. 

Een regfister van gedoopten van 1617^-1637. 

Een idem van gedoopten, huwelijken en overlijden 
van 1673 — 1647. 

Een idem van gedoopten van 1747 — 1797. 

Een idem van huwelijken van 1747 — 1793. 

Een idem van overlijden van 1747 — 1793. 

Een idem van gedoopten van 1798 — 1810. 

Een trouwregister der Burgerlijke gemeente Biel 
van 1797—1801. 

Een pakje met huwelijks-proclamatiën en relazen. 

Een register van de Burgerlijke gemeente van 

1752—1799- 

Een idem van 1800—1806. 

Een idem van 1806 — 1810. 

Een register met de declaratiën van aangeving van 
lijken van 1806 — 1810. 

Eene alphabetische lijst der akten van den Burge- 
lijken Stand over de jaren 1811 en 18 12. 

AMBY. 

In die gemeente is geen enkel oud register betreffende 
gfeboorten, huwelijken of overledenen vóór 181 1. 

AMEIDE. 

In het archief dier gemeente vindt men : 

Een doopboek van Protestanten te Ameyde en Tlen- 



Digitized by 



Google 



_ 38 - 



hoven van 19 Juli 1663 tot 26 December 1696. 

Een doopboek van Ameyde en Tienhofen van 14 
Januari 1697 tot 5 December 1728. 

Een doopboek van Ameyde en Tienhoyen van 26 
Januari 1729 tot 14 Januari 1742. 

Een doopboek van Ameyde en Tienhoyen van 14 
Februari 1742 tot 24 December 1797, alsmede een dito 
van 14 Januari 1798 tot 8 Mei 1812. 

Een memoriael van alle zoodanige persoenen welke 
bij Lenuldus Jonckholt predikant der stede van 
Ameyde in ondertrouw zijn opgenomen van 10 No- 
vember 1660 tot 12 November 1 701, ook de getrouwden 
in de kerk te Tienhoyen. 

Trouwboek van 3 Februari 1704 tot 21 Maart 1728. 
Hierin is tevens eene notitie van ondertrouwde of ge- 
trouwde vreemdelingen van 1700 tot 1711. 

Register van ondertrouw en getrouwden van 15 
Januari 1729 tot 22 December 1741. 

Trouwboek van Ameyde en Tienhoyen van 23 Fe- 
bruari 1742 tot 31 Mei 1795. 

Trouwboek van Ameyde, gehouden ingevolge de 
wet van de provisionele representanten van het volk 
van Holland van 7 Mei 1795 door of van wege de 
plaatselijke regeering, loopende van 12 Juli 1795 tot 
I Juni 181 1. 

Trouwboek van Tieuho?en als voren van 8 Decem- 
ber 1796 tot 29 December 181 1. 

Alphabetisch register van overleden personen te 
Ameyde en Tienhoyen van 1730 tot 181 1. 

Register van begraven te Ameyde van 1789 tot 1806. 

Register van aangegeven lijken onder Ameyde van 
7 Januari 1806 tot 10 October 181 1. 

Als voren onder Tienhoyen van 3 Januari 1806 tot 
10 October 181 1. 

Register van overledenen gehouden door War- 
NARDUS Verhye gequalificeerd tot invordering van 
het recht van successie te Ameyde 3 Januari 1806 tot 
13 November 181 1. 

Als voren onder Tienhoyen 3 Januari 1806 tot 9 
October 181 1. 

AMELAND. 

Aldaar zijn aanwezig: 

Een Gereformeerd doop- en trouwboek van Hollnm 
in één band van 1723 tot 1792. 

Een Gereformeerd doop- en trouwboek van Hollnm 
in één band van 1792 tot 1812. 

Een Gereformeerd doop- en trouwboek van Ballnm 
in één band. Doop. 17 16 tot 1812. Trouw. 1723 tot 18 12. 

Een Gereformeerd doop- en trouwboek van Nes en 
Bnren van 1725 tot 1812. 

Liber baptizatorum der Roomsch Katholieken van 
1696 tot 1812. 

Liber Conjugatorum der Roomsch Katholieken van 
1696 tot 1810. 



AMERONGEN. 

De doopregisters der Hervormden vangen aan met 
het jaar 1654 tot en loopen 181 1. 

De huwelijksregisters evenzoo. 

De begraafregisters beginnen met het jaar 1772 en 
loopen tot 181 1. 

AMERSFOORT. 

De doopregisters der Hervormde gemeente loopen 
van I Mei 1579 tot 6 Mei 1610. 

De doopregisters van 20 Juni 16 13 tot 26 Juni 181 1. 

De doopregisters van de Remonstrantsche gemeente 
van 1730 — 1810. 

De doopregisters van de Luthersche gemeente van 
29 Mei 1687 tot 10 Juli 181 1. 

De doopregisters der Oud-Roomsche (parochie 't Zand) 
van 1659 — 181 1. 

De doopregfisters der Oud-Roomsche (parochie Muur- 
huizen) van 1669 -181 1. 

De doopregfisters der Roomsch Katholieke gemeente 
(parochie de Elleboog) van 1680 — 1811. 

De doopregisters der Roomsch Katholieke gemeente 

(Parochie 't Zand) van 17 10 — 181 2. 

Kopy translaat van het besnijdenis-register van de 
Israëlitische gemeente van Juni 1750 — 1811. 

Het trouwboek der Hervormde gemeente van 1583 — 
1796. 

Het trouwboek der Oud-Roomschen van 1659— 1806. 

Het trouwboek der Roomsch Katholieken (Elleboog) 
van 1684 — 1811. 

Het trouwboek der Roomsch Katholieken (Zand) van 
1710 — 1812. 

Begrafenis-boek van de St. Joriskerk van 1589 — 1693. 
» » » » » > 1716— 1735. 

» » » » » » 1736 — 1792. 

» » » > > > 1796 — i8n. 

» » L. V. kerkhof » 1776 — 181 1. 

Doodboek van de Oud-Roomsche (Zand) van 1728 — 
1799. 

AMMERZODEN. 

Een doopregister van de Hervormde gemeente van 
Ammerzoden van 1742 tot 1809. 

Een reg^ter van 1688 tot 174 1 inhoudende het doop- 
regfister, aanteekening der gesloten huwelijken, lede- 
maten der Hervormde kerk te Ammerzoden, benevens 
een aanteekening van het verhandelde in den kerken- 
raad dier Hervormde gemeente. 

Een register van gesloten huwelijken van 1742 tot 1810. 

Een trouwboek der Hervormde kerk van Ammer- 
zoden en Well van 1742 tot 1810. 

Een trouwboek in dubbel van de huwelijken in 
Ammerzoden, Well en Wordragen voor den secretaris en 
schepenen voltrokken van i Maart 1796 tot ultimo 
December 1798. 



Digitized by 



Google 



— 39 



I dito loopende van i April 1796 tot 1800. 

Een trouwboek van gesloten huwelijken voor den 
secretaris en schepenen van i Maart 1796 tot 1798. 

Een register van aangifte van geboorte, overlijden 
en gesloten huwelijken in het fransch gehouden door 
den maire van Ammerzoden, département des bouches 
du Rhin van af 4 Januari 181 1 tot 25 December 1812. 

Een doopregister en register van gesloten huwelijken 
der Roomsch Katholieke gemeente van Ammerzoden 
van 1732 tot iSio. 

Een register van aangegeven lijken ter secretarie 
van Ammerzodett, Well en Wordragen van 1806 tot 18 10. 

Een register van personen in ondertrouw opgenomen 
en in het huwelijk vereenigd ten overstaan van den 
secretaris en twee schepenen van Ammerzoden van i 
April 1796 tot 28 December 1810. 

Een doopregister benevens een register van huwe- 
lijken der Roomsch Katholieke gemeente van Ammer- 
zoden van 1674 tot 1732. 

AMSTENRADE. 

Het doopregister, trouwboek en grafboek der Roomsch 
Katholieke kerk, loopende van het jaar 1659 tot 1796, 
in 5 banden. Ieder band bevat gezamenlijk de drie 
genoemde registers regelmatig voor elk jaar. 

AMSTERDAM (1). 

Doopboeken. 

Nederduitsche Hervormden. 

De Oude-kerk, op het Oudekerksplein, tusschen de 
Warmoestraat en den Oudezij ds- Voorburgwal , van 
1564 tot 181 1. 37 banden. 

De Nieuwe-kerk, tusschen den Dam en de Nieuwe- 
zijds- Voorburgwal, van 1587 tot 181 1. 25 banden. 

De Oudezijds-kapel, aan het begin van den Zeedijk 
bij de Oude Teertuinen, van 1650 tot 181 1. 2 banden. 

De Nieuwezijds-kapel, in de Kalverstraat over het 
burgerweeshuis, van 1644 tot 181 1. 10 banden. 

De Zuider-kerk tusschen de Nieuwe Hoogstraat en 
de Zandstraat, van 1641 tot 1811. 12 banden. 

De Westerkerk op de Westermarkt tusschen de 
Keizers- en Prinsengracht, van 1654 tot 181 1. 10 banden. 

De Noorderkerk op de Noordermarkt aan de Prinsen- 
gracht, van 1641 tot 181 1. 12 banden. 



(1) In het 3e deel van Dr. P. Sgheltkma's Inventaris van het 
Amsterdamsch archief, in i^t 10e gedeelte blz. 66, komt eene uit- 
voerige beschrijving van de Aide doop-, trouw- en begrafenisboeken 
van Amsterdam voor, welke hier wordt overgenomen, doch verwijzen 
wij voor meerdere bijzonderheden naar de belangrijke noten door Dr. 
Sgheltema bij zijne opgaven in genoemden Inventaris gevoegd. Eenige 
verbeteringen hierop ontvingen wij met den meesten dank van den 
tegen woordigen archivaris Mr. N. de Roever. 



De Ooster-kerk op Wittenburg van 1659 tot 1811. 

5 banden. 

De Eiland-kerk op het Bickers-eiland van 1660 tot 
1811. 3 banden. 

De Amstel-kerk op het Amstelveld aan de Prinsen- 
gracht van 1670 tot 18 il. 12 banden. 

Waalsch-Hervormden. 

De Oude-kerk op het Walen-kerksplein aan den Oude- 
zijds-Achterburgwal bij de Hoogstraat en de Nieuwe- 
kerk, op den hoek van het Molenpad aan de Prinsen- 
gracht, van 16 15 tot 181 1. 7 banden. 

Engelsch-Hervormden. 

De Presbyteriaansche kerk, op het Bagijnhof, van 
1607 tot 181 1. 

Engelsch-Episcopalen. 

De Episcopale kerk, op den Groenenburgwal bij de 
Staalstraat van 1742 tot 1807. 

Evangelisch-Lutherschen. 

De Oude kerk, op den Singel en den hoek van het 
Spui, en de Nieuwe kerk op den Singel, niet verre 
van de Nieuwe Haarlemmersluis, van 1590 tot 181 1, 
116 banden. De band van 1725 ontbreekt. 

Hersteld-Lutherschen. 

De Hersteld-Luthersche kerk, op den Kloveniers- 
burgwal en den hoek van de Spinhuissteeg, van 1791 
tot 181 1, 2 banden. 

Remonstrantsch-Gere formeerden. 

De Remonstrantsch-Gereformeerde kerk, op de Kei- 
zersgracht bij 4e Prinsenstraat, van 1633 tot 18 11. 2 b. 

Geboorte-registers van ongedoopte kinderen, van 
1711 tot 1811. 

Doopsgezinden. 

De Doopsgezinde kerken. Geboorte-registers, van 
1696 tot 18 II, met een alphabetisch naam-regfister 
daarop. (In deze eeuw samengesteld). 1 band gansch 
niet volledig. 

Roomsch-Katholieken. 

De Mozes- en Aarons-kerk, tusschen deHoutgracht 
en de St. Antonie-breestraat, van 1649 tot 1811.12b. 

Het Boompje, aan het einde van het Rokin achter 
de Kalverstraat, van 1628 tot 181 1. 9 banden. 

Het stadhuis van Hoorn, op den Nieuwezijds Ach- 
terburgwal bij de Korsjespoortsteeg, van 1668 tot 181 1. 

6 banden. 

De Toren, op den Singel bij de Bergstraat, van 
1644 tot 18 II. 3 banden. 

De Fransche kerk, op de Boommarkt bij de Ros- 
marijnsteeg, van 1662 tot 181 1. 



Digitized by 



Google 



— 40 — 



De Star, tusschen de Spinhuissteeg en het Rusland, 
van 1657 tot 181 1. 6 banden. 

De kerk op het Bagijnhof, van 1700 tot 181 1. 2 
banden. 

Geloof, Hoop en Liefde, op den Nieuwezijds Voor- 
burgival, tusschen het Spui en de Roskamsteeg, van 
1648 tot 181 1. 3 banden. 

De Posthoorn, op de Prinsengracht bij de Brou- 
wersgracht, van 1649 tot 181 1, 3 banden. 

Het Hart of de kerk in Heintjehoeksteeg, op den 
Oudezijds Voorburgwal en den hoek van de genoemde 
steeg, van 1675 tot 181 1. 4 banden. 

De Papegaai in de Kalverstraat tusschen de Jonge 
Roelensteeg en de Sint-Luciensteeg, van 1752 tot 
i8ii. 2 banden. 

De Pool op de IJgracht naast de kweekschool voor 
de zeevaart, van 1695 tot 181 1. 2 banden. 

Het Dui^e of Vrede-dui^e in de Kerkstraat tusschen 
de Vijzel- en de Spiegelstraat van 1682 tot 181 1. 5 
banden. 

De Krijtberg op den Singel tegenover de oude 
Luthersche-kerk van 1663 tot 181 1. 4 banden. 

De 2^ijer op de Keizersgracht bij de Brouwers- 
gracht van 1685 tot 181 1. 4 banden. 

De kerk in het Jongensweeshuis op de Lauriergfracht 
tusschen de twee laatste bruggen, van 1697 tot 1778. 

De kerk in het Maagdenhuis aan het Spui tusschen 
de Voet- en Handboogstraat, van 1684 tot 181 1. 4 b. 

De Liefde, buiten de Raampoort op het Lange 
Bleekerspad van 1784 tot 181 1. 

De kerk op het Kuiperspad van 1661 tot 181 1. 
3 banden. 

De koninklijke Kapel van Koning Lodewijk, op het 
paleis, in de voormalige vierschaar. Doop en trouw- 
registers van 1807 tot 18 10. 

Jansenisten of Roo m sch-Katholieken 
der Oud-bisschoppelijke Kiezer ij. 

De kerk op de Brouwersgrracht, tusschen de Korte 
Prinsengfracht en de Brouwerstraat van 1664 tot 181 x. 

De drie Bonte Kraaijen, in de Oude Teertuinen bij 
den Zeedijk, van 1706 tot 1779. 2 banden. 

De kerk in de Vinkenstraat op den hoek van de 
Baambrugsteeg van 1657 tot 1770. 

De Paauw in de Keizerstraat, van 1666 tot 1798. 

De Ooyevaar in de Bamdesteeg bij den Oudezijds- 
Achterburgwal, van 1768 tot 181 1. 

De kerk op den Nieuwezijds- Achterburgwal tusschen 
de Lijnbaan- en Pottenbakkersteeg van 1655 tot 1801. 

Hoogduitsche Joden. 

Greboorte-registers van 1660 tot 181 1. 3 banden. 
Besnijdenis-registers van 1657 tot 181 1. 91 banden. 



Portugeesche Joden. 
Geboorte-regfisters van 1736 tot 181 1. 
Grieksche of Russische Christenen. 

De Grieksche of Russische kerk op den Oudezijds 
Voorburgwal tusschen de Minderbroeders- en Kreupel- 
steeg. Doop-, trouw- en sterfregisters, van 1798 tot 180 1. 

Trouwboeken. 
Inteekeningregisters. 

Kerk-inteekeningregisters van 1578 tot 181 1. 260 
banden. 

Pui-inteekeningregisters van 1583 tot 1795. loi banden. 

Het /««boek van 1581 tot 1583 (Maart) staat achter het kerkboA N«. 2. 

Extraordinaris-inteekeningregisters van 1591 tot 1636. 
4 banden. 

Inteekeningregisters der Walenkerk van 1633 tot 
1795- 5 banden. 

Huwelijks-afkondigingregisters. 

De Oude-kerk van 1624 tot 1795. 17 banden. 
De Nieuwe -kerk van 1725 tot 1795. 37 banden. 
De Zuider-kerk van 1725 tot 1795. 25 banden. 
De Wester-kerk van 1725 tot 1795. 40 banden. 

Huwelijks-registers. 

Het stadhuis van 1604 tot 181 1. 27 banden. 
De Oude-kerk van 1565 tot 1795. 19 banden. 
De Nieuwe-kerk van 1578 tot 1795. 43 banden. 
De Walen-kerk van 1584 tot 1795. 5 banden. 
De Presbyteriaansche-kerk van 1742 tot 1807. 
De Episcopale-kerk van 1742 tot 1807. 

Be grafenis boek en. 
Kerken. 

De Oude-kerk van 1553 tot 181 1. 14 banden. 

In het begraafboek Oude-kerk ontbreekt Angnstns i6ox— Januari 1606. 

De Nieuwe-kerk van 1585 tot 181 1. 10 banden. 
De Oudezijds-kapel van 161 7 tot 181 1. 6 banden. 
De Nieuwezijds-kapel van 1657 tot 181 1. 6 banden. 
De Zuider-kerk van 1625 tot 181 1. 11 banden. 

In de Zuider-kefk berust een boek, ten onrechte genoemd graf boek 
N». X, dat eigenlek een begrafenisboek is van x6xx— 1643. 

De Wester-kerk van 1663 tot 18 11. 11 bannen. 
De Noorder-kerk van 1663 tot 18 11. 10 banden. 
De Ooster-kerk van 1672 tot 18 11. 4 banden. 
De Eilands-kerk van 1737 tot 18 11. 10 banden. 
De oude Walen-kerk van 1622 tot i8n. 3 banden. 
De Presbyteriaansche kerk van 1607 tot 1811. 
De Luthersche Oude-kerk van 1 674 tot 1 8 1 1 . 4 banden. 
De Luthersche Nieuwe-kerk van 1674 tot 181 1. 3 band. 

(Wordt vervolgd). 



Digitized by 



Google 



— 41 — 



Infentaris fan het Rechterl^k Archief der stad 
Leeuwarden, 

door 

F. Fontein Tuinhout. 

Archivaris van Leeuwarden. 

Februari 1886. 



INLEIDING. 

Hierbij een woord tot inleiding van dezen mijnen 
Inventaris van het Archief van het Grerecht der stad 
Leeuwarden. 

Wat de hoofdverdeeling betreft in registers van 
eigenlijke- en oneigenlijke rechtspraak, allereerst dien- 
aangaande eene kleine toelichting. 

Wat eigenlijke rechtspraak is behoeft m. i. geen 
verklaring. 

Ik laat hier volgen waarin volgens professor van 
BoneVal Faure de oneigenlijke, vrij willige rechtspraak 
bestaat en wat haar omvang is (Zie het Ned, Burg, 
Procesrecht, blz. 59 e. v.. Leiden, Hazenberg 1871). 

cVrijwillige rechtspraak wordt door den rechter uit- 
cgeoefend in al die gevallen, waarin de wet zijne 
«tusschenkomst bij eenige rechtshandeling, buiten 
eigenlijk rechtsgeding vordert». 

«Haar omvang is geheel van de wet afhankelijk 
«en zal verminderen naarmate verrichtingen, welke 
«(elders of ook vroeger hier) aan den rechter plegen 
«opgedragen te worden, tot den werkkring van bizondere 
«buiten de rechterlijke macht staande ambtenaren worden 
«gebracht». 

«Zoo zoude wat bij ons thans aan de ambtenaren 
«van den burgerlijken stand is opgedragen, aan de 
^gerechten opgedragen kunnen zijn» (Men denke aan 
den inhoud van soort V (Zie den Inventaris)). 

«De vrijwillige rechtspraak of rechtsmacht heeft deze 
«benaming alzoo veeleer van den persoon, die haar 
^uitoefent, het gezag, waarmede dit geschiedt, ^« van 
«den aard der werkzaamheden». 

En ibidem op blz. 60. 

«Bij vrijwillige rechtspraak valt óf alle onderzoek 
«van den rechter weg: deze constateert eene voor hem 
«verrichte handeling (jur. vol. mera); óf hij doet onder- 
«zoek naar alles wat hij tot zijne voorlichting noodig 
«heeft, zonder aan opgaven van belanghebbenden 
«gebonden te zijn: hij verleent machtipng tot eene 
«of andere rechtshandeling» (jur. vol. mixta). 

Over V sprak ik reeds hierboven. De inhoud der 
registers W—AA, doch ook de beëedigingen der 
inventarissen in cc^ waarbij natuurlijk de registers der 
soort bb behooren geplaatst te zijn, doen denken aan 
soortgelijke rechtshandelingen buiten eigenlijk rechts- 
geding, welke ook bij ons door — of ten overstaan 



van den kantonrechter plaats hebben, welke derhalve 
ook bij ons een volontair-juridiek karakter dragen. 

Bij de meeste dezer registers is m. L het karakter 
der rechtspraak dat der jur. vol. mixta; de beéedi- 
gingen der inventarissen in de soort cc zoude men 
bijv. tot de jur. vol. mera moeten brengen. In de 
soort dd'-ff dragen de handelingen van het gerecht 
evenzeer het karakter der jur. voL mixta. Immers 
(men zie den inventaris), is er geen «verspieringhe» 
dan eerst verleent het gerecht het consent; is er wel 
eene zoo werd natuurlijk naarmate na onderzoek deze 
al dan niet gegrond geoordeeld was te zijn, het consent 
op zijn koop aan den kooper niet of wel verleend. 

Wat de soort gg^ die der h)rpotheekboeken betreft, 
aan welke ik de laatste plaats inruimde, deze moeten 
bij deze verzameling blijven, quia lex ita scripta est» 
(Zie Ord. Boek I. Titel X). 

Wat de volgorde in elk der beide hoofdafdeelingen 
betreft, zal naar ik veronderstel uit den inventaris zelf. 
aan welken ik een Index deed voorafgaan, voldoende 
kunnen blijken, dat de registers der eigenlijke recht- 
spraak zooveel mogelijk gerangschikt zijn naar de 
plaats welke derzelver inhoud in het proces inneemt. 

Vooraan werd geplaatst het eenig exemplaar van het 
Notulenboek der schepenen, omdat dit boek, ofschoon 
van jongen datum, het eenige is dat zaken zoowel van 
crimineel- als van civielrechterlijken aard inhoudt. 
Daarop liet ik onmiddellijk de registers der crimineele 
rechtspraak volgen zoodat, op deze wijze geplaatst, 
de regristers van af e tot aan het eind der verzameling 
derhalve allen zaken van civielrechterlijken aard be- 
vatten. 

Bij de registers der oneigenlifke rechtspraak werd 
de eerste plaats ingeruimd aan het familie- en het 
familie-goederenrecht voornamelijk handelende over 
het huwelijk — en de belangen der weezen betref- 
fende zaken, de tweede aan het zuiver goederenrecht 
handelende over zaken van koop en verkoop en eindi- 
gende met die registers waarin door hypothecair ver- 
band versterkte obligatiën tot zekerheid voor de op tijd 
betaling van bestaande schulden, werden geregistreerd. 

Tusschen deze beide groepen achtte ik de registers 
betreffende de coUaterale successiën het best geplaatst 
aan welker inhoud, ofschoon niet bepaaldelijk het 
familierecht betreffende, toch eenige verwantschap met 
den inhoud der Inventarisatie- en Aestimatie-boeken 
niet kan worden ontzegd. 

De uitdrukking ScAepen-ArcAieven zoude alhier voor 
Rechterlijke Archieven van vóór 1500, zoo die beston- 
den, passend kunnen zijn want «Olderman» (welke 
betrekking steeds door een aanzienlijk Leeuwarder 
Edelman uit de geslachten van Cammingha, Burmania, 
Minnema, Martena, Camstra, enz. werd waargenomen) 
«Riucht en Reed» of «Olderman, Scepenen en Reed» 



Digitized by 



Google 



— 42 — 



vormden toen met de Gemeensluiden doorgaans het 
stadsbestuur dus cRiucht» en cScepenem zijn vermoe- 
delijk woorden van dezelfde beteekenis. De uitdrukking 
is mede passend voor de Archiefstukken na Maart 1806. 
(Zie de definitie van het Notulenboek van schepenen 
in den Inventaris) op welken tijd hier ook de zooge- 
naamde schepenboeken ingevoerd werden. Om evenwel 
de Leeuwarder rechterlijke Archieven, welker Inven- 
taris ik hierbij inleid, zoo te noemen acht ik bepaald 
onjuist. De Magfistraat alhier heette als rechtscpUegie 
thet Gerechh niet de schepenbank. Hij bestond gedu- 
rende langen tijd uit vier burgemeesters, zes schepenen 
en 'twee bouwmeesters; eene vroedschap van 13 personen 
cGremeensluiden» genaamd, vormden met hen het 
stadsbestuur. 

Om lid van den Magistraat d. i. van het stadsgerecht 
te kunnen zijn behoefde men hier vroeger, evenmin als 
nu, den titel van Doctor of Licentiaat in de Rechten 
te bezitten, en ook voor Grietslieden en hunne mede- 
rechters stond zulks nergens voorgeschreven. Ten 
aanzien der laatsten nu voorzag de Ordonnantie op 
het voetspoor van die van George van Saxen (zie 
hieronder) in de laatste woorden van art. 3, titel 2, 
boek m in het bezwaar dat bij moeielijke zaken 
hieruit zoude hebben kunnen ontstaan in deze woor- 
den: cindien zij (n.1. de Grrietslieden en Mederechters) 
c't Recht in zonderlinge zaaken niet verstonden zoo 
zullen zij raad van verstandige en geleerde luiden 
verzoeken opdat niemand in zijn recht verkort worde.» 

De praktijk breidde deze verstandige bepaling (zie 
Mr. BiNCKES, Verkl. der Ord.van Vriesland blz. 127) 
weldra uit tot alle, dus ook tot de stedelijke gerechten. 

Gelijk in Holland zoo kreeg men ook hier in de 
steden weldra vaste raadsmannen in moeielijke rechts- 
zaken, pensionnarissen geheeten. In art. 64, Tit. 2, 
Boek III der ord. worden zij «visitateurs» genoemd, 
dus de mannen die de gerechtszaken onderzoeken, 
(lat visitare). 

Volgens HuBER is deze praktijk om rechtskundig 
advies te vragen in ingewikkelde zaken, bij de defini- 
tieve sententiën tot deze allen uitgebreid. We lezen 
althans in zijn H. R. blz. 827 cBij de Neederrechters 
fworden de processen gesonden aan eenige rechtsge- 
tleerden, op welker advijs de sententie (se. de definitieve) 
«wordt gepronuncieert, hoewel somtijds wel twee of 
«meer advijsen genomen worden.» 

Wat eindelijk de By lagen betreft, men gelieve ze te 
beschouwen, gelijk ik ze heb genoemd, als Bylagen. 
De inventaris is dus zonder hen, wil men ook zonder 
deze inleiding compleet. Reeds geruimen tijd geleden 
maakte ik ze, bracht in de eerste en tweede bijna 
geen wijzigfingen, doch werkte de derde Bijlage om. 

Het mogelijk achtende dat zij tot verduidelijking 
van eenige hierin behandelde zaken zullen kunnen 



strekken, liet ik ze achter den inventaris geplaatst 
blijven. 

. Van mijn aanvankelijk plan om in deze inleiding in 
nadere byzonderheden mede te deelen de vroegere 
inrichting van den Magistraat, alhier enz., waarover 
men bijzonderheden vinden kan in deel XIV, i« stuk, 
blz. 169 e. V. van het boek getiteld ^Tegenwoordige 
staat der vereenigde Nederlanden» zag ik af. Immers 
deed ik dit, waarom dan ook niet in hoofdzaak mede- 
gedeeld den inhoud der Ordonnantie van 3 Juli 1504 
van George van Saxen, waarbij het Romeinsch Recht 
hier heerschappij verkreeg, rechtseenheid en rechts- 
zekerheid tot stand kwam^ en Leeuwarden tot zetel 
van het Provinciale Hof, het Hof van Appèl mede 
tegen de vonnissen van de Nederrechtei*s in dit gewest, 
verheven werd? 

Deed ik volgens dat vroegere plan, zoo behoorde ik 
ook al de wijzigingen, althans de meest belangrijke, in 
den loop der tijden in deze Ordonnantie gebracht, niet 
onvermeld te laten, om het verwijt te ontgaan aan 
slechts sommige deelen van het geheel mijne bizondere 
zorgen te hebben gewijd. 

En verder bij eene zoodanige uitvoerige inleiding, 
mocht ik niet verzwijgen het hier vóór 1500 gegolden"^ 
hebbende recht. 

Immers uit origineele charters, in dit stads-Archief 
aanwezig, blijkt dat «Oldermannen Riucht fen Liowert» 
reeds van oude tijden her het recht hadden misdaden 
te straffen, zelfs over halsmisdaden te rechten, welke 
laatste bevoegdheid evenwel, hen door de Saxische 
Ordonnantie werd ontnomen en tot de competentie 
van het «Hof Provinciaal» gebracht. Bovendien vond 
ik in andere oude stukken dikwijls van Leeuwarden 
«wilkeran» d. i. keuren gewag gemaakt. 

Wel is het Leeuwarder «Stadtboek» zelf, zoo het 
bestaan heeft, niet bewacird gebleven, doch het boek 
der «Stadts Leeuwaerden poUiciën int kort wt Stadts 
boeck getoegen» enz; door Wilko (niet Willem zooals 
Teltinghem noemt) Folkertsz. secretstris van Leeuwarden, 
in 1537 samengesteld, bevat vermoedelijk de overblijf- 
selen van het oude recht dezer stad. Zie hierover het 
in dien geest uitgesproken oordeel van wijlen Mr. W. 
W. BUMA in het 24* verslag van het Friesch Genoot- 
schap, jaargang 1852, bk. 372 en vooral de Friesche 
stadrechten, uitgegeven door mijn voorganger Mr. A. 
Telting, 's-Gravenhage, 1883, die in zijne inleiding 
op dat werk in de bladzijden 11 en 12 onder meer 
ook deze meening oppert. De hier bovengenoemde 
«Stads PoUiciön komen in het laatst van dat werk van 
af blz. 217 in extenso voor. 

De inleiding op mijn inventaris meen ik hier te kunnen 
eindigen. 

Moge mijn arbeid bij den beoordeelaar en lezer een 
gunstig en welwillend onthaal vinden! 



Digitized by 



Google 



— 43 



INDEX. 



Letter. 



OMSCHRIJVING. 



Aantal. 



b. 
c. 
d. 
e. 

/. 
g- 

h. 
i. 

i 

l. 

m. 
n, 
o. 

/• 

9* 
r. 
s. 
t. 



V, 

w. 

X. 

y- 

aa. 
bb. 
cc, 
dd. 
ee. 
/A 



Eigenlykc rechtsprcuik. 

Notulenboek van Schepenen 

Hofismissive-boeken 

Informatie-boeken 

Sententieboeken . 

Ho&missives cum annexis 

Reces-boeken 

Algemeen Gerechtsboek 

Pleidooi-boeken 

Consignatie-boeken 

Exhibitie-boeken . , 

Wekelijksch rolboek 

Condemnatie-boeken 

Intendit-boeken 

Interlocutoir-sententieboeken 

Definitief-sententieboeken 

Dispositief-boeken 

Taxatieboeken , 

Executie-boeken 

Recepis-boeken 

Annotatie-boeken , . . 

Appointement-rolboekjes 

Oneigenlyke rechtspraak. 

Huwelijks-boeken 

Autorisatie-boeken 

Weesboeken 

Inventarisatie-boeken 

Aestimatie-boeken 

Decreetboeken 

Annotatie-boeken der collaterale erfenissen . . 
Inventaris-boeken der collaterale nalatenschappen 

Proclamatie-boeken 

Groot-consent-boeken 

Klein-consent-boeken 

Hypotheek-boeken 

Samen 



I 

57 

2 
2 

155 

I 

226 

5 
22 

I 
II 

6 
24 
94 
16 
26 

4 

2 
2 
5 



15 
20 

15 
94 
33 
15 
3 
16 

52 

65 
46 



1058 




Ji 



Digitized by VjOOQIC 



— 44 — 



!3. 



Arehiefen Tan het Gerecht der stad Leeawarden* 

Eigenlijke Rechtspraak. 
(Jurisdictio contentiosa). 

a. Notulenboek van Schepenen, van 1807 — 18 11.. 

Hierin werden opgeteekend de notulen van de verga- 
deringen der schepenen, zaken zoowel van straf- als 
van burgerrechtelijken aard betreffende. 

Reeds lo April 1806 beginnen deze notulen van de 
schepenbank. Ze konden bezwaarlijk hierbij gevoegd 
worden daar zij in denzelfden band als de notulen 
van «Drost en Gerechte» van 1805 — 1806, zaken van 
administratieven en gerechtelijken aard inhoudende, 
gebonden zijn. • 

Van af circa 1600 komen de notulen van het Gerecht 
vermengd met die der Administratie voor. 

In Crimineele zaken. 
b. Ho/smissive-boeken, van 1737 — 1811. 

Deze houden in verzamelingen van brieven (in originali) 
verzonden door het Hof van Friesland aan 't gerecht 
van Leeuwarden betreffende verschillende strafrech- 
terlijke zaken, een enkele maal begeleidende Extracten 
van sententiën van den Hove ter kennisneming, onder- 
teekend door den griffier van het Hof. 

c, Informaiü'boekeny van 1648 — 1808. 

Hierin werden opgeteekend de door den presidee- 
renden burgemeester in tegenwoordigheid van den 
secretaris genomen informatiën in strafzaken, eigen- 
handig door de getuigenis afleggende personen onder- 
teekend als zijnde overeenkomstig de door hen afge- 
legde verklaringen. 

d. Sententieboeken^ van 1776 — 18 10. 

Hierin werden opgeteekend: 

I®. de veroordeelingen wegens kleine overtredingen. 

2®. de vermeldingen der strafzaken, welke na voor- 
lezing van — en deliberatie over de ingewonnen 
informatiën, naar het Hof ter behandeling werden 
opgezonden. 

In civiele zaken. 
e. Ho/smisstves cum annexis, van 1716—1810. 

Deze Hofsmissives zijn eene verzameling van brieven 
van het Hof van Friesland aan het Gerecht dezer stad, 
die het Hof deed vergezellen van afschriften van düpo- 
süien van den Hove in burgerlijke zaken in welke 
missives het Hof 't gerecht aanschrijft om den inhoud 
dier acten op een rechtsdag «over den gerechte» te 
laten publiceeren. De brieven zijn origineelen en door 
den griffier van den hove onderteekend. 



De acten zijn in hoofdzaak: acten van separatio 
bonorum: boedelscheiding tusschen echtgenooten ; van 
prodigaüteit: onder curateele stelling wegens verkwis- 
ting; van innocentie: onder curateele stelling wegens 
zwakheid van vermogens; van interdictte: ontzetting 
uit het beheer der goederen, en opheffingen daarvan, enz. 

Zelfs komen er huwelijkscontracten in voor, waarVan 
partijen voor het hof en het gerecht openbaarmaking 
verzochten, hetgeen dan in de begeleidende missives 
door het hof aan het gerecht werd bevolen. 

f. Reces-boeken, van 1537 — 1810. 

Deze zijn in hoofdzaak de Rolboeken. 

In deze registers werden op de rechtsdagen door 
den secretaris of diens beëedigden klerk kortelijks opge- 
teekend alle zaken welke «voor recht» n.1. voor een 
commissaris uit het gerecht werden aangebracht: de 
roUe. 

De procureurs die voor hunne cliënten verklaringen 
aflegden, processtukken aan 't gerecht overgaven, de 
procureurs der tegenpartij wegens 't niet op tijd leveren 
van schrifturen, het op 't gerecht niet £ianwezig zijn 
enz. «de contumatia accuseerden» enz. lieten zulks in 
't Recesboek aanteekenen, waarvoor door hen betaald 
moest worden. Van af 't begrin der 17* eeuw vindt 
men dan ook geregeld in margine aangeteekend de 
namen der procureurs, die verzochten aanteekening der 
door hen aangebrachte zaken met vermelding «solvit» 
en de som. In de i8* eeuw hadden hierna doorgaans 
de commissaris uitspraken (condemnatiën, enz), plaats, 
't geen aangeduid werd met de woorden: «Na reclit». 

Doch ook op andere dan rechtsdagen lieten de procu- 
reurs door den beëdigden klerk ter griffie er verschil- 
lende zaken in aanteekenen hetgeen dan doorgaans 
wat uitvoeriger geschiedde. 

Het hier genoemde is de eigenlijke inhoud der Reces- 
boeken, Evenwel werd er in de eerste tijden nog veel 
meer in aangeteekend als: 

i^ Van 1537— 1640 de zoogenaamde cpleidooien» n.L 
de ter secretarie in het net geschreven «gegrosseerde 
schrifturen» m. a. w. afschriften in een geheel van de 
in de Pleidooiboeken voorkomende verschillende proces- 
stukken en van de daarop gewezen dispositiën. 2» De 
condemnatiën van 1537— 1733 (Zie hieronder). 30 In 
vele der boeken achteraan eene lijst van de practizijns 
die in dat jaar acten in het Recesboek hadden laten 
inschrijven. 4<> Jn eenige der eerste boeken vooraan 
de namen der leden van den magistraat, van de vroed- 
schap enz. over dat jaar. 

(Wordt vervolgd). 



*s^sii^^iim^ 



Digitized by 



Google 



— 45 — 



OeslMht Saotyn. 

Aanvulling en verbetering. 

Het wapen van dit geslacht is in het vorig nommer 
verkeerd geblazoeneerd. Het moet zijn : een rood schild 
getralied van zilver, met een gouden wassenaar in 
het midden. Rietstap, Armorial généraU geelt als 
helmteeken den wassenaar tusschen een roode vlucht 
en als kreet: «TrithU. Vele familiën* stammen van de 
baronnen van Trith af, die allen een halve maan voeren 
en dezen zelfden kreet hebben. 

In de genealogie zelve is bij de correctie mede een 
abuis ingeslopen, Aan de tien kinderen van Catharina 
Vrouwtje Schovel, gehuwd met Johan de Smidt, is 
overal de naam Schovel gegeven in pJaats van de Smidt 

Den opmerkzamen lezer zal deze fout opgevallen zijn. 
Bij dezen verzoeken wij nogfmaals beleefd de geachte 
inzenders van genealogiën, enz. geen verkortingen tege- 
bruiken, maar de familienamen als anderzins voluit te 
schrijven. Hoe licht ontstaat er geen verwarring, wanneer, 
zooals hier, de geslachtslijst loopt over verschillende 
familiën, Sautijn, Schovel, Smidt, enz. De heeren von 
Brucken Fock te Middelburg en Dr. du Rieu te Leiden 
hadden de vriendelijkheid ons op de genoemde fouten 
opmerkzaam te maken. 

Van den heer Verrejrt te Rotterdam ontvingen wij 
de volgende aanvulling: 

De nalateimehap van Abraham Saat^n. 

Menigeen die hiervoor op biz. 20 en 21 van de 
groote rijkdommen der gebroeders Jacob en Johan 
Sautijn (i) heeft gelezen, zal met eenige verwondering 
van dit artikel kennis nemen. Het doet ons zien dat 
Abraham Sautijn, de zoon van den eerstgenoemden 
mDlionair en van Apolonia Cortgenet, getrouwd met 
Vrouwtje Elias, in hoogst bekrompen omstandigheden 
is overleden, zoo zelfs dat zijne «concureerende» credi- 
teuren slechts een zeer klein bedrag in mindering hunner 
vorderingen ontvingen, en men zelfs zijn horloge liet 
herstellen «om het ten beste van den boedel te ver- 
koopem. 

Daar het stuk telangisomhet geheel af te schrijven, 
zoo heb ik alléén die posten medegedeeld, die eenigszins 
van belang zijn om den toestand zijner huishouding te 
leeren kennen. 



Rotterdam. 



Ch. C. V. Verreyt. 



fWij ondergeschrevene bij zeeckere accoord aan- 
gegaan tusschen de heer Louis Schovel als in huwelqk 
hebbende juffir. Apolonia Elisabeth Sautijn, soo voor 



(i) Zie Of er deze beide verdienstelijke mannen breeder in Kok, 
Vaderl. Woordenboek, 26« deel, blz. 464—468. 



sig selven als voor desselfs suster jufifr. Hillegonda 
Sautijn, kinderen en erfgenamen van wijlen hunnen 
vader Abraham Sautijn, als besittende desselfs boedel 
onder benefitie van Inventaris ten eenre en de respective 
crediteuren van den boedel van gen. heer Abraham 
Sautijn ten andere sijde, in dato 6 Maart 1748, en bij 
de Kamer van Desolate boedels binnen dese Stadt 
geapprobeert op den 7 Mey daaraan volgende ; versogt 
ende gequalificeert zijnde tot het regiileeren der prae- 
ferentie en concurrentie over de gelden geprovenieert 
van de meubilaire goederen in den desolaten boedel 
van meergen. Abraham Sautijn bevonden, en door de 
bovengen. heer Louis Schovel als daartoe speciaal 
door de Crediteuren van den boedel van meergen. heer 
Abraham Sautijn, bij het voors. accoord geautoriseert, 
verkogt en tot liquiditejrt gebragt, en bij de rekeninge 
door den selven daarvan aan de heeren Hendrik Sanguie 
en Pieter Morlion Jacobszoon, als daartoe bij der respec- 
tive crediteuren in genoemd accoorde speciaal geauto- 
riseert gedaan, en bij haar lieden opgenomen en gesloten 
op den (geen datum ingevuld) 1750. 

Aan ons onderget. zijnde gebleken, dat het geheele 
montant en hatelijk slot der gemelde Rekening was 
renderende eene somme van df 173.8.3 Vlaamsch, waar 
over wij Ondergeschreven de praeferentie reguleerende, 
verklaren daar op te praefereeren als volgt, sonder 
regard genomen te hebben dan op behoorlijk gezegelde 
stukken. 

Eerstelijk het honorair bij de Ondergeschreven voor 
het maaken en reguleeren der praeferentie deses, resu- 
meeren der stukken, het minuteeren, stellen en arres- 
teeren deser uytspraak met verschot van zegel als 
anders, en doubleeren, t' samen cC 4.6. — 

Verder den Heer Jacob Elias voor de noodige kosten 
tot het begraven van den Overledene met cC 5 1.1.2. 

Wijders de Lijkdienaars voor het doen der weten 
binnen dese Stadt met df 1.9. — . 

Item het repareeren van het horologie om ten beste 
van den boedel te verkoopen cC — .16.4 

Item den timmerman Gijse, voor het stellen van de 
tafel tot de verkooping noodig . . . . df —.17. — . 

Item de onkosten van de verkooping df — .10. — . 

Item de maaltijd op deselve alscostume dC 3.6.—. 

Item de meyd Adriana Assenbrink voor haar huur 
en verschot binnen 'sjaars dC 12.18. 

Item den heer Douw, advokaat, voor sijn Ed. honorair 
tot het imputeren van de brieven van benefitie van 
Inventaris en daartoe gedaan verschot . . rC 8.17.8. 

Item den deurwaarder Daniel Zutterman voor het 
exploicteeren van het voors. benefitie ...<£. 5.9.4. 

Item de stadsbode Pietér Poles, wegens verschot 
als andersins op het presenteeren der genoemde bene- 
fitie van Inventaris dC 2.9.6. 

Item Daniel de Smidt voor familiegeldt dC 8. 10. 10. 



Digitized by 



Google 



-46- 



Item Reter de Timmerman voor een jaar huishuur 

of 25.—.—. 

Aan Hendrik Brouwer den boedel als notaris en 
procureur bediend hebbende <£ 17.34. 

Welke gepraefereerde posten, afgetrokken sijnde 
van de bovenz. somme van <£ 173.8.3 V^ zoo blijft 
nog overig de somme van <£ 16. 18.9, 

Waarinne de Ondergeschreve verklaren met den 
anderen te moeten concureeren ten advenante saldo 
justo met de volgende crediteuren, en dat over sulx 
aan deselve na evengen. proportie saldo justo sal 
moeten werden betaalt. 

Aan de Erfgenamen van Jacob de Boer, wegens 
leverantie van vlees, in mindering van. . dC 1 09.3.1 

<£ 1.19.4. 

Aan Alexander Sigte over het leveren van een 
grijsen pruyk en opmaaken van deselve, in mindering 
van of 4-5«-- ^ — .1.4. 

Aan Joris Keissen voor geleverde hoenders en duy ven 
im mindering van . . <£ — .ii. — • . <£ — . — .4. 

Aan de Erfgenamen van Jacob Cliever, wegens 
kruydenierswaren, in mindering van dC 7.6.10 c£ — .2.4. 

Aan de Erven van Zacharias Striep, wegens wissel- 
brief en intressen, deselve in mindering van dC 61. 17.3 

. . • . dC I. — .11. 

Aan de Assurantie Compagnie deser Stadt, in min- 
dering van . . • dC 32.10. — . . . . dC —.17.6. 

Aan Jacob Six Stevensz. voor geleverde lakenen, 

bayen, in mindering van . . <£ 8.7.10 . . c£, — .2.8. 

Aan Hendrik Sanguie, wegens vervallen wisselbrief 

met deselve intressen, in mindering van . <£ 790.8.8 

* . • . oC 13.0.4* 

Aan Jacob Menze, wegens geleverde wijnen, in min- 
dering van . . . . dC 19..18.4 . . . . cC — .6.8. 

Bedragende alle de voors. gepraefereerde en concu- 
reerende partijen de voors. somme van <£ 173.8.3 Vlaams, 
zijnde het juste montant van het hatelijke slot der 
Rekening deses boedel, hier vooren breeder beschreven, 
waar mede alle de voors. concureerende en alle andere 
Crediteuren, bij desen niet verder, of anders geprae- 
fereert hun actiën werden gelaten gereserveert als 
naar Rade. 

Aldus geadviseert en uytgesproken binnen Middel- 
burg in Zeeland desen (datum niet ingevuld) 1750. 

(Get) Jacobus Douw. 

JOHAN DaNCKAERTS. 



-^^^^^rt^sjyük 



Uit het leren van een gtrde d'honnear. 

31 Juli 1813 — g Mei 1814 (i). 



Het is van algemeene bekendheid, dat Napoleon I 
een corps van gijzelaars vormde uit de zonen der in 
de overheerschte landen meest geachte familiën en dit 
corps, onder den schoonklinkenden naam van cGarde 
d'honneur». in Frankrijk eenigen tijd onder de wapenen 
hield. 

Schrijver dezer regelen meent evenwel te mogen 
veronderstellen, dat eenige nadere bijzonderheden uit 
het leven van zulk een «garde» sommigen lezers van 
dit blad welkom zullen zijn en deelt daarom mede, 
wat hij uit familiepapieren heeft bijeengegaard. Daartoe 
voert hij den garde dlionneur Nicolaas Bastert sprekende 
in, die een en ander uit zijn kortstondig bestaan als 
zoodanig zal vertellen. 

Door bemiddeling van den maire der gemeente 
Tienhoven, den heer W. Huydecoper, gewerd mij het 
volgende stuk, dat mij het eerst en op minder aange- 
name wijze uit mijn rustige rust opschrikte: 

N^ Utrecht, Ie 13 mai 18 13. 

Division. Le Sous-Préfet de TArrondissement d'Utrecht 



Objet. a 

Monsieur Bastert / Nicolas, Garde d'honneur 

a Tienhoven. 
Monsieur! 

«Je vous prie de vouloir bien vous rendre après 
«demain, a neuf heures du matin, accompagné de Mr. 
«votre père, ou de celui de vos parents, qui vous en 
«tient bien, k Thótel de la Sous-Préfecture, ou j'aurai 
«llionneur de vous attendre. Agréez mes sincères 
«salutations». 

P.S. «Si vous avez verse les 1500— Fr^* demandés 
<par Mr. le Préfet vous pouvez vous dispenser de venir 
«a la Sous-Préfecture*. 

Niet lang daarna — den 2'" Juli — ontving ik deze 
aanschrijving : 

«Il est ordonné k monsieur Bastert (Nicolas) a Tien- 
«hoven Garde d'honneur désigné, de se rendre a Ia 
«Préfecture le 2 juillet courant, pour affaires de service, 
«qui le concement. Il voudra bien se présenter depuis 
«8 heures jusqu' a 10 heures. Sous aucun prétexte il 
ne pourra s'en dispenser». 

Amsterdam, le 30 juin 18 13. 

Le Préfet du departement du Zuiderzee 
Comte de Celles. 

De reeds genoemde maire van Tienhoven teekende 
hierbij aan: 



(i) In verband met dit artikel vooral ook te beJ>choawen Algemeen 
Nederl. Famüieblad, 4886, biz. 289 en 4887, blx. 41, benevens D.H. 
TEN Kat E VAN Loc, De gardes d'Honneur yin vier zangen. 's-Gnyeti' 
hage, bij Joh. Allart, 4845. 80. 



Digitized by 



Google 



— 47 — 



cNous, maire de la commune de Tienhoven, certifions 
cavoir re^u la présente la premier juillet k dix heures 
eet demi du soir par la voie de la barque de nuit 
cd'Utrecht, certifions en outre avoir envoyé la présente 
«Ie second juillet de bonne heure k son adresse». 

Daar ik de eer om bij dit corps ingelijfd te worden 
minstens een zeer twijfelachtige eer achtte te zijn, deed 
ik al wat in mijn vermogen was om te worden afge- 
keurd. Ik leverde daartoe twee attesten op zegel in: 
één van doctor G. Nierop te Amsterdam en één, door 
den maire van Tienhoven gelegaliseerd, van den officier 
van gezondheid G. S. Tiirk te Maarssen, waaraan de 
maire voornoemd nog de verklaring toevoegde, dat 
ik zeer zwak en lijdende was. Doch niets mocht baten ; 
misschien was mijn uiterlijk wel in tegenspraak met 
de attesten, ik moest mede. Toch bewezen die attesten 
mij later nog goede diensten, zooals blijken zal. 

Over het afscheid nemen van allen, die mg na aan 
*t harte lagen, weid ik hier natuurlijk niet uit 

Wij vertrokken dan Zaterdag 31 Juli 18 13 van 
Nieuwersluis — wij d. w. z. de navolgenden, allen 
ingedeeld bij het 2* regiment Gardes d'honneur en wel 
met bestemming naar Metz. 

.Vlberdingk, Allan, Bastert, van Breemen, van Breugel, 
Bruyn, van Cranenburg, Decker, Drieling, Ebeling, 
Ejrma, Grotenray, Happé, Hartsen, Hovius, Klinkhamer, 
Kops, Kuyper, Lubberts, Lutteken, Maes, Methorst, 
ter Meulen, Poelman, Prince, Rabinel, RoufFaer, ScharfiF, 
Scherpingh, van der Sleyden, Smit, Veldhuysen, Voom- 
bergh, van Voorthuysen, Vos, J. Wakker en Wiegerman. 
Onze marsch-route was als volgt: 
Zaterdag 31 Juli Nieuwersluis. 
I Augustus Utrecht. 

» Beusekom. 
» Bommel. 
» den Bosch. 
» rt^tdag. 
» Eindhoven. 
> Hegtel. 
» Hasselt. 
» Tongeren. 
» Luik. 
» rustdag. 
» Gerragne. 
» Marche en Famine. 
» St. Hubert. 
» Neufchateau. 
» Arlon. 
» rustdag. 
» Luxemburg. 
» Thionville. 

» Metz. 

Te Beusekom hadden wij het goed, maar moesten 
er onze vertering uit eigen beurs betalen. Tusschen 



Zondag 


I 


Maandag 


2 


Dinsdag 


3 


Woensdag 


4 


Donderdag 


5 


Vrijdag 


6 


Zaterdag 


7 


Zondag 


8 


Maandag 


9 


Dinsdag 


10 


Woensdag 


II 


Donderdag 


12 


Vrijdag 


13 


Zaterdag 


14 


Zondag 


15 


Maandag 


16 


Dinsdag 


17 


Woensdag 


18 


Donderdag 


19 


Vrgdag 


20 



Beusekom en Bommel was ik bijna, door de omstan- 
digheid van een Fransch vrijwilliger, met paard en al 
te water geraakt. Daar ik het langdurige zitten in 
den zadel niet gewend was, vertrouwde ik mijn ros 
toe aan de zorgen van mijnen oppasser P. Pöths, en 
nam even vóór Bommel plaats op de bagage-wagen. 
Te Bommel huurden mijn lotgenoot Wakker en ik 
een rijtuig, dat ons tot vlak bij den Bosch bracht In 
den Bosch, waar wij voor het eerst de wacht betrekken 
moesten, had ik een goed onderkomen bij eene oude 
juffrouw. Te Eindhoven werden Ku3rper, Ebeling en ik 
bij den heer Walkart ingekwartierd, die ons zeer 
gastvrij opnam en ons op reis nog een gebraden kip, 
brood en wijn medegaf. 

Te Luik wachtte mij een alleraangenaamste verrassing, 
daar mijn vader en mijn oom mij daar nog een laatst 
vaarwel kwamen brengen. Die vreugde was echter 
van zeer korten duur, daar wij den volgenden dag 
onzen marsch alweer vervolgden. In de Ardennes hadden 
wij voortdurend slecht weder; de consumptie was daar 
evenwel vrij goed. 

Te Moulin, een uur boven Metz, bleven wij twee 
dagen ingekwartierd; het was. daar zeer levendig door 
de steeds voorbijtrekkende troepen van Parijs naar 
Duitschland en omgekeerd. 

Aan de goede verstandhouding met onzen chirurgijn- 
majoor, den heer Fleuri, had ik het te danken, dat ik 
bij het Dép6t geplaatst werd en daardoor bijna geheel 
van excerceeren vrijgesteld was; op de verschillende 
appèls moest ik natuurlijk toch verschijnen. 

Te Metz had ik kamers betrokken met Voombergh 
en ter Meulen. G^rbert van Voorthuysen, ScharfEi Jan 
Bruyn en eenige anderen zijn van Metz naar Thionville 
vertrokken. 

Den i3*" September was er inspectie op het fortSt. 
Martin en bleven Asschenberg, Voombergh, Hazebroek, 
Meynts, Iddekinge en ik ingedeeld bij het 2* esquadron 
van de 19' compagnie. Verscheidene mijner kennissen 
werden in de omliggende dorpen ingekwartierd, maar 
ik moest in Metz blijven en kreeg nu Six van Hillegom 
tot kamergenoot. 

Het scheen, dat hier in de kazerne stoelen noch banken 
waren, althans ik moest van 's ochtends 8 tot 's namiddags 
5 uur staande en zonder eten of drinken in de kazerne 
wachten, om daarna tot den volgenden middag 12 
uur de stalwacht te betrekken. Ware mijn oppasser 
's ochtends om 7 uur niet clandestine met een kip, 
wat brood en een flesch wijn komen aandragen, ik 
zoude waarschijnlijk niets van mijne wederwaardig- 
heden hebben kunnen navertellen. 

Ik heb nog verzuimd te vermelden, dat mijn vriend 
Voombergh en ik 5 September j. 1. een zeer geani- 
meerd diner bijwoonden bij Mr. en Madame Chedeaux 
op hun buitenverblijf in de nabijheid van Metz, alsmede 



Digitized by 



Google 



- 48 - 



dat mijn lotgenoot Wakker reeds sedert eenigen tijd 
in de infirmerie verpleegd werd. 

Het deed mij leed, dat ik met einde October mijn reeds 
genoemden oppasser, wegens volbrachten diensttijd, 
met pensioen naar Holland moest zien vertrekken. Ik 
gaf hem een schrijven aan mijne ouders mede, maar 
hij kweet zich niet te best van deze mijn opdracht, 
daar hij eenige dagen in Breukelen verbleef alvorens 
mijnen vader te bezoeken en toen nog zeer weinig 
van onze wederwaardigheden vertelde, ofschoon hij 
voor zijn oppassersdienstën steeds zeer ruim betaald 
werd. Hoewel ik voor 6 Francs per week een goede 
Fransche oppasser in zijn plaats kon krijgen, gaf ik 
er de voorkeur aan lo Francs in de week uit te leggen 
om een Hollander, den gewezen knecht van Methorst, 
in mijn dienst te hebben, die mijn paard altijd uit- 
muntend verzorgd heeft. 

Onze kapitein was een ware oude brombeer, die 
gelukkig, uit een kamer-arrest van 24 uur, vrij wel 
getemd terugkwam. 

Zaterdag 2 October werd er een groote revue de tri- 
mèstre gehouden ten overstaan van den generaal en den 
inspecteur. De inspecteur had in last de eventueele 
reclames te vernemen en in 't algemeen de belangen 
van de Gardes d'honneur voor te staan; hij verdween 
evenwel onmiddellijk na afloop der revue en infor- 
meerde naar niets! 

Ik zat intusschen niet stil, maar nam elke gelegen- 
heid te baat om, wegens redenen van gezondheid, afge- 
keurd te worden. 

Den generaal, verschillende doctoren en chirurgen 
sprak ik over mijne slechte gezondheid en verkreeg 
eindelijk, dank zij vooral den grooten invloed van 
Mr. Chedeaux, bij monde van den kapitein — den 
bovengenoemden ouden brombeer — en in tegenwoor- 
woordigheid van den heer Perrijn eene altijd durende 
vrijstelling van dienst. 

Te Metz was het leven zeer duur; ik nam dan ook 
af en toe van den heer Chedeaux, als correspondent 
van den heer F. J. van Dooren te Parijs, geld op, tot 
een gezamenlijk bedrag van 2000 Frcs. 

Vriend Wakker herstelde vrij spoedig, maar toen 
werd Romer ziek en in de infirmerie verpleegd. 

Den i'° November gaven Wakker en mijn persoon 
een klein diner aan de kameraden de Geer, Boymans 
en van Geesel; laatstgenoemde. Ram en Woudenberg 
waren bij de i6' compagpiie ingedeeld en vertrokken 
over Thionville naar de groote armee. Six van Hillegom 
was reeds eerder van Metz weggegaan. 

Het 2* esquadron van onze compagnie bestond bijna 
uitsluitend uit Hollanders; het 5% waar ik ook een 
tijdlang toe behoorde, meest uit Franschen en Italianen, 
Van der Straaten werd tot brigadier bevorderd en de 
Geer kwam vervolgens onder zijne bevelen. 



Terwijl Gerrit Gilhuis én Wakker op onze gemeen- 
schappelijke kamer zaten te domineeren, schreef ik 
naar huis o. a. het volgende: 

Metz^ 23 November 18 13. 

Hartelijk geliefde ouders! 

«Ebelings toestand is te benijden; hij vertrok ruim 
teen maand geleden van hier en zal nu waarschijnlijk 
«wel bijna thuis zijn. Boymans houdt zich maar schuil 
«en van Geesel is verleden Zondag naar Spiers ver- 
«trokken om zich bij de groote armee te voegen. 
«Verbeeldt TI, kachels staan hier nog niet en wij loopen 
«in zomertenue», enz. enz. 

Den 3*" December, met nog eenige anderen, voor 
het «ConseiU afgekeurd, werden wij eene week later 
door een detachement gendarmes naar de ... . stads- 
gevangenis geëscorteerd, moesten daar drie etmalen 
verblijven, kwamen vervolgens in de departementale 
kazerne om eerst den 27*" per as en geheel voor eigen 
rekening (l) de reis naar Grenoble aan te nemen, 
maar die niet te volbrengen. Immers te Dijon kwam 
een contra-order, luidende dat wij naar Bourges moesten 
marscheeren. waar wij 19 Januari 1814 's namiddags 
ten 3 ure aankwamen, na vele ontberingen ondergaan 
en zeer groote kosten gemaakt te hebben. Te Bourges 
huurde ik, gezamenlijk met Gilhuis, van Lank en 
Peelen, kamers, want het liet zich aanzien, dat wij 
aldaar geruimen tijd zouden moeten blijven. 

Inmiddels hadden onze respectieve familiebetrek- 
kingen in het vaderland niet stil gezeten, maar zich 
met een door de meeste ouders der Gardes dlionneur 
onderteekend verzoekschrift tot den Prins van Oranje 
gewend, om zoo mogelijk onze in vrijheidstelling te 
bewerken. 

Het antwoord op dit request was van den volgenden 
inhoud : 

'sHage, 16 December 18 13. 

De Secretaris van Staat voor de Buitenlandsche Zaken 
Mi/nheeren I 

«Het is mij bijzonder aangenaam UEd. te mogen 
«mededeelen dat zijne Koninklijke Hoogheid de jonge- 
«lieden, die als Garde d'honneur in de Fransche legers 
«dienen, onder hoogst deszelfs bizondere bescherming 
«genomen heeft en dat dientengevolge aan den heer 
«Van Spaen van Voorstonde, die als envoyé in het 
«hoofdkwartier der verbondene mogendheden zich be- 
«vindt, de vereischte instructiën zijn afgezonden, om 
«de zaak der jongelieden aan de geallieerde Hoven 
«ten sterkste aan te bevelen, opdat dezelve zoodra 
«mogelijk aan hun Vaderland en betrekkingen terug- 
cgegeven en inmiddels gezorgd worde dat, aan hen 



(1) Onze soldij was i'^ Franc per dag, dus niet toereikend; in *t 
hospita»! kregen wij slechts 41 centimes daags en «en semestret 62 
centimes. 



Digitized by 



Google 



49 — 



cgeene onaangename behandeling van wege het Fran- 
sche Gouvernement worde aangedaan. 

«Ik twijfel niet, Mijn Heeren, of gij zult in het empres- 
«sement waarmede zijne K. Hoogheid zich deze zaak 
«heeft aangetrokken een blijk vinden, dat zijn vaderlijk 
«hart allesints deelt in het smartelijk gevoel, hetwelk 
«het gemis van zoovele jongelieden aan hunne ouders 
«moet veroorzaken. Wat mij betreft, ik zal mij zeer 
«gelukkig achten, indien ik mij weldra in de gelegenheid 
«gesteld mag zien om UEd. van den gunstigen uitslag 
«der te doene pogingen te mogen informeeren. 

«Ontvang nïijn Heeren de verzekering mijner achting 
«De minister voornoemd, 

(w. g.) VAN DER Duin van Maasdam». 

De bemoeiingen van Z. K. Hoogheid sorteerden, 
noewel niet zoo spoedig als wij gehoopt hadden, toch 
effect; immers 12 April 1814 kwam de volgende 
order uit: 

«Het provisioneel-gouvernement beveelt, dat de Hol- 
«landsche Gardes d'honneur, die in de steden Bourges, 
«Metz en Grenoble opgesloten zijn, in vrijheid gesteld 
worden. 

«De Commissaris bij het departement van oorlog is 
«met de uitvoering van dit bevel belast. 

«Gegeven te Parijs den 12" April 18 14». 

(w. g.) Le Prince de Benevent, Ie Duc d'Alberg, 

Fran9ois de Jancourt Beurnon vill e 

Montesquieu. 

Het behoeft geen betoog dat wij, bij het vernemen 
van dit heugelijk nieuws, als buiten ons zelf van blijd- 
schap waren. 

Onmiddelijk liet ik mij het volgende paspoort halen : 

Département 
du Cher. 

Sous-Préfecture 
de Bourges. 

Commune 

de Bourges. 

Loi du 28 Vendémiaire 

an VI 

valable pour un an. 

Passe-port 
Registre 16022 
NO. 1506. 
Signalement: 

Agé de 25 ans. 

Taille: d'un mètre quatre-vingt centimètres. ] 

Cheveux: bruns. 

Front: ordinaire. 

Sourcils: brun. 

Yeux: bleu foncé. 

Nez: grand. 



Bouche: moyenne. 
Barbe: naissante. 
Menton: petit. 
Visage: ovale. 
Teint: frais. 
Sigpies particuliers : 
Signature du Porteur. 

Au nom du Gouvernement Provisoire. 
Nous, Maire de la ville de Bourges, 
Invitons les Autorités Civiles et Militaires a laisser 
passer et librement circuler de Bourges, département 
du Cher, a Paris, département de la Seine. 

Le sieur Bastert (Nicolas), profession de Garde 
d'honneur HoUandais, natif d'Amsterdam, département 
du Zuiderzee, demeurant a Maarssen, et a lui donner 
aide et protection en cas de besoin. 

Délivré suiv: limitation de Mr. le Sénateur Comte 
de Semonville. 

Fait a Bourges le 15 avril 18 14 

le Maire de Bourges 
(f. s.) Villeneuve 

adjoint. 
Avis essentiel: Dans les villes, oü il existe un Com- 
missaire général de police, le Porteur est tenu de se 
présenter devant lui pour faire viser son Pctsseport. 

Met dit document gewapend, bevond ik mij reeds 
den 27*" April d. a. v. te Parijs bij den heer F. J. van 
Dooren voornoemd, waar ik weder geld opnam en 
zoo spoedig mogelijk, te meer daar ik sedert November 
niets van huis hoorde wegens den zeer slechten toestand 
van het brieven-vervoer, met Decker en van Coeverden 
de terugreis naar het vaderland aanvaardde. 

Den 9*" Mei 18 14 kwam ik behouden en wel op 
den huize Cromwijck te Maarssen in den familie -kring 
terug. 

Tot zoover mijn grootvader. Van de terugreis niets, 
om de"* eenvoudige reden dat een en ander geput werd 
uit brieven, die natuurlijk op de terugreis niet ge- 
schreven werden, daar zij dan tegelijk met den schrijver 
de plaats hunner bestemming bereikt zouden hebben. 

Als bijlage voegt schrijver dezes hier nog het vol- 
gende aan toe: 

Behalve de reeds genoemde 37 jongelieden, ver- 
trokken als Garde d'honneur van Amsterdam naar 
Frankrijk : 

Uit Amsterdam: Alewijn, Ameshoff, Asschenberg, 
van Baggen, Bel, Blaauw, Charbon, Dommer, von 
Hemert, van Iddekinge, Luden, Meynts, Meulman, 
Rendorp, Verhamme en van Ysendoom; 

Uit Utrecht: Van Bstóel, Blijdestein, van Eelde, H. D. 
de Geer, Alex. Grothe, van Rappard, A. Romer, 



Digitized by 



Google 



50 - 



Saweyer, Strick van Linschoten, Barchman Wuytiers; 

Uit Haarlem : De Bruyn Kops, Lentfrinck en Rook- 
maker ; 

Uit Hoorn: Van de Blocquery en van Wijkersloot: 

Uit Amersfoort: G. Methorst; Uit Zijpe: Pilander. 

Voorts blijkt, dat van de Hollandsche Gardes d'hon- 
neur op 24 Augustus 1813 teMoulin waren:BerckhoflF, 
Blaauw, Bruyn, Hodshon, Mojana, Nepveu, Scharff, 



Warin en de Wit, terwijl Amsterdam nog eenige vrij- 
willigers afzond, nl. Baumhauer, van Harreveld, Lehm- 
kuhl. Polman en Valter. 

Ten slotte nog een opgaaf, zoo volledig mogelijk, 
van de officieren bij het 2' regiment Gardes d'honneur 
(onder de tweede luitenants komen Hollandsche namen 
voor), alsmede eenige artikelen in oorspronkelijken tekst 
uit het decreet op deze Gardes betrekking hebbende. 



DEUXIEME REGIMENT DES GARDES D'HONNEUR. 



Etat-Major. 



Le C*® de la Grange, général de division, colonel Vallin, général de brigade, colonel en second. 



V*» d'Ambrugeac 

C® de Panges 

De Choiseuil (Auguste) 

Le B*»° Desaix. 

C^ de Gentil 

D'Hulst 

De La Boullaye 

N 



majors. 



chefs 
d'escadron. 



Nicod 
Raoul 
Guillaume 

N 

N 

N 

N 

N 



capitaines 
instructeurs 
capt. quart.- 
maitres. 

Heuten. sous- 
adjudants- 
majors. 



CAPITAINES. 


LIEU^ EN lER 


LIEUTENANTS en 2*. 


Balluet d'Estoumelles 


Christiani 


Bourcier Demontureaux 


Dudvignon 


Bodson de Noirfontaine 


CliflFort 


Beffroy 


Filmont 


Bo» d'Alberg 


de Cadignan 


Danoville 


Konens 


de Bartillat 


de Champlotte 


Cavagnari 


Hanotin 


de Breuil 


de Renneville 


de Beaucorps 


Herman-Herm ens 


de Chatenoy 


Gaidios 


de Charlaincourt 


Hugo 


de Gondrecourt 


Hemaud 


de Courcelles 


Lorin 


de Lanfema 


Legoux-Duplessis 


de Flavigny 


Nervart 


de la SaUe 


Mottey 


de FouroUes 


Nipels 


de Puységur 




de Lanoy 


Hodshon 


Deveaux 




de Pardieux 


Rendorp 


Guichard 




de Pestre 


Thomassin 


Maltête 




de Pontois 


Turkin 


Michel 




Deshayes 


Van den Heuvel. 






de Wreede 





Den 5«» April 181 3 décréteerde Napoleon van uit het palais de TElysée, onder meer ook: 

Art. 20. Les gardes dlionneur 's habilleront, s'équiperont et se monteront a leurs frais. 

Art. 2. Les quatre régiments seront habillés, équipes et armés a la hussarde. 

Art. 3. Les chevaux seront de la taille des chevaux dehussards. 

Art. 4. L'uniforme des quatre régiments sera le même: Ia pelisse sera vert foncé, doublée de flanelle blanche 
bordure des bords et du coUet, boudin et tour de manche en peau noir; gants, olives et tresses blanches. 
Le fond du dolman sera vert foncé, doublé de toile k la partie supérieure et de peau rouge a la partie 
inférieure, avec coUet et parements écarlate; tresses du coUet, des fausses poches et des parements de la même 
couleur que celle de la pelisse. 

Le pantalon hongrois sera en drap rouge, avec tresses blanches, les boutons seront blancs. 

La ceinture sera fond cramoisi avec gamitures blanches. 

Le schako rouge. 

Breukelen, November 1887. J. J. Bastert. 



Digitized by 



(google 



- 51 — 



Geslacht dlttre de Castre (i). 



Verklaring van de regeering der stód Mechelen, 
omtrent de aflcomst van Jhr. George Joseph dlttre 
de Castre, den 27 Maart 17 14. 

«Nous Communemaistres, Echevins ^t Conseils de la 
ville de Malines, attestons et certifions par cette; que 
Messire George Joseph dlttre de Caestre, Veuf de 
Dame Sussanne Angeline de Halmale, de laquelle il 
a retenu trois enfants; est fils légitime de Messire Jean 
Jacques dlttre de Caestre, Chevalier, Baron de Bautersem 
et de Dame Anne Adolphine, Baronne de t'Serclaes, 
tous réputez pour dessendants légfitimes de tres nobles 
et illustres families, sans qu'il nous soit cognu d*aucune 
roture dans les personnes susnommées; y ayant dans 
cette ville (quant a la familie de Caestre et dlttre) 
différents blasons et pierres sépulchrales aux armes, 
timbres et quartiers, et entre autres une grande et 
belle pierre a seize nobles quartiers dans la chapelle 
du Vénérable a Téglise Metropolitaine de St Rombaut 
en cette ville, oü sont inhumes Messire Jean de Caestre, 
Chevalier, Seigneur de Bonheyde, Conseiller et Maistre 
aux Requêtes de Sa Majesté au grand Conseil et Dame 
Isabelle dlttre, qui furent les ancêtres patemels dudit 
Messire George Joseph dlttre de Caestre. 

En tesmoin de quoy nous avons donnés cette attes- 
tation signée par un de nos Secretaires, et y fait apposer 
Ie scel de cette ville. 

Fait k Malines, Ie vingt septiesme de Mars, mil 
septcent et quartorze». 

Etoit signé B. A. VAN DEN Zijpe». 

Codicil op het testament van Vrouwe de Douairiere 
J. J. Baronnesse d'Ittre de Castre^ geb, A. A. 
Baronnesse de 't Serclaes. 

«Op heden den sesthienden February XVP dryen- 
tachtigh, comparerende voor mij als openbaer notaris 
bij den Raede van Brabant gheatmiteert tot Brussel 
residerende, ter presentie van de ghetuygen naer ghe- 
noemdt,. de Edele WelGheboren Vrouwe, Vrouwe Anna 
Adolphina t' Serclaes, Baronnesse Douagière van Bau- 
tersem, weduwe wijlen den Edelen ende WelGheboren 
Heer M'Heer Jan Jacques dlttre de Caestre, in sijn 



(1) Het eerste stuk is een eenvoudige copie, het ander een notarieel 
a&chrifl, beiden in mijn bezit. 

De twee burgemeesters van Mecbelen werden gewoonlijk Ck)mmune 
(gemeente)meesters genoemd. 

Zie over de geslachten dlttre de Castre en de 't Serclaes (Ghhistijn), 
Jurisprudeniia heraica; (DB Veoiano), Nobüiaire des Pays-Bas et 
du comté de Bourgogne; Butkbns, Trophées du Brabant en Goethal8, 
Généalogie de la familie de 't Serclaes. 



leven Ridder, Baron van Bautersem, Heer van Bon- 
heyde, Buerstede etc; dewelcke approberende haeren 
testament op heden voor mij notaris ghepasseert met de 
dispositie daerinne begrepen ; heeit alnoch geordonneert 
bij forme van codicille het naervolghende: 

In den eersten (herroepende ende annuUerende soo 
haeren testament als codicille ghepasseert voor den 
notaris Francs ende ghetuygen op den vierentwintichsten 
Septembris van den jaere sesthienhondert ende seven- 
entseventich), heeft ghewilt ende begheert dat men 
haer doodt ligchaam sal begraven sonder eenighe 
pompe, ende dat haer begraefifenisse ende uytvaert 
sullen gheschieden in Sin te Rombautkerke (te Mechelen), 
op den voet ende maniere soo men ghewoonlijck is 
doende voor een kercklijk ende niet voorder. 

Item ordonneert sij testatrice, dat in het Heylig 
Sacramentschoor tot Mechelen, een geheel jaer ghedue- 
rende daeghelijckx sal ghelesen worden eene misse 
tot laeffenisse haerder siele, ende dat voor ieder misse 
sal ghegheven worden acht stuyvers. 

Item soo ordonneert sij testatrice, dat in de kercke 
van Bautersem, corts naer haeren doodt sal worden 
ghecelebreert eenen vuytvaert, ende aldaer ghestelt 
eene baere, ende ghelesen dertich missen, midtsgaeders 
dat aldaer sullen worden ghedistribueert aen den armen 
van Bautersem ende Butsel, vijithien halsteren terwe 
ende vijfthien halsteren coren, in twee reysen, d'een 
maendt d'een naer d'ander, iedere reyse de helflicht, 
gelijck haere kinderen ende executeurs dat sullen goedt- 
vinden, ende dat aen dryendertich aerme menschen 
der voornoemde prochie sal worden ghegeven in geldt 
boven 't voorschreven broodt, seven stuyvers. 

Item wilt inde voornoemde kercke van Bautersem 
een jaerlanck ghelesen te worden eene daegelijksche 
misse, daerinne begrepen die dertich missen hierboven 
vermeldt. 

Item soo ordonneert sij Vrouwe comparante, dat 
inne de kercke van Bautersem ten eeuwighen daeghe 
op den dertichsten September sal worden ghedaen 
een jaerghetijde met de vigilien ghesonghen misse 
met twee assistenten, waertoe sij is laetende hondert 
pattacons, om deselve bij haer executeurs te worden 
aengheleyt op rente naer advenant de penninck twin- 
tich maeckende, alsoo twelf guldens jaers, waeraf dien 
Heere Pastoor sal hebben dry guldens, die heeren 
die de vigilien ende misse sullen helpen singhen ieder 
dertich stuyvers, de kercke voor licht ende ornamen- 
ten eenen gulden, ende resteerende ghelden sullen 
ghedistribueert worden in gheld aen den aermen van 
Bautersem ende Butsel, die het jaerghetijde ende misse 
sullen comen hooren, van welcke renten de kinderen 
ende kintskinderen der testatrice de distributie sullen 
doen, te weten; die de Baronnie van Bautersem sal 
bezitten, ende sulcx manqueerde sal dairvan den ont- 



Digitized by 



Google 



— 52 — 



fanck ende distributie hebben den Pastoor van 
Bautersem. 

Item wilt corts naer haer aflijvigheyt tot Mechelen 
ghecelebreert te worden seven hondert missen van 
requiem, ende dat bij de Paters Lieve Vrouwe Broeders 
aldaer, tot seven stuyvers elcke misse. 

Item alsnoch tot Mechelen neghen hondert missen; 
de vijfhondert daervan bij de Paters Minderbroeders, 
dry hondert bij de Carmelieten Discalsen ende de 
andere hondert bij andere gheestelijcke heeren, inghe- 
lijkx tot seven stuyvers. 

Item noch vier hondert missen ; dry hondert daeraf 
bij de Lieve Vrouwe Broeders tot Loven, ende de 
andere hondert soo in de capelle van Onse Lieve 
Vrouwe van Bijstant binnen Brussel bij den Heer 
Pastoor aldaer, als bij andere gheestelijcke personen 
die ik sal ordonneeren, iedere misse oock tot seven 
stuyvers. 

Item laet aen de Carmilitessen tot Mechelen eene 
rente van derthien guldens 'sjaers thegens den pen- 
ninck twintich, het capittael daervan te setten bij 
haere executeurs testamentairs ; uyt haere affectie aen 
die religieusen, waervorens sij jaerlijckx op den der- 
tichsten Septembris sullen hebben eene recreatie, op 
conditie dat sij sullen besorgen dat als dan ghedaen 
worde eene misse, dewelcke de religieusen sullen 
hebben te hooren ; willende oock aldaer ghecelebreert 
te worden een jaer lanck eene daeghelijckse misse 
ter dispositie van de Eerwerdighe Moeder aldaer, 
iedere misse oock tot seven stuyvers. 

Item laetende maeckt aen Mevrouw de la Vieville (i), 
Abdisse van groot Beygaerden, de somme van dry 
hondert guldens eens, dewelcke sy tot haeren be- 
hoeve ende naer haer goetdunken sal vermogen 
t'employeren. 

Laetende daerenboven noch sestich guldens eens, 
om t' employeren tot eene recreatie voor de gheheele 
ghemeynte van de religieusen derselver Abdy van 
groote Beygaerden. 

Item laet ende maekt aen Juffrouw Quesnoy (i) 
haer testatrice nichte, religieuse in de voornoemde 
Abdye, voor eene memorie, een swert ebbenhoute 
scribaen met silvere slotens ende daerenboven een 
silver commeke. 

Item laet aen Joncker Fran^ois de Caestre haeren 
oudsten soon; een bagghe van diamanten, met het 
ledikant, behangsel ende stoelen gekochc inden uyt- 
roep van Mevrouw Brimeu, met twee sargien ende 



(i) Scholastica Placida de la Vieville, werd Abdis in 1664 en 
overleed in 1689, en Isabella du of de Quesnoy bekleedde dezelfde 
waardigheid van 1695 tot aan baar dood in 4702. 

Zie Van Gestel, Hist. archiepücopatus Mechliniensis^ Tomé .2, 
pag. ii7. 



twee matrassen daertoe dienende, ende dat voor eene 
memorie. 

Item aen Joncker George Joseph de Caestre, oock 
voor eene memorie, eenen gouden rinck met eenen 
grooten steen ende alnoch een paer groote zilvere 
candelaers. 

Item verclaert aen Juflfrouwe Eleonore Adolphine de 
Caestre haere dochter, ghegheven te hebben een cleyn 
silvere lampet met een paer groote silvere ghedreve 
doosen; laetende noch daerenboven aen deselve haer 
testatrices schiltpadde scribaen, als oock eene bagghe 
van diamanten ende het cruys van robijnen, dewelcke 
sij testatrice aen haer al mette levende lijve gheghe- 
ven heeft. 

Item aen Joncker Carlo de Caestre haere testatrices 
jonghsten sone, haer groodt silvere lampet met den 
poth. 

Item een paer groote silvere candelaers ende eenen 
gouden rinck met eene roose van diamanten daerop 
staende. 

Item laet ende maekt aen M'Heer Rouckoicx d'Heet- 
velde voor eene memorie, een groodt silvere lampet, 
waerdigh sijnde vier hondert guldens; ghelijcke lampet 
oock maeckende voor eene memorie aen M'Heer den 
Baron t' Serclaes, Heere van Norderwijck, haeren vriend, 
ende aen Mevrouwe de Baronnesse sijne huysvrouwe 
een paer groote porseleyne flessen, dewelcke sij sal 
vermogen te kiesen, als oock thien porseleyne schote- 
len van de grootste oft middelbaerste soorte ghelijck 
het haer sal ghelieven, ende tot dyen maeckt haer 
alnoch eene groote porseleyne comme. 

Item laet ende gheeft aen Isabelle Cuypers haere 
cameniere, in consideratie van haeren langhen dienst, 
de somme van twee hondert guldens eens, ofte eene 
lijfrente van ' dertich guldens 's jaers, waervan sij sal 
keus hebben; ende dat is bij aldien sij ten sterfdaeghe 
van de testatrice bij deselve is woonende, boven dewelck 
aen deselve noch sal ghegheven worden een ledikant 
met behangsel, bedde, hoo(fd)pelinck, twee sargien ende 
twee paer laekens, ende dat als sy ten stertdaghe 
voorss. alnoch in den dienst der testatrice is, anders 
niet; maar op conditie dat sij de meubelen van het 
sterfhuys nerstelijck sal hebben gaede te slaen. 

Item laet ende maeckt sij testatrice aen de andere 
meyssens ende knechten, ieder eenen rouw ende daeren- 
boven in gheldt, elck seven guldens. 

Ende alsoo sij Vrouwe testatrice haer beswaert vindt 
met de neghen hondert guldens die sij moet gheven 
voor eene sondaegsche misse tot Bonheide, volgens 
testament van wijlen haeren sone Joncker Guilliam 
Libertus de Caestre, soo ordonneert sij testatrice midts 
desen ; dat deselve soo haest als het doenlijck sal wesen, 
sullen betaelt worden uyt de ghereedste penningen 
die aen haer sterfhuys betaelt sullen worden, oft op 



Digitized by 



Google 



— 53 — 



d'achterstellen van de pachters renten, pretensien ende 
andersins, waervan eene notitie oft memorie ghevonden 
sal worden bij de Vrouwe testatrice gheschreven oft 
voor eenighen notaris ghepasseert. 

Allen dewelcke sij Vrouwe comparante wilt ende 
begheert, alsoo achter volght ende volbracht sal wor- 
den, reserverende niettemin haer veranderen, aen ende 
afdoen soo dickmaels het h&ar believen sal ; consente- 
rende aen mij notaris hiervan ghemaeckt ende gheex- 
pedieert te worden een of meer acten in forma. 

Aldus ghedaen ende ghepasseert binnen de voorss. 
stadt van Brusselen, ten daeghe, maende ende jaer 
voorschreven, ter presentie van Srs. Jan Deschamps 
ende Petrus Bommel, borgers der voorschreven stadt 
Brusselen, als ghetuyghen hiertoe geroepen ende 
ghebeden, dewelcke beneffens de Vrouwe comparante 
ende codicillatrice bij mij notaris ondervraeght sijnde 
oft sij conden schrijven, hebben gheantwoordtdatjae; 
hebben diesvolghens de voorghemelde Vrouwe codi- 
cillatrice ende voorschreven twee ghetuyghen de minute 
deser beneffens mij onderschreven notaris onderteekent 
met hunne namen ende toenamen. Onderstont: Quod 
attestor ende was onderteekent H. Payer, Notaris 1683. 

CoUation faitte a son origrinel, cette copye y est 
toute conforme. Quod attestor. 

(get). S. Le Bailly, Nots pubs. 1684. 

Rotterdam. Ch. C. V. Verreyt, 



Aanteekeningen betreflTende het geslacht Homoet 

L AJbert Homoet, geboren 20 Februari 1600, over- 
leden in 1669, huwt met Aaltje Menso, geboren 2 
Augustus 1605, overleden 6 Augustus 1671. 
Uit dit huwelijk een zoon, die volght 11. 
IL Bemardus Homoet, geboren 18 Maart 1633, over- 
leden ^' 27 April 17 17, huwt met Margaretha van der 
Ven, geboren 14 December 1642, overleden 18 Decem- 
ber 1693. Hij hertrouwt met Catharina Sluys. 

Uit het eerste huwelijk zijn drie, uit het tweede 
geen kinderen geboren: 

i^. Albert Homoet, die volgt ill. 
2^. Aletta Homoet geboren 5 December 1683 (i), 
overleden 12 December 1 721, huwt 1 4 December 
1694 met Abraham Mylius, geboren in 1670, over- 
leden 6 December 1720. 
Uit dit huwelijk tien kinderen: 
-^. Tobias Mylius, geboren 2 October 1695, over- 
leden 27 October 1695. 
B. Bemardus Mylius, geboren 22 September 1 696, 
huwde 6 Januari 1726 met Christina Jacobus 
(sic, Jacobusdochter of Jacoba?) Lupardus, ge- 



ig. 



(i) N.B. Dit zal moeten zijn 4673. 



boren i November 1709, overleden 22 Augus- 
tus 1759. 

C. Albertus Mylius, geboren 11 Juni 1698, over- 
leden 14 Juni 1698. 

Z>. Susanna Mylius, geboren 27 Mei 1699, over- 
leden 13 Juni 1699. 

E. Susanna Mylius, geboren 24 April 1701, over- 
leden 8 December 1735, huwde 26 October 
172 1 met Hermanus van Pleuren, geboren 21 
Februari 1687, overleden 11 December 1742. 

F. Sara Wilhelmina Mylius, geboren 15 Juli 1703, 
overleden 27 Juli 1744, huwde 5 Februari 1721 
met Laurens Jolles, geboren 31 Januari 1700. 

G. Aletta Catharina Mylius, geboren 24 December 
1704, huwde met Jacob Jan de Nijs en her- 
trouwde met Albertus Steensma. 

-ffl Jacob Mylius, geboren 10 Januari 1707, over- 
leden 22 September 1707. 
/. Maria Elisabeth Mylius, geboren 2 April 1708, 
overleden 24 December 1747, huwde 2 December 
1736 met Johannes Jolles, geboren 8 Augustus 
1701, overleden 9 Juli 1761. 
J. Abraham Mylius, geboren 28 October 1709, 
huwde 20 April 1734 met Elisabeth Ida Signette, 
geboren 24 October 1709. 
3^ Catharina Maria Homoet, overleden 9 Juni 1702, 

huwde Johannes Leydac 
IIL Albert Homoet, geboren te Culemborg 30 Novem- 
ber 1665, commissaris van den loo'" penning, overleden te 
Ajnsterdam 30 December 1756, huwde 5 Mei 1693 
met Susanna van Leeuwen, overleden 11 September 
17 13, dochter van prof. Grerbrandus en van Catharina 
van CoUen. 

Uit dit huwelijk vier kinderen: 
i^. Barend Gerbrand Homoet, geboren 10 November 
1695, commissaris van Amsterdam en bewind- 
hebber der Oost-Indische Compag^nie, overleden 
te Amsterdam i Mei 1768, huwde 26 Mei 1720 
met Anna Horneman, geboren 23 Februari 1700, 
overleden te Amsterdam 3 November 1769. 
Dit huwelijk was kinderloos. 
2^ Jacoba Elisabeth Homoet, geboren 6 Juli 1697, 

overleden 10 December 1719. 
3^ Susanna Catharina Homoet, geboren 21 Januari 
1700, overleden te Amsterdam 2 Januari 17 70, 
huwde 15 November 17 19 met Mr. Amoldus 
Commelin, geboren 16 October 1692, overleden 
I October 1746. 

Uit dit huwelijk vier kinderen: 
-/4. Albert Jacob Commelin, ongehuwd overleden. 
B. Jan Bemard Commelin, geboren 30 Augustus 

1723, overleden in I754. 
C Geertruyd Elisabeth Commelin, geboren 28 
September 17 24. 



Digitized by 



Google 



— 54 — 



D. Susanna Maria Commelin, geboren 5 Februari 

1730. 

4^ Albertus Homoet, die volg^ IV. 

IV. Mr. Albertus Homoet, geboren 19 April 1709, 
overleden te Amsterdam 1 1 Juni 1753, huwde 5 October 
1729 met Maria Elisabeth Lucretia van Beuningen, 
geboren i September 1708, overleden 11 Mei 1748. 

Hij hertrouwt 16 December 1749 met Constantia 
Hendrina Mortier, geboren 27 Mei 1724. 

Uit het eerste huwelijk zes, uit het tweede twee 
kinderen : 

\^, Susanna Catharina Homoet, geboren 19 April 
1732, overleden 17 December 1795, huwde te 
Amsterdam 5 Juni 1768 mét Hendrik Reesse, 
geboren te Schutmar in het graafschap Lippe in 
Mei 1728, suikerraffinadeur, overleden 5 Augustus 
18 12. Uit dit huwelijk één kind: 
A, Albertus Gerbrand Reesse, geboren te Amster- 
dam 13 Augustus 1770, overleden aldaar 16 
April 1775. 

2*. Albertus Homoet, geboren 17 October 1733, ver- 
trok 23 December 1754 met het schip Rozenburg 
als onderkoopman naar Oost-Indië en kwam 12 
Augustus d. a. v. te Columbo aan, huwde 16 
November 1755 met Catharina Hendrina Bloklant, 
geboren 14 September 1737 (1). 

3**. Jacoba Maria Elizabeth Homoet, geboren 4 Mei 
1737, overleden te Muiden 6 December 1748. 

4^ Maria Susanna Homoet, geboren i Jannari 1739, 
overleden in Februari 1793, huwde 8 December 
1766 met Jacob van Helsdingen. 

5^. Jan Homoet, geboren 3 October 1640, vertrok 
19 Mei 1759 uit Texel als commandant van een 
compagpiie soldaten met het schip Zuiderburg 
naar Batavia, alwaar hij 23 November 1763 met 
baden is verongelukt 

6^ Diederik Homoet, geboren 23 November 1743, 
huwde I Juli 1774 met Johanna Comelia Baars. 

7^ Margaretha Jacoba Homoet, geboren 21 October 
1750, huwde in 177 1 met Jacob Copes van Hasselt, 
eerst landschrijver te Tiel, daarna raadsheer te 
Arnhem. 

8^ Barend Gerbrand Homoet, geboren 2 November 
1752, overleden te Amsterdam 20 October 1754. 



(i) De samensteller van een der handschriflen, welke bier zijn 
gebruikt, Isaac Arnold van Helsdingen Senior, teekent er bij aan, 
dat hij dezen nooit gekend heeft, doch meent dat bij geweest iF 
gouverneur van Trinconomale en als gevangene, daar hij het fort 
tot den laatsten man verdedigd had tegen de Engelschen, naar 
Madras gevoerd en aldaar aan zijn bekomen wonden overleden is. 



Deli, 



R. VAN Beuningen van Helsdingen. 



Een dol artikel in de Grondwet, de herziene. 

In de donkere dagen vóór Kerstmis verbaas ik er 
mij telken jare op nieuw over, dat de Nederlandsche 
Staten-Generaat al niet sinds lang een wet gemaakt 
hebben, waarin wordt voorgeschreven, dat de hemel 
steeds blauw zal zijn en de zon lederen dag zichtbaar 
in volle pracht. 

De Staten-Generaal hebben bewezen tot zoo iets 
best in staat te zijn. 

Indien gij, lezer! het mij maar wilt toestemmen, 
dat zulk een wet, zoo zij ooit gemaakt en deftig afge- 
kondigd wordt, wat wij misschien nog eens beleven 
zullen, niets aan de eigenschappen der jaargetijden 
veranderen zal, dan kan het niet missen, of wij zullen 
het ook verder wel eens worden. 

Over het algemeen zijn wetboeken een bijzonder 
saaie lectuur. Maar zelden wekken zij vrolijke gedachten, 
grappige invallen of zotte beelden op. 

De titel over het huwelijk mag een aanstaand 
bruidegom zoete droomen bezorgen, de wet op de 
schutterij den vijand van den staat doen grinneken 
van genoegen, de Grondwet is, voor zoover mij bekend, 
de eenige wet, waarin zóó leuk een loopje met het gezond 
verstand genomen en zóó deftig een dolle ongerijmd- 
heid verkondigd wordt, als zij dat in artikel 29 doet. 

Als zoodanig is zij bepaald eenig en verdient het 
zotte artikel van die overigens deftige wet wel, dat 
men er een oogenblik aandacht aan schenke. 

Toen Z. M. Willem I het koningschap aanvaard 
had, gaf hij den i6*" Maart 18 15 een proclamatie van 
den volgenden inhoud: 

cWi] zijn verplicht om zorg te dragen, dat niet de 
«naam, dien wij steeds in alle wisselingen van de 
«fortuin met eere gedragen en onder welke onze voor- 
«vaderen aan de zaak der vrijheid zoo menigvuldige 
«diensten bewezen hebben, verdwijne. Wij bepalen uit 
«dien hoofde, dat de vermoedelijke erfgenaam van het 
«Koningrijk der Nederlanden zal aannemen, voeren 
«en behouden den naam en titel van Prins van Oranje, 
«denzelven reeds onmiddelijk bij dezen aan onzen 
«beminden oudsten zoon, met des te inniger genoegen 
«verleenende, omdat wij ons verzekerd houden, dat hij 
«den aiouden luister daarvan zal handhaven door de 
«stipte vervulling zijner plichten, enz.» 

Al is ook het Nederlandsch van deze proclamatie 
niet bijzonder fraai, op den inhoud zijn geen aanmer- 
kingen te maken. 

De Graaf van Nassau, als Koning der Nederlanden 
optredende, gaf het eenige, dat hem van zijn Vorsten- 
dom Oranje overgebleven was, den titel, aan den 
vermoedelijken erfgenaam van zijn Koningrijk, zijn 
oudsten zoon. 



Digitized by 



Google 



— 55 - 



Tot deze daad was de Koning volkomen gerechtigd. 
De vorstentitel kwam hem even wettig toe als het 
Vorstendom zelf eenmaal aan Philips Willem. Die titel 
was zijn eigendom, waarover hij beschikken kon. Een 
eigendom, afkomstig uit de middeleeuwen, onder het 
leenrecht en alleen door dat recht geregeld. 

De Koning van Nederland is een « Prince van Oran- 
giën» even als de Koning van Pruisen het is, dat 
wil zeggen, zonder dat Nederland en Pruisen of 
Nederlanders en Pruisen er iets mede te maken hebben. 

Oranje is een buitenlandsch Vorstendom en geen 
enkele Nederlander heeft er dus over te zeggen. Wil 
de Prins zijn recht er op, dat tot den titel ingeslonken 
is, verkoopen, verhuren, in leen of ten geschenke geven, 
of het iemand bij testament vermaken, het staat hem 
vrij dat te doen, voor zoover het recht, krachtens 
hetwelk hij Prins van Oranje is, dat toelaat 

Dat recht is geen Nederlandsch recht. 

Toen de Prins " van Oranje, Koning der Nederlanden 
geworden, bepaalde, dat de vermoedelijke erfgenaam 
van zijn Koninkrijk, zijn oudste zoon, den titel van 
Prins van Oranje zou voeren, was hij dus in zijn 
recht, en deed iets, wat overigens niemand aanging. 
Hij had evengoed kunnen bepalen, dat in den vervolge 
zijn jongste zoon dien titel zou dragen. Buitendien 
kon hij en kunnen zijn erfgenamen nog, ieder oogenblik 
dat besluit wijzigen of intrekken si tel est leur bonplatstr. 

Tot hiertoe was de zaak dus behoorlijk in orde. 

Maar lang zou het niet duren, of het zou misloopen. 

Eenige maanden na die proclamatie, den 24» Augustus 
1815, werd de Grondwet afgekondigd en daarin kon 
men lezen, nog wel onder het passend opschrift «Van 
het inkomen der Kroon», het onzinnige artikel 36, 
dat gelijkluidend is met het tegenwoordige artikel 29: 

«De oudste van des Konings zoonen of verdere 
«mannelijke nakomelingen, die de vermoedelijke erfge- 
«naam is van de kroon, voert den titel van Prins van 
«Oranje». 

Hoe men dat fraaie artikel ook beschouwe, het 
blijft altijd even dwaas èn naar vorm èn naar inhoud. 

«De troonopvolger voert den titeU. 

Ei! Ei! en dat nog wel in een vrij land! Waarom 
moet die troonopvolger nu juist doen wat ieder ander 
laten mag? Als ik mijn doctorstitel of een ander zijn 
adellijk praedicaat niet verkiest te voeren, staat ons 
dat vrij. Maar de troonopvolger voert den titel van 
Prins van Oranje. De heeren in de Kamers hebben 
het bepaald en het staat in de Grondwet. 

Maar als de troonopvolger nu anders verkiest? 

Ja dan dan laat hij de grondwet voor wat 

zij is (niet veel zaaks zou Nurks zeggen) en voert 
hem niet. 

Prins Alexander der Nederlanden, heeft den titel 
van Prins van Oranje nooit gevoerd. 



Maar, zal men mogelijk zeggen, dat is maar vitten. 
Er moet gelezen worden: de troonopvolger ontvangt 
den titel van Prins van Oranje. Al wil hij zelf dien 
titel niet voeren, de wet schrijft voor, dat men hem 
dien geven moet. 

Mij wel, laten wij aannemen, dat dit de bedoeling is. 

Maar dan is het artikel óf overbodig óf bevat een 
ongerijmdheid. 

Wanneer de troonopvolger werkelijk een Prins van 
Oranje is, is dat een feit, geheel onafhankelijk van 
den Nederlandschen wetgever. Wanneer die het malle 
artikel niet geschreven had, zou het aan de zaak niets 
veranderen. 

Maar nu neme men eens aan, dat zich het geval 
van artikel 21 der Grondwet voordoet. Bij het over- 
lijden des Konings bestaat er geen bevoegde troon- 
opvolger en de Staten-Generaal in vereenigde zitting 
benoemen er een, die dan natuurlijk Koning wordt. 

Stel dat in dit geval alleen bij een kleine minder- 
heid nog Neêrlandsch bloed door de aderen vloeit, 
wat lang niet onmogelijk is, en de meerderheid een 
rijk bankier van haar maagschap tot koning kiest. 

Nu komt het grootsche artikel in werking. De zoon 
des Koning^, het kleine Mortje, wordt Prins van Oranje ! 

Eilieve, volgens welk recht? 

Omdat het in de Grondwet staat? 

Dat is niet voldoende, anders zouden wij met een 
grondwetsartikel mooi weer kunnen maken of regen, 
naar believen. 

Zijn de Staten-Generaal bevoegd een edelman te 
maken ? 

Dat licht even ver buiten de bevoegdheid van den 
wetgever als de regeling der weersgesteldheid. 

En dan nog wel een Prins van Oranje ! 

Wanneer er geschreven stond, dat de troonopvolger 
Graaf van Holland of Hertog van Gelderland zou 
heeten, het kon er misschien nog mede door. 

Mogelijk zou men kunnen beweren, dat de Staten- 
Generaal Souverein zijn in geval er geen Koning is 
en dan over die titels, die aan den Souverein vervallen 
zijn, beschikken kunnen. Dat zij zoo. 

Maar wanneer heeft de Souverein dezer landen ooit 
iets over het Prinsdom Oranje te zeggen gehad? 

Die wat wil geven, moet toch allereerst beginnen 
zelf te hebben, en die een titel wil geven, moet er 
over kunnen beschikken. 

Wanneer er nu een troonopvolger is, niet krachtens 
het leenrecht Prins van Oranje (en krachtens welk 
ander recht zou hij het kunnen wezen?) dan zal er wel een 
andere Prins van Oranje zijn, die recht op den titel heeft. 

En zelfs, als dat niet het geval is, waaraan ontleent 
dan de Nederlandsche wetgever het recht te beschikken 
over den vorstentitel van een land, dat ver buiten 
zijn grenzen ligt? 



Digitized by 



Google 



-56 - 



Even goed, of liever evenmin, kon onze Grondwet 
voorschrijven, dat de troonopvolger Koningvan Navarre, 
Grraaf van Toulouse of Daïmo van een of andere 
landstreek in Japan zal heeten. 

Nu zoude men mogelijk wel willen beweren, dat 
deze geheele redeneering onjuist is, daar de Grondwet 
is gemaakt, in gemeen overleg, door Koning en Staten- 
Generaal en de Koning door zijn onderteekening stil- 
zwijgend zijn goedkeuring heeft gehecht aan de harle- 
veensche wijze waarop in deze Nederlandsche wet met 
zijn buitenlandschen Vorstentitel wordt rondgesprongen. 

Zonder nu het bezwaar te rekenen, dat voor dat 
gemeen overleg enz. veel hersengymnastiek noodig 
is en het meer dan hoogstwaarschijnlijk is, dat men 
over het artikel en zijn toepassing eigenlijk niet heeft 
nagedacht, moet men toch tot de slotsom komen, 
dat deze bewering niet op zou gaan. 

In zyn hoedanigheid van Prins van Oranje beschikte 
Willem I den i6'" Maart 1815 over zijn Prinsentitel 
en zijn oudste zoon werd Prins van Oranje krachtens 
die beschikking, die nooit is ingetrokken of gewijzigd. 

Nu kan de Nederlandsche wetgever nimmer over 
den Vorstentitel van Oranje beschikken, of hij moet 
zijn bevoegdheid dsiartoe aan eenig recht ontleenen. 

Zulk een recht is hem niet geschonken door Willem I, 
want dan had deze eerst zijn besluit van 16 Maart 
18 15 weder moeten intrekken of wijzigen en zijn recht 
op den titel aan den Nederlandschen wetgever opdragen. 

In hunne hoedanigheid van Nederlandsch Wetgever 
hadden Willem I en zijn opvolgers evenmin iets te 
zeggen over Oranje, als in hunne hoedanigheid van 
Koning der Nederlanden over de ridderorde der 
Eikenkroon. 

Wanneer zij er dus in die hoedanigheid over beschikken 
wilden, zijn zij hun natuurlijke bevoegdheid evenzeer 
te buiten gegaan als hun collega's wetgevers, de Staten- 
Genersial, en met hetzelfde gevolg, dat is ... . geen. 

De troonopvolger komt met dat al in een lastig 
geval. 

De grondwet toch bepaalt uitdrukkelijk in artikel 65, 
dat het de Koning is, die adeldom verleent en dat 
vreemde adeldom door geen Nederlander kan worden 
aangenomen. 

Volgens artikel 29 zouden het nu evenwel de Staten- 
Generaal zijn, die adeldom verleenen en daar het dan 
nog wel vreemde adeldom is, kan de troonopvolger 
die in geen geval aannemen. 

Den verkozen vertegenwoordigers des volks, die voor 
het grootste gedeelte meer verstand hebben van kies- 
tabellen, dan van zulke middeleeuwsche zaken als 
adellijke titels zijn, kan niemand het kwalijk nemen, 
dat zij in hun onschuld deftig en wel een dwaasheid 
begingen, zonder zelf te weten hoe grappig zij waren. 

Wij dienen hun dankbaar te zijn, voor de vroolijke 



oogenblikken, die zij ons bezorgen, wanneer zij ons 
Hunne Burgerlijkheden voor den geest roepen, bezig 
feudale titels uit te deelen en een Prins te maken. 

Ik voor mij tenminste houd wel van een grapje. 

M^ar met dat al hebben de ontwerpers en herzieners 
van de Grondwet een toekomstigen troonopvolger, die 
niet hy his own right Prins van Oranje en wat beter 
op de hoogde is dan zij waren, in een moeielijken 
toestand gebracht. 

Voor de overige stervelingen heeft het minder te 
beteekenen. 

Voor zoover wij trouw aan de Grondwet hebben 
gezworen, zullen wij dien troonopvolger Prins van 
Oranje noemen. 

Maar even als met een ci^devant^ die na de Terreur 
toch juist bleef wat hij vóór dien tijd was, zal het 
gaan met dien troonopvolger, nadat hij krachtens de 
uitspraak van een wetgever, die zijn bevoegdheid is 
te buiten gegaan, een nagemaakte Oranje is geworden. 

Amsterdam, 13 Januari 1887. 

Mr. J. R VAN Someren Brand. 



Boekbeoordeelingen en aaakondlgingeii. 

J. L ^ de Beemster, 161 2 — 4 Juli — 1887. 

Schets ter herinnering aan het 275 jarig bestaan van 
dezen polder. Utrecht, F. B. van Ditmar f 0.25. 

De schrijver van dit boekje, geeft met terugwijzing 
op het uitgebreide, belangfrijke werk van J. Bouman, 
Bedyking, opkomst en bloei van de Beemster^ een be- 
knopt overzicht van den vroegeren toestand van het 
water de Bamestra, later door hooge watervloeden tot 
een groote waterplas verbreed, het bedijken en droog- 
maken, en de voortdurenden bloei van dezen polder. 
Na de geschiedkundige beschrijving is hij den lezer 
een gids bij een bezoek aan de landstreek en de 
kerken en scholen aldaar en brengt hij ons in kennis 
met de vele zegeningen, die dorp en polder hebben 
mogen ondervinden en den welvarenden toestand waarin 
de bewoners tegenwoordig verkeeren. Ofechoon meer 
geschreven met het oog op de feestelijke herdenking 
van het 275-jarig bestaan van de Beemster, mogen 
wij toch het geschrift een blijvende waarde niet ont- 
zeggen, daar het door velen zal gelezen worden, die 
niet in het bezit van het groote werk des heeren 
Bouman zijn, terwijl dit boek reeds eenig e jaren oud 
is en dit boekje tot onzen tijd is bijgewerkt De titel 
is voorzien van een afbeelding van het wapen van de 
Beemster waarvoor een oude houtsnede schijnt gediend 
te hebben, welke niet door fraaiheid uitmunt, zoodat 
de uitgave, welke overigens zeer net is en met een flinke 
letter is gedrukt, niet in sierlijkheid heeft gewonnen. 



Digitized by 



Google 



57 — 



Reehterltjk archief der stad Leeuwarden. 

fVervoigJ. 

g. Algemeen Gerechtsboek, van 1533. 

Hierin werd ingeschreven en ingevoegd alles wat in 
dat jaar voor het gerecht voorgevallen was, dus: èn 
afschriften der overgeleverde libellen, èn allerlei soort 
van vonnissen, waaronder zeer vele van interlocutoiren 
aard, èn verhooren van getuigen op vraagpunten èn 
reprobatiën van getuigen, enz. 

Zelfs zijn er by ingenaaid een paar brieven (origi- 
neelen en van het stadszegel voorzien) van «Schout, 
burghermeestern eïi gerechte» en van Schout, «burge- 
meestern en Raede» der stede van «hoem» (Hoorn) aan 
den magistraat van Leeuwarden, betreflFende eene zaak 
waarin wegens verkocht- en geleverd ijzer een burger 
van Hoorn hier geld te vorderen had. 

h. Pleidooi-boeken, van 1636 — 1803. 

Meestal werden in deze boeken, oudtijds ook wel de 
«Qadde» genoemd, door de procureurs der geding- 
voerende partijen de eisch, het antwoord re- en dupliek 
enz. ingeschreven, tusschen het inschrijven van welke 
schrifturen volgens de ordonnantie 8 dagen konden 
verloopen. Dikwijls* volgde hierop de vermelding der 
rechterlijke dispositiën (van praeparatoiren aard) naar 
aanleiding dezer geschriften uitgesproken. 

Meestal want sonUifds vindt men in de Recesboeken 
alleen vermeld : A. dient van libel (inhoudende den 
eisch) contra B. zonder meer; meestal echter : A. dient 
V. libel, enz. contra. B. in 't pleidooiboek. 

L Consignatie-boeken, van 1633 — i8og. 
Deze houden in, aanteekeningen betreffende het door 
den presideerenden burgemeester in consignatie ont- 
vangen van penningen, door dezen eigenhandig onder- 
teekend; aanteekeningen betreffende het door al of 
niet bij vonnis bevoegd verklaarde crediteuren lichten 
der ten hunnen bate geconsigneerde penningen ook 
eigenhandig door hen onderteekend. 

j. Exhibitie-boeken, van 1603 — 1647. 
Hierin werden tweeërlei zaken aangeteekend: 

a, acten van aanneming van een debiteur om het 
verschuldigde te zullen betalen; 

b, accusationes de contumacia, doch slechts dan wan- 
neer in eene zelfde zaak drie of meer zoodanige 
accusationes hadden plaats gehad. 

Had dus de debiteur beloofd binnen een zekeren 
termijn te zullen betalen en kwam hij zulks niet na, 
of was de gedaagde bijv. driemaal of meer in gebreke 
geweest door zijn procureur schriftuur naar behooren 
te leveren enz., van welke zaken op verschillende tijden 
aanteekening in de reces-boeken was gedaan, dan nam 
des eischers procureur deze acten uit de reces-boeken 
over, toonde (exhibeerde) ze in rechte, liet ze in deze 



exhibitie-boeken inschrijven en tevens ter afdoening 
op den wekelijkschen rol brengen. 

k. Wekelijksch rolboeky van 1743 — 1648. 
De inhoud van dit register, waarvan slechts één 
exemplaar in het archief aanwezig is, sluit zich geheel 
bij dien der vorige soort aan. Het houdt namelijk slechts 
de rol dier zaken in, waarbij de impetrant vertoonende 
acten van aanneming des debiteurs of overleggende 
3 of meer acten van accusatie «de contumacia» of andere 
schrifturen op dien grond de veroordeeling van den 
schuldenaar, verstek van beantwoording, rejectie eener 
door tegenpartij opgeworpen exceptie, enz., verzocht 
m. a. w. consenteerde om zelf van verdere levering 
van schrifturen vrijgesteld te worden of tot condemnatie 
der tegenpartij wegens diens herhaalde contumacie. 

1. Condemnatie-bocken, van 1733 — 1810. 
De condemnatiën, eerst na 1733 in deze afzonderlijke 
boeken voorkomende, zijn veroordeelingen naar aan- 
leiding der in de categorieën j. en k. omschreven stukken, 
nadat bovendien te voren eenmaal bij schriftelyke citatie 
(de gewone dagvaardingen geschiedden voor het Neder- 
gerecht bij monde der deurwaarders, enz.) de gedaagde 
W51S gedagvaard geworden. Voor zoover deze condemna- 
tiën rechterlijke dispositiën zijn naar aanleiding van door 
den debiteur geleverde acten van aanneming kan men 
ze «Vrqwillige condemnatiën» noemen, want de debiteur 
had bij die acte beloofd binnen een zekeren tijd het debi- 
tum te zullen betalen, bij poene van condemnatie. Deze 
condemnatiën waren veroordeelingen namens «het 
Gerechte» door een commissaris van het gerecht uitge- 
sproken (Zie Mr. Binckes, VerkL op de Ord. v. Friesland 
ad boek III, titel 2, art. 30). Dit moet ook aangenomen 
worden naar aanleiding van het door Huber (Heedens- 
daegse Rechtsgeleertheyt% blz. 815) medegedeelde, waar 
ook in soortgelijke door het hof uitgesproken condem- 
natiën een commissaris namens het hof recht spreekt. 
Evenwel noch bij het gerecht, noch bij het hof werd 
dit «namens» expressis verbis uitgedrukt. 

m. Intendit-boeken, van 1594 — 1639. 
Hierin werden ingeschreven de rechterlgke uitspraken 
naar aanleiding van een door den requirant overgelegd 
intendit, hetzij het karakter van eindvonnis, hetzij dat 
van interlocutoir vonnis dragende. Dit intendit kon 
door den eischer worden ingediend als de gedaagde 
driemaal in gebreke geweest was om te verschijnen 
(na 3 accusationes de contumacia) 't woord beteekent, 
dat de eischer alleen intendeert, dat alleen zyn intentie, 
niet des gedaagden verwering meer, wordt behandeld. 
(HuBER, blz. 709). 

n. Interlocutoir sententie-boeken, van 1562 — 1806. 
Deze houden in de Interlocutoire sententiën, n.1. de 
vonnissen «geweesen op bewijs». Zij komen voor als 



Digitized by 



Google 



- 58- 
nict in dien toestand bevindt, 



het gerecht de zaak 
dat er een definitief vonnis kan worden gewezen, maar 
partijen cin faicten contrarie> en hen derhalve veroordeelt 
chaer vermeten te verificeerenc, m. a. w. nadere bewijs- 
gronden voor hunne beweringen aan te voeren. 

Naar analogie wat Huber op blz. 709 en 770 in zijn 
H. R. leert moet men m. i. aannemen, dat de in w 
en n voorkomende dispositiën ook door een commissaris 
van het gerecht werden uitgesproken. 

o. Definitie f -Sententie- boeken, van 1554 — 1808. 

Hierin werden tweederlei zaken opgeteekend: 

a. de eindvonnissen van het Nedergerecht in de 
tusschen partijen aanhangige gedingen met voor- 
afgaande korte vermelding van de beweringen 
der partijen, dus van de motieven waarop de 
vonnissen rustten; 

b. de door den presideerenden burgemeester opge- 
maakte rangregelingen van crediteuren in insol- 
vente boedels. \ 

Deze definitieve sententiën hadden plaats op de ze$ 
Pronuntiatiedagen, welke er in het jaar waren. Er 
waren n.1. 6 vacantiën in het jaar en de eerste dag 
van iedere vacantie was pronuntiatiedag (Zie HUBER, 
Heedensdaegse rechtsgeleertheyt, blz. 697 en de laatste 
woorden van art. 8, titel VII, boek III der Ordonnantie 
waar men lezen kan «en word daarna gepronuntieert 
den 15 Julij (beginnende alsdan de groote vacantie»). 

Wel bepaalde de 7' titel van het 3" boek der Ordon- 
nantie deze vacantiën alleen voor het hof, maar de 
gewoonte (mos) bracht mede dat ook de einduitspraken 
van het Nedergerecht slechts op die begindagen van 
'shofe vacantiën plaats vonden, en wat de vacantiën 
zelf bij het Nedergerecht betreft, ofschoon de Ordon- 
nantie dienaangaande niets bepaalde, moet men toch 
zooals Mr. BiNCKES ad art. i, titel 2, boek 3, leert 
derzelver geldigheid «ex tacito consensu summae Potes- 
tatis» aannemen. 

p. Dispositief'boekeny van 1595 — 18 10. 

Hierin werden alleen de eindvonnissen van het Neder- 
gerecht, n.1. geheel zonder vermelding der motieven, 
ingeschreven. 

Dat de rechter doorgaans de definitieve sententien 
op tweederlei wijs deed registreeren, eens het dictum 
of de bloote uitspraak en nog eens in een ander boek 
geextendeerd met eisch-antwoord, enz., der partijen 
vermeldt ook Huber op blz. 829 zijner H. JR. 

q. Taxatie-boeken, van 16 10 — 18 11. 

Hierin werden de door 't gerecht getaxeerde gerechts- 
kosten der gedingen aangeteekend. Steeds was het 
eind der formule «'t Grerecht heeft de kosten die tot 
eene meerdere somme geëxtendeert waren getaxeert 
ende gemodereert tot, enz.» 



r. Executie-boeken, van 1580 — 1651. 



Hierin werden ingeschreven de door een beëedigden 
klerk ter secretarie in presentie van een Executeur of 
van een' der schepenen opgemaakte inventarisatiën van 
de roerende goederen van de in het ongelijk gestelden 
bij tusschen partijen gewezen vonnissen. 

s. Recepis-boeken, van 1603 — 17 17. 

Deze houden in, aanteekeningen op de eene helft 
der bladzijden door notarissen eigenhandig geschreven 
en onderteekend betreffende door hen «gelichte proces- 
stukken» en dikwijls op de andere helft der blz. 
soortgelijke aanteekeningen van andere notarissen, dat 
deze stukken door de eerstgenoemden aan hen zijn 
«gerestitueerd» geworden. 

t. Annotatie-boeken, van 1764 — 18 10. 

Deze registers houden in : aanteekeningen betreffende 
wegens overleggen en beantwoorden van stukken, 
wegens citatiën en getuigenverhooren, enz., betaalde 
gerechtskosten met vermelding aan het hoofd der 
bladzijde van den commissaris uit het gerecht voor 
wien deze zaken waren behandeld^ 

u. Appointement-rolboekfes, van 1740 — 18 10. 

Deze houden in, de verantwoordingen der boden van 
de door hun wegens ingediende en overgegeven gerech- 
telijke stukken ontvangen gelden. 

Oneigenlijke Rechtspraak. 
(Jurisdictio voluntaria). 

V. HuweUfks-boeken^ van 1594 — 1755. 

Deze houden in: 

Aanteekeningen betreffende i® door het gerecht 
der stad aan partijen gegeven verlof om de huwelijks- 
geboden te laten plaats hebben; 2® voor den presi- 
deerenden burgemeester bevestigde echtvereenigingen, 
opgemaakt door den secretaris of diens beëedigden 
klerk en door dezen en den burgemeester onderteekend. 

w. Autorisatie-boeken, van 161 1 — 1810. 

Deze houden in: 

Aanteekeningen betreffende door 't gerecht der stad 
op verzoek der belanghebbenden tot het waarnemen 
van curateelen gemachtigde personen en vermeldingen 
van door die curators in handen van den presideerenden 
burgemeester afgelegde eeden. 

X. Weesboeken, van 1574 — 1807. 

Deze houden in: 

a. Acten van boedelscheiding (in 't begin van het 
eerste boek de collectie afschriften van zoodanige acten) 
waarbij minderjarige weezen mede belanghebbenden 



Digitized by 



Google 



r 



— 59 — 



zijn« voor wie hunne voogden optreden, dikwijls hierbij 
door notarissen of procureurs geassisteerd, verleden op 
het raadhuis van Leeuwarden ten overstaan van den 
presidecrenden burgemeester en den secretaris als com- 
missarissen en door deze en de partijen onderteekend. 

In de twee laatste boeken komen ook voor acten 
van «uitwijzing» d. L uitkeering en «uitvinding», be- 
paling der hoegrootheid van een krachtens vererving 
competeerend aandeel, en/, even als hierboven door 
partijen en commissarissen onderteekend. Ook werden 
in deze twee laatste boeken in originali voor een 
notaris verleden en door hem en partijen onderteekende 
acten van dancUte geregistreerd. 

b. Afschriften van op het raadhuis in tegenwoordig- 
heid van den presideerenden burgemeester en den 
secretaris door de voogden doorgaans aan hiertoe 
benoemde voogden (curatores ad actum redpiendarum 
rationum) overgelegde slotrekening en verantwoording 
en gedane uitkeering van het batig saldo casu quo 
(«Rekeninge, bewijs en reliqua»). Verder de aanteeke- 
ning dat op den genoemden dag de rekening alzoo 
gesloten is, en deze door de partijen, den burgemeester, 
den secretaris en door den notaris als deze, 't geen 
meestal geschiedde, den rendant in 't afleggen zijner 
rekening bijstond, ia onderteekend geworden. 

De aanteekeningen eindigen in de laatste boeken 
der collectie met de door den secretaris afgelegde 
verklaring, dat zij met het (oorspronkelijke) slot der 
rekening overeenstemmen. 

ij. Inventarisatie-boeken^ van 1550 — 1790. 

Hierin werden geregistreerd inventarissen van de 
boedels van overleden personen, opgemaakt ten over- 
staan (en op last) van een der burgemeesters of van 
een der schepenen door het Gerecht hiertoe gecom- 
mitteerd door den secretaris of diens beëedigden klerk, 
later soms ook wel door een der boden van het Grerecht. 

De boedels zijn meestal die, waarbij minderjarige 
weezen erfgenamen of mede-erfgenamen zijn, zoodat 
dan de inventarisatiën op last der overheid en op 
verzoek van de curators der weezen plaats hebben; 
somtijds geschieden zij op verzoek van de crediteuren^ 
van den erflater, of van de erfgenamen, zoo er in het 
laatste geval moeielijkheden zich hebben voorgedaan. 

In de eerste helft nagenoeg zijn de inventarissen 
niet onderteekend: in de latere boeken vindt men 
gewoonlijk wel de onderteekeningen van den secre- 
taris of diens klerk, soms ook die van den burgemeester, 
den schepen en der partijen. 

z. Aestimatie-boeken^ van 1561 — 1707, 

Hierin werden geregistreerd de inventarisatiën en 
aestimatièn^ geschied door een der schepenen en den 
secretaris of diens beëedigden klerk of door den laat- 



%. 



sten alleen na plaats gehad hebbende waardeeringen 
door bevoegde taxateurs op verzoek van voogden 
over minderjarigen, van eene hertrouwende of een 
hertrouwenden echtgenoot, enz. van de door overleden 
personen nagelaten on- of roerende goederen, van 
eene bizondere soort van goederen in die boedels 
aanwezig, van boedels welke verdeeld moeten worden 
tusschen een der hertrouwende ouders en kinderen uit 
een vorig huwelijk, enz. 

Meestal niet, doch somtijds wel, is op 't eind de 
onderteekening der origineelen er bij aangeteekend. 

aa. Decreet-boeken, van 1561 — 1807. 

Hierin werden geregistreerd: 

De door het gerecht uitgevaardigde decreten in 
origfinali in de eerste tijden van het zegel der stad 
voorzien, waarbij de op verzoek toegestane en plaats 
gehad hebbende verkoopen van onroerende goederen 
toebehoorende: 

i^. aan minderjarige weezen alleen of met anderen; 
2^. aan niet betalende debiteuren, werden bekrachtigd. 
Uitvoeriglijk worden hierin ook de gfronden, 
waarop het verzoek of de eisch rustte, de diverse 
bemoeiingen, als bijv. de benoeming van een 
commissaris mt het gerecht om prae-advies uit te 
brengen, de wijze van verkoop, enz. opgeteekend. 

bb. Annotatieboèken der collaterale erfenissen, 
van 17 16 — 1806. 

Hierin werden opgeteekend de ter secretarie gedane 
aangiften door of namens de erfgenamen der open- 
gevallen collaterale erfenissen. 

Een zeer korten tijd in 't begin vindt men aange- 
teekend dat personen vóór den presideerenden burge- 
meester compareerende deze aangiften deden. Weldra 
ontbreekt die vermelding geheel. 

Deze geregistreerde aangfiften zijn door den secretaris 
onderteekend. 

cc. Inventaris-boeken der collaterale nalatenschappen, 
van 1733 — 181 1. 

Deze registers houden in hoofdzaak in: 
I®. De afschriften der inventarissen en extract-inven- 
tarissen van boedels en goederen aangeërfd van 
bloedverwanten in de zijd-linie (erven van een 
echtgenoot werd hier ook onder gebracht) in 
originali onderteekend door den erfgenaam, soms 
mede namens andere erfgenamen, aangever dezer 
successie en bovenaan in margine van al de door 
den secretaris of diens beëedigden klerk onder- 
teekende verklaringen voorzien, dat deze aan het 
gerecht overgeleverde inventarissen voor den 
presideerenden burgemeester waren beëedigd ge- 
worden. 



Digitized by 



Google 



^" 



— 60 



2^ Afschriften van aan het gerecht van andere steden 
of aan elders wonende notarissen gedane aan- 
giften door aldaar wonende doch Friesche Obli- 
gatiën, aan de belasting van het collateraal subject, 
ervende personen in originali door de burge- 
meesters of de notarissen, aan wie de aangifte 
gedaan was, onderteekend. 

(Deze belasting op het collateraal was ingevoerd bij 
resolutie der Staten van Friesland van 5 Juni 17 16). 

dd. Pfoclamaiie-bocken^ van 157 1 — 18 11. 

Hierin werden opgeteekend de aan het gerecht 
gedane verzoeken door de koopers van onroerende 
goederen, enz. om booden van en consent op die koopen. 
In margine werd aangeteekend, dat de booden n.1. de 
proclamatiën over de kerk en het gerecht (alwaar die 
bekendmakingen geschiedden door een beëedigden klerk 
van de secretarie of door een stadsbode^ zie Hamerster, 
1* deel zijner Verklaring van de Ord. van Vriesland^ 
blz. 147), hadden plaats gehad, waarop dan zoo die 
zonder «verspieringhe» n.1. zonder dat iemand zich 
tegen den koop verzette, hadden plaats gehad de 
aanteekening volgde «fiat consent». Tevens werden in 
deze registers de aanvragen om verbreking van den 
koop wegens het «niaer» opgeteekend en boven aan 
den rand onder de vermelding der geschiedde procla- 
matiën aangeteekend «fiat consent aan de retrahentem 
indien n.1. het gerecht en de primitieve koopers over- 
name van den koop wegens het niaer billijkten en er 
genoegen mede namen. 

ee. Groot'Consent'boeken^ van 1580 — 18 11. 

Hierin werden ingeschreven aanteekeningen betref- 
fende plaats gehad hebbende koopen van onroerende 
goederen, van renten uit onroerende goederen, enz. en 
hierin verwezen naar de van die koopen gemaakte 
koopbrieven ter kennbneming van de nadere bizonder- 
derheden. 

Daarop volgen de aanteekeningen dat na behoorlijke 
proclamatiën consent in judicio is gepasseerd geworden 
en de data hiervan. 

ff. Kl^n-consent'boeken, van 1546— 18 11. 

Inhoud soortgelijk aan dien van soort ee. 

Het verschil betreft slechts de grootte der koopsom. 
Op de verkoopen boven de ^00 goudguldens moesten 
groote-. op die daar beneden kleine consenten worden 
verleend. Vóór 11 December 16 19 was de gffens 200 
goudguldens (Zie Mr. BiNCKES, Verklaring der Ord. 
van Vriesland, deel i, blz. 241). 

^^. Hypotheek-boeken, van 1705 — 1719. 

De hypotheek-boeken (in zeer onvolledigen getale 
aanwezig) houden de verklaringen in, dat zekere per- 



sonen ter secretarie voor den presideerenden burge- 
meester en den secretaris stukken in originali hebben 
vertoond om geregistreerd te worden van dezen inhoud : 
i^ Schuldbrieven waarin debiteuren bekennen aan 
genoemde crediteuren geldsommen schuldig te 
zijn en tot zekerheid van de betaling alle hunne 
(>geen exempte") goederen tot onderpand te stellen; 
2*. Inventarisatiën van dikwijls uit geldsgebrek ver- 
kochte roerende, doorgaans ook getaxeerde, goe- 
deren gevolgd door acten «praecario» n. 1. ver- 
klaringen der verkoopers, dat de koopsom hun 
is betaald geworden ter kwitantie van welke 
betalingen deze brieven dienen kunnen, doch dat 
zij die goederen nog praecario (ter beede) van de 
koopers bezitten, terwijl zij zich verbinden die 
goederen op de eerste aanmaning te zullen terug- 
geven, hiervoor al hunne goederen tot onderpand 
stellende. 
De aanteekeningen eindigen met de door den bur- 
gemeester en den secretaris onderteekeiide verklaringen, 
dat de stukken overeenkomstig de origineelen zijn. 



Bijlage N^. I. 



Beschouwingen naar aanleiding van : 
de Huw elyksbo eken* 

Welke zijn bij ons de vereischten voor een huwelijk ? 

i^ Gebleken wilsovereenstemming van hiertoe be- 
voegde personen om met elkaar een huwelijk , 
aan te gaan. 

2^. Voltrekking met inachtneming der door de wet 
gestelde vormen en formaliteiten. 

Hoe was zulks in de tijden der republiek in de 
provincie Friesland? 

Ik meen te moeten aannemen dat het vereischte sub 
n^ i^ genoemd daar toen slechts alléén bestond. 

De ordonnantie van Friesland behandelt in titel i 
van 't eerste boek «de Houwelijken». De artikelen een 
tot en met vier handelen over de personen, die wegens 
Woed- en aanverwantschap niet met elkaar mogeii 
huwen, en artikel 5 leert dat zoo «hier tegens ge- 
«schiede alzulken trouwe ende belofte geheel van on- 
zwaarden wezen zal.» Artikel 6 en 7 bedreigen dezelfde 
straf van nulliteit tegen het huwen met jeugdige per- 
sonen zonder de vereischte toestemmingen. De artikelen 
8 en 9 bedreigen straf tegen andere personen, die het 
sluiten van zoodanige huwelijken zouden vergemak- 
kelijken. Art. 10 verbiedt hen, die onder voogdij staan 
te huwen zonder consent der voogden tenzij ... in 
enkele speciale gevallen, ook op straffe van nulliteit. 

Eindelijk komt art. 11, 't welk ik om zijn belang 
hier in extenso laat volgen : 



Digitized by 



Google 



6i — 



«Alle persoonen / zoowel met weduwen / als jonge 
«jufferen en dochteren trouwende, eikanderen niet be- 
«staande in de verboden graaden van bloede / ende 
«Maagschap / ofte zwagerschap / van wat staat ofte 
«conditie zij zijn / zullen gehouden wezen / haare 
«trouw / behoorlijk voor de vergaderinge in den Echte / 
«te solemniseeren voor de gemeente Grods / na oproe- 
«pinge haarer naamen ende beloften / op drie ver- 
«scheidene Zondagen / over de kerken / door de 
«respectieve dienaaren des Goddelijken woords / on- 
«middelijk na 't sluiten van de predikatie te geschieden / 
«of ten minste bij tolerantie / of tot nader dispositie / 
«na drie oproepingen van hunne naamen ende beloften / 
«voor eens yederen competenten gerechte / op drie 
«verscheidene rechtsdagen / acte van haare vereeniging 
«in den echte / voor een uit dezelven Grerechte / door 
«den secretaris te laaten aanteekenen / bij poene van 

«twaalf caroli guldens voor de eerste reize, enz 

«En ingevalle zoodanige persoonen verder halstarrig 
«mochten blijven / zoo zal tegens dezelve criminaliter 
«worden geprocedeert», enz. 

Deze personen zullen dus gehouden zijn «haar trouwe» 
te laten solemniseeren die dus al bestaat vóór de 
solemnisatie gelijk ook Mr; Binckes op blz. 28 en 29 
in zijn Verklaaringe van de Statuten van Friesland, 
Leeuwarden 1785, en Mr. Hamerster, Duidelijke 
verklaaring als boven, Leeuwarden 1743, leeren. 

Voor «de vergaderinge in den echte» beteekent: eer 
zij bij elkander komen wonen, om als man en vrouw 
te leven, zegt Mr. Binckes en de Hr. Dominicus 
Hamerster zegt hierover op blz. 19 van het aange- 
haalde werk, «zoodat de zin is dat die zulks doen eer 
«dat de houwelijks proclamatiên zijn gegaan en voor 
«dat haar trouwe gesolemniseert zij, dezelve zich schuldig 
«maken aan een notoire overtreding^ en onderhavig 
«zijn aan de straf hieronder gesteld.» In art. 5 worden 
door den wetgever «trouwe ende belofte» naast elkander 
gezet. Mr. Binckes zegt ook uitdrukkel^k dat 't 
woorden zijn van verschillende beteekenis. 

Het verschijnen van iemand voor het gerecht gaat 
volgens Mr. Binckes op deze wijze, «dat partijen voor 
den com** moeten compareeren en aldaar verzoeken, 
dat er acte worde opgemaakt van hun gesloten huwe- 
lijk.» Dus volgens hem verschijnen partijen niet voor 
een van 't gerecht (hier den burgemeester) om door 
hem aan elkaar gehuwd te worden, maar om ten zijnen 
overstaan te verklaren, dat zij reeds vroeger aan elkaar 
gehuwd zijn geworden. 

De huwelijksboeken der schepen-archieven houden 
tweederlei soort van vermeldingen in, gelijk ik in den 
inventaris vermeldde. 

V. i^. Dit geschiedde aan hen die in de kerk huwden. 
Hunne huwelijken werden gewoonlijk den dag na 't 
gegeven verlof voor de eerste maal opgelezen in de 



kerken, zoodat de echtsgeboden gewoonlijk op Zatur- 
dagen schijnen te zijn geconsenteerd geworden. 
V. 2®. De vaste formule luidde als volgt: 
«X en Y nae drie proclamatiên hunner echte over 
«den Gerechte dezer stede sonder enige protestatie 
«ofte verspieringe persoonl. voor den presideren Burgem' 
«... en mij ondergescr secrèts gecompareert sijnde 
«hebben alsnoch bekent malcanderen echte belooft ende 
^etrout te hebben, naemen daerome aen metten anderen 
«te leven als echtel. na Godes h ordtie toestaet sonder 
«elxanderen te verlaten voordat Godt Almachtich haer 
«metter doot beliefde te scheiden, waarop sij malcan- 
«dem den rechter hant hebben gegeven en 't echte 
«alsoo bevesticht. 

«in kennisse ons Commissariën handen desen» (den datum) 
Handteekening: van den burgemeester, 
van den secretaris. 
Partijen bekenden dus elkander «echte belooft en 
getrouwt te hebben». Ik meen, dat die woorden 'tzelfde 
beteekenen en alzoo moeten worden opgevat: ze beken- 
den elkaar getrouwd te hebben. Ze «naemen daerome aen» 
enz. is m. L ze bekenden vroeger aangenomen te hebben. 
Deze opvatting komt mij beter voor dan dat men 
hier leze voor «echte belooft» een (aanstaand) huwelijk 
elkaar beloofd en «getrout» trouwbeloften gedaan te 
hebben. Dat vroeger trouwen en trouwbeloften toen 
indentlsch waren, bleek mij niet en kan ik derhalve 
moeielijk aannemen. 

«Waarop zij malcanderen den rechter hant geven 
en 't echte alzoo bevesticht» zal dan moeten worden 
opgevat als hebbende plaats gehad voor den burge- 
meester en den secretaris. 

Zooals mij uit de huwelijksboeken der Herv. kerk 
bleek, werden de personen na de drie oproepingen in 
het huwelijk bevestigd. Hier dus dezelfde uitdrukking 
als bij de handeling voor den burgemeester. 

Tegen mijne in 't begin genoemde stelling zoude 
men hier kunnen aanvoeren: als men in een toestand 
bevestigd wordt, is men er eerst volkomen in na die 
bevestigtiging. Een verkozen volksvertegenwoordiger is 
eerst werkelijk vertegenwoordiger, nadat hij is bevestigd 
geworden, doordien zijne geloofsbrieven zijn onderzocht 
en goedgekeurd geworden. Ook art. XIV geeft grond 
om aan de juistheid van het gestelde te twijfelen, 
want het zegt: «Dat geen predikanten / ofte gerechten / 
«eenige persoonen / die in hare grietenije / stadt / of 
«dorp / geen proclamatiên hebben gehad / zullen mogen 
«trouwen of gaargeven tenzij» enz. 

Dus hier wordt ipsis verbis gezegd dat de €predi- 
kanteti» ende gerechten trouwen en «gaargeven». 

En toch meen ik bij mijne stelling, «dat in den tijd 
«der repubKek voor een huwelijk hier voldoende was, 
«de voldoende gebleken wilsovereenstemming van tot 
«het met elkaar huwen bevoegde personen» te kunnen 



Digitized by 



Google 



— 62 — 



blijven, niet alleen omdat zoo ook de jurisprudentie 
was, zie o. a. Huber, Hamerster en Binckhs, maar 
vooral omdat m. i. de poenale sanctie van art. tt de 
juistheid der stelling aantoont Immers hier geene 
straffe tvan nulliteit der trouwe* bij het niet nakomen 
der voorgeschreven solemnisatiën, maar boeten en an- 
dere straffen vinden wij er tegen bedreigd. 

Huber zegft dienaangaande in [zijne Heedensdaegse 
rechtsgeleertheyt^ Amsterdam 1724, blz. 24: 

«Ingevalle de verkondinge over kerk of gerechte 
«naegelaten is, ende niettemin van elders blyk van 
«trouwbeloften voor de handt zij, soo bestaet echter 
€het houwely% en de kinderen zijn echt en erven van 
«haer ouders, gelijk meermaals bij den hove verstaen 
«ende gewesen is», enz. 

De zaak schijnt dus wel eens betwist te zijn gewor- 
den. Ook Mr. Hamerster zegt nagenoeg dienaan- 
gaande hetzelfde in het aangehaalde werk. 

Mr. Dominicus Hamerster zegt nl. op blz. 19 
van het aangehaalde werk in een noot «Voor de ver- 
«gaderinge in den echte; dit wil niet zeggen, dat er 
«geen echt ofte hou weiijk zal zijn, voor datdegebode 
«solemniteit geschiedt zij, geenszins; want door weder- 
^ydsche toestemming het houwelijk voltrokken wordt, 
«en de kinderen daaruit gebooren, wettich zijn, schoon 
«er ook geene proclamatiën waren gegaan, veel min 
«hel houwelijk voor de gemeente, ofte gerechtelijk 
«bevestigd was.» 

Het criterium eener stelling is dat zij betwistbaar 
zij. Ook aan dit vereischte voldoet de door mij ge- 
proponeerde. Toch meen ik met recht haar te kunnen 
volhouden en eindig hiermee: 

«In de t^den der republiek was in friesland de na- 
koming der bepalingen door Art. 11 der Ordon. voor- 
geschreven, een naturale, niet een essentiale voor een 
wettig huwelijk. 



Bijlage N<>. II. 



Beschouwingen naar aanleiding van de Decreetboeken. 

Het opschrift van het oudste boek dezer verzameling, 
dat van 1580 luidt: 

«Decreten zoe den minderen van jaeren als executién 
«concemeerende», en geeft op deze wijze den hoofd- 
inhoud juist weer: 

i^. €den minderen van jaerenj^ 

Even als onze artikelen 451 en volg. B. W. zoo 
waakten de artikelen 9, 10 en 11 en de in dat laatste 
artikel aangehaalde artikelen van den XHL" titel i* boek 
der ordonnantie van Friesland voor de belangen der 
minderjarige weezen wat hun eigendom van onroerende 
goederen betrof. 

Artikel p luidde: 



«Ende aangaande de verkoopinge of belastinge / van 
«onroerlijke goederen van weeskinderen / mtnderjaarige 
«ofte andere /onder voogdije staande / is geordonneert / 
«dat de voogden van dezelve weezen / dewelcke dunken 
«zal zulke aliênatie ofte belastinge noodzakel^'k te zijn / 
«door schuld ofte last / in beschreeven Keizerlijke 
«rechten uitgedruckt en begreepen / gehouden zuilen 
«weezen / den Hove van Vriesland ofte een Grietman / 
«ofte Magistraat van de stad / daar onder dezelve goe- 
«deren gelegfen zijn / den last te ontdekken / ende van 
«hun te verzoeken consent.» 

Art. 10. «Die op de noodzakelijkheid kennisse eii 
«informatie neemen / ende na forme en vermoogen 
«van beschreeven recht / 't voorsz. decreet interponeeren 
«mogen.» 

De artikelen 3, 4, 5, 6 en 7 van dien titel der ordon- 
nantie schreven de wijze voor, waarop deze verkoopen 
moesten geschieden en de daarbij in acht te nemen 
formaliteiten. Een en ander komt kortelijks hierop neder: 

Het door den voogd of anders genoemden voor- 
stander van de belangen der minderjarigen ingediende 
request, waarbij de verkoop werd verzocht, bevatte 
natuurlijk in extenso de gronden, waarop dit verzoek 
rustte. Voor alles moest er, zooals ook Huber zegft, 
noodzakelijkheid voor een zoodanigen verkoop bestaan. 

«Het decreet» zegt HUBER op blz. 322 van zijn door 
mij in de vorige bijlage ook reeds aangehaald werk 
tHeedensdaegse rechtsgeleertheit% (voortaan H. R. te 
noemen) «kan niet worden vergunt als om reden van 
€noodwendigheit, maar om profijt desselven mach het 
«niet geschieden»j^ enz. 

Voor 't gerecht nu werd een der schepenen tot 
commissaris benoemd om het te informeeren omtrent 
de noodzakelijkheid om een zoodanigen verkoop toe 
te staan. Er moest dus g^en ander middel te vinden 
wezen, «den weeskinderen minst schadelijcken zijnde,» 
was dit zoo, dan werd toegestaan tot den verkoop 
over te gaan. Alvorens hiertoe over te gaan moesten 
de verkoopers op drie achtereenvolgende zondagen in 
de kerk en op drie gelijke rechtsdagen voor 't gerecht 
den aanstaanden verkoop met voorwaarden van beta- 
ling, enz. laten proclameeren (bovendien werd dikwijls 
de verkoop «metten tromme omgeslagen») m. a. w. laten 
omroepen, dat op een bepaalden dag de verkoop bij de 
brandende kaars zoude plaats hebben ten overstaan 
van een door 't gerecht benoemden commissaris. Als- 
nu ging men in diens tegenwoordigheid tot het opbie- 
den over, en wie bij 't uitgaan der kaars de hoogste 
bieder was, was (voorloopig) kooper. Somtijds hadden 
er alvorens de kaars werd opgestoken verhoogingen 
bij strijkgeld plaats, met premie voor wien de eerste 
verhooging deed, hoogere premie voor wien de tweede 
enz. Het geschiedde dan ook wel, dat de verkoop eigen- 
lijk reeds tot stand gekomen was, en men zich tot het 



Digitized by 



Google 



- 63 - 



gerecht wendde alleen om goedkeuring v^Xi dien verkoop 
te verkrijgen. Ook dan evenwel werd de gewone weg 
bewandeld: proclamatiën, provisioneele verkoop bij den 
kaarsbrand en eindelijk definitieve verkoop. 

Op den lo' dag nu na den verkoop bij de kaars, 
nadat de verkoop nog eens in de kerk en voor 't 
gerecht was geproclameerd en was deze een Zondag 
dan op den elfden, werd de verkooping ovcrgrebracht 
naar het raadhuis, alwaar het gerecht m. a. w. de 
magistraat der stad door den presideerenden burge- 
meester het stadszegel liet zetten op het was. Alsnu 
werden nog eens al de voorwaarden, enz. betreffende 
den verkoop voorgelezen, waarna de gelegenheid 
geopend werd om het bij den kaarsbrand gedane 
bod te verhoogen. Geschiedde zulks, dan genoot degeen, 
die bij het uitgaan (of uitdoen als de vèrkooper dacht 
dat het bod toch niet meer zoude worden verhoogd) 
van de kaars kooper gebleven was, den zesden penning, 
dus i6 a 17% n.1. 16% % van de verhooging m. a. w. 
van het verschil tusschen de provisioneele en de defi- 
nitieve koopsom. Zoodra de burgemeester van oordeel 
was, dat niemand meer den koop zoude verhoogen, werd 
door hem het zegel gelicht van het was, en de hoogste 
aan bod was definitief kooper. 

Hierop werd door het stadsgerecht, hetgeen geschied 
was «voor goet aangesien, geratificeert en gedecreteert» 
en de kooper gecondemneerd (zooals de uitdrukking 
luidde) om alle voorwaarden goed en getrouwelijk na te 
komen, en zijne handen «te ijdelen van den penningen» 
m. a. w. de koopsom te betalen. 

2^. «Bxecutiön concemeerende». 

Hier waren de verzoekers tot den verkoop : de credi- 
teuren. Door «hun brieven van executoriöm uit te reiken 
werd hun dit verzoek toegestaan. Op vertoon dezer 
brieven werd dan door 't gerecht een der schepenen 
benoemd opdat te diens overstaan de verkoop zoude 
geschieden. 

Golden bij deze verkoopen soortgelijke formaliteiten 
als bij de sub i genoemde ? De vergelijking der betref- 
fende artikelen zoude bij den eersten aanblik tot eene 
ontkennende beantwoording dier vrsiag kunnen aan- 
leiding geven, want art. 3, titel XIII, boek i der 
ordonnantie, handelende over den verkoop van de 
goederen der minderjarigen, zegt: «dat zij die zoodanige 
goederen willen verkoopen, gehouden zullen zijn «den 
verkoop te doen proclameeren\^ art. 4, titel XXVIII, 
boek 3, handelende over den executorialen verkoop, 
vermeldt, dat zij gehouden zullen zijn de goederen €te 
laaien opbieden». 

HUBER, blz. 332 zijner H. R. zegt bij de decretale 
verkoopingen van de goederen van minderjarigen «soo 
moet het goed worden opgehoden^ en op blz. 850 ibidem 
over de executoriale verkoopen sprekende «soo moet 
hij die laten proclameeren ende opbieden». 



Het vreemde hierin is dat, waar de ordonnantie 
spreekt van te doen proclameeren Huber spreekt van 
«opbieden» en waar de ordonnantie spreekt van opbieden, 
heeft Huber er eigenmachtig en «proclameeren» bij ge- 
voegt In deze zaak, hetzij met de meeste bescheidenheid 
gezegd, schijnt Huber mij niet zeer nauwkeurig te zijn, 
want par. 16, blz. 332 H. R. luidt in hoofdzaak: «Het 
«decreet om reeden van nootwendigheit bij 't Hof. 
«anders bij de Nederrechten gegeven zijn de* tot ver- 
dcoopinge ofte beswaringe der weese goederen soo 
«moet het goedt op drie verscheidene sondagen in de 
«kerke en driemaal over 't gerecht worden opgebooden, 
«ende daer na op seekeren bestemden dage in de naeste 
«stadt of plaetse daar 't recht gehouden wordt, bij 
«uitgang van de brandende keersse den meestbiedende 
«verkocht ende gelaten worden. Van welke alles brieven 
«van decreet moeten worden gemaakt». En gelijk ik 
sub !• beschreef, werd juist het goed aan den bij den 
brandenden kaars blijvenden kooper provisioneel ver- 
kocht, dus niet gelaten. 

Aan Huber hebben wij hier dus niet veel. 
De meening van Mr. BiNCKES, die ook reeds in de 
vorige bijlage door mij is aangehaald geworden, is deze 
in zijne beschouwing ad. art. 4, titel 28, boek 3, blz. 381 
V. h. deel eijner verklaring derordonnantiön van Fries- 
land: «Te laaten opbieden.» 

«Men ziet ligtelijk, dat opbieden hier wat anders 
«beteekent als hetgeene wij thans gewoon zijn door 
«dat woord uit te drukken, voor zooverre wij daarmede 
«te kennen %evexi eene verhooginge van een reeds 
«gedaan bod, want: hier gesprooken wordende van eene 
«verhooginge, die nog niet aan den gang is, moet het 
«hier genomen worden voor aanbieden ter ver koopinge*. 
Ook naar mijne meening doelen «te doen procla- 
«meeren» en «te laten opbieden» op dezelfde handeling, 
want de Decreetboeken van de collectie der Schepen- 
Archieven spreken èn bij verkoopen van onroerende 
goederen aan minderjarigen toebehoorende èn bij de 
executoriale verkoopen van *te doen proclameeren^^ en 
maken dus geen onderscheid. 

Ik vond daarin dat bij den execut. verkoop de door 
't gerecht gecommiteerde commissaris dit proclameeren 
door den gezworen stadsbode liet doen; vermoedelijk 
deed deze zulks ook bij de verkoopen der andere soort 
Bekendmaking: dit was m. i. het eenige doel dier pro- 
clamatiên; zoo zoude ik wel met Mr. BiNCKES, «te laaten 
opbieden» volgens ons spraakgebruik willen lezen «te 
laten aanbieden» se. ten verkoop. 

Voornamelijk mij dus beroepende op hetgeen ik in 
de Decreetboeken vond, meen ik de hiervoor gestelde 
vraag aldus te mogen beantwoorden: bij de verkoopen 
sub N^ I en sub 2 behandeld, moesten gelyke forma- 
liteiten worden in acht genomen. 



Digitized by 



Google 



-64 



Bijlage N^ IIL 



Beschouwingen naar aanleiding van d^^ Proclamatie- 
en de Consent boeken. 

Aldus te behandelen : 

I. Een enkel woord over de vereischten eener koop- 
overeenkomst, over eigendomsverkrijging krachtens 
koop volgens het vroegere- en het tegenwoordige recht 
en over de verschillende wijzen waarop de levering 
(traditio) oudtijds alhier geschieden kon. 

n. Het doel der proclamatien en het «niaer». 

ni. Verdediging der stelling, dat de kooper na de 
levering doch vóór de proclamatien reeds eigenaar is 
van het gekochte goed. 

IV. Een enkel woord over consenten en consent^ 
gelden. 

L Gelijk bij de Romeinen en bij . ons waren ook in 
de tijden, die ik hier behandel, voor de koopovereen- 
komst zelve deze 3 zaken noodig: ^Consensus^ mercx 
een prettumh (Zie Huber H. R. blz. 350) en gold ook 
toen wat de eigendomsverkrijging krachtens eene 
koopovereenkomst betreft ^traditumibtcs^ non nudts 
pactis dominia rerum transferuntur.» (Zie HUBER blz. 
367 ede levering van het verkochte goed, waer in de 
voornaemste koops vervullinge bestaet).» 

Een enkel woord over die levering. Verschillende 
eigenaardige wijzen worden op blz. 119 zijner Heedens- 
daegse rechtsgeleertheit door HuBER opgegeven. Bijv. 
als men dengeenen, aan wien het goed geleverd moet 
worden, leidt in het huis of het land, zoodat hij een 
deel er van met zijne handen aangrijpe of met zijne 
voeten betreede, of op of in het goed is op het oogen- 
blik «als men d' overdracht door een bequamen titel 
«bekoomt.» «Soo wordt» zegt Huber verder, «op eenige 
«plaetsen een kluit aerde, aan den koper van een ge- 
«heel stuk landts, ten overstaan van het gerechte, of 
«van getuigen geleevert; of anders de verkoper neemt 
«een stokjen in de handt en het selve wech werpende 
«verklaert de bezittinge te verlaten tot profijt van een 
«ander.» «Maar» vervolgt Huber «bij ons sijn diergelijke 
«wijsen van doen, zelden of nooit in gebruik; want 
«vastigheden gekocht of geschonken zijnde, soo wordt 
«er een brief van gemaekt, en die overgeleevert zijnde, 
«mag de koper het bezit van 't goedt aanvaerden, of 
«terstont of ter bestemder tijdt door hem selfe, of door 
«een ander, het zij meijer of andere volmacht, daer 
«toe van hem geschikt; en dan is de eygendom ten 
«vollen overgedragen, V welk ook sonder brief in dier 
«voegen kan geschieden.» Dus geen vast systeem en 
zelfs de brief kon wel, doch behoefde niet geschreven 
te worden. 

II. De artikelen i en 2 van boek i, titel XI der 
ordonnantie, luidden: 



Art I. «Dat de gekochte en verwisselde onroerlijke 
«goederen / binnens J2Lars / tot drie verscheidene tijden 
«in de parochie kerke / en zoo driemaal over 't ge- 
rechte / daar de onrperende goederen gelegen zijn / 
zullen worden geproclameert / of te bode gesteltj» 

Art. 2. «Wie gekocht of gewisselt goedt, zonder te 
«bode te stellen een jaar lang bevonden wordt bezeten 
«te hebben die zal dat goedt verliezen waarvan de 
^aanbrenger een gerechte derdendeel, de officier een 
«gelijke derdendeel, ende de armen de resteerende 
«derde part zullen genieten, ten waar e dat de kooper 
«VIJF JA AREN de goederen na de koop hadde gepossideert, 
^zonder interpellatie om de breuken^. 

Uit den inventaris kan blijken, waaruit de procla- 
matien bestonden. Het doel ervan was om aan de 
gedane verkoopen openbaarheid te geven, want zooals 
Huber op blz. 366 zegt: «daer is het gemeene best 
«aen gelegen dat bekent sy wat eygenaers van onroer- 
«lijke goederen daer zijn». Doch daar, gelijk ik sub IIP zal 
trachten aan te toonen, die te boode stelling toch ten 
slotte achtergelaten kon worden en de levering heimelijk 
konde geschieden verschaft m. i. ons eenvoudig artikel 
67 1 B. W. veel meer rechtszekerheid, wat den eigendom 
der onroerende goederen betreft, dam de veel uitvoeriger 
bepalingen van den 1 1" titel der Ordonnantie. Niet slechts 
«het gemeene best ook particulieren», zoo zegt Huber 
verder «is er veel aan gelegen, dat sij weeten mogen, 
«wanneer eenig goedt vervreemdt wordt, daer sij aen- 
«spraek op mochten hebben, of dat sij souden willen 
«naesten of niaeren». HUBER, blz. 366. Deze «niaerkoop» 
wordt door Huber op blz. 375 als eene der vier 
bizondere oorzaken genoemd, waardoor koop kan 
worden verbroken. Hij definieert het op blz. 378 in 
par. 23 aldus: «het is een recht waer door yemant 
«kan treeden in een ander mans koop, en den eersten 
«kooper uitsluiten, mits denselven prijs betalende aen 
«den verkooper.» Dit recht van naasting moet volgens 
Huber uit het leenrecht van Lombardije en uit «het 
gewoonterecht der volkeren» afkomstig zijn en wordt 
behandeld in den 12" titel, i« boek der Ordonnantie 
van Vriesland. De oorzaken waarvoor men niaer- 
neming vragen mocht, waren: i^ bloedverwantschap; 
2^ nabuurschap. Zoowel mannen als vrouwen konden, 
meen ik, niaeren. In de eerste categorie ging natuurlijk 
de naaste bloedverwant aan een verderen of eene 
verdere voor. Waren er geen bloedverwanten die het 
niaer wilden nemen, zoo kwamen de rechthebbenden 
der tweede categorie aan de beurt. Het doel van het 
sub I® genoemde niaer was om zooveel mogelijk de 
goederen in hetzelfde geslacht te behouden; dat van 
het sub 2® genoemde zal wel geweest zijn om zooveel 
mogelijk vereeniging van landbezit te bevorderen. 

ni. Welke was nu de rechtstoestand van den kooper 
ten opzichte van het gekochte goed na de levering. 



Digitized by 



Google 



- 65 



8L 



doch voor de proclamatiën, die zoowel vóór als na de 
levering konden geschieden? (Huber, H. R. blz. 367). 
Was hij m. a. w. bezitter of eigenaar? 

Voor bezit zijn, en waren ook jure Romano, noodig 
twee zaken: corpus^ het feitelyk hebben of houden der 
zaak; animus, de wil van een eigenaar of rechthebbende. 
Art 2, hierboven aangehaald, spreekt van «bevonden 
wordt bezeten te hebben» en «hadde gepossideerh. 
Hamerster ontwijkt in zijne noot op dit artikel de 
kwestie, zeggende: «daar hij reeds eigenaar ofte ten 
«minsten possesseur van was geweest». 

Ofschoon de woorden der wet dus aan bezit zouden 
kunnen doen denken zal ik trachten de stelling hier 
te verdedigen: dat hij meer dan bezitter^ dat hij 
eigenaar was. 

De argumenten voor deze stelling put ik: 

i^ uit de laatste woorden van art. 6 v. d. 12", 2^ 
uit die van art. 2 v. d. 11" titel der Ord. Boek I. 

Bestond alleen het eerste gedeelte van dit artikel 6 
«Wanneer een koper het verkochte niet binnen den 
«behoorlijken tijdt heeft laten proclameeren / zal echter 
«die gene / die aen het niaer gelegen is / binnen 
«dartig jaaren eisch tegen den koper mogen nemen / 
«om het verkochte te doen proclameeren», men zoude 
althans volgens dit artikel redeneerende, de kooper 
als bezitter moeten beschouwen, die door een rustig 
bezit van 30 jaar door verjaring (usucapione) eigenaar 
werd, en de dertig jaren met opzicht van den persoon 
«die aan het niaer gelegen is» als den fatalen termifn 
binnen welken deze den eisch, wat de proclamatiën 
betreft, tegen den kooper moest instellen, op verbeurte 
van dit recht. De laatste woorden van dit artikel even- 
wel, «doch zal deselve geen actie geschaapen zijn tegens 
«een tweede kooper / die het verkochte behoorlijk 
«heeft laten proclameeren» zijn het eerste- en hoofd- 
argument mijner stelling. 

Immers daar blykt uit^ dat de eerste kooper, o/schoon 
hij nagelaten hadde het goed te laten proclameeren, 
toch kon verkoopen. 

Verkoopt men iets noch als mandataris noch als 
negotiorum gestor (en van 't eene noch het andere kan 
hier sprake zijn, daar de eerste verkooper willens en 
wetens zijn goed aan den kooper, den nalater der 
proclamatiën had verkocht en derhalve evenmin van 
een «clam of praecario alter ab aUero possidere>\ dan moet 
men eigenaar dier zaken zqn. Want een bezitter, kan 
slechts bezit^ nooit het hoogste recht op de zaak, dat 
van eigendom, aan een ander overdragen. 

Evenwel een zwaard van Damocles hang^t dezen 
eigenaar boven het hoofd I Want voldoet hij binnen 
het jaar niet aan het voorschrift der te boode stellin- 
gen dan loopt hij van 1 — 5 jaren de kans om dit zijn 
goed als straf voor zyne nalatigheid^ zoo die wordt 
aangebracht, te verliezen. 



En hier kom ik tot mijn tweede argument: Immers 
gelijk in 't eind van het hierboven aangehaalde art 2 
van titel XI der Ordonnantie met even zoo vele 
woorden wordt gezegd: slechts vy f jaren na den koop 
loopt hij die kans; slechts binnen dien termyn kon 
de straf in het eerste deel er van opgelegd, worden 
beloopen. 

Mijne conclusie hierin is derhalve deze: Als straf 
werd aan die koopers die de voorgeschreven procla- 
matiën hadden verzuimd, zoo dit verzuim binnen vijf 
jaren was aangebracht geworden hunnen eigendom 
ontnomen, alles, gelijk wij zagen, alleen behoudens 
het recht van een naaster, de restrictie van wiens recht 
evenwel het hoofdargument voor mijne stelling was. 

Laat ons nu tot den toestand van den kooper in 
kwestie terugkeeren. 

Liep dit alles goed af dan is hij nog 26 jaar (n.1. van 
I — 31 jaar, art. 6, Titel XII) aan het gevaar blootge- 
steld dat hij die aan het niaer gelegen is hem dag- 
vaardt om de proclamatiën alsnog te laten plaats 
hebben, zoodat het ook dan nog mogelijk is dat hij 
het goed verliest zoo n. 1. eens anders beter recht om 
dit goed te koopen bewezen mocht worden, dit alles 
evenwel tenzif men in het geval in de laatste woorden 
van art 6 v. Titel XII genoemd, verkeert. 

Die termijn moet men m. i, gelijk ook Hamerster 
I blz. 177 oordeelt, aannemen van i — 31 jaar te zijn. 
Immers gedurende een jaar had de eerste kooper vol- 
gens artikel 2 van titel 11 den tijd zijn koop te laten 
proclameeren, zoodat gedurende dat jaar hij «die aan 
«het niaer gelegen w2ls» nog niet gerechtigd was van 
den kooper de proclamatiën van het gekochte te vor- 
deren. Bij nalating begon dus eerst van af het einde 
van dat i" jaar verzuim. 

Ten slotte hier nog deze opmerking: 

De beschouwing van Hamerster (op blz. 150, deel I) 
naar aanleiding van art. 2 van den elfden titel luidende 
als volgt : 

«Edoch ik geef in bedenking of zulk een kooper 
uiesniettemin niet verplicht zal kunnen worden, door 
<al die daar by geinteresseert zyn, om na verloop van 
«dien tijd evenwel de koop te laten proclameeren? 
«Aan de gerechtigde tot het niaer is uitdrukkelijk dat 
«recht gegeven tot aan 30 jaaren toe. Maar aan de 
«andere is die faculteit ook nergens (zoo veel ik weet) 
«benomen, en hier ter plaatse niet meer gegeeven dan 
«impuniteit van de boete, zonder wijders» kan ik niet 
deelen. Trouwens Hamerster zelf zegt er van «Wij 
«geven dit alleen op als eene speculatie die men ter 
«overweeginge brengen mach.» Want mij dunkt na vyf 
jaren is de regel, dat het verzuim der proclamatiën, 
door dien zij die er tegen op konden komen, dien tijd 
hebben laten voorbijgaan, als hersteld wordt beschouwd, 
doch dat slechts aan den gerechtigde tot het niaer. 



Digitized by 



Google 



6ö 



en dan nog slechts als men niet in 't geval van 
art. 6 laatste deel van titel XII verkeert, de zoo even 
genoemde bevoegdheid wordt gegeven. M. i. is der- 
halve deze aan den niaememer gegevene bevoegdheid 
eene exceptionneele, welke exceptie, even als elke andere, 
als strictae interpretationis d. i. niet voor uitbreiding 
vatbaar^ moét worden beschouwd. 

IV. Wat zijn consenten, en hoeveel bedroeg het con- 
sentgeld? 

HUBER definieert op blz. 365 zijner H, R. consenten 
aldus : 

cDoor consent wordt verstaen de bevestiginge van 
tde koop door de Overigheyt der plaatse daer het 
cgoedt geleegen is, waerop dan volgt, de inwijsinge 
fdie de rechter doet ten profijte der geen en, die eyndelijk 
«kooper is gebleeven » 

Hadden, gelijk ik ook al in den Inventaris vermeldde 
doch hierbij nog even memoreeren wil, de oproepingen 
plaats gehad zonder dat iemand er tegen opkwam of 
naasting vroeg, dan staat in de proclamatie-boeken 
onder de aanteekeningen van de data der oproepingen 
vermeld «fiat consent» 

Werd de naasting gevraagd en toegezegd dan werd 
de zaak aan den verzoeker geadjudicieerd. 

Het bedrag van het consentgeld werd door art. 15 
van den 11" titel geregeld, hetwelk luidde: 

«De grietslieden en magistraaten zullen voor het 
«consent / eiï de brieven van dien / niet meer moogen 
«genieten als een halve stuiver van de goud-gulden / 
«hetwelke te verstaen is van de kleine consenten / 
€vier honderd guldens en daar onder bedraagenden / 
«welke de grietslieden en de magistraaten van de steden 
«zelfs genieten / ende van de groote consenten (indien 
«de grietslieden en magistraaten die niet genieten) zal 
«betaald worden voor het zegel en tekenen acht en 
«twintig stuivers». 

Die som van 400 goudg^ulden wijst dus de grens 
aan tusschen de kleine en de groote consenten (Zie 
de aanteekeningen bij de kleine consentboeken). 

Een goudgulden had 28-, een caroli gulden 20 stuivers. 

Regel was dat de g^etslieden en de magistraten de 
kleine- de steden de groote consenten genoten. Wel 
kwamen oorspronkelijk de groote consenten aan het 
landschap toe, maar vóór het jaar 1584 schijnen de 
consentgelden in de steden gevallen of ingehouden te 
zijn geworden tot der steden onderhoud. 
Ten slotte deze opmerking: 

Ook eene vergelijking der Wetsbepalingen, welke 
in het vroegere — en in het tegenwoordige recht de 
wijze van verkoop van onroerende goederen en hetgeen 
daarbij in acht genomen moest en moet worden, regelden 
en regelen, valt, en gelukkig, zeer zeker ten voordeele 
van het tegenwoordige uit. 



In plam memoriam. 



Wederom is de laatste telg van een der oudste 
adellijke Nederlandsche geslachten ten grave gedaald. 
Den i3'" December 1887 toch overleed te Utrecht 
vrouwe Wilhelmina Jacoba Agnes Isabella barones 
van Broeckhuisen, douairière van wijlen Mr. Christiaan 
Willem Moorrees, en met deze aanteekening in het 
uitvoerige, meer dan zes eeuwen omvattende geslachts- 
register der Broeckhuisens, is dit voor goed afgesloten. 
Een enkel woord ter herinnering aan dit geslacht zal 
daarom wellicht niet geheel onwelkom zijn, en is in 
elk geval eene rechtmatige hulde bij deze gelegenheid 
door den nazaat aan het edele voorgeslacht gebracht. 
De heerlijkheid Broeckhuisen, waaraan dit geslacht 
zijn naam ontleende, lag in het Overkwartier van Gel- 
derland, in het Land van Kessel. Zij kwam later aan de 
geslachten van Rossem, van Malsen en van Wittenhorst. 
Dit geslacht voerde hetzelfde wapen — ook het- 
zelfde helmteeken — als Merwick, dat ook uit dezelfde 
landstreek afkomstig is, zoodat ongetwijfeld stamver- 
wantschap tusschen beide geslachten zal bestaan hebben. 
Volgens sommigen zijn zij beide oorspronkelijk uit het 
hertogelijk huis van Bretagne, dat een hermelijnen 
schild tot wapen heeft ; in hoeverre dit waar is, is ons 
onbekend. 

Ook de geslachten Fey en Schelberg (uit Gelder- 
land) en Poskijn (uit Holland) voeren hetzelfde wapen: 
in groen een hermelijnen schildhoofd, terwijl bij van 
der Donck (uit Limburg) het veld goud is (Rietstap 
Armor. Gin,, in voce). In hoeverre ook deze alsmede 
Snoeck met Broeckhuisen stamverwant zijn, durven 
wij evenmin beslissen ; wat het geslacht van der Donck 
aangaat is dit zeer waarschijnlijk. 

Er waren in vroegere tijden, gelijk nu nog, ver- 
schillende — adellijke en niet adellijke — geslachten, 
die denzelfden naam droegen, doch een ander wapen 
voerden, en ongetwijfeld eene geheel andere familie 
daarstelden. 

Wat ons land betreft, noemen wij slechts het Gel- 
dersche geslacht Broeckhuisen van Barlham (in zilver 
een zwarten schuinbalk) en de Utrechtsche Broeck- 
huisen's (in zilver een vangrood en goud geschaakt 
kruis). Van deze beide geslachten komen, ook reeds 
in zeer vroege tijden, verschillende leden voor, en dit 
is oorzaak, dat het dikwerf zeer moeielijk is, daar, 
waar men geene bepaalde aanduiding vindt, met eenige 
zekerheid te zeggen tot welk geslacht Broeckhuisen 
sommige personen van dien naam, in de 13* en 14* 
eeuw voorkomende, moeten gerekend worden. 

Een Hendrik van Broeckhuisen leefde in het jaar 
1185, en in 11 96 wordt Jan heer van Broeckhuisen, 
nevens de heeren van Arckel, van Bronckhorst en van 
Lynden, genoemd (BuTKENS, Annales de la Maison 






Digitized by 



Google 



67 



de Lyndeity p. 67). Of deze beide tot het hier ter sprake 
zijnde geslacht behooren is onzeker; waarschijnlijk 
moeten evenwel de volgenden daar wel toe gerekend 
worden. 

Dominus Segerus de Broeckhusen, Miles, getuige 
van Otto graaf van Gelre en Zutphen bij het verleenen 
van privilegiën aan de stad en de kerk van Emmerik 
\2 Mei 1233 (Bondam, Charierboek, 390; Sloet, Oor- 
kondenboek n^ 562, en Slichtenhorst, Geldersche 
Geschiedenis, uitgave van 1654, blz. 93). 

Sigero de Bruchusen, Miles (denkelijk dezelfde), ge- 
tuige van genoemden graaf Otto, 1231 (Sloet, a. v. 
i^^- 538); Idem, als deze het patronaat der parochie- 
kerk te Roermond aan de abdis en het convent van 
St Marie aldaar overgeeft, September 1268, Bondam, 
a. V., 602; Sloet, Oorkondenboek, n^ 909). 

Johan heer van Brouckhusen, ridder — zoon van 
heer Willem, ridder, 1275, volgens de Cleefische ar- 
chieven vasal van den graal van Cleve in 1284 — is 
getuige van Reinalt of Reinoudl, zoon van genoemden 
grstaf Otto, als deze ten jare 1318 aan de stad Har- 
derwijk privilegiën schonk (Slichi'enhorst, a. v., 114), 
en eveneens als hij die van Zutphen in 1324 ver- 
nieuwde (ibid). 

Zijne vrouw heette van Moerkercken, en denkelijk 
was een zoon van hem: 

Heer Willem van Broeckhuisen, ridder, door graaf 
Reinoud II in 1338 beleend met de heerlijkheid en 
het slot Wickradt tot een mansleen ten Zutphenschen 
rechte. Den 19'" Maart 1339, bij de verheffing van het 
graafschap Gelre tot hertogdom door Keizer Lodewijk, 
wordt hij benoemd tot erf kamerling (Slichtenhorst, 
a. V., 127 en VAN Mieris, Charter b. II, 616). Hij 
kreeg toen tevens de Ooster- of Steenweerd te Lobith 
met 50 morgen land aan den Rijn bij Elten, met twee 
zilveren bekers te verheergewaden. In 1 344 is hij o. a. 
borg geweest bij het vernieuwen van de keuren der 
stad Nijmegen door Reinoud III (SLICHTENHORST, a. v., 
132). Hij was gehuwd met Alfrade, Gerritsdochter van 
Engelsdorp, — zijn zoon: 

Heer Johan van Broeckhuisen, ridder, was amptman 
van Kessel, 1352, en toen nog geen ridder. Hij werd 
heer van Wickradt en later was hij nog amptman van 
Kriekenbeek 1364, 67 en raad en leengetuige der her- 
togen Eduard en Willem van Gelder. Bij zijne vrouw, 
die tot het geslacht van Monument behoorde, had hij 
een zoon: 

Johan van Broeckhuisen, heer van Wickradt en 
erf kamerling van Gelderland, die tweemalen huwde: 
I* Aleid van Merode en 2^ Margaretha van Gimnich, 
dochter van Johan en Margriet van Quadt, doch geene 
kinderen naliet, waardoor deze tak uitstierf. 

Heer Johan van Broeckhuisen, ridder, gemeld ver- 
schillende malen tusschen de jaren 1343 en 1379, was 



zeker een zoon van Johan en N. van Moerkercken voor- 
noemd. Zijne vrouw was uit het geslacht Buderick. 
hare moeder uit dat van Loë. Hun oudste zoon: 

Heer Willem van Broeckhuisen, ridder, werd heer 
van Weerdenborch door zijn huwelijk met Agnes van 
Weerdenborch of Weerdenburg, dochter van Gerhard, 
vijfde heer van Weerdenborch (uit het geslacht de 
Cock), en van Henrica van Culenborch. Hij kocht in 
1390 het erfhofmeesterambt van Gelder van Jacob van 
Mierlaer. Uit hem stamt de tak der heeren van Weer- 
denborch (Zie hierover o. a. het opstel van wijlen Mr. 
J. Gerdes Oosterbeek, archivaris van Gelderland in 
den Gelderschen Volksalmanak voorlSj^j blz. 7 ; Mr. W. 
VAN DE Poll, hel kasteel Waardenburg, in hiet bij de 
wed', van Wermeskerken te Tiel uitgegeven tijdschrift: 
Gelderland, 1853; Dr. Schotel, Ammerzode inde-ffy- 
dragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde. 
r R., IV. 123; enz.). 

Hertog Willem van Gelder vergunde aan Gerhard, 
heer van Weerdenborch, dat de oudste zoon van zijne 
dochter Agnes en van heer Willem van Broeckhuisen, 
Weerdenborch zoude erven, en den naam en het wapen 
van Weerdenborch mocht aannemen, 1397. Deze oudste 
zoon was: 

Johan heer van Broeckhuisen en Weerdenborch. Hij 
deelde zijn wapen met Weerdenborch, zijnde het volle 
wapen van Chatillon, en hij en zijne nakomelingen 
komen gemeenlijk ' eenvoudig voor onder den naam 
van Weerdenborch of Weerdenburg. In 1424 kocht hij 
van Willem heer van Wachtendonk, bastaardzoon van 
hertog Reinoud, de heerlijkheden Well en Ammerzode. 
Uit zijn huwelijk met Adriana van Brakell, dochter 
van Stees, heer van Langerack, en van Catharinavan 
Polanen van Asperen, had hij vier kinderen, waarvan 
zijn oudste zoon : 

Gerhard van Broeckhuisen hem opvolgde als heer 
van Weerdenborch en Ammerzode. Nadat deze uit zijn 
huwelijk met Walrave van Brederode, heer Walravens 
dochter bij Johanna van Vianen, den 6'* April 1434 
gesloten, zes kinderen had verwekt, sneuvelde hij op 
S*. Hubertsdag (3 November 1444) bij Erkelents, toen hij 
aan de zijde van hertog Amoud van Gelder diens misluk- 
ten krijgfstocht in Gulik mede maakte. Zijn oudste zoon : 

Johan van Broeckhuisen, vóór even genoemden veld- 
slag op S*. Hubert tot ridder geslagen en in dien slag 
gevangen genomen, kreeg Weerdenborch en Ammer- 
zode. Zijn tweede zoon Walraven ontving evenwel, 
naar het schijnt, deze laatste heerlijkheid in gebruik, 
en werd daarin bevestigd bij het magescheid van 1457, 
waarbij o. a. bepaald werd, dat hij het van zijn broeder 
Johan in leen zoude ontvangen. Zijn derde zoon Rei- 
nier van Broeckhuisen en Weerdenborch, ridder, was 
de beroemde krijgsoverste van hertog Karel van 
Gelder; dezelfde, die ook in 1473 Nijmegen, waar 



Digitized by 



Google 



— 68 — 



binnen zich de toen naauwelijks zesjarige hertog en 
zijne zuster Filippa bevonden, zoo dapper en beleidvol 
verdedigde tegen hertog Karel van Bourgondië, die 
evenwel eindelijk de vesting vermeesterde en de jeug- 
dige kinderen in gevangenschap naar Frankrijk voerde. 

Deze drie broeders voerden Broeckhuisen gedeeld 
met Weerdenborch, doch Walraven zegelde met een 
lambel en Reinier met eene ster als brisure in het 
schildhoofd. Twee andere broeders Willem en Adriaen 
waren kanunniken te Utrecht, en het zesde kind, de 
eenige dochter, Ermgard, was non te Nij verweerd. 

Johan van Broeckhuisen had bij Elisabeth van Haeften 
eene dochter Walrave en een zoon Gerhard, welke 
laatste bij zijns vaders dood in 1468 eerst een half 
■ jaar oud was. Deze Gerhard was de tiende heer van 
Weerdenborch en werd na den dood van zijn oom 
Walraven in 1480 ook heer van Ammerzode. Hij was, 
evenals zijn vader, erfhofmeester van Gelderland en een 
beroemd en dapper krijgsman. Aartshertog Maximiliaan 
verhief Weerdenborch, dat Gerhard tot open huis had 
gemaakt, met de dorpen Hien en Neerijnen tot eene 
hooge heerlijkheid met recht van galg en put. Doch 
bij de komst van Karel van Gelder in het land koos 
de heer van Weerdenborch, evenals zijn oom Reinier, 
onmiddelijk Karels partij. Hij stierf ongehuwd in 1 494, 
en zijne eenige zuster Walrave erfde van hem. Deze 
huwde I® in I480 Otto van Arckel, heer van Heukelom, 
zoon van Johan en Berta van Gulenborch, en 2* in 
1507 Herman van Wachtendonk. Bij haar overlijden 
in 15 II kwamen al hare heerlijkheden en bezittingen 
aan haar oudsten zoon Johan van Arckel. 

Een andere tak van dit geslacht — indien het ten 
minste geen geheel ander geslacht is — is die der 
Broeckhuisens tot Oyen. Zij stammen uit Zeger van 
Broeckhuisen, heer van Oyen, volgens sommigen, 
broeder van heer Willem van Broeckhuisen voornoemd, 
die met Agfnes van Weerdenborch huwde. Zijn oudste 
zoon Zeger van Broeckhuisen, heer tot Oyen, huwde 
Otta van Bylandt, zijn tweede zoon Jan van Broeck- 
huisen genaamd van Oyen, beleend met den Hof te 
Bimmen, 1402, enz., had ten huwelijk Gueda van Eyll. 
Beide broeders plantten dezen stam verder voort, die 
echter na eenige generaties uitstierf. 

Volgens sommigen nu is genoemde Jan van Broeck- 
huisen genaamd van Oyen (beleend met den Hof te 
Bimmen, I402) o. a. vader van Johan van Broeckhuisen, 
schepen van Arnhem, I457 en 59, en gehuwd metN. 
van Voorst, en zoude deze de stamvader zijn van het 
Veluwsche geslacht. Anderen stellen evenwel tot be- 
doelden stamvader zekeren Daem van Broeckhuisen, 
gehuwd met N. van Voorst, en zijn van oordeel dat 
er hoegenaamd geen verband bestaat tusschen dezen 
Veluwschen tak en de heeren van Weerdenborch en 
tot Oyen, niettegenstaande allen steeds hetzelfde wapen 



voerden. Zij vermeenen, dat het Veluwsche geslacht 
van Broeckhuisen zijn oorsprong dankt aan het goed 
Broeckhuis in het ambt Heerde, dat door hertog Karel 
van Gelder ten behoeve van zijn stalmeester Hendrik 
van Broeckhuisen van scholting en dienst gevrijd en 
tot een thinsgoed is gemaakt, in 1518. 

Kinderen nu van Johan of van Daem van Broeck- 
huisen en van N. van Voorst waren de zooeven 
genoemde stalmeester Hendrik, gehuwd met Beatrix 
(Barthe) Coolwagen — uit welk huwelijk slechts eene 
dochter, die met N. van Ingen in den echt trad — , en 
zijn ouderen broeder Willem, die van 1502— 26 burge- 
meester was te Harderwijk, en bij Geertruid Voet, 
dochter van Wilt en Anna van Broeckhuisen, zes kin- 
deren verwekte (Zie Geld. Vo/ksalm. iBSi^hlz. 60 en 61). 

Willems oudste zoon Johan huwde N. van Malsen 
de Maison Roupert, en uit dien echt werd o. a. eene 
dochter Fenne geboren, die in 1538 (op huwelijksche 
voorwaarden van 4 Mei) trouwde met Karel van Gelder, 
heer van den Gelderschen Toren, bastaardzoon van 
hertog Karel van , Gelder bij eene jonkvrouwe van 
Rosouw (Zie d'Ablaing, Ridderschap van Veluwe, 23; 
NijHOFF, Gedenkwaardigheden VI, 3, XLI, en G. van 
Hasselt, Schüdery vati Karel van Gelder^ 3, waar zijne 
moeder abusievelijk Anna van Roderlo wordt genoemd). 

Een ander zoon van Willem van Broeckhuisen en 
Geertruid Voet, eveneens Willem genaamd, was burge- 
meester van Harderwijk van 1538 — 47, stierf in 1547, 
en had bij zijne vrouw Margriet van Speulde o. a. 
weder twee zoons: 

I. WilUem van Broeckhuisen, die van zijne tante 
Bate van Broeckhuisen, gehuwd met Nicolaes Teng- 
nagell tot Keil, zoon van Wolter tot Keil en Elisabeth 
Momme van Keil, in 1554 de heerlijkheid Keil erfde, 
was verschreven in de ridderschap van Zutphen van 
1564 — 70 (d'Ablaing, Bannerheeren en Ridderschap 
van Zutphen, 13), en verwekte uit zijn huwelijk met 
Anna Swaven o. a.: 

Michiel van Broeckhuisen tot Keil (Ibid., 87), die uit 
zijn echt met Louise de Vega, dochter van een Spaansch 
kapitein, een zoon had: 

Emmanuel, heer tot Keil (Ibid, loi), dat hij verkocht 
aan Jacob Schimmelpenninck van der Oye. Hij huwde 
I® in 1629 Johanna Swaefken en 2® Josina van der 
Horst. Het eerste huwelijk bleef kinderloos ; de oudste 
zoon uit het tweede huwelijk was: 

Willem van Broeckhuisen, gehuwd in 1665 met 
Frederica Smulling (d'Ablaing, Ridd. van Vel, 424. 
Hun oudste zoon: 

Emmanuel, geboren in 1666, was majoor en com- 
mandeur van het fort St. Anne, stierf te Deventer 
23 Mei 1723, en verwekte bij Hendrina vanTwickelo, 
gestorven i Februari 17 19, o. a.: 

Johan Otto van Broeckhuisen tot Sonnenberg, gebo- 



Digitized by 



Google 



F 



- 69 - 



ren te Luxemburg in 1698, overleden te Goor 22 Decem- 
ber 1764, kapitein, trouwde te Hierden bij Harderwijk 
13 Maart 1731 Margfriet Elisabeth Op den Berge, 
geboren te Oldenzaal 12 October 171 1, overleden in 
1790, dochter van Balthasar tot Herseveld en van 
Johanna Adriana van Coeverden. 

Uit hem stammen de laatste generatién van dit 
geslacht, zooals wij zoo aanstonds zullen zien. 

2. Willem van Broeckhuisen tot Eeschate (Eeskoten, 
Beschoten, enz., thans Eschoten, ten noorden van het 
dorp Otterloo op de Veluwe), geboren in 1520, burge- 
meester van Harderwijk , lid der ridderschap van 
Veluwe 1571—97 {ib'ABiJilSGy Htdd. van F'i?/., 89), over- 
leden in 1605, huwt in 1555 Johanna van Delen, die 
hem Eeschate en het goed ten Hage of de Haag in 
den Aenstoot (d. i. het tegenwoordige dorp Otterloo) 
ten huwelijk bracht Onderscheidene kinderen sproten 
uit dezen echt, o. a.: 

a. Daem of Adam van Broeckhuisen tot Eeschate, 
dat zijn oudere broeder Willem hem afetond, sneuvelt 
voor Breda in 1625 en had uit zijn huwelijk met 
Anna de Cock van Opijnen twee zoons Willem en 
Frederik, heeren van Eek en Wiel, dat zij den 26*" 
Maart 1668 kochten {NavorscAer XXYU, 138), en leden 
der ridderschap van Nijmegen, doch beiden zonder 
oir gestorven (Heraldieke Bibliotheek, N. R. I, 138), 
waardoor deze heerlijkheid overging op hunne eenige 
zuster Johanna, die in 1646 met Evert van Delen tot 
Laer in den echt trad. 

b. Willem van Broekhuisen tot Eeschate, dat hij aan 
zijn broeder Adam afstaat, lid van de ridderschap 
van Overijssel en afgevaardigde op de Synode te 
Dordrecht, 1618 en I9, overleden in 1642, huwt in 
1583 Maria van Uterwijck, vrouwe tot den Doom. Uit 
dit huwelijk o. a. een zoon: 

Wilt van Broeckhuisen tot den Doom, de Lathmer, 
(die hij voor f 50.000 koopt van Dirk van Brienen), 
den Gelderschen Toren (die hij in 1654 koopt van zijn 
zwager Karel van Delen), Wilperhorst en de Grroote 
Weede, geboren in 1589, lid der ridderschap van 
Overijssel, kapitein en commandeur eerst van Ommer- 
schans, daarna te Deventer, eindelijk van Hulst, over- 
leden 12 November 1673, huwt in 1619 Fenne van 
Delen, dochter van Herman en van Catharina van 
Gelder tot den Gelderschen Toren, Karelsdochter ux. 
Fenne van Broeckhuisen (zie hierboven). Zij stierf 25 
September 1676, 

De Doom ging over op zijn oudsten zoon Willem, 
doch deze tak stierf met diens kleinzoon uit Zie hier- 
omtrent VAN DOORNINCK, Geslachtkundige Aattteeke- 
ningen, blz. I32, 138, 217 en 238, welk werk over 
het algemeen veel oplevert, dat tot aanvulUng kan 
strekken van de genealogie der Broeckhuisens, voor 
zoo verre zij in de ridderschap van Overijssel ver- 



schreven, of aan leden dier ridderschap gehuwd waren 
(zie algemeen register achter het werk). 

Wilts tweede zoon Willem werd heer van de Lathmer, 
evenals later zijn zoon Wilt Jan en zijn kleinzoon 
Willem Herman, met wiens kinderloos overlijden, in 
1673, ook deze tak uitstierf. Daar deze allen lid van 
de ridderschap van Veluwe waren, zoo kan men bij 
d'Ablaing, Ridd. van Veluwe, blz. 302, 351, 371 en 
398, daaromtrent nadere bijzonderheden vinden. 

Wilts jongste zoon Wilt Jan van Broeckhuisen kreeg 
den Gelderschen Toren, die door het tweede huwelijk 
zijner dochter Fenna Helena Aleida,ini707 met Gerrit 
Jan van Rhemen tot Rhemenshuizen, in het geslacht 
der Rhemens overging. Ook deze tak stierf met de 
kinderen van genoemden Wilt Jan in de mannelijke 
lijn uit (Zie d'Ablaing, a. v. blz. 333 en 362). 

Johan Otto van Broeckhuisen en Margriet Elisabeth 
Op den Berge (hierboven genoemd) kregen negen 
kinderen, waarvan de beide zoons, die nakomelingen 
hadden, lid van de ridderschap van Veluwe waren 
(Zie d'Ablaing, a. v., blz. 424 en 429). 

De oudste zoon Wilt Hendrik liet maar ééne dochter 
na: Geertruida Anna Margaretha, overleden in 1785, 
die in den echt trad met Ludolf Everard Willem 
Sophonius Sloet tot Oldhuis, geboren denkelijk in 17 52, 
overleden op de Beele bij Voorst in 1820, na te zijn 
hertrouwd met W. S. P. H. Godefroy, die weder den 17 
Februari 1825 te Twello hertrouwde met A. van Riems- 
dijk, 2\luitenant bij de kurassiers (vAN Doorninck, a. v., 
blz. 383 en Nav. XXX, 570). Uit dit huwelijk Sloet- 
Broeckhuisen werd een zoon geboren Jan Adriaen 
Joost Sloet tot Oldhuis, die uit zijn, den 8'" Mei 1805 
gesloten echt met Johanna Jacoba Sara Visser o. a. ver- 
wekte Ludolf Anne Jan Wilt baron Sloet tot de Beele, oud- 
gouvemeur-generaal van Neêrlandsch-Indië, enz., enz. 

De jongste der beide bovenbedoelde zonen van Johan 
Otto van Broeckhuisen: Willem Herman tot de Quick- 
bom en de Beele, geboren te Wilp 16 Januari 1745, 
burgemeester te Harderwijk, en ontvanger der con- 
voyen en Ucenten aldaar, enz. stierf te Harderwijk in 
September 1788. Hij trouwde te Voorst den 4" Juli 
I77I Eleonora Sophia Carolina van Hoeveil, dochter 
van Roelof tot Nijenhuis, Gerrit Willem Wolfszn. ux. 
Geertruid Isabella Borre van Amerongen, en van Anna 
Marg^et Elsabe Sloet tot Diepenbroek, Wolter Harmens 
dochter ux. Agnes Reiniera van Lintelo tot de Marsch. 
Zij was gedoopt den 26" Juni 1753 en stierf 19 April 
1814. Uit dit huwelijk werden 8 kinderen geboren, 
waaronder 3 zoons, waarvcui de beide oudsten in het jaar 
18 14 in den Nederlandschen adel zijn ingeschreven met 
het praedicaat van jonkheer, en nakomelingen hebben 
nagelaten, terwijl de derde zoon Gerrit Willem Johan, 
geboren in 1778, luitenant in Engelschen dienst, reeds 
den 22^'' Augustus 1807 te 's-Gravenhage was overleden. 



fi- 



Digitized by 



Google 



70 — 



Deze beide oudste zoons waren: 

1. Jhr. Frederik Carel Wolter van Broeckhuisen , 
geboren te Epe 18 September 1772, kamerheer van 
Prins Willem V, later buitengewoon kamerheer van 
Koning Willem I, 12 Februari 18 14, met zijn broeder 
in 18 14 ingeschreven in den Nederlandschen adel, lid 
der ridderschap van Gelderland, 28 Augustus 1814, 
controleur der posterij te Deventer, overleden te Gro- 
ningen 27 September 181Q, trouwt aldaar 31 October 
18 16 Jonkvr. Anna Maria Sickinghe, gedoopt aldaar 
15 Februari I784, overleden aldaar 18 November 1 860, 
dochter van Pieter Rembt, Feyeszn. ux. Petronella 
Wubbina Johanna van Iddekinge, en van Annajosina 
Petronella Alberda van Ekenstein, Joostsdochter. Uit 
dit huwelijk werd slechts ééne dochter geboren: 

Jonkvr. Anna Josina Petronella van Broeckhuisen, 
geboren te Deventer 5 April 18 18, stierf te Groningen I6 
November 1863, huwt aldaar 1 6 Augustus 1854 Willem 
Frederik George Lodewijk Sickinghe, geboren te Embden 
23 Maart 18 13, kapitein der infanterie in Oost-Ind. 
dienst, gepensionneerd in 1854, zoon van Hendrik Georg 
en van Aukje Eises Kolthoff, uit welk huwelijk één 
zoon. Hij hertrouwde te 's-Grravenhage in 1881 met 
Geertruida Agatha Johanna van der Chijs, geboren te 
Koudekerke aan den Rijn 28 Januari 1 858, en verwekte 
bij haar nog vier dochters. 

2. Roelof Wolter (of Walter) Herman baron van 
Broeckhuisen, geboren te Epe 20 Mei 1774» rn^t zijn 
broeder in 18I4 ingeschreven in den Nederlandschen 
adel, verkreeg voor zich en zijne wettige nakomelingen 
den titel van baron bij Koninklijk Besluit van 2 April 
1822, N^ 138 (d'Ablaing, Nederlandsch Adelsboek, 
blz. 43), geadmitteerd in de ridderschap van Gelder- 
land I Juni 1825, wethouder en burgemeester van 
Harderwijk, ontvanger der domeinen aldaar, lid der 
Provinciale Staten van Gelderland, sterft, als laatste 
mannelijke afstammeling van zijn geslacht, te Har- 
derwijk 20 November 1833, begraven te Wilp op de 
Veluwe. Hij huwde te Utrecht den 23*" April I799 
Charlotta Sophia van Heeckeren, geboren te Arnhem 
27 April 1781, stierf te Harderwijk 8 Februari 1839, 
dochter van August Robert tot Suideras, commandeur 
der Duitsche Orde, burgemeester van Zutphen, Frans 
Jansz. ux. Transiliania Charlotta Juliana Agnes Adel- 
heid van Rechteren, en van Aleida Jacoba van Wes- 
treenen, Jan André's d'. ux. Comelia Anna van Om- 
meren. Zij had deze kwartieren (zie: Gen. Kwart. St): 

Heeckeren Westreenen 

Rechteren Ommeren 

Lynden Mamuchet 

Gastel Rudenhausen van der Schuur. 

Uit dat huwelijk werden vijf dochters geboren: 
a. Wilhelmina Jacoba Agnes Isabella barones van 
Broeckhuisen, geboren op den huize de Greunerie bij 



Leiden 1 3 Juli 1 804, stierf te Utrecht als laatste van 
haar geslacht 13 December 1887, trouwt te Harder- 
wijk 20 November 1824 Mr. Christiacm Willem Moor- 
rees, geboren te Nijmegen 5 Juni 1801, g^ffier der 
Prov. Staten van Utrecht, ridder der orde van den 
Nederlandschen Leeuw, commandeur der orde van de 
Eikenkroon, overleden te Utrecht 6 Augustus 1867, 
zoon van Coenraad, ontvanger van 's rijks belastingen 
te Nijkerk, en van Francina Schönbach. Dit huwelijk 
bleef kinderloos. 

b. Augusta Roberdiena barones van Broeckhuisen, 
geboren te Harderwijk I4 Juni 1805, stierf te Kampen 
10 Juli 1836, trouwt te Harderwijk 14 November 1832 
Frederik Willem Anton Hütschler, geboren te Huissen 
12 Mei 1792, 1* luitenant bij het Oost-Indische leger, 
adjudant van den generaal Clerens, daarna i* luitenant- 
adjudant bij de jagers van Clerens, ridder van de Mili- 
taire Willemsorde, enz., overleden te Nijmegen 6 April 
1850, zoon van Hendrik Jacob, koninklijk Pruisisch 
tolontvanger te Huissen, en van Johanna Elisabeth 
Serres. Uit dit huwelijk twee zoons en eene dochter. 

c. Florentina Henriêtta barones van Broeckhuisen, 
geboren te Harderwijk 30 Juli 1807. stierf aldaar 26 
November 1845, trouwt aldaar 7 Februari 1831 Johan 
Daniel Comelis Carel Wilhelm de Mol, geboren op 
het riddergoed Hagen bij Meiderich in de Rijnprovincie 
17 November 1800, wethouder van Harderwijk, lid 
van de Staten van Gelderland, stierf te Harderwijk 1 8 
Februari 1875, zoon van Huybert en van Brigitta 
Comelia Philippina d'Ablaing van Giessenburg. Uit 
dit huwelijk een zoon en twee dochters. 

d. Harmina Wiegmoed Frederica Josina van Broeck- 
huisen, geboren te Harderwijk lo Maart 1810 stierf 
aldaar 7 October 18 10. 

e. Hermina Wiegmoed Frederika Josina barones van 
Broeckhuisen, geboren te Harderwijk 15 September 
181 2, stierf te 's-Gravenhage 2 Juli 1854, trouwt te 
Harderwijk 26 Juni 1833 Leonardus Sweemer, ge- 
boren te Zierikzee i8 Februari 1804, kapitein der in- 
fanterie, later gepensionneerd als kolonel, zoon van 
Dancker, luitenant-kolonel der infanterie en van Maatje 
Sandijk. Uit dit huwelijk vijf dochters. Hij hertrouwt 
te 's-Gravenhage i April 1857 Julie Henriette Louise 
Bron, geboren aldaar 7 Janusiri 1820, dochter van 
Adrien Frédéric en van Maria Johanna Medenbach. 
Hij sterft te 's-Gravenhage 24 Augustus 1885. 



De naam Broeckhuisen, als herinnering aan dit oud- 
adellijk uitgestorven geslacht, blijft voorloopig voort- 
bestaan, door dat Dirkjan Willem baron van Heeckeren 
van Brandsenburg, geboren te Delft 26 Januari 1862, 
zoon van Dirk Jan en van Martina Alida Nicolina van 
der Burg, dezen naam bij den zijnen heeft aangenomen, 



Digitized by V:iOOQIC 



71 — 



en zich diensvol^ens noemt: D. J. W. baron van 
Broeckhuisen van Heeckeren van Brandsenburg (iVazf. 
XXIX Afl. I omslag, en Herald. Biel. N. R^ IV, blz. 117). 



Katten en katers als heraldieke figuren (i). 

Vele adellijke geslachten voeren een of meer leeuwen 
in hun schild, maar weinigen die het dier, dat aan het 
geheele geslacht /elts, waaronder met de leeuwen ook 
de tijgers, luipaarden, enz. behooren, zijn naam gaf, in 
hun wapen voeren, namelijk het door de natuurkun- 
digen met den fraaiklinkenden naam van felts calus 
begiftigde, met andere woorden: de kat. 

In Frankrijk behoort onder die weinige geslachten 

dat van DE LA Chétardie, hetwelk twee katten van 

zilver, de eene boven de andere, op een azuren veld voert. 

In de Nederlanden, zijn er, voor zoover mij bekend 

is, twee geslachten: 

i^ dat van CATERS, dat gedeeltelijk nog in Tongeren 
woont (de moeder van den bekenden Mr. Stas, welke 
zijne boekerij aan de stad Maastricht naliet, was eene 
telg van dat geslacht, hetwelk uit Thom stamt). 

Hun wapen beschrijft Rietstap, aldus: D'ora la barre 
d'azur chargée d'un matou passant, et contoumé du 
champ posé dans Ie sens de la barre, la tête de front 
2^ De Caters in Vlaanderen, die den 22 Januari 
1735 in den adelstand werden verheven, in 1850 den 
titel van baron ontvingen en misschien aan de zooeven 
genoemde familie verwant zijn. Zij voeren drie klim- 
mende katten, van goud op een azuren veld, waarvan 
twee met de koppen naar elkaar gekeerd en spelend 
met den poot ; op den helm eene rijzende kat van 
goud; terwijl de twee wapenhouders ook katten zijn. 
Ik vond in een boek, dat over heraldieke curiosa han- 
delt, melding gemaakt van eene familie die op een 
zelfde wapen een schildspreuk of wapenkreet voert 
zeer eigenaardig en waarschijnlijk eenig in zijne soort : 
Miauw, Miauw! Of het deze familie is, dan wel eene 
andere is mij niet gebleken. De oorsprong van dit 
wapen ligt, gelijk zoo menig punt van de heraldiek, 
geheel in het duister. 

In een onuitgegeven drama, getiteld üTö/Z^^jr/^/, van 
mijn alter ego GusTAAF Vlaming, onder mijne berus- 
ting, worden al deze katten sprekend ingevoerd. Met ver- 
gunning van den dichter, deel ik hier de verzen mede: 

Wij wapenkatten 

Versieren deftig 

De schildkwartieren 

Van eedle huizen! 

't Was wis iets anders 

Dat ons die eere 

Deed waardig keuren 



(1) Overgenomen uit: de MaasgouWf Orgaan voor Limbargsche 
geschiedenis, Taal en letterkunde. 6« jaarg. N^ 225. 



Dan vangfst van muizen! 
Wij redden 't leven 
Eens dappren ridders 
Of eedle vrouwe. 
Of deden beven 
Een snooden vijand 
Door ons miauwen 
Of speurden onraad 
(Als Rome's ganzen), 
Van af de transen 
Van 't oud kasteel. 
Wij zijn gerekend 
Bij d'eedle dieren, 
Als leeuw en arend, 
Die 't wapen sierend, 
In goud of zilver, 
U tegenblinken ; 
Dies doen wij luide^ 
Den kreet weerklinken: 
Miauw, Miauw! 



A. Flament. 



NASCHRIFT. 

Ter aanvulling van dit artikel kunnen wij, met mede- 
werking van den heer J. B. Rietstap, nog de volgende 
geslachten mededeelen, die katten of katers of deelen 
van deze dieren in hun wapen voeren: 

Boeye en Schuurbeque Boeye (Zeeland), doorsneden 
van zilver en rood, het zilver beladen met een zwarten 
boei, het rood met een zittende zilveren kat. Over 
de snijdinglijn een blauwe golvende dwarsbalk. 

Helmteeken: een natuurlijke hertenkop. Wrong en 
dekkleeden: zwart en zilver. 

Cats, bijgenaamd cmet de swarte Katte» (Zeeland). In 
goud een zittende of meer liggende (accroupi) zwarte 
kat. Helmteeken: een zwarte kat, zittende op een 
gouden hoed met rooden opslag. 

Cats (Zeeland). Doorsneden: i in rood drie zilveren 
palen, 2 in goud een klimmende zwarte kat, de kop 
aanziend en de staart opgeheven. 

Cats (Friesland). Doorsneden: l gedeeld a in blauw 
eene zilveren ster ; b in goud een halve zwarte adelaar, 
uitgaande van de deelingslijn ; 2 in zilver een zittende 
zwarte kat, de kop aanziende. Gekroonde helm. Helm- 
teeken: eene blauwe vlucht. 

Draeck (Holland). In goud een klimmende zwarte kat. 

Heigl (Dachau in Beyeren). In rood een zilveren van 
teenen gevlochten heg aan de schildpunt, waaruit eene 
zilveren kat oprijst, die een vrouwengezicht heeft van 
vleeschkleur met een muts op. 

Kater of Cater (Groningen). In goud een blauwe 
rechter schuinbalk, beladen met een gouden kater in de 
richting van den balk, de kop naar boven. Gekroonde 
helm. Helmteeken: een uitkomende moor met zilveren 



Digitized by 



Google 



— 72 



wrong, gekleed van rood, met zilveren kraag. 

Kater (Amsterdam). In rood drie aanziende zilveren 
katerskoppen. 

de Kater (Holland). In blauw een aanziende zilveren 
katerskop met een gouden ring door den muil. 

de Kater (Zierikzee). In blauw een zilveren katers- 
kop met gouden halsband, aanziend. 

Katt (Pommeren). In blauw een zilveren klimmende 
kat, met aanzienden kop, tusschen de tanden een zilveren 
muis houdende. Gekroonde helm. Helmteeken: de kat 
uitkomende (of de kat, gezeten voor acht roode rozen, 
gepunt en gebladerd van groen). 

Katt (Pruisen, graven 6 Augustus 1740). Doorsneden: 
I in zilver een open gouden koninklijke kroon, verge- 
zeld aan de rechterzijde door een gouden scepter, gesteld 
en bande, alles rustende op een rood kussen met roode 
kwasten ; 2 in blauw een klimmende zilveren leeuw 
op een groen terras. Het schild geboord van goud. 
Drie gekroonde helmen. Helmteeken: i^ een roode 
antieke stormladder tusschen een zwarte vlucht; 2^ de 
kat uitkomende; 3^ een geharnaste arm met gouden 
randen, komende uit een wolk, de hand vleeschkleur, 
houdende een zwarten kommandostaf, goud beslagen, 
schuin geplaatst. Dekkleeden: zilver en blauw. Schild- 
houders : een Romeinsch krijgsman , houdende een 
toumooilans en schild, links een ridder, houdende een 
degen en een blauw schild, geboord van goud, beladen 
met de letters F. K., waarboven een koninklijke kroon, 
alles van goud. 

Katte (Duitschland). In zilver een blauwe klimmende 
kat, met aanzienden kop. Gekroonde helm. Helmteeken: 
de kat uitkomend. 

Katte von Vieritz (in de omstreken van Maagden- 
burg). In blauw een zilveren kat, de kop aanziende, 
zittende op een rood kussen met gouden kwasten aan 
de hoeken en in den bek eene zwarte muis houdende. 
Helmteeken: de figuren volgens het schild, gezeten 
voor negen zilveren leliebloemen, groen gestengeld. 
Dekkleeden: zilver en blauw. 

Katte von Wust (land van Maagdenburg). In blauw 
een klimmende kat van zilver met aanzienden kop, 
houdende een zwarte muis tusschen de tanden. Helm- 
teeken: de kat, zittende. Dekkleeden: zilver en blauw. 

Katz von Katzenthal (Bohemen). In blauw een klim- 
mende kat van zilver, staande op een groen terras, 
houdende tusschen de tanden een zwarte muis. Helm- 
teeken: de kat uitkomend. 

Katzbeck (Beyeren). In goud een zwarte kat, gezeten 
op een groenen grond, houdende een natuurlijke muis 
tusschen de tanden. Helmteeken: de kat gezeten op 
een gouden kussen met zwarte kwasten. 

Klatze (Frankenland). In zilver een natuurlijke kat, 
gezeten op een groenen grond. Helmteeken: twee 
naar elkander gewende katten, uitkomende, met de 



pooten spelende. Dekkleeden; zilver en rood. 

von der Katze (Pommeren). In blauw een zilveren 
klimmende kat, houdende tusschen de tanden een muis 
van hetzelfde. Helmteeken: de kat, neerzittende. 

Katzeler (Pommeren). In blauw twee zilveren naar 
elkander toegewende katten, klimmende tegen een 
rechtopstaanden boomstronk van goud. Helmteeken: een 
uitkomende zilveren kat tusschen twee gouden boom- 
stronken. Dekkleeden: zilver en blauw. 

Katzelohr (Tirol). Gevierendeeld: i en 4 doorsneden 
van goud op blauw, het goud beladen met een 
klimmende kat van zilver met rooden gordel, iiit- 
komend uit de snijdingslijn; 2 en 3 in blauw een zil- 
veren rechterschuinbalk, beladen met drie zwarte dikke 
pijlijzers, de punten omlaag in de richting van den 
balk. Twee helmen, de tweede gekroond. Helmteeken : 
i^ de kat van het schild tusschen twee trompen, door- 
sneden van goud op blauw; 2^ drie gouden samenge- 
bonden pijlen. Dekkleeden: goud en blauw. 

Katzenstain. In rood een zilveren klimmende kat. Helm- 
teeken : een steen van drie treden in natuurlijke kleur, 
links een zilveren kat tegen de treden opklimmende. 

Katzler (Pruissen). In zilver twee natuurlijke wilde 
katten, naar elkander gewend en klimmende tegen 
een groenen boomstronk, alles rustende op een terras 
van hetzelfde. Gekroonde helm. Helmteeken: een natuur- 
lijke wilde kat, uitkomend, tusschen een vlucht van 
zwart en zilver. Dekkleeden: zilver en zwart. 

Katzmair (Beieren). In blauw een zilveren klimmende 
kat Helmteeken: een zilveren kat, gezeten tusschen 
twee trompen, doorsneden van blauw en zilver. 

Katzmair (Munchen). In rood een klimmende kat van 
zilver met aanzienden kop. Helmteeken : de kat van het 
schild gezeten op een rood kussen met gouden kwasten. 

de Kets (Holland). In goud een klimmende zwarte kat. 

Manger Cats (Holland). Doorsneden: i gedeeld: a. 
in goud een halve zwarte adelaar, uitgaande van de 
deelingslijn ; 6. in blauw eene gouden ster; 2 in goud 
een zittende zwarte kat Helmteeken: eene vlucht, 
rechts goud en links zwart 

Muyser (Holland). In zwart een zittende en omgê- 
wende zilveren kat, de kop aanziende. 

Niet onmogelijk dat tot deze categorie ook behooren: 

Van Kattendljke (Zeeland). In zilver een roode ge- 
leeuwde luipaard, getongd en geklauwd van blauw. 
Gekroonde helm. Helmteeken: de geleeuwde luipaard, 
houdende in zijn. pooten een roode banderol aan een 
gouden lans, rustende op de kroon. 

Katzenelnbogen (Rijnprovincie). In goud een roode 
geleeuwde luipaard, getongd en genageld van blauw. 
Gekroonde helm. Helmteeken: een zwarte vlucht, iedere 
vleugel beladen met een schijf volgens het schild, de 
luipaard op den rechtervleugel omgewend. 



Digitized by 



Google 



73 



Genealogie van het gedacht Onwens (i). 
(Vervolg). 

3*, Anna Ouwens, echtgenoote van den machinist 

Donkervliet. 
4°. Anna Petronella Ouwens, geboren 24 December 

181 2, overleden 3 December 1861, echtgenoote 

van J. Morensard. 
5^ Maria Elisabeth Ouwens, geboren 7 Februari 

18 14, overleden 10 Juli 1820. 
6^ Antoinette Benjamina Ouwens, geboren 19 Octo- 

ber 1815, overleden 1884, eerst gehuwd met den 

rijtuigfabrikant Landaal te Amsterdam, vervolgens 

met den makelaar A. Schmid aldaar. 
7®. Benjamina Petronella Ouwens, geboren 6 Mei 

18 17, overleden 15 Juli 1821. 
8®. Maria Jacoba Ouwens, echtgenoote van den heer 

Frensel te Amsterdam. 
9^. Benjamina Gerardina Ouwens, geboren 29 Januari 

1822, overleden te Amsterdam 14 November 1879, 
echtgenoote van den makelaar in assurantiën 
Büchner aldaar. 

10^. Gerrendina Christina Ouwens, geboren i October 

1823, ongehuwd overleden 5 Juli 1826. 

ii*>. Antonis Ouwens, geboren 25 Februari 1826, over- 
leden 5 Juli 1826. 
12^. Petronella Carolina Ouwens, geboren 19 Februari 
1827, op 8 Juni 1866 te Amsterdam gehuwd met 
J. BoswinkeL 
13^. Antonis Ouwens, geboren 17 Februari 1828, over- 
leden 14 Augustus d. a. v. 
X. Pieter Antonis Ouwens, geboren te Amsterdam 
29 November 1806, werd eerst ontvanger der belastin- 
gen te Noordscharwoude, vervolgens visiteur te Medem- 
blik en daarna visiteur en commissaris van de Rijn- 
vaart te Amsterdam, alwaar hij den 29 November 1849 
overleed. 

Hij was tweemalen gehuwd geweest. Eerst huwde 
hij te Amsterdam 14 April 1 830 Geertruij Rip, dochter 
van Arie en Lena Schneyder, geboren te Amsterdam 
in 1803, overleden te Amsterdam 17 Maart 1840, daarna 
hertrouwde hij te Utrecht 9 September 1847 "^©^ Ca- 
rolina Reiniera Nagel, geboren te den 24 Au- 
gustus 18 . . , thans wonende te Bameveld, dochter 
van Isac Thomas Ernst Nagel en van Anna Wynanda 
van Vos. 

Uit het eerste huwelijk sproten vier kinderen, uit het 
tweede één zoon: 

\^. Elisabeth Maria Helena Ouwens, geboren te Am- 
sterdam 3 Augustus 1831, thans wonende te 
Bussum. 



(i) Volgens mededeeling van den heer H. de Jagbr werd NicoUas 
Ouwens (vermeld onder UI) in 1662 vruchteloos beroepen tot predi- 
kant te Brielle. Blijkens akten van den Kerkeraad der Hervormde 
gemeente aldaar, was de beroepene toen predikant te Vlaardingen. 



2*. Hermanus Adrianus Ouwens. volgt onder XL 
3^. Petronella Antonia Geertruida Ouwens, geboren te 
Amsterdam 14 Augustus 1835, aldaar overleden 
28 d. a. V. 
4^. Petronella Antonia Greertruida Ouwens, geboren 
te Amsterdam 14 September 1838, ongehuwd 
overleden te Nijkerk 13 September 1868. 
5^. Pieter Antonie Ouwens, volgt onder xibis. 
XI. Hermanus Adrianus Ouwens, geboren te Am- 
sterdam 29 October 1832, werd op 19 Februari 1859 
benoemd tot 2" luitenant der infanterie bij het Indische 
leger, op 31 Mei 1862 tot i'" luitenant en op 17 Au- 
gustus 1870 tot kapitein bevorderd. 

In 1873 gepensioneerd, keerde hij naar het vaderland 
terug en vestigde zich te Amersfoort. Hij was den 
18 Mei 1865 in Indië gehuwd met Maria Sophia 
Mathilda Israël, geboren te Djocjokarta 4 Juni 1848, 
dochter van Joseph Diederik Abraham en Maria Carolina 
Schoonderwald. 

Uit dit huwelijk sproten acht kinderen : 

i^' Maria Petronella Ouwens, geboren te Klatten 

21 Mei 1866, aldaar overleden 31 Juli 1866. 
2^. Abraham Pieter Ouwens, geboren te Nijkerk 20 

November 1867. 
3^. Elisabeth Maria Ouwens, geboren te 's-Graven- 

hage 16 December 1868. 
4®. Herman Rutger Ouwens, geboren te Djocjokarta 

19 December 1869. 
5^ Maria Carolina Ouwens, geboren te Ambarawa 

28 September 1872. 
6^ Petronella Mathilda Ouwens, geboren te Djocjo- 
karta 31 Juni 1874. 
7^. Francina Carolina Ouwens, geboren te Djocjokarta 

30 Augustus 1875. 
8^ Geertruida Mathilda Ouwens, geboren te Amers- 
foort 4 Augustus 1877. 
9^ Carolina Reiniera Ouwens, geboren te Amers- 
foort 18 Juni 1879. 
10^. Adrianus Hermanus Ouwens, geboren te Amers- 
foort 16 December 1880. 

xi^>. Pieter Antonie Ouwens, jongste zoon van 
Pieter Antonis Ouwens en van Carolina Reiniera Nagel, 
geboren te Amsterdam 14 Februari 1849, werd in 
September 1867 kadet aan de Koninklijke Militaire 
Akademie te Breda, op 18 Juli 1871 benoemd tot 2" 
luitenant der infanterie bij het Indische leger, op 14 
Mei 1875 tot I" luitenant, en op 6 September 1883 
tot kapitein bevorderd. 

Hij huwde den 11 Januari 1879 te Kotta Radja in 
Indié met Johanna Elizabeth Vosmaer, geboren te 
Patti 13 April 1851, dochter van Willem Carel Vos- 
maer en van Johanna Suzanna Brückner (i), welk 



(1) Zie HercUdieke Bibliotheek 1873 bl. 331 



Digitized by 



Google 



— 74 — 



huwelijk den 23 Augustus 1882 te Samarang werd 
ontbonden door echtscheiding. 

Den 21 December 1883 hertrouwde hij te Poer- 
woredjo met Jeanne Theodora Elizabeth Wilhelmina 
Dikkers, geboren te Patti 25 Mei 1866, dochter van 
Theodorus Dikkers, ingenieur van den waterstaat in 
Indië en van Elizabeth Soelaas. 

Uit dit tweede huwelijk sproot één kind: 
I®. Antoinette Jeanne Elizabeth Ouwens, geboren te 
Koedoes (Japara) 17 Februari 1885, overleden te 
Nijmegen 19 Augustus 1885. 



Personen ran den naam Onwens» niet in de 
Yoorgaande genealogie rermeld. 

Jan Uwens of Ouwens, gehuwd met Agnes Roukens, 
op 14 Maart 1630 te Nijmegen, getuigen bij den doop 
van Ermken Fock, dochter van Simon en Derksken 
Roukens. 

(Opgave van Mr. B. F. W. Brucken von Fock). 

Abraham Ouwens, geboren te Leiden in 1646, op 
27 October 1662 aldaar ingeschreven als student (Aca- 
demisch album). 

Frederik Ouwens, gedoopt te Rotterdam 5 November 
1666, zoon van Frederik en Maria Bogaert, waarbij 
getuigden Gerrit Ouwens, Maria Ouwens en Christina 
Claas (Doopregister Rotterdam). 

Johannes Ouwens, gedoopt te Brielle 4 September 
1669, zoop van Abraham Ouwens en Comelia Vermeer. 

Johanna Ouwens, gedoopt te Londen 30 Juni 1695, 
dochter van Frederik en Johannna Dircksen (Moens, 
Registers). 

Ouwen Ouwens, huwde te Gorinchem 9 Maart 1651 
Hilleken Adriaans, ouders van Edom Ouwens, gedoopt 
te Gorinchem 5 December 1631, 



Anneke Ouwens, gedoopt te Gt>rinchem 18 Sep- 
tember 1633, 

Thomas Ouwens, > > » 15 Febru- 

ari 1635, ^^ van 

Eelke Ouwens, > » » 14 Sep- 

tember 1636. 

Thomas Willemsz. Ouwens, huwde Catharina Jacobs, 
ouders van Jan Ouwens, gedoopt te Gorinchem 23 
December 1663, aldaar begraven 20 December 1703. 

Jacob Teunisz. Ouwens, huwde Lijsbeth Cappel, 
ouders van: 

Anthonie Ouwens, gedoopt te Gorinchem 12 Maart 
1687, en van 

Cathelijntje Ouwens, > > » 25 Februari 

1691. 

Jacobus Jansz. Ouwens, huwde te Gorinchem 7 De- 
cember 1636 Elizabeth Dirks dr. van Neck, ouders 
van Dirk Ouwens, gedoopt te Gorinchem i Januari 1636, 

Claas Ouwens, » » » 6 September 1639, 

Aagje Ouwens, > » » 26 Mei 1641, en van 

Ida Ouwens, » » > 18 Januari 1643. 

Wolter Ouwens, huwde Maria Lickens, ouders van 
Jenneke Ouwens, gedoopt te Gorinchem 1 4 Januari 1705. 

Sebilla Ouwens, begraven te Gorinchem i Juli 1727 
op het kerkhof aldaar. 

Sooske Ouwens, begraven te Gorinchem 1 4 Februari 
1754 op het kerkhof aldaar. 

(Registers van den burgerlijken stand te Gorinchem). 

Fredericus Josephus Ouwens, postbeambte te Alk- 
maar, aldaar geboren 8 April 1824, zoon van Jan 
Klaaszoon en Judica Franken. Bedoelde Jan Kllaas- 
zoon schijnt de naam van Ouwens tusschen 1820 en 
1824 aangenomen te hebben, daar hij in zijne huwe- 
lijksakte dd. 23 April 1820 wordt genoemd Johannes 
Spirius (Spurius = onecht?), geboren te Alkmaar, oud 
32 jaar, doch de geboorteacte van bo vengenoemden 
zoon onderteekende J. Ouwens. 



_S 



Digitized by VjOOQIC 



— 75 - 




el 










i 






1 




lë 








<5| 






o 


co 








2 


i 


overl. 
huwde 
Bas 


^ 


o 




o Si 


& 


% 



> 

(O 

rS 



C O 

C/3g 

CM 2 

> g o s> > 
o ^ HH bo o 



1^ 

> 



t 

bo 
d 



o 



§ 

I 

i 



c 
o 

E 

i-i 

*~^ ^ mI^ v-4 

O g C ^ O 
> S «J p > 

O ^ > boo 



cü C (D 

^<! bo 



'E 

S s^ > ï3 

^ boo ^ 



^ >l 

C/3 0( 



'S 

o 






ti 

s 






^ - -. 

boo -*<ffi o ^ 



Ti-S 

0) > 3 

boo ^ 



*o o 
o > 

, boo 



•d 

C) > SI 

boo ^ 



> 
boo 



00 

^ (t 



g ^ VO e^ GS, 
fl bo ^ IXlln' 



u 
o 

c 

> 

c 

. ^ 

•G 

o 



> 

RS 

S bo 



J3 5 ^ 

O > s 
boo ^ 



o -S - 

(^ Ui ei *C 
, fO 2^ C S 

- e S2 c 



c ^ 



5 ? o 



u3.a 



I rt o 4) T' 

2i^ > o 



> 



»S > ï3 o > 
1^ O ^ biO O 



- i-i -d § -^ - , c 




o Oi . ^ 

o ^ 0) ^ 

^bo-p 

^ -C ^ M 

22 Wi o 

ö o « ^ t) 

■ '" o. > g 

O «J « o 






00 



: \ 



00 



CM ^ O 



5 



(^ 



Digitized by 



Google 



-76- 



i 

o 

a 
i 

1 



CU 






^<j 



PO »^ 



o > 
boo 



I 

s 

o 



d) (^ <D 

CM 5 t<iai V Ti 



O 



0) 4-» Hr '^ C 

O ^ SS ON ?i£ ^ oS 
S boo «< boo 




^ bo o ^ ^ bo o 



5*0 



0) 

i-i 



0) 



0) 

-d 



. 0) > 5 
. boo ^ 



co 

C 
O 



I o 

1) > d 
boo X 



• u 
<D > 

boo 



> 
o 



boi 



U 

s 



«<5 



rO «-< I 



boo 



c4 o 



00 «J rO 

^ > ^ ^ O 

o o TJ -M ,-4 

J2; ^ boo 



< 

o 

bo-n 

o > 
boO 

c 

•o 
•cl • 

si? 

- I 






o 



£c/3 



S '5 ''S .'S 'S 
k^ boo « c/) 45 o 



)2 



CA) 



o © ; 



& 



^ -.7 



«« 2 ^ 
o; o 00 



1^ 



•d 1^ 

o ^ p > 
bo^ boo 



O i 






- 'S «^ 
. o<; 



:f: € 'M vo 
<1 <5 ^2 ^ iT 

<D 2 0) .-, i 



/ 



<> iPË ^ 



co ^,<0 > 

^ g -go " 

5 o o*^ 5 ON-C 

p o^ •- h •? 

•*• o d (« -g^ «M 
O -g^ SP 

vO 00 « 2 







1 
. .. „ s « 

'S E <B « Sa 

o ^ « 

4-» o fC ^ 

I-I u >-4 .. 

^ cö '^ 0^ 




Digitized by 



Google 



77 -- 



De oade kerkregisters in ons land. 

(Vervolg). 

AMSTERDAM. 
fVervo/^J. 

Kerkhoven. 

Het Karthuizers-kerkhof tusschen de Gieterstraat 
en Lindengracht, van 1600 tot 181 1. 42 banden. 

Het Karthuizers-kerkhof register van begraven kin- 
deren van 1753 tot 181 1. 4 banden. De banden 1762 
tot 1770 ontbreken. 

Het Sint Anthonie-kerkhof op de Heerengracht, 
tusschen de Weesperstraat en Muidergracht van 1644 
tot 181 1. 17 banden. De banden van 1713 tot 1718 
ontbreken. 

, Register van begraven kinderen van 1670 

tot 181 1. 18 banden. 

Het Leidsche kerkhof, in de Raamstraat, van 1653 
tot 181 1. 23 banden. De banden van 1711 tot 17 13 
ontbreken. 

, register van begraven kinderen, van 1656 

tot 181 1. 20 banden. 

Het Wester-kerkhof, aan het einde van de Bloem- 
gracht in het bolwerk Rijkeroord, van 1668 tot 181 1. 
18 banden. De banden van 1753 tot 1772 en van 1787 
tot 1792 ontbreken. 

Het Noorder-kerkhof, bij de Zaag^molenspoort in het 
bolwerk Karthuizers, van 1670 tot 181 1. 2 banden. 

Het kerkhof der Hoogduitsche Joden, te Muider- 
berg, van 1669 tot 181 1. 

Het kerkhof der Hoogduitsche Joden, bij Zeeburg, 
van 17 15 tot 181 1. 6 banden. 

Het kerkhof der Hoogduitsche Joden, te Overveen, 
van 1797 tot 1808. 

Het kerkhof der Portugeesche Joden, te Ouderkerk, 
Tan 1750 tot 181 1. 

Het sterf-register van het Werkhuis, van 1783 tot 
181 if 2 banden. 

Het sterf-register der beide gasthuizen, van 1739 
tot 181 1. 

Het register van haaldooden, van 1777 tot 181 1, 5 
banden. 

Declaratie der collecte op het middel van begraven 
van 1699 ^^^ 181 1. 540 banden. 

ANDIJK (1). 

Het eenige doopsregister is dat van de Gereformeerde 
gemeente en loopt van af de jaren 1751 tot 1812, i band. 

Het trouwboek van gemelde gemeente loopt van 
1761 tot 1807, I band. 

Het begraafboek van gemelde gemeente van 1693 
tot 181 39 I band. 



(1) De R. C. behoorden voor het invoeren Tan den hurgerlijken 
stand alhier tot de parochie Wenershodf. 



ANGERLO. 

Namen der kinderen die in de kerck te Latham 
gedoopt zijn sedert 't jaar 1720 den 28 April, wanneer 
lek Hendrik Johan de Vos tot predikant in de gemejmte 
van Bahr en Lathum bevestight ben door Ds. Ottho 
Solner V. D. M. te Deutekom, tot 1771. 

Voorts bevat dit boek namen der ledematen, aan- 
teekening van bedieningen van het H. Avondmaal en 
eindelijk van huwelijken, allen over de jaren 1720 — 1 7 7 1 . 
In I boek (Herv.). 

Register of aanteekening der kinderen welke sedert 
den VIII Maert 1772 alhier in onze kerk te Latham 
gedoopt zijn, ingevolge 't N. Reglement van Haer 
Eed. Hoog. Mog. dies aangaande gegeeven den i 
January 1772 tot 181 1. In i boek (Herv.). 

Register der gedoopte kinderen in de gemeente van 
Ajigerlo, beginnende met het jaar 1636 en eindigende 
met het jaar 177 1, bijeenverzameld en in orde gebracht 
uit een oud doopboek, door A. Ketz V. D. M. te Angerlo 
in het jaar 1804. 

Register der geboome en gedoopte kinderen in de 
gemeynte te Angerlo begonnen met 't jaar 1772 tot 
181 1. In I boek (Herv.). 

Rooms Catolyk Doopboek in en tot requisitie van 
Latham, 1757 tot 181 1. Pastoor Henricus van Alphen. 

Catalogus matrimonio junctorum sub me Hermanus 
Deur vorst pastorie in Lathum 1773 tot 18 11. In i boek 
(R. Kath). 

Huwelyks Prothocol van het kerspel Angerlo, ge- 
houden door F. Gerbrands, begonnen den i Maart 
1796 — 1824, in I boek. 

Dood-boek van Bahr en Latham van 1742 tot 181 1 
in I boek. 

Dood-boek van Angerlo van 1742 tot 18 11 in i boek. 

ANKEVEEN. 

De doopregisters der Gereformeerden loopen van de 
jaren 1643 — 1811 in één band en eenboek van 1792 — 
1860. in I band tevens doopregister. 

Trouwboek Ned. Herv. kerk 1793 — 1806 in één band. 

Begrafenisboek van 1720 — 1828 in i band. 

De kerk der R. Kath. staat onder Weesper-Carspel. 

ANLOO. 

Een doopregister der Gereformeerden aldaar loopende 
van 1608 tot 18 n in i band. 

Een register van kondigingen en copulatiön begin- 
nende met 17 15 en eindigende met 1806 in i band. 

Een zoogengtamd zwartlaken boekje beginnende met 
13 Januari 1775 ^^ eindigende met 18 17 in i band. 

Een register van overledenen beginnende met 1805 
en eindigende met 181 2. 

Een oud sterfjprothocol is te zoek. 

SK ANNALAND. 
Een doopregister van de kerk van St. Annaland» 



Digitized by 



Google 



78 - 



beginnende na den brand van 23 Mei 1692 en dateert 
van 14 Augustus 1692 tot 18 Dec. 1712. i band. 

Een doopregister van 1 1 Februari 1714 tot 26 Decem- 
ber 1743 I band. 

Een idem van 5 Januari 1 744 tot 30 December 1781. 
I band. 

Een idem van 6 Januari 1782 tot 30 December 18 10. 

I band. 

Een trouwboek van 1663 tot 31 October 1749. i band* 
Een idem van 23 Januari 1750 tot i8io. » 

Een graf boek van i November 1785 tot 23 Decem- 
ber 18 10. 

ANNA PAÜLOWNA. 

Men schrijft ons het volgende : «Van deze gemeente, 
gelegen in eenen polder die in 1847 droog is gemaakt, 
zijn geen oude doopregisters, trouwboeken, enz. voor- 
handen. In 1200 werden deze gronden reeds onderde 
zee bedolven en van vóór dien tijd geborenen en ge- 
trouwden is niets bekend». 

APELDOORN. 
Doopregister de Gereformeerden van Apeldoorn van 

II Januari 1674 tot 3 Juni 18 13. 3 banden. 

Idem van Beekbergen van 12 Februari 1707 tot 16 
Augxistus 18 II. 2 banden. 

Idem van Loenen van 9 Januari 1695 tot 16 Maart 181 1. 

Huwelijksregister der Gereformeerden van Apeldoorn 
van 10 Januari 1772 tot 4 Augustus 181 1. 

Idem van Beekbergen van 30 September 17 14 tot 
30 Juni 1822. 

Idem van Loenen van 7 September 1695 tot 30 
December 18 10. 

Inteekening- en trouwboek des ampts Apeldoorn en 
van het schoutampt het Loo van 9 Maart 1796 tot 
28 Februari i8ii. 

Doodboek der Gereformeerden van Apeldoorn van 
4 Juni 1742 tot 6 November 181 1. 2 banden. 

Idem van Beekbergen van 23 -Augustus 1759 tot 
I Maart ï8ii. 3 banden. 

Idem van Loenen van 15 November 1760 tot 25 
Juni 181 1. 

Register van aangenomen geslachtsnamen in 181 2 
en 1826 in Apeldoorn, Beekbergen en Loenen» te samen 
in I band met alphabetisch register. 

APPINGEDAM. 

Prothocol van gedoopten in de Christelijk Gerefor- 
meerde gemeente te Appingedam van 1625 tot 18 11. 

HuwelijksprothocoUen van die gemeente van 1669 
tot 181 1. 

Register van overledenen van i8o6 tot 181 1. 

Doop-, huwelijks- en overlijdensprothocol van de 
Roomsch Katholieke gemeente van 17 51 tot 181 1. 

Register van volgens de joodsche wet besnedenen 
van 1802 tot 181 1. 



Opwierde: Register van gedoopten, gehuwden en , 
overledenen. Gedoopten van 1725 tot 181 1. Gehuwden 
en overledenen van 1762 tot i8ii. 

Solwerd en Marsnm: Register van gedoopten van 
1761 — 1811. 

Idem van gehuwden van 1762 — 181 1. 

Idem van overledenen van 1806 — 181 1. 

Jnkwerd: Prothocol van gedoopten, gehuwden en 
overledenen: Gedoopten van 1734 — 181 1. Gehuwden 
van 1743 — i8io. Overledenen van 1759 — 1810. 

Ijamsweer: Lijst van gedoopten van 1720— 18 11. 
» » gehuwden » 1726 — 181 1. 
» » overledenen » 1806 — 18 11. 

Ontvangstboek van collecten bij begrafenissen van 
1801 — 1806. 

Diaconieboek van 1753 — 1801. 

De onder de dorpen Opwierde, Solwerd en Marsnm 
(twee kleine dorpjes, doch kerkelijk gecombineerd), 
Jnkwerd en Tjamsweer vermelde boeken zijn van de 
Gereformeerde gemeenten. 

ARCEN EN VELDEN. 

De in het Gemeente-archief aanwezige Roomsch 
Katholiek kerkelijke registers van doop, overlijden en 
huwelijk van het dorp Arcen loopen van 1676 tot 1798 
in 3 banden. 

Idem van het dorp Telden van 1729 tot 1798 in 2 
banden. 

ARKEL. 

De doopregfisters der Gereformeerde gemeente loopen 
van 1633 tot 1713 en van 1710 tot 1811 in 2 banden. 
Het laatste bevat tevens trouwboek van 17 10 — 1809. 

ARNEMÜIDEN. 

Doopboeken van 1593 — 1627. 

» > 1660— 1736. 

> » 1737 — 1805. 

» » i8o6 — 18 10. 

Trouw- en ondertrouwboeken: 

a. van 1590 —1607; aan het begin ontbreken 6 bladen 
en achterin is een register der lidmaten van 1584 — 1607. 

b. van 1607 — 17 16 (beschadigd), achterin is mede een 
register der lidmaten van 161 1 — 1682, 

c. van 1717 — 1810. 
Trouwboek van 1633 — 1722. 
Idem van 1625— 173 1. 
Begrafenisboek van 1759— 1808. 

ARNHEM. 

De doopboeken der Nederlandsch Hervormde ge- 
meente van de jaren 1608 — 18 11 in 15 banden. 

Een doopboek van de Roomsch Katholieke kerk 
St Jan van de jaren 1722 — 18 11 met een trouwboek 
over de jaren 1723 — 181 1 in i band. 



Digitized by V:iOOQIC 



— 79 — 



Een doopboek van de Roomsch Katholieke kerk 
in de Varkenstraat van de jéiren 1759 — 1811 met een 
trouwboek over de jaren 1759 — 1809 in 1 band. 

Een doopboek der Evangelisch Luthersche gemeente 
over de jaren 1648 — 18 11 met een trouwboek over de 
jaren 1789— 18 11 in i band. 

Een doopboek der Waalsch Hervormde gemeente 
over de jaren 1766 — i8ii en een trouwboek over de 
jaren 1766 — 18 11 en een trouwboek over de jaren 1 684 
— 1791 in I band. 

De geboden of trouwboeken der Nederlandsch Her- 
vormde gemeente: 

Van de Groote-kerk over de jaren 1608 — 181 1 in 
17 banden, en 

Van de Janskerk over de jaren 1638 — 1795 in 12 
banden. 

Trouwboeken voor commissarissen van huwelijks- 
zaken van 1796 — 18 II in 4 banden. 

Trouwboek van 1796 — 1798. 

Een lui- of doodenboek van 1626 — 1628. 

Doodenboek, vermeldende diegene die overgeluid 
zijn in de Groote-kerk van 1635 — 1692 in 2 banden. 

Lijst der dooden van 1741 — 1758. 

Overlijdens- of begrafenisboeken over de jaren 1738 — 
181 1 in 2 banden. 

Borgerboeken over de jaren 1435 — 18 10 in 6 banden. 

ASSEN. 
Een doopregister van de Hervormde gemeente 
loopende van 1710 tot en met 181 1. 

Een register van getrouwden, loopende van 171 1 
tot en met iSii. 

ASSENDELFT (4). 
Doopregister der Gereformeerden van 1729 tot 1812 
in i band. 

Doopregister der Roomsch Kath« van 1753 tot 18 12 
in I band. 

Register op het middel van begraven i*band 1695 
tot 1724. 

ld. 2* band 1724 tot 1748. 

ld. 3* > 1748 tot 1783. 

ld. 4* » 1783 tot 1806. 

Register op het middel 

voor de successie 5* > 1806 tot 1812. 

(Deze registers vormen een aaneengesloten geheel 

en bevatten alle overledenen in dat tijdvak). 

Regfister van huwelijksproclamatiën van 1672 tot 
1759 I band (Hierin komen een groot getal ook buiten 
de gemeente gesloten huwelijken voor, waarvan het 
voorgenomen huwelijk hier afgekondigd werd). 

(1) In 1884 verscheen door de lorg van den burgemeeeter K. Cz. 
de Boer in hei gedrukt verslag van den toestand der gemeente 
Assendclft over het jaar 4883, een voorlooptge inventaris van het 
gemeentearchief. Binnen enkele jaren zal een alphabet op al deze 
registers gereed zijn ; dat op de doopregisters is reeds gemaakt. 



Register op het middel van het trouwen 1695 — 1771 
I* band. 

Idem van 1771 — 181 1 2' band. 

Huwelijksregister der Gereform. van 1729— 18 11 
I band. 

In dit laatste is tevens nog ingekomen een burger- 
lijk huwelijksregister van 1794 tot 1803. 

ASTEN (W. Br.). 

I Doopregister der Roomsch Katholieken van 1636 
tot 1756 in I band. 

I Doopregister der Roomsch Katholieken van 1756 
tot 18 10. 

I Doop tevens gedeeltelijk trouwboek der Gere- 
formeerden van 1682 tot 1767 I band. 

I Trouwboek der Gereformeerden van 17 10 tot 1739 
I band. 

AVENHORN. 

Het doop- en trouwregister der Hervormden loopt 
van 1750 tot 18 12, bij elkander ingenaaid. 

Het doop- en trouwregister der Hervormden te 
Grofithalzen, loopende van 1750 tot 18 12, bij elkander 
ingenaaid; en 

Het doop- trouw- en o verlij densregfister der Her- 
vormde gemeente te Scharwonde, loopende van 1750 
tot 181 2, bij elkander in losse vellen. 

AXEL. 

Doopreg^ter der Gecombineerde kerken van Axel 
en Zaiddorpe van 1737 tot 1788. 

Idem van 1788 tot 1796. 

Copie doopregister van Axel, sedert het jaar 1603 
tot 1796. 

Doodboek van Axel Ambacht bezuiden 't kanaal 
van 1665 — 1684. 

Copie trouwregister van de stad Axel van 1 604 — 1 796. 

Huwelijksregister van 1735 — 1782. 

Trouwregister van Axel en Zaiddorpe van 1729— 1749. 

Trouwregister van 1782 tot 1796. 

Trouwboek der vereenigde kerken van Axel en 
Zaiddorpe van 1791 tot 1796. 

Trouwregister der vereenigde kerken van Axel en 
Zaiddorpe van 1750— 1 791. 

BAARDERADEEL. 
Proclamatieboeken in 14 banden. 
Doopboek van Jorw erd, Ned. Herv. Kerk, van af 1639 
tot 1769 en 1772— 181 1. 

ld. van Beer8, ld. 1772 — 181 1. 

ld. » Baard, ld. 1772— 181 1. 

ld. > Jéllom, ld. 1772— 18 II. 

ld. » Uyiaard, ld. 1772— 1812. 

Doopboek van Mantgnm, Ned. Herv. kerk van af 167 1 

tot 1772 en 1772 — 1812. 

Idem van Oosterwieram, Idem van 1772 — 1811. 



Digitized by 



Google 



— 8o — 



Doopboek van de Roomsch-Kath. kerk te Oosterwle- 
mm 1796 — 1812. 

Idem van de Ned. Herv. Kerk te Boznm, 1673 — 1754, 
1754— 1772 en 1772— 1812. 

Idem te Wlnsum, 1772 — 181 2. 

Geboorteboek van de Doopsgez. Gemeente te Baard» 
1741 — 1829. 

Overlijdensboek van de Ned. Herv. Kerk te Jor- 
werd, 1734— 1781. 

Doopboek van de Ned. Herv. kerk te Huliw, 1772 — 
i8n. 

Idem van Weldam 1772—1812. 

Idem > Wieairerd en Britswerd, 1678— 1812. 

Idem » Winsain en Baard, 1700— 1763. 

Idem » Oogterlittens, 1683 — 1729,1730—1735,1735 
tot 1766. 1766— 1771 en 1772 — 1812. 

Trouwboek van de Ned. Herv. kerk te Beer», 1772 — 
1808. 

Idem van HQlaard en Lyons, 1772— 18 10. 

Idem » Mantgnm en Schillaard, 1649- 1 771 ^n 
1772 — 1803. 

Idem van Jorwerd, 1772 — 1810. 

Idem » Winsum, 1772— 1810. 

Idem » Baard, 1772 — 1810. 

Idem > Hnins, 1772 — 1810. 

Idem » Bozam, 1731 — 1770 en 1772— 1811. 

Idem > Wieawerd en Britswerd, 1772— 18 10. 

Idem » Oosterwienim, 1772 — 18 10. 

Idem > Roomsch Kath. Idem. 1796— 1809. 

Idem > Ned. Herv. Weidnm, 1772 — 18 10. 

Idem » Oosterlittens, 1692— 1735, 1736— 177 1 en 
1771 — 1810. 

Idem (contra) Idem 1772 — 1826. 

Idem van Winsnm en Baard, 1700— 1769. 

BAARDWIJ K. 

De doopregisters der Nederduitsch-Hervormden loo- 
pende van 1654 tot en met 18 10 in 2 banden. 

De doopregisters der Roomsch-Katholieken loopende 
van 1692 tot en met 18 10 in 3 banden. 

Huwelijksregisters der Roomsch-Katholieken loo- 
pende van 1692 tot en met 18 10 in 3 banden. 

.Overlijdensregisters der Roomsch-Katholieken loo- 
pende van 1692 tot en met 18 10 in i register. 

Grafboek van 1792 tot en met 1810. 

BAARLAND. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar loepen 
van de jaren 16 18 tot en met 18 10 in 4 banden. 

Aangaande aldaar voltrokken huwelijken vindt men 
in het archief: 

Trouwboeken van de Grroote Kerk loopende van de 
jaren 1618— 1663, 1665— 1671, 1681— 1810 in vier 
banden. 



Bovendien bevindt zich aldaar nog een register van 
gestorvenen loopende van de jaren i8o6— 1810. 

BAARLE NASSAU. 

Gedoopten, gehuwde en begravenen, behoorende 
tot de Parochie der Roomsch Katholieke gemeente 
van Baarle (Baarie Nassan en Baarie Hertog) van 1675 — 
iHio in 4 banden. 

Gedoopten in de Parochie der Roomsch Katholieke 
gemeente te Ulicoten onder Baarie Nassau van 1666 — 
1810 — en gehuwden van 1677— 1743 ^^ ^ banden. 

Gedoopten door de predikanten van Baarie, van 
1653 — i8io in I band. 

Gedoopten, gehuwden en overledenen van het ge- 
hucht Cagtelre onder Baarie Nassau, kerkelijk tot de 
Roomsch Katholieke Parochie van Minderhout be- 
hoorende, 1794 — i8io, in I band. 

Trou^i'boek door predikanten gehouden van 1659— 
1799 in I band. 

Idem van schout en schepenen van 17 12 tot en met 
18 10, in 2 banden. 

Grafregister van St. Sal vators kapel van 1723— 1804. 

Grafboek van 1720 — 1772, zonder aanduiding van 
plaats. 

BAARN. 

Doopregister der Gereformeerden van 1731 — 1790. 
1791 — i8io. 

Idem der Roomsch Katholieken te Baam van 1758 — 
1821. 

Idem der Roomsch Katholieken te Ter Eem en 
Sandroort (gemeente Baam), 1758— 182 1. 

Be Tnnrsehe (Thans gemeente Baam), 

Idem de Vuursche, 1731 — 1797. 
Idem ♦ » 1797 — 1809. 

Register van overlijden der Roomsch Katholieken 
te Baaim, 1758 — 1821. 

Trouwboeken der Gereforin. te Baara, 1734 — 1856. 
Idem de Vuursche, 1732^-1809. 
Idem der Roomsch Katholieken te Baam, 1758 — 1820. 
N.B. Vele acten ontbreken en zijn niet altijd volledig. 

BALGOIJ. 

De doopboeken van de Roomsch Katholieken loopen: 

het eerste van 1732 — 1765; en 

het tweede > 1766 — 181 1. 

Het doopboek der jNederduitsch Hervormden van 
1772— 1807. Bovendien is nog aanwezig. 

Een kosterboek wegens het begraven van Roomsch 
Katholieken en Nederduitsch Hervormden van 1769— 
1811. 

In deze boeken zijn ook opgenomen de geborenen 
in- en de begravenen uit het gedeelte van Nederas- 
selt» hetwelk bij de Parochie van l^algoy behoort 

(Wordt vervolgd). 



Digitized by V:iOOQIC 



— 8i — 



jPusOHea 9mo9i^ m Z«uieTeld. 



De heer en Mr. Tacobus Anthoni Duncan, geboren te 
Brouwershaven, overleden te 's-Hertogenbosch 1 1 April 
i8o6, gehuwd met Anna Maria Snijders, geboren te 
Aarle-Rixtel 9 Mei 1765, overleden 29 April 1840, 

Uit dezen echt sproten: 

i^. Comelis Marinus, geboren 29 Januari 1783, ge- 
sneuveld in den slag van ^aterlpo. 

2^ Jacobus Comelis, geboren i6 December 1783» 
overleden in Maart 1784, 

3^. Antonius Jacobus, geboren 2 Februari 1785, 
overleden 4 April 1785. 

4^ Wilhelmus Frederikus, geboren 13 Mei 1786, 
overleden in Augustus 1830. 

5^ Jacobus Antoni, geboren 25 October 1788. 

6^. Anna Carolina Louisa, geboren 24 Juni 1790. 

7*^. Maria Sophia Levina, geboren 27 Februari 1792. 

8^ Christina Frederika Wilhelmina, geboren 24 
December 1793. 

9^ Henriette Amalia Daner (sic), geboren i, over- 
leden 16 September 1795. 

Henriette Frederika Helena, geboren 3 November 
1/96, overleden in December 1799. 
Carel Willem Christiaan, geboren 30 Maart 1802, 
overleden 9 November 18 12. 

Anna Carolina Louisa Duncan, sub 6^ genoemd, is 
gehuwd geweest met Hermanus Zonneveld, die in 
1826 is overleden. 

Uit dezen echt sproten: 

i^. Anna Maria Chaterina (sic), geboren 9 Maart 18 18. 

2®. Hermanus Jacobus, geboren 30 December 18 19, 
overleden te Aarle-Rixtel 21 Augustus 1887. 

3<^. Willem Jacobus, geboren 10 October 1822. 

4^ Pieter Christiaan, geboren 5 Maart 1825. 

Afgeschreven van het schutblad van een ouden 
familiebijbel, thans in het bezit der weduwe Hermanus 
Jacobus Zonneveld, geboren van Vuuren, te Aarle-Rixtel. 



lOH 



ir 



liet geslacht Tan Njel. 



Helmond, ultimo December 1887. 



Aanteekeningen: 



AuG. Sassen. 



I W. F. Duncan (sub 4 genoemd), was boekdrukker 
I te *s-Hertogenbosch en stierf aldaar. 

J. A. Duncan (sub 5 genoemd), stierf te 's-Hertogen- 
bosch 13 Maart 1853 en was te Delfshaven gehuwd 
31 Mei 1839 "^®t Engeltje Wilhelmina van der Horst, 
die te 's-Gtavenhage 12 Mei 1869 stierf, oud 67 jaar. 
Zij hadden eene dochter A. M. Duncan, die te 's-Her- 
togenbosch huwde 7 April 1859 met D. Boer Jz., van 
's-Gravenbage. 

Omtrent het geslacht Duncan uit vroegeren tijd is 
veel in het Genealogisch-Heraldisch archief aanwezig. 

Red. 



Tot aanvulling der genealogie van bovengenoemd 
geslacht, door den heer A. de Roever Nzn. geplaatst 
op blz. 38 en volgende van den vprigen jaargang van 
dit tijdschrift, ben ik in staat uit mijne familie-papieren 
eene kleine bijdrage te leveren. 

Johan van Niel, trouwt met Catharina Tijbosch, welke 
overleed vóór 9 December 17 18, en eene dochter was 
van Rudolphus Tijbosch (ex Amold T: en Maria vajii 
Diepenbeek) overleden 15 Januari 1721 en Barbara 
van Wolfswinkel, overleden 18 November 1725. De^e 
laatste was eene dochter van Jan Jansz. van Wolfs- 
winkel en Beatrix Michiels dr. van den Ancker, over- 
leden 22 Maart 1680. 

Johan van Niel had twee kinderen: Anna Maria en 
Bemardus Judocus. 

1 . Anna Maria van Niel, overleden te Sonsbeek Dinsdag 
voor Paschen 1773, trouwt te 's Bosch 3 Mei 1722 met 
Jacob Huybrechtsz. Borret, die te Antwerpen in 1768 
is gestorven. Hun zoon Huybert Borret, overleden 
in 1780, was rentmeester der Duitsche Orde te 
Gemert en getrouwd met Maria Henriette Elisa- 
beth van der Gheest. Deze Huybert Borret was 
de grootvader van Mr. Ant. J. B. Borret, gouver- 
neur van Noord-Brabant, etc. Na zijn overlijden 
hertrouwde zijne weduwe M. H. E. v. d. Gheest 
met Petrus Adrianus de la Court, secretaris en 
later drossaard van Gemert, den stamvader der 
thans te 's Bosch bloeiende familie van dien naam. 

2. Bemardus Judocus van Niel werd in 1733 lid der 
Illustre Lieve Vrouwe Broederschap; hij -^as dros- 
saard van Megen en trouwde tweemaal: i^ in 
1721/2 met Micheletta van Engelen ofabAngelis, 
eene dochter van Petrus van Engelen of ab Angelis, 
die 4 December 17 16 overleed, en Maria Anna 
van Kessel, die 8 November 1725 stierf. Zij overleed 
den 10 Jidi 1722 zonder kinderen na te laten. Hij 
trouwde 2° met Ida Francisca Stappers, uit welk 
huwelijk vijf kinderen te Ravenstein alwaar hij in 
de 4oop-boeken Vice Satrapa genoemd wordt, 
geboren zijn, als: 

a. Theodora Maria Catharina, gedoopt 2^ Mei 1730. 
i. Jacobus Johannes, gedoopt 3 Mei 173I, overleden 
4 Mei 1733. 

c. Catharina Johanna Adriana, gedoopt 14 Januari 
1735» overleden te Megen 18 Maart 1802; zij ver- 
kreeg bij erfenis de heerlijkheid Zuydewijn, en 
trouwde met Mr. Jan Gerrit Joseph Montens, te 
Breda. 

d. Theodorus Johannes Godefridus, gedoopt 4 Februari 

1735- 

e. Johannes Ignatius, gedoopt 15 October 1736; on- 
der zijne doopgetuigen kpmt voor Maria de la 



Digitized by 



Google 



- 82 — 



Haudt, wed* van Johannes Baptist van Niel, te 
's-Hertogenbosch. 
Te Ravenstein zijn bovendien nog twee jonge kin- 
deren van hem overleden, die dus, waarschijnlijk te 
's-Hertogenbosch geboren zijn. Bemardus Judocus van 
Niel, drost te Megen, heer van Zuydewijn, overleed 
te Megen l6 April 1759. 

Verder is mij nog een Johan van Niel, medic. docter, 
voorgekomen, blijkbaar aan de vorigen verwant, zonder 
dat ik echter tot nu toe kon ontdekken op welke 
wijze. Hem werd door den grootvader zijner vrouw, 
Adrianus Gijsbertus Biedijckx, overleden te Megen 20 
December 1767, de heerlijkheid Milheeze gelegateerd. 
Hij trouwde met Anna Catharina van der Haghen, op 
29 Februari 1720 te Megen gedoopte dochter van D' 
Comelius van der H. en Maria Catharina Biedijkcx; 
uit dit huwelijk zijn mij 12 kinderen bekend, alle ge- 
boren te Megen: 
l«. Maria Catharina, gedoopt 28 December 1743, over- 
leden 13 Januari 1766. Hare meter was Maria 
Angelina, wed* van Niel, wsiarschijnlijk de groot- 
moeder van vaders zijde. 
2^ Anna Catharina, g^edoopt 13 December 1745, 

haar peter was Ludovicus van Niel? 
3^ Joannes Bernardus, gedoopt 30 Januari 1747, 
deze werd priester ; zijn peter was Bernsirdus van 
Niel. 
4**. Lucas Johannes, gedoopt 17 Februari 1750, over- 
leden te Megen 19 Juni 1770. 
5**. Wilhelmus Simon, gedoopt 28 Octoberi 751, werd 

priester en was in 1802 kanunnik te Turnhout. 
6^ Jacobus Antonius, gedoopt 13 November 1753, 
overleden 21 Januari 17 98; hij werd als minder- 
broeder geprofest te Erkelens 8 October 1781, 
werd priester gewijd te Roermond 25 Mei 1 782, 
was daarna werkzaam te Venray en Horssen en 
stierf te Megen ten huize zijner moeder. 
7^ Ludovicus Antonius, gedoopt 4 Mei 1755. 
8". Antonius Josephus, gedoopt 4 April 1757, hij is 
te Rotterdam getrouwd met Wilhelmina ten Holt 
9^ Johanna Maria, gedoopt 3I Juli 1759; zij is 2 
Juli 1798 gehuwd met Franciscus Lunenburg, uit 
Amsterdam. 
10". Franciscus Hyacinthus, gedoopt 29 October 1761. 
ir. Maria Catharina, gedoopt 1 2 Augustus 1 764, over- 
leden 13 Januari I766. 
12*. Catharina Maria Clara, gedoopt 11 Augustus 1767, 
overleden te 's-Hertogenbosch 13 October 18 16 
als echtgfenoote van Matheus Jos. Tilman. 
Docter Johannes (Oprinus) van Niel, heer van Mil- 
heeze, overleed te Megen 15 Februari 1788. 

In mijne papieren vind ik niet welke bloedverwant- 
schap er bestond tusschen den eerst door mij genoemden 
Johan van Niel en een der personen uit de genealogie 



van den heer de Roever; uit de wapenkaart van de 
Hlustre Lieve Vrouwe Broederschap blijkt echter dat 
zijn zoon hetzelfde wapen voerde: in goud twee rug- 
gelings gekeerde raven. 

AmsUrdam, Januari 1 888. Th. van RrfCKEVORSEL. 



Eene bydrage tot de genealogie van Renesse. 

«Habent sua fata libelli», is een spreuk, tegenwoordig 
meer uitsluitend op een gedrukt boek van toepassing, 
maar oorspronkelijk is dat woord gezegd van een hand- 
schrift. Dat het daarop ook zeer toepasselijk is, bleek 
mij dezer dagen, toen mij uit Haarlem een perkamenten 
handschrift werd op zicht gezonden door een vriend, 
aan wien het was aangeboden door een Parijschen 
boekhandelaar. En deze had dien codex uit Cracou, 
ofschoon niet eens regelrecht ontvangen, blijkens een 
opzettelijk half afgescheurd cex libris», en die onbekende 
Cracousche eigenaar, die het in 1786 misschien gehad 
heeft, had het niet altijd bezeten, want blijkens een 
ander inschrift gaf op 22 September 1772 de edelman 
van Auerswald het hem te Koningsbergen. Die lange 
zwerftochten zijn daarom des te merkwaardiger, omdat 
het een Nederduitsch handschrift is, en wel het Evan- 
gelie van Matthaeus, in de XV* eeuw met een groote 
duidelijke letter geschreven, terwijl de hoofdletters der 
Capittelen sierlijk behandeld zijn en met goud opgewerkt. 
Vóórdat dit Evangelieboek te Koningsbergen was, is 
het dan ook in Nederland geweest, want het behoorde 
in 1583 aan den edelman Jan Baptista van Renesse, 
die er zijn huwelijk met Adriana van Twickelo in 
opteekende, onmiddellijk onder het «eynde vanden 
Ewangelien vanden Ewangelist sinte Matheus», en in 
volgende jaren de doopsbediening van hunne kinderen 
met opgaaf der peters op de twee laatste blaadjes op- 
schreef; deze waren zeer aanzienlijke personen als 
graven van Nassau en Orange, de graaf van Hohenlo, 
de gravin van Meurs, enz. 

Ik geloof den heeren genealogen geen ondienst te 
doen door die familieaanteekeningen der Renesses te 
laten afdrukken, daar zij vollediger zijn dan de op- 
gaven, die ik van dezen tak dier familie gedrukt vond. 

Het handschrift is aangekocht door den Hoogleeraar 
Acquoy te Leiden. 



Leiden, 



Dr. W. N. du Rieu. 



Heer Jan Baptista van Renesse Is inden heiligen 
Eestant getreden met Juffer Adriaen van Twickello 
dfi 1583. den 27 Octobris. 

Dit zijn dezer Eeluiden Kijnderen. 



Digitized by 



Google/ 



- 83 - 



1. A^ 1584 den 13 Aug^sti, smorgens tusschcn halt 
negen und .9. uren is geboren Anna Maria, die 
peters waren, freulin Maria van Nassou und Orange. 
Philips Graef z\x hohenlo. Adeheid van Bronckhorst 
van Bathenborch, vrou van Renesse wulven und 
wulpe. 

2. A^ 1586. den .7. Augusti smorgens ontrent 5. 
uren is geboren Walburch ons Dochter und sterf 
den 27. September daer aen. die ge vaders waeren 
door Haer krenckte Everwijn van Eschede, Beatrix 
Weda und henrick ten Over. [tot] Hasselt begraven. 

3. A^ 1588 den .15. Junij snaemiddaechs te half drie 
uren. Is geboren Johan Adolph van Renesse, die 
gevaders waren sijn Ex*' Graeff Mauritz van Nctssau 
en Graef floris van Culenborch und Walberch ge- 
boren gravin van Meurs en van Niuwenaer. 

4. A*^ 1589 den .11. Novembris smorgens omtrent .7. 
uren is geboren Catharina Margrieta. die gevaders 
waren. Gerhard van Renesse heer vander Aa. 
Ghertruidt van Nienrode vrou tot Saesfelt, unde 
Clara van Renesse vander Aa vrouw tot Rijssen- 
borch. 

5. A^ 1590. den .9. Decembris smorgens een quartier 
na^ .5. uren Is geboren Jaspar frederick, die geva- 
ders waren, heer Jacob taetz van Amerongen Lant- 
comtur tot Utrecht heer Frederick van Renesse van 
wulven und wulpe Domheer en thesaurier tot Utrecht 
und Juffer Dirck van Scherpeseel vrouw tot Duven- 
voorde Sterf den 26 Junij a^ 1593. tot Hasselt 
begraven. 

6. A^. 1592 den 3 Martij tsavons te .7. uren is geboren 
Jacob Diderick, die gevaders waren, Amelis van 
Nivelt, Wolter van Craijestein und Juffrou Odilia 
utenEng weduwe Colenberch. 

7. A^. 1593. den 18 Julij snachts te .12. uren Is ge- 
boren Caspar frederick des naems de tweede, ge- 
vaders waren Juffer Margriet van Raesfelt, Wicher 
inden vos en Willem Snell. door sijn crancheyt. 

8. A^. 1596 den 25. Aprilis tsavons corts na 7. uren 
is geboren Alexander Emanuel die gevaders waren 
Cap*. Johan wevert Adolph van Rechteren und 
Juffer Otto van Bellinckhof. 

9. Anno 1597 den 7. Octobrissnachtsontrent.il. uren 
is geboren Alidt Aldegunda die gevaders Mar- 
grita van Raesfelt ons caraenier Dircgen en Claes 
fockinck alias oosters, door haer crancheyt. 




Uet hals Patten en het hals Orersinge te 
Uarelte. Pror. Drenthe. 



Het huis Oversinge of zooals het vroeger werd ge- 
noemd «den Hof thoe Oirsinge» gelegen bij 't dorp 
Havelte, provincie Drenthe, mogelijk vroeger de hoofd- 
hof van de markte Eursinge, was leenroerig aan den 
huize Putten ten Overijsselschen rechte. De korte inhoud 
der nog aanwezige leenbrieven van af 1689 volgft 
hieronder. 

In en vóór 1645 waren eigenaren van het huis 
Oversinge, Geraert Struuck en zijne echtgenoote Mach- 
teld van Steenbergen. Zij verbouwden het huis zooals 
het zich nu nog vertoont. Hunne wapens, vereenigd 
in één schild, zijn, uitgebeiteld op steen, in den achter- 
gevel aangebracht. 

Het is gedeeld: i Struuck: Doorsneden, a in zilver 
drie groene lauriertakken naast elkander; b in rood 
drie zilveren leliën. 2 Steenbergen in goud een zwarte 
adelaar. Alles gedekt door een gekroonden helm. Helm- 
teeken drie zilveren pijlen de punten omlaag. 

Volgens scheiding^protocol van 30 Augustus 1645, 
verkrijgft hun zoon de landschapssecretaris Jan Struuck, 
Oversinge. In 1683 kocht Wilhelmina van Bonnema, 
wed. Sichterman, dochter van den kapitein Albert van 
Bonnema en van Anna Struuck het goed uit den gras- 
velligen boedel van den kapitein Struuck en verkocht 
het 26 April 1687 aan haar zoon Joan Albert met 
zijne echtgenoote Helena de Wilmsonn. Bij hun kin- 
derloos overlijden verkochten de erfgenamen 4 April 
17 13 het zelve aan hun neef den gedeputeerde Joan 
Sichterman, van wiens weduwe de majoor der cavalerie 
F. W. van Carpenter het verkreeg in 17 17, die het 
in 1720 weder verkocht aan den Gedeputeerde Wolter 
Kymmell, in wiens geslacht het verbleef tot het over- 
lijden in 1876 van den laatsten eigenaar, Dr. J. Lun- 
singh Kymmell, waarna het overgang in handen van 
den echtgenoot zijner eenige dochter Mr. J. Linthorst 
Homan, lid der Gedeputeerde Staten van Drenthe te 
Assen. 

De Leenbrieven. 

Op den huize toe Putten, 26 September 1689, oor- 
kondt, Christiaen van Lennip, leenheer des Hoves en 
des Heerlyckheits toe Putten, dat in bijzijn der mannen 
van leene des huyses toe Putten, Reyn P' Nock en 
Willem Camp, vrouwe Willemina Bonnema, wed. 
Sichterman, bijgestaan door haren momber Wolter 
Jan Schaap, ten behoeve van haren rei publ. causa 
afwezigen zoon, Johan Albert Sichterman, van den 
huize toe Putten in leen ontving het ten Overijssel- 
schen rechte leenroerigh goet: het HofiF toe oversinge 
en dat cotlant in den lande van Drenthe, carsspel 
Hesselte-Havelte waarvan de momber Schaap hulde 
deed en den eed van trouw aflegde. 



IE2L 



Digitized by 



Google 



- 84 - 



Op den huize toe Putten, 22 Juni 171^, verklaart 
Machteld Agnes Schaap, douairière van Lennip, vrouw- 
des huizes Putten, bijgestaan door haren gecoren hul- 
der Heymerik toe Water, en in bijzijn van de leen- 
mannen Wynand Zeino van Hoekelum en Andries 
Zakerowietsky, dat zy krachtens afstand en refutatie 
van vrouwe Suzanna Helena Groothuis, wed. Rengers, 
en van Wolter Kymmell, gedeputeerde en Ette der 
landschap Drenthe, als erfgenamen van wylen Helena 
de Wilmsonn, douairière van den overste Sichterman 
in d^ 20 Martii 1717 methet Hof toeOversingeetc. etc. 
beleende vrouw Johanna Isebrands, weduwe en boedel- 
besittersche van Joan Sichterman, gedeputeerde Staat 
en Ette van Drenthe, en den persoon van haren volmacht 
Dirk van Ruiven, secretaris des Quartiers van Veluwe, 
die hulde en eed van trouw deed. 

Op den zelfden datum als boven verklaert de zelfde, 
dat sij krachtens refutatie van de leendraagster, vrouw 
Johanna Isebrands, verder als in de vorige^ beleent 
den heer Frans Willem van Carpenter den aankooper, 
den verkoop door de wed. Sichterman gedaan tevens 
goedkeurende. De leenmannen zijn ook dezelfde. 

Christoffel Daniel van Coevorden, leenheer van den 
huise en Heerlijkheit toe Putten, in bijzijn zijner leen- 
mannen Jacob Wilmson en Gerrit Jacobsen beleent, 
23 October 1724, uit kracht van zeker coop of over- 
dracht de dato 24 October 1720 den Heer Wolter 
Kymmell, Gedep. Staat en Ette van Drenthe met den 
Hof toe Oversingen etc. etc. Waarvan de beleende 
hulde en eed van trouw heeft gedaan. 

Johanna Catharina Elisabeth van Lennip, douairière 
vati Georg Warner Jacob van Lennip, geadsisteerd 
met den secretaris R. O. Schrassert, Oorkondt, 20 
December 17 50, op den huise Putten, dat, de Secre- 
taris Jan Kymmell tot Havelte oudste zoon, in plaats 
van wijlen zijn vader den Ged. Staat en Ette van 
Drenthe Wolter Kymmell is beleend met het Hof toe 
Oversinge etc. etc, waarvan des beleenders volmacht 
Rijnvisch Feith, med. Doet. en lid van de gesworen 
gemeente der stad Swol hulde gedaan en trouw beloofd 
heeft bij handtastinge. 

Douairière van Lennip voormeld, bijgestaan door 
haren gecoren hulder Mr. Gijsbert Gert Sandberg, 
secretaris der stad Elburg, Oorkondt dat, den 25 Nov. 
177 1, bij gebrek van Puttensche leenmannen, in bijzijn 
van Jan Munnik, leenman des Furstendombs Gelre en 
Graafschaps Zutphen en Everd Knyff leenman int 
Capittel van StjMarie te Utrecht, aan Mr. Jan Kymmell, 
raad en Landschrijver van Drenthe, vertegenwoordigt 
door zijn volmacht Jan Top is toegestaan om te tes- 
teeren voor den dagelijkschen rigten over het Hof 
toe Oversinge etc. etc. 



Ar ent Christiaan baron van Coeverden, Heer deshuyses 
en Heerlijkheid Putten en den Schuilenburg etc, bijge- 
staan door Gerrit de Vos, leenman van den huyse 
Putten en Evert Knyff, leenman van St. Marie 't 
Utrecht, bij gebrek van een tweede puttensche véusal, 
Oorkondt, den 7 April 1775, op den huys Putten, dat 
hij. Mr. Jan Kymmell Raad en Landschrijver van 
Drenthe, kracht volmacht gepasseerd te Assen voor 
den heer baron van Echten en Echtens Hoogeveen 
en W. Lunsingh beide Gedeputeerde Staten en Etten 
der Landschap Drenthe leenmannen van Borculo en 
Overijssel bij gebrek van puttensche leenmannen, den 
17 December 1774, vertegenwoordigd door Mr. A. P. 
Lemker van Breda, op diens verzoek gemelden Mr. 
Jan Kymmell met de ledige hand beleende met het 
hof toe Oversinge etc. etc. waarvoor genoemde vol- 
macht hulde en trouw beloofde. 

Arend Christiaan baron van Coeverden als voren 
bijgestaan als voren, Oorkondt, den 22 Augustus 177 8 
dat hij Mr. Wolter Kymmell, leenvolger van wijlen 
zijn vader Mr. J. Kymmell, op zijn verzoek beleende 
met den Hof thoe Oversinge etc etc. zooals Mr. J. 
Kymmell daarmede op den 20 December 17^0 en 7 
April 1775 is beleend. Blijkende verder uit de oorkonde 
dat Mr. W. Kymmell bij handtasting hulde en belofte 
van trouw heeft gedaan. 

Alle bovenstaande leenbrieven waren door de leen- 
heeren onderteekend en van hun aangeboren zegel 
voorzien, van welke laatste echter velen zijn verloren 
gegaan. 

Wie vóór Gerard Struuck en Machteld van Steen- 
bergen den Hof toe Oversinge in eigendom hebben 
gehad is mij onbekend, daarop zouden de oude leen- 
registers van den huize Putten wellicht antwoord 
kunnen geven, maar bestaan die nog en waar zijn 
dezelve te vinden? 

Gaarne zoude ik daar antwoord op ontvangen. 

Utrecht, Mr, J. W. Kymmell. 



WapengraTaren ran MIcbel Ie Blon. 

(Hierby een plaat), 

In den vorigen jaargang deden wij de belofte, nog 
van een viertal der fraaie wapengravuren van Michel 
Ie Blon een reproductie te geven. In dit nummer voldoen 
wij hier aan. Wanneer een onzer lezers de namen der 
familiën, welke de?e wapens voeren of gevoerd hebben, 
bekend mochten zijn, dan houden wij ons voor d§ mede- 
deeling daarvan aanbevolen. 

Misschien zijn het fantstóiën, gemaakt om als modellen 
te dienen voor wapenteekenaars, enz. Red. 



M 



Digitized by 



Google 



Behoort bij K° 3 van net Algemeen Nederiandscli Familieblad, S^ Jaargang, 1888. 



Wapengravuren van Michel Ie Blon. 



Digitized by VjOOQIC 









Digitized by V:iOOQIC 






« ^ — 



9 



O 

I 



u 






00 



r^ co 



> •* 
O 

c 



o G 'S «^ ^ 






c 

> 









<y 'm 

PQfH 



> 2 

o ^ 



^- ^ > C «tf ^ *^ 



S S -C .- 



PQ g 



c 

< o > 

Tj- o-C 
« o «2 

S 0) SJ 



S3 
cd 



- 85 - 

« -* -c S fe 

^ ^ ,^ 4J O 



^ C <D 



s o 



co 

C 

3 _ 

imPQ 

ü 4- 






00 



2 :3 

(O _2 












E 

•3 00 



"S <^ - 



'^^ cd 
cd o 



I o 



O 0) 

> bo 

o cd . 

^^ 'S 






(d »o p 
c « bo 

cd C 



Va C 

.S •o 



»; 



l/i 



q-ë - 

r>. cd ex, 

no e) o 5 



'M C o P TÏ 



I'S 1°' 

cd o C 

- « i 
o tg 2 

Cd ch 
- •O ^ fo Cd 



1-; *^ 

o o 

> *^ 

o ^^ 

<5*55 

ro5J 

^-6 



Cd 



- -^ a 

> ^ S? 

cd booo 

'u jbd cd 
•O O Ê 

§ 2| 



o 

a 

0) 

i-g 









cd ^ 



u 



o ^ o o ir: vL^ 

V;? ^ rln rt bfl-^ 



cj ^j cj w ;z; 

•S *^ c- O . 






CO CO > u:: 

o o ^ ^ ^A > 

* o ^ 

bo * TI^ ' o 

<d^ cd 3 ^X> 
^ 0) o o _^ 

8 rt rt cd-s 

o o g ^ 4n ^ 

<y n c _5 S 

JD -'s o^ oiJ . 

*-• ti ^ 00 
u - 



tTrt 







'"^^^^t^&ê 



c 
jd 

'S 

(4-1 
-§ 



^ Soo ::£' 



>^ c3 o > . 

00 O .C M J3 M M 



NJ 

*; o 3 wi ^ • 

C TJ g 2 cd " 
« ^ i^ ^ o 

•c 




p > 
boo 








cd 



r-; 00 

fes 






-5-^ 



Si S^^^iJ<J 



^ 2 »- Sc-c 
rO rt 2 S o 
o . g «^ > 

> » <n cd »N 
g 00 S -C . 



00 



4J 



/ 






00 



^'•S 






ö ^ 

E S c " 

bo ^ S 

•S 00 cd 5^ 

C 00 o E 

«^ ^ c o 



o 



/ 



g-S |c/3 



CU 
M cd 



> 
O 

o 

00 



o - 'Ji 
<«-» ^^^ c 

•g-I" 
^ c'SO 

co o '^ « 

•c T •— ^ *-« 



^' cd 

> O 
O 'O 



o O^ co 
00 rs 
►- 00 ^ 

•s " « 
o< § 

2 2-^ 
:^ §^ 



•2- § 

c * 



00 



00 

E 

cd 
•O 

c 

•g 

co 
•O 

»3 



'S 

bo 
bb 



0) 



bo 

a 

cd 

•c 

cd ^ 

> 
O 



00 

> 



E 


1 


^ 


c 




c^ 


< 


•g 




co 


TS 


4i4 


•^ 







, 


^ 


^ 




P 





bo 


4J 



vO 
00 



bo 



E 



t 
bo 

co 

C 

O 

Q 

c 

cd 

cd 

•c 



c 

O) 



9 
O 



H 
•c 

•o 

< 



O 

2 
O 



'S 

bo 



•o 

c 

cd 

cd Ti- 
C « 

O) S 
ffiQ 



co TJ 

il 

3 
O ^ 

>> 

O 

cd 
Q 

-£ 

o 

•o 

<3 

'C 

'O 
c . 

> 

o 



Digitized by 



Google 



— 86 



1 

a 
O 

I 



s 

08 



i 



es 



p 


t: 


< 


§J 


-cl- 


o 


M 


vO 




NO 


TJ 


vO 


O 




bo 


•^ 




)h 


o 

l-i 
ü 






>» 

«> 



i 



O 



08 



2 

1 

as 

CD 



< bot: 



O 


0) 


4J 


•M 




ü 


(1) 


l-l 





« 


> 


vO 


9 


o 




<D 






e E s 


O 


(U 


a> 


s^-g 


'S 


•1 


c 


c 


^ 


•c 


Ui 



Q ^ 



«Ö _C) --h' 



P bO > r^ 

^-o oT S O - 
o <M ^ K .'S 

<^ o C Q. 

- ►- > 4S << 



o ^» 



cq rt O 

S M O ^ 






bOL! 



C/J 

O) 

£ E S 

o; (D o 
bOrC -fl 
l- ü O 

5 c c 
- o o 

§00 



-. ü 

>0 G) 



•d o'^iJ 

^ C) OJ > 

beo o 



- 3 



«o ^ -= P=^ ^ 

- - > 4^* <5 



-< U) - O c 



t- o O • 

5 0) ! 

S fe S > ' 

^ ^ c ^ ' 
• o o *-• 

be P 2 < 
2 - .'S* 






"'t 



'I-SI 



Digitized by 



Google 



87 



m 



O ctf ^• 

..5 <X> 



\ 12 " 



■= - 1 



l ^ 00 



i§2 



a 



s? 



Ë.^ 



"3 : <5' 






os 



rt rT 



1 

o - 






T -O 'Ö 



o Xi 
Ui boo 



^ CJ boo 



> 



o 



p X p ^ 






o "^'ti fel 

TS r« ^ ^ <D C3 «>l 









2 *C ^ o 



0) 

o 

N 

-O 



O > 5 
bo o X 



ü > 
boo 



•o 

c 

'S 

O 



U3 c^ o '^ 

3 ';3 o "• 
:^^^ 

o ü o 

boo W boo 



:3^ 



o 



C o 
c ^ 



O 



=^ p > 2 g ;:r^ <^ 



> ^ 

boo -^ 



> 
o 






►J o X< boo 



E 
^1 



o 
-d 






o 
o 



00 



sw 



K boo43CJf> boo N 



S^s 



^ s i> 

^•c > 

O g o 

bpo o 



00 0) 

-•o 

cf O 
^ 00 

C ï^ 



*4 _c *^ ^ "^ 



,a>-a3 bo> « 



g ^ rt 



boS 



*^ .3 M no c ^ 

Kr C W "Sv 0) ^ 



U ^ 



ü > <^ 









1$ 



'.a 



O ^ O ^ ri# -;-3 ^\» >4i^ - - » *w 



is te 

^ 00 00 

'U 

C 




•c 



o 



!3 









•tt> - - I - 



4J 00 J2 

§.:> 

»^ 5 o . 
c C rt 









o 



<D 
0) > 

boo 



t^ o 

o o 
00 SI 

o 
»« c 

o ^ 



P 

^ • S-i »^ * l-« 

t/^ Xi o > ^ o 
o ^ p o > 
bo o ^ bo o 

rf C «? cd nj 
w CU bo rt «J 

< !3 os^t: 

o rt - 

*t2 



•d r^ (D > 
O) 

bo-r bo^ 92. 
^: S ^ bo ir 






I 



1 00 "^ ^ 
^ ^ Ih 



O 
00 

> 

O 



-§< 

bo<^ 

•M M 



1 



-C > 

-'t 

& O 
00 O 



u 

> o 
00 

<> *^ 

p 

»— >00 

bo 
cd 

X 

c 
o 

% 



.Q^ bo.w 



o 



o 

C 
c 
bo ^ 

c o 
o o> 



bo 



u 

> 
o 



4J 3 •-• H* 



ü 



ei 
P 

o 



bo 



fö - 

O -M 

,-3 cd »o 

u C »-i 

O .P 

s > 

^ u c 

ÊÜ 
o * 

iJ O^ 
C/3O 

^ !rt o 

cd 2 'M 
cd 2 o 

S ËO 
<y "^ 3 

.'S Ë 

-^ Ë:S 
o P '^^ 

i -^ 

o > 
^ o , 

5 N 'O 00 

Ou ^ 

w-o s ê- 



bo 

c 
cd 



u 

> 
O 

rC 

O 
00 





T 


00 


Cli 




< 


4-* 




u 


»o 


cd 




cd 


1^ 


>ï 


i 


rO 


E 




^ 



-3 1 iJ 



'S 
bo 



c 
^ • 

ll 

'S Ë 
o o 

cd O 

'S M 

'S 



0) 

o 

vO 
O 
00 



E 

> 

o 



!3 

cd 

E 



t •*-» 

'^ i 

bo 

co 

p 

& 

p 

o 



o 



^^ 

cd 00 

Ë ^ 

:5S bi) 

^^ 

o 
bog 

af g 
g E 

^ E 

P O 






cd 



o 

c 

•d 

p 



'S 

•o 

(O 

o 



.Ü 



Digitized by 



Google 



— 88 — 



BesehrijTing yan de wapens der familiën aan het 

geslacht Onwens verwant, Toor zoorerre die 

bekend z^n en niet fti Rietstap's Armorial 

Toorkomen. 

Brouwer. In zilver negen gouden leliën, 4, 3 en 2. 

van Clevesteyn, In goud een zilveren keper, beladen 
met drie roode rozen, vergezeld van onderen van een 
rooden halven leeuw, van boven van twee groene 
klaverbladen. 

Corssendonck. Doorsneden: a in blauw drie oranje- 
takken met appels 2 en i; ^ in zilver een burcht met 
wal en gracht 

van Domselaer. Gevierendeeld: i en 4 in rood twee 
gouden sterren en een zwart klaverblad (a en i); 2 
en 3 in zilver een rood ankerkruis. 

van Engelen. In goud drie zwarte schuingeplaatste 
kuipershamers (2 en i). 

van Gennep. In zilver een natuurlijke tulp, groen 
gebladerd en gesteeld op grasgrond, waarboven een 
gouden hertogelijke kroon. 

van Gogh. In zilver een zwart merkteeken. 

Groot. In zilver een zeilend schip van natuurlijke 
kleur op een zee van hetzelfde. 

Hoevenacir. In goud een halve roode leeuw. 

Holland. In een blauw schild, bezaaid met zilveren 
leliën een klimmende zilveren leeuw. 

de Jong. In zilver twee roode klimmende toegewende 
leeuwen. 

Kloeck. Gedeeld, i Doorsneden: ö: in zilver een blauw 
kruis met vertikale streep boven het kruispunt, aan 
weerszijden vergezeld van een zwarte roos of ster; b 
in blauw een groen vijfblad. 2 in goud een zwarte 
adelaar. 

Leyden (Peronneau van). Gevierendeeld: i en 4 
doorsneden: a in* blauw een gaanden zilveren leeuw 
(van Leyden); b in zilver een gouden keper; 2 en 3 in 
rood een rechtopstaande degen waarom een slang zich 
kronkelt, alles van goud (Peronneau). 

Macalester. Gevierendeeld: i in zilver een roode leeuw; 
2 in goud een geharnaste rechterarm, houdende in de 
bloote hand een rood herkruist kruis; 3 in goud een 
zwart schip met roode vlag; 4 in groen een zwem- 
mende zilveren zalm. 

van Meerten. In groen een gouden kruis, vergezeld 
van vier omgekeerde wassenaars van hetzelfde. 

van Niel. In zilver twee ruggelings geplaatste rood 
gebekte en gepoote zwarte kraanvogels. 

van Nippel. In zwart drie goud gekroonde liggende 
zilveren visschen boven elkander. 

van den Oever (Chatillon). In rood drie palen van 
vair met een gouden schildhoofd, het schildhoofd bela- 
den met een halven zwarten leeuw, genageld en getongd 
van rood, of wel beladen met drie zwarte schelpen. 



Ouburg. In blauw twee van zilver en blauw gescha- 
keerde dwarsbalken, elke balk in twee rijen van zeven 
stukken. 

Ravens. In goud drie zwarte raven (2 en i). 

Rietveld. In goud drie zilveren spitsruiten (2 en i), 
aan de punten van bolletjes voorzien. 

Rocatus. In blauw een zilveren berg, beladen met 
een groenen tak, vergezeld van boven van drie gouden 
sterren. 

Roering. In goud een groene boom op grasgrond, 
om welks stam een zwarte ring, waartegen twee op- 
staande reeen steunen. 

van Sprang. In blauw een . • . boom. 

Stuyling. In goud een klimmende groene griffioen. 

Sijms. In blauw vier (3 en i) gouden zwanen. 

van Toulon. In zilver een rood sterrekruis met een 
blauwen dwarsbalk daarover heen. 

van Utrecht. Doorsneden van zilver en zwart met 
een griffioen van het een in het ander. 

van Wardendel. In zilver een zwart molenrad van 
zestien spaken. 

Witte. In rood twee ruggelings geplaatste zilveren 
vleugels, in het schildhoofd vergezeld van drie zilveren 
ringen. 



'S'Gravenhage, 
April 1888. 



Chrn J. Polvliet, 
Kapitein Inpenieur. 



Genealogie yan het geslacht Onwens. 

Familieblad 1888, blz. 74. 

Ik vind ook eene Derxken Ouwens als doopgetuige 
bij Herman en eene andere Ermken Fock, tweelingen, 
II September 1640, te Nijmegen gedoopt als kinderen 
van Simon Fock en Derksken Roukens (met Jan van 
Gent, Hendrik van Megen en Gijsbertjen van Gent). 

Deze Derxkeit Ouwens kan dochter geweest zijn 
van Johan Ouwens, t. a. pi. vermeld en van Agnes 
Roukens, wier vader Derk heette, in 1582 burger- 
hopman te Nijmegen was, in 1602 stierf en ook de 
grootvader was van Derksken Roukens, huisvrouw van 
Simon Fock. 



M. 



V. B. F. 



De kwartierstaten van bladzijde 75 behooren, volgens 
aanteekeningen onder mij berustende, te worden aange- 
vuld en verbeterd, zooals hier onder staat opgegeven. 
i\ Anna Gooi is geboren 16 November 1606, waar- 

sch^'nlyk te *5-Gravenhage. 
2^ Adriaan van Sprang, overleden 28 Januari 169 1, 
huwde Anna van Herwaerden, overleden i Decem- 
ber iyo2. 



Digitized by 



Google 



- 89 - 



3®. Mr. Comelis yan Someren, overleden 26 April iyo*j^ 
huwde 12 Maart 1686 Anna van Sprang, geboren 
en overleden te Gorinchem, 

4^ Cornelia Brand is overleden /j November 1751. 

5®. Johan van der Meulen huwde Hendrika van der 
Ameyden. 

6®. Johan van der Meulen (zoon van den voorgaande), 
geboren in 16^;}, overleden den 10 Atigtcstus i'/io, 
huwde 2 Maart 1666 Margaretha van Herwaerden, 
overleden j/ Mei ijoy, dochter van Aart van 
Herwaerden en Anna Snoeck, 

7®. Matthijs van Herwaerden en Johanna Snoeck 
hebben geen kinderen gehad. 

8®. Anna van der Meulen is geboren 23 Febrtmri itdg, 

9®. Mr. Diederik Ouwens huwde 2j November 1734. 

Amsterdam, 3 April 1888. 

Mr. J. E. VAN Someren Brand, 



Geslacht Dikker». 



In de genealogie Onwens van de hand van den heer 
POLVLIET (Algem, Ned. Familieblad, V, blz. 74), komt 
de eenige dochter voor van den ingenieur van den 
waterstaat in Indië Dikkers, wiens voornaam aldaar 
Theodorus heet. 

Op 3 October 1844 benoemde de kantonrechter te 
Zwolle op het verzoek van Johanna Elisabeth Krauss, 
weduwe van Hendrikus Dikkers, die op 7 Februari 1838 
op zijne terugreis uit Indië overleden was, een toe- 
zienden voogd over hare minderjarige uit dit huwelijk 
geboren kinderen Johan Hendrik Dikkers, oud 15 jaar, 
en Dorotheus Dikkers^ oud 9 jaar. 

Met den voornaam Dorotheus komt vorengenoemde 
ingenieur voor in de mij onder de oogen gekomen 
stukken: als D. Dikkers onderteekent hij de aankon- 
diging van het overlijden van zijne moeder, overleden 
te Batavia 13 April 1852, en van zijnen broeder Johan 
Hendrik, student te Delft, aldaar overleden i Juli 1852. 

Zijn vader Hendrikus Dikkers, geboren te den Ham 
(Overijssel) 8 April 1803 maakte met zijne moeder, 

dochter van Krauss en Anna Catharina Krok, 

voor den notaris H. L. J. van Barthold te Samarang 
den 2 September 1828 een testament, waarbij zij o. a. 
elkander over en weder benoemden tot regeerend en 
administreerend voogd over hun staande huwelijk te 
krijgen kind of kinderen. 

Deze Hendrikus Dikkers was een zoon van Jan 
Dikkers, geboren te Eexta 7 Juni 1765, procureur bij 
de rechtbank van eersten aanleg te Almelo, en ver- 
moord in 18 16, zijnde hij blijkens de in de overlijdens- 
registers te Stad Delden onder 23 Juni 1816 voor- 



komende acte «dood uit een waterplas te Azelo gehaald», 
uit diens tweede huwelijk den 6 Mei 1795 te den Ham 
gesloten met Janna Vasters, gedoopt te Holten 22 
Augustus 1773, overleden te den Ham 4 Maart 1842. 

Jan Dikkers was de eenige zoon van Egbert Gerrit 
Dikkers, gedoopt te Rijssen 7 April 1737, uit diens 
te Eexta op 4 Februari 1759 gesloten huwelijk met 
Hillegjen Edzkes. 

Egbert Gerrit Dikkers voerde, evenals zijne broeders 

Jan Hendrik Dikkers, schout te Vriezenveen, gedoopt 

te Rijssen i October 1723, overleden te Vriezen veen 

16 Maart 181 1 en Hendrikus Dikkers, burgemeester te 

Rijssen, gedoopt aldaar 9 Juni 1743, overleden aldaar 

23 December 1802, geboren uit het op 16 Juni 1720 

te Holten gesloten huwelijk van Jan Dickers, schout 

te Rijssen, en Derckje Harmelink, het hieronder 

omschreven wapen waarvan de kleuren uit de afdrukken 

niet blijken. Een schild, beladen met eene ronde gesp, 

versierd met vier roosvormige figuren, waarvan de 

tong en fasce ligt met de punt naar de linkerzijde; 

midden op de tong evenzoo eene roosvormige figuur. 

Schildhoofd beladen met 3 rozen en fasce. Schildvoet 

beladen met twee fasces. Geboorde, getraliede, gesierde 

en gevoerde helm, gedekt door een wrong. Helmteeken : 

eene vlucht, waartusschen een van de rozen van het 

schild. 

Mr, R. E. H. 



Geslacht Omeling(h) te Nijmegen. 

Wapen: Zie bij RIETSTAP, Armorial général , Il , 
p 348. Het schepenzegel van Mr. F. J. Omelingh 
(zie beneden), waarvan een afdruk in rood lak in *t 
archief te Nijmegen bewaard wordt (i), heefl evenwel 
de .... i la barre de . . . ., chstrgée de trois roses 

de .... (sans feuilles ni tiges). Cimier: une rosé de 

entre un vol de ... . (kleuren niet uitgedrukt), en bij 
den heer Th. H. A. J. Abeleven te Nijmegen is een 
teekening aanwezig, die het wapen vertoont als: in 
zilver een rcode dwarsbalk, beladen met drie gouden 
spoorraderen. 

I. Frans Omeling, beziender (2) van Genneperhuis, 
trouwt Catharina Kloens, waarbij eene dochter: 



(1) Zie Verslag der commissie ter bewaring van gedenkstukken 
van geschiedenis, etc, te Nijmegen 1882. Eene teekening daarvan is 
mij verschaft door den heer Ph. D. C. Hulst aldaar, ambtenaar van 
den burgerlijken stand, een man van grooten ijver en de loffelijkste 
nauwkeurigheid. 

(2) De beziener was de aan iederen tol verbonden beambte, die 
bij den tol de goederen visiteerde en aan den tollenaar opgaf in 
hoever die tolbaar waren. Dit blijkt o. a. uit de instructie van den 
„besiender opte wachte van den grooten Gelderschen toll die men 
op de riviere van de Wahle boven ende in 't Rijck van Nijmegen 
ontfanckt." Men vindt een Kanis, een Engelen als bezienders. ' 



Digitized by 



Google 



— 90 — 



1^. Catharina Omeling, trouwt te Nijmegen 25 Febru- 
ari 1694 Gerardus Fock, gedoopt te Nijmegen 
16 Juli 167 1, overleden vermoedelijk te Valburg 30 
November 1 745, predikant te Valburg en Homoet 
Een zoon van Frans Omeling en Catharina E^oens 
was vermoedelijk ook: 

II. Melchior Omelingh, procureur te Nijmegen, over- 
leden te Nijmegen en werd begraven 6 September 
1730 in de St. Stevenkerk aldaar, trouwt te Valburg 
7 Juni 171 1 Margaretha van Eist, waarbij één kind, 
dat volgt III. 

III. Mr. Frans Jan Omelingh, gedoopt te Nijmegen 
6 Mei 1 7 1 6, advocaat voor het hof van Gelderland, 
overleden aldaar en werd begraven 9 Juni 1741 in de 
Si. Stevenskerk, trouwt te Nijmegen 30 Juni 1739 
Elisabeth I^Iaria Taree, dochter van Jacob en van 
Susanna van Haansbergen, waarbij twee kinderen: 

I®. Margaretha Comelia Omelingh, gedoopt te Nijme- 
gen 3 April 1740. 
2®. Frans Jan Omelingh, die volgt iv. 

IV. Mr. Frans Jan Omelingh, geboren te Nijmegen 
29 October (gedoopt i November) 1741, overleden 
aldaar 22 en begraven 25 September 1795, schepen 
en raad van Nijmegen, trouwt te Batenburg 12 Mei 
1767 Maria Rappard, geboren te Nijmegen 14 October 
(gedoopt 18 October) 1748, overleden aldaar 15 Februari 
18 14, dochter van Willem, landschrijver van 't Ampt 
tusschen Maas en Waal en van Naletta Pieck. Hare 
kwartieren waren (volgorde misschien foutief): 

Rappard Pieck 

Knippingh Vonk 

de Vrijer (?) van der Voordt 

Smits Vermeer. 

Mr. Frans Jan Omelingh en Maria Rappard hadden 
twee kinderen: 

i^ Susanna Jacoba Omelingh, geboren te Nijmegen 
19 (gedoopt 21) Februari 1768, overleden te 
Ubbergen 2 Januari 1840, trouwt i^' te Nijmegen 
6 October 1785 Amoldus Abele ven; 2<^ 30 Augus- 
tus 1793 Marcus Theodorus Hendrik Exalto dAl- 
maras, geboren te Hengelo 1 Juni 1767, over- 
leden te Nijmegen 14 November 1822, predikant 
te Oy en Persinge (i). 
2®. Willem Coenraad Omelingh, die volgt v. 
v. Willem Coenraad Omelingh, geboren te Nijmegen 
1 1 (gedoopt 14) Maart 1770, overleden aldaar 29 Novem- 
ber 1823, den 18 April 1787 luitenant bij de genie, 
trouwt te Tiel 15 Juni 1794 Gerarda Verkerk, geboren 
te Tiel den . . . . , dochter van Hendrik Peter, en ... . 
Bols. Zij hadden zeven kinderen: 

1^ Francina Janna Maria Omelingh, geboren te Tiel 



31 Maart 1795, ongehuwd overleden te Bergen 
op Zoom I Mei 1851. 

2^ Elisabeth Maria Omelingh, geboren te Tiel 27 
December 1800. 

3®. Naletta Maria Omelingh, geboren te Tiel 24 
(gedoopt 31) Januari 1802, trouwt te Nijmegen 
14 of 15 Mei 1840 Carl Friedrich Caesar Scheurer, 
geboren te Dillenburg in Nassau 20 Mei 1805, 
luitenant, later kapitein der infanterie in Neder- 
landschen dienst, zoon van Johann Christian Her- 
mann Scheurer en van Sophia Carolina Christina 
ter Linden. 

4®. Hendrina Petronella Gerarda Omelingh, geboren 
te Tiel 6 December 1804, ongehuwd overleden 
te Nijmegen 19 Maart 1835. 

5^ Anna Gerharda Omelingh, geboren te Tiel den 

, overleden te Nijmegen ... September 1806, 

begraven den 15 September in de St. Stevens- 
kerk aldaar. 

6^ Anna Gerharda Omelingh, geboren en overleden 
te Tiel. 

7®. Peter Jan Omelingh, geboren en overleden te Tiel. 

Uit mijne familiepapieren en welwillend door den 
heer Abeleven, bovengenoemd, medegedeelde aantee- 
keningen, trouw- en doopboeken. 



Middelburg, 



Mr. B. F. W. VON Brucken Fock. 



(1) Zie A. A. VoRSTERMAN VAN Oyen, Slam- en Wapenboek^ 
art. Exalto irAlinaras. 



Aanteekeningen uit de trouwregistei's te Sluis. 

fVervolgJ, 

17 Dec. 1681. Joris van den Broucke met Tanneke 

Cosijns. 
22 Jan* 1682. Willem van Loon j. m. dien*'*' onder de 

comp*' van Capt" de Viry met Teuntje Cornelissen, 

wed* van Joost de Witte. 
29 Jan*. Gerrit Ariens j. m. met Janneke van Dalen, 

won. beyde alhier. 
5 Febr. Aernouwt Taets j. m. van Aerdenburg met 

Lijsbeth KalfF j. d. won. alhier. 
12 Febr. d'Hr. Henricus Dibbetzj. m. Doctor Medicinae 

en schepen der Stadt Tholen met Juffr. Johanna 

Weyts j. d. won. alhier 
8 Marty attest, gegeven bij d' Montanus om buyten. 

te tr. d'Hr. Sixti, schepen deser stede, wed^ van Juffi-. 

Adriana Verschrage met Juffr. Anna van Loo, wed« 

van d'Hr. Capt** Antony van Ellinckhuysen. 
14 April id. D*Heer Capiteyn Willem Trogmerton met 

Juffr. Cecilia Tacquet (get. pr. attest Teterus Moens, 

pastor D. B. Marie Brugis date den 25 Febr. 1682). 
16 April. Willem Wilkmocnsj. m. met CatclijntjeCoers 

j. d. van Isendijcke. 



Digitized by 



Google 



— 91 — 



13 April tr. te St Pier (Nieuw vliet) Anthony van Besten 
]. m. met Ada de Lindt j. d. won. beyde alhier. 

12 April attest om op St. Anne te tr. d'Hr. Augustinus 
de Backere j. m. met Juffr. Gomarina de Block, won. 
beyde alhier. 

10 Mey attest gegeven om op d'Ede te tr. Jacobus 
Burs j. m. Lieutenant van de comp»** van d'Hr. Trog- 
morton met Orelia Crab, wed^vanjohannes Staverins. 

11 May attest gegeven nae de Groede d'Hr. Adriaen 
Perduyn j. m. van Dordrecht Capt" en Commandeur 
van het Retranchement met Juflfr. Johanna van 
Necke j. d. van Vlissingen. 

II Juni. Laurents de Man j. m. dien^ onder de capt° 

Duco van Burmania met Maria Toorens j. d. van 

S. Jillis. 
15 Juni 1682 attest gegeven na Zzee. Anthony van 

der Maerse, luitenant onder de comp^® van d'Hr. 

Capt° Steenhuyse in garnizoen alhier met Juflfr. Anna 

RoUants j. d. van Zzee. 
22 July, Jannes van Streeskerke j. m. met Amerensje 

Kempe, wed® van Jan Stampert won. beyde alhier. 
31 Juli attest, gegeven nae het Retranchement. Jacobus 

de Man, wed' met Aeltjen de Frae, wed® van Jan Mora. 
4 Oct, attest gegeven om buyten te tr. Mr. Gijsbert 

van Hardenbroeck van Wulven j. m. pensionaris van 

't land van d'Vrije, geboortig van Vytrecht met 

Petronella van Kerrebroeck j. d. van hier. 
18 Oct op 't Retranchement getr. Jacob van Ecke 

j. m. vcin Middelburg met Maria Boercy j. d. van hier. 
30 Oct attest, gegeven om op Waterland te tr. Johannes 

Michielsen j. m. van van Isendijcke metjudithvan 

Gaveren j. d. van St. Maartensdijk. 
7 Nov. attest gegeven nae .... Jan van Spranck, 

wed' van Geertruy Alberts, vaendrich van de comp*® 

van Gelderen met Marta Kant (of Cant), wed® van 

den Lieutenant Hendrik Havercamp. 
17 Dec. attest . gegeven om buyten te tr. Louys de 

Schepper, wed' van Juflfr. Mary Fran9oise Claesen 

wonende op het Sas van Gendt met JufFr. Magdalena 

Margriete van Bruane, wed® van Capt° Nicolaes 

Molenbeex won. alhier. 

21 April 1683. I> Jacobus Fruytier j. m. dienaar des 
H. Evangeliums tot Aardenburg met Juflfr. Comelia 
Maertens j. d. won. alhier. 

1 April ondertr. Jean Geuns j. m. Chirurgijn onder 

de comp*® v. d'Hr. Major Loo en Maria Coninck 

van Veume. 
9 Mey 1683 attest gegeven om op St. Anne te tr. 

Joost du Buisson j. m. van Vlissingen met Mary van 

Schoor j. d. won. beyde alhier. 

22 July attest gegeven om op St. Anne te tr. Hr. 
Johannes Geledts, wed' van Berbera Donckersloot 
met Christina Huyndt j. d. beyde wonende op 't 
Groote Pas. 



12 Aug. Albert G^uwenhove j. m. van Leyden, dien^ 

onder de comp*® v. d'Hr. Capt° Roorda van Welson 

met Tonne Ruthgers j. d. van Groningen won. 

alhier. 
22 Aug. attest gegeven om op St. Anne te tr. FranQois 

Royer, wed*^ met Isabelle Jaqueline Strobbe j, d. 

won. beyde alhier. • 

16 Sepf Anthony Taets, wed' van Sara Admiraels dienae 

onder Capt Duco van Burmania met Janneke Klros- 

saert j. d. van Liefkenshouck. 
7 Oct. Rutger VethoflF, wed' van Marie Kanne, dien^ 

onder de comp»® van d'Hr. Scheltinga met Marie 

du Vroe j. d. 

1 Nov. attest gegeven om te Utrecht te tr. D'Hr. 
Comelis Mangelaer Schepen deser stadt, wed' van 
Juflfr. Maria Moermans met Juflfr. Margarieta van 
Groeningen j. d. won. tot Utrecht. 

2 Nov. attest om buyten te tr. Pieter Begram, wed' 
dien*^® onder de comp*® van d'Hr. Capt" Idsinga op 
't Sas van Gendt met Anna Maria Olivier j. d. 
won. alhier. 

25 Nov. Boudewijn van Camperhoude j. m. van Leyden, 
Chirurgijn onder de comp«® van d'Hr. Major La 
Locque met Mma Herdervelt j. d. van 's-Graven- 
hage won. tot Bergen op Zoom. 

6 April 1684 attest gegeven bij D» Allardijn om op 
St Anna te tr. Fran^ois de Vey j. m. met Anna 
Negenmans j. d. beyde won. alhier. 

30 Mey. Jacob Decker j. m. met Clara Louwerens j. d. 
beyde won. alhier. 

21 Juny. Lauwerens Koeck, wed' Corporaal onder de 
comp*® V. d'Hr. Capt" Troghmorton met Lena de 
Bruyue, wed® Adriaan van de Broecke. 

21 Juny attest gegeven bij D» Berdenis om op St 
Cruys te tr. Geerhart Poly, wed*^ van Catrina van 
Houte, sérg* onder de comp»® d'Hr. Capt" Perpon- 
cher met Catrina Coets, wed® van Willem Willemoens. 

25 Juni attest nsiar Gorcum. D'Hr. Martinus Treutelaer, 
wed*^ van Maria Kuyne (?) Schepen deser Stadt met 
Juflfr. Lucia d'Oorschot j. d. van Heusden, won. tot 
Gorcom. 

30 July attest gegeven bij D' Berdenis om te St. Anna 
te tr. Jacobus Hooft met Maria van Strien j, d. 

24 Aug. Gerhard Arens g. diende onder de comp*® v. 
d'Hr. Lieut CoU. Scheltinga met Petemella Musse- 
broeck, wed® van Gerrit Jansen. 

20 Aug. attest gegeven bij D» Montanus om te Vlis- 
singen of elders te tr. Marten van Koot j. m. van 
Harderwijck, vaandrager onder de comp*® v. d'Hr. 
Capt° Tiersen met Johanna Tavemier, wed® van 
Jacobus Caffijn. 

29 Aug. getr. te St. Cruys Jacobus van Houte j. m. 
met Anna van de Riviere j. d. won. beyde alhier. 

14 Sept*^ Elias Louys j. m. dien^® onder de comp*® v. 



Digitized by 



Google 



— 92 — 



d'Hr. CoUonel Burmania niet Catharina Uittenhove, 
wed* van Guillaume Gernart. 

10 Sept attest gegeven om tot Amsterdam of elders 
te tr. D* Caspardus Alardijn, wed"" van JufFr. Mag- 
dalena Momma, predicant alhier met Juffr. Hester 
Corselius j. d. won. tot Amsterdam. 

3 Dec. 1684, attest gegeven na Middelburch: D'Hr. 
Cornelis Caen j m. van Sluys pensionaris slants van 
den Vrien met Juffr. Elisabeth Thielenus j. d. van 
Middelburch. 

28 Dec. Jan Schaep, j. m. van de Wester Eede met 
Janneke Addemans wed. van Jan de Mey. 

Den 1*^" Febr. 1685 attest, gegeven om buyten te 
tr. Gerhardt Schut, Vaandrich van de comp*« v. 
d'Hr. Capt*^ Perponcher met Maria de Jonge, won. 
alhier. 
2 April te St. Cruys getrouwd ; Jacob de Jonge j. m. 
met Juffr. Maria de Koningh, beyde alhier wonende. 

29 April getr. te Eede. D'Hr. Doet. Johannes Tevell 
j. m. van Middelburg met Juffr. Sara van den Busse 
j. d. alhier. 

13 Aug. attest om op St. Cruys te tr. Daniel Eckhart, 
wed*^ van Pietemelle van Walcheren, won. op 't Sas 
van Gent met Maria Dicrlincx, wed® van Frangois 
van Essen won. alhier. 

13 Aug. Theodorus van der Mussel, wed*" van Willemina 
Philips met Catrina Nemmeghcer j. d, won. beyde 
alhier. 

2 Sept. Johan Cant, wed' van Johanna de Val met 
Catharyne Rijckbos j. d. van Sluys. 

1 7 Sept attest, gegeven om op St. Cruys of elders te 
tr. Andries Harsinck, wed*" van Lysbeth Comaar, 
w^on. te Schoondijcke met Barber Mocqué, wed® 
van Evert de Froe. 

5 Nov. attest naer Aerdenborch. Fran9ois van der 
Sluys, chirurgijn van de comp»® van d'Hr. Capt° 
Steenhuysen en Maria Daniels j. d. van Poperinghen. 

8 Nov. Gerrit Weyt, wed' met Debora Cloets j. d. 
won. beyde alhier. 

11 Nov. 1685. attest gegeven naar St. Anne Hendrick 
van Hattem, wed' van Aletta de Haan, vaandrig 
onder de comp»® van d'Hr. Lieut Collonel Beaufort 
met Gennette la Grange j. d. won. alhier. 

3 Dec. Dom. Balduwinus Hunnius, pred. tot Oostburgh, 
wed' van Catharina Eduars met Juffr. Apollonia 
Caen j. d. won. alhier. 

3 Dec. tr. te St. Cruys Coenraad van der Beek j. g. 

major van de Passen met Johanna Mangelaar j. d. 

van alhier. 
16 Dec. attest naar St Anna, Ary Schansman j. m. 

van Iselmonde met Maria H arde velt j.d. won. beyde 

alhier. 
24 Febr. 1686 tr. te St Kruys d'Hr. Adriaen Jordaen, 

auditeur van Vlaenderen, wedr van Juffr. Johanna 



van Emmenes met Juffr. Jacomina Elieul, wed« van 

d'Hr. Gilles Taeyspel. 
17 Marty attest gegeven om in HoUant te tr. daar het 

haer gelegen komt, d'Heer Hubertus Coomans j. m. 

van ter Thoolen, Luytenant onder de comp*® van 

d'Hr. Lieut. Coll. Cauw met Juffr. Sara van Ker- 

broek j. d. van Sluys. 
— Met attest, na Middelburg. Leonardus Adolphi van 

Weeneghem j. m. van der Groede won. alhier met 

Elisabeth Loocke j. d. mede van der Groede, won. 

tot Middelburg. 

3 Juni Hans Hendrik Abbas j. m. chirurgijn onder 
de comp«ö van d'Hr. Capt" van Vierssen, won. tegen- 
woordig tot Sas met Marie Eilars (van Eilar) j. d. 
van Sluys. 

16 May. Carel Person j. m. van S® Claas, diende onder 
de comp*»® van d'Hr. Cap. Koehooren met Anna 
Margrita Couenberg. 

19 Mey attest gegeven om buyten te tr. d'Heer Gideon 
Nemegeer, wed' van Juffr. Catharina Locqué met 
Joffr. Cornelia Molkeman, wed** van d'Hr. Theodorus 
Brandt. 
9 Juny 1686 attest gelicht naar Rotterdam d'Heer 
Thomas Mattheeusen, Schepen deser stad, wed' 
van Juffr. Maria Bijns met Juffr. Suzanna Koolbrant 
j. d. van Rotterdam. 

8 Aug. Adriaan Dames Kleyman, wed' van Martina 
Salomons won. op St Kriiysmet Janhetjen Adams, 
wed® Hendrik van Heuren won. alhier. 

25 July. Leenaert Veerman, Serg* onder de compje van 
d'Hr. Capt" Huybrecht van Vrijbergen met Isabella 
MijU j. d. won. alhier. 

27 Oct attest om te Bleyswijk te tr. Albertus Vermeulen 
j. m. Commis van 's landts magazijn alhier met Juffr. 
Geertruyda Barra, geboortig van Macasser in Oost 
Indien won. tot Bleiswijk. 

9 Jan* 1687. Nataneel Citroen, wed' met Tan netje 
Allarts j. d. beyde alhier. 

26 Febr. Jacobus Poppej. m. van der Goes met Johanna 
Puys won. beyde alhier. 

5 Maart. Adriaan Roelands, wed' van Anna van den 
Eede met Maria Griers, wed® van Aarnoud Sandars 
(Dese geboden worden uit last van de A. Magistraat 
opgeschort den 20 Maart 1687. Zijn veraccordeert 
met partij e en op toelatinghe van d'Hr. Borgem' 
het 3« gebod gedaan). 

4 Mey. attest om op St Anne te tr. Evert Jeurriens 
j. m. van Gramsbergen met Cathelijntje van Wijn- 
gaerden. 



Sluis, 



(Wordt vervolgd), 

J. A. DORRENBOOM. 



M 



Digitized by 



Google 



— 93 — 



l)e oude kerkregisters in ons land. 

(Vervolg). 

BAFLO. 
De doopboeken der Gereformeerde gemeente te Baflo 
en Itnsquert (gecombineerd) loopen van Mei 1650 tot 
Augustus 181 1. 

De trouwboeken van 1648 tot Augustus 181 1 en 
die van overlijden van i Januari 1806 tot Augustus 181 1. 
den Audel. Doopboeken van 1728 tot Augustus 181 1. 
Trouwboeken » 1728 » * » 

Overledenen » 1806 » » » 

Saaxunihuizeu. Doopboeken van 1804 tot 181 1. 

Overledenen » 1806 » » 
Tiualiinge. Doopboeken van 16 Februari 162 1 tot 181 1. 

Trouwboeken » 1607 » ^ 

Overledenen » 1806 > » 

Doopsgezinde gemeente te Baflo van af 17 15, nl. 
de doopboeken; huwelijken en overledenen (boeken) 
zijn niet aanwezig. 

OOST- EN WEST-BARENDRECHT, 

Doopboeken van 1655 — 1680. 

Idem 1681 — 1717. 

Idem 17 18 — 1738. 

Idem 1739— 1759- 

Idem 1760 — 181 1. 

Registers van aangegeven lijken van 1695 — 1775. 

Idem Idem 1776 — 1784. 

Idem Idem 1785 — 1799. 

Idem Idem 1800 — 1805. 

Idem Idem 1 806 — 1 8 1 1 . 

Trouwboek van 1650 — 1675. 
Idem 1676 — 1738. 

Register of memoriaal op het trouwen van 1696— 1784. 
Idem van huwelijken of trouwboek van 1739 — 177 1. 
Idem van 1771 — 1810. 
Idem en van begraven van 1774 — 1807. 
Register van huwelijken of trouwboek van 1 785-1 805. 
Idem van 1796 — 181 1. 

BARNEVELD. 

Barne?eld. Kerkregisters N. H. Doop van 16 Maart 
1634 — 10 April 181 1 (ontbreekt 30 April 1654 — 10 
October 1662). 

Huwelijken van 20 Januari 1616 — 24 Mei 1801 (ont- 
breekt van 18 Mei 1656— -5 October 1662). 

Idem van 11 Maart 1796 — 8 Februari 181 1. 

Begraven van 5 Januari 1766 — i Mei 181 1, 

Voorthnizen. Doop van 25 Juni 1682 — 27 Junii8i9. 

Huwelijken van 12 Januari 1772 — 18 Mei 1800. 

Idem van 11 Maart 1796 — 16 April 181 1. 

Begraven van i Januari 1772 — 14 December 181 1. 

Garder^n. Doop van 29 Januari 1699—7 October 181 1. 

Huwelijken van i Januari 1699 — 27 Februari 1763, 



Kootwijk. Doop van 11 Januari 1636 — 8 Sept, 1689. 

Idem van 15 September 1689—20 October 1770. 

Idem van i Januari 1772 — 16 Juni 181 1. 

Huwelijken van 1 1 Januari 1638 — 8 September 1689, 
15 September 1689 — 20 October 1770. 

Begraven van 18 Maart 1795 — 2 Juni 1810. 

Uarneveld. Kerkregisters R. K. Doop van 17 Mei 
1796 — 10 Augustus 181 1. 

Achterveld. ld. van 14 Januari 1750 — 30 October 18 10. 

BARRADEEL. 

Hervormde gemeente. Doop- en huwelijksboek van 
Minnertsga van 1655 — 1772. 

Doopboek van Minnertsga van 1772 — 18 12. 

Idem van Tjerdguui van 1772 — 1788. 

Idem van Tzunimarnm van 1678 — 1772 en van 1772 
tot 1812. 

Trouwboek van Tznmniarum van 1772 — 18 10. 

Doopboek van Oosterbierani van 1694 — 17 66 en van 
1772 — 1812. 

Trouwboek van » van 1772 — 18 10. 

Doop-, trouw- en ledemaatboek van Sexbiernm van 
1619 — 1771. 

Doopboek van Sexbieram van 1772 — 18 12. 

Trouwboek Idem van 1772 — 18 10. 

Doopboek van Pietersbiernm van 1772 — 18 12. 

Trouwboek Idem van 1772 — 1811. 

Huwelijksproclamatieboek Idem van 17 19 — 1772. 

Doopboek Idem van 17 19 — 1772. 

Doop-, trouw- en ledemaatboek van Wynaldum van 
1772— 1815. 

Trouwboek Idem van 1772 — 18 10. 

BARSINGERHORN, 

Doopboeken (van welke kerkgemeente, onbekend). 
Een van 1676 — 1728. 
» 1 1728— 1773. 

» » 1773—1793- 
* » 1793 — 1811. 
> » 1798 — 1810. 

Een register van geboorten te Barsingerhom van 
1750 — 1822. 

Doopregister van 1646 — 18 11. 

Trouwregister van 1659 — 1662 in één band. 

Idem van 1669— 1695 (i) Idem. 

Een register van aanteekening der huwelijken van 
«795 -«821. 

Een register van aanteekening van overlijden van 
1786— 1822. 

Een register van overlijden te llaringhuizen van 
177 1 — 1810 en een register van geboorten van 1740 
tot iSia 



(1) In dit deel komen ook voor Notalen van den kerkeraad en 
opgave van personen, die aan het avondmaal hebben deel genomen 
van 1681—1689 en van 1644-^1645. 



Digitized by V:iOOQIC 



"^ 



— 94 — 



Een register van geboorten bij de Mennoos gezinde 
gemeente te Barsingerhom en de Wieringerwaard van 
1732 — 1817 in één band. 

Een register der geboorten bij de Vriessche gemeente 
te Barsingerhom en Kolhorn van 1742 — 1815. i band. 

BARWOÜTSWAARDER EN RIETVELD. 

De registers dezer gemeenten komen voor in de 
gemeente Waarder. 

BATENBURG. 

Het doopregister der Gereformeerden loopt over de 
jaren 1721 — 1779. 

Doopboek van de kerk van Batenburg over de jaren 
1772 — 1800 (i). 

Doopboek, gehouden bij de respective Heere Pastoors 
van Demen en Langel, alwaar onder meer staat gere- 
gistreerd de te Batenburg geboren en binnen boven- 
gemelde parochie gedoopte kinderen over de jaren 
1770 tot 1800 (2). 

Doopboek der Roomsch Katholieken over de jaren 
1796 — 1811. 

Trouwboek der Gereformeerden over de jaren 1722 
tot 177 I. 

Trouwboek van de kerke van Batenburg over de 
jaren 1772 tot 1822. 

Lijst van begraven lijken binnen Batenburg van af 
1770 tot 181 1 (3). 

BATHMEN. 

De doopboeken der Gereformeerde gemeente aldaar 
loopen van Januari 1652 tot en met 25 December 181 1 
in 4 deelen en sluiten aan de registers van den Burger- 
lijken Stand. 

De trouwboeken der Gereformeerde gemeente loopen 
van Januari 17 11 tot en met 2^ Maart 181 1 en sluiten 
aan de registers van den Burgerlijken Stand. 

De volgende registers van «begraven lijken» zijn in 
het archief aanwezig: 

I Register van 1766 tot en met 1792 en een register 
van 1805 tot en met 181 1 en sluit aan de registers van 
den Burgerlijken Stand en één register met de volgende 
verklaring : 



(1) Op het titelblad van dit doopboek staat de volgende noot: 
Terwijl dit nieuwe boek op hooge order onder ons is ingevoerd, 

800 sollen de Naemen der Boomsche Kinderen soo van Batenbnrg 
als Linden, op het Doopregister tot Demen en tot Niftric te vinden 
zijn, quoraum relatio, het vervolg sie pag. 1804 daer de Naemen 
der kinderen van onze kerke beginnen. 

(2) Een doopboek van af 1720 (waarnaar in dit register wordt 
verwezen), is niet meer in het archief voorhanden. 

(8) Een lijst van begravenen, ingevolge art. 24 der ordonnantie 
op het recht van successie van 4 October 1805, van 1806—1811 
gehouden (Zie Kon. Besl. van 23 Januari 1824, Bijv. Stbl. No. 534), 
komt hier niet voor. Omtrent de overgifte der kerkregisters in 1811 
kan men raadplegen G. L. tan dexBelv, Suppl. Handboek Burgerl. 
Stand, blz. 95. 



cAlzoo het doodboek bij het doortrekken der Engel- 
cschen in het ongereede is geraakt, zijn deze navolgende 
«Lijken door mij in dit Boek ingeschreven, van eenige 
«aanteekeningen, welke men naderhand nog heeft be- 
vonden. Dit register loopt van 1793 tot en met ïo 
November 1805. 

BEEK EN DONK. 

Registers van huwelijksvoltrekkingen ten overstaan 
van schepenen en commissarissen der huwelijkszaken 
N® I van 17 12 — 1750. N^ 2 van 1751 — 1790. N^ 3 
van 1790 — 1810. 

Bundels huwelijksproclamatiën. N® 4, 5, 6, 7 en 8 
van 1700 — 18 10. 

Registers gehouden door den pastoor. 

vro J ^' geboorten van 1664 — 1707. 
l 6. huwelijken van 1664 — 1781. 
I a. geboorten van 1781 — 18 10. 
' 6. huwelijken van 1781 — 18 10. 

Register van geboorten, gehouden door den pastoor. 

N^ II van T707 — 1771. 

N® 12. Band met doodlijsten van 1746 — 1810. 

N^ 13. Bundel extracten van doop en overlijden. 

BEEMSTER. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar loopen 
van de jaren 1621 — 1811, in 3 banden. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken loopen j 
van de jaren 1657 tot 181 1, in 2 banden. 

De doopregisters der Doopsgezinden loopen van de 
jaren 1774 — 18 11, in 2 banden. 

Aangaande aldaar voltrokken huwelijken vindt men 
in het Archief: 

Trouwboeken, loopende van 1622 tot 181 1 in 4 banden. 

De graf boeken loopen van 1639 — i8ii, in 4 banden. 

BEERS. 

Een doopregister der Gereformeerde gemeente van 
1653—1671. 

Een idem van 1759 — 1810. 

Een doop- en trouwregister van 1682 — 1725. 

Een idem van 1729 — 1819. 

Een oud zoo doop-, dood- als huwelijksregister van 
1811 — 1814. 

Een register van acten tot het aannemen van vaste 
geslachtsnamen, zoomede ingericht ter inschrijving der 
acten van geboorten, echtscheidingen en adoptiën. 

Een trouwregister, beginnende met 8 Februari 1795 
en eindigende 1 7 November 1 8 1 o, waarin ligt het trouw- 
reglement, gearresteerd 20 October 1796. 

Een lias met acten van ondertrouw van 1742— -1810. 

Een oud zoo doop-, dood- als huwelijksregister der 
Roomsch Katholieke gemeente van 1751 — 1822. 



Digitized by 



Google 



m 



— 95 — 



BEERTA. 



De doopregisters der Gereformeerden te Oade Beerta 
loopen van de jaren 1671 — i8n. 

Het trouwboek van de jaren 1671 — 18 11. 

De doopregisters der Gereformeerden te Nieuwe 
Beerta van 1647 — 181 1. 

Het trouwboek over de jaren 1665 — 1739 en van 
1748 — 1811. 

Mede is in beide gemeenten nog aanteekening ge- 
houden van de overledenen over de jaren 1806 — 181 1. 

De registers zijn in 4 banden gebonden. 

BEESEL 

Doopregister, trouwboek en graf boek van 1680 tot 
17 14 in een band. 

Doopregister, t*-ouwboek en graf boek van 17 14 tot 
1784, I band. 

Doopregister en graf boek van 1785 — 1797. i band. 

BEEST. 

Doop- en trouwboek van Rhenoy van 1742 — 18 14. 

Doop» van Rhenoy van 1709— 177 1. 

Trou'wboek van 17 14 — 1741. 

Lijst der Lidmaten van Rhenoy van 1753 — 1769. 

Overledenen R. K. en N. H. door elkaar van 17 16 
tot 181 1. 

Doop- en trouwboek der R. K. van Beest, Rhenoy 
en Acquoy van 1730— 1769. 

Geboorteregister van de R. K. te Rhenoy, enz. van 
1769 — 18 II en overlijdensregister van 1721 — 181 2. 

Doop- en trouwboek van Beest van 1720 — 18 11. 

Kerkenboek van Acquoy. 

Doop- en trouwboeken in één band en van overlijden . 
der g6»Tieente Beest over verschillende jaren. 

BEETS (N. H.). 
De doopregisters loopen van 1602 — 18 11. 
Het trouwregister loopt van 1643 tot en met 1778 
in 2 banden. 
Het doodregister van 1779— 1837. 

BELFELD. 

Belfeld is tot parochie verheven in den jare 157 1 
en afgescheiden van de Moeder-kerk Tegelen in het 
jaar 187 1. 

De bestaande doopregpisters zijn van 1658 — 1664 en 
van 1740 — 1747.* 

Doop-, trouw- en sterf- of doodregisters regelmatig 
van 1801, etc. 

BELLINGWOLDE. 

Doopregisters der Gereformeerden van 1692 — 181 1, 
in 2 banden. 

Idem van Oadesehans van 17 10— 18 11, i band 

Idem van Yriescheloo van 1732—1811, Idem. 

Trouwboek te Bellingwolde van 1759— 1 811 in i band 



Register van aangegeven lijken van 1806 — 18 11 in 
I band. 

Idem van Oudeschans van 1806 — 181 1 in i band. 

Idem van Yriescheloo van 1806— 1825, Idem. 

Overlijdensregisters van vóór i8o6 zijn hier niet 
aanwezig. 

BE MM EL (Keikarchief). 

Boekdeelen, tot opschriften voerende : 

3. Kerckenboeck tot Bemmel, begonnen van Bem- 
hardo Gompelio (of Sompelio) anno 1642. 

Dit bevat: a. Kerkelijke acta, opgaven van inkomsten 
enz. van 4 Januari 1663 — 5 April 1691, op eene enkele 
bladzijde na (tusschen 2 April 1682 en 23 September 
1683) volledig. 

è. «Aentekeninge van gedoopte kinderen» van 14 
Augustus — 23 December 1642, i Januari 1644— 5 Octo- 
ber 1645, 28 September 1651 — 29 October 1654, 24 
Februari 1667 — 10 October 1668, 9 Januari 1687 — 19 
Augustus 1688. De tusschenliggende jaren ontbreken. 

c. Huwelijken van 2 Juni 1644 — October 167 1 (i), 
27 Januari 1675— Juli ^S^S- Onvolledig. 

d. cLedematen» van 1642 — Nativitatis 1652. Aan het 
begin ontbreken een of meer bladen, en het slot 
ontbreekt. 

e. «Alle de obligatiën, zooals de Armen tot 

Bemmel heeft inkoomende.» 

Achterin liggen eenige losse stukken, betreffende 
de kerkelijke administratie en huwelijken (permissie 
aan een soldaat om te trouwen, enz.). 

4. Kerkenboeck Bemmel. Dit boek begint in 't jaar 
1691, in (het) laatste van den maant van July en staan 
hierin de gedoopte kinderen, de getrouwde en oock de 
ledematen; het voorgsiande boeck beg(int) met het 
jaar twee-en-veertigh. 

Het bevat: a, «De getrouwden», inschrijvingen van 
I November 1691 — 9 October 17 18. 

ö. «De gedoopte kinderen» 22 Maart 1691 —23 Juli 
17 19. Na de inschrijving van den doop op 28 Januari 
17 14 van een kind van den landschrijver Hendrick van 
Hulst en Johanna van den Bergh leest men: «Hier 
volgen de kinderen naest malkanderen van den lantsr: 
Hendrick van Hulst», waarop de namen zijner 1 1 kin- 
deren met dagen en uren van geboorte en opgave der 
getuigen volgen. 

c. «Ledematen» van 1691 — 1720. 

5. Het Kerkenboeck van Bemmel, waarin men . . . 
stelt watter in de kerckelijcke vergaderingh verhandelt 

is, en de kercke-inkompsten , even etc, hetwelck 

oock begint in 1691. Door mij Casparus Eylbracht, 
V. D. M. in Bemmel en Kessen. 



(1) Tusschen de huwelijken van 28 Jnli en 24 September 1665 
zijn abusievelijk drie doopinschiïJYingen geplaatst, maar later weder 
doorgehaald, van 10, 17 en 24 September (1,665). De doopboeken van 
dien tijd ontbreken, zooals boven blijkt. 



Digitized by V:iOOQIC 



^a' 



96 



Dit loopt van 21 Februari 1692 — 20 Februari 17 19. 
Achterin ligt een gerechtelijk proces-verbaal van een 
getuigenverhoor in zake het weghalen van een tiend 
uit een pastorieweide dd. 2 September 1699. 

7. Register van die sigh in den hou welij eken staat 
hebben begeven en der ledematen. 

Bevat: a, hu welijksinschrij vingen van 8 April 1 7 1 9 — 
20 IMaart 1773. 

b, lidmatenlijsten 16 of 19 Juni 1720 — i April 1772. 

Trouwboek der Hervormde gemeente Bemmel. 

Het etiquet waarop dit staat is later op dit boek 
geplakt, dat oorspronkelijk het Lidmaten-boek van 
Resstïii (i) is, loopende van 1772 — 1843. Achterin 
zijn de lidmaten van Bemmel en de daar gesloten 
kerkelijke huwelijken, van de 2^ helft dezer eeuw, 
opgenomen. 

Op het gemeentehuis te Bemmel berusten: 

Doopboek van Bemmel van 8 October 1719-^1811. 

Trouwboek van i Januari 1772 — 181 1. 

Bcgrafenisboek van 14 Juli 1762 — 18 11. 

Kesseti. Doopboek van 22 November 1691 — 15 Janu- 
ari 17 19 en van 16 April 17 19 — 181 1. 

Bij den predikant te Rensen berusten een paar aan- 
teekeningen van gedoopten en eenige kerkelijke acta. 

BENSCHOP. 

Doopregister van de kerk van Benschop van 16 
September 1655 tot 7 Juli 181 1, in 4 banden. 

Doopboek van de Roomsch Katholyke gemeyntje van 
Zuf dt- en Noord-Potsbroek en van het Neer ende van 
Betihchop van 17 December 1705 tot 2 November 182 1. 

Trouwboek van diezelfde gemeente van 22 Novem- 
ber 1705 tot 16 Juni 1782. 

Doodboek van die gemeente van 12 September 1705 
tot 16 September 1735. 

Trouwboekje van Zuid- Polsbroek van 15 Augustus 
1Ó93 tot 7 Juni 181 1. 

Trouwboek van Noord-Polsbroek van i Januari 1734 
tot 13 Januari 181 1. 

Trouwboek van Benschop van 19 November 1733 
tot 30 Maart 181 1 m twee banden. 

Register van lijken in Uonkoop van 13 Januari 1806 
tot I Juni 181 1. 

Een aantal grafboekjes van Benschop van af 26 
Augustus 1729. 

BENTHÜIZEN. 

Een doopboek der Hervormden van 1695 — 1797 en 
van 1798--1811. 

Een register van trouwen en begraven van 1777 
tot 1806. 

Gemeente Hoogeyeen thans Benthnizeu. 

Een register van trouwen en begraven van 1767 — 1 804. 

Een idem van huwelijksaf kondigfing van 1 7 8 1 — 1 804. 



(1) Bemmel en Bessen waren een tgd lang kerkelijk fi^ecombineerd. 



BERCHEM. 
Doopboek der Roomsch Katholieke gemeente van 
8 Augustus 1677 tot 13 Januari 1730 in één band. 
Trouwboek van 9 April 1677 tot 21 Mei 1762. 
Doodboek van 1730 — 1789 (bijna geheel onleesbaar). 
Doopboek van 13 Januari 1730 — 3 Juni 1763, en 
Doodboek van 4 Januari 1730 — 13 Juni 1763 inéén 
band. 

Doopboek van 25 Juni 1763 — 14 December 1779, 
Trouwboek van 3 Juli 1763—28 November 1779 en 
Doodboek van 22 Juni 1763—9 Januari 1807 inéén 
band. 

Doopboek van 9 Januari 1780 — 11 December 18 10 en 
Trouwboek van 23 Januari 1780—9 December 1810 
in één band. 

Kosters doodboek van 10 October 1807 — 12 Decem- 
ber 18 10 in één band. 

BERGH. 

's-Heerenberg. De doopregisters der Roomsch Katho- 
lieken loopen van de jaren 1700 — 1778 en 1798 — 181 1 
in 2 banden. 

De doopregisters der Gereformeerden loopen van 
de jaren 1605— 18 11 in 3 banden. 

De trouwregisters der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1806 — 181 1 in i band. 

De trouwregisters der Gereformeerden loopen van 
1605 — 1809 in 3 banden. 

Het algemeen trouwboek loopt van de jaren 1796 — 
181 1 in I band. 

Zeddam. De doopregisters der Roomsch Katholieken 
loopen van de jaren 1681 — 181 1 in 2 banden. 

De doopregisters der Gereformeerden loopen van 
de jaren 1667 — 181 1 in 2 banden. 

De trouwboeken der Gereformeerden loopen van de 
jaren 1677 — 181 1 in 2 banden. 

De doodregisters der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1773 — 18 11 in 2 banden. 

Wijnbergen. De doopregisters der Roomsch Katho- 
lieken loopen van de jaren 1727 — 18 11 in 2 banden. 

De trouwboeken der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1779— 181 1 in i band. 

De doodboeken der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1809 — 18 11. 

Beek. De doopboeken der Roomsch Katholieken 
loopen van de jaren 1685 — 18 11 in 2 banden. 

De trouwboeken der Roomsch Katholieken loopen 
van 1685 — 18 II in 2 banden. 

De doodboeken der Roomsch Katholieken loopen 
van 1685 — 18 II in 2 banden. 

BERG EN TERBLIJT. 
In het archief dezer gemeente bevinden zich geene 
registers van dezen aard. 

(Wordt vervolgd). 



Digitized by 



Google 



— 97 — 



Genealogische bijdrage betreffende het geslacht 
Tan de Wall, von de Wall en Ton DewalL 

Geruimen tijd geleden bood ik in de Navorscher 
belangstellenden betreffende het geslacht van de Wall 
belangrijke bouwstoffen aan, doch vond tot heden 
niemand die de genealogie van dit geslacht wenschte 
samen te stellen en uit te geven. 

In het bezit zijnde eener kopie van eene in deze 
eeuw door een der leden van het geslacht samenge- 
stelde familiegeschiedenis, die in de i6' eeuw begint, 
maar waarin door het overschrijven van een onkundige 
in het Nederlandsch, in namen, datums en filiatie fouten 
zijn gekomen, geef ik die hier weder, voor zoover ik 
overtuigd ben dat dezelve juist is. Hoewel nu geen 
volledig geheel, koester ik de hoop dat een der leden 
van den Nederlandschen tak of wel een ander belang- 
stellende , vroeg of laat zal opdagen om de geslachtslijst 
der van de Wall's uitvoerig te behandelen, welke famihe 
eene niet onbelangrijke rol speelde. 

Het oorspronkelijke wapen moet gevierendeeld ge- 
weest zijn van zwart en zilver. Volgens de familie- 
overlevering kwamen drie broeders van de Wall overeen, 
dat de oudste het stamwapen, de tweede in het eerste 
zwarte veld een gouden ster en de jongste in beide 
de zwarte velden een gouden ster voeren zoude. Voor 
zooverre het mij bekend is voert de familie zoowel in 
Nederland als in Duitschland hét tweede wapen, dat 
is; met een gouden ster in het eerste veld. 

Daarentegen heeft een tak van het geslacht, die bij 
diploma van Keizer Frans II, dd. Weenen 2 December 
1802 in den rijksadel werd opgenomen, een geheel 
ander wapen aangenomen, n.1.: in rood een zilveren 
leeuw, gekroond, getongd en genageld van goud. In 
het diploma wordt vermeld, dat in 1420 zekere Theodor 
van de Wall burggraaf van het rijk van Nijmegen 
was. Bij de aanvraag om verheffing tot den adelstand 
was eene oorkonde gevoegd van den wapenkoning 
Charles Jean Beydaels, seigneur de Zittaert, dd. Brussel 
I October 1791, waarin gezegd wordt, dat de van de 
Wall's die den leeuw voeren, een oud-adellijke familie 
was. Dit is ook volkomen juist, maar dit geslacht heeft 
met de hier te behandelen familie niets gemeens. 

Het voornoemde document, Avaardoor de Duitsche 
adellijke familie von Dewall — want zoo schrijft hetzelve 
sedert 1802 haren naam — een ander wapen voert, 
dan het oorspronkelijke, vind ik belangrijk genoeg om 
het hier mede te deelen, het luidt: 

Nous Messire Charles Jean Beydaels, seigneur de 
Zittaert, Ginderomme et autres Lieux, conseillerd^ Sa 
Majesté TEmpereur et Roi, Son premier Roi d'armes 
dit Toison d'or et chef de Sa chambre Heraldique aux 
Pays-Bas et de Bourgogne, Declarons et attestons a 
tous ceux quil peut appartenir, que la familie de Van 



de Wall, originaire des Pays-Bas, est Noble reconnue 
et enregistrée comme telle aux Archives de la Chambre 
Heraldique de Sa dite Majesté, et qu'elle jouit des 
Prérogatives et honneurs attachés a l'état de noblesse, 
portante pour armoiries : un Ecu de gueules au lion d'ar- 
gent, armé l'ampasse (sic) et couronné d'or; Ie dit Ecu 
surmonté d'un heaume d'argent, grille, liseré et couronné 
d'or, fourré d'azur, aux hachemens d'argent et de gneules, 
pour cimier Ie Lion naissant de l'Ecu entre un vol 
de gneules et pour Supports deux Lions d'argent, 
armées et Lampassées d'or, telles qu'elles sont depinctes 
et exprimées i la tête de la présente. En foy de quoi 
nous avons signé la présente que nous avons fait 
munir du Seau (sic) de notre Charge Royale, en la dite 
chambre heraldique, a Bruxelles premier Octobre 1791. 



L. S. 



C. Beydaels de Zittaert. 



I. Johann von of van de Wall, houthandelaar en sche- 
pen te Wesel (zoon van Heinrich en van Gertrude von 
Stockum), leefde in de 17' eeuw en was gehuwd met 
Emilia Barten (of Bartens) Wilhelmsdochter, geboren 
in 1622 (zie bijlage A). Van hun stammen de mij bekende 
van en von de Wall en von Dewall's af (i). Zij verwekten: 

I®. Bartholomeus von de Wall, die volgt u. 
2®. Wilhelm von de Wall, die volgt llèis. 

II. Bartholomeus von de Wall, geboren i Juli 1650, 
lid van den raad en houthandelaar te Wesel, over- 
leed in 1705. Hij huwde met Johanna Drakenburg, 
dochter van Arnold en van Catharina de Ruyter, bij 
wie hij verwekte: Johann Van de Wall, die volgt. 

III. Johan van de Wall, houthandelaar te Dordrecht, 
huwde met Elisabeth Maria van Noordwijck, dochter 
van Eberhard en van Aletta Drakenburg, uit welken 
echt voortsproot: 

IV. Bartholomeus van de Wall, houthandelaar te 
Dordrecht, gehuwd met Gertrud Elisabeth Nuning- 
haven, dochter van Heinrich, rechter te Wesel, en 
van Anna Elisabeth von de Wall. Hun zoon: 

V. Johann Heinrich von de Wall, heer van Veening- 
hausen, geboren in 1743, officier in Pruissischen dienst, 
overleed in 1804. Hij huwde 22 April 1787 met Anna 
Christina Catharina Gantesweiler, dochter van Wilhelm, 
burgemeester van Wesel. en van Johanna Maria Elisa- 
beth Cramer. Hunne kinderen zijn : 

I®. Bartholomeus Friedrich van de Wall, geboren 3 
Augustus 1788, notaris te Wesel, overleed 2 Mei 
1860, gehuwd met E. von Dücker. 

2^ Johann Arnold Emilius Wilhelm, volgt vi. 

VI. Johann Arnold Emilius Wilhelm von de Wall, 



(1) Betreffende dit geslacht berusten belangrijke officiëele beschei- 
den in het Genealogisch -Heraldisch archief. 



Digitized by 



Google 



- 98 - 



geboren 4 November 1790, opperhoutvester, laatstelijk 
in Glinfeld, overleed 29 Mei 1849. Hij huwde in 1819 
met Henriette Conradine Maria Anna PoUmann, over- 
leden 26 October 1874, uit welken echt vijf kinderen 
sproten : 

I®. Bartholomaeus Julius von de Wall, heer van 
Hplbecke, Listerhof en Elminghausen (i), geboren 
te Hagen 25 Mei 1820, werd 2 Augnstus 1851 
burgemeester van Meinertshagen en i Augustus 
1863 ambtman dier stad, kapitein der landweer, 



woont sedert 1871 ambteloos te Dusseldorf. 
Hij huwde tweemaal: eerst 25 Mei 1864 met 
Emma Caroline Funcke, daarna 1 1 Juni 1 880 met 
Charlotte Henriette Emestine Schalie, geboren te 
Keulen 18 September 1830, weduwe van Fried- 
rich Wilhelm Engels, overleden in Batavia, dochter 
van Grottlieb Wilhelm, militair docter, en van 
Henriette Kaufmann. 
Uit het eerste huwelijk sproot eene dochter, wier 
kwartierstaat volgt: 



Johann 

Heinrich 

von de 

Wall, offi. 

cier in 

Pruissi- 

schen 

dienst, 

heer van 

Veening- 

hausen, tr. 



Anne 

Christine 

Catharine 

Gantes- 

weiler. 



Ferdinand PoU- 
mann (2), land- 
raad van het 
voormalig dis- 
trict Homburg, 

bij Gummers- 
bach (zoon van 
JohannHeinrich, 
overl. 20 Febr. 
1803 en van 
Wilhelmina 
Henriette Schö- 
ler), tr. 



Conradina 
von Pöpping- 

hausen (3), 

(dochter van 

Jobst Chris- 

tian Wilhelm, 

heer van 

Koverstein, 

en van Doro- 

thea W. von 

der Bers- 

wordt). (Zie 

bijlage B.) 



Johann Peter 

Funcke (4), 

geb. 10 Maart 

1744, overl. I 

Aug. 1807, 

(weduwnaar 

van Dorothea 

MoU, overl. 3 1 

Dec. 1769), tr. 

30 Aug. 1774 

(zie bijlage C). 



Johanna 
Mma Ger- 
trud Eibers 

(5). 
geb. 2 Febr. 
1756, overl. 
5 N0V.1780. 



Johan Gaspar 

Heinrich 
Kuithan, geb. 

in 1724 (6), 
overl. te Dort- 
mundtioFeb. 
1798, laatste 

aartsdiaken 
der Reinoldi- 
kerk te Dort- 
mundt, tr. 
(zie bijlage D). 



Judith 
Elisabeth 

Barop (7), 

geb. in 17 33, 
overL te 

Dortmundt 
20 Maart 

1818. 



Johann Amold Emilius Wil- 
helm von de Wall, koninkL 
Pruissisch opperhoutvester , 
trouwt 



Henriette Conradine 
Maria Anna PoUmann. 



Bartholomaeus Julius von de WaU, burgemeester, enz. 
tr. i^ 25 Mei 1864 



Georg Friedrich Funcke. 
bezitter van het huis Lake 
bij Hagen, geb. 31 Maart 
1779, overl. 28 Febr. 1855, 
tr. 19 Sept. 1803 



Clara Sybilla Amoldina 
Kuithan, geb. i8 Januari 
1779, overl. 7 JuH 1859. 



Emma Carolina Funcke, geb. 3 Febr. 1821, overl. 14 
Januari 1878. 



Clara SybUla Henriette von de Wall, geb. 21 Juni 1865. 



Wilhelm Clemens Friedrich Carl Eduard von de 
Wall, geboren te Hagen 29 Januari 1823, med. 
docter te Langenberg, overleden 13 Juni 1874, 
gehuwd: eerst met Ida Karthaus, daarna 24 
Augustus 1868 met Amalie Ida Rosé, geboren 
7 Juni 1841. 

Uit het eerste huwelijk: 

a. Rudolf Wilhelm von de Wall, geboren te Rade- 
vorm- Wald 19 December 1855, eerst kadet in 
Pruissischen dienst, daarna zeeman. 

b, Elise von de Wall, geboren alsvoren 2 December 



1S57, gehuwd met haren oom H. C. von de 

Wall, later te noemen. 
Uit het tweede huwelijk: 
c. Leopold Heinrich von de Wall, geboren te 

Langenberg 16 Juli 1869. 
Ernst Emil von de Wall, geboren 24 December 
1825, overleed 27 Februari 1851. 
Rudolf Ferdinand von de Wall, geboren 21 Maart 
183 1, overleden 20 Februari 1852. 
Heinrich Carl von de Wall, heer van Holbecke 
en ListerhofF (welke goederen hij in 1881 aan 



(1) In Westphalen. 

(2) Dit geslacht voert: In blauw een zwart gekleede man met zilveren kraag, houdende in de rechter hand een gouden vischnet, het 
hoofd gedekt met een zwarte baret met roode veer; helmteeken vijf roede vederen. 

(3) Dit geslacht voert: In zilver een zwarte keper, begeleid van drie veirtikaal doorsneden halve gouden sterren. 

(4) » » > In goud drie blauwe sterren. 

(5) » » » Een schuinbalk, daarboven een gesp. 

(6) » )> » In zilver een uit de linker schildrand uit een wolk komende rood gekleede arm, wiens natuurlijke hand een 
gouden avondmaalsbeker omvat. Helmteeken: een pelikaan in zijn nest met drie jongen. 

(7) Dit geslacht voert: In zilver een roode schuinbalk, beladen met een zwarten beer (sprekend). 



Digitized by 



Göogle 



— 99 — 



zijn oudsten broeder overdroeg), geboren 26 
November 1839, huwde in Augxistus 1880 met 
zijne nicht Elise von de Wall, voornoemd. 
Uit hunnen echt sproot voort: 
Elisabeth von de Wall, geboren in Juli 1882. 

uèis. Mr. Wilhelm von de Wall, geboren 28 Decem- 
ber 1657, burgemeester van Wesel, overleed 24 
October 1734. Hij huwde in October 1708 met 
Maria Schuil, dochter van Albrecht en van Msuia 
Schmidt Hun zoon: 
III. Johann Albert von de Wall, geboren 1 5 Decem- 
ber 1709, burgemeester van Wesel, overleed 22 Februari 
1754. Hij huwde tweemaal: eerst 9 Mei 1737 met Anna 
Elisabeth Thenberg, geboren 25 October 17 19, over- 
leden 25 October 1744, dochter van Andreas, schepen 
van Wesel, en van Anna Ter Schmitten; daarna 8 
December 1749 met Johanna Maria Hartmann, geboren 
18 Maart 1709, kinderloos overleden, dochter van 
Thomas en van Emilie von de Wall. 

Uit het eerste huwelijk sproten o. a. voort : 
i^. Johann Adam Leonhard von de WaJl, die volgt IV. 
2®. Heinrich Gottfried von de Wall, geboren te Wesel 
5 September 1744, overleden 23 December 1788, 
gehuwd 14 Augustus 1766 met Emilie Elisabeth 
von de Wall, dochter van Bartholomeus en van 
G. E. Nuninghaven. 
Hunne kinderen zijn: 
a. Bartholomaeus, jong overleden. 
è. Elisabeth Maria Idem. 

c. Emilia Wolferdina von de Wall, gehuwd met 
Johann Friedrich Gantesweiler. 

d. Carl Jacob Lambert von de Wall, gehuwd met 
Caroline von Renesse. 

e. Christina Wilhelmine von de Wall, gehuwd met 
Friedrich VassoU. 

/. Henriette Elisabeth, jong overleden. 

^. Georg Wolf, Idem. 

A. Bartholomeus Emilius von de Wall, heer van 
Veeninghausen, geboren 18 Augustus 1785, ridder 
van den Rooden Adelaar van Pruissen, gehuwd 
23 October 1808 met Louise Tiede, van Branden- 
burg, overleden 22 October 1873. 

rv. Johann Adam Leonhard von de Wall, geboren 
27 October 1741, geheimraad bij de regeering van 
Kleef, overleed 12 Juni 1779. Hij huwde 19 November 
1771 met Christiane Johanna Bilgen, ge*boren ^Decem- 
ber 1747, overleden te Rüsselsheim (Hessen) 2 1 Augus- 
tus 1830, na hertrouwd te zijn met Georg Ludwig 
Christian Adolf von Grolman en was dochter van 
Casimir, heer van Schmidthausen. 

Uit himnen echt: 

I* Johann Casimir Heinrich von de Wall, volgt v. 



2®. Emilie Cathsuina Maria Sophia von de Wall, 
geboren te Kleef 19 Mei 1775, overleden te 
Darmstadt 7 Mei 1828, gehuwd te Kleef i April 
1798 met Mr. Carl Ludwig Wilhelm von Grolman, 
geboren te Giessen 23 Juli 1775, groothertogelijk 
Hessisch minister van staat, enz., overleden te 
Darmstadt 14 Februari 1829, zoon van Adolf 
Ludwig en van Anna Sophia von Raue. 
Y. Johann Casimir Heinrich von de Wall, geboren 
te Kleef 13 September 1773, landraad te Schwanen- 
berg bij Erkelenz, overleed 21 April 1826. Bij diploma 
van 2 December 1802 werd hij in den adelstand ver- 
heven (i) en veranderde sedert dien tijd zijn naam in 
von Dewall. Hij huwde te Giessen 13 April 1803 met 
Anna Henriette Wilhelmina von Grolman, geboren 
aldaar 6 April 1780, er overleden 22 Juni 1836, dochter 
van Ludwig Adolf Christian, regeerend geheimraad, en 
van Marie Susanne Louise Dorothea Christiane Sophie 
Grolman. 

Zij verwekten zeven kinderen: 

I®. Christian Ludwig Carl Wilhelm Heinrich von 

Dewall, volgt vi. 
2®. Ernst Ludwig Georg Karl von Dewall, volgt Ylèt's. 
3®. Hermann Theodor Friedrich Carl Emil Wilhelm 
August von Dewall, geboren te Giessen 30 Maart 
1807, resident in Nederlandsch-Indië, overleed te 
Riouw 2 Mei 1873; hij was gehuwd en had een 
zoon: 

A. F. von Dewall, secretaris bij het departement 
van openbare werken te Batavia. 
4®. Maria Johanna Emestine Louise Emilie Wilhel- 
mine von Dewall, geboren te Griessen 30 Juli 1 808, 
overleden te Darmstadt 23 September 1852, ge- 



(1) In dit diploma wordt vermeld dat volgens verklaring van den 
Brabantsch-Bourgondischen Opperheraut van 1 October 1791 de adel- 
dom van het uit Nederland stammende geslacht von de Wall aan 
geen twijfel onderhevig is en hetzelve reeds in overoude tijden tot 
den adelstand behoorde, daar Theodor van de Wall reeds in 1420 
burggraaf van het rijk van Nijmegen was. Een kleinzoon van dezen 
Theodor von de Wall vestigde zich te Dordrecht en gaf dit aanlei- 
ding dat zijne nakomelingen door het bekleeden van regeerings- 
ambten de adellijke voorrechten veronachtzaamden. 

De afstamming is volgens het diploma van 1802 eene andere als 
door mij boven werd gegeven, doch is de onze de juiste en ook in 
lateren tijd door de familie von Dewall als zoodanig erkend. Welk 
wapen de burggraaf Theodor van de Wall gevoerd heeft is mij niet 
gebleken, evenmin in hoeverre kan bewezen worden dat hij tot het 
geslacht behoort, doch geloof niet dat hij tot wapen de gekroonde 
leeuw gevoerd heeft, waarmede het geslacht von Dewall volgens 
diploma van 1802 zegelt, want dit wapen is dat van de Vlaamsche 
familie van de Walle, van de heerlijkheid Walle bij Belleghem. 

Dit laatste geslacht voerde eerst: in zilver een zwarte keper, ver- 
gezeld met drie merletten van hetzelfde en werd door enkele takken 
behouden, met uitzondering echter van den tak die naar Brugge en 
Sluis vertrok; deze voerde: in rood een zilveren leeuw, goud gekroond, 
getongd en genageld (Vergelijk F. van Dijckk, Recueil héraldique de 
Br u ff es). 



SSé 



'\ i^^ ',^ " : " C,^ 



Digitized by V:iOOQIC 



'S^ 



huwd aldaar lo Juli 1845 met Johann Weyland, 
geboren te Darmstadt 15 Maart 1809, med. docter, 
overleden te Worms 22 Februari 1876. 
5^. Kasimir Adolf Carl August Franz Greorg Chris- 
tian Wilhelm von Dewall, geboren te Giessen 
II Juli 181 1, luitenant-generaal in Pruissischen 
dienst, ridder van verschillende orden, gehuwd 
te Darmstadt 6 October 1845 met Maria Zimmer- 
mann, geboren aldaar 8 October 181 8, dochter 
van den minister van finemciën Zimmermann en 
van Johanna Fritsch. 
Hunne kinderen zijn: 

a. Auguste Albertine Emilie Caroline Marie Helene 
von Dewall, geboren te Berlijn 28 Juli 1853, 
gehuwd te Wiesbaden 12 December 1874 met 
Josias von Heeringen, geboren te Cassel 8 Maart 
1850, kapitein bij den generalen staf aldaar, 
zoon van den president von Heeringen en van 
Caroline von StarklofiF. 

b, Pauline Wilhelmine Caroline Adolfine von De- 
wall, geboren te Berlijn 22 December 1854, 
gehuwd te Wiesbaden 8 Maart 1876 met August 
Pfeiffer, geboren 27 Juni 1848, med. docter en 
arts te Wiesbaden. 

6^ Ottilie Christiane Emestine von Dewall, geboren 
te Giessen 2 Juni 18 14, overleden te Darmstadt 
in 1829. 
7®. Ernst Christian Wilhelm Emil von Dewall, gebo- 
ren op Schwanenberg bij Erklenz 15 September 
18 19, overleden te Giessen 4 Maart 1834. 
VI. Christian Ludwig Carl Wilhelm Heinrich von 
Dewall, geboren te Giessen 26 December 1803, raad 
van justitie en rechter, overleed te Hagen in Westphalen 
21 September ,1877. Hij huwde te Hamm metldavon 
Rappard, geboren te Gardelegen 2 Februari 1805, over- 
leden te Hagen 5 September 1865, dochter van den 
majoor von Rappard en van Charlotte von Goechhausen. 
Zij wonnen zes kinderen: 

i^. Thekla Friederike Wilhelmine Charlotte Emestine 
Constantine von Dewall, geboren te Emmerik 24 
Januari 1832. 
2^ Hugo Wilhelm von Dewall, geboren te Emmerik 
24 October 1833, officier in Pruissischen dienst, 
later ambtman te Hörde (in Westphalen), overleden 
te Brackel bij Dortmund 4 September 1877, ge- 
huwd te Hamm 22 October 1864 met Rosalie 
Biermann, dochter van den burgemeester Bier- 
mann, van Hamm, en van Julie Brefeld. Uit 
hunnen echt vier kinderen: 

a. Otto von Dewall, geboren te Hörde 10 Novem- 
ber 1864. 

b. Max von Dewall, geboren alsvoren 27 Maart 1 868. 

c. Hermann von Dewall, geboren te Brackel 17 
October 1869. 



100 — 

d. Hans von Dewall, geboren alsvoren 20 Sep- 
tember 1871. 
3®. Otto von Dewall, geboren te Schwelm 14 Sep- 
tember 1835, majoor in Pruissischen dienst, gehuwd 
te Minden 13 Maart 1866 met Olga Schulze, bij 
wie hij verwekte: 

ö. Hans von Dewall, geboren te Minden 14 Decem- 
ber 1866, kadet. 

b. Otto von Dewall, geboren alsvoren 15 Augustus 
1868, kadet. 

c. Elisabeth von Dewall, geboren te Bielefeld 30 
JuU 1873. 

d. Margarethe Thekla von Dewall, geboren als- 
voren 15 Juli 1875. 

4®. Adolph Casimir von Dewall, geboren te Schwelm 

18 Mei 1839, overleden 2 November 1839. 
5^ Hermann von Dewall, geboren te Schwelm 21 
November 1 840, officier in Pruissischen dienst en 
later ambtman te Atteln, gehuwd te Minden 
9 Januari 1872 met Anna Klingholz, dochter van 
Klingholz en van Adele Thissen. 
6®. Eduard von Dewall, geboren te Schwelm 2 1 Juni 

1845, overleden aldaar 31 Maart 1846. 
Ylbts. Ernst Ludwig Georg Karl von Dewall, geboren 
te Giessen 29 Mei 1805, opper-houtvester, ridder der 
Emestinische huisorde van Saksen en van den Rooden 
Adelaar van Pruissen 3' kl., huwde tweemaal: eerst 
met Regina Concordia Georgine Victoria Justine Wil- 
helmine Malwine Freiin von Puttkammer, geboren 7 
November 1825, overleden te Gumbinnen 19 April 
1853, daarna met Thoska Hedwig Leopoldina Eudoxia 
von Rochow, uit het huis Goltzow, geboren te Scheidel- 
witz 8 November 181 7, overleden te Dargau (Mecklen- 
burg) 21 Januari 1881; dochter van Leopold Woldemar 
Rochus en van Anna Maria Olearius. 
Uit het eerste huwelijk sproten voort: 
i^. Martha Louise Georgine von Dewall, geboren te 
Landsberg 7 November 1845, gehuwd te Gum- 
binnen 25 Mei 1865 met Otto Eduard von Kries, 
geboren te Königsberg i/P. 7 April 1839, zoon 
van Moritz en van Malwine Jachmann. 
2^. Carl Hans Georg Heinrich von Dewall, geboren 
te Zanzhausen 3 Juni 1847, ritmeester en leeraar 
aan de krijgsschool te Potsdam, ridder van ver- 
schillende orden, gehuwd 7 Januari 1878 met 
Susanne Herbing, geboren te Stettin 15 April 
1851, dochtervan Eduard en van Elisabeth Meister. 
Zij , verwekten : 

a. Elisabeth Concordia Julia Thoska von Dewall, 
geboren te Gardelegen 3 April 1879. 

b. Job Heinrich von Dewall, geboren te Salzwedel 
13 Juli 1880. 

c. Wolf von Dewall , geboren te Potsdam 25 
Mei 1882. 



Digitized by 



Google 



— lOI — 



3^. Richard von Dewall, geboren te Gumbinnen ii 
December 1851, overleden aldaar 3 October 1852. 

4^. Hans Joachim von Dewall, geboren te Gumbinnen 
12 October 1859, 2' luitenant in Pruissischen dienst. 



De jongste zoon van Heinrich von de Wall en van 
Gertrud von Stockum was: Herman von de Wall, 
geboren in November 16 17, gehuwd te Wesel 16 
Februari 1646 met G. Daems, bij wie hij o. a. verwekte: 

Jacob van de Wall, geboren te Dordrecht 22 Februari 
1693, overleden in October 1759, wiens zoon: 

Mr. Pieter Hendrik van de Wall, geboren 8 Juli 1737, 
burgemeester te Dordrecht, gehuwd 21 Januari 1763 
met Catharina Berger, geboren 20 November 1735, 
dochter van Cypriaan, burgemeester van Utrecht, en 
van Anna Margaretha van Borhaven. Deze laatste 
opgaven heb ik uit voormelde genealogie geput. 

Een andere Peter Hendrik van de Wall, J. U. D., 
heer van Puttershoek, geboren te Dordrecht 2 7^ Novem- 
ber 1795, was president der arr.-rechtbank aldaar, werd 
6 December 1827 in den Nederlandschen adel verheven 
met het praedicaat van jonkheer en overleed 28 Decem- 
ber 1853, na gehuwd te zijn geweest met Maria Jacoba 
Repelaer, geboren te Dordrecht 10 December 1802, 
overleden aldaar 28 December 1853. 

Zijn wapen was het gevierendeeld schild met een 
gouden ster in het eerste kwartier; helmteeken de ster 
tusschen een vlucht van zilver en zwart. 

Hetzelfde wapen wordt gevoerd door de Duitsche 
von de Wall's, daarentegen voeren de Nederlandsche 
Jhr" van de Wall nog het devies «Virtus nobilitatis 
decus» en als schildhouders twee natuurlijke leeuwen. 
Sedert wanneer de Duitsche familie zich von de Wall 
noemt, kan ik niet bepalen ; eene opname in de rijks- 
of Pruissischen adel schijnt bij dezen tak niet het geval 
te zijn. 

Tot de familie die het van zwart en zilver gevieren- 
deelde wapen voerden, behoorden: 

Hendrik van den Wall, schepen van Gent (Gelder- 
land) in 1366 en 1368 en richter aldaar in 1369. 

Evert van de Wall, richter te Gent in 14 18 en 14 19. 

Rycqwijn van de Wall, schepen van Gent in 14 19. 

Johan van de Wall, borger van Gent in 1458. 

Willem van de Walle, in 1458 schepen van Gent, 
voerde als helmteeken een vlucht; zijn zoon: 

Evert van den Walle Willemsz., richter van Gent 
in 1489 (M. S. VAN Spaen, Geneal. VII). 

Een Zutphensche familie van de Wall voerde: 
gedeeld: a in goud een groene berg, b zilver. 

Sedert geruimen tijd heeft de naam van de Wall of 
liever van Dewall in de Duitsche romantische litteratuur 
groote vermaardheid gekregen. Johannes van Dewall 
is slechts een pseudoniem voor den geestigen roman- 



schrijver en novellist Kühne, geboren te Herford 
29 November 1829, gepensionneerd luitenant-kolonel, 
die de veldslagen van 1866 en 1870— 71 mede maakte 
en zich roemvol onderscheidde, waarvoor hij gedeco- 
reerd werd. Sedert 1875 woont hij te Wiesbaden 
en heeft zich geheel aan de litteratuur gewijd. Zijne 
grootmoeder Johanna Elisabeth van de Wall, geboren 
17 Juni 1767, huwde 20 Januari 1788 met Friedrich 
August von Sobbe, geboren in Januari 1747, majoor 
in Pruissischen dienst. De ouders van Johanna Elisabeth 
voornoemd, waren: Johan Jacob van de Wall, geboren 
8 October 1720, scheepskapitein (schout bij nacht?), 
overleden 25 Juli 177 1, gehuwd 15 October 1753 met 
Elisabeth Emilia de Weiier, overleden 7 Augustus 181 1, 
dochter van Jacob Reimond, van Wesel, en van Johanna 
Gertrud van de Wall. 

Uit de familiepapieren blijkt nog dat een von Weiler- 
van de Wallschc familiestichting bestaan heeft. 



Bijlage A. Emilia Barten werd nog geen jaar oud 
zijnde, wonderdadig van den dood gered. Hare vader 
namelijk Wilhelm Barten ging met zijn huisgezin 
met een zeilschip van Haarlem naar Amsterdam, toen 
hun halverwege het Haarlemmermeer een zware storm 
overviel, waardoor het schip kantelde en alle opvarenden 
(10 personen) verdronken met uitzondering van haren 
vader en den scliipper^ die zwemmende den oever bereik- 
ten. Den volgenden morgen vond haar vader Emilia 
slapende in den houten wieg van den schipper tusschen 
het riet drijvende. 

Bijlage B. Van het geslacht Pollmann bekleedden 
vele leden rechterlijke bedieningen. Adam Heinrich 
PoUmann, geheim justitie-raad en resident in Regens- 
burg werd 28 Juni 1740 in den adelstand verheven en 
behield het te voren beschreven wapen. De acht adel- 
lijke kwartieren van Conradina von Pöppinghausen, 
gehuwd met Ferdinand Pollmann, zijn: 
von Pöppinghausen von der Berswordt ge** 

zu Koversein Walraben 

von Voerst zu Callenberg von Syberg zu Stiepel 

und Kemnade 
von Messchede von Altenbrack 

von Hugenpoth zu von Romberg zu 

Westhcmmerde Masen. 

Bijlage C. Funcke is een oude Westphaalsche familie, 
die in de 16® en 17*" eeuw de goederen Ober- en Nieder- 
Immelscheid bij Lüdenscheid bezat. Uit het 3® huwelijk 
van den voornoemden Johann Peter Funcke, gehuwd 
17 Juni 1784 met Louise Henriette Harkort uit den 
huize Harkorten bij Hagen, werd o. a. geboren: 

Bemhard Wilhelm Funcke, geboren 5 Januari 1793, 



Digitized by 



Google 



— I02 



overleden 19 Juni 1857, gehuwd 22 September 181 9 
met Wilhelmine Springmann (wapen: in zwart een 
zilveren springende windhond met gouden halsband). 
Uit hunnen echt sproot o. a. voort de bekende indu- 
strieel Bemhard Wilhelm Funcke te Hagen in West- 
phalen, eigenaar van het adellijk huis Niedemhof bij 
Hagen. Hij werd geboren 14 Juli 1820 en huwde 27 
Augustus 1 846 met Adeline Charlotte de Raadt, geboren 

1 Juni 1826, dochter van Johann Theodor en van 
Johanna Wilhelmine Lisette Kuithan. Hun zoon Bem- 
hard Wilhelm Funcke, geboren te Hagen 8 Maart 
1856, reserve luitenant in het 7e regiment artillerie, 
huwde in Maart 1881 met Johanna Harkort, uit den 
huize Harkorten bij Hagen (wapen : in rood een gouden 
dwarsbalk van onderen begeleid van 3 gouden sterren, 

2 en 1). 

Bijlage D. De familie Kuithan komt waarschijnlijk 
uit de Nederlanden en waren vele leden van dit geslacht 
predikant te Dortmund. Een zoon van den voornoemden 
aartsdiaken met name Gaspar Heinrich Zacharias Kuit- 
han, geboren te Dortmund 8 November 1762, was 
diaconus secundi ordinus van de Reinoldi-kerk aldaar 
en predikant van 1785 tot zijnen doodop 16 September 
18 18. Hij huwde aldaar 19 Mei 1791 met Johanna 
Maria Catharina Hücking (wapen: gevierendeeld, i en 
4 in goud drie naast elkander geplaatste spitsvoetige 
kruizen, 2 en 3 in zwart een gouden wassenaar). Van 
hunnen zoon : Friedrich Kuithan, gehuwd met Henriette 
Schafer, bestaan nog nakomelingen, o. a.: Friedrich 
Kuithan, med. docter te Burlington (N.- Amerika), terwijl 
hunne dochter Johanna Wilhelmine Lisette Kuithan, 
geboren te Dortmund 30 October 1794, overleden te 
Elberfeld 23 December 1872 den 5 September 18 16 
huwde met Johann Theodor de Raadt, geboren te 
Schenkenschans 23 Januari 1787, overleden te Elberfeld 
I Mei 1862, zoon van Gerhard en van Catharina Geer- 
truida Creutz. Zij verwekten twee zonen en drie doch- 
ters, waaruit nakomelingen sproten. 

Voornoemde aartsdiaken had verder nog de volgende 
kinderen : 

i^ Johann Wilhelm Kuithan, geboren i Februari 
1 760, professor aan het gymnasium te Dusseldorf 
en later directeur van het gymnasium te Dortmund, 
overleden 16 December 1831, gehuwd met Hen- 
riette Fabricius. 

2®. Henrich Gottfried Kuithan, predikant te Dort- 
mund, overleed 24 Maart 1796, oud 27 jaar. 

3^. Judith Kuithan. huwde met den predikant Steinweg 
te Dortmund. 



Brussel, 



J. Th. de Raadt. 



Met «Hofje yau Belois" te Sehiedam (i). 

Onder de stichtingen van weldadigheid te Schiedam 
neemt zeker chet Hofje van Belois» een eerste plaats 
in, en kan men wel aannemen dat het op het Stjacobs- 
gasthuis na, het oudste is. 

Niettegenstaande dat, is er, wat de geschiedenis 
dezer stichting betreft, zeer weinig bekend; zoowel op 
het archief te Schiedam als bij de regenten van het 
«Hofje» is er wenig of niets te vinden, wat betrekking 
daarop heeft. 

In de M. S. Geschiedenis van Schiedam van Mr. ViNK 
vind ik, dal «het hofje» gesticht is in 1498 door Huybrecht 
Corstiaansz en gebouwd in 1501 door Huybrecht Cor- 
nelisz van Beloys. Hierop afgaande zou alzoo de stich- 
ting haar naam te danken hebben aan den bouwmeester, 
wat nog al moeielijk is aan te nemen. 

Van D2R Aa daarentegen zegt in zijn Aardrifks' 
kundig Woordenboek «dat het in 1501, of volgens anderen 
in 1589, gesticht is door Huybrecht Corsse of Corstiaansz, 
burger van Schiedam en ambachtsheer van Belois». 

Mijn meening is dat Huybrecht Corstiaansz en Huy- 
brecht Cornelisz bij Mr. ViNK één en dezelfde persoon 
is, met Huybrecht Corsse of Corstiaansz, ambachtsheer 
van Belois bij VAN DER Aa, hetwelk ook blijkt uit 
den stichtingsbrief, die hieronder volgt. 

Omtrent den tijd der stichting vergissen zich beiden, 
die had plaats in het jaar 1593. 

Extract, of Korte Inhoudt, van de fundatie Brief, van 
Hubregt Corssen, ambagtsheer van Belois, enz. 

Wij Melchior Willems van Walhouk, Balluw en 
Schout, Willem Jans van Heugelom, en Jacob Willems 
Brasser, Burgemeesteren, Jacob Lambregtse, Mr. Carel 
Lambregts, en Jan Jacobse de Vegt, 

Dat gecompareert is Hubregt Corsen, Borger en 
gebooren poorter, de welke verklaerde, ter Eeren 
van godt, en tot onderhoudt van armen en gebrekkelijke 
vrouwen, gefondeert en opgericht te hebben zekeren 
20 woonhuyssen met nog een bakhuys, en koom: solder 
ten diensten van deselven 20 woonhuyssen, staande 
tussen den Raem, en stecdes siekenhuys, met sulken 
vrijdommen van accys, als 't gasthuis, manhuys enz. 
hier hebben, met atvys van de vroetschappen Gegunt 
welke oude wijfkens hof, hij gedateert en begiftigt heeft 

I Losrenten van 36 ponden groot vlaems ten lasten 
Gcrrit Meese Vis gehipotiqueert op seker huys en erfe, 
misgaeders op sekere halve schur en plaesen, staende 
op de goystraet. 

Nog een Losrenten van 25 ponden vlaems 'sjaers, 
sprekende op de steeden van f-^rouwershaven. 



(1) Mijn dank aan den heer J. C. van Essen te Lobith voor de 
verstrekte gegevens. 






Digitized by 



Google 



'm 



— 103 



Nog een Losrenten van i pont 13 Shelling groot 
vlaems, 'sjaers op Jacob Ariens Steen. 

Nog een losrente van i pont 10 Schellingge Vlaems 
ten Lasten de steede van Schiedam alle welke Renten 
belopen 'sjarlijks 60 (?) pondt 3 Schellinge vor grote 
op conditie erst dat so renten werde afgelost, terstond 
sullen moeten belijt werden aen Renten of Landt, ten 
profijte vant hoffie. 

de huyssie onderhouden uit de Inkomste en loflijk 
reparatie geven; 

de heeren van de wet, 'sjarlijks op goede vrijdag 
te Ectigeeren twee goede mannen van des testateurs 
bloeden, of aen sijn bloeden gehilijkt. 

De welke als buiten vaders de Inkomste vant hoffie 
suUe ontfangen en uitdeelen, 'sjarlijks in de maentAug. 
Elk huyssie dat bewoont wert 15 ton turf. 

En alle maenden 1 2 voor Een jar Gerekent ^2 agten- 
deel tarw. 

En alle maenden Yg bier van 2 gl: 't vat. 

En alle Jaer in de Slagtij t van de beesten 20 pond 
vandt vlees. 

En aJle Jaers 2 halv: agtendeelties boter, war van 
het Eerste half agtendeeltie sal uitgedeeld werden in 
primo 9b en 't 2 agtendeeltie in Mey. 

En voors alle Jaren primo 9 b Een tonne Oosterste 
gierst die gelijk om gedeelt sal werden. 

De buiten vaders alle jaer Rek. te doen aenborge- 
meestren. 

So wanneer een van de buiten vaders sterft, sal de 
overblijvende Een ander in des overleden plaes met 
advijs van borgm: stellen of kiessen of so wanneer 
niemant van sijne bloede daer toe bequaem geoordeelt 
werdt, sullen de heeren voornoemt Een ander uit hen 
Corpus van de Gemeenten, daer toe bequaem sijnde 
gekosen werden. 

De buiten vaders sullen indese vergadering ook ont- 
fangen, ouden of jonge vrouwe, die haer leven ommagtig 
sijn. En haer kost niet mogen winnen. En de aelmisse 
nodig hebben. 

Te wete Borgersvrouwen, of die ten minste 5 a 6 
jaer, in dese stadt gewoondt hebben. 

Altijt Regardt nemende, dat vrouwe van des fonda- 
teurs bloeden of aen sijn bloede gehilijkt, vooral gepre- 
fereert sullen werden. 

Geen vrouwen sullen in dese vergadering kindere 
bij haer mooge hebben ofte late woonen. 

Wat vrouwen indese vergadering ontfangen werden, 
sullen daer komen met verlies van haer goederen. 

Op te voorwaerde als sij met de buiten vaders sullen 
accordeeren. 

Elke vrouw sal gehoude sijn te brengen i bet 2 
dekens 2 paer slaep lakens 2 oorkussens 2 sloopen 
daer toe^ met i tinne waterpodt ten minste 2 pond 
swaer. met Een tinne kannen weegt ten minste i pond. 



9 tinne plattielen (borden) wegende elk i^i pond. 
En voors andere huisraet, potte, pannen. Enz. om 
haer te behelpen van welk Goet en huisraet, Sij gebruyk 
sullen hebben haer leven Lang gedurende. 

En na haer overlijden sullen deselve vervallen, ten 
behoeffen van dese vergadering. En ten profijte van 
dien en hof werden. 

En of de uitdeeling aen dese vergadering so voorsz : 
staedt so verre niet kan strekken so sal in dien gevallen 
't Een of andere gemindert werden. 

En so de Inkomste vermeerderen, sal de uitdeeling 
vermeerdert werde, ten naasten oorbaer En profijte 
van die schamele vrouwen. 

Een Igelijke vrouw, 's weeks to betalen 12 pen: 
hollans in En bos die daar toe bij een van de vrouwe 
bewaert sal werde door bevel en last van de buite 
vaders die de sleutels sullen bewaren, En visentatie 
Doen, of de betaling geschiedt na behoren 

van welke penningge, als Eennigge vrouwe siek of 
bedde vast sijn, En vrouw Gehuist sal werde, om op 
te passé. Etc. 

De onwillige die de blank niet geven verbeuren 
de alimentatie. 

Alle de vrouwe dewelke int hoffie woone sullen 
savons met het Luydc van de Wagtklok binnen de 
poort moete sijn, als de klok ophoudt de poort sluyten, 
sonder weer uit te moogen gaen, of 'snagts uit te blijven 
ten waren met Concent van de Regenten, op de ver- 
beurte van Een maendt alimentatie. 

Sullen alle die vrouwen, de buiten vaders, En haer 
huys vrouwen obidieeren, op peinen van mitter daet 
uitgeset te werden., niets uitnemende 't geenen door 
haer Ingebrogt is. 

So wanneer Eenigge vrouwe haer onEerlijk aen- 
stelde, sullende de buitenvaders met advijs van borgm: 
aenstonts uit het huys moogen setten, mis na haer 
neemt als 't voorsz. is. 

Of Bij brand of quade fortuyne de voornoemde 
huysse vernielt werde, sal de uytdeeling so lang op- 
houden, dat deselve weder opgeboudt werden. 

Indien namaals bij verloop, of verandering deses 
fundatie, Eenige vermeerdering of vermindering Eyste, 
sullen de buiten vaders met advijs van borgerm: mogen 
doen tot oorbaer en profijt van de Genen de in dese 
vergadering sullen wonen. 

Deses oorkonden hebben wij Schout, Burg: 
Schepenen voorn: onsses stedes Secreet 
Segel Hier onder aen doen hangen op den 
19b 1593- 

(was get) C. MuYS. 



w. 



Digitized by 



Google 



— I04 — 



Uit voorstaande oorkonde blijkt alzoo dat ten tijde 
der stichting het hofje bestond uit twintig woonhuizen, 
een bakhuis en een koomzolder. 

De beide laatste gebouwen zijn, doordat zij niet meer 
aan hun doel beantwoorden, afgebroken, en hebben 
plaats gemaakt voor nieuwe woningen; door demping 
van een watertje, dat achter het Hofje heenliep, is 
ook plaats gewonnen, die benuttigd is, door op dat 
gedeelte nog eenige huisjes te bouwen, zoodat het 
Hofje van Beloys thans bestaat uit 29 woningen, 
gebouwd rondom een bleekveld, waar zij uitzicht op 
hebben. 

Vink maakt melding van een regentenkamer, waar 
de portretten van den stichter, Comelis de Cock, Maarten 
Penning Comz. en Mr. Mcirtinus den Beer als regenten, 
benevens een regentenlijst, moeten aanwezig geweest 
zijn; noch van de kamer, noch van de portretten en 
regentenlijst is thans meer een spoor te vinden. 

Ook vind ik in de M. S. Geschiedenis van Schiedam 
melding gemaakt van een monumentale pomp, die thans 
ook verdwenen is en plaats heeft gemaakt voor een 
hardsteenen paaltje, waarboven zich een gaslantaam 
bevind. Het eenige wat nog onveranderd is gebleven, 
is het groote ijzeren hek, dat toegang tot het hofje 
verleent. 



Aan de Klreupelstraat te Schiedam staan nog vijf 
huisjes, ook gesticht door Huybrecht Corsse en die in 
onderscheiding van het hiervoren vermelde hofje chet 
buitenhofje van Belois» genoemd worden. 

In de stichtingsbrief wordt geen melding gemaakt 
van deze huisjes, en is mij omtrent den tijd der stich- 
ting niets bekend. 

Alléén uit het testament van Huybrecht Corsse, van 
den 5*" Februari 1601^ waarbij Pieter Pietersse van den 
Burg, burgemeester en Elant Adriaansz., oud-burge- 
meester van Schiedam, getuigen waren, blijkt dat hij 
de stichter er van is. 

Een uittreksel uit dat testament, hierop betrekking 
hebbende, gaat hierbij: 

«Nog II Gemeeten Lants in Sonnemaer 

Opdragt van de 1 1 Gemeeten, ten behouffen der vijf 
huyssies Bij hem testateur gefondeert in de Krepel 
straet 

Nog ten lasten vant oude wijfkens hof, 'sjaerlijks 
uyttereyken 18 Guldens aan 

Elk van de Besitters, van de vijf huyssie in de 
Krepel Straedt, die 't selve om godts wille begeeren» 

Door aankoop is dit vijftal huisjes met één vermeer- 
dert, zoodat thans de geheele stichting van Belois bestaat 
uit vijf en dertig woningen. 

Zooals ik hier boven reeds zeide, is de regentenlijst 



van het hofje niet meer aanwezig. Zoover ze mij uit 
oude gegevens blijkt, geef ik ze hier weer: 

Door Huybrecht Corsse zijn bij uiterste wilsbeschik- 
king benoemd: 

i^ Antoni Com: Bakker 

hij was gehuwd met Neeltje Willems, dochter van 
Maria G^rrits, een halve zuster van den stichter. 
2^. Leendert Daniels 

hij was gehuwd met Meynssie Corssen, dochter 
van Cors Corssen, broeder van den stichter. 
1604. Fransoys Perschijn, doctor in de medicijnen, 
Corn* Jobse. 
4 April 1652. Claes Dirksse van Wijk. 

8 April 1652. Gerrit Vis en in plaats van Claes 
Dirksse van Wijk «door IndisfKJsitie geexcuseert» 

Willem Juist. 

6 April 1653. Gerrit Vis, Willem Juist. 

18 April 1658. Willem Juist, Gerrit Vis. 

9 April i68i. Willem Juist, Dirk Gerritse Somhof. 
12 April 1686. Dirk Gerritse Somhof, Simon van 

Vegt, Neeltje Scharps. 

8 April 1689. Simon van der Vegt, Gerrit Somhof. 

29 Maart 1690. Gerrit Somhof, Dirk van Wijk en 
zijn Echtgenoote. 

9 April 1692. Gecontinueerd behalve Dirk van Wijk 

in wiens plaats zijn zoon Nicolaas benoemd is. 
25 Maart 1701. Gerrit Somhof, Nicolaes van Wijk, 

Mr. Antoni Wagtmans.^ 
6 April 1708. Mr. Antoni Wagtmans, Gerrit Somhof, 

Com. Penning. 
25 Maart 17 12. Gerrit Somhof, Com. Penning, Pieter 

van den Heuvel. 

30 Maart 1725. Pieter van den Heuvel, Corn. Pen- 
ning, Gerrit Somhof. 

Goede Vrijdag 1726. Pieter van den Heuvel, Com. 
Penning. 

15 April 1727. Pieter van den Heuvel, Corn. Pen- 
ning, Com. de Cock. 

Goede Vrijdag 1737. Pieter van den Heuvel, Com. 
de Cock, Maerte Penning. 

Goede Vrijdag 1740. Mr. Martinus den Beer, Maerte 
Penning, Com. de Cock. 

1788. Nanning de Greve, Daniël Pichot, Jan Bolman, 
Binnenmoeder: Johanna Groenewegen. 

1802. Abraham van der Hoeven Abrzn., Jan Rode, 
Hendrik Maas. Binnenmoeder: Johanna Groene- 
wegen. 

1805. Gecontinueerd. 

1806. Abraham van der Hoeven Azn., Jan Rode, Cor- 
nelis Nolet. Binnemoeder : Johanna Groenewegen. 

1807. Dezelfden. 

1808. Abraham van der Hoeven Azn., Jan Rode, 
Jan Nolet, ) unior. Binnenmoeder: Johanna Groene- 
wegen. 



^Si 



Digitized by 



Google 



ir- 
i 



Digitized by 



Google 






co 
cd 

m 

CD 



cd 

O 
c/O 

j=: 

i2 
'S 

CD 
CD 

d 

CD 
CD 

CD 



CD 

cd 



o 

3 



PU. 

o 
o 

CD 

pq 



BStJ. 



Digitized by 



Google 



— I05 — 



1838. A. Knappert, A. Post Uiterweer. 

1839. -^ Knappert, A. Post Uiterweer, L, Knappert 
SCzn. 

1846. A. Post Uiterweer, A. Knappert, L. Knappert 
SCzn. 

1847. Dezelfden. 

1848. xA Post Uiterweer, Dr. A. Knappert, L. Knap- 
pert SCzn. 

1849. 1850, 1851. Dezelfden. 

1852. Dr. A. Knappert, L. Knappert SCzn., J. A. 
Nolet Wzn. 

1855 — 60 Dezelfden. 

1861. L. Knappert, J. A. Nolet Wzn., G. Poort 

1862 — 1869. Dezelfden. 

1870. L. Knappert, J. A. Nolet Wzn., G. A. E. 
Visser. 

187 1 — 1878. Dezefden. 

1879. J. A. Nolet Wzn., G. A. E. Visser, C. J. Loncq. 

1880— 1888. Dezelfden. 

En hiermede kan ik dit artikel als geëindigd be- 
schouwen. Spoedig evenwel hoop ik in de gelegenheid 
te zijn over enkele te Schiedam bestaande inrichtingen 
en stichtingen meer mede te deelen. 



Schiedam. 



H. A. M. ROELANTS Jr. 



Gerrit Tan Assendelft en zijn praalgraf in de Groote- 

of St. Jacobskerk te V6ra?enhage (i). 

(Met een plaat). 

Het geslacht van Assendelft behoort genoemd te 
worden onder de oudste en aanzienlijkste der adellijke 
geslachten van Holland. Barthout, de stamvader, wordt 
gezegd in den jare 1265 dezer wereld te zijn overleden. 
De hoogste waardigheden hebben de edelen van Assen- 
delft bekleed in raadzalen en gerechtshoven van land 
en gewest. Hun vorsten hebben zij in den krijg trouw 
ter zijde gestaan, de onderzaten in hunne talrijke heer- 
lijkheden en bezittingen gesteund en met voorrechten 
begiftigd, zooals het een goed heer betaamde, die den 
tijdgeest begreep en aan dezen gehoor gaf. 

Rijk waren zij in bezittingen, welke hen waren toe- 
bedeeld bij huwelijk of erfenis, want de van Assen- 
delfts vermaagschapten zich aan de aanzienlijkste huizen 
in den lande. 

Hoewel reeds lang uitgestorven, want hun naamge- 
nooten, die in de 17® en 18® eeuw te 's-Gravenhage, 



(1) Ontleend aan: db Riemer, Beschrijving van ^sGravenhagefllSO; 
Omzendbrief van H.H. kerkvoogden der Groote-kerk te 's-Gravenhage 
voor een poging tot restaxiTatie van het praalgraf in de Assendelftsch e 
kapel, Januari 1888; Handvesten ende privilegiën van Assendelft, 
1768, enz. 



Leiden en andere Hollandsche steden de magistraats- 
zetels innamen, waren afetammelingen uit een zijtak 
en wellicht door bastaardij (?) van het aloude ridder- 
geslacht , zoo leeft hun naam toch steeds voort in de 
hofstad, daar de straat in het Westeinde, waaraan hun 
huizinge was gebouwd, nog altijd de Assendelftstraat 
wordt geheeten, terwijl het bouwwerk naast de Groote- 
of St Jacobskerk aldaar aan de zijde der Riviervisch- 
markt, thans dienst doende als consistoriekamer, bekend 
is als de Assendelftsche kapel. Deze kapel is gesticht 
in het jaar 1482 (i) door een der bekendste leden van 
het Assendelftsche huis en bevat in zijn grafkelder 
de stoffelijke overblijfselen van zijn telgen. Volgens 
DE Riemer is deze kapel een der schoonste en grootste 
in Holland, zijnde binnen haar muren twintig voeten 
breed, omtrent veertig voeten lang en uitermate hoog 
en kerksgewijze verwulfd. Het is hier in den Noorder- 
hoek dat nog steeds, hoewel thans in deemiswaardigen 
toestand, in een nis in den muur, maar door houten 
deuren aan het oog onttrokken, zich het praalgpraf 
bevindt van den stichter der kapel, van heer Gerrit 
van Assendelft, heer van Assendelft, van Besoyen, enz., 
ridder en raad in den hove van Holland, en van zijn 
tweede vrouw Beatrix van Dongen of Daelhem. Onze 
plaat geeft een afbeelding van dit monument, zooals 
het zich in de vorige eeuw vertoonde en voorkomtin 
het werk van DE Riemer. Deze historieschrijver geeft 
er de volgende beschrijving van: 

cDe voetstal dezer tombe is te zamen gevoegt van 
blaauwen arduin-steen, zijnde drie voeten hoog boven 
den grond, zeven voeten lang en vier voeten en twee 
duimen breed. Op dezelve ziet men den voorn. Heer 
van Assendelft in zijn vol harnas en zgne huisvrouwe 
Beatrix van Daalhem in vrouwelijk gewaad, met zamen- 
gevouwen handen, de oogen na den Hemel slaande en 
het laatste oordeel gelijk als te gemoed ziende, met 
hunne hoofden rustende op kleine oorkussentjes, in 
wit albastersteen, bijna nog in hunne volle gestalte, 
uitgestrekt leggen. Boven de agterzijde van deze tombe 
is, na maate of grootte van dezelve, in den muur van 
de kerk uitgehouwen een half ovaal, waar in vertoont 
werd het wapen van de Heeren van Assendelft; ver- 
beeldende een zilver paard op een veld va^n keel, gequar- 
tileert met een zilver kruis mede op een veld van keel, 
bezet in ieder hoek met drie zilvere maarlen, getim- 
breert met een paardehoofd en een gaeter ter weder- 
zijden (2). Aan ieder zijde van dit ovaal hangen agt 



(1) Zie den fondatiebrief, 25 Juni 1482, in het werk van de Riemer, 
IP deel, blz. 843 en de bevestiging door bisschop David van Bour- 
gondië, II* deel, blz. 846. 

(2) Zie over het wapen van het geslacht Assendelft: Algemeen 
Nederl. Familieblad, jaargaug 1886, blz. 182, waar op de bijbehoorende 
zegelplaat de afbeeldingen van twee verschillende zegels van dezen 
heer Gerrit van Assendelft voorkomen. 



Digitized by 



Google 



m 



— lo6 — 



quartieren, waarvan de koleuren door den tijd zoodanig 
zijn verandert, dat de wapenen tans nauwelijks kenbaar 
en van anderen te onderscheiden zijn. Wij zullen ze 
egter opgeven zoo goed als men ze met moeite heeft 
konnen nagaan. 

Assendelft Dongen 

Haarlem Brakel 

Cralingen Zevenbergen 

Zwieten Besoyen 

Polanen Polanen 

Monster Pijnssen 

Roderijs Bleyestein 

Borsselen van den Wale. 

Op de voorzijde van de voetstal leest men deze 
twee Grrafschriften, nevens den anderen staande: 



Hier leyt begraven die edele en welgeboren Gerrit 
Heer van Assendelft, en van Besoyen, Raad ordinaris 
eerst van den Hooggebooren Prince des Hertogen 
van Bourgonje en daar na nog van den HoogGebooren 
Prince des Eerts-Hertoge van Oostenrijk, in Haaren 
Lande van Hollant, Zeelant en Vrieslant, ende starf 
upten negenden dach Octobris in 't jaar ons Heeren 
M.CCCC en ses en tagtich. 

II. 

Hier leyt begraven die jonkvrouw Beatrix van 
Dalem, vrouwe van Assendelft en van Besoyen, Gesel- 
linne van de voorsz. Heer van Assendelft en starf up 
ten derden dach van Februarii in 't jaar ons Heeren 
dusent vierhondert en twee en 't negentich. 

Wat de kwartieren betreft, deze zijn thans moeielijk 
op te maken. Die van Assendelft zijn goed geplaatst 
Wanneer men ze opstelt op de wijze van een kwar- 
tierstaat, krijgt men de volgende vier huwelijken: 

Assendelft met Polanen, Haerlem met Monster, 
Cralingen met Rodenrijs en Swipten met Borselen. De 
plaatsing is aldus bepaald juist. Met de kwartieren der 
vrouw eveneens hemdelende, zou men de volgende alli- 
antiën krijgen: 

Dongen met Polemen, Brakell met Pijnssen, Zeven- 
bergen met Blijestein en Besoyen met van de Wale. 

Volgens de genealogische opgaven van S. van 
Leeuwen, Batavia Illtistrata^ blz. 934, zou dit niet 
juist zijn. Hij noemt de moeder van Beatrix van Dongen 
een dochter van Willem van Besoyen, die in 1422 
gehuwd was met Beatrix van de Wale, dochter van 
Wouter, burgemeester van Dordrecht en ambachtsheer 
van Heynenoort Deze opgave voor juist aannemende, 
zouden wij dus moeten hebben: Besoyen met Zeven- 
bergen, van de Wale met Blijestein. 



Wie lost ons dit op? 

Gerrit vem Assendelft was de oudste zoon van Dirk 
van Assendelft, baljuw van Kennemerland en Friesland, 
daarna van Aemstelland en van Christina van Cralingen. 
Zijn vader werd bij den dood van diens broeder Barthout, 
den eersten vrijen heer van Assendelft, baljuw van 
Medemblik, baljuw van Kennemerland en Friesland, 
maarschalk van gravin Jacoba, enz., in het jaar 1443 
den 23 November verlijd cmet die vrije heerlickhede 
van Assendelft, hoghe ende laghe, mit alle hoeren 
toebehoeren.» Dadelijk droeg hij echter de heerlijkheid 
weder aan zijn leenheer op ctot behoef Gherijts van 
Assendelft» zijn oudsten zoon, die er toen mede beleend 
werd, vermakende zijn vader cin rechten duwarien ende 
lijftochte, hondert Ingelsche Nobelen van vijfthalven 
engelsz elck stuck wegende of payment haire waarde, 
alle op te bueren en te ontfangen uyt die vrije heer- 
lyckhede van Assendelft.» 

Welke betrekking Gerrit, de nieuwe heer van Assen- 
delft, in dat jaar bekleedde, is mij niet bekend, waar- 
schijnlijk was hij aan des graven dienst verbonden en 
woonde hij te 's-Gravenhage, in of bij welke stad zijn 
oom Barthout reeds in 1428 — 30 een huizinge had 
gebouwd, zooals toen de mode was bij vele Hollandsche 
edelen. Zeker is het, dat hij in zijn heerlijkheid Assen- 
delft geen slot of huis had, daar wij vermeld vinden, 
dat hij 23 Augustus 1446 van graaf Philips van Bour- 
gonje toestemming verkreeg 4>ij tijden van doetslaegen, 
vredebraken ende andere ontstantelijke saicken», omdat 
<hi binnen derselver sijnre heerlickheyt geen huys, slot 
nog vangenisse heeft, daer hi di quaatdoenders in sluyten 
mach», deze in hechtenis te doen voeren cin sijns vaders 
huys tot Heemskerck.» Dit was het huis Assumburg, 
het oude stamslot der Assendelfts, reeds in 1335 ver- 
meld, in welk jaar Barthout van Assendelft het opdroeg 
aan heer Jan van Polanen, van wien hij het weer als 
een onversterflijk leen terug ontving. Den 23 April 
1483 ontving heer Gerrit van Assendelft van aarts- 
hertog Maximiliaan hetzelfde verlof, doch het heet nu 
«sijn huys, gelegen tot Eemskerk, geheten Assenburg.» 
Na zijns vaders dood in 1451 of 1452 is dus het kasteel 
aan hem als den oudsten zoon overgegaan. Toch zal hij 
het meest gewoond hebben in den Haag; waarschijnlijk 
bestond toen nog niet de huizinge in het Westeinde, 
welke later bekend was als het hof van Spanje en 
waarvan men in het werk van DE RiEMER een afbeel- 
ding vindt. Deze zal door zijn kleinzoon en naamgenoot 
zijn gebouwd (i). Reeds meer dan dertig jaren bekleedde 



(1) De grond, waarop deze huizinge is gebouwd, behoorde hem 
echter reeds. Zijn zoon Claes werd in 1487 n.1. bij zijns vaders dood 
beleend o. a. „met eenen grooten boomgaert mit eenen hoeyx-werve, 
die dair in te leggen plach, ende geslicht, ende mede tot eenen 
boomgaert gemaekt is, daer toe een elsbosch aen ^t west-eynde van 
den voirsz. boomgaerde, ende die Schuttersdoelen mit ten geboemte 



Digitized by 



Google 



— I07 - 



hij daar de hooge betrekking van raad ordinaris van 
het hof van Holland. Dit was natuurlijk meer een 
eerepost, dan een winstgevende, daar wij vinden aange- 
teekend, dat het honorarium bedroeg 16 stuivers per 
dienstdag. 

Wat zijn leven verder betreft, dit onderscheidt zich 
niet door gebeurtenissen, die hem een roemrijke plaats 
in 'slands geschiedboeken hebben gegeven. Krijgsman 
schijnt hij niet geweest te zijn. Integendeel zijn zijn 
levensjaren kalm daar heen gevloden, zonder te rekenen 
de gewone tegenspoeden en onaangenaamheden, die 
ieder zijner tijdgenooten te duchten had. Dat er reeds in 
1444, dus dadelijk na zijn beleening met Assendelft een 
oneenigheid plaats had met zijn onderzaten over het 
betalen van 400 Rijnsche guldens, behoorde zoo tot 
de gewone zaken. Dit werd den 18 April van dat jaar 
in der minne geschikt, hij behoefde slechts een plak- 
kaat te geven, waarbij hij hun de handvesten verzekerde, 
die zij vroeger van heer Barthout hadden gekregen 
en van die, welke tde ^Kermaren» in het algemeen van 
de grafelijkheid bezaten. Eenige andere privilegiën ont- 
vingen zij bij tijd en wijlen nog meer van hem, of 
kochten hem die af, zooals in 1465 ter vergoeding 
van een bede voor hem en zijn zoons Jan en Claas. 
In 1449 koopt hij van zijn jongsten broeder Willem, 
die voor hem de heerlijkheid Assendelft als baljuw 
bestuurde, 4Y, hoet gerste uit de tienden van Cstötri- 
cum; in 1456 beleent iiij dezen* met eenige morgen 
lands in Maasland, terwijl wij hem in 1464 tegen- 
woordig vinden, bij een geschil, dat zijn broeder Jan, 
de rentmeester van Noord-Holland, had met Jan Pij 11, 
den gezworen bode van Delftland. Drie jaren later 
moest hij beleven, dat zijn broeder Willem, die tot 
vrouwe had Maria van Adrichem, op Hemelvaartdag 
in een volksbeweging te Haarlem werd doodgeslagen. 
Den 14 October van dat zelfde jaar is hij borg voor 
zijn broeder Jan, die het slot Heemskerk, het latere 
Marquette, huurt voor den tijd van tien jaren van 
vrouwe Meyne van Heemskerck, en zes dagen later 
moet hij weer als getuige een geschil bijwonen van 
de ingelanden van het land van Altena. 'In 1468 
wordt hij met zijn broeder Jan en zijn zoon Jan genoemd 
onder de edelen, die in den Haag Karel den Stoute 
als graaf van Holland huldigden. Door het overlijden 
of aftreden van Dirk Pous als heemraad van Delftland 
in 147 1 keurt men hem waardig dezen als zoodanig 
te vervangen. Als pachter van de renten en domeinen 
op Wieringen verbindt hij zich den 16 Juli 1478 jaar- 



dat dair op staet, aen 't West-eynde van den boomgaerdt voirn. 
te verheergewaeden mit eenen roeden sperwair of thien HoUandsche 
groetten dair voer, gelijck sijn Vader voirn. ende sijne Voersaeten 
die gehouden hebben, nae inhont der oude brieven, ende onse regis- 
teren dair van wezende." Of is deze schuttersdoelen later tot een 
hnlzinge ingericht? 



lijks aan Amsterdam 300 pond, elk van 40 groot te 
betalen, enz. 

Ook zijn ambt als raadsheer bracht natuurlijk zijn 
beslommeringen mede. In 1454 is hij in die kwaliteit 
tegenwoordig bij de verbanning van Herbem van Erkel 
(Arkel); in 1482 is hij getuige als raad en leenman 
bij de verlijing van het huis Nyenrode aan de Vecht 
aan Jan van Nyenrode Jansz., terwijl hij dat zelfde jaar 
den 4 Februari als commissaris van den rade van 
Holland zich van een zending naar Leiden had ge- 
kweten, enz. Wij zouden nog meer dergelijke bijzon- 
derheden van hem kunnen vermelden, doch het boven- 
staande dunkt ons reeds meer dan genoeg om eenigszins 
den man te doen kennen, die aan de zijde zijner tweede 
gemalin, in de Assendelftsche kapel begraven ligt, en 
wier beeltenissen door den kunstenaar uit witten albast- 
steen gebeiteld op hun grafmonument nog heden zijn 
te aanschouwen. 

Zijn eerste vrouw wordt genoemd Jacoba Hillegond. 
Elders heet zij Jacoba van Hillegom. Wat het juiste 
is, kan ik vooralsnog niet beslissen. Hunne dochter 
Margaretha, overleden in 1522, huwde met Dirk van 
Heemskerck van Beeckestein, houtvester van Holland 
en heemraad van Rijnland, die stierf in 1518. 

Het is juist in de geslachtslijst van zijn familie, dat 
VAN Leeuwen de eerste echtgenoote van Gerrit van 
Assendelft eene van Hillegom noemt, terwijl zij in de 
genealogiën van Assendelft eenvoudig heet Jacoba 
Hillegond. 

De andere kinderen waren: Qaas van Assendelft, 
gehuwd met Aleida van Kijfhoeck, die den stam heeft 
voortgeplant, Johan van Assendelft, kastelein van 
Schoonhoven, ongehuwd overleden in 1484, Dirk van 
Assendelft, kanunnik te Utrecht en Catharina van 
Assendelft, eerst gehuwd met Adriaan van Polanen van 
de Lecke, en daarna met Joost van Halewijn. Zij 
overleed te 's-Gravenhage 15 Augustus 1494. Bij 
Beatrix van Dongen, die ik in 1461 het eerst als 
zijn echtgenoote genoemd vind, vermakende haar 10 
April van dat jaar loo Fransche kroonen tot een lijf- 
tocht, liet hij geen kinderen na. 



Door heeren kerkvoogden der Nederduitsch Her- 
vormde gemeente te 's-Gravenhage werd in Januari 
dezes jciars een circulaire rond gezonden, waarin gewezen 
werd op den treurigen toestand waarin zich de Assen- 
delftsche graftombe thans bevindt, een beroep doende 
in de eerste plaats op de kunstlievende Protestantsche 
ingezetenen der residentie om deze en de geheele 
kapel te restaureeren en in behoorlijken toestand te 
brengen. 

Volgens een overeenkomst van 30 Juli 1751, waarbij 
de Assendelftsche kapel door de eigenaars aan kerk- 



Digitized by 



Google 



^^ 



lo8 



meesters ten eeuwigen dage werd overgegeven, rust 
op de gemeente hiertoe zelfs eenige verplichting, omdat 
daarbij bepaald werd, dat de kapel boven de grafkelders 
ten koste van de kerk zou worden gerepareerd en ten 
eeuwigen dage dak- glas- en vloerdicht onderhouden, 
alsmede de tombe, inscriptiën en andere ornamenten van 
de Assendelftsche familie in de kapel moeten blijven. 
Tegenwoordig ontbreken aan de mannelijke figuur 
op de tombe, die op de plaat bij DE RiEMER (1730) 
reeds zonder handen en met het rechterbeen afge- 
broken voorkomt, de beide onderbeenen, terwijl buiten- 
dien beide figuren in verticale houding tegen den muur 
zijn opgesteld, en tallooze détails niet meer op hunne 
plaats aanwezig, deels op zeer onoordeelkundige wijze 
verplaatst zijn. Het is niet met zekerheid na te gaan, 
hoe en wanneer de tombe in dezen treurigen toestand 
is gekomen. 

Herstelling van het kunstwerk is dus dringend noodig, 
het plan daartoe verdient aller waardeering en sym- 
patie. Zagen heeren kerkvoogden hunne pogingen tot 
herstel van het monument tot dus verre niet met eenen 
gewenschten uitslag bekroond, daar de deelneming 
zeer gering was, zij meenden zich hierdoor echter niet 
te mogen laten afschrikken aan die zaak hunne verdere 
belangstelling te wijden, en hebben, uit de door hen 
(met dank aan de gevers) geïnde bijdragen een bijzonder 
ionds tot bedoeld einde aangelegd, ten einde daaruit, 
wanneer het genoegzaam zal zijn aangegroeid, de 
kosten van herstel dier graftombe te kunnen bestrijden. 
Met dankbaarheid zullen zij de giften in ontvangst 
nemen , welke daarvoor aan hen mochten worden 
ingezonden. Wij laten hier de namen der kerkvoogden 
volgen, die zich met de ontvangst daarvan willen 
belasten, zijnde de heeren: 

Mr. H. graaf van Hogendorp, Parkstraat 4. 

M. C. J. Piepers, Javastraat 70. 

Jhr. P. O. H. Gevaerts van Simonshaven, 
Mauritskade 3. 

Mr. P. van den Brandeler, Bezuidenhout 4. 

Mr. O. W. Star Numan, Sophialaan 10. 

Jhr. A. C. Th. Gevers, Bazarstraat 34. 

J. E. N. baron Schimmelpenninck van der Oye, 
Alexanderstraat 3. 



's-Gravenhage. 



G. J. Honig. 



Geslacht Gabry. 

I. Pieter Gabry (1), overleed te Utrecht 27 April 
1650 en aldaar begraven, was gehuwd met Maria de 
Latfeur en had de volgende kinderen: 

I®. Jan Gabry, die volgt 11. 

2^ Carel Gabry, die volgt ilbis. 

3®. Daniel Gabry huwde met zijne nicht Catharina 

de Latfeur. 
4®. Catharina Gabry, huwde met Heer N. N. van 

Werkhoven. Uit welk huwelijk: 

A. Comelis van Werkhoven, huwde met zijne nicht 
Johanna de Latfeur, zuster van Catharina. 

B. Pieter van Werkhoven, huwde met Sophia van 
Dijck. 

C. Dirk van Werkhoven, ongehuwd overleden. 

II. Jan Gabry, geboren in 1607, overleden 8 Februari 
1661 en begraven in de Wester-kerk te Amsterdam, 
huwde 21 Juli 1637 ™^^ Anna Maria Coymans, gebo- 
ren II Maart 16 15, overleden 5 Februari 1687, mede 
begraven in de Wester-kerk te Amsterdam, dochter 
van Coenraad en van Maria Schuyl van Walhorn. 

Uit hun huweUjk de volgende kinderen: 

1®. Maria Gabry, geboren 4 November 1638, over- 
leden £8 Juli 1645. 

2^' Anna Catharina Gabry, geboren 20 November 
1639, overleden 4 Juni 1644. 

3*^. Charlotte Gabry, geboren 22 Maart 1641 en over- 
leden 5 April 1724, huwde met Jan Fleon, over- 
leden in April 1683. Uit welk huwelijk: 

A. Helena Fleon, overleden 7 December 1742. 

B. Jan Fleon, overleden 18 Juli 1741, huwde 
met Jacoba Agneta ten Poortinge, overleden 
17 Januari 1747. Zij hadden een zoon: Jan 
Wybrand Fleon, getrouwd met N. N. van Tol. 

4®. Pietemella Gabry, geboren 22 Augustus 1642, 
overleden i Juli 1643. 

5<>. Johanna Gabry, geboren 6 Februari 1644, over- 
leden te Batavia in 1 702 (of 1 704) huwde met Jacob 
de Grijp, overleden te Batavia 12 September 1707. 
Uit- dit huwelijk drie kinderen : 

A. Anna de Grijp, gehuwd met Martinus Dolnus. 

B. Johanna de Grijp. 

C. Jacoba Maria de Grijp. 

6®. Jan Gabry, geboren 23 Augustus 1646, overleden 

29 September 1651. 
7^ Isabella Gabry, geboren 3 Maart 1649, overleden 

6 April 1649. 
8^ Pieter Gabry, geboren i Maart 1650, overleden 

15 April 1650. 



(1) Wy vinden nog genoemd Cyprian Gabry, die den 25 April 1595 
te Londen een zoon, Cyprianus Gabry, liet doopen, getuigen Rogier 
Vercoilje en Anna uxor Guido Malapert. 



Digitized by 



Google 



M' 



— 109 

9®. Jan Nicolaas Gabry, die volgt nL 

lo*. Coenraed Gabry, geboren 11 Augustus 1653, jong 
overleden. 

ra. Jan Nicolaas Gabry, g^eboren 10 AprU 1652, over- 
leden 23 December 17 13, huwde met Jacomina de Decker, 
geboren in 1655, overleden 8 October 1708. 

Uit dit huwelijk de volgende kinderen: 

I®. Jan Jacomo Gabry, geboren 28 November 1674, 
overleden 19 December 1674. 

2^. Jacoba Gabry, geboren 19 November 1675, over- 
leden te *s-Gravenhage 16 October 1760. 

3*. . . . . Gabry, jong overleden, 3 uren oud, in 1678. 

4®. Jan Jacomo Gabry, geboren 12 Mei, overleden 
23 December 1680. 

5^ Jan Gabry, geboren 22 December 168 1, overleden 
in 1730. 

6®. Pieter Gabry, geboren 22 Maart 1684, overleden 
14 Februari 1729, huwde met Susanna Helena 
Coyett, overleden op Amboina in 1724. 
Uit dit huwelijk: 

A. Pieter Gabry, geboren 25 November 17 15. 

B. Constantijn Gabry, geboren 13 Augustus 17 18. 
-j^. Lucretia Gabry, geboren 11 Januari 1687, over- 
leden in 1730. 

8®. Anna Maria Gabry, geboren 19 October 1689, 

overleden in 1695. 
9®. Jacob Gabry, geboren 31 Augustus, overleden 

22 November 1692. 

Daniel Gabry, geboren 7 Maart, overleden 3 

April 1694. 

Jacob Gabry, geboren 17 October 1695, over- 
leden 18 December 1697. 

Anna Maria Gabry, geboren 25 December 1697, 

overleden 17 Mei 1698. 



10" 



11^ 



12" 



nbts. Carel Gabry, huwde met Maria Walens. 
Uit welk huwelijk: 

i^ Maria Gabry, gehuwd met Johannes Aysma. 
Uit welk huwelijk: 

A. Maria Aysma, geboren in 1670. 



1673- 
1676. 
1682. 
1685, huwde met 



B. Johannes » 

C. Pieter > 

D. Carel > 

E. Sara > 
Comelis Hoefackei 

20. Salomon Gabry, huwde met Maria de Decker, 
overleden in December 1704. Uit welk huwelijk : 

A. Maria Jacoba Gabry, geboren in 1678, huwde 
met Johannes van Manen. 

B. Anna Gabry, geboren in 1681, was gehuwd 
met Lafeber. 

C. Charles Gabry, geboren in 1683. 

Z>. Abraham Gabry, geboren m 1687, huwde 
met , waaruit: 



Maria Gabry, huwde in 1733 met Gerardus 
van Alkemade. 
3®. Johanna Gabry, huwde Anthonius Bijnaeus. 
Uit welk huwelijk: 

A, Maria. 

B, Nicolaas Anthone Bijnaeus, huwde met Maria 
Sommerhoff, waaruit: Johan Antoni Bijnaeus. 

C Sara Catharina Bijnaeus. 

D. Adriana. 

E, Charles Anthoni, overleden. 
jF. Ida Johanna. 

4^ Carel Gabry, die volgt lll. 
$^. Nicolaias Gabry. 

III. Carel Gabry, gehuwd met Sophia Verhoef, ver- 
wekte de volgende kinderen: 
1°. Carel Gabry. 
2^. Catharina Gabry. 
3^. Nicolaas Gabry. 

4<>. Anna Maria Gabry, huwde met Stephanus van 
Brinkesteyn, waaruit: 

A. Sophia van Brinkesteyn, gehuwd met J. G. 
Methorst. 

B. Antoni van Brinkesteyn, gehuwd in 1753 met 
Catharina Lelivelt. 

C. Anthonia van Brinkesteyn. 
Z>. Anna Maria van Brinkesteyn. 
E. Hubrechta van Brinkesteyn. 

5^. Sophia Gabry, huwde met Reynier van Coeverden, 
waaruit : 

A. Carel van Coeverden. 

B. Comelis van Coeverden. 

C. Geertruida van Coeverden. 
6®. Frans Goris Gabry. 
7<>. Hillegonda Gabry. 

Volgens een geslachtregister A® 1742 te 's-Graven- 
hage opgemaakt door Constantijn Gabry; medegedeeld 
door 

Overschie. A. Verschoor. 



Geslacht Hamix. 



In den vorigen jaargang, blz. 249, maakten wij 
melding van het rechtsgeding van de Belgische graven 
Mamix met den Franschen graaf St Aldegonde over 
het voeren van den naam St. Aldegonde achter hun 
geslachtsnaam. 

Zij hebben thans in hoogste instantie hun recht 
uitgemaakt gekregen om evenals hun beroemden voor- 
zaat van St. Aldegonde bij hun naam te mogen voeren. 



«%^ji^|gy^ 



Digitized by 



Google 



- IIO — 



Iiihoad Tijdschrifteii. 

Maandblad van het Genealogisch^Heraldisch Genoot' 
schap „De Nederlandsche Leeuw,'* V* jaargang, 1887. 

N^. 10. Levensbericht van J. D. M. de Klerk ; Kwar- 
tieren van J. D. M. de Klerk met wapenaf beelding ; 
Aanteekeningen betreffende het Vlissingsche geslacht 
van den Bussche; Doopregister behoorende aan de 
gemeente van Scheveningen ; Familieberichten. 

N^. II. Mededeeling van het bestuur; Commission 
pour Messiè Ingelbert de Nassau, conté de Vyanden, 
etc. ; Beleening van Prins Willem van Oranje, graaf 
van Nassau met 15 Brabandsche leenen, 29 April 1550; 
Doopboek der Engelsche gemeente te Dordrecht van 
1629— 1811; De la Marck— de Jonge; Het gemeente- 
wapen van Montfort bij Roermond; Familieberichten. 

N^. 12. Memoriael van het geslachte ende afkomste 
van Michiel Schultinck tot aen het vierde gelidt, van 
haer staet, officien ende van haer aengetroude geslach- 
ten, beginnende van 't jaer 1500 tot den jaere 1650, 
naar een handschrift berustende op de Kon. Bibliotheek 
te 's-Gravenhage. 

VP jaargang 1888. 

N^ I. Benoemde leden; Wat zijn familiewapens; 
Het geslacht Knippenberg; Jaarboek van den Neder- 
landschen adel; Familieberichten. 

N^. 2. Necrologie van J. A. de Bergh ; Boekwerken, 
etc. ontvangen voor de bibliotheek en het archief; Het 
rouwen der molens ; Het geslacht de Witt in Engeland ; 
De doopsgezinde familie de Vries; Genealogisches 
Taschenbuch der Adeligen Hauser; Familie van Strien, 
inzonderheid met betrekking tot Wolfaartsdijk; Fami- 
lieberichten. 

De Maasgouw. Orgaan voor Limiurgsche Geschte- 
dents. Taal eti Letterkunde^ 9* jaargang, 1887. 

N®. 49. Het gemeentewapen van Montfort bij Roer- 
mond. 

N^ 50. Willem Moubachius, predikant te Stevens- 
weert ; De wapenindustrie in de vorige eeuw te Maas- 
tricht; Het boekbinden der oude Romeinen; De graf- 
zerk van wijlen den bisschop van Roermond, Fran9ois 
Louis Sangnessa ; Publicatie over de aardappelentiende 
te Venlo in 1755; Kroniek der stad Maastricht van 
haren oorsprong af tot in Juni van het jaar 1862; 
Vragen betreffende het geslacht van Hogendorp. 

N®. 51. Vergeving der proostdij van St. Servatius- 
kapittel te Maastricht; Gerardus Mathieu Poell; De 
organist Coenen te Roermond. 

N*. 52. Een kort verhaal van den oorsprong der 
Annuntiaten in het klooster Trans-Cedron te Venlo; 
Badkuren in vroeger tijd. 

19® Jaargang, 1888. 

N^. I. Reglement van 1787 op de stichting van het 



Roermondsch huis te Keulen; Testament van Jan Mar- 
tinus baron van Wassenaer; Een koperen bel; Inven- 
taris der atlassen en van de kaarten, berustende op 
het rijksarchief in Limburg. 

N*. 2. Uitvaart van Isabella van Portugal ; Het papier 
in den ouden tijd. 

N^ 3. Testament van Hieronymus van Eynatten; 
Vragen betreffende het wapen van Lambert Blanckers ; 
Genealogische vragen omtrent Jean Baudesonof Beau- 
deson en omtrent de familie Wacken. 

N^. 4. Het debat in de Eerste Kamer over het 
afstaan van eenige charters van het voormalig Maas- 
trichtsch kapittel van St. Servaas aan het rijksarchief 
te Maastricht. 

N^ 5. Het gemeentewapen van Echt; Deportatie 
van den kardinaal van Frankenberg; Groot loterijspel 
op het kasteel Rijckholt bij Maastricht; De parochie- 
kerk te Roermond. 

N**. 6. Een bom in de St. Nicolaaskerk te Venlo; 
De oorsprong van het Nieuwsblad <Le Courrier de la 
Meuse» te Maastricht in 1786; Het eerste Nieuwsblad 
te Venlo. 

Archief voor de Geschiedenis van het Aartsbisdom 
Utrecht, XVP deel, 1887. 

I® afl. Aanteekeningen op Lindebom's Historia Epis- 
copatus Daventriensis ; Uit de Annales van Franc, van 
Dusseldorp; Sprokkels uit het oude kerspel van Ben- 
schop; Brief van Joan. Henr. Berentsen, eene bijlage 
tot blz. 441 van deel XII des Archiefs; Capelle. 

Bijdragen voor de Geschiedenis van het bisdom 
Haarlem, XV« deel 1888. 

I® afl. Uit de Annales Belg^ci van Franc, van Dus- 
seldorp; De toelating der roomsche priesters in Amster- 
dam tusschen 1730 — 1794; Iets over de kerkelijke 
bezittingen vóór de tijden der reformatie; Hetsemenarie 
te Keulen; Ter Gouw; Vervolging te Amsterdam; 
Christophorus van Schagen ; De Dominicanen te Haar- 
lem ; De naemen der priesters dewelcke door de gena- 
dighe gunst van onze edele ende grootaechtbaere heere 
sullen dienen: den i en 2 Augusti in 't Boomtie te 
Amsterdam. 

De Nederlandsche Heraut, Tijdschrift op het gebied van 
Geslacht', Wapen- en Zegelkunde, IV* jaargang 1887. 

3® en 4® afl. Necrologie; De Cocq van Haeften; De 
Nederlandsche driekleur; Zwitsersche Adel; Wapen- 
borden enz. in de oude kerk te Soest; Grafschriften 
in Friesland; Eenige aanteekeningen omtrent het oude 
adelijk geslacht Kreynck; Het geslacht van Hangest 
d'Yvoy ; Nederlanders in den Franschen senaat; Vragen. 

Otul'Holland, Nieuwe bijdragen voor de geschiedenis 
der Nederlandsche Kunst, Letterkunde, Nijverheid enz., 



Digitized by 



Google 



— III 



onder redactie van Mr. N. de Roever en A. Bredius, 
V« jaargcing, 1887. 

4« afl. De opera te Amsterdam, een bijdrage tot de 
geschiedenis der opera in Nederland; Een en ander 
over Gaspar Netscher; Charles de Trello en zijn dochter 
Lucretia, de cParthenine van C. Huygens ; Vier Kamper 
schilders, Ernst Maeler, Mechtelt toe Boecop, Bemhard 
VoUenhove en Steven van Duynen; Johannes Osbom, 
kunstig balein werker; Verbeteringen. 

De Dietsche Warande, Tijdschrift voor Kunst en 
Zedegeschiedenis i* jaargang 1888. 

No. 3. De aloude abdijkerk van Postel; Hieronymus 
van Aken; De tentoonstelling der XX te Brussel; 
Alphonse Asselberghs; Andries en Gerrit Schoemaker; 
Albrecht Dürer en de vier temperamenten; Iets over 
kerkzang; De viool en hare bespelers; Vondel als 
lierdichter; Eerrijk de Putte of Erycius Puteanns ; Dis- 
cours sur Tenseignement dans les écoles professionnelles 
et industrielies, prononcé k la Chambre des Représen- 
tants; Exposition k Bologne, Paris, 1889, Vienne 1888; 
Exposition rétrospective ; UEssor; Bulletin fran9ais, etc. 

Monatsblatt der Kats. Kön. Heraldischen GeseUschaft 
Adler. 

N«. 84. Mittheilungender Geselschaft; Südlicher alter 
Friedhof in München. 

No. 85 volgt later. 

N**. 86. Mittheilungen der Gesellschaft; Ein neues 
Inschriftenwerk; Zur Geschichte derSchlechta- Wschehrd; 
Die Fachausstelling des Deutschen Grraveur- Vereines 
in Berlin im Jahre 1888. 

Der Deutsche Her o ld. Zettschrift für Heraldik, Spkra- 
gisttk und Getualogie. Organ des Vereins <HeroUh in 
Berlin. XVIII Jahrgang 1887. 

N°. II. Bericht über die Sitzung vom 20 September 
1887; Idem vom 4 Oktober 1887; Die Konstanzer 
Gesellschaft zur Katze und ihre WappenroUen ; Glas- 
gemalde mit dem Wappen des Erblandmarschalls Grafen 
Hohn-Basedow ; Vermischtes; Bücherschau; Auszüge 
aus den Inhaltsverzeichnissen heraldischer etc. Zeit- 
schriften; Familien-Chronik ; Anfragen; Schloss Spree. 

No. 12. Bericht über die Sitzung vom 18 October 
1887; Idem vom 3 November 1887; Mittelalterliche 
Siegel-Stempel ; Drei Stammbücher; Ueber die vor- 
pommerschen Familien vonTessin; Vermischtes; Neu- 
erscheinungen auf dem Geblete der Geschlechter- und 
Wappenkunde ; Auszüge aus den Inhaltsverzeichnissen 
heraldischer etc., Zeitschriften; Familien-Chronik; Ahnen- 
tafel des Adam Anton Theodor von Flachslanden ; 
Baubonaubck, ein geadelter Perser; Sind die Seydlitz 
und Kurzbach resp. Kurzbach von Seydlitz Freiherren 
und seit wann?; Beitrage zur bayrischen Adelsgeschichte; 



Genealogisches Institut; Zu Nutz und Frommen aller 
sogen; Bücherschau. 

XIX Jahrgang 1888. 

N^ I. Bericht über die Sitzung vom 15 November 
1887; Idem vom 6 Dezember 1887; Der Preussische 
Adler; Das Norwegische Wappen; Familien-Chronik; 
Vermischtes; Bücherschau; Anfragen; Genealogie in 
Ungam. 

No. 2. Bericht über die Sitzung vom 20 December 
1887; Idem vom 3 Januar 1888; Das alteste Wappen- 
Siegel der Kammerer von Worms ; Die Wappen-Siegel 
des Ritters Eberhard von Erenburg zu Worms; Ein 
Stammbuch vom Jahre 1600; Die Familie von Döger; 
Einige in bayrischen Diensten befindliche jedoch nicht 
immatrikulirte Familien; Bücherschau; Neuerscheinun- 
gen auf dem geblete der Geschlechts und Wappenkunde; 
Anfragen; Inhalts-verzeichnisse heraldischer Zeitschrif- 
ten; Familien-Chronik; Schwindel mit Wappen und 
Familien-geschichten ; Weise. 

No. j. Bericht über die Sitzung von 17 Januar 1888; 
Idem vom 7 Februar 1888; Kuriositaten der Diplom- 
forschung; Bücherschau; Anfragen; Inhaltsverzeichnisse 
heraldischer, etc. Zeitschriften ; Familien-Chronik; Einige 
Bemerkungen zu dem Artikel über die von Weise; 
Einige Anmerkungen zu der Erklarung der Siegel- 
tafel in 1887; Vermischtes; Die Fachausstellung des 
Deutschen Graveur- Verein. 

No. 4. Bericht über die Sitzung vom 21 Februar 
und 6 Marz 1888; Woher Stammen die von Knobloch 
in Preussen; Bücherschau; Vermischtes; Auszug aus 
dem Inhaltverzeichnissen heraldischer etc, Zeitschriften ; 
Familien-Chronik; Das Wappen und die Farben der 
Stadt Hannover. 

Vierteljahrsschrift für Heraldik , Sphragistik und 
Genealogie. Herausgegeben vont Verein ^Herold* zu 
Berlin^ XV Jahrgang 1887. 

Heft 4. Historisch-genealogische Unrichtigkeiten ; 
Erhielten die Juden in Polen durch die Taufe den 
Adelstand ; Belwitz von Nostwitz; Ein Beitrag zur meiss- 
nischen und nord-böhmischen Genealogie, nach Urkun- 
den; Inhalts-Verzeichnisse der dem «Herold» zugegan- 
genen Tauschschriften. 

XVI Jahrgang 1888. 

Heft I. Der Wappen-Kodex des Vereins Herold; 
Einige Nobilitirungen der Kaiser von Russland als 
Könige von Polen; Inhaltsverzeichnisse der dem Verein 
cHerold» zugegangenen Tauschschriften. 

Deutsches Adelsblatt. Wochenschriftfür die Interessen 
des christlichen Adels, V Jahrgang, 1887. 

N^ 47. Deutsche Adelsgenossenschaft ; Die belgische 
Frage; Die moderne Staatskunst und dasSchulwesen; 
Die autoritative Organisation der Arbeit, etc. 



Digitized by 



Google 



— 112 — 



N® 48. Der deutsche Kronprinz und sein Haus; 
Zur Frage der ZoUerhöhungen vom allgemeinen volks- 
wirthschaftlichen Standpunkt; Allerlei, etc. 

N®. 49 volgt later. 

N^ 50. Deutsche Adelsgenossenschaft ; Moderne Stim- 
men über die Aufgaben des Adels, etc. 

N®. 51. Die Siebenbürger Sachsen und ihr evan- 
gelischer Bischof Dr. Georg Daniel Teutsch ; Bilder aus 
vergangenen Tagen; Allerlei, etc. 

N*. 52. Der Erlasz des Königs und die neue Wirth- 
schaftspolitik ; Die wissenschaftliche Unterstützung des 
Beambten-Gehorsams ; Charakterzüge aus dem Leben 
des Generals von Seydlitz, etc. 

VI Jahrgang 1888. 

No. I. Die Versammlung bei Graf Waldersee; Saat 
und Ernte; Statistisches vom Adel; Einige Aussprüche 
Friedrichs II über deti Adel; Die Ursache derVerar- 
mung grosser Schichten des Volks, etc. 

N^ 2. Die Organisation der Landwirthschaft bildet 
die Grundlage zur Organisation aller übrigen Produk- 
tionszweige ; Die Courfahigkeit am österreichisch-unga- 
rischen Hofe und das Haus Rothschild; Allerlei, etc. 

No. 3. Die moderne Staatskunst und das Schulwesen; 
Allerlei, etc. 

N°. 4. Deutsche Adelsgenossenschaft ; Ghrafin Therese 
Brunswick, etc. 

N**. 5. Ohne Anarchie der Arbeit keine sociale Anar- 
chie; Der Feind im eigenen Lager, etc. 

No. 6. Deutsche Adelsgenossenschaft; Allerlei, etc. 

N**. 7 en 8 volgen later. 

N°. 9. Der Bündniszvertrag vom 7 Oktober 1879; 
Socialmonarchie oder socialenrepublik ; Plaudereien über 
Genf, etc. •- ' ' 

N**. 10. Deutschlands erstem Grenadier; Der 7 ordent- 
liche Adelstag; Die Arbeits-Abtheilungen der deutschen 
Adels-Genossensehaft; Schwarzgelb und Sch warzweisz ; 
Sociales Königthum und Reichstag, etc. 

N®. 1 1. Unerforschlich sind Gottes Wege; Des Kaisers 
Tod; Wie is die Feindschaft gegen Christenthum und 
sociales Königthum zu brechen; Die preuszische und 
die österreichische Nationalfarbe und das deutsche 
Reichsbanner; Eine kritische Epoche des Markischen 
Adels; Allerlei, etc. 

No. 12. Des deutschen Volkes Abschied vonseinem 
groszen Kaiser; Materialien zu einem Katechismus 
der Sozialreform ; Zukunfts-Bilder, etc. 

N^ 13. 22 Marz, Friedrich III; Die Worte des Königs; 
Kaiser Friedrich und der christliche Staatssozialismus; 
Aphorismen über Adel und Standesehre im Lichte des 
Christenthums, etc. 

No. 14. Deutsche Adelsgenossenschaft; Kaiser Fried- 
rich's Aufforderung zur Gottesftircht ; Ein Kaiserwort 
aus Oesterreich; Was kostet der Deutschen Nation der 
Kapitalismus und wie ist derselbe zu bekampfen ; Ziu- 



frage der deutschen Colonisation in Lotharingen, etc. 

N*». 15. Stipendien ftlr Adelige im Königreich Würt- 
temberg; Allerlei, etc. 

N**. 16. Deutsche Adelsgenossenschaft; Die vier 
Arbeitsabtheilungen der Adelsgenossenschaft und die 
Zweigvereine, etc. 

N^ 17. Kaiser Wilhelm; Die antwort Sr. Excellenz 
des preuszischen Kultus-Ministres ; Allerlei, etc. 

Anzeiger des germanischen Nationalmuseums, II Band 
1887— 1888. 

No. 6. Chronik des germanischen Museums; Fund- 
chronik ; 

N^ 7. Hans Sachs, Spruchgedichte von den Nüm- 
berger Kandelgiessem ; Die Zunftlade der Nümberger 
Strumpfwirker ; Stempel von Bucheinbanden aus der 
zweiten Halfte des 15 Jahrhunderts. 

Antwerpsch Archiefblad of Bulletin des Archives 
d'Anvers, 

Deel 15 en 16. Collegiale Aktenboeken. 

Bulletin de la Sociéti hiraldique et généahgique de 
France, 8^ année 1887. 

Septembre. Families féodales, Montsaulnin ; Families 
anoblies, Belgrand de Vaubois; Families qui n'ont pas 
fait de preuves de noblesse et n'ont pas votéen 1789, 
Le Poittevin de la Groix de "Vaubois; Families agre- 
gées a la noblesse étrangère Maingard, Abzac de la 
Douze; Le Prestre de Vauban; Nobiliaire dePicardie: 
D'Ainval; etc. 

Octobre. Families quasi féodales ; Johanne de Lacarre; 
Families anoblies : Doublet de Persan , Morlhon-Muras- 
son et Morlhon-Lavalette, La Fargue, Jacquement de 
St. George, Nobiliaire de Picardie (suite), D'Amerval, 
Ampleman, d'Amoult; etc. 

Novembre et Decembre. Families féodales: Gain de 
Linars et de Montaignac ; Families quasi féodales : 
Jouffrey; Families anoblies: Macé de Gastines; Ferrar 
de Pontmartin; Guénebault; etc. 

1888. 9«« année. 

Janvier. Armorial de Versailles; Boy er; La Coste; 
Nobiliaire de Picardie (suite) : d' Arrest, Aubery, d'Ault, 
d'Aumale; etc. 




Digitized by 



Google 



— 113 — 



Dirk Hartogh. 



In de Geschiedenis der aardrijkskundige ontdekkingen, 
zoo te land als ter zee, van de vroegste tijden tot op 
heden, door W. Cooley, uit het Engelsch, met aan- 
teekeningen van den vertaler. Haarlem, bij de erven 
F. Bohn, 1837, Deel III, blz 70, wordt vermeld, dat 
in 1606 een Nederlandsch jacht kaap York op Nieuw- 
Holland ontdekte, msiar die voor een gedeelte van 
Nieuw-Guinea hield en dat Torres in hetzelfde jsiar 
ontdekte, dat de beide landen door een straat waren 
gescheiden, doch daarin geen belang stelde, daar hij 
het zuidelijke voor een keten van eilanden hield. 

«Eigenlijk», gaat Cooley voort, «was Nieuw-HoUand 
dus nog niet ontdekt; die eer behoort aan Dirk Hstrtog, 
die in 1 6 1 6 uit Texel naar Oost-Indië onder zeil gegasm, 
te ver oostwaarts ging en de Westkust van Nieuw- 
Holland ontdekte, welke hij naar zijn schip Eendrachts- 
land (i) noemde, aan de bocht, waarin hij binnenliep, 
gaf hij den naam van Dirk Hartog's reede. Zij is op 
25 ** Z. B. gelegen. Volgens een bord, door de Fransche 
ontdekkers in 18 10 gevonden, heeft Dirk Hartog op 
25 October 161 6 de ontdekking gedaan en de namen 
zijner medebevelhebbers op dat bord gemeld, alsmede 
zijn vertrek, twee dagen daarna. Deze ontdekking werd 
spoedig door andere gevolgd.» 

Van Kampen, Geschiedenis der Nederlandsche ont- 
dekkingen, enz., I, blz. 224, zegt: «De Westkust van 
Nieuw-Holland, niet ver van de door ons sterk bezochte 
Moluksche eilanden, werd in 1609 door Dirk Hartog 
aangedaan, die een eiland bij en een reede op de vaste 
kust zijnen naam gaf en de geheele door hem ontdekte 
streek naar zijn schip Eendrachtsland noemde. Hier 
vond hij ook de Willem-, Abrolka- en Houtmansrivieren, 
en bevestigde zijn ontdekking door haar op een tinnen 
plaat te griffen, die hij aan een paal bevestigde, welke 
in 1697 door de Vlaming, gelijk de plaat nog in 1803 
door de Franschen van Péron gezien werd.» 

Vai^t Kampen, die dus in het jaar der ontdekking 
van Cooley afwijkt, haalt daarbij Bennett aan. 

In de Verhandeling van de Nederlandsche ontdek- 
kingen, enz., door Bennett en Van Wijk (Prov. jUtr. 
Genootsch. deel VI), 1830, staat op blz. 126 en 127 
echter wel hetzelfde als bij VAN Kampen, maar als 
het jaar der ontdekking wordt daar terecht opgegeven 
1616. Van Kampen heeft zich, 1609 daarvoor noemende, 
ongetwijfeld verschreven, doordat bij Bennett en 
VAN Wijk op de volgende bladzijde het jaartal 1609 
voorkomt. 



(1) Opmerkelijk schijnt mij in verband hiermede, dat een der 
houtzaagmolens van de Delftsche familie Hartogh, welke aldaar 
minstens 150 jaar lang den honthandel uitoefende, steeds: de Eendracht 
heette. Was dit een herinnering aan het schip of een bloot toeval? 



Nadat Valentijn in zijn Oud- en Nieuw Oost-Indië 
(men zoeke suh voce de Vlaming, niet sub voce Hartog) 
heeft verhaald, dat de Vlielander de Vlaming in 1696 
op reis ging naar het Zuiden en in 1697 op de kust 
van Nieuw-HoUand aankwam, zegt hij (blz. 70 van het 
2* gedeelte, b. volgens het register van deel IV;, na 
onmiddellijk te voren over de Dirk Hstrtog's baai te 
hebben gesproken, woordelijk het volgende: 

«Den 3'**" dito (Februari) weder aan land gegaan 
zijnde, brachten zij niet alleen dit laatste bericht, maar 
voegden er nog bij, dat de opperstuurman van (het 
schip) de Geelvink een platgeklopte tinneschotel op de 
aarde had vinden leggen, die met twee spijkers aan 
een paaltje (was) vastgespijkerd geweest, en waarvan 
de eene meest vergaan, en de ander nog kenbaar was, 
op welken schotel zij dit gesneden vonden: «Anno 16 16, 
den 25"*'' October hier aangekomen het schip den 
Eendracht van Amsterdam, den opperkoopman Gillis 
Miebais van Luik, schipper Dirk Hartog van Amster- 
dam, den 27**'" dito 't zeil gegaan na Bantam», en was 
het onderste (zoo men niet anders zien kon) met een 
mes aldus gesneden. «De onderkoopman Jan Stins, de 
opperstuurman Pieter Dookus van Bill, A® i6i6.»> 

Verder vindt men in G. MOLL, Verhandeling over 
eenige vroegere zeetochten der Nederlanders (1825), blz. 
196 en 197, het volgende: 

«Het Fransche schip Ie Naturaliste vond het bord 
bij een paal liggen in 18 16 (i);> in het over die reis 
uitgegeven werk komt de volgende vertaling in het 
Fransch voor: 

161 6. «Le 25 Octobre est arrivé ici Ie navire TEn- 
draght d' Amsterdam, premier marchand Gilles Miebais 
van Luck, capitaine Dirk Hartighs (2) d' Amsterdam; 
il remit tout (natuurlijk een drukfout voor sous) voile 
le 27 du même mois: pour Batum (natuurlijk Bantam). 
Etait sous-marchand Jan Stins, premier pilote Pieter 
Eccoores van Bu . . . i6l6. 

Verder vond men daarbij een opschrift van de expe- 
ditie van 1697, dat t. £u p. aldus vertaald wordt gegeven: 

1697. «Le 4 Février 1667, est arrivé ici le vaisseau 
le Geelvink, d' Amsterdam, capitaine commandant Wil- 
helm de Vlaming, de Vlieland; assistant Joannes Bremer, 
de Copenhague; premier pilote Michiel Bloem van 



(1) Dit moet stellig een ander jaartal zijn; het was namelijk de 
tocht van Péron, die van 1800 tot 1804 dnnrde. 

(2) Zeer merkwaardig is deze spelling, daar het geslacht Hartogh 
(waartoe Dirk Hartogh ongetwijfeld behoorde) in het begin der 17*** 
eeuw zich werkelijk Hartigh schreef. Zie A. A. Vorsterman van 
Oyes, Stam- en Wapenboek van aanzienlijke Nederlandsche f amüiSn 
in voce: Hartogh, en mijn opstel over Panlns Hartogh in Vobster- 
MAH VAN Oyen's Algemeen Nederlandsch Familieblad, Mei 1886. In de 
stukken uit het Rijksarchief, die wij als bijlagen laten volgen, vindt 
men de spellingen Hartooch (overeenkomende met Hartogh), Har- 
toochs en Hartighs. Hartog (zonder h aan het eind) is stellig een 
foutieve spelling. Wij zullen daarom verder Hartogh schrijven. 



M. 



Digitized by 



Google 



— 114 — 



Estight, Bremen: Ie batiment dogoe Nijptangh» (de 
goede Nijptang?), «capitaine Gerrit Coolaart, d' Amster- 
dam; assistant Theodore Hiermans, du même lieu; 
premier pilote, Gerrit Gerritsen de Bremen; la galiote 
het Wezeltje; commandant Comelis de Vlaming de 
Vlielandt; pilote Koert Gerritsen, de Bremen. Partis 
d'ici avec notre flotte, et remis sous voile des terres 
australes, et destination pour Batavia.» 

In het Rijksarchief bevinden zich brieven en een 
gedeelte van een dagregister van het schip de Een- 
dracht aan de bewindhebbers der Oost-Indische Com- 
pagnie, die wij met welwillend verlof van den thans 
overleden archivaris des rijks, den heer L. Ph. van den 
Bergh hebben doen overschrijven en als bijlagen bij 
dit artikel voegen. 

De brieven van 3 en 9 Februari en 11 Juni 16 16 
(Bijlagen A, B en C) houden in hoofdzaak in, dat het 
schip de Eendracht (waarop Gille Mibais koopman, Dirk 
Hartogh schipper en Joannes Steyns onderkoopman 
was) met de schepen de Trouw en Nieuw Bantam den 
^^•ten Januari uit Texel zeilden, dat in het kanaal het 
schip de Gouden Leeuw den 3 1***** Januari en de West- 
Friesland den I***" Februari zich aan de drie boven- 
genoemde schepen aansloten om de reis naar Bantam 
verder gezamenlijk voort te zetten; dat de vijf schepen 
den 9 Februari daaraanvolgende op de hoogte van 
Madera waren, den 21*^" Februari Ilha de Mayo aan- 
deden, den 2o'**" Mei het eiland St. Thomé in zicht 
hadden, den 27**'° Mei bij het eiland Annaboa kwamen 
en in het geheel elf k twaalf weken onder de linie 
toefden, wegens windstilte en sterke tegenstroomen, 
die oorzaak waren, dat de Eendracht van de overige 
schepen afraakte. 

Uit een brief, geschreven in Augustus 16 16 (Bijlage 
D) en geteekend door de drie bovengenoemde personen, 
blijkt, dat de Eendracht den 5^*° Augustus aan de 
Tafelbaai kwam en den 27'**" daaraanvolgende koers 
zette naar Bantam. In dezen brief wordt gewag gemaakt 
van drie landtochten bij de Tafelbaai ondernomen en 
een korte beschrijving van het Robbeneiland gegeven. 

Den 25'*''" October daaraanvolgende ontdekte de Een- 
dracht, gelijk wij vermeld hebben, de Westkust van 
Nieuw-Holland en zeilde van daar den 27"**'' October 
naar Oost-Indië. Omtrent deze periode van de reis 
der Eendracht bevindt zich op het Rijksarchief niets. 
Het journaal en resolutieboek van de Eendracht bevin- 
den zich aldaar ook niet, zoodat te vreezen is, dat deze 
verloren zijn gegaan. In de door ons als Bijlagen 
gegeven stukken wordt er herhaaldelijk naar verwezen. 

Wel is op het Rijksarchief aanwezig een fragment 
van een dagregister (Bijlage E), loopende van 10 tot 
30 December 16 16, hetgeen het gedurende die dagen 
met de Eendracht voorgevallene en wel in het bijzonder 
het gepasseerde met J. Steyns en zeven schepelingen 



op de reede van Makassar beschrijft en uit welken 
brief blijkt, dat de Eendracht bij haar komst te Makassar 
«recht uit Holland quam», waaronder* moet worden 
verstaan, dat Bantam niet was aangedaan, en verder 
dat dit schip in het laatst van December 16 16 over 
het eiland Boeton naar de Molukken koers zette. 

Men heeft uit bovenstaand antwoord, door Joannes 
Steyns gegeven op eene door de Engelschen tot hem 
gerichte vraag, of de Eendracht uit Bantam kwam, 
willen opmaken, dat de Eendracht eerst na 16 16 de 
Westkust van Nieuw-Holland zou hebben ontdekt. Men 
zou even goed kunnen beweren, dat dit antwoord 
bewees, dat het schip Ilha de Mayo of de Tafelbaai 
of het Robbeneiland eerst na 16 16 had aangedaan! 
Maar daarenboven blijkt overtuigend uit het geheele 
antwoord van Steyns, wat zijn bedoeling was. Hij zeide 
namelijk: cdat wij recht uit HoUant quamen endc op 
^'e^n plaes of plaatsen aengeweest en hadden , daar wy 
7 comtoyr hadden ofte meynden te hebben. En natuurlijk 
bevond zich op de pas ontdekte kust van Nieuw- Holland 
geen ccomtoyr» der Oost-Indische compagnie! 

Wellicht wilde Dirk Hartogh voor de Engelschen 
zijn ontdekking ook geheim houden, of vond hij haar 
zelf van te weinig belang om haar te vermelden, even 
als later de Oost-Indische compagnie er het belang 
niet van inzag. 

En toch was die ontdekking (zij het ook bij toeval) 
van een groot vastland, grootendeels in de gematigde 
luchtstreek en toch zoo dicht bij den Indischen archipel, 
verreweg de belangrijkste, ooit door Nederlanders 
gedaan, ja de belangrijkste, welke na de ontdekking 
van Amerika te doen was! 

Met grooten mineralen en (in zijn Eucalypten) plant- 
aardigen rijkdom, uitstekende weidevelden en op vele 
plaatsen vruchtbaren bodem, weinig talrijke inlandsche 
bevolking en op dat van Italië gelijkend klimaat was 
Nieuw-Holland uitstekend geschikt voor een kolonisatie 
met Nederlanders en andere Europeanen, en ware de 
Oost-Indische compagnie daarmede in de zeventiende 
eeuw begonnen, dan had daar thans stellig een Neder- 
landsch sprekende en Nederlandsch gezinde bevolking 
van vijftig millioen zielen kunnen leven. Met Ned. Indië 
samen (Atjeh-rampen waren, tegenover een zoo talrijke 
blanke bevolking in de nabijheid, in Insulinde dan niet 
te vreezen geweest), dat zich dan over ien geheelen 
Sun da-archipel en Nieuw-Guinea had kunnen uitbreiden, 
ware daar een rijk ontstaan, dat in geenen deele voor 
de tegenwoordige Vereenigde Staten van Noord-Ame- 
rika zou hebben behoeven onder te doen, ja die in 
menig opzicht zou hebben overtroffen. Al ware ook 
de geheele bevolking van Noord-Nederland derwaarts 
gegaan om dat rijk te helpen grondvesten, zouden wij 
ons niet behoeven te beklagen! 

Maar de compagnie was wars van kolonisatie en 



Digitized by 



Google 



— 115 — 



ging die zoeveel mogelijk tegen -- ook aan deKlaap 
de Groede Hoop (i). Men wilde alleen de dubbeltjes, 
die den handel opleverde, en miste ten eenen male 
de vooruitziende politiek, die de Engelschen zoozeer 
kenmerkt. 

Mochten er onder de lezers van dit tijdschrift zijn, 
die genealogische of andere bijzonderheden omtrent 
Dirk Hartogh (2) zijn ouders, huwelijk), in het begin 
der 17^* eeuw huwde te Amsterdam Dirk Hertges met 
Catharina Barris, maar dit zal wel een ander zijn), zijn 
kinderen, enz., zijn reizen, de plaats wsiar het journaal 
en resolutieboek van de Eendracht mochten zijn te 
vinden, enz. kennen en die aan den ondergeteekende 
willen mededeelen, dan zou deze zich zeer verplicht 
gevoelen. 

Dr. H. Hartogh Heys van Zouteveen. 



Bijlage A. 



Eersame wyse voorsünige zeer discreten Heeren 
mgn Heeren de Bewinthehhers der Oost Indische 
Compaignie toi 

Amsterdam. 

Eersame wgse voorsienige ende zeer discrete. 

lek en twijfelt niet UE. sullen zeer vergom sijn 
de monsterroUe soo van ons bootsvolck als soldaten 
met de lootsman niet gesonden heb, waerinne UE. 
groot gelijck geeft, maer UE. sal gelieven te weten 
mijn schuld niet en is, alsoo donbeleeftheyt van den 
lootsman gecauseert heeft deurdien niet een oogen- 
blijckt en heeft willen toeven ende induyt seylen en 
mocht niet geschieden omdat het volck besicht was 
op de seylen te passen tgeene dan mij niet beuren 
mochte sal nu geschieden Grodt sij loff per brenger 

deeser met de welcke ben seyndende UE. de 

twee monsterroUe soo van bootsvolck als soldaten. 

Van ons bootsvolck isser wech geloopen 2 1 persoonen 
ende van de soldaten 8 tsamcn 29, hadde wij noch 
drye a vier dagen gebleven alle het volck soudt wech 
gelopen hebben, als dergelijk ongeluct van tijs over- 
compt (dat Godt voor behoend) sullen gelieven UE. 



(1) In onze tropische bezittingen was en is èn om het klimaat èn 
om de talrijke bevolking van inboorlingen en kleurlingen de stichting 
van een landbouwkolonie van Nederlanders, van een wezenlijk Neder- 
landsch rijk onmogelijk. 

(2) Ik hond hem voor een broeder van Jacobus Hartigh, geboren 
in 1570, en later te Rotterdam gehuwd met Lisbeth Verschuyr, uit 
welk huwelijk een zoon (geb. 1623), die mede Dirk heette. Ook v66r 
1570 komt reeds een Dirk Hartogh, de houtkooper, te Delft voor, 
wiens vader weder Jacobus heette. Zie de noot in mijn artikel 
over Panlus Hartogh in de Mei-aflevering van dit familieblad, jaar- 
gang 1886, en het geslacht Hartogh in Vorstermas van Oteh's Stam- 
tn Wapenboek, 



een sterck wacht op het landt setten, want aen boort 
is onmoegelijck het volck te bewaren. 

lek heb het goed van wech gelopen volck doen 
vercoopen voor tgroot maste ende een yeder op sijn 
debito gestelt, maar heb soo weinich gevonden dat 
becans de moyte niet weert en is, het scheynt meest 
in wech lopen met gedragen hebben. Ons valt moyelijck 
ons opperste barbier oock wech is ons volck murmu- 
reert seer over, nochtans sullen se moeten de patiensje 
hebben met donderbarbier ten waer de Trouw ofte 
Bantam ons een overgaff. 

Wij sijn Godt lofF de beste seilder van ons drij 
ende gaen de Trouw ende Bantam verre te boven, 
het schip van Hoorn hebben wij noch niet vernomen. 

Den 3 1 January voor midagh hebben wij in de monde 
van de caneel gevonden het schip den gouden Leeu 
van Rotterdam, den Heer sij gedanckt. 

A primo February in de morgenstondt voor den 
vroegh cost is het schip Westvryeslandt van Hoorn 
bij ons gecomen niet verre sijnde van de caneel op de 
50 graden. 

2 ditto is den breeden raedt vergadert aen ons boordt 
d'Eendracht ende het rantsoen gestelt te weten voor 
yeder man 3Y2 pont ter weecke, 7 pont vleys yeder 
back van 7 mannen, ende voorder vuyt wesende het 
imieliggende pampier. Wij sijn Godt loff de beste 
seylder van ons vloot UE. hiermede 

Eersame wijse voorsienige zeer discrete Heeren den 
Almogende in genade bevolen, biddende Godt Almagh- 
tigh UE. te willen verleenen een langdurige ende voor- 
spoedige regeeringe ende ons een voorspoedige ende 
prospere reys Amen. 

Actum int schip dEendracht deesen 3 February 1616, 
op de hoochte van 45 graden. 

UE. getrouw dienaer 

(geteekend) GiLLE MlBAlS. 

JOANNES StEIJNS. 



Bijlage B. 



Copye. 



Eersame wifse voorsienige ende zeer discrete 
Heeren myn Heeren Bewinthebbers der Oost- 
Indische Compaignie tot 

Amsterdam. 

Eersaeme wifse voorsinnighe ende seer discrete. 



Wij sijn heeden 7 Februario ende is desen om te 
acompagneren onsen voorgaenden van dato 3 deser 
als oyck om UEd. te adverteren van twe packen 
brieven waerinne sijn ons beyde monsterroUen soo van 
ons boots volck als soldaten UE. ben sendende over 
Canaria met een schepken van Hoome dat wij gevonden 



Digitized by 



Google 



— ïi6 — 



hebben op 3 deser ende is in onse vloote gebleven 
tot nu toe ende is te presumeren blijven sal tot dat 
wij voorbij deylanden geseylt sullen sijn, de schipper 
is hochlijcken gerecommandeert comende in Canaria 
elcke packet op besonder schepen naer Patria gaende 
UE. te seynden, verhopende sulcke doen sal om de 
eere ende vrintschap hem gedaen int mogen seylen 
in onse vloote. 

Wij zijn Godt lofF in onse vloote ende in ons schip 
in goeden doene ende sints ons vertreck allen deur 
goede wint gehadt uyt genomen de 2 a 3 dagen naer 
ons vertreck van Tessel, de Heere Almachtich wil ons 
de reste van onse voyagie aldus laeten overbrengen. 
Sindert ons vertreck is een botsgesel bij naem Frede- 
rick Gerretsen vand Embden van sijne natuerlijcke 
siecte gestorven sijn goet heb doen vercoopen ende 
een ieder in sijnen debito gestelt heeft uitgebrocht 
f 30 st. 9-0 ende en heeft gien testamet willen maken 
wel verclaert in Eembden woonachtich hadde sijne 
moeder genaempt W. Weller Jacops ende een broeder 
genampt Udda Gerrets ende eene suster genaempt 
Nauka Gerrets. 

Heden 8 ditto is noch een van ons bootsvolck in 
den Heere gerust bij naeme Merten Barentsen van 
Amsterdam jong timmerman die heeft alle sijn goet 
gelaeten a 3 a 4 botsgesellen. 

Van daege hebben wij een copperael over boots- 
volck gomaekt bij naeme Marten Martenssen van Statin 
overmits dese bij UEd. gehuert in Texsel mede wech 
geloopen is, ende wais hooch noodich op het schip 
heeft ter maent f 13. — 

Wij hebben noch een sieck man, de rest is cloeck 
ende gesondt, Godt sij geloft ende gedanckt ende laet 
ons in de gesontheyt blijven tot salicheyt Amen. 

UE. hiermede 

Eersaeme wijse voorsinnige ende seer discrete Heeren 
willen UE. al te saemen den Almogenden in genade 
bevolen ende van herten seer gegroet biddende Godt 
Almachtich UE. te willen verleenen eene lange durige 
ende voorspoedige regeeringe ende ons een voorspoe- 
dighe ende prospere reyse Amen. 

Actum int schip de Eendracht op de 35 graden 
desen o Februari 1616. 

UE. getrou dienaer 

(geteekend) Gtlle Mibais. 

JOANNES StEIJNS. 



Bijlage C. 



Eersaeme wijse voorsinnighe ende zeer discreten 
Heere de Bewinthebberen van de Oost-Indische 
Compaignie tot Amsterdam. 



Eersaeme^ wijse voorsinnige seer discrete. 

Mijnen leesten aan UE. is geweest den 9 February 
over Madera per schipper Jan Pietersen van Hoorn 
met de welcke UE. gesonden hebben de monsterroUen 
soo van ons bootsvolck als soldaeten. lek soude noch 
ditto monsteroUen seynden maer is onseker UE. ter 
handt comen souden alsoo desen in geen sekeie han- 
den gegeven woort om te bestellen wij sijn met Godts 
hulpe den 27 Mey op de reede van Cabo delop Gon- 
salves wel geariveert met ons vijf schepen te weten 
onse schip, de Trou, den gouden Leu van Rotterdam, 
Westvrieslant van Hoorn ende Nieu Bantam van Enck- 
huyssen. Twe dagen voor ons arivement alhier sijn 
gescheyden van ons vloot sonder spreken het schip 
Westvrieslant ende den Gouden Leeu van Rotterdam, 
schip Westvrieslant sijnde commandeur ende de gouden 
Leeu moeste het vier voeren dien nacht van heur 
scheyden maer op dese ree hebben wij malcanderen 
gesprocken geven tot heur excusatie van ons geschey- 
den waren om de groote sieckte van scheurbuyck die 
onder heur bootsgesellen waren heur excusatie is seer 
frivole want heur volck is gansch nit verbetert van 
heur comste alhier want anders gien verversschinge 
gehadt hebben als water ende met gien volck vant 
lant gesproken gelijck wij wel gedaen hebben die ons 
een hoop bananas ende andere vrucht aen boort gebrocht 
hebben waer deur ons volck (33 a 34 int getal) gequelt 
sijnde van Scheurbuyck op de beterhant bennen, Godt 
sij looff ende cunnen scheps werck doen; ick segge 
gien ander ververschinge gehadt hebben als water want 
twe daegen naer ons arivement sijn weder omme tsijl 
gegaen naer deylant van Annaboa, om het volck te 
verversen van ververssinge van orangie appelen ende 
lamoenen ende het gene daer valt dinende tot ververs- 
singe de twe voorschreven schepen sijn noch gesien 
gewest van ons volck over vijff daegen hier onder 
tlandt ende tscheynt dat se heuren cours naer Annaboa 
nit setten en connen om de groote stroom (loopende 
noord die heur liden verleyden sal soo dat ick heur 
maets seer beclage. 

Den 21 Meert sijn wij met ons vijf schepen aen 
d'eylant van Mayo geanckert ende hebben wat ver- 
verscht op het versoeck vant schip den gouden Leeu 
van Rotterdam die in de 40 mannen zieck hadde ende 
eens deel op het versoeck vant schip Niu bantam vaji 
Enckhuyssen die seer swart ende stinckende water 
hadde gelijck claerder blij eken sal bij de copye van 
ons resolutie boeck die niet en seynde om donseker- 
heyt wil vant bestellen van onse brieven. T is ons 
wel leet genoch dat wij alhier gecomen binnen maer 
tscheynt de Heere niet gewilt heeft alsoo 1 1 a 1 2 weken 
onder de Linea geswerft hebben sonder bequame wint 
te mogen crijgen om ons rechten cours naer de Cabo 



Digitized by 



Google 



— 117 — 



de bona Esperanca te setten. Godt verleent ons hier 
naermals dat saJich is. 

In onse vloote van vijf schepen sijn gestorven sints 
onse vertreck van Patria 63 a 64 persoonen mest op 
de Rotterdammer op ons schip 6 persoonen te weten 
Frederick Geretsen van Embden bootsman, Marten 
Barentsen van Amsterdam jong timmerman , Josua 
Küjcke van Nieukercke constapel, Jochum Rivestael 
soldaet, Jan Janssen van Meppelen soldaet, Michiel 
Pietersen van Vlissingen bootsman, wij hebben ontrent 
12 a 13 mannen sieck van tscheurbuyck maer worden 
alle deghen beter Godt loff. 

Den II ofte 12 Junio meynen van hier int Godt 
belieft tseyl te gaen ende setten onsen couers op 
Annaboa alwaer meynen oyck 4 a 5 daegen ons te 
ververschen van orangie appelen ende lamoenen ende 
eensdeels te versien van goet waeter want het water 
van dese plaetse van Cabo lopo Gonsalves niet seer 
goet en is. Onder de linea sijnde op de hochte van 3 
graden 15 ende 30 minuten hebben wij met ons 5 
schepen gemoet twe Portugiese bareken die ons per 
caritate bij gedaen hebben elcke schip 11 a 12 pijpen 
wijns wat olye ende rosijnen ende sijn van ons geschey- 
den met contentement maer g^en missateurs gevonden. 

Wat belanckt ons vivres; ons broot is seer goet 
maer deerste broetcamer is nit gebleekt maer wel gehar- 
puyst soo dat het broot daer seer naer smaecl^t ende 
is eene smaeck seer tegen de man dewelcke niet seer 
veel goets en causeert. 

De wijn so Spans als Frans is oprecht goet maer 
de gealsemde is nit sterck genoch. Ons vleys ende 
speek blijft mede ^oet Godt looff. 

De stockvis is out goet ende en deucht niet wort 
meer overhoort geworpen als gegeten die UE. verkocht 
heeft en heeft hem nit gequeten int leveren ; de boonen 
is oyck out goet pasientia. 

De greutte ende eerten is passerlij ck. 

De suycker voor de crancken is te weynich wij en 
sullen nit genoch hebben tot aen de cabo de bona 
Speransa nochtans is het beste dat men de siecke mach 
geven. 

De reden waerom wij lieden het hier so lange 
maecken is bij dadvijs van de stirluyden, die ons weten 
te seggen gien baet doen en souden in tseyl te gaen 
maer wel achterstier varen ende procedert van de 
stroom die nortlijck loopt die ons wel verleyden soude 
gelijck de schepen van ons gescheyden verleyt sijn 
ende en twijfelen niet voor haar Uden in Annaboa 
ariveren sullen met Godts hulp. 

Hiermede UE. 

Eersame wijse voorsinnige ende seer discrete Heeren 
willen UE. al te saemen den Almogende in genaeden 
bevelen biddende Godt Almachtich UE. te willen ver- 
kenen een lange gedurige ende voorspoedige regee- 



ringe ende ons een voorspoedige reyse Amen. 
Actiun den 11 Junio a® 16 16. 

Int schip de Eendracht aen de Capo Lopes 
Gonsalves. 

UE. getrouw dienaer 

(geteekend) Gille Mibais. 

Dyrk Hartooch. 

JOANNES StEIJNS. 

Wij hebben alle daegen sints ons compste alhier ons 
dry oppersturluyden van ons dry bij een gebleven 
schepen met die boot laeten in see loopen aen de Capo 
op 100 a iio vadem om te weten hoe de stroom loopt 
om ons daemaer te reguleren van dage wesende 10 
Junio hebben ons geraportert de stroom bequaem om 
ónse reys te vervorderen soo dat wij met Godts hulpe 
van daege tegen den avont tseyl gaen sullen. Godt 
verleen ons behouden reys. 



Bijlage D. 



Brief voorkomende in het «Journaal van onse 
cvoyagie comende van de custe van Caro- 
«mandel gaende naert Patria met tschip 
«den Swarten beer daer oppercoopman op 
«is Franco van der Meer van Delft, ende 
«schipper Adriaen Jansen Pater van Edam, 
«begonnen den 28° Febr. anno 1616.» 
Copie. 
Fol. 8 Verso. Mijn Heeren! 

Desen dient alleenlijcs UE. te adviseeren hou dat 
wij (door goodes genade) met ons schip deendracht hier 
in de Tafelbay oft Cabo de bon Esperance wel gear- 
riveert sijn den 5 Augustus alwaer Godt betert niet 
veel beesten gevonden hebben dan alleenlijcs schoon 
vers water dat dicht bij de strant loopt. Wij hebben 
ghesproocken met de inwoonderen vant lant die sich 
bij die strant houden, maar malkanderen niet connen 
verstaen in de sprake, wel verstaen op de stomme wijse 
met teeckenen te doen ende sijn in getal in alles 
mannen vrouwen ende kinderen ontrent hondert sielen 
maer mannen niet meer als 30 persoonen, houden 
goede vruntschap met onse natie, heur husen sijn maer 
cabanes ende dragen dan dees plaetse voor dander 
naer soo dat se niet lanck houden in een plaetse, maer 
sijn altijts te vinden omtrent de strant. 

Wij hebben drie tochten int lant gedaen met ons 
volck, deerste met 20 gewapende mannen om beesten 
soo ossen als schapen te crijgen voor coper ende 4 
a 5 mijlen verre gegaen maer niet wt gerecht noch 
beesten gesien; de tweede tocht met 104 mannen 
gewapent soo musquettiers als spietsen ende meest 
alle mannen vant lant die bij de strant houden wesende 



Digitized by 



Google 



ii8 



omtrent 26 persoonen met hantbooghen, ende hase- 
gayen tot heur wapenen, ende sijn gegaen tot op 3 
è. 4 mijlen na van de bay van Saldanha, alwaer die 
swarte ons wijs maeckte groote menichte van ossen 
ende schapen krijgen soude, dat wel te geloven is, 
maer ons volck moede sijnde van d'ongewoonte te 
gaen keerde wederom, soo dat wij die tocht oock niet 
wt en rechten. 

Dese wilde van de Tafelbaye sijn groot viant tegen 
die van Saldange, haer intentie is dat men met heur- 
lieder tot de bay van Saldunge ginck om te vernielen 
wat daer is, ende alle beesten van daer naemen, ende 
verseeckeren soo veel beesten van daer te nemen als 
men begeert, maer om dat soo verre is te gaen, hebben 
dat niet willen doen om de groote moylicheyts van 
ons volck. 

Dese wilde die hier omtrent woonen hebben beesten 
genoech maer willen geen oreven om coper tis all gaet 
met ons nae Saldanha, gij sult er soo veel crijgen als 
ghij begeert. 

De derde tocht is geweest (ende Godt loff wel geluckt) 
met 100 mannen 4 swarte vant lant met genomen de 
handen gebonden om niet wech te loopen, die ons volck 
gewesen hebben waer die ossen waren ende niet verder 
geweest als achter de Tafelbay 5 mijlen gaende nae 
de zee alwaer wij ossen genouch cregen, ende brochten 
mede omtrent 150 ossen maer geen schapen gesien, 
doe ons volck vertrock sonden ons aen boort 9 swarten 
met de boot die wij gehouden hebben tot ons behoefte 
van ossen hadde. 

Aen de strant dicht bij de rivier hebben wij gevonden 
onder een groote steen in een ront bloxken 2 brieven, 
deen geschreven int jacht Hart gaende naer Bantam, 
d'ander int schip Mauritio gaende naert patria ende 
om niet te verhalen tgeene sij lieden sijn schrijvende 
heb die copye van heur brieven hier bijgevougt 

Wij hebben verlooren sint ons vertreck van patria 
tot hiertoe in alles 14 mannen hebbende noch op 't 
schip 9 of 10 siecken. 

Recht tegenover de Tafelbay een mijl verre min 
ofte meer, leyt een eylant genaemt Comely alias Rob- 
ben eylant; wij hebbender 2 dagen op geweest met 20 
mannen om te sien off daer eenige beesten waeren 
maer niet gevonden als een schaep per rest die ons 
volck met groote moyte van loopen gecregen, voort 
isser niet te vinden dan robben ende pinguias met 
menichte. 

Aldus gedaen int schip d'Eendracht voorschreven, 
gereet leggende om tseyl te gaen op den 27 Augustus 
16 16 naar Bantam, Godt verleene ons behouden reyse 
ende alle goede vrienden die nae ons volgen. 
Ulieden goetgiinstige vrunden 

(geteekend) Gillis Mibais. 

DiRCK Hartoochs. 



Int seyl gaen hebben wij met genomen 33 a 34 
ossen die wij betaelt hebben met cooper aen de wilde 
met heur contentement. 

De derde tocht hier boven verhaelt is geschiet den 
24 deser ende niet eer eenige beesten connen krijgen, 
dat is doorsaeck hier soo lanck hebben gemaeckt 

'T is ons leet tot Anebon bij de vrunden niet en 
heb connen blijven, achte de vrunden de oorsaeck wel 
weten, als door stilte ende stroom wech dreven, ende 
bij elkandren comende (dat Godt geeft) sal ment alder- 
best weten. 



Bijlage E. 



Laus Deo 
Anno 16 16 den 10 Desember 
Int schip d' Eendracht van Amsteldam. 

Alsoo wij met ons schip de Eendracht van Amstel- 
dam sijn gecomen aent West eynde van Macasser 
ende geraect in de canalen van sekere droochte die 
daer leggen heefft den scheeps raet goet gevonden 
dat men eenen brieff soude schriven aen onsen coop- 
man die tot Macassar lach ende geven die aen een 
van de Visschers die daer in de droochte dagelij ckx 
quamea visschen het welck geschiet is welcke brieff 
anders niet in en hield dan dat den coopman die wij 
tot Macaissar hadden ons eenighe prau jonck offte 
dorkor aff soude zenden met een man off twee die in 
dese plaetse bedreven waren daer wij nu laghen, want 
het over-all soo voU droochten was, dat wij daer qualijck 
wt wisten te geraken, over-sulckx eenen lootsman 
hoochnodich hadden. 

1 1 dito des Sondachs is ons boot wt diepen gevaren 
ende des avonts weder comende heeft geseyt dat die 
droochten streckten tot aent lant 

1 2 dito zijn wij met het schip noch blijven legghen, 
over mits het still weer was. 

12 dito dingfsdach laghen wij met het schip noch in 
de droochte, overmits wij recht in den wint hadden 
soo is den scheepsraet bij malcanderen geropen die goet 
gevonden hebben dat Jan Steyns onder coopman ende 
Jan Willemss van Kadoelen hooch bootsman met het 
schuy tgen soude varen nae Macassar om te besien hoe 
dat het bij quam dat wij geen antwoorde en creghen 
op onsen brieff die wij all rede gesonden hadden aen 
den coopman die daer-aen Macassar lach van weghen 
onse meesters, twijffelende dat die prau den brieff niet 
bestelt hadde, soo ben ick met den hoochbootsman 
met ses roeyers des avonts int schuytgen gegaen ende 
met genomen eenen swarten met zijnen jonghen die 
wij wuyt die prau bij Bima of Igonapy gecreghen 
hadden hebbende met ons genomen een weynich vic- 



Digitized by 



Google 



— IIQ — 



talis ende 4 mosketten, 4 sabels met wat lonts. Nu 
den last die wij hadden was desen te weten van 
onsen coopman Gillemi Bayste ende Schipper-Dirck 
Hartichss soo haest wij aen Macastar souden comen 
vernemende hoe het bij quame dat wij geen antwoort 
op onsen gesonden brieff en kreghen oock om te ver- 
staen hoe het met onsen coopman aen Makastar stont 
ende oft wij daer gelegentheyt souden hebben om rijs 
te laden ende soo haest als wij ons dinghen aen 
Macastar verricht souden hebben weder-omme naer 
het schip souden keeren het welck ons int gemoet 
souden comen, soo het doenelijck ware, maer-boven all 
dat wij aen het lant niet vertoven en souden, soo sijn 
wq met het schuytgen van het schip gescheyden om- 
trent een ure voor avont settende onsen cours recht 
oost ende hebben geroeyt tot ontrent 2 uren naer- 
midde-nacht doen kreghen wij een trouwade dat wij 
het setten moesten onder een eylandt all waer wij 
laghen ontrent 2 uren ende ons volck at ende dronck 
wat ende doen roeyden wij weder voorts na Macastar toe. 
14 Desember des woendach smorgens ontrent 8 uren 
sijn wij aen het West eynde van het lant van Macastar 
gecomen all waer dat wij viele prauwen vonden, maer 
geen die daer in waren die ons spreken wouden, dan 
riepen al te mael dat sij vervaert waren, dan ontrent 
middach hebben wij een prou gevonden die met rijs 
geladen was daer wij nae toeg-eroeyt sijn dan dicht 
bij haer lieden comende het ons aen boort komen dat 
wij daden ende aen boort comende gaven sij ons teten 
ende te drincken dat wij haer betaelden ende wij 
vraeghden hen lieden waer dat onse loyste stont ende 
sq wesen ons omme den hoeck ende seyden tegens 
ons oock dat daer twee hoUantsche schepen laghen 
soo scheyden wij van haer lieden ende roeyden voort 
naer de loyste toe nu comende aan den hoeck hebben 
wij vernomen dat het twee Engelsche schepen waren 
die daer laghen soo zijn wij voor bij geroyt ende onsen 
cours geset naer die loyste toe daer wij quamen om- 
trent 2 uren nae middach ende sijn strack opt lant 
getreden all waer dat de swarten voor ons wech liepen 
ende een Engelsman van de gene die in die loyste 
waren quam bij ons vragende ons in maleys wie wij 
waren, dan siende dat wij geen maleys en spraken 
liep weder nae die loyste toe ende quam met een 
ander man weder ende sprack engels met ons, terstont 
daer nae quam den opper coopman van de loyste met 
seven off acht Engelschen met geweer nae ons toe te 
weten pistolen, hellebaerden ende ander hantgeweer 
ende ick ende een bootsgesell met ons hoochbootsman 
vraechden haer waer onse loyste stont waer op dat 
ons die Engelsche vraechden off wij daer aen het lant 
dorfden comen waer op dat ick antwoorde jae, want 
wij en wisten van geenen swaricheyt, mcynende dat 
wij daer onse loyste hadden, soo vraechden de Engel- 



schen waer dat ons schip was ende oft wij niet van 
Bantam en quamen ; ick antwoorde dat ons schip ontrent 
4 è. 5 mijlen verre van daer lach ende dat wij recht 
wt HoUant quamen ende op geen plaes ofte plaetsten 
aengeweest en hadden 'daer wij tcomtoyr hadden ofte 
meynden te hebben dan hier ende dat sint ons vertreck 
van Patria oock dat wij geen verversinge gehadt en 
hadden tsint dat wij van de Cabo Essperante tseyll 
waren gegaen ende dat wij hier quamen om vervar- 
singhe want wij veel volck sieck hadden soo heefft den 
coopman van de Engelsche ons geantwoort dat wij 
daer geen comtoyr meer en hadden ende dat ons 
volck all langhe van daer wech was, heeft ons oock 
belast dat wij in onse schuyt gaen souden ende blijven 
van den wall liggen, ondertusschen soude hij naer den 
Coninck toe rijden ende hem verwittighen van de saccke 
hoe die geleghen was, soo is hij te post met noch 2 
man tot hem naer den Coninck toegereden ende wij 
lieden onder tusschen zijn in de Engelsmans boot 
getreden ende naer dat wij een weynich met het volck 
gesproken hadden verstaen dat daer onraet was tusschen 
den Koninck van Makastar ende de Hollanders, nu 
een halff ure daer geweest zijnde naer dat den coop- 
man wech gereden is hij weder gecomen ende hebben 
mij met een van onse bootsgesellen die goet engels 
kost in de loyste ontboden ons exsaminerende off het 
oock die waerheyt was dat wij recht van Amsteldam 
quamen ende niet tot Bantam aengeweest hadden, 
hebbe ickt verclaert. Doen heefft die coopman van de 
Engelsche tegen mij geseyt dat wij groot prijckel van 
ons leven liepen wat ons volck van het eylant schey- 
dende hebben oorloghe tegens die van Macastar aen- 
genomen ende den jonghen Koninck gedoot ende des 
Koninck swager met drie Subandes gevanghen genomen 
ende die wechgevoert nae Jacatra allwaer dat sij noch 
gevanghen saten ende dit was geschiet all over tvvaelff 
maenden geleden ende den coopman die dit intwerck 
gestelt heefft is genaempt Abram Sterck ende den 
Schipper Dirck die Vries, soo heeft den coopman voor- 
der gevraecht hoe groot dat ons schip was ende hoe 
veell volck met het geschut dat wij op hadden hebbe 
ick geantwoort dat ons schip groot was vijff hondert 
lasten ende dat wij op hadden 200 mannen met 32 
stucken geschuts soo heefft den coopman ^feseyt het 
is een schoon schip Godt beware het voor ongeluck 
voorder gesproken, hebbende met maelcandcren soo 
hebbe ick den coopman gebeden dat hij toch ons voor 
den doot beschermen woude want hij vermocht veele 
bij den Koninck van Makastar doen heeft den coopman 
mij beloeffl aen sijn handt dat hij zijn best doen soude 
om mij met mij volck van den doot te vrijden dan off 
wij van den Coninck gevanghen bleven soo en cost 
hij ons van den gevanckenisse niet verlossc, soo hebbe 
ick hem zeer bedanckt ende ornstelijck gebeden met 



Digitized by 



Google 



— 120 — 



veel schoone woorden soo het mogelijck waer dat hij 
ons doch bevrijden soude dat wij weer vrij naer ons 
schip souden moghen gaen, ter wijUe dat wij met 
maelcanderen waren sprekende soo was den koninck 
op strant gecomen met ontrent twee duysent gewa- 
pende mannen die terstont een van zijne raetsheeren 
op die loyste sont op dat hij met mij spreken soude, 
ende bij mij gecomen zijnde vraechde wat ick voor 
een was, soo zeyde den koopman van de Engekche 
dat ick een slave was dan hij schudde zijn hooflt zeg- 
gende dat hij dat niet geloven en koste dan onder 
andere reden die sij met maelcanderen hadden soo 
vermaende hij dickwils van kressen, dan naer dat sij 
langhe met maelcanderen gesproken hadden sijn sij 
tsamen wt die loyste gegaen opt strant bij den Koninck, 
dan zij en bleven daer niet langhe dan quamen strack 
weder ende hebben mij geseyt dat ickmet haer beneden 
bij den Koninck comen soude ende hem groetende 
ende dan in mijn schuytgen gaen ende daer wachten 
tot dat mij den Koninck antwoord en soude zeynden, 
soo ben ick met den Sabander oft raetsheer ende den 
coopman naer de strant toegegaen, die voll gewapende 
mannen stont daer wij tusschen door ginghen dan 
doen ik op lo a 12 treden nae bij den Koninck was, 
ben ick te voet gevallen op die swarte maniere den 
koninck groetende die mij met de hant wees nae mijn 
schuytgen waer dat ick naer toe zijn gegaen ende 
riep het volck toe die in het schuytgen waren dan het 
was soo verre van de wall dat sij mij niet hooren en 
costen oock vervaert waren om aen die wall te comen, 
vermits die groote menichte van volck, die sij daer 
zaghen nu den koninck van Macaistar dit siende dat 
ick niet aen boort en cost comen heefft weder een 
man gesonden die mij bij hem brocht ende bij hem 
comende hebbeu weder gedaen als vooren ende hij 
wees met zijn hant nae een prau toe, die daer lach 
ende liet mij zeggen dat ick met die prau aen onse 
schuyt varen soude soo ben ick naer die prau gegaen 
dan den raet van den Coninck heefft terstont een man 
gesonden die mij dat belet heefft nu den koninck dit 
ziende ende dat onse schuyt niet en quam om mij te 
halen heefft andemaell laten seggen met een sovereyne 
autoriteyt dat wij met den prau aen onse schuyt souden 
varen soo ben ick tot mijn midell int water gelopen 
ende den prau vJot gemaeckt ende daer ingetreden 
met den bootsman die ick bij mij hadde ende een 
van de Engelsche bootsgesellen die ons in ons schuyt- 
gen brocht all waer dat wij met groote blijtschap 
intraden ende den Engelsman roeyde die prau wederom 
aent lant nu wij int schuytgen zijnde hebbe ick het 
volck vertelt het zelve dat daer aan het lant passeerde 
ende zij dat verstaende wouden haer ancker lichten 
ende wech roeyen ende soo alle perikelen zyen te 
ontcomen dan ter wijlen ons schuytgen niet well 



beroeyt en was hebbe ick tegen haer lieden geseyt 
dat het beter ware dat wij bleven liggen ende ver- 
wachten die antwort van den Koninck want ick 
hoepte dat Godt des Koninckx harte soude beweghen 
in sulcke manieren dat wij vrij ende onbeschadich 
weder in ons schip souden comen. Ende off het 
gebeurde dat het quame dat zij vluchten wouden, 
doch het niet en souden konnen ontcomen want aent 
strant laghen vier fargatten met mosketiers die ons 
strackx navolgghen souden ende dan souden wij al 
te maell om den hals comen ende soo wij antwoorde 
van den Coninck verwachten mogelijk wat daer noch 
van komen mochte want als wij saghen dat hij ons 
gevangen woude houden ofte dooden dan zouden wij 
ons ter were stellen ende maelcanderen bijstaen als 
soldaten en bij maelcander leven en sterven het- 
welck ons volck goet dochte ende swoeren mael- 
cander getrouwichheyt nu ter wijlen dat wij ons sa- 
ten ende beclaeghden dat wij dat soo onnostelijck 
int verdriet quamen ende alle swaricheyt debateerden 
die ons aenstaende was is daer een van des Coninckx 
Heeren in een prau getreden ende nae ons toe comen 
varen met noch 4 a 5 andre swarten bij hem heb- 
bende ende heeft int maleys tegen ons geseyt dat 
doen ons kontoir van daer vertrocken is ons volck 
hebben gedoot des Koninck van Macasters sone met 
veele andere edelen van het land ende des Koninck 
swager gevanghen met drie sabanders van het lant 
ende die gevoert naar Jacatra alle waer dat zij noch 
waren, maer dat wij daerdoor niet vervaert en souden 
zijn, want den Koninck en begeerde ons niet te mis- 
doen dan dat wij in vrede naer ons schip souden 
varen ende en comen niet weder want den Koninck 
en begeerde geenen handell niet meer met ons volck 
te hebben, soo hebben wij den Heere bedanckt van 
des Koninckx weghen van zijne groote goedertierent- 
heyt die hij aen ons bewees hem wenschende geluck 
ende heyll hebben ons dalgghe gelicht ende wech 
geroeyt dan terstond is den boot van den Engelsman 
ons gevolcht ende heefft ons toegeroepen dat den 
coopman ons liet zeggen dat wij aen zijn schip 
souden varen ende daer blijven tot dat hij ons bescheyt 
gave hoe dat wij het aengaen souden om alle pery- 
kelen te schouwen dat wij oock naer quamen ende 
roeyden aen den Admirael daer wij well ontfanghen 
waren danckende Godt voor zijne genade die hij ons 
bewesen hadde. 

Des avonts quam den schipper van den Admiraell 
aen boordt, die ons wel trackteerde ende mij met ons 
volck well onthaelde ons seggende dat hij ons victctlie 
soude medegeven om weder aen ons schip te raecken 
des middemachts is den coopman van het lant aen 
boort gecomen ende mij in den vijsadmiraell ontboden 
all waer dat ick ginck met onsen hoochbootsman ende 



Digitized by 



Google 



— 121 



quartiermr ende daer comende heefft den coopman 
geseyt dat wij den wech die wij comen waren niet 
weder henen varen en souden want het was den koninck 
berouwen dat hij ons hadde laten varen ende niet ge- 
vanghen gehouden, oock hadde hij fregatten met volck 
off geverdich om naer ons te soucken off sij ons noch 
souden connen becomen nu soo vraechde ick aenden 
coopman wat voor best gedaen ware dat hij ons doch 
ten besten raden soude want wij rechten voort wijsten 
lieden raet van doen hebben want considererende die 
prij kelen die ons aenstaende waren van weghen de 
fregatten die op ons wachtende waren ende ons schuyt- 
gen kleyn was ende maer negen man sterck ende 
waren soo dat wij geen weer die te bieden hadden 
wt het schuytgen doen en costen ende als de fargatten 
ons bij waren het niet en kosten ofte en souden kim- 
nen ontroeijen ende dan om den hals comen oock aen 
den Engelsman schip te blijven leggen en was oock 
niet geraden want int schip daer wij van wtgesonden 
waren naer ons coempste souden verlanghen zoen heefft 
den coopman goet gedocht ende tegens ons geseyt dat 
wij ons volck noch wat souden laten rusten tot om- 
trent twee uren voor daghen ende ondertusschen souden 
den coopman sijn boot wtzenden om te besien waer 
de beste passagie voor wesen soude om met het minste 
perijkell aen ons schip te moghen comen, hetwelck 
hij gedaen heefft ende het boot is omtrent een paer 
uren daer naer weder gecomen ende hebben ons ge- 
seijt dat langs het lant vooU fregatten lach ende 
prauwen dan dat recht naer die zee toe geen fregatten 
en laghen ende dat wij lanckx die sij sonder peryckel 
well wech costen comen dan wij moesten met den 
donckerheijt soo heymelijcken van het schip scheyden 
als het mogelijck waer ende dan recht nae de zee toe 
roeyen ende dat soo verre dat men ons van het lant 
niet kennen en koste oock soo ons het mocht ont- 
moeten ontrent het schip dat wij die wijck naer het 
schip toe nemen souden ende zij zouden ons strackx 
assisteren. Ende dat met het boot dat zij ons toeze)mden 
souden oock heefft den coopman ons geseyt dat wij 
vrij met het schip op die rede souden komen, hij 
zoude alle vervarsinge voor ons koopen ende ons nae 
boort bestellen dan souden het bij nacht doen opdat 
het die vant lant niet zijen en zouden want den koninck 
niet en begeerde dat hij alliansie met ons zouden 
houden jae zeyde den coopman dat meer was dat hij 
ons van alle soude provideren dat wij van doen hadden 
off moghen hebben jae all waert een last rijs drie offte 
vier dan bij nacht opdat het den koninck niet te weten 
en soude komen. Soo hebbe ick hem hoochlijcken be- 
danckt van alle vrientschap die hij ons bewesen hadde 
ende ick hebbe ons volck op laten wecken ende zijn 
int schuytgen gegaen ende van het schip wechgeroeyt 
recht nae zee soe gelijck ons belast was mede nemende 



fuctalie als water om te drincken broot met 9 hoen- 
deren een fles met arack ende een kist met tsiter ofte 
appell dranck met eenen Hollantsche kase ende recht 
tzeewaerts geroeyt dwers van het schip off ende dat 
soo langhe dat den dach begost aen te comen ende 
zij van het lant ons niet meer zijen en costen. 

15 Desember donderdaechs des smorgens doen het 
dach was vonden wij ons 4 mijlen dwars van het 
lant off geroeijt ende hebben doen onsen cours geset 
recht naer het eylant daer wij het schip gelaten had- 
den, ende lieten eenen man op onse mast dimmen om 
te besien off hij het schip zien conde met dien beliep 
ons een trowade die het schuytgen soo deede slingeren, 
dat alle beijde die spoell emmers met water om vielen 
soo roeyden wij voort recht nae het eylant toe daer 
wij ons schip gelaten hadden want wij het schip niet 
en saghen ende omtrent den avont overviell ons volck 
den dorst soo gheweldich dat sij door noot het soutte 
water wt de zee droncken want zij Isindert smorgens 
geen water gehadt en hadden om te drincken ende 
hadden commerlijcken geroeyt soo dat wij in groote 
benautheyt waren door den dorst die wij leden zoo 
zijn wij aen een eylant gevaren all waer dat wij water 
vonden ende stoeckten daer vier ende braden daer 
vier hoenderen die ons den coopman van de Engelschen 
mede gegeven hadde ende ons ontliep een hoen met 
eenen haen die daer opt eylant gebleven zijn doen wij 
nu wat gegeten hadden hebben onse spoelemmers met 
water gevuld ende hebben die in onsen boot gedraghen 
en doen creghen wij wat wint ende wij gingen tseyll 
nae het eylant toe daer wij het schip gelaten hadden 
dan met den donckren beliep ons een trowade dat 
wij het setten mosten op 4 vadem waters 16 dato 
des vridachs smorgens een ure voor daghe doen 
worde het still soo dat wij ons ancker lichten 
ende roeyden recht naer het eylant daer wij het 
schip gelaten hadden daer wij terstont quamen doch 
en vonden het schip niet ende wij gingen opt lant 
ende bekenden dat het tselffde was daer wij het 
schip gelaten hadden soo zijn wij van daer off ge varen 
ende hebben onsen cours geset recht nae die reede 
van Macastar all waer dat wij die Engelsche schepen 
gelaten hadden ende omtrent 10 a 12 uren voor mid- 
dach creghen wij het schip int gesichte waer dat wij 
naer toe geroeyt zijn dan het schip zeylde nae de rede 
toe ende wij volchden ende quamen een glas nae dat 
het schip geanckert was aen boort ende* aen boort 
comende hebbe ick den coopman met den schipper 
geaviseert hoe dat het aent lant gestelt was die haer 
daer zeer in verslogen want zij ontrent een halff ure 
te voren het boot met den onder stuerman ende vijff- 
thien mannen hadden aen het lant gesonden om te 
besien waer wij bleven als mede om een sood vis te 
koopen tot verversinghe, dan een halff glas naer dat 



Digitized by 



Google 



— 122 — 



ick met den hoochbootsman aen bo^^t comen was soo 
sach men aent lant roock opgaen van geschut al oft 
mosketten geweest waren ende dat aen onse boot die 
nochtans geen geweer mede en hadden soo dat wij 
niet en wisten wat aen lant gaende was want al wast 
dat ick zeyde dat het volck om den hak was, den 
schipper zeyde waer om hebben zij U dan laten gaen 
met U volck dan om recht bescheyt te weten van de 
sake so worde goet gevonden dat men een man soude 
zenden met het schuytgen aen boort van den Engel- 
schen Admirael om te verstaen hoet met ons volck 
ende boot aent lant vergaen was oock ofF het hem 
belieflfde dat den koopman ende den schipper zouden 
aen zijn boort comen soo is ons schuytgen daer naer 
toe gevaren ende den schipper van den Admiraell 
gesproken die zeyde dat hij niet en wiste hoe het met 
ons volck aen lant vergaen was oock ontbode hij dat 
wij dien avont niet aen boort en souden comen dan 
dat wij des anderen daechs aen boort souden comen 
ende dat des avonts spade met den donckeren oock 
hebbe ick verstaen van onsen coopman ende schipper 
dat zij een visschers prau aen boort hadden gehadt 
die haer vis vercocht hadde, dan het volck dat in den 
prau was ende wouden niet over int schip comen ende 
zeyden vervaert te sijn. 

17 Desember Saterdachs des morgens hebben wij 
ons ancker gelicht ende zijn wat naerder op die rede 
geloopen soo dat wij dicht onder het casteel quamen 
all waer dat wij groot gewelt van volck saghen ende 
wij schooten drie schoten sonder scharp van ons schip 
daer naer setten wij onsen kours nae de Engelsche 
schepen toe doen hebben die vant caisteell van Macastar 
I een witte vlagghe laten waeyen het welcke onsen schip- 
per zeyde dat vrede bediede ende dat het soo laet niet 
geweest en ware soude met de schuyt daer selver in 
parsoon naer toegevaren hebben omtrent den avont 
quamen wij met ons schip tot op een gotelinck schoot 
naer bij de Engelsche schepen die oock haer anker 
lichten ende naer ons toequamen ende het dicht bij 
ons zetten des avonts is den coopman schipper ende 
ick met ons schuytgen aen den Admirael gevaren 
daer wij well ontfanghen waren maer eylacie drovighe 
lidinghe cregen want die Engelschen zeyden dai die 
van Macastar drie sargen van mosketten in ons boot 
geschoten hadden doen die noch een halve Engelsche 
mij Ie vant lant was ende daer nae met fregatten 
geabordeer.t ende het volck altemael vermoort ende 
den kop afFgehouden ende die voor den koninck ge- 
draghen op die punten van hare sweerden ende doen 
soude den koninck van Macastar gezworen hebben 
dat hij ons schip in den brant soude doen steken ende 
dat bij nacht alle soude hij 3 a 4 duysent mannen 
daer aen waghen dat verstaen hebbende hebben wij 
den Admiraell bedanckt ende hem gebeden zijn best 



te willen doen om onsen boot weder te crijghen het 
welck hij ons beloefiFde dat hij doen soude. 

18 December sondach heeffit ons het boot van den 
Admiraell een last rijs aan boort gebracht met veele 
hoenderen als oock suycker, bonnannes, pattarsten, 
orange appelen ende andere vruchten, oock wat vars 
water ons dienende tot vervarsinghe ende alzoo wij 
wat verachtick van het land geset waren is den 
schipper van den Admiraell met twee coopluyden aen 
ons boort gecomen ende ons geseyt dat hij den 
koninck van Macastar om onsen boot aengesproken 
hadde die hem tot antworde hadde gegeven dat hij 
die om geen geit en woude missen dan dat hij ons 
schip noch meynde in den brand te laten steken. 
Ende wij hebben dese Engelschen onthaelt naer ons 
cranck vermoghen haer betonende teykenen van dank- 
baerheyt voor de vrientschap die zij ons deden ende 
des avonts omtrent 10 a 11 uren zijn sij weder naer 
haer boort toegeveiren. 

19 ditto maendach is den schipper van den Admi- 
raell ons weder comen besoken die wij te gast ge- 
beden hebben met zijnen coopman die hij terstond 
liet halen met zijnen boot ende quam oock ter- 
stont vergezeltschapt met den anderen schipper ende 
cooplieden assistenten die wij alle saemen well ont- 
haelden ende betaelden haer lieden de vervarsinghen 
die wij van haer lieden gehadt hadden ende dat met 
die somma van 47 realen van achten, dan een deell 
hoenderen schoncken zij ons ende daerentegen schonc- 
ken wij haer lieden 14 kaesen des avonts zijn zij van 
ons boort gescheyden ende onder zeyll gegaen ende 
wij zijn haer gevolcht 

20 ditto dingsdaechs hebben wij die wall langs geseylt 
van Macastar in Compagnie van de Engelschen. 

2 1 ditto woensdach hebben ons de Engelschen noch 
een halfiF last rijs vercoffit tot 30 realen van achten 
ende een pijpe arack tot 15 stukken van achten. 

22 dito donderdaechs is het stille weer geweest sijn 
wij aen boort van den Admiraell geveiren om hem 
te bedancken van de vrientschap ons bewesen ende 
hebben ons affscheyt van hem genomen. 

23 dito vrijdach was die wint wuyt den westen ende 
wij hebben Ismckx die wall van Macaster geseylt in 
Compagnie van de Engelschen. 

Latis Deo anno 1616 den 24 December. 

24 ditto Saterdach hebben wij gehadt moye koelte 
wt den westen des nachts tusschen 2 a 3 eylanden 
deur geseylt leggende bij het zuyt eynde van Macastar 
ende dat in compagnie van de Engelse ende des avonts 
ben ick van den coopman ende schipper gesonden met 
onse schuyt aen boort van den Admirael van de Engel- 
schen om haer te bedancken van alles goets ende te 



Digitized by 



Google 



— 123 — 



vragen oft zij onsen wech zeylden, want wij waren 
geresolveert om nae Amboina te zeylen, wij waren 
well van sin geweest om Botton aen te doen ende 
dat om dacr een prau te koopen om een boot afif te 
maken dan considererende de perijkelen diedaeringe- 
legen waren om dat wij maer een kleyn schu5rtgen 
en hadden vonden ende soo sij ons bij bleven dat zij 
ons doch souden willen assisteren doen heefftdenAd- 
miraell van de Engelsche mij voor antwoort gegeven 
dat hij well met zijn schip met ons te Botton op de 
rede woude loopen, ende daer een prau ofte janpan 
voor ons coopen waer van dat ick haer bedanckte 
ende zeyde dat ick onsen coopman ende schipper woude 
gaen aendienen ende soude haer terstont antwoorde 
brenghen, soo ben ick naer ons schip toegevaren ende 
hebbe den coopman die bootschap gedaen die den 
scheepsraet hierop dede vergaderen die dat goet von- 
den, dat wij tot Botton aen loopen souden ende daer 
een boot maken soo ben ick weder aen den Engels- 
man zijn boort gevaren om te acepteren die presen- 
tatie ende hebben besloten met maelc anderen dat zij 
des nachts een vier opsteken souden ende dat wij 
dan het vier volghen souden het welck soo geschiet is. 

25 ditto Sondachs den wint als voren hebben wij 
het eylant van Botton int gesicht gehadt ende wij 
hebben die Engelsche ontboden dat wij haer bedanckten 
van haer geseltschap want wij veel tijts tsoeck souden 
brenghen eer wij op de rede te Botton souden konnen 
comen soo dat wij om geenen tijt te verliesen die wijle 
den wint goot was recht nae Amboyna loopen souden 
soo zijn Wij van de Engelschen gescheyden. 

26 ditto maendach den wint west cours oost ten 
noorden groote koelte de Engelsche schepen noch 
gesien. 

27 dito dingsdach de wint noort noort west tamme- 
lijcke koelte de Engelsche noch gesien. 

28 dito woensdach den wint cours als vooren de 
Engelschen noch gesien. 

29 Desember donderdach in stilte gedreven onder 
het eylant Borro aen back boort ende de Engelsche 
aen stuer boort noch gesien. 

30 d5rto Vrijdach den wint noort ten westen cours 
noort oost ten oosten des morgens met den dageraet 
hebben wij Amboina int gesicht gecreghen ende des 
avonts quamen die Engelsche wuyt ons gesicht ende 
zetten onsen cours naer Banda ende waren geladen 
met rijs ende arack soo zij selven geseyt hadden ende 
was onderteykent 

JOANNES StEIJNS. 




De Heeren van Raresteyn. 

(Van Hendrik van Cuyk tot Philips van Ravesteyn). 

Reeds in eenen vorigen jaargang van dit tijdschrift 
stelde de Redactie mij in staat een paar regelen neder 
te schrijven over de heerlijkheid van Ravesteyn. Haalde 
ik toen bloot de opvolgende bezitters dier heerlijkheid 
aan, thans wenschte ik meer in eenige bijzonderheden 
te treden, en daartoe mede te deelen, wat ik zoo 
hier en daar vond opgeteekend. 

Ik beg^n dan met Hendrik van Cuyk (den tweeden 
van dien naam), tijdgenoot van Hendrik I, hertog 
van Brabant, die van 11 86 tot 1235 regeerde. 

Hij was gehuwd met Sophia van Herpen of Renen, 
volgens VAN Alen, Beschryving van het land van 
Cvyk, eene nicht van Godfried van Renen, bisschop 
van Utrecht, door wiens familie het land van Herpen 
bezeten werd. In hoever nu deze veronderstelling van 
VAN Alen waarheid bevat, durf ik niet beslissen; dit 
is echter zeker dat, de ter sprake zijnde Hendrik van 
Cuyk door zijne vrouw de heerlijkheid Herpen verkreeg. 

Aanvankelijk werd deze door hem als allodiaal 
goed bezeten, tot dat hij in het jaar 1191 met toe- 
stemming van zijne vrouw en hunnen zoon Albertus, 
de heerlijkheid in handen stelde van den hertog van 
Brabsmt, die haar echter weder, vermeerderd met de 
tienden van Heese, als leen van Brabant, onder zekere 
voorwaarden aan den heer van Cuyk voornoemd en 
diens zoon Albertus teruggaf (zie BuTKENS, Troph, de 
Brab., tom. i liv. 4, blz. 149. 

Deze Albertus volgde zijnen vader, na diens dood, 
op als heer van Cuyk en Herpen; hij stierf omstreeks 
1233, nalatende drie zonen: 

1. Hendrik, die zijn vader opvolgde als heer van 
Cuyk. 

2. Reinier (Regnerus) waarschijnlijk dezelfde persoon 
als Rutgerus, van wien HüBNER in zijne Gen. 
tab. gewag maakt 

Aan dezen Reinier werd bij scheiding het land 
en de heerlijkheid van Herpen toebedeeld. 

3. Dirk, gehuwd met Christina, dochter van Jacob, 
burggraaf van Leyden. 

Reinier, aan wien, zoo als gezegd is, de heerlijkheid Her- 
pen was toebedeeld, liet na een zoon Albertus genaamd. 
Deze wordt genoemd als deelhebber aan den slag 
van Woeringen (a® 1288), althans BuTKENS schrijft 
o. m. csoubs la Banniere de Cuyck (Jean sire de (1) 
se trouverent aussi des tres bons chevaliers comme 
Alard (2) Sire de Herpen, Herman Chastelain de Ley- 
den ses cotcsinsity enz. (3). 



(1) Zoon van Hendrik, kleinzoon van Alb rtns (de eerstgenoemde). 

(2) Kan niemand anders zijn dan Albert, zoon van Reinier. 

(3) Herman, zoon van Eeiniers broeder Dirk en diens gemalin 
Christina, burggraaf van Leyden. 



Digitized by 



Google 



— 124 



Later vinden wij Albertus, heer van Herpen, terug, 
als hebbende mede bezegeld een giftbrief dd. Zaterdag 
na Paschen a^ 1308. 

Hij liet na twee kinderen, een zoon, volgens HüBNER 
Rutgerus genaamd, die echter kinderloos stierf en 
eene dochter Maria, die alzoo eenige erfgename was 
der heerlijkheid Herpen. 

Zij trad in het huwelijk met Johannes van Valcken- 
burg Walravenszoon, die als heer van Herpen o. £u 
voorkomt in een charter tot grensregeling tusschen de 
landen van Cuyk en van Herpen (i). 

Uit hun huwelijk sproten drie kinderen: 

1. Walraven, stichter van Ravesteyn (2). 
Voortaan wordt de naam Herpen vervangen door 
dien van Ravesteyn. 

Walraven, stierf kinderloos 3 Mei 1378. 

2. Reinaud (3), gehuwd met Elisabeth, dochter van 
Adolf VI, graaf van Cleve ; hij verkreeg van zijnen 
broeder de heerlijkheid van Ravesteyn. 

3. Philippina, gehuwd met Johannes, graaf van Salm, 
(t 1386), op wien de heerlijkheid, door het kin- 
derloos overlijden van zijnen zwager Reinaud, 
overging. 

Uit dit huwelijk werden geboren drie kinderen; 

1. Simon. 

2. Johannes, huwde i ^ Johanna, dochter van An jreas, 
vrijheer van Joinville; 2* Hildegonda, baronnes 
von Fiersen. 

3. Odilia van Salm. 

De oudste zoon Simon, voerde na zijns vaders dood 
den titel van graaf van Salm en Ravesteyn; daar hij 
kinderloos stierf, ging de heerlijkheid Ravesteyn over 
op zijnen broeder Johannes. Laatstgenoemde werd in 
het jaar 1397 door zijnen oom Adolf I, hertog van 
Cleve, gevangen genomen en moest aan dezen Rave- 
steyn als losprijs afstaan; hij stierf a® 143 1. 

De zoon uit Johannes i* huwelijk, genaamd Simon, 
graaf van Salm, berustte echter niet in het prijsgeven 
der heerlijkheid Ravesteyn door zijnen vader, maar 
ving tegen zijnen oudoom, den hertog van Cleve, een 
proces aan, dat hij evenwel ten slotte in het jaar 1 431 
verloor. De heerlijkheid bleef daardoor in handen van 
Adolf, die den 19 September 1448 in den ouderdom 
van 77 jaren overleed, tot opvolger nalatende zijn 
oudsten zoon Johannes, geboren 16 Januari 14 19. 

Johannes deed van zijne rechten op Ravesteyn in 
het jaar 1463 afstand ten behoeve van zijnen eenigen 
broeder Adolf, geboren in 1425, gestorven in 1492. 



(1) De toenmalige heer van Cuyk was Otto. 

(2) Van hem vinden wij opgeteekend dat hij in het jaar 1354 zijne 
bezitting moedig verdedigde tegen Wenceslaus, hertog van Brabant 

(zie VAN DEB Aa). 

(3) Hij werd a* 1387 aangevallen en binnen Eavesteyn belegerd 
door Arnoldus van Horne, bisschop van Luik. 



Deze was gehuwd met Anna (f 1504), natuur- 
lijke dochter van Philips den Goede, hertog van Bour- 
gondië. Uit dit huwelijk stamt één zoon Philips, die 
in het huwelijk trad met Francisca, gravin de St. Pol ; 
hij overleed in Frankrijk 28 Januari 1528, zonder achter- 
lating van kinderen, zoodat zijne goederen, waaronder 
ook de heerlijkheid Ravesteyn, overgingen op zijnen ^ 
achtemeef Johannes UI, hertog van Cleve. 

Hoewel ik hier mijn voorgenomen taak heb afge- 
daan, wil ik niet eindigen zonder iets meer van dezen 
laatsten heer van Ravesteyn te hebben medegedeeld; 
daartoe is zijn leven te merkwaardig en te rijk aan 
gebeurtenissen. 

Het was in het jaar 1482. Maximiliaan van Oosten- 
rijk's gemalin Maria van Bourgondië was op 25-jarigen 
leeftijd overleden; de Staten oordeelden het thans noodig 
de sedert lang gevoerde vredesonderhandelingen met 
Frankrijk tot een einde te brengen. In het, als vrucht 
daarvan gevolgde vredesverdrag met Lodewijk XI, 
was als hoofdvoorwaarde opgenomen, dat de voogdij 
over den minderjarigen Philips, met uitsluiting van diens 
vader Maximiliaan, zou berusten bij de Staten en de 
mannelijke bloedverwanten van moeders zijde. Onder 
die bloedverwanten vinden wij ook Adolf van Cleve, 
heer van Ravesteyn en diens zoon Philips, later heer 
van Ravesteyn. Zooals bekend is, heeft deze voogdij - 
schap een bron van twisten opgeleverd. Vooral in de 
Zuidelijke gewesten, Vlaanderen en Brabant, ging 
het woelig toe. Vrede en oorlog volgden elkander 
snel op. Het ongenoegen des volks werd al heviger, 
zoodat zelfs Maximiliaan in 1488 te Brugge werd 
gevangen gehouden. 

Dit ultimatum bracht er veel toe bij dat de twisten 
door bemiddeling van Keizer Frederik III (Maximiliaan's 
vader) en Paus Innocentius werden bijgelegd. 

Maximiliaan deed afstand van zijne aanspréiken op 
de voogdij en zou tot meerdere zekerheid voor de 
nakoming der gestelde voorwaarden aan de stad 
Gent in gijzeling geven heer Philips van Cleve. 

Deze verbond zich onder eede en zegel, om voor 
het geval het verdrag door Maximilician mocht wor- 
den geschonden, alsdan diens zijde te verlaten en zich 
te scharen aan die van Vlaanderen (Verdrag 16 
Mei 1488). 

Doch niettegenstaande Maximiliaan 's stellige verkla- 
ring aan Philips, dat hij den gesloten vrede met alle 
kracht zou handhaven, volgde reeds spoedig van zijne 
zijde eene schending van het verdrag, op grond dat 
hij (Maximiliaan) tot het bezegelen daarvan door over- 
macht zou zijn gedrongen. 

Philips schaarde zich thans volgens eed en plicht 
onder de banier der Vlamingen. Wel deed Maximiliaan 
alle moeite om hem aan zijne zijde terug te winnen. 



Digitized by 



Google 



THE NEW YOKK 

PUBLIC LIBRARY 



A8T«tt, LCNOX ANO 
TILDEN FOUNDATIONi. 



Digitized by V:iOOQIC 



Eeüoort Wj Ko 5 van liet Algemeen Neöer-landscïi Familietlad, 5« Jaargang, 1888. 



Wapen van het geslacht Smissaert. 



Digitized by VjOOQIC 



— 125 

doch te vergeefs — Philips toonde edelman te zijn 
in den waren zin des woords. 

Zooals te begrijpen is werd zijne trouw van den kant 
der tegenpartij slecht beloond. 

In eene plechtige zitting werd Philips, heer van 
Cleve en van der Marck door Keizer Frederik III te 
Antwerpen in den Rijksban gedaan en verklaard als 
cverrader, vervallen van eed en goed.» 

Inmiddels hadden reeds in het begin van Februari 
1488 eenige aanvoerders der Hoeksche partij zich naar 
Sluis begeven en zich gevoegd bij Philips, met het 
doel om den later beruchten Frans van Brederode 
van Leuven, waar hij studeerde, naar Sluis te voeren. 

Dit geschiedde dan ook in April daaraanvolgende. 

Terwijl nu de Hoekschen Maximiliaan in Holland 
gfingen bestoken, trok Philips van Cleve, met adsis- 
tentie van Frankrijk, in den winter van hetzelfde jaar 
naar Brussel, waar hij werd binnengelaten; hetzelfde 
verkreeg hij op meer andere plaatsen, zoodat hij 
spoedig een groot deel van Brabant in zijne macht had. 
Pogingen om Nieuwpoort te bemachtigen mislukten. 

Toen schijnt Philips weder zich binnen Sluis terug- 
getrokken te hebben; althans Lois meldt in zijne 
kroniek van Rotterdam hoe den 4 Januari 1489 te Rot- 
terdam een bode aankwam uit Sluis, afgezonden door 
heer Philips van Cleve en meldende dat Maximiliaan 
zich op weg bevond naar Holland. 

Het thans zoo vredige Sluis was in die dagen een 
waar roofhest. Wat de Hoekschen buit maakten brach- 
ten zij daar binnen, terwijl Philips zorg droeg voor 
de veiligheid der stad. 

Eindelijk in Juli van het jaar 1492 werd besloten 
om Philips van Cleve, die door den inmiddels plaats 
gegrepen hebbenden dood zijns vaders heer van Rave- 
steyn was geworden, binnen Sluis te belegeren. Vooraf 
werden hem namens den hertog van Saxen voordeelige 
vredesvoorwaarden gedaan, die hij echter afwees met 
de lakonieke opmerking, dat men hem niets aanbood 
of beloofde, wat hij niet reeds bezat, en dat hij ove- 
rigens streed ter voldoening aan den eenmaal door 
hem afgelegden eed. 

Het beleg ving nu aan en werd van de zijde der 
belegerden met moed doorstaan. Eindelijk moest 
Philips, door gebrek aan krijgsvoorraad, capituleeren. 

De voorwaarden waren voor hem zeer aannemelijk. 
Hij moest trouw zweren aan den Roomsch koningen 
den hertog, waartegen hij uit den rijksban zou wor- 
den ontslagen. Voorts zou hij in het bezit van Sluis 
blijven totdat Maximiliaan's zoon, Philips, den leeftijd 
van 18 jaar zou bereikt hebben, terwijl hem al zijne 
overige goederen werden terug gegeven. 

Philips onderwierp zich aan deze voorwaarden en daar- 
mede eindigden zijne krijgsbedrijven in de Nederlanden, 
maar zijn loopbaan als krijgsman was nog niet ten einde. 



Twee jaren later trok hij, na vooraf Maximiliaan 
bezocht te hebben, naar Frankrijk, waar hij ook in 
1528 stierf, doch eerst nadat hij verscheidene oorlogen 
(waaronder tegen de Turken) had medegemaadkt en 
ook te Genua als gouverneur was opgetreden. 



Rotterdam, 



L. J. C. J. VAN Ravesteyn. 



Iets betreflTende het wapen Tan liet geslacht Smissaert 

(Met een plaat). 

Het hierbij gevoegd wapen thans algemeen aange- 
nomen en erkend als dat van het geslacht Smissaert 
is niet door alle leden van dat geslacht zoo gevoerd. 
Het werk Graf- en gedenkschriften der provincie Ant- 
werpen door LE Grelle e. a., Antwerpen, 1863. be- 
helst eene reproductie van het wapen op den grafsteen 
van Petrus Smissaert in de St. Joriskerk aldaar. Deze, 
II Januarij 1660 in den ouderdom van 81 jaren over- 
leden, voerde geëkarteleerd, i ^. twee zilveren fasces op 
sabel, 2*. een leeuw op goud, 3^ zeven gouden sterren 
op cLZuur, 4^ twee fasces van keel, ieder beladen met 
drie losanges op goud. De schrijver van het boekje 
Het geslacht Smissaert van i^^o tot j8^o, te Utrecht 
bij Kemink & Zoon, 1882, (niet in den handel), hield 
dit voor een zoogenaamd familie- wapen, en zag in het 
i« kwartier het eigen wapen, in het 2e het moederlijke 
wapen, in het 3© het grootmoederlijk wapen van va- 
derszijde, en in het 4e het grootmoederlijk wapen van 
moederszijde. De geslachten, die deze wapens voerden, 
werden echter niet vermeld. Alleen werd uit het wapen 
waarmede Egidius (Gilles) Smissaert in de St. Paulus 
(Dominicaner) kerk te Antwerpen begraven is afgeleid, 
dat het 3® kwartier, de zeven gouden sterren op azuur, 
het wapen is van de Busscher, van Bussche of van 
den Bussche. Op gezag van den bekenden genealoog 
Mr. R. van Heemskerck Rz. vermoedt men dat het 2e 
kw2irtier is het wapen van de Klerks en, met het oog 
op het artikel Duivelandt in het Woordenboek vdmYK^ 
Hoogstraten en Brouerius van Nideck, deel IV 
blz. 209, het 4® kwartier dat van van Waveren. Be- 
staat grond voor dat vermoeden? Dat Gilles Smissaert 
gehuwd was met Jacqueline van Bussche is authentiek. 
Zie Inscriptions funiraires et monumeniales de la 
Flandre occidentale par J. Gaillard, Bruges, i86i,p. 
i> 3e partie p. 85, en dat Hans Smissaert en Susanna 
Clericx 27 November A®( 15)7 4 te Antwerpen getrouwd 
zijn blijkt uit het huwelijksregister van de Jacobikerk 
aldaar. (Zie ook het geboorteregister der Lieve Vrouwe 
kerk aldaar op 9 Maart 1606). Maar waar zijn de 
wapens dier geslachten te vinden en waaruit blijkt dat 
de moeder van Susanna de Klerks (Clericx) eene van 
Waveren was? 



Digitized by 



Google 



— 126 — 



Het geslacht Gabry (i). 



In het vorig nummer deelde ik een genealogie mede 
van het geslacht Gabry, zooals die in het jaar 1742 
opgemaakt was door Constantijn Gabry. 

Als vervolg geef ik nu de volgende geslachtslijst 
met aanvullingen van de redactie van dit tijdschrift, 
bevattende de nakomelingen van Pieter Gabry, zoon 
van Jan Nicolaas en van Jacomina de Decker. 

I. Pieter Gabry, geboren te Amsterdam 22 Maart 
1684, overleden te Batavia 14 Februari 1729, huwde 
met Susanna Helena Coyett, geboren te Batavia 29 
Maart 1690, overleden te Amboina 9 October 1724. 

Uit dit huwelijk: 

1. Balthasar Jan Gabry, die volgt II. 

2. Pieter Gabry, geboren te Amboina 25 November 
1715» overleden te 's-Gravenhage 7 Mei 1770. 

3. Constantijn Gabry, geboren te Amboina 13 Au- 
gustus 1 7 1 8, overleden te 's-Gravenhage 1 1 April 
1796, gehuwd met Maria Susanna van Alder- 
werelt, geboren te Wageningen 25 Mei 1746, 
overleden te 's-Gravenhage 16 November 1788. 

II. Balthasar Jan Gabry, geboren te Batavia 8 De- 
cember 1712, overleden te Gouda 2 Januari 1778, 
huwde met Adriana van Buren, geboren op het kas- 
teel te Buren 17 Februari 1720, overleden te Gouda 
20 October 1784. 

Hunne kinderen: 

1. Johannes Adrianus Gabry, geboren te Kuilenburg 
1 1 November 1740, overleden te Gouda 5 Januari 
1811. 

2. Pieter Gabry, geboren te Gouda 19 Juni 1742, 
overleden op St. George d'Elmina 7 Augustus 
1767. 

3. Bartholomeus Gabry, die volg^ III. 

4. Anthony Gabry, geboren te Gouda 10 October 
1745/ overleden aldaar 11 Mei 181 9, gehuwd met 
Adriana Hoogland, geboren en overleden te Gouda. 

5. Susanna Helena Gabry^ geboren te Gouda 29 
Januari 1749, overleden aldaar 2 Februari 1769. 

6. Jacoba Lucretia Gabry, geboren te Gouda 19 
April 1751, overleden aldaar 31 October 1830. 

7. Catharina Gerardina Gabry, geboren te Gouda 
9 Januari 1753, overleden 2 Februari 1753. 

8. Constantijn Gabry, geboren te Gouda 22 De- 
cember 1753, overleden aldaar 10 Januari 177 1. 

9. Eene dochter geboren te Gouda 24 November 
*755» overleden 25 November 1755. 

10. BalthcLzar Jan Gabry, dié volgt iTibis. 

11. Catharina Gabry, geboren te Gouda 29 Decem- 



(1) Deze familie voert: in goud een roode keper, vergezeld van 
drie zwarte jachthoorns: Helmteeken: een zittende zilveren zwaan, 
rood gebekt en met opgeheven vleugels. Dekkleeden: goud en zwart. 



ber 1758, overleden 8 Augustus 1841, gehuwd 
met W. Muys te Gouda. 
12. Adriaan Gabry, die volgt \Viter. 
III. Bartholomeus Gabry, geboren te G<>uda 10 Ja- 
nuari 1744, overleden te Gouda 2 Februari 18 19, huwde 
met Hermina van Gent, geboren te Leerdam 24 Oc- 
tober 1750, overleden te Gouda 24 Februari 18 12. 
Uit dit huwelijk: 

1. Maria Constantia Gabry, geboren te Heen vliet 
10 December 1776. 

2. Johannes Gabry, geboren te Heenvliet 23 Sep- 
tember 1777, overleden aldaar 17 October 1787. 

3. Balthasardina Johanna Gabry, geboren te Heen- 
vliet 10 Februari 1780, overleden aldaar 26 De- 
cember 1790. 

4. Aletta Gabry, geboren te Heenvliet 18 April 
1782, overleden te Gouda 4 Mei 1826, huwde al- 
daar met Evert Verschoor, geboren te Gouda 1 5 
Mei 1785, overleden aldaar 25 Mei 1847. 

Uit dit huwelijk: 

A. Een levenlooze dochter, geboren 23 April 
1823. 

B, Pieter Comelis Bartholomeus Willem Ver- 
schoor, geboren te Gouda 2 Februari 1826, 
gehuwd 25 Maart 1857 "^^t Clasina van Gaaien, 
geboren 30 October 1820 (i). 

5. Pieter Lodewijk Karel Gabry, geboren te Heen- 
vliet 7 April 1785, overleden aldaar 16 Maart 1786. 

6.' Adriana Hermina Gabry, geboren te Heenvliet 
3 Februari 1787, huwde met Arie den Boer, 
geboren te Zuidland 19 Augustus 1784. 
Uit dit huwelijk: 

A, Martina Hermina den Boer, geboren te Moor- 
drecht 22 Januari 18 10, overleden aldaar 19 
Juni 1810. 

B, Hendrik Jacobus den Boer, geboren te Moor- 
drecht 16 September 181 1, overleden te Oud- 
dorp. 

C, Barbera Petronella Hermina den Boer, ge- 
boren te Moordrecht 3 Juli 1818, overleden 
te Leerdam. 

7. Johannes Gabry, geboren te Heenvliet 14 
Mei 1791, overleden aldaar 4 April 1793. 

llibis. Balthazar Jan Gabry, geboren te Gouda 8 
October 1756, overleden aldaar 15 Januari 1848, huwde 
met Jacoba van Kempen, geboren te Bodegraven 22 
September 1770, overleden te Gouda 22 Maart 1842. 

Hunne kinderen: 

I. Adriana Johanna Gabry, geboren te Gouda 30 
November 1805. 



(i) Zie Alf/emeen Nederlandach Familieblad, jaargang 1887, blz. 
137, geslacht Verschoor. 



Digitized by V:iOOQIC 



— 127 — 



2. Johanna Jacoba Gabry, tweelinge met voorgaande, 
overleden denzelfden dag. 

3. Bartholomeus Herminus Gabry, geboren te Gouda 
20 Februari 1806. 

4. Anthony Jacob Gabry, geboren te Gouda 20 
Februari 1808, huwt te Gouda 15 AprU 1835 
met C. Grotendorst. 

5. Johanna Jacoba Gabry, geboren te Gouda 27 
Maart 181 1. 

6. Hermina Aletta Gabry, geboren te Gouda 2 April 
181 2, gehuwd met J. H. F. Joost, officier. 

7. Balthasar Jan Jacobus Gabry, geboren te Gouda 
19 October 18 14, overleden aldaar 13 Juni 1851, 
huwde te Gouda 29 April 1840 met A. E. de 
Lange, overleden te Gouda 8 Februari 1883 in 
den ouderdom van 64 jaren. 

Uit welk huwelijk twee kinderen. 

8. Jacoba Antoinetta Gabry, geboren te Gouda 27 
Januari 1816, overleden aldaar 19 Augustus 1835. 

lllter. Adriaan Gabry, geboren te Gouda 27 Juni 
1761, overleden te Gouda 23 Maart 1823, huwde in 
eersten echt met Alida van den Hoek, geboren te 
Gouda 27 Mei 1766, overleden 18 Januari 1790; huwde 
voor de tweede maal met Johanna van der Linden, • 
geboren te Gouda 30 October 1769, overleden aldaar 
13 Juni 1838. 

Uit het eerste huwelijk één, uit het tweede elf 
kinderen : 

1. Adriana Gabry, geboren 23 December 1789, 
gehuwd met Comelis Valk. 

2. Balthazar Jan Gabry, geboren te Gouda 20 Augus- 
tus 1792, overleden aldaar 21 April 1853, huwde 
te Haarlem 11 Juni 1846 met Hendrika Cordoes, 
geboren aldaar in 1797, overleden te Haarlem 
26 Januari 1877. 

3. Gerrit Gabry, geboren te Gouda 24 October 1793, 
overleden te Utrecht 20 Maart 1864. 

4. Constantijn Gabry, geboren te Gouda 4 April 

1795, overleden te 's-Hertogenbosch 19 Septem- 
ber 1830, gehuwd 17 Mei 1829 met Christina 
Schepens. 

Uit dit huwelijk: 

A. Johanna Adriana Gabry, geboren te Amers- 
foort 28 Juli 1821. 

B. Geertruida Balthasardina Gabry, geboren te 
Amersfoort 20 Februari 1823. 

5. Geertruy Gabry, geboren te Gouda 14 December 

1796. gehuwd met C. van der Velde. 
Uit dit huwelijk: 

A. Comelis van der Velde, geboren te Gouda 29 
Maart 1822. 

6. Johanna Comelia Gabry, geboren te Gouda 13 
December 1798, ovcrUden aldaar 18 Mei 1869. 



7. Petronella Carolina Gabry, geboren te Gouda 
18 April 1801. 

8. Helena Jacoba Gabry, geboren te Gouda 4 Juni 
1803. 

9. Pieter Gabry, geboren te Gouda 6 Februari 1806, 
overleden 8 Maart 1806. 

10. Maria Gabry, tweelingzuster met voorgaanden, 
overleden 10 Maart 1806. 

11. Maria Gabry, geboren te Gouda i April 1807, 
overleden aldaar 26 October 1866. 

12. Comelia Catharina Gabry, geboren te Gouda 19 
December 1809. 



Overschie. 



A. Verschoor. 



Geslacht Uaatrivc. 

(Eene bydrage tot de kennis van de schrijfwijze der 
Familienamen in vroegere dagen). 

Het zal ieder, die zich wel eens be^ig heeft gehouden 
met het lezen van gedrukte of geschreven oude stukken, 
opgevallen zijn, hoe onnauwkeurig men in vroegere 
dagen met het schrijven der familienamen te werk 
ging. Het was alsof men er genoegen in vond, een 
familienaam op de meest mogelijk verschillende wijzen 
te schrijven. 

Aan eene bepaalde schrijfwijze ongewoon, vindt 
men in zeer vele gedrukte en ongedrukte en vaak in 
dezelfde stukken de geslachtsnamen verschillend ge- 
speld, zoodat men gemakkelijker de vraag beantwoor- 
den kan, hoe die doorgaans het meest geschreven 
werden, dan wel hoe die oorspronkelijk geschreven 
moeten worden, dewijl desaangaande geen bepaald 
gebruik bestond en men dien op den klank af ter 
neder stelde. 

Het is dan ook geen zeldzaamheid dat zelfs in 
stukken door broeders en zusters eigenhandig onder- 
teekend, de grootst mogelijke verscheidenheid in de 
spelling van den familienaam wordt aangetroffen (i). 



(l) Zoo vind ik in de onder mij berustende familiepapieren den 
geslachtnaam Verreyt, op drieërlei wijze geschreven, n. m. Verreyt, 
Verryt en eens Verrijth. 

In eene verdeelingsacte van vaste goederen gelegen binnen 
Aarschot en Hersselt (België), verleden voor schepenen der ge- 
noemde stad den 5 September 1521, tusschen de kinderen van 
wijlen Josephus Verreyt, „oudt-deecken van den schuts (schuttery) 
vanden haentboeghe (handboog)" en van Margrieta Wauters; on- 
derteekent zich de oudste zoon Verrijt, en de jongste zoon en 
dochter Verreyt. 

Deze kinderen waren: 

Comelis Josephus Verryt," „deecken vanden schuts vanden haent- 
boeghe". 

Franciscus Verreyt, ,.leefvendo opt seyne (rentenier?) tot Her- 
sel (Hersselt)", 



Digitized by 



Google 



— 128 — 



Vele voorbeelden zijn daarvoor bij te brengen, zoo- 
dat aan de gelijkheid van oorsprong van vele oude 
geslachten niet behoeft te worden getwijfeld, al ver- 
schilt de spelling ook eenigzins der familienamen. 

Meermalen beweert men dat niet hetzelfde geslacht 
bedoeld wordt, omdat de schrijfwijze van den naam 
verschilt, terwijl dit toch wel degelijk het geval is. 

Om mij tot een paar voorbeelden te bepalen, die het 
meest voor de hand liggen, behoef ik slechts te wijzen 
op de geslachten Pierlinck en van den Vondel, beiden 
in den vorigen jaargang van dit tijdschrift, blz. 183 
en 225 besproken. 

Eene aardige bijdrage tot dit onderwerp is het vol- 
gend stuk, zijnde eene volmacht van verschillende 
leden van het geslacht Hautrive, door hen ondertee- 
kend voor Mr. Gaspar de Bruyne, procureur bij den 
grooten raad te Mechelen, om als hun gevolmachtigde 
in een proces op te treden. 

In deze volmacht is de geslachtnaam Hautrive niet 
minder dan vier maal verschillend gespeld, dus aan 
variatie geen gebrek. 

De handteekening van den eerst ondergeteekende 
is niet geschreven, maar gestempeld. 



Anna Verreyt, religieose. 

Een der zonen Tan Cornelis Josephus: Hnbertus Verreyt, geb. 
1534, kapitein van een vaandel Waalsch voetvolk ten dienste van 
Philips II, Koning van Spanje, gehuwd met Elisabeth Bousiaux, 
schreef zijn naam gelijk zijn grootvader en oom. 

Zijn neef Adrianus Verryt, kanunnik der abdij van Tongerloo, 
geb. omstreeks 1540, legde de kloostergelofte af op St. Martinusdag 
1559, werd in 1570 pastoor te Kalmpthout (België), naderhand 
supprior en eindelijk pastoor te Mierlo (Noord-Brabant), waar hij 
overleed den 18 Mei 1606, schreef zijn naam gelijk zijn oom. 

De nakomelingen van Hubertus Verreyt, kapitein, hebben zich 
allen op eenige uitzonderingen na aan de schrijfwijze Verreyt ge- 
houden. 

Een zijner zonen Michiel Verreyt, vestigde zich kort na de ver- 
overing van Breda door Spinola in 1625, aldaar; wiens kleinzooon 
Johannes Verreyt in 1702 en 1703, weesmeester was der genoemde 
stad. 

Van Goor, Beschrijving van Breda, blz. 285, schrijft verkeerdelijk 
Vereyt. 

Als een zeldzaam voorkomend geval van hoogen leeftijd verdient 
nog vermelding, dat Maria Cornelis Verreyt, vicaris van het kapittel 
der kerk te Oirschot, aldaar overleed den 3 Februari 1662, in 
den ouderdom van 104 jaren. 

Onderscheidene dezer aanteekeningen ben ik verschuldigd aan de 
welwillendheid van den heer kanunnik W. van Spilbeeck, archivaris 
der abdij van Tongerloo (België). 

De hiergenoemde familiën voeren tot wapen: 

Bousiaux. In zilver drie roode schapenscharen, 2 en 1, met een 
vrijkwartier van rood, beladen met drie rechterschuinbalken van 
zilver. 

Verre^'t, Verrijt. In rood een dwarsbalk, vergezeld boven van 
twee molenijzers, onder van een gaanden leeuw, alles van zilver. 

Helmteekcn: de leeuw uit het schild uitkomende, met een zwarten 
pijl in den rechter voorklauw. 

Wauters. In goud een roode keper, vergezeld van drie zwarte 
meerleu. Helmteeken: een meerl uit het schild. 



Zie over het geslacht Hautrive, meestal geschreven 
de Hauterive, de Vegiano, Nobüiaire des Pays-Bas 
et du comté Bourgogne, 

(Twee zegels, ieder van 4 stuivers). 
(Get.) Meldert en Herman. 

«Pardevant les hommes de fiefs d*Haynaut et de 
Flandres soussignées, furent presents: Pierre Louis 
Autrive, père. Pierre Joseph, Thiburs Joseph, Pierre 
Louis et Pierre FranQois Hautrive, demeurants a Man- 
sart, paroisse de Maulde en Haynaut. 

Lesquels comparants ont déclarés de commettre, con- 
stituer et établir pour leur procureur général et spécial, 
la personne de maitre Gaspar de Bruyne, procureur 
de Grand Conseil de Sa Majesté a Malines, pour occu- 
per dans toutes leurs causes et proces qu'ils sont obli- 
^ks de soutenir et soutiendront ei après audit Grand 
Conseil, tant en demandant qu'en défendant contre 
qui que ce soit et nommement au different que les 
comparants sont obligés d*y soutenir comme supliants 
par requette du sept de May, mil sept eens cinquante 
trois, contre Catharinne Joseph(inne) L'autriev, veuve 
de FrauQois Louis Flecher, vivant Bailly de la Cour 
feodale de Fianmanteau, franc fief d'Empire enclavé 
en Haynaut, comme aussy contre les hommes de fiefs 
de laditte Cour feodale luys donnant toutes tels pou- 
voir qu'a procureur competent et appartient, promettant 
de tenir pour ferme et stable tous ce que Ie dit con- 
stitué y a déja fait et fera encore dans la suitte sous 
obligations telle que de droit. 

Ainsy fait et passé a Maulde, présent les féoadaux 
soussignées, ce quattorze xbre, mil sept eens cinquante 
trois.> 

(Signé). P. L. Hautrive. 
P. J. Hautrive. 
Pierre Frangois Autrive. 
J. P. Delcambe, /<?^ö?. Pierre Louis Hautirive. 

A. A. Delcambe, feod, Triburce Joseph Hautrive. 



Rotterdam, 



Ch. C. V. Verreyt. 



Geslacht Meyer. 



Augfust Meyer, gebooren den 6 Januarij 1^08, in 
het vorstendom Halverstadt, is in den huewelijke staat 
getreeden: 1746 den 19 December, in 's-Haagen ge- 
trout, door de eerw. predicand de heer van Staaveren 
in de Kloosterkerk, met: Anna Maria Dijkman, ge- 
booren te Delffd 17 18 den 22 April. 

August Meyer is gestorven in 's-Haagen, op den 

28 Juny 1782 en begraven in de Kloosterkerk 

aldaar. 

Anna Maria Dijkman is gestorven den 4 en be- 



Digitized by 



Google 



129 



graven, den 9 April 1791, op Schenkeschans in 
de kerk aldaar op de hoek van onse Bank. 
En hebben deese navolgende kinderen verwekt: 

1. Hendrik August te 's-Haage den 29 January 
1747 en gedoopt door de Luyterse predicand 
Forner de getuyge sijn geweest sijn vader en 
sijn moeders oudste broeder Hend"^ Dijkman (ge- 
storven te Schenkeschans en begraven als voren 
15/19 July 18 13 op de hoek van de bank daar 
de overledene altijt sat). 

2. Frederik Willem, den 10 Maart 1749, gedoopt 
door de predikant Weysbek in Halberstad, de 
getuyge sijn geweest de kriegsraad Wilhem 
Berge en de grootkameraadt Frederik Gielhuyse. 

3. Augustina Johanna den 27 July 175 1 te Quenstedt 
in Saxse gedoopt door de predikandt Pfeyfer, de 
getuyge sijn mevrouw Henniken, mevrouw Reese- 
naar en de predikandt Pfeyfer. Deese dogter is 
getrout met J. E. WolfF op Scheeveninge door 
de predikandt Steeneveld. 

4. Christiana Elisabet Heelena den 16 July 1753 te 
Quenstedt in Saxe, gedoopt door prediger Pfeyfer, 
de getuyge sijn Giepharden en haar moeders 
suster Elisabeth Dijkman en mevrouw Smitte en 
de predikandt. 

5. Johanna Elisabet Christiana, den 10 October 
^755 t® Quenstedt in Saxse, de getuyge sijn ge- 
weest: de vrouw amptmane Egerten, de moe- 
ders zuster Elisabet Dijkman en de heer Creetenaar, 
den I July 1756 is dit kind gestorven en aldaar 
begraven. 

6. Christiaan Frederik den 3 Junius 1757 te als- 
• voren en daar gestorven den 29 July 1757. 

7. Johan Frederik Willem den 29 Mey 1761 te 
Homhausen in het vorstendom Halberstadt, de 
getuygen sijn geweest de predikandt Nieder, de 
heer Amptman Mulder, de heer Amptman Hom, 
de heer Amptman Muyser de vrouw kamerraadin 
Koek van Blankenburg, de vrouw Amptmane Die- 
derik, de vrouw Groete en de mademoiselle Wak- 
kerhaage en gedoopt door de predikandt Kern. 

Dit kindt is gestorve den 19 x\ugustus 1765 op 

Maandag des namiddags om 3 uure oud sijnde 4 jaar 

en 21 daage en is tot Reyswijk begraven. 

I. Hendrik August Meyer, oudste soon van August 

Meyer, gebooren den 29 January 1747 sied No. i 

angesteld tot «ommis van de convoye en licenten 

van 't coUegie der admiraliteyt op de Maase te 

Schenkeschans den 15 Septembres 1772. 

In den huewelijke staadt getreeden den 2 January 

1772 met Anna Elisabeth van Alphen, geboren den 

24 January 1748 oudste dogter van Lamberdus van 

Alphen, klerk ten comtoire generaal van Hollandt — 

getrout op Scheveningen door den predikandt Steeneveld. 



En hebben deese navolgende kinders verwekt. 

a, Maria Hester, geboren te 's-Gravenhage den 
6 December 1772, gedoopt door de Luytersche 
predikandt Sander, getuyge: Haar vaders 
moeder Anna Maria Dijkman, haar moeders 
moeder Anna Hester geboore Monbrun ge- 
huwd te 's-Gravenhage met den heer Temminck. 

b, Lamberdus August, geboren op Schenkeschans 
den 9 Juny 1774, in huis gedoopt door den 
Luyterse predikandt Siebels te CleefF, de ge- 
tuyge sijn geweest sijn moeders vader en sijn 
vaders vader. 

c, Gerrardus Frans Adam, geboren den 23 De- 
cember 1776, gedoopt op Schenkenschans, in 
de kerk aldaar door den predikandt Hoogers, 
de getuygen sijn geweest de heer en mevrouw 
Weenink. 

d, Johanna Wilhelmina, geboren den 27 Augustus 
1779, gedoopt als voren, getuyge haar moeders 
broeder Jan Willem van Alphen; Joh* Wilh. is 
overleden 20 April 1857 te Ooltgensplaat. 

e, Maria Antoniya, geboren den 30 January 1782, 
gedoopt te alsvoren, getuyge sijn geweest neef 
en nigt Gosseling tot Rotterdam woonagtig. 
Dit kind is gestorven den 25 October 1785 op 
dinsdag out geworden 3 jaar 8 maanden en 
26 daagen, en begraven op Schenkeschans in 
de kerk op de hoek van de bank, die bij mijn 
huys hoort. 

/. Hendrik August, gebooren den 9 July 1784 
gedoopt te alsvoren de getuyge is geweest 
sijn vader H. A. Meyer. 
g. Joseph Caarel, geboren den 30 November 
1786, gedoopt alsvoren, getuygen sijn moeders 
broeder Joseph Caarel van Alphen en mejuf- 
frouw Catrina van de Melden. 
h. Johan Christjaan Gotfried, den 7 Juli 1789 
gedoopt te daar als voren de getuygen 
sijn geweest sijn vaders oudste susters man 
Johan Gotfried Ongerboer en sijn vaders jongste 
suster Christiana Elisabet Helen a Meyer. Is 
in Oost-Indië als apothecar overleden. 
Overgenomen uit een geslachtsregister van H. A. 
Meyer voornoemd, blijkbaar in 1772 aangelegd. 

Van dit geslacht uit Duitschland herkomstig, zijn 
mij de navolgende nakomelingen bekend: 

Lamberdus August Meyer, predikant te Almkerk huwde 
in het begin van 1800, Jentien Westenbrink, waaruit: 

1. Jan Albert Westenbrink Meyer, geboren te Alm- 
kerk in 1804, gehuwd te Zwartsluis met Grietje 
Corver. 

2. Albertus Westenbrink Meyer, geboren te Alm- 
kerk in 1 8 1 1, emeritus O. I. predikant te Arnhem , 
gehuwd met Theodore Paschasia Muller, geboren 



ti. 



Digitized by 



Google 



I30 — 



i8 Maart 1851, beiden overleden te Arnhem. 

3. Geertruida Jeanette Meyer, geboren te Almkerk 
in 1806, gehuwd met Herman Buisman te Zwart- 
sluis, nog aldaar wonende, als weduwe van laatst- 
gemelde, aldaar overleden. 

4. Maria Meyer. geboren te Almkerk in 1807, ge- 
huwd met Comelis van der Vlugt te Middelhamis, 
beiden aldaar overleden. 

Jentien Westenbrink is daarna te Almkerk overleden 
en Lambertus August Meyer, later predikant te Oolt- 
gensplaat, overleden 26 Jan. 1850, in 18 12 gehuwd met 
Elizabeth Rittmeester, geboren te Almkerk den 29 
December 1792, overleden te Ooltgensplaat 17 Mei 
1880, waaruit: 

1. Geertruida Meyer, geboren te Almkerk in 18 13, 
overleden te Ooltgensplaat in . . ., gehuwd 15 
Augustus 1857 met Johan Philippus Hers, gebo- 
ren te Noordgouwe 12 Maart 1795, geneesheer 
te Ooltgensplaat; de laatste nog in leven. 

2. Adriana Hendrika Meyer, geboren te Ooltgens- 
plaat 6 December 18 18, ongehuwd, wonende nog 
te Ooltgensplaat. 

3. Hendrikus Augustus Meyer, geboren te Ooltgens- 
plaat 22 October 1820, gehuwd in 1849 of 1850 
met Neeltje Korte weg. geboren te Middelhamis 
28 Februari 1814, overleden 6 Februari 1860, 
daarna met Elizabeth Johanna Comelia van Nic- 
kelen Kuypers, geboren te Middelhamis 29 Augus- 
tus 1837; woont met zijn gezin te Leiden. 

4. Jeannette Christiana Maria Meyer, geboren te 
Ooltgensplaat g Mei 1823, aldaar gehuwd 27 
Januari 1849 "^^^ Geert Aling, geboren te Help- 
man bij Groningen 24 Januari 1819, woont te 
Haarlem; geen kinderen. 

5. Josephina Helena Carolina Meyer; geboren te 
Ooltgensplaat 7 Februari 1826, gehuwd 27 Januari 
1849 met Adriaan Kornelis Beausar, geboren te 
Ritthem 26 Mei 1823; wonen te Schiedam met 
hun gezin. 

6. Henrietta Johanna Wilhelmina Meyer, geboren te 
Ooltgensplaat 21 Mei 1829, gehuwd 11 Mei 1854 
met Gerardus Johannes Sevenhuysen, geboren te 
Zierikzee 24 Mei 1823, gemeente-secretaris en 
ontvanger der loodsgelden te Brouwershaven ; zij 
is overleden te Brouwershaven 25 April 1872. 

7. Elizabeth Meyer, geboren te Ooltgensplaat 16 
Juni 1832, gehuwd 1 1 Mei 1854 met Janus Wilten, 
geboren 23 Juli 1819 in Duitschland; éerstge- 
melde woont te 's-Gravenhage, laatsgemelde is 
overleden te Rotterdam. 



Het wapen der familie Sonnemans. 



Brouwershaven, 



— ^ 



G. J. Sevenhuysen. 



Door de vriendelijke tusschenkomst van een onzer 
lezers te *s-Gravenhage ontvingen wij voor ons archief 
een viertal brieven over een wapenkwestie in het begfin 
der vorige eeuw, welke brieven niet van belang ont- 
bloot zijn voor de kennis der wapenkunde in ons land. 
De geachte schenker ontvange voor deze bereidwillig- 
heid hier openlijk onze dank. Wij meenen onzen lezers 
geen ondienst te doen door hen met den inhoud dezer 
brieven bekend te maken. De kwestie was deze. 

Een zekere heer Ga el, wiens eerste vrouw eene 
dame Sonnemans was wenschte het juiste wapen dezer 
familie te kennen, daar hij dit op verschillende wijzen 
vond voorgesteld. Hij richtte zich in December 1706 
in dezen tot den heer Victor van Breugel, pensionaris 
der stad 's-Hertogenbosch, die zijn vragen onderwierp 
aan het oordeel van zijn neef Sohnius, predikant op 
het fort Isabelle, »een groot kender van wapens." Deze 
loste de zaak op en zond een schets van het wapen 
zooals hij meende dat het moest zijn, en zooals hij 
>hetzelve voor een raadsheer Beijers te Roermond 
vóór vijftien jaar nog eens gemaakt had." Later werd 
echter een nieuwe ontdekking in de zaak gedaan, 
welke eenige verandering in het reeds vastgestelde 
wapen schijnt gebracht te hebben, zooals is op te 
maken uit de beide volgende brieven, die wij hieronder 
in hun geheel laten volgen. 

WelEdele Gestrenge Heer! 

lek hadde mijn onlangs gegeven de eere van aen 
Uw WelEd. toe te senden het wapen van Sonnemans, 
ende alsdoen gemelt, dat hetselve seer divers is aen 
genomen ; dogh naderhant ben geinformeert dat sekere 
ring gemaakt in de vijftiende euwe door de famillie 
van Sonnemans, off iemant van de selve, ditbijg-aande 
wapen is gevoert, *t welk als de oudste, oock het 
regtsinnigste wert gehouden ; ende als soodanig is ge- 
keurt bij mijn neeve den Hr. Sohnius predicant op 
het fort Isabel, die mij 't selVe met sijne couleuren 
affgemaelt heeft ter handt gestelt; *t welk van mijn 
schuldige pligt heb geoirdeelt Uw WelEd. te moeten 
mede deelen. 

Ondertusschen wenste meer gelegenthijt te hebben 
om te geven veele bewijsen dat ick waerlijck ben, en 
sal blijven 

WelEdele Gestrenge Heer 
'sBosch, Uw VelEd. gestr. 

13 January 1707. Onderdanigsten dienaar 

(get.) V. Breugel. 

Op 't Fort Isabella, 26 January 1707. 

Mijnheer en Neef I 
Ick had wel gemeend aen Uw geb. op de commu- 
nicatie van de heer Gaels Missive een gants accurate 



Digitized by 



Google 



i3ï — 



onderrigting gegev. te hebb., van 't wapen van Sonne- 
mans en desselfs coleuren indien de heer Victor van 
B. niet uyt de stad was vertrokk. die t'gem. in een 
goude signet met sijn coleuren ag^er een crijstal ge- 
stelt, heeft (dat omtrent de loo jaren de hoogste ma- 
nier van doen was) en mij belooft met 't gene van 
die materis heeft mij te sullen mededeelen, waer na 
ick nu tot desselfs komste sal moeten wagten. Om 
nu de heer Gaal sijn verlangen na ons vermogen te 
hulp te komen soude Uwgeb. sijn Ed. konnen berigten 
dat geseide heer wiens eerste vrou een Sonnemans 
was, mij verzekert heeft dat 't wapenschilt alleen een 
swarten Arend is op een gouden velt, de Tijmber of 
Helmteeken een goude son, sonder iets anders. Hij 
verhaelde mij ook dat de goude son die sommige op 
een swart, sommige op een blauw, sommig op een 
wit veld setten, niet anders is als t*Helmteeken 't welk 
bij t' geven van enkelde wapenschilden (bij forme van 
gierigheyt om niets van t'wapen te verliesen) daar in 
^ is gestelt om welker wil *t ons niet vreemd voorkomt, 
dat de coleuren waerop de goude son geplaets is, so 
verschillende zijn, doordien tot de son of Helmteeken 
geen veld of gfont is, elk laet sijn wapen op perga- 
ment of op een blauw of grauw paneel na sijn goed 
dunken schilderen, sonder dat daer uyt sou moeten 
volgen dat de coleur van 't pergament of paneel, de 
gront, of 't veld van de son sou moeten sijn en die de 
son in 't wapen hebben gebragt, hebben 't verkeerdelijk 
door gesneden en bij de Son nog een Leeuw gevoegt 
op deze wijse (in de oorspronkelijke tekst zijn de 
wapens met de pen geschetst terwijl dezelve hier in 
noten beschreven zijn) (i) en of twe gecombineerde 
wapens waren, waer van de Arend de mans en de 
Son met de Leeuw de vrouws wapen soude te kennen 
geven, in 't afdruksel dat de heer Gael overgesonden 
heeft (2) schijnt de Son met de Sonnsblommen 't mans, 
de Arend 't vrouwenwapen te zijn, en dusdanige zijn 
hier nog verscheidene in de stad. So de son een blijk 
van een ouder of jonger branche was so had dit op 
een dusdanig wijse moeten zijn (3) of ook wel so (4) 
't welk bij die branche dan ook altoos moest nage- 
komen worden dog in onse Republik weet men of 
hoeft men ook niet sijn wapen van de oudste te on- 
derscheiden dat meest in Englant en Schotlant plaets 
heeft die meer als 64 distinctien hebben so dat de 
menigvuldige veranderingen in dit wapen niet anders 
als bij onkunde, sijn voortgekomen geen blijken van 



(1) Gedeeld: a een dabbele adelaar, b doorsneden, 1 een zon, 
2 een klimmende leenw. 

(2) Gedeeld: a doorsneden, 1 een sson, 2 drie naast elkander 
geplaatste goudsbloemen met stengels op terras, b een dnbbele 
adelaar. 

(3) Dnbbele adelaar met schildhoofd beladen met een zon. 

(4) Gevierendeeld: 1 en 4 de dabbele adelaar, 2 en 3 de zon. 



Branchen dat de ouders hare kinderen geen wapen- 
schets nalaten, de kinderen daerna 't wapen opsoekende, 
worden door de vrinden na de kennisse die se daer 
van hebben berigt, en dat menigmael heel verkeert 
en waer sulje 't suiver vinden door dien hier geen 
Herauten zijn, waer men se enckel of suiver geregi- 
streert sal soeken. 

Sommig een 50 jaren herrewaerts sijn ook met die 
gedagt beladen geweest hoese een wapen meer kon- 
den doen spreken, hoe 't heerlijker was, E. g. de familie 
Wolf een Wolf in 't wapen Haes een Haes in 't wapen 
etc. en of door die gedagten 't signet dat de heer 
Gael heeft ook so niet wat verandert is kan ik niet 
seggen immers de Sonneblommen bij die gelegentheyt 
daer in gebragt en de Son met de Sonneblommen 
gesett in de eerste plaetse om de naem van Sonneman 
daer door dies te beter te kennen te geven. Mijn pen 
loopt mij verder als ik gedagt hadde. Ick bestan met 
te seggen dat 't wapen is als gemelt. Uw geb. be- 
lieve 't gene u hier van aenstaet den heer Gael berigten, 
met opoffering van mijn onderdanige dienst, en so drae 
als ick de overige documenten sal magtig worden, ik 
die Uwgeb. sal ter hant stellen om sijn Ed. toe te 
senden maer dat nog believe wat te patienteren. 

Waer mede ik naest aenbieding van mijn dienst 
aen Uwgeb. en Nigte verblijve 

Mijnheer en Neef 
Uwgeb. 
Onderdanigste Dienaer en Neef 
(get.) SOHNIUS. 



Het wapen yad het geslacht fioouders. 

Iets over het afkeurenswaardige van het 
gebruik maken van eens anders cachet. 

Het gebruiken van een cachet, met een ander wapen 
dan dat zijner eigen familie, verdient voorzeker afkeu- 
ring, vooral uit een heraldisch oogpunt, daar op deze 
wijze aan personen en familiën wapens worden toe- 
geschreven, die werkelijk aan anderen behooren. Ver- 
zamelaars van zoogenaamde clakken» kunnen daar 
vele voorbeelden van geven. Men ontvangt een brief 
met een heraldiek cachet verzegeld, knipt het lak uit 
en geeft het een plaats in zijn verzameling en zet er 
den naam onder van den persoon, die den brief heeft 
onderteekend. Wie zal echter nu zeggen of de brief- 
schrijver wel het cachet gebezigd heeft met het wapen 
zijner familie? Kan het niet zijn, dat hij voor deze 
gelegenheid eens een cachet gebruikt heeft, afkomstig 
uit de familie zijner vrouw, of uit die zijner moeder, 
omdat dit fraaier is gegraveerd, het wapen mooier is, 
of om een andere reden, misschien ook wel alleen 



i^. 



-1 



Digitized by 



Google 



— 132 — 



eens voor de verandering! Wie zal daarop letten, een 
wapen is een wapen, als de brief maar verzegeld is, 
dan is het voldoende, denkt menigeen, die van zegels 
en wapens geen verstand heeft. Ook het overerven 
van cachetten zelve heeft aan menige familie een wapen 
gegeven, oorspronkelijk door een aanverwante familie 
gevoerd. Na een of meer generatiën werd zulk een 
cachet gevonden, terwijl men het vroeger niet had 
opgemerkt, en een vreugdekreet gaat op. Ziedaar het 
wapen, dat onze grootvader of overgrootvader ge- 
bruikte, en dat dus ook wij het recht hebben te voe- 
ren ! Maar men vergeet te onderzoeken of het een 
voorvader van vaders- of van moederszijde is. Als een 
eigenaardig bewijs dient het volgende: 

Voor ons liggen een achttal brieven, geschreven 
tusschen de jaren 1803 en 1810 door een zekeren M. 
Boonders, rentmeester van eenige goederen in de om- 
streken van Strijen aan Mr. Pieter van Gelre, oud raad 
en vroedschap te Zierikzee, handelende over het innen 
der pachten en landhuren, enz. Op zes daarvan zijn 
nog de zegels te zien, hetzij één of twee lakken, ter- 
wijl wij er vier verschillende wapens op vinden. Twee 
verschillende cachetten voeren een zelfde wapen, nl. 
een halve gekroonde leeuw; helmteeken: de leeuw uit 
het schild, tusschen een vlucht. 

Dit komt het meeste voor. Toch zal het waarschijn- 
lijk niet het wapen der familie Boonders zijn, daar 
het wapen, dal vertoont drie boonen, geplaatst 2 en i, 
helmteeken : een vlucht en dus sprekend is, zich beter 
lot deze veronderstelling leent. Dit laatste wapen, ver- 
gezeld van een zegel met het wapen waarin de halve 
leeuw, beide zegels even groot en op dezelfde wijze 
gesneden komen op den laatsten brief der genoemde 
serie voor, gedagteekend 17 vim grasmaand 1809. 
Na inzage der brieven zelve met behulp van onze 
genealogische gegevens komen wij tot het resultaat, 
dat het wapen met de boonen is van den rentmeester 
Mattheus Boonders zelve en dat met den halven leeuw 
van zijne vrouw Adriana Alida de Quartel, met wie 
hij II Mei 1796 te Strijen in ondertrouw werd opge- 
nomen (i). Beide deze gelijkvormige cachetten zullen 
gemaakt zijn bij het huwelijk, zooals vroeger meer 
de gewoonte was, wordende de huwelijkscirculaires 
met de zegels van bruid en bruidegom verzegeld. 
Waarom gebruikte Boonders echter zoo dikwijls het 
andere cachet waarop de halve leeuw. Hieromtrent 
geven de brieven licht Daarin spreekt hij nl. telkens 



(1) Het wapen met den halven leeuw heeft veel overeenkomst 
met dat der familie de Man, welke voert in zilver een halve roode 
leeuw, goud gekroond. Helmteeken: de halve leeuw uit het schild. 
Dekkleeden: zilver en rood. Verschil levert dus het helmteeken op, 
daar wij op de cachetten de leeuw tusschen een vlucht aantreffen. 

Wie kan ons het wapen der familie de Quartel mededeelen tot 
staving van het hier uitgesproken vermoeden? 



van zijn schoonvader, wien hij in zijn rentmeesterschap 
is opgevolgd. Het cachet met den halven leeuw zal 
dus van zijn schoonvader de Quartel zijn geweest^ 
terwijl dit ook na diens dood op zijn «Comptoir» is 
gebleven en aldus met de overige zaken aan het rent- 
meesterschap verbonden, in handen kwam van zijn 
schoonzoon en opvolger. En nu de twee andere zegels. 

Het eene komt voor op een brief van 3 Juli 1 808 ; 
het is zilver met twee dwarsbalken van vair; tot 
helmteeken een uitkomende moorin met hoofdwrong. 

Dit wapen is niet goed thuis te brengen, en wij 
weten ook geen reden te vinden, waarom hij dit ge- 
bruikt. Waarschijnlijk heeft hij het cachet van een 
ander gebruikt en was het cachet van zijn schoon- 
vader op het comptoir te Strijen, terwijl hij zijneigen 
en dat zijner vrouw hierboven vermeld, welke waar- 
schijnlijk sierlijk bewerkte en gegraveerde signetten 
waren, niet altijd bij zich had, maar slechts bij zekere 
gelegenheden. Deze brief werd n.1. geschreven uit 
Rotterdam, daar hij zijn huis te Strijen in 1807 had 
verkocht, behoudens het vrij gebruik van zijn comp- 
toir, daar zijn vrouw in ziekelijken toestand zijnde, tegen 
het tweemaal in een jaar verhuizen van Schoonhoven, 
hun eigenlijke woonplaats, naar Strijen opzag. Een 
latere brief, uit Strijen geschreven, is dan ook weder geca- 
cheteerd met het zegel van den ouden heer de Quartel. 

Het vierde wapen bevindt zich op het zegel, waar- 
mede de brief gesloten werd, die den 5 Mei 1 809 uit 
Dordrecht is geschreven. Het vertoont in rood drie 
liggende barbeelenkoppen, geplaatst 2 en i. Helm- 
teeken : een zespuntige ster tusschen een vlucht. Schild- 
houders: twee griffioenen met neerhangende vleugels, de 
staart tusschen de pooten, alles rustende op een arabesk. 
Dit is het wapen der familie de Bary. De verklaring, 
waarom Boonders nu dit wapen gebruikt, blijkt een- 
voudig en voldoende uit de zinsnede aan het slot van 
den brief: elk schrijve deze van Dort, waar thans mijn 
zuster, gehuwd met den heer C. J. de Bary, is wonend.» 

Dit over de zegels, door den rentmeester Mattheus 
Boonders gebezigd. Wat hem zelven betreft, kunnen 
wij nog mededeelen, dat hij raad en regerend schepen 
der stad Schoonhoven was, waar hij den 6* van wijn- 
maand 18 10 in den ouderdom van bijna 46 jaren over- 
leed, nalatende zijn weduwe in een z wangeren toestand 
met nog vijf onmondige kinderen. 

Den 28 Januari 181 1 werd haar een zoon geboren, 
welke tijding bekend werd gemaakt door haar aange- 
huwden broeder A. Kok Abz. Zij zelve overleed te 
Schoonhoven 22 Februari 1825, bijna 50 jaar oud. 

Red. 



^^ 



Digitized by 



Google 



'm 



~ 133 — 



Ue oude kerkregisters in ons land. 

("Vervol^J. 

BERGAMBACHT. 
Doopregister der Hervormden, loopende van 1644 
tot 181 1. 

Trouwregister der Hervormden van 1710— 1811. 

BERGEN (N.-HoUand). 

Doopregister van de Hervormde-kerk van 1644 — 181 1. 

Idem der Roomsch Katholieke-kerk van 1 72 1 — 1 8 1 1, 
in 2 banden. 

Register der huwelijken, door schout en schepenen 
van Bergen gesloten van 1641 — 18 11, in vijf banden. 

In het eerste register: 3 trouwacten uit de jaren 
1604 en 1606. 

Register van aangifte voor het middel van het begra- 
ven te Bergen ingevolge ordonnantie van 26 October 
1 695 van 1717 — 1810, in vijf banden. 

Deze registers berusten op dit oogenblik (1888) met 
het geheele oud-archief dezer gemeente ter provinciale 
griffie te Haarlem. 

BERGEN (Limburg). 

In het gemeentearchief zijn tegenwoordig de Roomsch 
Katholieke kerkregisters van geboorten van 1 9 Januari 
1746 — 18 Augustus 1798. 

Idem van huwelijken van 1 3 Februari 1 746 — 7 Sep- 
tember 1798. 

Idem van overlijden van 15 April 1746 — i Juni 1798. 

BERGEN OP ZOOM. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar loopen 
van de jaren 15^9 — 1593 en van 1597 — 181 1, in 17 
banden. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1650 — 18 11 in 8 banden. 

Het doopregfister der Lutherschen loopt van 1749 
tot 1810. 

Het doopregister der Waalsche-kerk loopt van 1689 
tot 1806. 

Aangaande aldaar voltrokken huwelijken vindt men 
in het archief: 

Boeken van kerkelijk gehuwden, loopende van 1585 
tot en met 1809 ^^ ^^ banden. 

Trouwboek der Roomsch Katholieken, loopende van 
1650— 1750 in 3 banden* 

Trouwboek der Waalsche-kerk van 1691 — 1802. 

Stads trouwboek van 1748 — 1810, in 5 banden waarbij 
behooren drie registers van ondertrouw. 

Ghrafboeken van 1660 — 1810 in 5 banden. 

BERGSCHENHOEK. 

De doopboeken der Gereformeerden loopen van 1660 
tot 1753 in één band. 

De trouwboeken der Gereformeerden loopen van 
1659—1752 in één band. 



De doopboeken der Roomsch Katholieken loopen 
van 1682 — 1800 in één band. 

De trouwboeken der Roomsch Katholieken loopen 
van 1682 — 1809 in één band. 

BERKEL (N. Br.). 

Het doopregister der Roomsch Katholieke parochie 
Euschotv thans gemeente Berkel c. a., bevat de gcboor- 
ten dier parochie van 1770 — 1810; van 1810— 1813 
bestaat er dienaangaande niets, wellicht is een en 
ander in 1842 door brand vernield. 

Van 1814 tot heden bestaan de gewone registers 
van den Burgerlijken Stand. 

Van overlijden en huwelijken vóór 1814 is niets te 
vinden. Alleen van het overlijden is door den koster 
der parochie Euschot in een klein boekje wat aange- 
teekend. 

BERKEL EN RODENRIJS. 

De doopregisters der Gereformeerden loopen van de 
jaren 1587 — 1648, samengevat in één band met het 
trouwregister der Gereformeerden loopende van 1608 
tot 1648. 

De doopregisters der Gereformeerden loopen van 
de jaren 1649 — ^^^^ saamgevat met het trouwregister 
der Gereformeerden loopende van 1649 — 1682 in i band. 

De doopregisters der Gereformeerden loopen van 
1603 — 1727 saamgevat met het trouwregister der Gere- 
formeerden loopende van 1683 — 1727 in 1 band. 

Het doopregister der Gereformeerden loopt van de 
jaren 1728 — 181 1 in i band. 

Het trouwregister van 1728 — 18 11. Idem. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1657— 1724 saamgevat met het trouw- 
register van de jaren 1657 — 1725 en met het register 
der overledenen van de jaren 1657— 1809, i band. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1724 — 1763 met het trouwregister van 
de jaren 1726 — 1730 in i band. 

Het doopregister der Roomsch Katholieken loopt 
van 1763 — 1812 in i band. 

Het trouwregister van 1763 — 18 10 in i band. 

Het register van trouwaangifte loopt van 1701 — 1732 
samengevat in één band met het register van sterfaan- 
giften loopende van 1701 — 1726. 

Het register van aangegeven lijken van 1780 — 1805 
in één band. 

Idem van 1806 — 18 11. Idem. 

Het register van trouwaangiften loopt van 1 7 5 1 — 1 7 80 
samengevat met het register van sterfaangiften loopende 
van 1750 — 1780. 

Doopboek der Remonstranten loopt van 173 i — i 811 
in één band. 

Grafboek van de Gereformeerde-kerk loopt van 1 7 1 3 
tot 1747 in één band. 



ü. 



*5,: 



Digitized by 



Google 



— 134 — 



Idem van 1767 — 1791. Idem. 



BERKENWOUDE EN DEN ACHTERBROEK. 
Doopboek der Gereformeerden aldaar, loopendevan 

3 Februari 1675 tot 22 Januari 1702. 

Een trouwboek loopende van 6 Januari 1675 tot 
8 Januari 1702. 

Deze twee boeken in één band. 

Doopboek loopende van 17 April 1702 tot 22 Decem- 
ber 181 1, in twee banden. 

Trouwboek loopende van 18 Juni 1702 tot 7 April 
181 1, in één band. 

Een register, bevattende aangevingen wegens den 
impost op het begraven van 1773 — 1805. 

Aangevingen alsvoren ingevolge de publicatie van 

4 October 1805 over de jaren 1806— 18 11. 
Aangevingen wegens den impost op het trouwen 

van 1773 — 1810. 

BERKHOUT. 

De doopregisters der Ned. Hervormden te Berkhout 
loopen van December 17 15 tot Februari 181 1 in twee 
banden. 

Idem der Roomsch Katholieken te Spierdijk, loopen 
van Juni 1632 tot Maart 1812 in 3 banden. 

Idem der Roomsch Katholieken te Gooru loopen van 
1697 tot 181 2 in één band, met los aanteekenboekje. 

De trouwboeken der Ned. Hervormden te Berkhout 
loopen van 1677 tot 1806 in twee banden. 

Idem der Roomsch Katholieken te 8pierdyk loopen 
van November 1631 tot 25 Maart 1692 en van April 
1728 tot 1790, in twee banden. 

Idem der Roomsch Katholieken te Goorn loopen van 
1697 tot 181 2 in één band met los aanteekenboekje. 

Het dorpstrouwboek loopt van i Juni 1795 tot 23 
Juni 1 8 1 1 . 

Het register van huwelijksgeboden der gemeente 
loopt van 1806 tot Juni 181 1. 

De grafboeken der Ned. Hervormden te Berkhout 
loopen van 1674 tot 1687; van 1723 tot April 1728 
en van April 1735 tot Maart 181 2 in drie banden. 

BERLICÜM (N. Br.). 

Doopregisters der Roomsch Katholieken van 1604 
tot 1801, in 7 banden. 

Register van gedoopten en huwelijken der Her- 
vormden van 1653 tot 1678, 1 band. 

Registers van gedoopten, huwelijken en overlijden der 
Hervormden van 1679 tot 18 10, 2 banden. 

Dorps dood- en begrafenisregisters van 1740 — 1811, 
2 banden. 

Register van ondertrouw voor heeren schepenen van 
1664—1698. 

Trouwboek van schepenen van Berlicum en Middel- 
rode van 1708 lot 1809, 2 banden. 



BEST. 



Een oud register Roomsch Katholiek van 161 2 tot 
1750; doop-, trouw- en doodacten, doch op verschil- 
lende plaatsen onvolledig. 

Een doopboek Roomsch Katholiek van 1750 — 1810. 

Verschillende begrafenisboekjes van af 1748 — 1810. 

BEUGEN. 

Roomsch Katholieken. Doop-, overlijden- en huwe- 
lijksregister over de jaren 1663 — 177 1, één band. 

Doopregister van 1771 — 18 10. ld. 

Overlijdensregister van 1 77 c — 18 18. ld. 

BykOTOOrt. Roomsch Katholieken: Doop-, huwelijks- 
en overlijdensregister over de jaren 1722 — 18 10, i band. 
Beugen. Gereformeerden : Kerkelijk trouwboek van 
1761 — 1811. Doopregister van 1767 — 18 14. Overlijdens- 
register van 1787 — 1814, in één band. 

BEÜNINGEN EN EWIJK. 

Het kerkboek der Hervormde gemeente van 1637 
tot 1772. 

Het doopboek Idem van 1772 — 18 10. 

Het duplicaat van dit doopboek, gehouden door den 
koster van 1772 — 1810. 

Het doopboek der Hervormde gemeente van Weurt 
van 1772— 1887. 

Idem van die te Beuningen en te Ewijk gedoopt 
zijn van 1787 — 1796. 

Het doopregister van de Roomsch Katholieke ge- 
meente van Beuningen van 1796 — 181 7. 

Idem van Weurt van 1797 — 181 1. 

Het register der verschillende akten van den Bur- 
gerlijken Stand van Beuningen en Weurt in 1811 en 
18 12, met een onvoltooid duplicaat van Beuningen 
over 181 1. 

Het trouwboek van Beuningen en Ewijk, gehouden 
door de predikanten dier gemeente van 1772 — 1809. 

Het duplicaat van dit trouwboek van 1772 — 1815. 

Het trouwboek, gehouden door de huwelijks-com- 
missarissen van Beuningen van 1796—1811. 

Het huwelijksregister van Weurt van 1796 — 18 10 en 
der begravenen van 1807 — 18 11. 

Aanteekenboek der dooden en begravenen te Beu- 
ningen van 1742 — 1797. 

Idem van 1797 — 1810. 

BEUSICHEM. 

De doopregisters der Hervormden van 1653 tot 
181 1 in 2 banden. 

De doopregisters der Hervormden te Zoel mond van ^ 
1749 tot 181 1 in 2 banden. 

Register van huwelijks-proclamatiën der gemeente ; 
Beusichem van 1759 tot 18 12 in een band. | 

Register van voltrokken huwelijken en gedane [ 



^f 



Digitized by 



(poogle 



huwelijks-proclamatiën der kerk van Beusichem van 
1653 tot 181 2 in 2 banden. 

Trouwboek van de Grereformeerde kerk te Zoel- 
moiid van 1749 — 181 2 in een band. 

Regfister van begravingen te Beusichem van 1748 
tot 1796. 

Idem. Idem. Idem. 1753 — 1774. 

en van 1778 — 1785 in één band. 

Register der begravingen te Beusichem van 1806 — 
181 2 in één band. 

Register van de aanteekening der dooden te Zoel- 
mond van 1798 — 18 12 in één band. 



BEVERWIJK (1). 
Van de Gereformeerden. Doopboeck, van A*^. 1659 — 

1723- 

Idem Idem Idem. 1723 — 18 11. 

Trouboeck der gemeynte christi tot Beverwijk van 
A®* 1620— 2691. 

Idem. Idem. Idem. A^. 1691 — 1753. 

Trouboek van A^. 1753 — 18 13. 

Van de Roomsch Katholieken. Doopboeck (ook van 
Wyk aan Zee en Wijk aan Duin) A^. 1680— 1776. 

Doopboek van A^ 1777 — 1812. 

Van de Lutherschen. Doopboek van 1779— 18 12. 

Van de Israëlieten. Register van geboorten van A^. 

1793— 1811. 

(Van andere gezindten zijn er geene aanwezig). 

De stedelijke registers bestaan in: 

Trouwboeken een van A^. 1608— 1630. 



— 135 — 

Idem van i Januari 1674 tot uit® December 1742. 

Een doopboek van i Januari 1743 tot uit® Decem- 
ber 1796. 

Idem van i Januari 1797 tot uit® December 181 1. 

Een trouwboek van i Januari 1629 tot 14 Augus- 
tus 1650. 

Idem van 18 September 1650 tot en met 1673. 

Idem van 1674 tot en met 1688. 

Idem van 1689 tot en met 1737. 

Idem van 1738 tot en met 181 1. 

Een register van huwelijken van Juli 1795 tot 23 
Juni 1810. 

Idem van huwelijks-aanteekeningcn van 1803 toten 
met 181 1, tevens inhoudende begravenlijken van 1803 
tot en met 1805. 

Register van begraven lijken van 1734 tot 6 Maart 
1748. 

Idem houdende aangiften der begraven lijken van 8 
April 1748 tot 28 Augustus 1780. 

Register houdende aanteekening der begraven lijken 
van 2 September 1780 tot 24 November 18O2. 

Register der aangegeven lijken vaii i Januari 1806 
tot uit® December 181 1. 



'M 



Idem. 


Idem. 


1630— 1673. 


Idem. 


Idem. 


1674— 1715. 


Idem. 


Idem. 


1746—1780. 


Idem. 


Idem. 


1780 — 1804. 


Idem. 


Idem. 


1805 — 1811. 



Aanteekeningen betrekkelijk huwelijksaangifte. 

1756—1796. 

Idem. Idem. Idem. A®. 1796—1805. 

Middel van begraven van A®. 1749—1755. 

Aangeevinge van lijken, Idem 1756 — 1796. 

Lijst der aangegevenc lijken Idem 1806 — 18(17). 

Register van aangenomen familienamen, van A®. 1811, 
(in dubbel). 

NIEUWBEIJERLAND. 
Doopregisters der Gereformeerden van de jaren 
1658 — 1787. (Een band). 
Huwelijken 1658—1788. (Een band). 

OUD BEIJERLAND. 
Een doopboek van 5 September 1627 tot 23 December 
164Ó. 



^. 



(l) Diverse trouwactcii uit de registers zijn medegedeeld in de 
NederK Leeuw Jaarg. 188'). 



ZUID-BEIJERLAND. 

Verklaringen van huwelijksafkondigingen enz. 1726 — 
1802 en enkele stukken 181 1. 

Registers van het begraven van Maart 1735 — October 
1747, alsmede op het trouwen, van April 1735 tot October 

1747- 

Van het begraven van October 1747 — Juni 1749. 

Van acten van geboorte, van Maart — December 18 11. 

Van overlijden van Maart— December 181 1. 

Van huwelijks-af kondigingen, van Maart — December 
1811. 

Van huwelijks-acten, van Maart — December 181 1. 

Verzoeken tot het doen afkondigen van huwelijks- 
geboden van 1802 — x8ii. 

Attestatiën van gedane huwelijksproclamatiën 1803— 
1811. 

Huw^elijks-consenten 1 809 — 1 8 1 1 . 

Bewijzen van aangiften in ondertrouw, 1800 — 1812. 

Register van huwelijken, van September 1795 — 1810. 

Register van aangevingen om te trouwen, alsmede 
om te begraven, van 26 Juni 1749 — 1805, en vanaan- 
gevjng van advertentiën of berigten van den bur- 
gerlijken stand, na primo November 1797 in de cou- 
ranten geplaatst op de publicatie van het Provinciaal 
Bestuur van Holland. 1798, 1804, 1805. 

Register (lijste) der gedoopte kinderen, van 17 10 — 
1750, en tevens bevattende lijste dergenen, die in on- 
dertrouw zijn opgenomen en zijn getrouwd, 1713 — 
1750, één band. 

Doopboek 175 1-- 1800, één band. 



-^ 



Digitized by VjOOQIC 



Ï36 



Trouwboek 175 1 — 1795, één band. 
Doopboek 1792— 18 11, één band. 
Trouwboek 1792 — 1795, één band. 
Alphabetische tafel der geborenen, 1800 — 181 1. 
• Idem der overledenen, 1806 — 181 1. 

En Register van aangegeven lijken, 1806 — 181 1. 

BIERÜM. 

Doopprotocol der Gereformeerden te SpUk loopende 
van af 1735 tot 181 1 in 2 deelen. 

Idem te Losdorp loopende van 1683 tot 18 11 in i deeL 

Idem te Holwierde loopende van 1728 tot 181 1 in i deeL 

Idem te Godlinze loopende van 1753 tot 181 1 in i deel. 

Idem te Bierum loopende van 1 705 tot 181 1 in i deel. 

Idem te Krewerd loopende van 1626 tot 1776 in i deel. 

Trouwboek van de groote kerk te Holwierde loopende 
van 1728 tot 1811, I deel. 

Idem te Oodliiize loopende van 1763 tot 181 1 in i deel. 

Idem te Kreword loopende van 1626 tot i78oin 2 deelen. 

Alle registers, zijn in een slechten staat en zeer on- 
volledig. 

BIERVLIET. 

Doopboeken van 1640 — 31 Juli 1799, 3 banden. 
Trouwboek van 1667 — 23 Juli 1796, i band. 

BIGGEKERKE. 

Het doopboek van 18 November 1770 — 25 November 
18 10, tevens trouwboek van 20 April 1771 — 30 Decem- 
ber 1810 berust bij den burgerlijken stand. 

In het kerkelijk archief is o. m. aanwezig: 

Het consisiorieboek van Bekeercke van 1583 — 17 16. 

Lijst van predikanten van 1583 — 1834. 

Grafboek van ï6ii — 17 17. 

Trouwboek, tevens doopboek van 1668 en 1687. 

HET BILDT (Friesland). 

Doop- en trouwboeken van 8t. Anna parochie van 
1650—1772. 

Geboorten van 1811 en overleden van 1806 — 18 11, 
I band. 

Doopboek van 8t Anna parochie van 1772 — 1812, 
één band. 

Doop- en trouwboek van St« Jaeobl parochie van 
1748 — 181 2, één band. 

Trouwboeken van 8t. Anna parochie van 1772 — 18 11 
en van 8t. Jacobi parochie van 1650 — 1770, één band. 

Doop- en trouwboeken van Liere Trouwe parochie 
van 1707 — 1812, één band. 

Ondertrouw van 18 12 — 1816, één band. 

Overledenen van 181 1. Idem. 

DE BILT. 

Een doopregister der Hervormde gemeente de Bilt 
van 19 Mei 1689 — 5 Januari 181 2. 

Een begrafenisboek, loopende van Februari 1793 
tot 23 Februari 18 12. 



Een register (N^ 1 3) van ondertrouw en huwelijken 
in de Hervormde kerk van de Bilt, loopende van 
3 Mei 1738 — 27 Februari 1810. 

Een register van getrouwden in de Hervormde- 
kerk te de Bilt, loopende van 29 September 1689 — 
15 Februari 1738. 

BINGELRADE (1). 
Kerkelijke registers van doop-, sterften en huwe- 
lijken zijn sedert 1608 hier aanwezig en loopen tot 
aan den Franschen tijd. 

BLADEL. 

De doopregisters der Roorasch Katholieke gemeente 
van Bladel loopen van 1684— 1756, één band. 

Idem van 1756— 1810, Idem. 

Idem van Netersel van 1746 — 1810, ld. 

Doopregisters, lidmaatsboek. Gereformeerden van de 
kerk van Bladel en Hapert van 1688 — 1729 en van 
1729— 1759, één band. 

Trouwboek van 1728 — 1759 (kerk Bladel). 

Doopboek kerk Hapert en Bladel van 1760 — 18 10, 
één band. 

Trouwboek van de Dingbank van Bladel, Beusei 
en Netersel van 17 18 — 1725, één band. 

> 1725— 1747, ld. 

> 1747— 1771, ld. 
» 1771 — 1778, ld. 
» 1778 — 1792, ld. 

* ^793 — 1804» ld* 

> 1805—1810, ld. 

Trouwboek der Protestanten van Bladel en Hapert 
van 1760 — 1800. 

Trouwregister van Bladel, Beasel en Netersel van 1717 
tot 1761. 

Doodboek van Bladel en Netersel van 1720—1810. 

Doodboek van Netersel van 1798— 18 11. 

BLANKENHAM. 
Doopboek der Hervormden van 1791 — 1813, in twee 
banden. 
Lidmatenboek (getrouwden en gedoopten), van af 1 7 1 6. 

BLARICUM. 

Doopboek der Roomsch Katholieke gemeente, van 
1773—1813. 

Register van huwelijken van 1795— 18 11. 

Idem der impost op het trouwen van 26 October 
1695— April 1729. 

Idem der impost op het begraven van 15 Novem- 
ber 1695— April 1729. 

Idem van begraven van 1729— 1769 en van 1770 
tot 1805. 

ClVonÜ vervolgd). 



(1) De registers berusten thans (1888) tgdelgk bg de rechtbank 
te Maastricht om te worden overgenomen. 



."t 



Digitized by 



Google 






137 — 



Necrologie over lb87. 



Zooals gewoonlijk laten wij ook thans hieronder 
volgen de lijst van verdienstelijke personen, die in 1887 
het vaderland ontvielen. Aanspraak op geheele vol- 
ledigheid mag de arbeid niet maken, doch voor den 
bibliograaf is er voorzeker toch wat nieuws in te vinden. 

8 Januari te Grroningen, Dr. Johannes Friedrich Karl 
Ranke, geboren te Kaiserswerth a/d Rijn 31 Mei 1849; 
sedert 15 Mei 1878 hoogleeraar in de geneeskunde 
aan de hoogeschool te Groningen, aan welke instelling 
hij zijne bibliotheek legateerde, geschat op eene waarde 
van f 40.000 ; zoon van Friedrich en van Julie Riedel. 

9 Januari te Amsterdam, Dr. Justus Lodewijk Dus- 
seau, geboren aldaar 20 AprU 1824, med. doctor te 
Amsterdam. Verscheidene werken van zijne hand, 
zoowel op geneeskundig als belletristisch gebied, zagen 
het licht. Gehuwd eerst met Engelina Jacoba Reydon, 
overleden te Amsterdam 24 Februari 1877, oud 50 
jaar, daarna met Aletta Elisabeth van Pellecom. 

13 Januari te Amsterdam, Dr. Pieter Hendrik Surin- 
gar, geboren te Lingen (Hannover) 3 Januari 18 13, 
oud hoogleeraar in de geneeskunde aan het voormalig 
athenaeum te Amsterdam, zoon van Lucas en van 
Catharina Anna Elisabeth Beckhaus, gehuwd te Am- 
sterdam 25 Juni 1840 met Pauline Cécile Josephe van 
Baerle, dochter van Mr. Charles Gérard en van diens 
tweede vrouw Dieudonnée Josephe Henroteaux. 

15 Januari te Amsterdam, Dr. Comelis Marinus van 
der Sande la Coste, geboren te Werkendam 2 Maart 
1815, doctor in de geneeskunde en de natuurlijke 
wijsbegeerte en rustend lid der Koninklijke Academie 
van Wetenschappen. 

16 Januari te Haarlem, Mr. Jan Justus Enschedé, 
geboren aldaar 6 April 1807, tot i Januari te voren 
hoofd van de bekende firma Joh. Enschedé & Zoon, 
te Haarlem, was jaren lang president der arrondisse- 
ments rechtbank aldaar, president der kerkvoogden 
der Nederlandsch Hervormde gemeente, secretaris 
van Teylers genootschap, regent van het burgerwees- 
huis, zoon van Jacobus en van Johanna Christina 
Abbensets, gehuwd te Rotterdam 25 April 1833 met 
Cornelia Dalen, geboren aldaar 20 December 1808, 
overleden te Haarlem 10 November 1 881, dochter van 
Abraham Cornelis en van Jacoba Catharina Durselen. 

19 Januari te Deventer, Dr. Adrianus Marinus Lede- 
boer, geboren te Rotterdam 31 Maart 1797, oud genees- 
heer, curator van het gymnasium te Deventer, ridder 
der orde van den Nederlandschen Leeuw, zoon van 
Bemardus en van Anna Christina van den Ende, gehuwd 
te Rotterdam 30 Juni 1830 met Jacoba Martha van 
Oordt, geboren aldaar 20 September 1810 en over- 
leden 17 Februari 1850, dochter van Willem Hendrik 
en van Henriëtte Fran<;oise Chabot. 



I Februari te Rome, Jan Hendrik Koelman, geboren 
te 's-Gravenhage 22 Januari 1820, kunstschilder (zie 
zijne levensschets van Mr. C. VoSMAER in de Neder- 
landsche Spectator, 1887, N® 8). 

4 Februari te Delft, Dr. Abraham Willem Theodoor 
JuynboU, geboren te Franeker in 1835, promoveerde 
te Leiden in 1863 tot doctor in de godgeleerdheid, 
werd docent in het Moslem's recht aan de Instelling 
voor onderwijs in de taal-, land- en volkenkunde van 
Nederlandsch Indië te Delft en in 1872 door den 
gemeenteraad benoemd tot hoogleeraar; hij was tevens 
bibliothecaris dier instelling, lid van de maatschappij 
der Nederlandsche letterkunde, enz. 

10 Februari te Delft, Peter Diedrich Grothe, geboren 
te Herscheid (Westphalen) 23 Juni 1806, oud hoog- 
leeraar aan de polytechnische school te Delft, schrijver 
van cMechanische Technologie» en de eigenlijke grond- 
legger van het technologisch onderwijs in Nederland. 

10 Februari te 's-Gravenhage, Pieter Jan Baptist 
Carel Robidé van der Aa, geboren te Oosterbeek bij 
Arnhem 23 Mei 1832, studeerde aan het Luthersch 
seminarium te Amsterdam, schreef veel onder het 
pseudoniem van Robrecht van Peene, bestuurslid van 
het Koninklijk Instituut voor de taal-, land- en volken- 
kunde van Nederlandsch Lidië te Delft, ondervoorzitter 
van de Vereeniging tot beoefening der krijgsweten- 
schappen, historicus en geograaf bij uitnemendheid, 
zoon van Petrus Elisa en van Lucia Maria de Jongh. 

19 Februari te Nieder Ingelheim bij Maintz, Eduard 
Douwes Dekker, geboren te Amsterdam 2 Maart 1820, 
oud O. L hoofdambtenaar, beroemd schrijver onder den 
pseudoniem Multatuli, zoon van Eduard en van Sietske 
Eeltjes Klein, gehuwd eerst te Tjandjor (Preanger-reg.) 
10 April 1846 met Everdine Huberta baronnes van 
Wijnbergen, daarna met M. Hamminck Schepel. 

7 Maart te Nijmegen, Willem Karel Jan baron van 
Dedem, geboren te Sloten 5 Juni 1808, gepensionneerd 
luitenant generaal der infanterie, adjudant des Konings 
in buitengewonen dienst, erkend in den Nederland- 
schen adelstand bij koninklijk besluit van 5 Juni 1870, 
N^ 25, ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, 
gehuwd eerst op den huize Vosbergen i October 1838 
met Anna Philippina Catharina baronnes Sloet van 
Hagendorp, geboren te Deventer 12 Januari 18 16, 
overleden te Hyères (departement Var) 2 1 April 1 864, 
dochter van baron Boudewijn Reint Wolter en van 
Catharina Elisabeth Louise baronnes van Dedem van 
Vosbergen, daarna te 's-Gravenhage 19 Juni 1867 met 
Louise Frieswijk, geboren 28 November 1829, over- 
leden te Nijmegen 19 November 1877, weduwe van 
Isaac van den Bosch, dochter van Jan Hendrik en van 
Constantia ten Cate. 

3 Maart te Florence, Mr. Theodorus Marinus Roest 
van Limburg, geboren te Rotterdam 8 Juli 1806, oud 



^Vj 



Digitized by 



Google 



- 138 ~ 



minister van buitenlandsche zaken, weduwnaar van 
Isabella Cass, geboren te Detroit (Amerika) 28 October 
1820, dochter van den generaal Lewis Cass. 

15 Maart te \s-Grravenhage, Frans van Exter, oud 
76 jaar, gepensionneerd luitenant generaal, ridder der 
Militaire Willemsorde, versierd met het Metalen Kruis, 
gehuwd met Wilhelmine Christine Jacqueline Gerardine 
Cornelia Hoffinan, geboren te Bouillon (België), over- 
leden te 's-Gravenhage 11 Maart 1887 oud 66 jaar, 
dochter van Johannes Casparus en van Maria Auguste 
Schouten. 

18 Maart te Middelburg, Mr. Carolus Johannes Pické, 
geboren te Koudekerke 21 April 1831, oud minister 
van justitie, burgemeester van Middelburg, lid van de 
Eerste Kamer der Staten Genera2d, gehuwd te Mid- 
delburg 6 Augustus 1856 met jonkvrouw Henriëtte 
Johanna Anna Schuurbeque Boeye, geboren aldaar 
31 Mei 1834, dochter van Jhr. Mr. Samuel en van 
Jeanne Elizabeth Sprenger. 

6 April te Bredci, Jhr. Ferdinand van Spengler, ge- 
boren te 's-Hertogenbosch 5 November 1834, luitenant- 
kolonel van den generalen staf, ridder 3* klasse der 
orde van de kroon van Pruissen, zoon van Jhr. Joannes 
Theodorus en van Maria Henriëtte Westenberg, ge- 
huwd te 's-Gravenhage 29 October 1862 met Georgette 
Charlotte Nicola, geboren aldaar 6 Mei 1844, dochter 
van George Carel en van Cornelia Wilhelmina Cheriex. 

10 April te Utrecht, Frederik Constantijn Raoul Boers, 
geboren te Hazerswoude 20 Augustus 1807, gepension- 
neerd generaal-majoor hoofdintendant, commandeur der 
orde van de Eikenkroon, zoon van Mr. Charles Gulielm 
en van Henriëtte Maria Geertruida l'Honoré, gehuwd 
te Utrecht 17 October 1833 ^^^ Henriëtte Elisabeth 
Sophie Westenberg, geboren te 's-Grravenhage 4 Juli 
1804, weduwe van Andreas Theodorus van der Vlist, 
dochter van Gijsbert en van Adriane Sophia Lincklaan. 

14 Mei te Leeuwarden, Tjallingh Minne Watse Els 
baron CoUot d'Escury, geboren te Minnertsga 29 Maart 
1825, commandeur der Duitsche orde, balije van Utrecht, 
oud burgemeester van Barradeel, zoon van baron Carel 
Willem Els en van diens tweede vrouw Anna Clara 
Electa Walburga baronnes van Asbeck, gehuwd 19 
November 1851 met Maria Taad Wierdsma, geboren 
te Leeuwarden 22 Juni 182 1> aldaar overleden 16 Ja- 
nuari 1873, dochter van Mr. Pieter en van Johanna 
Elisabeth Wichers. 

19 Mei te 's-Gravenhage, Mr. Pieter Blussé van 
Oud-Alblas, geboren te Dordrecht 11 Maart 18 12, oud 
lid van den gemeenteraad aldaar, oud minister van 
financiën, lid van de Tweede Kamer der Staten Gene- 
raal, zoon van Adolf en van Jacoba Holle, gehuwd te 
«lorinchem 15 Juli 1840 met Pauline Henriëtte Holle, 
geboren in 18 15, overleden te Dordrecht 25 Juni 1849. 

f 6 Juni te 's-Gravenhage, Jhr. Jacob Reinoud Theodoor 



Ortt, geboren te Amsterdam 13 November 18 17, oud 
hoofdinspecteur van den waterstaat, ridder der orde 
van den Nederlandschen Leeuw, commandeur van die 
der Eikenkroon, zoon van Jhr. Hendrik Jacob en van 
Jonkvr. Agnes Maria Warin, gehuwd te Maastricht 
25 Juni 1850 metLeontineLouise JosephinedeRaikem, 
geboren te Luik 2 Juni 1831, dochter van Felix Louis 
en van Johanna Jacobina Lenssen. 

18 Juni te Assen, Georg Rudolph Wolter Kymmell, 
geboren aldaar 10 October 18 19, rijksarchivaris in de 
provincie Drenthe, ridder der orde van de Eikenkroon, 
zoon van Jan Abraham Rudolf en van Anna Vos, 
gehuwd te Zwolle 11 Juli 1850 met Anna Clasina 
Ovink^ geboren aldaar 23 November 1824^ dochter van 
Assuerus en van Lourentia Willemina Revius. 

2 1 Juni te Utrecht, Dr. Gozewijn Jan I-^ncq, geboren 
te Rotterdam 19 December 18 10, emeritus hoogleeraar 
in de geneeskunde te Utrecht, ridder der orde van den 
Nederlandschen Leeuw, zoon van Comeille Jean en 
van Maria Dijkmans, gehuwd te Rotterdam 30 Sep- 
tember 1840 met Anna Adriana Trompert, overleden 
te Utrecht 3 Nx)vember 1866. 

5 Juli te Assen, Mr. Lucas Oldenhuis Gratama, 
geboren 7 Juni 18 15, raadsheer in het voormalig pro- 
vinciaal gerechtshof in Drenthe, oud lid van de Tweede 
Kamer der Staten-Generaal , lid van de provinciale 
staten van Drenthe, ridder der orde van den Neder- 
landschen Leeuw, zoon van Mr. Sibrand Gratama en 
van Johanna Gesina Oldenhuis Kymmell, gehuwd 2 
Juli 1841 met Lubbertha Matthia Schukking, geboren 
te Smilde 28 Mei 18 15, overleden te Assen 28 Decem- 
ber 1860, dochter van Mr. Michael en van Johanna 
Elizabeth Klopman. 

27 Augfustus te Geertruidenberg, Johannes Comelis 
Coets van Baggen, oud 92 jaar, oud-kolonel der cava- 
lerie, ridder der beide Nederlandsche orden, versierd 
met het Metalen kruis en het zilveren Kruis van 

1813-15. 

1 7 September te 's-Gravenhage, Mr. Laurent Philippe 
Charles van den Bergh, geboren te Dusseldorp 20 Juni 
1805, rijksarchivaris, lid van den Hoogen Raad van 
Adel, schrijver van vele werken, ridder der orden 
van den Nederlandschen Leeuw en van de Poolster 
van Zweden, zoon van Johan Comelis en van Josephine 
Eliana Serrurier. 

22 September te 's-Gravenhage, Mr. Jan Willem 
Gefken, geboren te Amsterdam 9 Mei 1807, oud pro- 
cureur-generaal in Suriname en lid van de Tweede 
Kamer der Staten-Generaal , zoon van Jan Joachim en 
van Antoinette Charlotte Niemann, gehuwd te Breda 
24 Maart 1836 met Alida Catharina Wilhelmina Mans- 
feldt, geboren te Breda 3 Januari 18 10. 

I October te 's-Gravenhage, Mr. Jacob Leonard de 
Bruyn Kops, geboren te Haarlem 27 December 1822, 



Digitized by 



Google 



— 139 - 



oud hoogleeraar aan de polytechnische school te Delft, 
lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, zoon 
van Comelis Joannes en van Marie Constance Francjoise 
de Bosset, gehuwd te ^s-Gravenhage 2 Mei 1855 met 
Amoldina Wilhelmina Stratenus, geboren aldaar 12 
Mei 1833, dochter van Mr. Pieter en van Wilhelmine 
Amoldina Cunaeus. 

12 October te 's-Gravenhage , Comelus Matheus 
Hubertus Pel, geboren te Maastricht 29 Augustus 
18 19, gepensioneerd generaal-majoor der infanterie, 
adjudant des Konings in buitengewonen dienst, voor- 
zitter der vereeniging tot beoefening der krijgsweten- 
schappen, ridder der orde van den Nederlandschen 
Leeuw, ridder 2^ klasse der orde van den Gouden 
Leeuw van Nassau met de Zwaarden, commandeur 
van het Legioen van Eer, grootkruis der orde van de 
Eikenkroon, zoon van Jacobus en van Maria Gijsberta 
de Goey, gehuwd met Louise Fran9oise Elisabeth 
Stutzer, geboren te Brugge 27 Juni 1820, dochtervan 
Ludovica Francisca Emilie Stutzer, geboren Jager. 

24 October te Bronbeek bij Arnhem, Johannes Cor- 
nelis Jacobus Smits, geboren te Utrecht 12 Mei 1812, 
gepensioneerd generaal-majoor van het Oost-Indisch 
leger, commandant van het invalidenhuis Bronbeek, 
adjudant des Konings in buitengewonen dienst, ridder 
der Militaire Willemsorde 3** klcisse, der orde van den 
Nederlandschen Leeuw, grootkruis van die der Eiken- 
kroon, versierd met het Metalen Kruis en een Eere- 
sabel, zoon van Martinus en van Johanna Jacoba Alida 
de Mol, gehuwd eerst met Augusta Comelia Elisa- 
beth Henriêtte Schenk, daarna met Comelia Adriana 
Heineken. 

19 November te 's-Gravenhage, Otto baron van 
Wassenaer, heer van de beide Katwijken, geboren te 
Nijmegen 26 December 1823, oud officier der genie, 
lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, opper- 
ceremoniemeester, opperstalmeester des Konings, voor- 
zitter der evangelische alliantie in 1867, ridder der 
orde van den Nederlandschen Leeuw, grootkruis der 
orde van de Eikenkroon, eereridder der Johanniterorde 
van Pruissen, ridder 2e klasse der orde van St. Sta- 
nislaus van Rusland, commandeur der orde van den 
Witten Valk van Saksen Weimar Eisenach, zoon van 
baron Otto en van Jacqueline Comelia baronnes van 
Balveren, gehuwd te 's-Gravenhage 15 September 1854 
met Jacqueline Adrienne Henriêtte Hoffman, geboren 
te Rotterdam 11 December 1828, dochter van Marie 
Aart Frédérick Henri en van Comelia Adriana Groen 
van Prinsterer. 

20 November te 's-Gravenhage, Hendrik Jacob baron 
Taets van Amerongen van Woudenberg, geboren te 
Amsterdam 10 December 1822, generaal majoor, adju- 
dant en chef van het dienstdoende militaire huis des 
Konings, commandeur der orde van de Eikenkroon, 



idem der militaire orde van de Heilige Maagd van 
Portugal, idem met de ster der orde van den Witten 
Valk van Saksen Weimar Eisenach, idem der orde van 
het Zwaard van Zweden, grootkruis der orde van 
Frans Josef van Oostenrijk, ridder 3** klasse van den 
Gouden Leeuw van Nassau, en van den Rooden Ade- 
laar van Pruissen, zoon van baron Joost en van Sarah 
Johanna Huift, gehuwd te Breslau 18 Februari 1862 met 
Wilhelmine Johanna Elisabeth baronnes von Knobels- 
dorff, geboren te Leubus (Silesië) 30 Juli 1840, over- 
leden te Laudeck (Silesië) 7 September 1862, dochter 
van baron Wilhelm Georg Ferdinand Theodor en van 
Anna Paulina WoMF von Schutter. 

5 December te *s-Gravenhage, Saris Leonhard Jacob 
Queysen, geboren te Zwolle 9 Januari 1821, gepen- 
sionneerd generaal majoor der infanterie, adjudant des 
Koningfs in buitengewonen dienst, ridder der orde Vcin 
den Nederlandschen Leeuw, commandeur van die der 
Eikenkroon en van de Leopoldsorde van België, zoon 
van Jan Anthonie en van Clara Maria Jacoba van 
Lochteren Stakebrant, gehuwd te Breda 18 Juni 1852 
met Johanna Henriêtte Louise Adriana Verschoor, ge- 
boren te 's-Gravenhage 16 Augustus 1831, overleden 
aldaar 3 September j88o, dochter van Jan Jacob en 
van Henriétta Isabella Philippina baronnes Sweerts 
de Landas. 

31 December te 's-Gravenhage, Mr. Jan Gustaaf 
Rochussen, geboren te Amsterdam 13 Augustus 1829, 
rijksadvocaat, rechtsgeleerde van het huis des Konings, 
ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw en 
van die der Eikenkroon, gehuwd te 's-Gravenhage 24 
Juni 1875 met Angélique Louise Regina Piceni, geboren 
te 's-Hertogenbosch 19 Januari 1835. 

W. G. VAN Oyen. 



Inhoud TUdschrlften. 

Maandblad van het Genealogtsch-Heraldiek Genoot* 
schap €De Nederlandsche Leeuw, i^ V© jaargang, 1888. 

N<^. 3. Benoemingen tot eerelid en tot correspon- 
deerende leden ; Verslag van de algemeene vergadering 
van 10 Maart 1888; Faniilie van Strien, inzonderheid 
met betrekking tot Wolfaartsdijk ; Kwartieren van 
J. A. de Bergh; Familiewapens; Familieberichten. 

N^ 4. Benoemd lid ; Iets over de geslachten Ratteler, 
Lazaen en van Loo; Giftbrief van graaf Dirk V van 
Holland; Abraham Jacob van der Aa 1792 — 1795; 
Familieberichten. 

De Maasgouw. Orgaan voor Limburgsche Geachte- 
dents, Taal' en Letterkunde, io« jaargang, 1888. 

N^ 7. Collatiebrief van Philips II ; Het nieuwe ge- 
meentewapen van Heerlen; Een luchtballon te Venlo 
in 1788; (reschiedenis van het tooneel te Maastricht; 



Digitized by 



Google 



140 — 



Grafschrift van Albert Fineau; Versje op Jhr. Charles 
de Brouckère; De Roermondsche organist Jan Joseph 
Coenen; Vragen. 

N^ 8. Rijmdicht ter eere van de god-minnende bruid 
M. Catharina Zegers; Een stichting voor licht in de 
kerk te Venlo, i September 1299; Het beeld vanden 
H. Christoffel op den toren der parochiekerk te Roer- 
mond; Archief Blitterswijck; Kroniek der stad Maastricht. 

Verslagen en mededeelïngen der koninklyke akadetnie 
van Wetenschappen. Derde reeks, Vierde deel, 1887; 

3® stuk. Iets over de tempelruïnen van Prambanan; 
Gewone vergadering, gehouden 13 Juni 1887. Depressie 
in handel en nijverheid; Overblijfsels van Romeinsche 
gebouwen met bad- en verwarmingstoestel te Hoens- 
broek; Bibliographische mededeeling; Gewone verga- 
dering, gehouden 12 September 1887; Kerstliederen 
en leisen. 

Vijfde deel 1888. 

i« stuk. Gewone vegadering, gehouden op loOcto- 
ber; Idem op 14 November; Idem 10 December 1887; 
Idem 16 Januari 1888; Over de vermenging van Ciwa- 
ïsme en Buddhisme op Java, naar aanleiding van het 
oud-Javaansch gedicht Sutasoma; Bijdrage tot de tekst- 
kritiek van Apuleins Metamorphosen ; De muur van 
Gog en Magog. 

Mo7iatsblatt der Kats, Kon. Heraldischen Gesellschaft 
€Adler.T^ 

N^ 87. Mittheilungen der Gesellschaft; Peilenstein, 
ein redendes Wappen; Friedhof-Notizen ; Literatur; 
Anfragen. 

Deutsches AdelsbUUt, Wochenschrift fur die Inte- 
ressen des Christlichen Adels, VI Jahrgang, ï888. 

N**. 7. Deutsche Adelsgenossenschaft; DerBündniss- 
vertrag vom 7 Octoberi879; Die moderne Staatskunst 
und das Schulwesen; Der Feind im eigenen Lager; 
Der ritterschaftliche Adel des Königxeichs Württem- 
berg; Feuilleton; AUerleL 

N^. 8. Deutsche Adelsgenossenschaft; Aus der Ver- 
gangenheit der deutschen Adelsgenossenschaft; Feuil- 
leton; Allerlei. 

N^ 18. Deutsche Adelsgenossenschaft ; Der Landrath 
als Organ der Landesvaterlichkeit im Sinne des prak- 
tischen Christenthums und socialen Königthums; Die 
vier Arbeitsabtheilungen der Adelsgenossenschaft und 
die Zweigvereine ; Feuilleton; Allerlei. 

N^ 19. Deutsche Adelsgenossenschaft ; Der Landrath 
und die Hensel-Hochfarbersche Boden verbesserung; 
Gegen den Strom; Aus meiner Praxis; Feuilleton; 
Allerlei. 

N^. 20. An den deutschen Adel ; Mahnruf ; Treu imd 
Wahrhaftig; Der Adel im Lichte der Kritik ; Aus dem 
Standesleben; Geschlechter ünd Siegelkunde; Kunst- 
chronik; Allerlei. 



Anzeiger des germanischen Nattonalmuseums , JI 
Band, 1888. 

N^ 8. Chronik des germanischen Museums; Fund- 
chronik ; Spatklassische Seidengewebe ; Nümberger 
Buchdrucker des 16 Jahrhimderts ; Zur Geschichte der 
Münsterischen Unruhen ; Jobs Neuenmarkter, Glockén- 
gfiesser zu Nümberg, bietet 1436 dem Rate zu Eger 
seine Dienste an. 

Zeitschrift des Harz-Vereins für Geschichte und 
Alter tumskunde, 20 Jahrgang, 1887. 

Zweite Halfte. Georg Thums Dichtung und die Sage 
von Thedel von Wallmoden; Geschichte des Klosters 
Oldisleben ; Ein Wanderung durch die Stadt Querfiirth 
am Ende des 1 5 Jahrhunderts ; Johann Friedrich Ples- 
sing; Die sittliche Zustande in der Grafschaft Mans- 
feld um das Jahr 1555 nach Erasmus Cacerius; Ent- 
wickelungsgeschichte der Reichstadt Nordhausen. 

Neues Lausitzisches Magazin. Dreihundert sechs- 
zigter Band. 

Zweiter Heft. Das quellgebiet der Görlitzer Neisze 
oder der Zagost und seine Bevölkerung; Dasfrüheste 
Verstandniss von Dante's Commedia; Die Strafen der 
Vorzeiten der Oberlausitz; Kriegsdrangsale von Gör- 
litz und Umgegend zur Zeit des dreissigjahrigen Krieges. 

Messager des sciences historiques ou archives des arts 
et de la bibliographie de Belgique. Année 1887. 

4« livr. Histoire de la Gilde souveraine et chevalière 
des Escrimeurs ; Devastations dans Téglise des Célestins 
d'Herverlé-lez-Louvain en 1796; Un mémoire con- 
temporain sur la question des corporations aux Pays- 
Bas; Notice complémentaire sur Ie Torreken; Coup 
d'oeil historico-linguistique sur Ie Flamand; Archives 
Gantoises, etc. 

Idem 1888, 

Ie livr. Une descendance légitime des anciens ducs 
de Brabant; La ville de Gand ^u XIV siècle; Les 
charlatans a Gand au XVIII siècle; Les banquets de 
la Congrégation de St Antoine de Padoue en 1762; 
Un incident au Théatre de Gand en 1796; Hemisse; 
Lettres des gens de la Chambre des Comptes de Lille 
aux membres du Conseil de Flandre; Une patente de 
Mayeur au XVIII siècle; Chronique, etc. 

Annales de V académie d' Archéologie de Belgique, 
4« serie, Tomé II. 

2* livr. Un inventaire de 1527 ou Ie mobilier d'un 
bourgeois de Toumai au commencement du XVP siècle. 

3® et 4® livr. Un inventaire de 1527 (suite) ; Deuxième 
supplément a la description des cartes de la province 
d'Anvers et des plans de la ville. 



^-f='^^L:><^Ot3G/€S^O'', 






^ 



Digitized by 



Googk 



Een doopregister der Hollanders in Brazilië. 

Gedurende enkele jaren voor het Archeologisch en 
Geographisch Instituut te Fernambuco bezig geweest 
zijnde om alle mogelijke verdere bijzonderheden, die 
zich nog in ons land bevonden, omtrent de nederzet- 
ting der Hollanders in Brazilië, (1630—1654) na te 
sporen, nadat nu voor ruim twee jaar hun afgezant 
de geleerde professor José Hygieno Duarte Pereira 
naar zijn land met een schat van gegevens weder- 
keerde, had ik onder meer het geluk het doopregister 
van het Recife te vinden, waarvan een copie werd 
gemaakt voor genoemd Instituut en dat op mijn ver- 
zoek gaarne ter opname in dit blad afstond. De be- 
langrijkheid ter aanvulling van verschillende genea- 
logiën zal zeker uit deze lijst blijken. 

Onveranderd wordt het register hier gegeven, alleen 
waar ik zulks noodig dacht zal men enkele bemer- 
kingen of aanvullingen tusschen ( ) vinden. 

Dank zij voornoemd Instituut hoop ik, zoomede de 
redactie van het Familieblad door deze mededeelin- 
gen, verschillende per^nen eenigen dienst bewezen te 
hebben. 



Register van de Namen der kinderen die alhier opt 
Reciff en omgelegen plaelse?i gedoopt sijn, ge- 
lijck meede de nameit van de Ouders, ende 
OOG vayi de getuygen die over den doop gestaefi 
hebbe7i. 

'Ö33. Julij 13. Charel. Ouders: Ridchard Jurriaens en 
Joanna Jurriaens. 

— October 9. Henrick en Harman. Ouders : Roeloff 
Hoyer en Geesjen Ottens ; get. : Balthasar Byma, 
Bartholomeus van Millingen, Joan Gilbert, Nico- 
laes Regensdorff, Anna Warnsteyns. 

1634. Meert 11. (N. N.). Ouders: David Hoogmoet en 
Janneken Pieters; get.: Dhr. Nicolaes d*Ridder, 
Elbert Crispijns, Johan Hick, Jan Polcram, Mar- 
garetha Wachloo. 

— May 17. Cathalina. Ouders: Louis Fallet en 
Cathalina Fallet; get.: Bartholomeus van Mil- 
lingen, Claude Prevoo, Machtelt Daays. 

— Julij 2. Bastiaen en Martha. Ouders: Andreas Cous- 
nel en Bastiana Cousnels. 
Julij 9. Maria. Ouders: Francisco en Maria. 
Catharina. Ouders: Christoffel en Giomaer. 
Domingüs. Ouders: Anthoni en Maria. 
Maria. Ouders: Francisco en Maria. 
Anthonia. Ouders: Gonsalvo en Maria. 
Bastiaen. Ouders: Joan en Esperanes. 
Christoffel. Ouders: Pedro en Gracia. 
Domingos. Ouders: Pedro en Isabella. 



141 — 

1634. Juan. Ouders: Anthoni en Maria. 
Maria. Ouders: Bastiaen en Francisca. 
Maria. Ouders: Pedro en Martha. 
Ysabel. Ouders: Manuel en Ysabel. 
Balthasar. » Bartholomeus Brandon en Catharina. 
Lucia. Ouders: Francisco en Ysabella. 
Aug. 23. Moses. Ouders: Jan van Rechteren; 
get : Dhr. Christoffel Artischoffski, Thomas Ruyl, 
Magdalena Jonckers. 

— Sept. 10. Catharina. Ouders: Johan Vischer en 
Barbara Vischers. 

Domingo Femandus. Ouders: Domingo Feman- 
dus Calabara en Barbara Cardoza; get.: Dhr. 
Servatius Carpentier, dhr. Sigismund van Schoppe, 
dhr. Christoffle Artischoffski, Jan Com. Lichthart, 
Machtelt Daays. 

— Oct. 8. (N. N. .).. Ouders: Jacob Stanten; get: 
Rogier Stanten, Ingheroem Martens, Joris Wal- 
les, Maria Martens. 

— Oct. [2. Balthasar. Ouders: Johann Thomass en 
Magdalena Thomass; get.: Dhr. Balthasar Wynt- 
ges, John Goedlaed, Catharina Mullers. 

— Oct. 15. Olivier. Ouders: Balthasar de Robbe. 
get.: .... Christiaens, Jan Muller, Anna Jacobs. 

— Oct. 27. Pieter. Ouders: Willem Gilcrist; get.: 
Pieter van der Werven, Jan Bruys, Henrick 
Kien, Henrick Philips, Elisabeth van der Werven. 

— Óct. 29. Lammertien Hermans. Ouders: Herman 
Henricksen; get.: Dhr. Jan Corn. Lichthart; 
Meeuwis Cornelissen; Gerret Henricksen. 
Andries. Ouders: Christiaen Smidt ; get.: Andries 
Precker, Harmken Lamberts. 
(N. N.). Ouders: Hans Ploeger; get.: Dirck van 
Hoogstraten en sijn huysvrouw. 
Sara Roeloffs. Ouders: Roeloff Jans; get.: Elbert 
Crispijns, Abraham de Lange, Sara Duarts. 
Maria Pauluss. Ouders: PaulusRuys; get.: Cas- 
par van der Ley, Franck Roelants. 
JanFranss. Ouders: Frans Roelants; get.: Elbert 
Crispynss, Wilhelm Doncker, Trijntge Mullers. 
Alexander Jooris. Ouders: Jooris Philips; get.: 
Alexander Piccard. 

Maria Wouterss. Ouders: Wouter Smidt; get.: 
Dirck Leenerts, Anncken Jonass, Trijntgen 
Pouluss. 

Jan. Ouders: Jan Stacy; get.: Wilhelm Doncker, 
Johannes Carpentier, Elisabeth Philips, Sara 

i Duarte. 

1635. Nov. II. Anna Margareta. Ouders: Andries 
Roosenberch; get. : Allard HoU. Cathalina Fallets. 

— Nov. 18. Marcus Anthoni. Ouders: Abraham 
Bachlier en Anna Seegers; get: Dhr. Jan Corn. 
Lichthart, dhr. Wilhelm Schott, Anna Bogarts. 

1636. Apr. 20. Lourens. Ouders: Ysaac de Rogiereen 



\^ 



\ 



Digitized by 



Google 



142 — 



1636. Eva Bartels: get: Dhr. Jacob Stachouwer, 
Elbert Chrispynss, Barbara Wyntges, Elisabeth 
Chrispynss. 

May I. Jooris. Ouders: Jan Facquelis; get: Jacob 
Hinderson, Comelis van den Brande, Anna van 
den Bogart. 

— Juny 1. Elisabeth. Ouders: Jacob Duart; get.: 
Comelis Bayert; dhr. Nicolaes de Ridder; Elisa- 
beth Crispynss. 

— Juny 8. Comelia. Ouders: Henrick Comelss, get: 
Anthoni Wouters, Janneken Harmanss. 

— July I. Elisabeth. Ouders: Hans Silnaer; get: 
Pieter Janss, Elsjen Thielemanss, Maria Claess. 

— July 16, Comelia. Ouders: Dhr. Nicolaes d'Ridder 
en Joffr. Joanna d'Ridder; get.: Dhr. Jacob Stac- 
houwer en Eva Bartels. 

— July 20. Dirck Willemss. Ouders : Willem Tonet, 
get.: Comelis Bayer, Dirck van Hoogstraten, 
Bayers. 

— Juli 27. Albert Henricx. Ouders : Henrick Albertss ; 
get.: Comelis Bayer, Willem Abbeth. 

Jan Valet Ouders: Joan Valet; get.: Joan de 

Pree, Elsken Theuniss. 

Henrick Jasperss. Ouders: Jasper EHas; get.: 

Henrick Vermeulen, Pieter van der Burch, Tietje 

Pauluss, Elisabeth Jacobss. 

Thomas. Ouders: Thomas Manquoor; get: Rid- 

chard Leek, dhr, Brant, Elisabeth Jacobs. 

— Aug. 15. Thomas Pieterss. Ouders: Pieter Theu- 
niss ; get. : Jan Schaep, Henrick Gerretss, Marretie 
Reyerss. 

Henrick Janss. Ouders: Jan Gerretss; get.: Jan 

Corneliss, Joris Margits, Jan Tielen, Grietjen 

Albertss. 

Dirck Dircksen. Ouders: Dirck Dircksen Heyn; 

get: Johannes Engelbrecht, Jeronimus Lange, 

Grietjen Dircks, Anneken Jaspers. 

Cornelis Dircxen. Ouders: Jurriaen Rochewits; 

get.: Cornelis Bayer, Dirck van Hoogstraten, 

Jan Listry, Magdalena Petrejus. 

Jannetie Janss. Ouders: Joannes Perchems; get.: 

Bartholomeus van Hoecke, Philips Corneliss, 

Anneken Barents, Lijsbeth Thomass. 

Steven Stevenss. Ouders: Steven Peck. get: Jan 

Norton. Eduart Brant, Mertie Ceulemans. 

Eva Gillis. Guders: Gillis van de Graeff; get.: 

Daniel de Clercq, Eva Bartels. 

— Dec. 7. Francoys Claess. Ouders : Claes Dircksen; 

get.: Langley, Jacob Albertss, Sytgen 

Lourenss. 

1637. Febr. i. Aeltien. Ouders: Harman Henrickss en 
Janneken Lambertss; get: Joost van den Bogaert, 
Jacob Coets, Anna Janss, Lijsbeth Philips. 

— Febr. 11. Janneken. Ouders: Christiaen Kindt; 



1637. get: Christoffel , Treyntien Reyers. 

Anneken. Ouders : Paulus Pieterssen. get. : Jacob 

Pieterss, AUard HoU, Dirck Dircksen, Elisabeth 

Philips, Janneken Henricks. 

Ernst. Ouders: Christoffel; get: Henrick Gertss, 

Anneken Weggert. 

Jan. Ouders: Jan Ciinith; get: Maria van der 

Hoeven. 

Johannes. Ouders : Jan Koek ; get. : Johannes 

Listrey, Huybrecht Janss. 

Comelis. Ouders: Philips Pijnbroeck. 

(N. N.). Ouders: Reyer Jacobss; get: Daniel 

d'Haen, Michiel Henricksen, Janneken Claess, 

Regina Dirckss. 

— Febr. 22. Lodewijck. Ouders: Paulus van Incly; 
get.: Jacob Henderson, Andries Daultruy, .... 
Bayers. 

— Meert 15. Hans. Ouders: Jacob Radtpoel en 
Anna Henricx ; get. : Hans Pluger, Willem Waet, 
Margreta Jaspers. 

— Meert 22, Johannes. Ouders: Martijn Dammant 
en Margreta van dr. Hoff; get: Johan Brant, 
Anthoni Muys, Magdalena Lachou, Susanna Blaer. 

— Apr. 19. Ysaac. Ouders: Ysaac de Rasiere en 
Eva Bartelss; get.: Dhr. Servatius Carpentier, 
Joost van den Bogart, Maria Solers, Joanna de 
Ridders. 

— Apr. 29. Comelis. Ouders: Gerret Busmaecker 
en Harmken Corneliss; get: Vincent Vincentss, 
Johannes van Essen, Elsien Thomass, Elsien Claes. 
Maria. Ouders: Willem Abbeth en Comelia Pie- 
ters ; get : Johannes Ouziel, Jacob Pieterss Tolck, 
Lijsbeth Beyers, Susanna Janss. 

Fran^ois. Ouders: Dirck van Hoogstraten en 
Susanna van Hoogstraten; get: Dhr. Jac. Stac- 
houwer, Cornelis Bayer, Joanna de Ridders. 
(N. N.). Ouders: Jan Snick en Elsien Janss; get: 
Mathijs Clasen, Reyer Jacobs Veerman, Elisabeth 
Beyers, Regina Dirckss. 

Willem. Ouders: Jan Hall en Susanna Girer; 
get.: Harman Henrickss, Anthony Muys, Dirck 
Dirckss. 

— May 1 6. Jacob. Ouders : Theunis Janss en Wybrich 
Janss; get.: Poulus Pieterss, Govert Henricx, 
Christoffel de Leeuw. 

Lijsbeth. Ouders: Willem Henricks; get.: Henrick 
van Goüts, Margrieta Henricx, Martha Wessels, 
Margaretha Kloch. 

— May 27. Elisabeth. Ouders: Jan Chevallier, en 
Cathalina Porry ; get. : Sacharias Wagenaer, 
Wolff Noswitz ; Lijsbeth Bogarts, Regina Dircks. 

— Juny 14. Daniël. Ouders: Mattheus Post enRe- 
becca Posts; get: Ysaac de Rasiere, Jacob Al- 
richs, Anna Baccelier, Elisabeth Crispijns. 



:m 



Digitized by 



Google 



— 143 — 



i637- July 12^'johannes. Ouders: Dhr. Jan Corn. Licht- 
hart en Anna Janss; get.: Dhr. Jacob Stac- 
houwer, Joost van den Bogart, Elbert Crispijns, 
Eva Bartels, Anna Baccelier. 
Catharina, Ouders: Ludowijck Janss. Speich en 

Titien Ludowijcx; get.: AdamR ,Paulus 

Vermeulen, Elsien Dircx, Trijntie 

— July 22, Maria. Ouders: Hans Licht en Ann eken 
Bant; get.: Hendrick Albertss, Jan Schuyr, Maria 
Tavaron, Margrieta Willemss. 

Daniël. Ouders: Joris Adams en Maycken Louys; 
get.: Eduard Golman, Philips Coppyn, Maria 
Matthijs, Jacomijntjen Klarch. 

— Augustus 9. Maria. Ouders: Gerret Becker en 
Aeltie Lambrechts ; get. ; Cornelis Beyer, Armout 
van Liebergen, Magdalena Petrejus. 

— • Augustus 13. Jan. Ouders: Jan Huil en Maria 
Janss; get.: Alexander Atkes, Anthoni Ben vort, 
Margarita Cur. 

— Augustus 23. Ridchard. Ouders: Ridchard Grims; 
get.: Willem Colens, Steven Piek, Elisabeth 
Nieumans. 

— Augustus 26. Matthijs. Ouders: Burchart Brant 
en Maria Thijssen; get.: Johannes Listrey, Mey- 
nert Henrickx, Elsien Flockse. 

— Augustus 30. Cornelia. Ouders: Andries Janss. 
van der Goes en Janneken Jacobss; get.: Jan 
Schnyller, Henrick Gerts, Peltier Bottelas, Annetie 
Mecx. 

— September 6. Anneken. Ouders : Albert Ysaacx en 
Heyltie Gerrets; get.: Leenard van Leeuw, Willem 
Padburch, Lijske Fredericks. 

— September 14. Elisabeth. Ouders: Hans Hanss 
en Geertruyt Pieters ; get. : WolfF Noswitz, Pau- 
lus Heydruyter, Catharina MoUerss, Beletien 
Vellers. 

— September 20. Lijsbeth. Ouders : Francoys Blonde 
en Susanna Blonde; get.: Henrick Vermeulen, 
Jan Schaep, Joannes Listry, Catharina van BHjen- 
burg, Margrita Solers. 

Jacobus. Ouders: Robbert Sandelhers en Anna 
Pleger; get.: Jacob Henderson, Cornelis Beyer, 
Lijsbet Clerot, Martha Baven. 

— September 27. Anna. Ouders:^ Walther Smith 
en Anna Janss; get: Jacob de Hartoge, Anna 
Barents, Mayken Theuniss. 

— Petrus. Ouders: Elbert Crispijnss en Elisabeth 
Crispijnss; get. Ysaac de Rasiere,Dhr. Servatius 
Carpentier, Eva Bartels, Anna 

— October 11. Margriet. Ouders: Dhr. Nicolaes 
d'Ridder en Joanna d*Ridder; get.: Dhr. Mat- 
thijs van Ceulen, ^Marretie Beyers. 

RoelofF. Ouders : Henr. Roelofs van Schoonhoven 
Maria Meeus; get.: Jacob van Linzenich, 



i637« 



mr 



Nathaniel Moreel, Trijntie Reyers. Lijsbeth Janss. 
September 18. Jacob. Ouders: Jan Jacobss en 
Naomie de Four; get.: Joost van den Bogart, 
Matthijs Becx. Agneta Sculijns, Margareta Soler. 
Maria. Ouders: Hans Stijgen en Maria Harmanss; 
get: Wencel Smith, AUard Holl, Jan Adamss, 
Janneken Claes, Elsien Tielemans. 
Marretien. Ouders: Lambert Cappijn en Barbar 
Janss; get: Charel Janss, Marretie Claes. 
Janneken. Ouders: Johannes Snickingh en Blens 
Snickings; get.: Willem Abbeth, Willem Leen, 
Janneken Temoor, Grietien Samkere. 
Robbert. Ouders: Jan Davidsen en Magdalena 
Fergeson; get.: Michiel Langhals, Wolfert Rohr- 
firts, Jacob Fael, Mayken Janss, Perina Boerie. 
Anneken. Ouders: Carstiaen Janss en Barbara 
Henricx; get: Francoys Blonde, Gerrittien Ver- 
hoeven. 

November i. Mauritie. Ouders: Jan Meyer en 
Teuntie Straesman ; get. :j6yn Excie Gr. Mauritz, 
(Johan Maurits Graaf van Nassau, gouverneur, 
kapitein- en admiraal generaal van West-Indiën), 
Maria Solers, Sandelhans. 

November 4. Joannes. Ouders : Joannes Curtenius 
en Susanna Thomas ; get : Dhr. Wilhelm Schot, 
dhr. Henrick Schilt, Anna Catharina Wijnants, 
Anna Seegers. 

Jacobus. Ouders: Reyer Jacobss; Hossel Hed- 
dens, Hans Pluger. Margarita van Stralen. 
November 8. Janneken. Ouders : Henrick Wotff ; 
get: Dirck de CoU, Paulus Timmerman, Janne- 
ken Harmannss. 

December 9. Johannes. Ouders : Jurriaen Laeken 
en Anneken Henricx ; get. : Johan Caspar Wal- 
deck, Wencel Smith, Elisabeth Beyerts. 
Anna. Ouders: Melchior Johan Staes en Cor- 
nelia Staes; get: Jacob Alrichs, Maria Solef. 
Jan. Ouders: Paul Bolle en Lijsbeth Wachters; 
get.: Jan Jacobs, Anna Hagst. 
December 13. Jacob. Ouders: Jan van Graeye- 
rent; get: Glaude de Blancq, Adam Janss, Elisa- 
beth de Coux. 

Henrick. Ouders: Titien Pauws; get.: Anthoni 
Muys, Dirck Widderen, Magdaleentie Janss. 
Johannes. Ouders : William Watthouw en Martha 
Hamelton. 

December 16. Pieter. Ouders: Claes Pieters en 
Anna Claes; get.: Reyer Jacobss, Jan Camer, 
Elisabeth Pieterss. 

December 24. Beatris. Ouders: Dionisius Bis- 
caretto (predikant onder de Brazilianen) en Anna 
Janss ; get : Dne Joach* Vincent* Soler, Abraham 
Tapper, Catharina van Blijenberch, Janneken 
Henricx. 



\ 



Digitized by 



Google 






"S? 



— 144 — 



1637. December 30. Claes. Ouders: Jan Clasen en 
Elsien Claes; get. : Willem Hessels, Hilletien 
Melchiors. 

1638. Januari 3. Margaritha. Ouders: Jurriaen Bettener 
en Abigail ChristofFels ; get.: Cornelis Beyer, 
George Garsman, Dorothea MuUers. 
(N. N.) Jurriaen Kuffer en Dorothea Kuffers. 

— Januari 24. Jan. Ouders: Thomas Manquoor en 
Elisabeth Thomas; get.: Eduardt Brandt, Cor- 
nelia Abbeths. 

Cathalina. Ouders: Jan Anthoni en Maycken Janss ; 
get.: Andries Daultruy, Saia Duwarts, Maria 
Willemss. 

— Januari 27. Maria. Ouders: Jan Bernaerts en 
Philippina Pijnburgs; get: Willem Verpoorten, 
Pieter van Hecke, Jacomina Claerbouts. 

— Januari 31. Reynier. Ouders: Gillis Reynoltss; 
get.: Reyer Jacobss, Jan Witmaersen, Elisabeth 
Nieumans, Teuntien Valentijns. 

— Februari 3. Francisca. Ouders: Matthijs Negro 
en Philippa; get: Bastiaen Gonsalvo, Maria 
Sarana. 

— Februari 10. Anna Maria. Ouders: Frederick 
Hellingh en Anna Maria. 

Henrick en Anneken. Ouders : Jan Henricksen en 
Emelia Janss; get.: Andries Daultruy, Paulus 
Pieterss, Reyer Jacobss, Anneken Pieterss, Lijs- 
beth Ras. 

Februari 17. Nicolaes. Ouders: Cornelis Bayer 
en Classie Claess; get: Dhr. Jacob Stachouwer. 

— Meert 14. Jacob. Ouders: Hans Nats van Lubeck, 
en Catharina Bents; get : Jan Jacobss, Abigail 

I Christoffels. 

1 — Meert 21. Johannes. Ouders: PadrickMagnus en 
! Maria Longspce; get.: Daniel de Clerck, Willem 
i Abbeth, Magdalena Brand, Neeltien Abels. 
! — April 4. (N. N.) Ouders : Willem Stafford en Elisa- 
I beth Staffords; Sedneum van Poynts, Adriaen van 
1 der Heyde, Anneken, Sandelijns, Regina Dircksen. 
j Ferdinandus. Ouders: Hans Blaeuw en Magda- 
lena Christiaens; get: Andriess, Anna 

j Wamsteyns, Magdalena Doorschot. 

I (N. N.). Ouders: Harman Henrickss enjanneken 

! Henricks; get.: Jaques Hack, Paulus Vermeulen, 

i .... Bogarts, .... Becx. 

i — Apr. 15. Jacob. Ouders: Ysaac Wevel en Maria 
Wevels; get.: Laurens Comeliss, D. Corfi. Broeck- 
man, Anneken Janss, Anna Listry. 
Matthias. Ouders : Cornelis Luy tenbach en Catha- 
rina Hasens; get: Ysaac Piron, Matthes de 
Nieff, Counradt Hildt, Martha Paffhi. 

— Apr. 17. Johannes. Ouders: Paulus Pieterss en 

Anneken Jasparss; get: Hans Willems, 

Solers. 

1:^ 



1638. 



Gillis. Ouders: Gevalia Porre en CcrJden ÏJ.^rina Porre; 
get: Joost du Forée, Henrick Abbrost, Maria 
Houzet Jaquelina Pocker. 

May 12. Neeltien. Ouders: Claes Nannes en 
Janneken Janss; get: Harman van Leen, Jan 
Bayer, Geertruyd Struck. 

May 16. Jonas. Ouders: Jan Asmus; get.: Hans 
Ruyter, Jurriaen Hanssen, Maria Willemss. 
Thomas. Ouders: Thomas Hall; get: Willem 
van Haerlem, Susanna van Hoogstraten, Jan- 
neken Claes. 

Juny 9. Barteleni. Ouders: Bastiaen Martijn; 
get: Bartileni de Petyt, Anna Ie Parillier. 
Juny 20. Laurens. Ouders: Laurens Hiols en 
Catharina Groencvelt; get.: Willem van Beuke- 
lom, Lijsbeth Janss. 

Juny 30. Jan. Ouders: Jan Christoffels; get: 
Dirck van Hoogstraten, Willem van de Graeff. 
Maria. Ouders: Laurens Jurriaenss. 
Lijsbeth. Ouders: Pieter Janss. v. Swoll en Doro- 
thea Crousen; get: Jan Listry, Jacob Cloet, 
Wybrich Crousen, Titien Evertss. 
July 18. Henrick. Ouders: Willem Henricx; get: 
Hugo Graswinckel, Jan Barentss. 
July 25. Helcna. Ouders: Gerret Busmaker; get« 
Cornelis Dircksen, Harman Henricx, Anneke 
Janss. 

Maria. Ouders : Gerret x\gesen en Frouke Hille- 
brants; get.: Jan Barents, Elisabeth Crispijns. 
July 28. Sebastiaen. Ouders: Hans Tillenberch; 
get.: Sebastiaen Beyer, Ariaen Janss, Janneken 
Comeliss, Baldina Andriess. 
Thomas. Ouders : Walther Smith ; get. : Frangoys 
Herrison, Jan Vos, Trijntie Pieterss, Frouke 
Thomass. 

Ysaac. Ouders: Jan Broeckman en Ariaentje 
Broeckmans ; get. : Rpeloff Barents , Susanneke 
Blaew. 

Aug. I. Cornelis. Ouders: Jan Gustayn en Eli- 
sabeth Philips; get.: Johannes Engelbrecht, 
Paulus Pieterss , Allard Hall , Catharina van 
Blijenburch. 

Aug. 8. Marrittien. Ouders: Harman Elderts en 
Magdalena Janss; get: .... Molijn, Nathaniel 
Morel, Dorothea Crousen, Elsken Thomass. 
Aug. 25. Robbert. Ouders: Frangoys Herrison; 
get: Thomas Barentss, Walther Smith, Lijsbeth 
Striffiy. 

Aug. 28. Lijsbeth. Ouders: Willem Abbet en 
Margrieta Janss; get: Eliais Vinck, Lijsken Janss. 
Bastiaen. Ouders: Dirck Waren; get.: Paulus 
Jean, Blanche Gickine. 

Medegedeeld door C. J. Wasch. 

vj\U\ (Wordt vervolgd). 



% 



Digitized by 



Google 



145 



i:yJ4^^ 



De onde kerkregisters in ons land. 



BLEISWIJK. 

In het oud gemeetearchief zijn aanwezig de navol- 
gende doop-, trouw- en begrafenisregfisters : 

Doopboeken van Gereformeerden van 9 Maart 1642 
tot 12 December 1734 en van 8 Januari 1735 tot 12 
Januari 18 12. 

Doopboeken van Remonstranten van 18 October 
167 1 tot 22 Februari 1733 en van 3 Mei 1733 tot 2 
Januari 1812. 

Trouwboek van Gereformeerden van 2 Augfustus 
1720 tot 17 November 181 1. 

Trouwboeken voor baljuw en schepenen van i Ja- 
nuari 1779 tot 27 Maart 1802 en van 16 Juli 1802 tot 
30 Mei 181 1. 

Huwelijksproclamatiën van 1754—1768. 

Idem van 1770—1796. 

Idem van 1797 — 1805. 

Register wegens het recht op het trouwen van 1 
October 1717 tot 31 December 17S1. 

Register wegens het recht op het begraven van i 
October 1717 tot 29 December 1781. 

Register wegens het recht op het begfraven en 
trouwen : 

Begraven van 2 Januari 1782 tot 31 December 1805. 

Trouwen van 1 Februari 1782 tot 26 October 1805. 

Register- van overledenen van 1 Januari 1806 tot 
28 December 181 1. 

In het archief der Nederlandsch Hervormde kerk 
te Bleiswijk: 

Een register van notulen van den kerkeraad, ook 
bevattende de namen van gehuwden van 1 7 November 
1619 tot 3 Juli 1718. 

BLESKENSGRAAF EN HOFWEGEN. 

Doopregisters der Gereformeerden aldaar loopen van 
I de jaren 1674 tot en met 1812 in 2 banden. 

Trouwboeken van de kerk, loopende van 1674 tot 
1813 in I band. 

De grafboeken van de Groote-kerk loopen van 1 7 1 9 
tot 1795 in één band. 

De gfraf boeken van het kerkhof loopen van 1795 
tot 1811. 

BLOEMENDAAL. 

Het doopregister der Hervormde gemeente alhier 
loopt van de jaren 1740 — 1812 in 1 band. 

Het doopregister der Roomsch Katholieken te Bloe- 
mendaal loopt van de jaren 1632 — 17 39. in 1 band. 

Het doopregister der Roomsch Katholieken te 
Overveen loopt van de jaren 1697— 1812, alsmede het 
trouwboek van 1697—1811, te zamen in 1 band. 

Het doopregister alsmede het trouwregister der 



Roomsch-Katholieken te Yogelenzang loopt van de 
jaren 1805 — 1812 in i band. 

Trouwboek der Hervormde kerk te Bloemendaal 
van 1740 — 1811 in 1 band. 

Gemeente trouwboek van 1795 — 181 1. 

Doodboek van Bloemendaal, Overreen en de Vogelen- 
zang van 1675 — 1812 in i band. 

Grafboek van 1765 — 1812 in 2 banden. 

BLOKKER (1). 

Doopregister der Katholieke gemeente binnen de 
stede Westwoude (1), loopende van 27 Januari 1793 
tot 18 December 1803. In hetzelfde deel: 

a. Doopregister van de Roomsch Katholieke ge- 
meente te Bluuenwgzend, loopende van 10 December 
1792 tot 5 December 1801. 

6. Doopregister van de Roomsch Katholieke ge- 
meente te Oo8ter-Blokkcr, loopende van 17 September 
1792 tot 18 October 1804. 

c. Doopregister der Roomsch Katholieke gemeente 
te Wester-Blokker, loopende van 6 November 1792 tot 
16 Augustus 1804. 

Doopregister der Katholieke gemeente te Wester- 
Blokker, loopende van 26 Maart 1715 tot 2 Maart 1817. 

Doopregister der Gerelormeerde kerken binnen de 
jurisdictie der stede Westwoade, beginnende met 30 
September 1792 tot 4 Mei 1811. 

Doopregrister der Gereformeerde gemeente te Ooster- 
Blokker, van 23 September 1792 tot 13 Maart 1811. 

Doopregister der Gereformeerde gemeente te Wester- 
Blokker, loopende van 2 September 1692 tot 3 
Maart 1811. 

Doopregister der Hervormde gemeente van Ooster- 
Blokker, loopende van 7 December 1738 tot 22 Februari 
1817, en in hetzelfde deel: 

Huwelijksregister der Hervormde gemeente te Ooster- 
Blokker, loopende van 18 F'ebruari 1781 tot 11 
Maart 18 10. 

Register van aangiften tot ondertrouw binnen de 
stede Westwoude, c. a. loopende van 4 Januari 1806 
tot 25 Mei 181 1. 

Huwelijksregister der getrouwde en geproclameerde 
personen te Wester-Ulokker, loopende van den 2 Februari 
1794 tot den 21 Januari 18 10. In hetzelfde deel: 

a. Register der gedoopten, loopende van 19 Mei 
1794 tot 29 December 1816. 

è. Register van lidmaten der Hervormde gemeente 
te Wester-Blokker, 1794— 1809. 

Huwelijksregister van schepenen der stede West- 
wonde, loopende van primo Januari 1696 tot 28 De- 
cember 1749. 

Huwelijksregister der Katholieke gemeente van 



(1) Westwoud en Blokker waren vroeger eene gemeente. 



^ 



r^ 



Digitized by V:iOOQIC 



~m 



— 146 — 



Ooster- en Woster- Blokker, loopende van 2 2 April 1720 
tot 6 September 181 1. In hetzelfde deel: 

Doopregister der Katholieke gemeente van Ooster- 
en Wester- Blokker, loopende van den 26 Maart 1715 
tot 2 Maart 1814. 

Trouwregister der gemeente Westwoad» c. a. loopende 
van I Januari 1806 tot 26 April 1817. 

Aangevinge en ontvang van het middel op het 
trouwen der gemeente Blokker, loopende van 14 Januari 
1804 tot 28 December 1805. 

Aangevinge en ontvang wegens het middel op het 
begraven loopende van 1 2 Januari 1 804 tot 2 7 April 1817» 

BLOKZIJL. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar loopen 
van de jaren 1644 tot en met 1815, in 3 banden. 

Protocol der huwelijks- en kerkeraadsproclamatiën 
en bevestigingen van de jaren 1767 tot en met 1814, 
in een band. 

Trouwboek der Gereformeerde-kerk van af 1767 tot 
en met 1802, in 3 banden. 

Trouwboek der ledematen van de Mennoniten ge- 
meente van af 1751 — 1802 en kinderboek van af 1754 
tot en met 1802, in één band. 

BOCHOLTZ. 

Een doopboek van 5 April 1795 — 31 December 1815. 

Een trouwboek van 20 November 1794 tot 31. Decem- 
ber 181^5. 

Een^ sterfregister van i November 1794 tot 24 Novem- 
ber 1817. 

BODEGRAVEN (4). 

De doopboeken der Nederlandsche Hervormde ge- 
meente van Bodegraven loopen van i Januari 1700 tot 
19 Mei 181 2 in 2 banden. 

Het doopboek der Evangelisch Luthersche gemeente 
loopt van 1629 — 18 September 18 12. 

Verder vindt men in het archief: 

Een register van trouwen en begraven loopende van 
8 October 17 11 tot 31 Maart 1730. 

Een dito loopende van 6 April 1730 tot 15 April 175 1. 

Een dito, loopende van 23 April 1751 — 16 October 

«795- 

Een trouwregister loopende van 15 April 1730 tot 
23 November 1794. 

Een register van huwelijks-aangiften van 2 October 
1795 tot 6 November 1803, 

Een, register van aangiften van overiijden loopende 
van 15 April 1751 tot 29 December 1780. 

Een begrafenisregister loopende van 27 October 1762 
tot 7 Juni 1788. 



(1) De bescheiden der Boomaoh Katholieke gemeente berusten 
ter Secretarie van de gemeente ZwftmnienUM. 



Een register van begraven loopende van 1781 tot 
1794 en van 1795 tot 30 December 1805. 

Een register van overlijden loopende van 14 Juni 
1788 tot 30 Januari 18 12. [ 

BOEKEL. i 

De doopregisters der Roomsch Katholieken aldaar 
loopen van de jaren 1630 tot 1696 in één band. { 

De doop- en o verlij denregisters van als boven loopen j 
van 1696 — 1770 in één band en van 1770 — r8o6 in 
één band. 

De huwelijksregisters of trouwboeken der Roomsch 
Katholieken loopen van 1630 — 1801 in één band. 

De doop- overlijden- en huwelijksregfisters van als 
boven loopen van de jaren ï8ii — 1813 in éen band. 

De doopregisters der als boven loopen van 1807 — 
181 1 in één band. 

Van de jaren 1801 tot 181 1 der huwelijksregfisters 
of trouwboeken der Roomsch Katholieken als boven, 
is een lacune. 

BOLSWARD. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar, loopen 
van de jaren 162 r tot 181 2, in 7 banden, waarvan dat 
van 1621 tot 1637 voorkomt in het trouw- en pro- 
clamatieboek van 1607 tot 1633, en dat van 1720 tot 
1766 en. van 1766 tot 1771 van weerszijden is aange- 
legd. Het Roomsch Katholiek doop- en trouwboek 
(wellicht van den H. Franciscus) loopt, het* doopboek 
van 1765 tot 1813, en het trouwboek van 1724 tot 
1764, in I band. 

Het Roomsch Katholiek doop- en trouwboek van 
den H. Martinus-kerk loopt, het doopboek van 1754 
tot 18 13, en het trouwboek van 1776 tot 1797, in 
I band. 

Het geboorteboek der Doopsgezinden^ in i band, 
is aaagelegd 13 Juni L794 en bevat de namen en ge- 
boorte-datums van. de toen in leven zijnde Doopsge- 
zinden, en loopt tot 1813, 

Aangaande aldaar voltrokken en afgekondigde hu- 
welijken vindt men. in het archief; 

Trouw- en proclamatieboeken der G€reformeerden 
aldaar, loopen van 1607 tot 181 1 in 10 banden> waar 
van dat van 1607 tot 1633 voorkomt in het dooprer 
gister van 1621 tot 1637. 

Trouwboeken der Roomsch Klatholieken zqn hier- 
voren onder de doopregisters omschreven. 

De doodroUe van Bolswaurd, loopt van 1794 tot 
1806, in I band. 

DEN BOMMEL. 

Doopboeken: van 1663— 1705, van 1663 — 17^7, en 
van 1727 — 1812. 

Trouwboeken: van 1667 — 1726 en van 1727 — 1795. 



Digitized by 



Goögle 



BORCÜLO. 

Burgerlijke huwelijken van Borculo, Geesteren, Gel- 
selaar en Uauirlo van 1796 — 181 1. 

Trouwboek van Borculo 1666 — 1810. 

„ „ Geesteren 165 1 — 181 1. 

„ „ Gelselaar 1695— 18 11. 

Doopboek „ Borculo 1616 — 18 11. 

„ „ Geesteren 1651 — 1811. 

„ „ Gelselaar 1695 — 18 11. 

Doodboek van Borculo, Geesteren en Gelselaar van 

1742 — 181 1. 

BORGHAREN (Limburg.) 

De Doopregisters der Roomsch Katholieken van 
af 1596. 

De Registers van overlijden van af 1599. De re- 
gisters der huwelijken van af 1776 allen Roomsch 
Katholiek, 

BORKEL EH SCHAFT. 

Een Roomsch Katholiek doopregister van Borkel 
en Schaft van 17 15 — 1749 in één boek. 
Huwelijksregister van 1716 — 1760. Idem. 
Doopboek van 1750 — 18 10. Idem. 

Verder is ons niet bekend dat er kerkregisters bestaan. 

BORN (IX 

Bom en Bochten. Register van geboorte van af 16 
Mei 1624 tot en met 9 October 1738. 

Register van huwelijksvoltrekkingen van 19 Mei 1624 
tot en met i Augustus 1740. 

Regfister van overlijden van 13 Juli 1624 — 26 Febru- 
ari 1738. Dit alles in één band. 

Register van geboorten van af 26 Juli 1736 tot 6 
December 1801. 

Register van huwelijken van 14 October 1736 — 19 
Maart 1801. 

Reg^isler van overlijden van 12 October 1736 — 28 
October i8oi. Alles te zamen in één band. 

Baehten. Register van geboorten va» 17 Augustus 
1746 — 23 Augustus 1798. 

Regisfler van huwelijken van 1 October 1747 — 30 
Deeember 1797. 

Regieter van overlijden van 29 September 1746 — 
23 Juni 1798. Dit ook in één band^ 

Bottam. Register van geboorten van af 8 October 
1650 — 13 April 1807. 

Register van huwelijken van 4 October 1650^-* 18 
November 1806. 

R^fister van overlijden van 18 October 1654—21 
Mei 1806. Dit in twee banden. 

Deze registers berusten ten gemeentehuize. 

Bij den pastoor te Holtani berust nog een^ registert^ 



(1) Bom en Bttchttfii waren vroeger vereenigd. 



47 — 

bevattende de geboorten van 1615 — 22 Maart 1649 
en de huwelijken van af 28 Januari 161 8 tot 7 Janu- 
ari 1649. 

BORNE. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar loopen 
van de jaren 1728 tot en met 18 12 in twee banden. 

Het doopregister der Roomsch Katholieken van het 
dorp Bome loopt van de jaren 1722 tot 18 12, in i band. 

Dat van de Roomsch Katholieken in de buurtschap 
Uertme loopt van de jaren 1754 tot 181 2 in één band. 

Dat van de Roomsch Katholieken in de buurtschap 
Bornerbroek loopt van 1799 tot 1812, in één band. 

Het geboorteregister der Doopsgezinden loopt van 
1735 tot 1812, in één band. 

Het register van overlijden over de geheele gemeente 
loopt over de jaren 1806 — 1812. 

BORSSELE. 

Trouwregisters der Hervormden van de jaren 16 18 
tot 18 10. 

Doopregisters der Hervormden, van de jaren 161 8 
tot 1810. 

BOVENCARSPEL. 

Doopregisters der Gereformeerden van af 1580 tot 
1811 in drie banden. 

Doopregisters der Katholieken van af 1721 tot iSii 
in I band. ' 

Trouwboeken van af 1757 tot 181 1, in 2 banden. 

Grafboek van 1726 — 1734 in één band. 

BOXHEER. 

De doop-^ huwelijks- en overlijdensreg^ters der 
Roomsch Katholieken van de parochiale kerk alhier, 
te zamen in 5 banden^ loopen: 

1^. De doopregisters van 21 November 1667 tot 
7 Januari ï8if. 

2*. De huwelijksregisters van 24 December 1667^ 
tot 30 September i8ro. 

3^ De overlijdensregisters van 10 Januari póóft 
tot 7 December 1810. 

Het trouwboek van de gjemeente loopt van 16 April 
1804 tot 22 December 18 10 in i band. 

BOXTEL 

Doopboeken van de Gereformeerde gemeente van 
Boxtel en Esch» No. i. 165.7 — 1782. No. 2. 1783— 1810. 

Doopregisters van den pastoor. No. 3. 1720 — 1747. 
No. 4. 1748 — 18 IK 

Trouwboek. No. 5. 169a — 1704. 

Register van overlijden. No. 6. 17^ — 1810; 

BRAKEL 

Doop*- en Trouwboek van 1640 — 1677 Nederlandsch 
Hervormd. 
Doopboek van 1677 — ^7^2 Idem. 



Digitized by V:iOOQIC 



— 148 — 



Doopboek van 1732 — 1810 Idem. 
Trouwboek van 1732 — 1810 Idem. 
Trouwboek van 1796 — 1810 Idem. 
Begfraafnisboeken van 1788 tot 18 10. 

BRANDWIJK EN GIJBELAND. 
Een doopregister loopende van 1702 tot 18 12 in 
2 deelen. 
Een Trouwboek van 1702 tot 181 1. 

BREDA. 

Doop-, trouw- en begrafenisregisters, berustende bij 
het gemeentebestuur. 

Doopboeken van de Groote-kerk, loopende van 15 
October 1637 — ï^ December 18 10 in 10 banden (N®. 
2091 — 2100 van den inventaris). 

Registers van de personen, die in de Gereformeerde 
kerke binnen Breda zijn ondertrouwd en getrouwd 
sedert October des jaars 1637, als wanneer de stad 
onder de gehoorzaamheid van Hun Hoog Mogenden 
is gereduceerd, loopende van af October 1637 — 2 Juli 
1810, in 13 banden (N^ 2 1 o i — 2113 van den Inventaris). 

Trouwboek van Protestanten en Roomschgezinden, 
die met den anderen in ondertrouw zijn opgenomen, 
en vervolgens in den huwelijken staat bevestigd zijn 
van 12 December 1750 — 3 Mei 1795. Met alphabetisch 
register (N^i 21 14 van den inventaris). 

Manuaal van begraven lijken van 20 November 1705 
tot 7 October 1707. 

Manualen van de rentmeesters van de Groote-kerk 
wegens begraven. 

Mattheus van de Laar 10 October 1745- ^o October 
1790, 23 banden. 

Idem Theodorus Knibbe. 10 October 1790 — 2 Janu- 
ari 1806, 5 banden. 

Idem Jacob Middelaar 1 Januari 1807 — 25 April 1809, 
1 band. 

Achter ieder van deze manualen is een alphabetisch 
register. 

Doopboeken van de Roomsch Katholieke-kerk in 
de Brugstraat van: 

3 April 1582 — 16 Juni 161 3. 
14 Juni 1625 — 10 Januari 1626. 
I Januari 1626 — 8 Maart 1634. 
16 Maart 1634—22 November 1642. 
23 Juli 1640 — 22 November 1642 en verder 

6 October 1646 — 8 NoVember 1672. 
11 Januari 1649 — 28 October 1665. 

3 Januari 1646 — 6 Februari 1672. 

7 Maart 1674 — 24 Mei 1701. 

25 Mei 1701 — 29 December 1757. 
I Januari 1758 — 27 December 1781. 

4 Januari 1782 — 3 Januari 181 1. 
Doopboeken van de Roomsch Katholieke-kerk in de 

Nieuwstraat (Hic liber oratorii Romano Catholici siti 
in Nova platea, vulga Nieuwstraat). 



19 Januari 1649—8 December 1667. 

Trouwen van 7 Mei 1650 — 1 December 1666. 

Idem van 31 Mei 1668—30 December 1673. 

Idem van 28 Januari 1668—18 December 1695. 

Idem van 25 Januari 1668 — 18 December 1695, 

De drie volgende aan de achterzijde trouwen i Ja- 
nuari 1696 — 31 October 18 10, 3 banden. 

Doopboeken R. P. Societatis Jesu van 19 October 
1648—23 September 1662. 

Trouwen van 23 April 1650—8 Juni 1656. 

Idem van 19 October 1662—17 October 1693. 

Idem van 23 Januari 1674 — 20 December 1693. 

Idem van 8 Januari 1694 — 31 December 1703. 

In extremi munitis i Januari 1694 — 9 Mei 17 13. 

Trouwen van 24 Januari 1694—29 Januari 17 13. 

Idem van 2 Januari 1704 — 30 December 1747. 

Idem van 3 Januari 1748 — 28 December 18 10. 

Manualen van ontvang en uitgaaf der rentmeesters 
der kleine of Merkendaalsche kerk 17 19, 1725 en 1726. 

8 December 1782 — 24 Februari 1799 i^ 4 banden. 

13 Maart 1799 — 31 December 1802. 

1 Januari 1803 — 31 December 1806. 

Januari 1807 — April 1809 (ontbreekt.) 

27 April 1809 — 7 Januari 18 12. 

Doopboeken van de Luthersche gemeente 10 Januari 
1649 — 5 Augustus 1745. 

Naamregister dergeene die hare geboden hebben 
laten uitroepen, 1671 — 1723. 

5 September 1745 — 11 Juli 1810. 

Copie authentique vérifiée de Tancien régistre des 
baptêmes célébrés dans Téglise reformée Wallone a 
Breda depuis 9 Septembre 1607 — 3 Juillet 1757, et 
régistre original des baptêmes qui ont été administrés 
depuis 10 Juillet 1757 — 18 Novembre 181O. 

Copie du régistre des baptêmes 7 Février 1758 — 
29 Juin 18 10. Régistre des fian9ailles de Téglise reformée 
Wallone de Breda, en conséquense d'une résolution du 
vénérable consistoire du 12 Novembre 1793. 13 Juin 
1793 — 11 Juin 1807. 

Celui c'est copie authentique des anciens régistres 
des fiangailles de Téglise reformée Wallone a Breda. 
II Décembre 1681 — 2 Septembre 1779. Régistre 
original des fiancjailles et bans de mariage, 26 Mars 
.780 — 18 Novembre 1810. 

Doop- en trouwboek van het regiment Waalsche 
grenadiers, 18 Juni 1748 — 23 Februari 1795. 

Registrum omnium defunctorum militum a creatione 
legiones Bypololistorum Wallonum Excellentissime 
Dm Generalis Comités de Lillers 1 Januari 1748 — 
II Juni 1802. 

Registrum baptismale et matrimoniale legionis Dra- 
cónum Wallonum. Domini de Wassenaer. 

18 October 1711 — 19 Jannari 1775. 

(Wordt vervolgd). 



.:5 



'Digitized by 



Google 



— 149 — 



Maamlijst der Raden in 't College der Magistraten 
te Brielle in de jaren 1618—1794. 



1618. 
16 19. 
1620. 

1621. 

1622. 

» 
1623. 

1624. 
> 

1625. 

1626. 

1627, 
> 

1628. 

» 
1629. 

> 
1630 

1631. 



1632. 
» 

» 
1634, 

> 

» 

1636. 

1637. 



» 

1638. 

1639. 

» 
1640. 

1641. 



Joris Gerritsze Laeckencooper. 
Anthony Tael. 

Willem Allertsze van G^uwenhoven. 
Jan Jansze Inner (Taerling.) 
Pieter Melsze Nocque. 
Pieter Jansze van Schoor. 
Joris Gerritsze Laeckencooper. 
Leendert Jansze de Wit. 
Jan Jansze Taerling. 

Leendert Bartholomeusze van der Strick. 
Mr. Johan Gans. 

Comelis Lodewijksze Arkenbout 
Gerrit Meeuwestein. 
Pieter Jansze van Schoor. 
Nicolaas Reijersze van der Loeten. 
Pieter van Almonde. 
Abraham Q>nimersteyn. 
Paulus van der Nieustadt. 
Joris Gerritsze Laeckencooper. 
Jan Pietersze Lelievelt. 
Abraham Commersteyn. 
Johan van Dijk. 
Jan Pietersze Lelievelt. 
Simon Gijsbrechtsze van der Poth. 
Abraham Commersteyn. 
Joris Gerritsze Laeckencooper. 
Leendert Bartholomeusze van der Strick. Ge- 
storven zijnde, werd hij 21 Febr. 1632 vervangen 
door Hubrecht Verbeeck. 
Jacob Pieter Zegersze (de Jongh). 
Hendrik Jansze. 

Simon Gijsbrechtsze van der Poth. 
Nicolaas Reijersze van der Loeten. 
Hubrecht Verbeeck. 
Otto Sem. 
Hugo Welhoek. 
Abraham Commersteyn. 
Jacob van der Goes. 
Hubrecht Verbeeck. 
Hugo Welhoek. 

Jacob Pieter Zegersz. (de Jongh). Gestorven zijnde, 
werd hij 2 Jan. 1638 vervangen door Comelis 
Andriesze de Jongh. 
Comelis Buys. 
Hubrecht Verbeeck. 
Jacob de Vogel. 
Willem Adriaansze Goudswaert 
Quirijn Quirijnsze. 
Hubrecht Verbeeck. 
Jan Dirksze Schrobbeling. 
Quirijn Quirijnsze. 



1041. 
1642. 

» 
1643. 

» 
1644. 

» 
1645. 

1646. 

1647. 

1648. 

1649. 



» 
1650. 

1651. 

» 
1652. 

> 

1653- 
» 

1654. 

1655- 

1656. 
> 

1657- 

1658. 

» 

1659. 

1660. 

» 
1661. 

> 
1662. 

> 

1663. 

1664. 

» 
1665. 

» 
1666. 



Willem Jorisze Lakenkooper. 

Hubrecht Verbeeck. 

Hendrik Wilma. 

Comelis Buys. 

Johan van Almonde. 

Hubrecht Verbeeck. 

Mr. Bemardijn Ormea. 

Dr. Johan Swinnas. 

Reinier van der Loeten. 

Isaac van Son. 

Pieter. Pietersze Nocque. 

Johan van Dijk. 

Anthony van der Noort. 

Pieter van Nocque. Overleden 20 September 1649. 

Joost Verbies. 

Johan van Dijk. Overleden 24 Jan. 1650. Den 

19 Febr. 1650 vervangen door Dr. Willem 

Swinnas. 

Pieter de Jong. 

Quirijn Quirijnsze. 

Mr. Gillis de Gerbode. 

Pieter van den Berge. 

Johan van Almonde. 

Isaac van Son. 

Mr. Comelis Briel. 

Johan van Almonde. 

Johan Iserman. 

Aart van Riele. 

Pieter van den Berge. 

Pieter van Almonde. 

Johan Iserman. 

Aart van Riele. 

Isaac van Son. 

Johan Eliasze Venlo. 

Adriaan Cleijburg. 

Pieter van den Berge. 

Reinier van der Loeten. 

Isaac van Son. 

Abraham Nolthenius. 

Pieter van den Berge. 

Jacob Overheijn. 

Johan Venlo. 

Adriacn Cleijburg. 

Aart van Riele. 

Johan van Almonde. 

Johan van Divoorde. 

Johan Venlo. Overleden 11 Jan. 1667. 

Mr. Jacob Commerstein. 

Lenaert Warbol. 

Pieter de Jongh. 

Pieter de Winter. 

Abraham Nolthenius. Gecommitteerd als raad 

ter Admiraliteit te Rotterdam, werd hij 2 Mei 

1667 vervangen door Adriaan van Almonde. 



Digitized by 



Google 



i 






i^ 






— it 


)0 — 




1666. Adriaan Brasser. 






1690. Willem van Butten. 




1667. Aert van Riele. 






1691. Mr. Petms Franciscus Gomams. 




» Comelis de Haas. 






» Willem Clotterbooke. 




1668. Pieter de Jongh. 






1692. Bemard van Dijk. 




» Dr. Willem Swinnas. 






2> Comelis Cleijbürg. 




1669. Johan van Almonde. 






1693. Mr. Jacob Commerstein. 




» Barend van Dijk. 






» Mr. Pieter Molewater. j 


1670. Comelis de Haas. 






1694. Mr. Pieter van Almonde. 


» Maarten Burgvliet. 






» Mauritius de Mirell. 


1671. Mr. Jacob Commerstein. 






1695. Ant. van den Bergh. | 


» Adriaan Coppert. 






» Hendrik van der Stranden. J 


1672. Abraham Nolthenius. 






1696. Mr. Fran^ois Adriaan van Leiden van Leeuwen. [ 


» Dirk Kevelaar. 






» Mr. Eduard Gallas. 




1673. Maarten van der Fuijk. 






1697. Mr. Petrus Franciscus Gomarus. 




» Herman van Leeuwen. 






» Johan Magerus. 




1674. Adriaan Copper. 






1698. Willem Clotterbooke. 




» Harper Molewater. 






» Hendrik van der Stranden. 




1675. Pieter Lakenkooper. 






1699. Dr. Antony Taal. 




» Glaudy de Jongh. 






» Mr. Pieter Molewater. 




1676. Luart Vasthoff. Gestorven 


zijnde werd 


hijsjulij 


1700. Mr. Petrus Franciscus Gon\ams. 




1677 vervangen door Johan Tedingh 


Berkhout 


» Willem Clotterbooke. 




de jonge. 






1701, Bernard van Dijk. 




» Wolfert Slingelant 






» Mr. Pieter Molewater. 




1677. Adriaan Copper. 






1702. Willem Clotterbooke. Gestorven zijnde, werd hij 




» Dirk Kevelaar. 






7 Sept. 1703 vervangen door Mr. Pieter Mole- 




1678. Willem van Walcheren. 






water. 




» Dirk van Egmont. 






> Isaac de Winter. 




1679. Johan Teding Berkhout. 






1703. Comelis Warbol. 




» Harman van Leeuwen. 






» Mr. Comelis Breeman van der Hage. 




1680. Comelis Taal. 






1704. Dr. Antony Leenmans. 




» Johan Hage. 






» Jacob Hage. 




1681. Johan Tedingh Berkhout. 


Gekozen in 't CoU. 


1705. Bernard van Dijk. 




van Gec. Raden, werd hij 


9 Mei 1682 vervangen 


» Hendrik van der Stranden. 




door Willem van Walcheren. 




1706. Comelis Hoogerwerf. 




» Johan Brasser. 






> Gideon van Rest. 




1682. Maarten van der Fuijk. 






1707. Pieter Hoogwerf. 




» Willem van Butten. 






» Johan Kintsius. 




1683. Willem Keiser (Kaiser). 






1708. Jacob Hage. 




> Pieter van Dam. 






» Cornelis Hoogerwerf. 




1684. Willem van Walcheren. 






1709. Gerard Slaats. 




» Harper Molewater. 






» Willem Keiser. 




1685. Johan Hage. 






1710. Dr. Antony Leenmans. 




» Mr. Cornelis Breeman van 


der Hage. 




» Reinier van Dijk. 




1686. Wolfert Slingeriant. 






171 1. Mr. Willem van Almonde. 




» Jacob van der Poel. 






» Johan Gallas. 




1687. Willem Kaiser. 






17 12. Dr. Franciscus Petrus Gomar. Onder-secretaris 




> Antony van den Bergh. 


• 




geworden zijnde, werd hij 24 April 17 13 ver- 




1688. Gerbrand Hoogerwerf. 






vangen door Willem de GraafF. 




» Cornelis Poortermans. Gestorven zijnde, werd 


» Willem van Rest. 




hij 16 Nov. 1688 vervangen door Cornelis van 


1713. Johan Gallas. 




Couwenhoven. 






> Jacob Stehouder. 




1689. Ant van den Bergh. 






17 14. Cornelis van Almonde. 




» Dr. Anthony Taal. 






» Mr. Cornelis Fannius. 




1690. Comelis Warbol. 






17 15. Mr. Johan Deijm. 








¥j 





Digitized by 



Google 



— 151 



1715- 

> 

1717. 

1718. 

1719. 

1720. 
1721. 
1722. 

1723- 

» 

1724. 
1725. 

1726. 

1727. 

» 

1728. 

1729. 
1730. 

1731- 

> 

1732- 

» 

1733. 

» 

1734- 

1735- 
> 

1736. 

1737- 

1738. 

Ï739- 

» 

1740. 

1741. 
> 



Mr. Willem van Almonde. 

Antony van Helsdingen. 

Mr. Cornelis Taal. 

Mr. Johan Deijm. 

Mr. Cornelis Fannius. 

Mr. Eduard Gallas. 

Ant. van Helsdingen. 

Pieter van Hoogvverff. 

Leendert Cleiburg. 

Mr. Willem van Almonde. 

Mr. Cornelis Langereis. 

Fran^ois de Mirel. 

Gideon van Rest. 

Mr. Johan Deijm. 

Willem de Mirel. 

Mr. Maurits Huygens. 

Mr. Pieter de Winter. 

Ant. van Helsdingen. 

Dr. Franciscus Petrus Gomar. 

Fran^ois de Mirel. 

Joris van Hoogwerff. 

Leendert de With. 

Pieter Bax. 

Ant. van Helsdingen. 

Cornelis Swartwout. 

Fran9ois de Mirel. 

Mr. Cornelis Hendrik van Leeuwen. 

Paulus Snellen. 

Nicolaas de la Bassecour. 

George van Hoogwerf. 

Abraham Antony de Haas. 

Fran^ois de Mirell. 

Mr. Pieter de Winter. 

Jan Aarnoud Gallas. 

George van Hoogwerff. 

Ant. van Helsdingen. * 

Paulus Snellen. 

George V9,n Hoogwerff. 

Harper Molewater. 

Ant. van Helsdingen. 

Dr. Franciscus Petrus Gomar. 

Mr. George Marcus Warry. 

Abraham Antony de Haas. 

Mr. Abraham van Helsdingen. 

Johannes van Boeijmeer. 

Mr. Cornelis Taal. 

Jan Aarnoud Gallas. 

Willem de «Graaff. 

Mr. George Marcus Warry. 

Mr. Maximiliaan van Berchem. 

Frederik Lambinon. 

Mr. Theodorus Beels. 

Dr. Jan de Witt. Gestorven zijnde, werd hij 18 

Maart 1742 vervangen door Harper Molewater. 



1742. 

1743' 

1744. 
» 

1745- 
1746. 

1747' 

1748, 

> 

1749. 

1750. 
175'- 

1752. 

1753- 

1754- 

> 

1755- 
1756. 
Ï757- 

» 

1758. 
1759- 

1760. 
» 

1761. 

» 
1762. 

1764. 

1765- 
> 

1766 
1767. 
1768. 



Mr. George Marcus Warry. 

Mr. Leendert Voogd. « 

Mr. Theodorus Beels. 

Mr. Johan Emants. 

Harper Molewater. 

Mr. Leendert Voogd. 

Mr. Antonius Perizonius. 

Adam de Graaff. 

Barend van der Salm. 

Mr. Cornelis Hoyer. 

Harper Molewater. 

Jacob Roest. 

Dr. Adriaan de Mirel. 

Adam de Graaff. 

Paulus Snellen. 

Johannes van Dam. 

Jacob Roest. 

Dr. Adriaan de Mirel. 

Mr. Cornelis Hoyer. 

Gerard Knoll. 

Mr. Andreas van der Sluijs. 

Dr. Jan Blankert. 

Albertus Johannes Sandra. 

Gerard Knoll. 

Frederik de Graaff. 

Mr. Cornelis Hoyer. 

Mr. Dominicus van Hoogwerff. 

Samuel 's Jacob. 

Jan Kooijman. 

Jan van Oosten. 

Mr. Antonius Perizonius. 

Albertus Johannes Sandra. 

Dr. Adrianus de Mirell. 

Pieter de Graaff. 

Laurens van Oosten. 

Damas Cornelis Hogendijk. 

Jan van Oosten. 

Adrianus Vermaat. 

Johannes van Dam. 

Hendrik van der Salm. 

Pieter van Andel. 

Pieter Leening. 

Hendrik van der Salm. 

Augustinus van der Crap. 

Jacob Roest. 

Mr. Andreas van der Sluijs. 

Dr. Cornelis van Dam van Aerden. 

Cornelis van IJsendoorn. 

Hendrik van der Salm. 

Pieter Poortermans. 

Jacob Cornelis Warry van Blotenburg. 

Mr. Ocker Gevaerts Johz. 

Mr. Adriaan Louis van Alderwereld. 

Mr. Jan Melvill. 



Digitized by 



Google 



"!SS 



— 152 — 



1769. 

» 

1770. 

» 

1771. 

» 
1772. 

1773- 

> 

Ï774. 
> 

1775- 

> 

1776, 
1777- 

1778. 

» 

1779- 
» 

1780. 
> 

1781. 

1782. 
> 

1783- 

» 

1784. 

> 

1785- 

1786. 

1787. 

> 



1788. 
> 

1789. 

» 

1790, 

> 
1791. 

» 

1792. 

> 

Ï793. 
> 

1794. 



Pieter Poortermans. 
Mr. Adriaan Dirk van der Eijk. 
Jacob Comelis Warry van Blotenburg. 
Mr. Adriaan Louis van Alderwereld. 
Mr. Adriaan Dirk van der Eijk. 
Pieter Leening. 
Dr. Adriaan de Mirell. 
Pieter Poortermans. 
Mr. Ocker Gevaerts. 
Mr. Adriaan Louis van Alderwereld. 
Damas Comelis Hogendijk. 
Jan Preuijt. 

Dr. Comelis van Dam van Aerden. 
Mr. Adriaan Dirk van der Eijk. 
Jacob Cornelis Warry van Blotenburg. 
Mr. Jan Melvill. 
Pieter Leening. 
Dr. Gerard Fauvarcq. 
Mr. Adriaan Dirk van der Eijk. 
Jan Hendrik Swalmius. 
Dr. Comelis van Dam van Aerden. 
Dr. Gerard Fauvarcq. 
Mr. Andreas van der Sluis. 
Pieter Graafland. 
Jan Preuijt. 
Mr. Willem Hoyer. 
Dr. Adriaan de Mirell. 
Dr. Comelis van Dam van Aerden. 
Mr. Willem Hoyer. 
Mr. Rochus Sandifort 
Jacobus Roest 
Asseurus Bressen 

Dr. Comelis van Dam van Aerden. 
Adrianus Johannes Hogendijk van Domselaer. 
Heiman Volker. 
Comelis van Sina. 
Johan Marcus Heeneman. 

Joost van Sina. Aangesteld tot stadhouder, werd 
hij 17 Mei 1788 ontslagen en 24 Mei vervan- 
gen door Assuerus Bressen 
Libertus van Bokkelen. 
Willem Christiaan van Breest Lankhorst. 
Johannes van der Minne. 
Mn Charles Gerard van Baerle. 
Mr. Pieter Hendrik Hoog. 
Jan Marcus Heeneman. 
Jan Marcus Heeneman. 
Assuerus Bressen 
Gabriel Leonard van Oosten. 
Mr. Pieter Hendrik Hoog. 
Mr. Charles ChristofFel Brender a Brandis. 
Mr. Adriaan Matheus de Wit. 
Jan Marcus Heeneman. 
Mr. Pieter Hendrik Hoog. 



1794. Johannes van der Schilt. 

De twee laatsten 28 Jan. 1795 ontslagen. 



De Brielsche Yroedschap in de jaren 1618—1794. 

(Vervolg van jaargang IV, blz, 21*]). 

Aanteekeningen^ (i). 



CRAEN. 



Jan Jacobsze Craen , op de naamlijst der Vroed- 
schappen voorkomende sub n* 4, wordt in Res. 
Vroedsch. 15 Januarij 1625 als overleden vermeld. 

Den I October 1597 werd hij te Brielle verkozen 
tot raad in 't college der Magistraten; den i October 
1605 ön daarna nog vier maal trad hij als schepen 
op (2). In 1612 door de Staten-Greneraal verkozen tot 
cRaedt ter Admiraliteyt tot Rotterdam» (3), werd hij 
in 16 15 en 1618 telkens voor 3 jaar als zoodanig gecon- 
tinueerd (4). Den I October 1621 werd hij doorDavid 
van der Heul vervangen (5;. Hij fungeerde ook als 
ontvanger van de arme middelen (6) en als wees- 
meester (7). 

Zijn vrouw Grietje Lenaerts schonk hem de volgende 
kinderen: Ariaentge, gedoopt 6 April 1588; Jacob, ge- 
doopt 14 Maart 1590; Lenaert, gedoopt 31 Maart 1591; 
Jacob, gedoopt 11 Julij 1593; Neeltgen, gedoopt 25 
November 1594; Jacob, gedoopt 18 October 1596; 
Leendert, gedoopt 18 September 1598; Jan, gedoopt 
19 November 1600; Comelis, gedoopt 12 Januarij 1603; 
Pieter, gedoopt 7 November 1604; Maritgfien, gedoopt 
19 Januarij 1607. Als doopgetuigen staan vermeld 
Jacob Comelisze Muss, Aeltge Comelisdn, Ariaentge 
Comelisdn, Magdalena Matheus, Hilleken Lenaerts, 
Jan Wijlant (8), Maerten Lijven (Lieven), Agniete 
Willems, Bartolomeus Euwoutsz. uit Den Haag, Neeltge 
Jacobs, Idetge Lenerts en Neeltge Lenerts. 

Dat Jan Craen behalve de genoemde kinderen nog 
een zoon Huijch kreeg, aan wien hij in 1622 een 



(1) Van deze en volgende aanteekeningen geldt wat ik van die 
betreffende het geslacht van Velsen gezegd heb, dat zij namelijk 
ontleend zgn aan registers, rekeningen en akten, berustende in de 
Brielsche archieven. 

(2) Ress. 1 Oct. 1605, 1609, 1610, 1612, 1623. 

(3) Res. 27 October 1612. 

(4) Ress. 27 Jnlij 1615, 17 April 1618. 

(5) Res. 7 Julij 1621. 

(6) Ress. 29 October 1608, 10 September 1616. 

(7) Ress. 27 October, 20 November I6l2. 

(8) Zie over Jan Wieland de aangehaalde Bijdrage over Tromp, 
bk. 78 en 79. 



^1 



-^ 



Digitized by 



Google 



153 



stukje €vicarielandt> overdroeg, is mij gebleken uit 
eene aanteekening, voorkomende blz. 141 vso. van het 
Bodtbouck, begonnen in 1616. 

Zijn dochter Ariaentje schonk haren man Arien 
Jansze Taerling: Geertruyt, gedoopt 21 December 1618; 
Cornelia en Catharina, gedoopt 26 Februarij 162 1, ge- 
tuigen Jan Jansze Taerling, Jan Pietersze, Marietje Jans 
en Jannetje Jansdr. 

Eene Resol. Mag. 23 December 1628 begint aldus: 
cOpt versouck van Cornelis Jansz. Wijcmans, als man 
ende voocht van Neeltgen Craensdr., naergelaeten 
dochter van Jan Jacobsze Craen, ende Maertgen 
Craensdr. (i), onmondige dochter van den voorn. Craen, 
aen de heeren van de Magistraet gedaen, te kennen 
gevende dat sij niettegenstaende verscheijden vrient- 
lijcke interpellatien aen haeren broeder Jacob Craen 

gedaen , sij niet en konnen geraecken tot reke- 

ninge van de goederen, bij affsterven van hunne ouders 
henluyden aengecoemen etc.» 

Cornelis Jansz. Wijckmans trad, als j. m. te Rotter- 
dam, met Neeltje of Cornelia in den echt te Delfs- 
haven, na 17 September 1628 te Brielle ondertrouwd 
te zijn. Blijkens een contract van 3 April 1630 leefde 
Wijckmans toen nog, maar in eene attestatie van 25 
Julij 165 1 wordt gesproken van Cornelia Jans Craensdr., 
wed** van Cornelis Wijckmans, wonende te Rotterdam. 
Uit eene attestatie van 14 April 1654 is mij gebleken, 
dat zij toen te Rotterdam overleden was. 

Haar broeder Jacob, 11 October 1626 te Brielle 
ondertrouwd met Neeltgen van Arckenbout, trouwde 
te Heen vliet, waar hij toen secretaris was. In eene 
procuratie van 22 Januarij 1630 komt hij nog als zoo- 
danig voor (2), maar in eene akte van 7 Januarij 1631 
wordt hij genoemd gewezen secretaris van Heen vliet, 
vertrokken naar Oost-Indië. 

Hoe het met de kinderen van Jan Jacobsze Craen 
gesteld was in 1654, zeg^ ons de reeds genoemde akte 
van 14 April 1654, luidende : cCompareerden Matheeus 
Harmansz. Schol ende Gerrit Claesz. van Kerchum, 
beijde poorters ende burgers deser stede (Den Briel), 
dewelcke verclaerden waerachtich te wesen, dat Jan 
Jansze Kraen, woonende mede alhier, toonder ende 
requirant deses, es de wettige ende eenighe soon van 
Jan Jacobsze Craen, in sijn leven vroetschap deser 
stede, ende oock de eenige ende volle broeder van 
Neeltge Jans Craens, zijnde mede een dochter van den 



(1) Denkelijk dezelfde als Maritgien, gedoopt 19 Januarij 1607. 

(2) De hier bedoelde procuratie begint aldus; „Compareerde voor 
Schepenen der stede van den Brijele Jacob Craen, Secretaris der 
Heerlijckheyt van Heenvlijet, ende Cornelis Wijckmans als getrout 
hebbende Neeltgen Craensdr., midtsgaders Maertgen Craensdr., kin- 
deren ende erffgenamen van wijlen Jan Jacobsze Craen, in desen 
samen vervangende en de rato caverende voor hare andere absente 
ende uytlandige broedern etc." 



voorsz. Jan Jacobsze Craen ende weduwe van Wijck- 
man, nu overleden "binnen der stadt Rotterdam, ver- 
clarende wijders dat mede alsnu egene kinderen van 
den voorsz. Jan Jacobsze Craen anders noch in leven- 
den lijve sijn als den reqt ende oock jegenwoordich 
van God de Heere met blintheijt geslagen is, ende 
sijnne gcrijnge middelen in soberheyt is consumerende, 
gevende sijluyden voor redenen van wetenschap den 
requirant jegenwoordich noch seer wel te kennen ende 
oock den voorsz. Jan Jacobsze Craen ende Neeltge 
Craen voor desen oock seer wel gekent te hebben.» 

Een broeder van Jan Jacobsze Craen was Cornelis 
Jacobsze Craen. Volgens eene aanteekening van 1589 (i) 
was die broeder toen nog onmondig. In het oudste 
der Brielsche Trouwregisters leest men, dat Cornelis 
Jacobsze Craen j. m., na 5 Julij 1592 te Brielle onder- 
trouwd te zijn, te Delft trouwde met Marijtge Lieven 
Cornelis de Waels dr., wede van Florij, in zijn leven 
luitenant van «coronel Dorp*, wonende te Delft. Het 
echtpaar kreeg Maritgen, gedoopt 22 September 1593, 
getuigen Jan Jacobsze Craen en Gerritje Jacobs (2). 

Een zuster van Jan Jacobsze Craen is genoemd in 
eene reeds vermelde attestatie van 25 Julij 1651, waarin 
op de verklaring van 3 personen (3) dat Cornelia Jans 
Craens dr., wed® van C. Wijckmans, eene dochter is 
van Jan Jacobsze Craen, volgt: cwelcke Jan Jacobsze 
Kraen heeft gehadt een volle suster, genaempt Geer- 
truijt Jacobs, welcke Geertruijt Jacobs is geweest de 
moeder van Jonathan van Luchtenburgh, overleden in 
s' Gravenhaego 

Eene aanteekening van 1578, voorkomende in *t 
Bodtbouck, begonnen 1577, blz. 26, luidt: Alsulcken 
huys ende erve ... als Maddalene Gerritsdr. huysvr. 
van Jop Jacobsze Craen, als daertoe van haeren voorsz. 
man gemachticht zijnde, vercocht heeft etc.» Deze Jop 
zal een broeder van Jan Jacobsze Craen zijn geweest. 

De Rekening der kerkmeesters van de St. Cath. 
kerk over 1518 — 15 19 heeft fol. 5 de volgende posten : 

«Van Maricken Arien Craens huysvrouwes sepulture 
ende gfroote clocke XX se. gr. 

Ende noch van denzelven Maricken eenen zilveren 
lepele onvercocht tot chiraesge van onser liever 
vrouwen.» 

In de Rek. der kerkmeesters van de St. Cath. kerk 
over 1534 — 1535 leest men fol. 4: «Van Arien Jansz. 
Craens sepulture .... X se. gr.» 

In de Thesaurie-Rekeningen over 1520 — 1521 en 
152 1 — 1522 komt onder de betaalde lij ft^enten een post 



(1) Zij komt voor in 't Bodtbouck, begonnen 1577. 

(2) Met Gillis Jorisze en Marit^e was Cornelis Jacobsze Craen 
den 5 November 1594 getuige bij den doop van Dirkgen, kind van 
Joris Jansze en Janneken Cornelis. 

(3) Eén dezer was Leentge Jacobsdr., wed* van Jacob Heijndricxe 
Schrijver. Misschien ook een zuster van Jan Craen. 



m 



Digitized by VjOOQIC 



154 ~ 



voor ten behoeve van Jan Craen. In de Thes. Rekfe- 
nijigen over 1532 — 1533 en 1533 — 1534 luidt die post: 
cAndries van Bronchorst ten lijve van Heer Jan Craen 
etc.» In de Rekening der kerkmeesters van de St. 
Cathar.-kerk over 1525 — 1526 is sprake van missen, 
gedaan door Heer Jan Craen ; in de Rekening der 
kerkmeesters van de St. Pieterskerk over 153 1 — 
1532 van een «gemet landts gecocht tegens Heer Jan 
Craen pbr. bij consente van mijnen Heere van Vutrecht 
ende zijn coUatoren;» in eene akte van 18 November 
1531 en in de Rekeningen der kerkmeesters van de 
St. Pieterskerk over 1541 — 1542 en 1542 — 1543 van 
de «capelrie van heer Jan Craen.» 

Blijkens eene ordonnantie van 21 Junij 1542 was toen 
burgemeester te Brielle Comelis Jansze Craen. Fol. 8 
van de Rekening der kerkmeesters van de St. Cath. 
kerk over 1554 — 1555 vindt men onder den ontvang 
van losrenten: «Item up huys ende erve staende in 
den Briell up den houck van tcraenslop wijlen toebe- 
hoerende Cornelis Jansz. Craen, nu derfFgenamen van 
Neeltge Pieter Mathijsz. weduwe etc.» 

In de Rekening van den burgemeester-thes. over 
1558 — 1559 vindt men fol. 37 verso dezen post: cBe- 
taelt Cornelis Jansz. Craen ende Bittert Jorisz., die 
Bastiaen den timmerman helpen rechten hebben de 
cape van de steenne vierboette ende hebben gewrocht 
elcxs 2 dagen tot 14 gr. daechs fct. 4 se. 8 gr.» 

Van deze personen zullen er wel behoord hebben 
tot het geslacht, waartoe onze vroedschap behoorde. 
De naam Craen, niet alleen te Brielle bekend (i), leefde 
aldaar voort tot op 't einde der 18^ eeuw (2). 

(1) Volgens Res. 20 Febr. 1618 leefde toen te Schoonhoven Claes 
Pietersze Craen, leverancier van „tarasch." 

(2) Den 30 Maart 1651 werd te Brielle begraven Gillis Craen, in 
leven „bailliu ende leenmannen bode 's landts van Voorne (Ress. 19 
December 4626, 16 September 1628). In eene attestatie van 15 Mei 
1631 wordt als zijn vrouw genoemd Comelia Jaspers, oud 40 jaar. 
In eene attestatie van 4 Junij 1654 wordt gesproken van Comelia 
van Hogendorp, wed* van Gillis Craen, wonende te Brielle; in eene 
aanteekening van 4656 (Bodtboeck, beg. 1644, blz. 609), wordt zij 
als overleden vermeld, en in een akte van borgtocht van 30 April 
1661 leest men van de erven van Corn. v. Hogendorp, in leven 
wed' van G. Craen. Volgens dezelfde akte was Jacob van Lantdorp, 
notaris in Den Haag, getrouwd met Johanna van Hoogendorp. Den 
25 November 4667 te Brielle gedoopt Elisabeth, dr. van Jan Craen. 
Den 22 October 1679 te Brielle begraven Jan Craan „lindewever." 
Den 6 Mei 1723 te Brielle gedoopt Goverdina, dr. van Frans Eraan 
en Heiltje Meijers. Matth^s Craan overleden te Brielle 24 Decem- 
ber 1782, nalatende een weduwe Dirkje Visser, overleden te Brielle 
25 February 1786. 

H. DE Jager. 

(Wordt vervolgd). 



Hau8 en Frits ran Grombach. 



Onder de vele vreemdelingen, die met of tijdens de 
regeering der Saksische vorsten, in het begin der 16*** 
eeuw in Friesland kwamen, behoorden ook Hans en 
Frits von Grumbach of von Grombach, wier namen 
bij de Friesche geschiedschrijvers en in de geslachts- 
registers niet onbekend zijn (i). 

In de laatste helft der i^^^ eeuw leefde in Duitsch- 
land, vrij zeker in Saksen, Georgius von Grumbach, 
ridder, die gehuwd is geweest met Vrou Fox of Fugs (2). 

Of dat cVrou», zooals de genealogisten het vermelden, 
een voornaam of een titel was, blijkt niet duidelijk, 
maar niet onwaarschijnlijk is het een eigennaam, evenals 
de namen Frau en Broer in Friesche geslachten hier 
en daar voorkomen, welk Frau misschien ook van 
Duitschen oorsprong is (3). 

Met zekerheid weten wij, dat deze echtelieden althans 
een zoon hadden, den bovenvermelden Frits, die wij 
voor het eerst in 1509 aantreffen. Dat Hans, zooals de 
heer Eekhoff wil, zijn broeder zou zijn geweest, ge- 
looven wij niet. Veeleer schijnt het ons toe, dat hij 
een oom van Frits was en dus een broeder van 
Georgius (4). 

Hans komt reeds voor in 1498. Worp van Thabor 
verhaalt van hem in zijn kroniek: «opten XKIX**" dach 
cjunii» (1498), cdes avonts, reysden wt Sneeck joncker 
«Mets, joncker Slens ende joncker Hans Grombach, die 
«met heer Wilbordt» (van Schomberg) int landt waeren 
«gecomen, met die knechten, nae Aelsum» (5). 

In 't volgende jaar werd hij den 22 Juli door de 
Groningers gevangen genomen, in denzelfden veldslag 
waarbij een der dapperste Saksische hoplieden, Nyttert 
Fox, sneuvelde. Hij schijnt echter niet lang gevangen 
gehouden te zijn, want in eene oorkonde van het jaar 
1500 wordt hij genoemd «hofman toe Leuwarden opt 
«huys», d. i. drossaard op het blokhuis aldaar, hetwelk 
twee jaren te voren gebouwd was. In datzelfde jaar 
zond hij «omtrent Sinte Thomas Apostel» (21 Decem- 
ber) eene bende soldaten naar het dorp Fcrwerd, om 
«Jemma heer Jusma huys ende Tzallingma huys», welk 
laatste aan Gerbrand Mockema toebehoorde, in brand 
te steken. De eigenaars waren tegen de Saksische 



(1) Zoo worden als Saksiscbe edelen, die naar Friesland kwamen, 
genoemd: Truchses, Warkutsch, Bataller, Mets, Slens, Phlug en 
anderen. 

(2) Zie: Nóbiliarium van Coenders, opgenomen in het Algemeen 
Nederlandsch Famüiehlad, 2de Jaarg. bladz. 90 en Bnrmaniaboek, 
H. S. In de R. D. O. Baljje van Utrecht komt op het jaar 1491 
voor: Andries van Grünbach, meester der D. O. te Utrecht, die 
mogelijk tot dit geslacht behoorde. 

(3) Zoo vindt men vermeld : Frau Burmania, Broer Meckema, ens. 

(4) Eekhoff, Beschrijving van Leeuwarden^ I, 310, zegt dit, zon- 
der eenig bewijs aan te halen. 

(5) Zie over den naam Schomberg: Eekhoff, t. a. pL, I, 377. 



^ 



Digitized by 



Google 



— 155 — 



regeering gekant en dientengevolge ballingen. Twee 
jaren later moest hij het huis van Auke Unia te 
Wirdum innemen, omdat de regeering bemerkt had, 
dat de rebellen zich daar schuil hielden en veel kwaad 
in den omtrek deden (i). 

De hertogen George en Hendrik van Saksen be- 
giftigden hem den 29 Augustus 1503 met de goederen 
van zekeren Wilke Rinia, van Stiens (bij Leeuwarden) 
daar deze «syner plichte ende eyde* scheen vergeten 
te hebben. Zij noemen Grombach daarin: «unse lieve, 
getrouwe ende Amptman to Lewarden» en schenken 
hem die goederen, als bewijs van erkentelijkheid, dat 
hij hun wijlen vader en ook hen «lange tijt trouwe- 
lycken ende wel gedient heeft.> 

Hertog George bevestigde later, in 1509, deze gift, 
in een brief, waarin hij hem «Hanse von Grumbach» 
noemt en hem betitelt als «unsemn lieben getruwen 
cRath und Amptman zu Herlingen.» Hij was dus loen 
ook reeds raad in den Hove van Friesland. Grombach 
gaf de hem geschonken goederen echter later aan de 
oorspronkelijke eigenaars weder terug, waarschijnlijk 
omdat zij den Hertog trouw zwoeren. Maar dan hebben 
zij kwalijk daaraan voldaan, want in 15 17 werden 
diezelfde goederen weder aan Frits van Grombach 
gegeven, zooals wij beneden zullen zien (2). 

Daar Hans toch in en omstreeks 1503 als drossaard 
op het kasteel van Leeuwarden zal hebben gewoond, 
mag het vreemd heeten, dat hij op eene lijst van 1504, 
bevattende namen der edelen, die den Saksischen Hertog 
trouw hadden gezworen, wordt opgenoemd onder de 
edelen van de Friesche grietenij Dongeradeel. Maar 
nog vreemder en zelfs zeer twijfelachtig is de mede- 
deeling van Napjus, in zijn Beschrijving der stad 
Sneek, dat Hans van Grombach in 1506 en 15 14 Older- 
man in die stad zou zijn geweest. In eerstgenoemd 
jaar werd hij namens den Saksischen Hertog met den 
veldoverste Vyt van Drachsdorf naar Middelstum in 
Groningerland gezonden, waar zich toen de Graaf van 
Oost-Friesland bevond, met het doel om Groningen 
in bezit te nemen. Zij moesten den graaf de vraag 
voorleggen, met welk recht hij dat zou doen (3), 

Waarschijnlijk huwde Hans met Frouck van Frauen- 
hoven, vrij zeker eene aanverwante (zuster?) van Jurrien 
van Frauenhoven, gehuwd met Barbara van Grombach, 



(1) Jancko Doüwama's Geschriften y blz. 403; Kroniek van 
Worp tan Thabor, IVe boek, 305 en Ve boek, blz. 3 en 37. Gabbema, 
Verhaal van Leeuwarden, blz. 218 (1498) en 293 (1514). Zie ook 
Inventaris van het Archief van Leeuwarden, blz. 91 (23 December 
1500 en 1502), blz. 95, 96 en 98. 

(2) Charterboek van Friesland, II, blz. 229 en 267. Hy komt ook 
voor in eene oorkonde van 12 Juli 1551 ; zie: Oork. van het St. 
Anth, Gasth. te Leeuwarden, blz. 198 en 204. 

(3) Napjus, t. a. pi., blz. 39 en 86. Worp van Thabor, t. a.pl., 
V, blz. 81 en Jancko Doxjwama, t. a. pi., blz. 133. 



welke laatste wederom eene zuster van Hans kan zijn 
geweest (i). 

Wij vonden hem voor het laatst in November 1514 
vermeld, toen hij met Louw Donia naar Sneek werd 
gezonden «in een royschip mit een kynken (klein vaatje) 
cruyts ende mit twie of drie haeckbussem, om die stad 
tegen een aanval der Gelderschen te verdedigen. Het 
was een magere versterking; een schrijver uit die 
dagen merkt eenigzins schamper op: «daer mienden 
sie die stat mede te holden.» Sneek was dan ook met 
zoo weinig verdediging weldra in handen des vijands (2). 

Vermoedelijk is Hans omtrent dezen tijd overleden (3). 
Frits van Grombach cuyt den Duytschen Adel», zooals 
WiNSEMlUS schrijft, «die met den Sassenschen Huyse 
in Vrieslandt ghecomen was ende groote diensten 
denselven ghedaan hadde», was ridder en in 1509 
hofmaarschalk te Leeuwarden, maar volgde in het 
begin van 15 15 Hans als drost van Harlingen op (4). 

Hij liet in Maart van dat jaar «de buyrte van den 
Kercke te Almenum» (bij Harlingen) in brand steken, 
«uyt afgunste dat de Geldersche, welcke nu Meester 
van de Zeekusten waren, haren Legherplaetse hier 
inne niet; hebben mochten». Korten tijd later liet hij 
de steen van het verwoeste klooster Ludingakerk bij 
Franeker naar Harlingen voeren en daarvan een zwaren 
toren nevens het Blokhuis aldaar bouwen (5). 

In ditzelfde jaar droeg de Hertog van Saksen het 
bestuur van Friesland over aan het huis van Bourgondië, 
maar eerst van lieverlede, na veel moeite en strijd, 
mocht het gelukken dit gewest geheel tot gehoorzaam- 
heid te brengen. Dit duurde meer dan acht jaren. 

Inmiddels stelde de Bourgondische regeering hier 
en daar grietslieden aan, wier officieele aanstellingen 
voor 't meerendeel in Februari 1 5 1 7 hebben plaats ge- 
had. Hiertoe werden, zooals zich denken laat, de meest 



(1) Stamboek van den Frieschen adel. Register. Jurriens dochter 
Clara huwde met Poppe van Barmania, geboren vóór 1528 eu ge- 
storven omstreeks 1597. 

(2) Kroniek van Petrus van Thabor, blz. 180. 

(3) Wij vinden nergens vermeld dat Hans ridder was, zooals dit 
wordt gezegd van Georgius en Frits. 

(4) WiNSEMiüS, Kroniek, bladz. 423a. — In Februari was Hans 
Barbrei „Castellein op den hnyse tot Leeuwarden". Chbk. II, 343. 

(5) Worp van Thabor, Y. blz. 139 en 142. Tan het klooster 
Ludingakerk leest men daar op bladz. 134: „Op den 14 dach Decembris" 
(1514) „brande Hessel Martena wt Franicker Lunkercke op, wtgesecht 
„dye kercke met dat viercant ende dye olde abdye," en op blz. 142 : 
„Ende Franickers quaemen wt ende branden .... Lunckercke all 
„heel, dattet te voeren staen bleef, al dye kercke met datvyercant 
„ende dye olde Abdye, ende hebben dat schone cloester al heel wt 
„den gronde gedestrueert. Ende Fridts van Grombach drost toe 
„Harlingen opt huys heeft den steen van den pant ende Abdye 
„naderhant laeten haelen ende maeckte daer toernen van opt huys 
„toe Harlingen." In dien toren zaten de Friesche edelen: Beyma, 
Buma en Galama in Mei 1567 gevangen. Zie mijne Verhandeling 
daarover in De Vrije Fries, dl. XVI, blz. 436 en XVII, blz. 95. 



Digitized by 



Google 



- 156 - 



verdienstelijke en meest vertrouwde personen geroepen 
en onder dezen bekleedde Frits van Grombach eene 
eerste plaats. 

Zoo bekwam hij dan ook den 17^*° dier maand 
eene aanstelling als grietman van Barradeel, welk 
grietmanschap vervolgens steeds vereenigd bleef met 
het drossaardschap van Harlingen, welke betrekking, 
hij zooals gezegd is, toen reeds bekleedde. Op dien- 
zelfden dag werd hem een deel der verbeurd verklaarde 
goederen van «Hertman Gales» (Galama) vanKoudum 
geschonken. Ook ontving hij dien dag de goederen 
terug van «Joncker Reynge» (Rinia) cende syn susters 
ofte zwagers», welke goederen, cheurlieden voirmaels 
van den olden Grombach» wedergegeven waren, ver- 
mits dat zij «noch rebel» waren. Bovendien werden 
hem veertien dagen later, bij brief van den 21^®° dier 
maand «by myn Genedigen Here Stadholder toege- 
gestanden» de verbeurd verklaarde goederen van «Janke 
Ongema ende Wybe Harinuma» (1). 

Er is nog een «salvegarde» (vrijgeleide) van Frits 
van Grombach aanwezig, die hij op Nieuwjaarsdag 
1522 verstrekte aan de inwoners van Arum, een der 
dorpen van Wonseradeel, dat destijds door soldaten 
van den Utrechtschen bisschop onder Claes Wolders- 
torff was bezet Dit vrijgeleide, dat elf weken zou 
duren, bracht de verplichting met zich, om eene belasting 
aan den Bourgondischen stadhouder op te brengen, 
waaraan de ingezetenen den 5^®° Februari nog niet 
geheel hadden voldaan, weshalve Grombach hen bij 
brief van dien datum aanmaande, daar «het lange over 
den tyt» was, om «sonder eenich langer vortreck» (uit- 
stel) «die somma, als daer noch aen restende is, van 
stonden aen» in zijn handen te leveren (2). 

Drie jaren later (1525) bekleedde hij den aanzien- 
lijken post van raadsheer in den Hove van Friesland 
en in 1533 was hij overste dijkgraaf van geheel 
Westergo, tijdens de geschillen over het onderhoud 
der zeedijken in dat kwartier, in welke betrekking hij 
ook nog in 1534 voorkomt (3). 

Hij wató in 1 5 3 1 — 1 5 3 3, als echtgenoot van Luts 
(elders Sytke) van Martena, in een proces gewikkeld 
over Scheltingazathe te Engelum, hetwelk echter in 
laatstgenoemd jaar vredelievend werd beëndigd. 

In April 1539 treffen wij hem aan onder de Gede- 
puteerden van Friesland, terwijl hij in de Rentmr. 
rekening van i October 1540 — i October 1541 nog 
als grietman staat vermeld. Maar betrekkelijk niet 
lang daarna is hij overleden, want in 1543 komt Luts 
als zijne weduwe voor. Met zekerheid weten wij, dat zijn 
stoffelijk overschot in de Martinikerk te Franeker rust, 



(1) CKbk. mn Friesland, II, blz. 343, 344 en 348. 

(2) Chart. boek, II, blz. 115; Worp van Thabob, V, 244. 

(3) Chart. boek, II, 628 en 631. Archief van Gabbema, op 1534. 



zeer waarschijnlijk in den grafkelder der Martena's (i). 

Door zijn huwelijk met Luts van Martena werd 
hij eigenaar van Martenastate of Groot-Terhome te 
Beetgum, welk huis vervolgens, door het huwelijk 
hunner dochter Maria met een baron van Schwartzen- 
berg, in dat geslacht overging. 

Naar men wil heeft Grombach dat huis eenigen tijd 
bewoond en zou hij het aanmerkelijk verbeterd hebben. 
Dit is meer aannemelijk dan dat hij in 1527 te Fra- 
neker zou hebben gewoond op grond, dat hij in eene 
acte van dat jaar heerschap in die stad wordt genoemd, 
waaruit men veeleer zal moeten afleiden, dat hij eigen- 
dommen in die stad bezat (2). 

Frits en Luts hadden drie dochters: Emerentiana, 
Amelia en Maria en naar sommigen willen, ook drie 
zonen: Sytse, Karel en Hessel. 

Emerentiana, in 1533 geboren, huwde met Sippe 
of Scipio van Meckama, edelman te KoUum, die o. a. 
van 1587 tot zijn overlijden, dat 22 November 1599 
plaats had, grietman was van KoUumerland, e. a. 
Zij overleed in 1608 te Leeuwarden, waar haar stoffe- 
lijk overschot, evenals vroeger dat van haar man, in 
de Groote- of Jacobijner kerk werd bijgezet (3). 

Amelia, in of omstreeks 1 5 1 5 geboren, huwde twee- 
malen: a, met Jan van Egmondt van Meresteyn, die 
zijn schoonvader in 1542 of '43 als grietman van Baar- 
deradeel en drost van Harlingen opvolgde en in 1546 
overleed, — en b. met Raes van Vervou, een Luiksch 
edelman, die evenals haar eerste echtgenoot, spoedig 
schijnt gestorven te zijn (4). 

Maria trad in het huwelijk met Johan Onuphrius 
baron van Schwartzenberg. Men verhaalt, dat hare 
moeder als weduwe (tusschen 1543 en 1545) met deze 
hare dochter naar Frankenland trok, waar hare zonen 
op hunne voorvaderlijke goederen woonden. Johan van 
Schwartzenberg, die met de drie jonkers Grombach 
een nauwe vriendschap onderhield, ontmoette toen 
hunne zuster Maria, met wie hij zich verloofde en ver- 
volgens in het huwelijk trad. Daarop begaf hij zich 
in 1545 naar Friesland, vestigde zich daar metterwoon 
en werd de stamvader van een uitgebreid geslacht 

Mr. DE Crane houdt dit voor eene familiesage, ook 
op grond, dat die zonen in geene geslachtsreg^ters 
voorkomen, maar de omstandigheid, dat zij elders 
woonden, kan zeer goed aanleiding hebben gegeven, 
dat de genealogisten van hen geene melding maken. 



(1) Zie over hem ook nog: Dodt van Flensburo, Archief van 
K. en W. Gesch. (Vervolg), ITI. 166. 

(2) Chbk., II, 585, 648 en 649; alsvoren blz. 728. BenefJboek van 
Friesland, blz. 261. De VHje Fries, I, blz. 114, 203 en 209. Tegen- 
woordige Staat van Friesland, dl. II, bladz. 419; Chbk, II, 537. 

(3) De Vrije Fries, I, blz. 114, 204 en 209. — Oudheidkundige 
plaatsbeschrijving van KoUumerland e. a. I, blz. 148. 

(4) De Vrije Fries, t. a. pi., blz. 210 en vlgde. 






Digitized by 



Google 



— 157 — 



De namen Sytse en Hessel, — dit erkent de Crane — 
pleitten voer verwantschap met de Martena's. Iets 
anders is het of het verhaal waarheid bevat, dat 
Johan een huwelijk beneden zijn stand zou hebben 
aangeg'aan en daartoe alleen toestemming zou hebben 
verkregen, onder voorwaarde zich nimmer in Fran- 
kenland metterwoon te zullen vestigen. Het geslacht 
Schwartzenberg heette eigenlijk Seynsheim en was 
zeker een der aanzienlijkste Duitsche geslachten, vrij 
zeker van hoogeren adel dan dat van Grombach, het- 
welk blijkens het volgende rijmpje meer in rijkdom 
schijnt uitgeblonken te hebben: 

Seynsheimer die Alteste, 
Grombacher die Reicheste, 
SeckendorfFer die Meiste (i). 

Wij vonden van het geslacht Grombach vier ver- 
schillende wapens opgegeven: 

1®. dat van Georgius bestond uit: «een rode vos in 
een goud veld»; Nobiliarium, t. a. pL, blz. 90; 

2^ dat van Frits (zijn zoon) uit: «een helm en twe 
swarte vleugels an malkander vast, onder rood 
en wit»; alsvoren; 

3^. vervolgens een wapen, bestaande uit «een roode 
keper en drie zwarte sterren op een wit veld»; 
De Vrife Fries, I, blz. 114; en 

4^ het meest bekende wapen : «In goud een staanden 
neger in natuurMjke kleur met witte doek om 
het hoofd en om de lenden, houdende in de regter 
hand een struik van sinopel met rezen van keel, 
de linker in de zijde plaatsende»; z\^ Jaarboekje 
van den Frtescken Adel voor 1885, blz. 73, noot i 
en vergelijk het Stamboek van den Frieschen 
Adel van DE Haan Huttema en van Halmael, 
deel I, blz. 5. 

Dit laatste wapen voerde Maria, gehuwd met Johan 
van Schwartzenberg. 



(1) De Vrije Fries, I, blz. 204. Tegenwoordige staat van Friesland, 
dL II, t. a. pi. 

Volgens wapenborden in de Martini-kerk te Franeker, zie De 
Nederlandsche Leeuw, blz. 37 en 38, was Johan van Schwartzenberg 
de zoon van Wolfgang (zoon van Michaèl en Agnes te Gastel) en 
Osanna Guttenberg, 'wier moeder eene von Thann was. Aldaar wordt 
op blz. 38 de moeder van Luts van Martena verkeerdelijk Both 
Hottinga genoemd, hetwelk moet zijn Both Holdinga. 



Koüum, 



A J. Andre^. 



-^1 



Het hawelijksoontract en het testament van 
Janas Donsa (yan der Does). 

Het mag een gelukkig verschijnsel worden genoemd, 
dat, waar de archieven der steden, zijlvestenyen, voor- 
malige rechterlijke colleges enz., in één woord der 
publiekrechterlijke instellingen, in de depots der rijks- 
archieven een veilig onderkomen hebben gevonden, 
ook bij particulieren hoe langer zoo meer het bewustzijn 
ontwaakt, dat de documenten betrekking hebbende op 
hunne voorouders, op den rol door die voorouders in 
de geschiedenis gespeeld, of op de door hen bezeten 
goederen, nergens veiliger dan in genoemde brand- 
vrije gebouwen kunnen worden geborgen. Het wan- 
trouwen in den alles napluizenden archivaris, tuk op 
het vinden van datgene, hetwelk afbreuk zoude kunnen 
doen aan de glorie of de rechten van eenig geslacht, 
heeft gelukkig plaats gemaakt voor een meer waar- 
deerend vertrouwen in den schiftenden en registreeren- 
den ambtenaar, die zich ten doel heeft gesteld de 
schriftelijke monumenten der oudheid voor verlies te 
bewaren en daaruit datgene te putten, wat aan de 
geschiedenis van het recht, sociale en locale toestanden 
enz. dienstbaar kan zijn. Dat vertrouwen uitte zich 
vooral in den laatsten tijd te Groningen en het is 
daaraan te danken, dat eenige bezitters van perka- 
menten brieven en andere oude stukken hunne huis- 
archieven of tot onderzoek, met machtiging van be- 
langrijke stukken afschrift te nemen, of tot deponeering 
in bruikleen aan het Oud-archief afstonden. Onder de 
aldus van onder het stof der eeuwen te voorschijn 
gehaalde archieven behoort vóór allen genoemd te 
worden het omvangrijke huisarchief van het kasteel 
de Nienoord. Dit kasteel, door de machtige heeren 
«in den Oerd» (later zich noemende van Ewssum) ge- 
sticht in een niet met zekerheid te bepalen tijd, doch 
zeker vóór den aanvang van het tweede kwartgedeelte 
der i6« eeuw, voor een 40 tal jaren tot gedeeltelijke 
afbraak en, wat het overige gedeelte betreft, tot een 
ledig staand huis gedoemd, is thans door de goede 
zorgen van den tegenwoordigen eigenaar Jhr. Mr. J. 
M, A. van Panhuys, commissaris des konings in de 
provincie Groningen, in zijn vroegeren roem van heerlijk 
lustslot hersteld. Tegelijk met het kasteel erfde de 
familie van Panhuys de groote verzameling charters 
en andere stukken aldaar berustende, voornamelijk 
betrekking hebbende op de geslachten van Ewssum, 
van In- en Kniphuisen en aanverwante Groningsche 
familiën, op de omvangrijke goederen en uitgebreide 
rechten door die geslachten bezeten, waaronder niet 
de minste mogen worden gerekend de stukken be- 
treffende het verleenen van het erfgrietmanschap van 
Vrede wold in 1 53 1. De oorsprong van de oudste stukken 
reikt tot in het begin der 15® eeuw. 



Digitized by 



Google 



- 158- 



Een der heeren van Nienoord, Gaspar van Ewssum, 
zoon van Wigbolt van Ewssum, den als moedig vrij- 
buiter en krijgsman tegen de Spaansche overheersching 
in de geschiedenis van Groningen wel bekenden ridder, 
huwde den 28®° Mei 1600 Anna van der Does, dochter 
van Johan van der Does van Noortwijck en Catten- 
dijck, en van Elisabeth van Zuylen. Deze Johan van 
der Does, meer bekend als Janus Dousa, is de in de 
geschiedenis van ons vaderland zoo bekende staats- 
man, krijgsheld, letterkundige, geschiedschrijver en 
dichter. 

Ik zal geene pogingen aanwenden de verdiensten 
te schetsen van den man, die door geheel het be- 
schaafde Europa met roem bekend stond. Ik meen 
echter aan de geschiedenis geen ondienst te bewijzen 
met de vermelding van zijn huwelijkscontract en zijn 
testament (i), welke beide stukken in het archief van het 
huis Nienoord berusten. Beide documenten verdienen 
m. i. die vermelding èn om den vorm èn om den 
inhoud, met name wat het testament betreft, maar 
bovenal als bijdrage om de herinnering aan die krachtige 
zeventiende eeuwsche figuur levendig te houden. 



Groningen, 



Mr. J. A. Feith. 



Wij, Wernaer van der Does heer tot Cattendijck 
ende Berghendal, Adriaen van der Does Baeliu ende 
Dijckgreeff van Schielandt, heere van Middelborch, 
ende van foreest, Jacob van der Does, heer tot Beren- 
steyn etc. van den eenre, Jacob wten Eng, Deecken 
der kercke van Sinte Peters, Adriaen van zuylen 
deecken der kercke van sinte Johans, Johan van Duuen- 
uoirde Scholasler der kercke ten Dom tutrecht, Steuen 
van Rossem heer tot Puderoeyen etc. ende Caerl van 
Lienden, Amptman in Ouerbetuwe vander andere zijden, 
Doen condt allen luden dat wij alse hijlicxluden ende 
pertijen nabescr. daer toe gerequireert, daer bij over 
ende aen geweest zijn inder vergaderinge des hijlicx 
Tusschen den Erentfesten ende vromen Joncher Johan 
vander Does heer tot Noordtwijck op zee ende Lan- 
geuelt ter eenre, Ende die Edele, Gestrenge ende 
vrome heer Dirck van zulen heere vander zeuender 
etc. ritter, mitsgaders vrouwe Jozina van Drakenborch 
mit JofFrou Elijzabeth van zulen haere Beyder dochter 
ter andere zijden, Soe dat [oncher Johan van der does. 



(1) Eén, hoogstens 5 dagen, voor zijn dood vervaardigd. Van der 
Aa, Biographisch Woordenboek, dl. IV blz. 215, vermeldt nl., dat 
van der Does is overleden 8 volgens anderen 12 October, het tes- 
tament is van 7 October 1604. Van der Aa (t. a. p.) deelt tevens 
mede, dat van der Does, op een reis naar Friesland ziek geworden, 
naar Noordwijk werd gevoerd en aldaar overleed. Uit dit testament 
komt het mij niet onwaarschijnlyk voor, dat van der Does te 
's-Gravenhage is overleden. 



ende Joffrou Elijzabeth van zuylen voergenoemt, in 
wettelicken huwelick aen malcanderen vergadert zijn, 
bij intercessie ende tusschenspreecken hoerre mag-en 
ende vrunden ten beyden zijden. Des Joncher Johan 
vander Does brengt tot desen huwelicke, aen JofiFrou 
Elijzabeth van zulen zijne toecomende Huysfr. voergen., 
alle alsulcke percelen van goederen Landen ende renten, 
alse hier nae bescr. staen. Inden yersten vijftien mergen 
weylants gelegen in den kerspelle van Abcoude, ende 
Jan henricx z. nu ter tijt gebruyct jaerlicx om twee- 
endetsestich gul. Noch een hoefiF Landts gelegen bij 
thuys te Haer ende Marten Willems z. gebruyct jaer- 
licx om eenendetnegentich gulden. Noch een hofstede 
genaemt Bergensteyn mit een hoeff landtt, noch een 
halue hoeff landts ende noch vier mergen een hondt 
landts gelegen aen Leckendijck tusschen Amerongen 
ende Wijck, ende cornelis Jans z. nu ter tijt gebruyct 
jaerlicx om hondert vijffendetseuentich gulden. Noch 
een hoeff Landts gelegen tot Brueckelen ende Jan 
Jans z. nu ter tijt gebruyct jaerlicx om Tnegentich gul., 
Noch veertich mergen Landts gelegen tot Camerick, 
ende Jan Claessz. nu ter tijt gebruyct jaerlicx om 
hondert ende twijntich gulden. Noch een halue hoeff 
Landts gelegen tot Broeckelen, ende Cornelis Jacobs z. 
nu ter tijt gebruyct, jaerlicx om sessendedertich gul. 
Noch Seuen gul. jaerlicx wt seeckere dorpen in Water- 
landt, Noch tgoet tot velsen, ende Sijmon sijmons z. 
gebruyct, jaerlicx om Hondert ende Dertich gulden, 
Item die weduwe van Joost van Lent geeft siaers van 
huyshuyr veertich gulden. Noch Geeft Reyer aertszoen 
siaers te rente achtalue gulden. Noch die weduwe van 
Steuen van Schaeyck geeft siaers te rente vijffende- 
twijntich gulden. Noch adriaen hermansz. geeft jaer- 
licx te rente vijftien gul. ende vijftien stuuers. Noch 
Gheeft Ghijsbert Spruyt woenende tot Amersfoort jaer- 
licx te rente dertiendalue gulden. Noch geuen Eerst 
ïaets van Amerongen ofte sijne arffgen. jaerlicx te 
Rente vijff gulden. Noch m' Johan Phli van der Mathen 
geeft siaers te rente seuen gulden vier stuuers, Noch 
geeft wouter van wele jaerlicx te rente tweendevijf- 
tich gul. tien stuuers. Noch geeft willem goertsz van 
oudteygen jaerlicx acht stuuer. Noch geeft die 
Rentmr. van co' ma' slants van Vtrecht jaerlicx te renthe, 
negen gul. achtalue stuuers, ende noch sess gul. vijff 
stuuer. Noch die weduwe ende erffgenamen van heer 
Eerst van Nijenrode sijnjaerl. schuldich van een rente 
achtien gul. dertien stuuers, een blanck, ende zouden die 
achterstallen bedragen meer dan Tweehondert gul , ter 
cause van welcke Rente alsnoch proces ongedecideert 
voerden houe tutrecht hangende is. Noch ghijsbert en jan 
van hardenbroeck gebroeders woenende tot wijck ende 
culenborch geuen tezamen jaerlicx twee gul. ter cause 
van de welcke oock proces voerden vs. houe alsnoch 
ongedecideert hangende is. Noch henrick aelberts z. 






yj 



Digitized by 



Google 



— 159 — 



woenende inde westbroeck geeft jaerlicx te rente 
tweendetwijntich gul. Noch geeft Marten euerts z. bor- 
ger tutrecht jaerlicx te rente vijffendetwijntich gul. 
Noch Joffi-ou Greertruyt hijzincks geeft iaerlicx te rente 
mit eenre plechte twaelff gul. tien stuuers, Noch geeft 
mr. fi-ederick wten ham jaerlicx te rente vierende- 
twijntich gul. Noch Jacob van Rhenen geeft jaerlicx 
te rente tweendetsestich gul. tien stuuers, Noch hebben 
dexecutoren van zalige heer frans van Nijenrode aen- 
gecoft diuersche percelen van renten, bedragende siaers 
achtendetwijntich gul. ende sestien stuuer. Noch heeft 
Joncher Johan van der Does vs. leggende inde Gel- 
dersche veenen, sestien mergen, ende in die Renensche 
veenen acht mergen, waer van noyt gedoluen is, ofte 
oock tot noch toe geen ontfanck is geweest, ende 
zouden nae astimatie van kennisse siaers wel ghelden 
Sesshondert gulden ofte meer. Noch ontfanckt Joncher 
Johan van der Does vs. jaerlicx van sijn vierde paert 
in Cattendijck in zeelandt elff ponden grooten vlaems, 
Noch dat Schoutampt van Noordtwijck, ende geit nu 
ter tijt jaerlicx Tweehondert gul. Noch dat Clerckam- 
bacht aldaer, ende geit nu ter tijt jaerlicx eenende 
dertich gul. Noch dat Boodeambacht aldaer ende geit 
nu ter tijt ses gul. jaerlicx, Noch sijne huysinge tot 
Noordwijck, ende geit jaerlicx te huyr tweendetwijntich 
gulden, Noch drie gul. siaers, ende Willem jansz. tot 
Noordtwijck geeft. Noch geeft Lambert Willems z. siaers 
te huyr van sestalff hondt landts vijfF gulden. Noch 
die Schilploot geit jaerlicx omtrent drie gul. tien 
stuuers. Noch die nije moeien sal wel siaers te huyr 
gelden, hondert twijntich gul. ende meer. Ende heer 
Dirck van zulen Ritter vs. geeft in rechter hijlicx- 
voerwaerden ende medegauen mit joffrou Elijzabeth 
van zulen sijn dochter voergen. deese nabescr. percelen 
van landen ende goederen. Inden eersten een hoeff 
landts gelegen op Bruedycxfelt, welcke gebruyct wort 
bij Gerit Proeyt, ende noch acht mergen landts gelegen 
opt oudelandt int Baeliuscap van woerden, ende te leen 
gehouden wort vandie Graefflickheyt van Hollant. 
Ende daer toe noch een mergen Landts mede daerom- 
trent gelegen ende is eygen goet. Ende Joffrou Jozina 
van Drakenburch vs. geeft in rechter hijlicxvoerwaer- 
den ende medegauen mit Joffrou Elijzabeth van zulen 
haer dochter voergen. een stuck landts gelegen op 
Bulwijck ende bij comelis gerits z. gebruyct wort, we- 
sende tins ende tiendt vrij, Ende noch hieren bouen 
geuen heere Dirck van zulen ende vrouwe Josina van 
Drakenborch mit Joffrou Elijzabeth van zulen haer 
dochter voergenoemt vier mergen landts mede omtrent 
Bulwijck VS. gelegen wesende eygen goet. Mit voer- 
waerden in geual Joncher Johan vander Does vs. quame 
te sternen voer joffrou Elijzabeth van zulen zijne toe- 
comende hnysfi*. voergen. achter latende kijndt ofte 
oock kijndts kijnderen, dat alsdan zijne goederen in 



dese huwelick aengebrocht, ende die hem noch aen- 
comen, ende aenbesteruen moegen, mit hamasch, peer- 
den ende clederen tot zijnen Lijue behorende comen 
ende eruen sullen op sijne kijnderen ofte kijndts kijn- 
deren voerscr., Ende indien hij geen kijndt ofte kijndts 
kijnderen achter en laet, ofte dat tkijndt ofte kijndts- 
kijnderen stomen sonder wittelicke geboorten, Soe 
sellen die voerscreuen goederen wederomme gaen, ende 
comen op die Rechte erffgen. van Joncher Johan van- 
der Does VS., Ten waer dat yemandt van die kijnderen 
ofte kijndts kijnderen daer van bij testamente, codicille 
ofte bij gifte wt oersake van dode, ofte anderssins, 
gemaect, daer van gedisponeert hadde, Insgelijcx in- 
dien die voerscreuen joffrou Elijzabeth van zulen storue 
voer den voerscreuen Joncher Johan vander Does 
haeren toecomenden man achterlatende kijndt ofte 
kijndts kijnderen, Soe sullen alle haere goederen in 
desen huwelicke aengebracht, ende die haer noch aen- 
comen, ende bestemen moegen, mitsgaders haer mer- 
gengaue ende trauweschat, ende alle haer clederen, 
cleynodien ende juwelen, tot haeren Lijue behorende, 
comen ende eruen op haer kijndt ofte kijndts kijn- 
deren. Ende indien zij oock storue, sonder kijndt ofte 
kijndts kijnderen achter haer te laeten, ende dat 
tselffde kijndt ofte kijndts kijnderen oock namaels 
stomen, sonder geboorte achter hoer te laeten, Soe 
sullen alle die vs. goederen mittie mergengaue, trauwe- 
schat, clederen, cleynodien ende juwelen tot haeren 
Lijue behorende comen ende eruen op hoer rechte 
erffgenamen. Ten waere dat bij joffrou Elijzabeth vs. 
ofte haer kijndt ofte kijndts kijnderen bij forme van 
testament codicille ofte gifte wt oersake der doot daer 
anders van gedisponeert waerê, Ende indien die vs. 
joncher Johan van der Does offlijuich worde voer joffrou 
Elijzabeth van zulen zijne toecomende huysfr. voergen. 
achterlatende kijndt ofte kijndts kijnderen ofte geen, 
Soe sal die voers. joflfrou Elijzabeth van zulen moegen 
wtgaen, mit die goederen van hoerre zijde gecomen, 
clederen, cleynodien, ende juwelen, trauweschat, ende 
mergengaue tot haeren Lijue behorende, sonder enij ge 
schulden te betalen. Ende alle vercregen goederen 
staende huwelick vergadert, sullen halff ende halffge- 
deylt worden. Ende ingeual joffrou Elijzabeth van 
zulen voers. quame te sternen voer joncher Johan van 
der Does haeren toecomenden man voergen. achter- 
latende kijndt ofte kijnderen bij hem vercregen, ze 
sal die oudste van deese genieten gerechticheyt van 
de Leenen ende daer en bouen zoe zullen alle die 
kijnderen van tvoerbed gelijckelicken van hoeren vader 
genieten Vierhondert gul. jaerlicx. Des zoe zal joncher 
van der Does vs. joffr. Elijzabeth van zulen zijne toe- 
comende huysfrou voergen. (in geual hij voer haer 
sterft sonder geboorte van haer achter te laten) Lijf- 
tochten in Sesshondert gulden jaerlicx. Ende ingeual 



Digitized by 



Google 



— i6o — 



hij kijnder ofte kijnderen bij haer vercregen achter 
laet, Soe en zal die Lijftochte maer van vijfiFhondert 
gulden wesen, weluerstaende dat joffrou Elijzabeth 
van zulen den voorn, joncher Johan van der Does 
haeren toecomenden man Lijftochten zal in hondert 
carolus gul. siaers. Ende alle deese vs. hijlicx voer- 
waerden sijn te verstaen sonder enijger hande argelist, 
ende die sellen pertijen respectiue malcanderen be- 
lijen ende beuestigen als recht is, ter plaetsen daer 
ende alsoe des behoren van node ende behoeft wesen 
sal terstondt die een tot des anders vermaninge. Des 
toerconde, Soe hebben wij wernaer vander Does, 
Adriaen vander does, Jacob vander does, Jacob wten 
Enge, Adriaen van zulen Deeckens, Johan van Duuen- 
voerde Domscholaster, Steuen van Rossem, ende Caerl 
van Lienden, hijlicxluden, ter bede der voerscreuen 
perthijen, mitsgaders wij Johan vander Does, ende 
Dirck van zulen Ritter pertijen respectiue, approberende, 
Lauderende ende Ratificerende al tgene vs. is desen 
briefF elex onderteyckent mit ons selfFs handt ende 
daertoe mit onsen segelen hier beneden wthangende 
besegel t. Tenen oerconde deser brieue sijn twee al- 
leens spreeckende. Gegeuen int jaer ons Heeren Duy- 
sent vijfFhondert ses endetsestich, opten tweeendetwijn- 
tichsten dach in Septembri. 

Johan van der Does. Adriaen van der Does. 

Stefifen van Rossem. Jacob Wten Enge. 

Adriaen van zuylen 

Jan vander Does ende van Noortwijck 
Dirck van zuylen 

Johan van Duuenvoerde. 
(Op perkament met de uithangende zegels in rood 
was van de partijen en «hijlicxluden» in het contract 
vermeld, waarvan meer of minder goed bewaard zijn 
overgebleven de zegels van Wernaer en Adriaan van 
der Does, Wten Enge, van Zuylen, van Duvenvoorde, 
van Rossem, van Lijnden en nog twee van van der Does). 



Bijden Innehouden vanden Jegenwoordigen Instru- 
mente, zij elck eenen kennelicken, dat op huyden den 
zevenden Octobris des Jaers zestienhondert vier, voor 
de middags vmtrent ten acht uyren, 

Regnerende de alderdoerluchtichste ende vnover- 
winlixte Prinche ende heere Rodolpho de tweede 
Roomsch kon. dier name, in het negenentwintichste 
Jaer zijnder verkesinge, voor mij Jan van Hout open- 
baer Notario bij den provincialen hove van Hollant 
opter denominatie vanden Gerechte der Stadt Leyden 
tot bedieninghe van den Notariaetschappe toegelaten, 
mitsgaders voor den getuygen hier ondergeschreven 
gecomen ende verscheenen es de Edele Eerntfeste 
hoochgeleerde Joncheer Johan van der Does Heer tot 
noortwijck Cattendijck etc, Raedt inden hogen Rade, 



Registermeester vr.n Hollant, mij notario wel bekent 
zieckelicken van Lichame te bedde leggende, doch zijn 
Redene memorie en verstant wel machtich ende ge- 
bruyckende alst uytwendich scheen ende ick niet anders 
en const bemercken verclarende van wille ende mee- 
ninghe te zijn, te maecken zijn testament ende uyterste 
wille, doende zelve, gelijck hij opelicken verclaerde 
met goeden voorsien, wel voorgaende bedacht en be- 
raden, ende zulcx mit zijne vrije moetwille, zonder bij 
yemant daer toe bedwongen of misleyt te zijn, weder- 
riep zulcx alle voorgaende maeckingen testamenten 
ende uyterste willen bij hem voor dees tijt gemaeckt, 
ende namen tlicken de geene die hij opten vijftienden 
Augusti des jaers zestienhondert drie, voor mij Notario 
mitsgaders voor Joseph van Meerhont mede-notarys 
ende maerten Jans ende van Padebom cleermaecker 
als getuygen heeft verleden, niet willende de zelve 
plaetse te hebben of achtervolcht te werden, ende in 
plaetse vandien disponerende, verclaerde alsnu zijn 
testament ende uyterste wille te wezen, zulcx ende 
tgeen hier naer volcht. 

Eerst beval zijn ziele in de bermhertige handen Gods 
ende zijn Lichaem de ziele daer uyt verscheyden zijnde 
der aerden vmme eerlicken begraven te werden tzij 
in de kercke vanden hage of elders daar hij testant 
ende comparant zal comen te overlijden. 

Omme nu voorts te gaen ter dispositie van zijn goeden 
verclaerde hij comparant ende testant te willen ge- 
bruycken de cracht ende werckinge van den octroye 
hem verleent, vmme van zijn naer te laten goeden, 
zowel leenen als eygen te mogen testeren wesende 
vander Daette den xiP" Octobris XVclxiiii hebbende 
de originele mij notario in handen gestelt wesende 
van den Inhouden hier volgende, 

Philips bijder gratie Gods Coninck van Cstótillie, van 
Leon, van Arragon, van Navarre, van Naples, van Secille, 
van Maillorcke, van Sardeyne, van den Eylanden Indien 
ende vaster eerde der zee Oceane, Eertshertoge van 
Oistenrijc, Hertoge van Bourgoinguen, van Lothier, van 
Brabant, van Lembourg, van Luxembourg, van Geldre 
ende van Milanen, Grave van Habsburg, van Vlaenderen, 
van Artois, van Bourgoinguen, Paltsgrave upten Rhijn 
ende grave van Henegouwe, van Hollant, van Zeelant, 
van Namen ende van Zutphen, Prince van Zwaue, 
Marcgrave des Heylichs Rijcx, Heere van Vrieslant, van 
Salms, van Mechelen, vander Stadt steden ende landen 
van Utrecht, Overijssel ende Groeningen, ende domina- 
teur in Asie ende AfFrijcque, Allen den geenen die dezen 
vnsen brief zullen zij en saluyt, doen te wetene dat 
ter ootmoediger bede ende supplicatie van Jan van 
Noortwijc, de Jonge Ambachtshere van Noortwijck, 
wij hebben den zelven suppliant geoctroyeert, gecon- 
senteert, gegont ende gewillekoert, gonnen, octroyeren, 
consenteren ende wiliekoeren, hem gevende oirlof ende 



Digitized by 



Google 



— i6t 

consent uyt vnse zonderlinghe gratie mitsdesen onzen 
brieve, dat hij zal mogen disponeren ende ordonneren 
van allen zijnen goeden, erffleenen, thienden, ceynssen, 
eygen goeden ende andere roerende ende onroerende 
hoedanich die wesen mogen, die hij nu heeft ende 
gebruyct van zijn eygen patrimonie als vanden geenen 
die hij vercregen heeft of naermaels vercrijgen zal bij 
cope, versterffenisse of anderssins, waer die gelegen 
zijn oft wezen zullen binnen onsen Landen ende Fur- 
stendomme van Geldre, HoUant, Zeelant, Vrieslant 
ende Utrecht, gehouden van ons oft van onsen Vas* 
saelen, het zij bij vorme van testamente ende uyterste 
wille, bij codicille voor notarys ende getuygen, man- 
nen van Leene oft wetten ende Rechteren daervndcr 
die zelve Leenen ende goeden gelegen zijn oft wesen 
zullen, Tot prouffijte van zijne getroude kinderen vrien- 
den ende magen oft vreemde luyden, wie die zijn 
ende hem goetduncken ende believen zal, Ende de 
zelve leenen ende goeden den ze] ven persoenen geven 
oft laten int geheele oft in deele, oft daer vp assigneren 
erfifelicke oft Lijfrenten tot zijnder discretie ende goede 
geliefte, hem gonnende voorts oorlof ende consent dat 
hij tzelve zijn testament ende uyterste wille, bij codicil 
oft andere ordonnantien die hij alzoe maecken zal, oft 
voortij ts gemaeckt heeft, vermeerderen verminderen 
oft wederroepen zal mogen, wanneer ende tot allen 
tijden alst hem believen zal, welck testament gifte ende 
ordonnantie die bij den voorn, suppliant alzoe gemaeckt 
es, oft zal wesen, wij alsnu voor alsdan gQConfirmeert 
belieft epde gevesticht hebben, confirmeren, believen 
ende vestigen bij desen jegenwoordigen, ende willen 
dat die vnderhouden worde ende van goeden weerde 
ende efifecte blijve tot Ewigen dagen, ende dat die 
geene die de voorn, suppliant bij zijnen voorsz. testa- 
mente ende uyterste wille, zijn voorsz. Leenen ende 
goeden oft een deel van dien gegonnen, gegeven oft 
gemaeckt zal hebben, oft daer op geassigneert eenige 
renten, daef of gebruycken zullen naer die rechten, 
wetten ende coustumen vanden plecken daer die ge- 
legen zijn oft wezen zullen, binnen vnsen Landen ende 
Furstendomme voorsz. gelijc ende in alder manieren 
oft die zelve gifte voor ons oft onsen mannen van 
Leene gedaen ende gepatóseert waren, oft voor die 
Rechteren ende wetten daer onder die voorsz. Leenen 
ende goeden gestaen ende gelegen oft daer zij gehouden 
zullen zijn, Behoudelick dat de voorn, suppliant geen 
bastaert en zij, ende dat die voorsz. Leengoeden aen 
ons niet sterfifelick en zijn, noch gegeven ende geor- 
donneert zullen wesen eenige kercken, cloosteren, gods- 
huysen, geestelicke personen, oft in doder hant Behalven 
van dat die geene die de voorsz. Suppliant, de zelve 
leengoeden geven ordonneren ende maecken zal, tzij 
mannen oft vrouwen, gehouden worden binnen zes 
weecken tijts naer d'overlijden van den voorsz. sup- 



pliant, oft dat zij die zelve goeden geanvaert zullen 
hebben ons oft onsen vatósaelen, van wien de zelve 
Leenen oft goeden gehouden worden, eet, hulde ende 
manschap daer af te doene ende te betaelen die rechten 
daer toe staende ende behorende al zonder fraulde of 
argelist. Ontbieden daeromme ende bevelen onsen lieven 
ende getrouwen Stadthouders, Cantzeler ende luyden 
van onsen Raede in Geldre, President ende Luyden van 
onsen Raeden in Hollant, Vrieslant ende uytrecht, onsen 
Vassaelen, mannen van Leene ende allen anderen 
Rechteren, Justicieren, officieren ende ondersaeten, wien 
dit aengaen oft roeren zal mogen, ende een yegelijck 
van hen bijsondere, zoe hem toebehoren zal, dat zij 
het testament ende uyterste wille vanden voorsz. sup- 
pliant zulc als hij dat gemaeckt heeft oft maecken zal, 
ende alsnu bij vns gevesticht ende geconfirmeert als 
V3orsz. es, vnderhouden ende vulcommen naer heure 
vorme ende inhouden, ende den geenen dien hij bij 
den zelven zijnen testamente de voorsz. Leenen oft 
goeden gegeven ende gegonnen oft daer vp eenige 
Renten geassigneert ende bewezen zal hebben, doen 
laten ende gedogen van den voorsz. goeden ende 
assignatien rustelic vredelic ende volcommelic genieten 
ende gebru)xken Sonder hem oft yemant van hem- 
luyden nu noch in toecomende tijden, daer inne te 
doen oft laten geschien eenich hinder, letsel oft moeyen- 
nesse ter contrarien. Want ons alsoe gelieft des toir- 
conden zo hebben wij vnsen Zegel hier aen doen 
hangen, gegeven in onser stadt van Bruessele den 
Xll*^ dach van october int Jaer vns heeren duysent 
vijfhondert ende vierentzestich, van onsen Rijcken te 
weten van Spaenguen, Secille etc. tnegenste, Ende 
van Naples d*elfste, upte vouwe stont geschreven. Bij 
den Conick in zijnen Rade ende was geteykent J. de 
la Torre ende bezegelt mit een groot uythangende 
Root Wasschen zegel aen doublé Francijnen staerten. 

Ende zulcx disponerende in crachte van het hem 
hier boven vergende octroy heeft hij comparant ende 
tcstant joncvrouwe Elisabeth van Zuylen, zijn lieve 
beminde huysvrouwe, gemaeckt, gegeven ende be- 
sproocken, maect, geeft ende bespreect mitsdesen de 
lijftocht ende tvruchtgebruyck van alle die goeden 
die hij zal comen te ontruymen ende naer te laten 
haer leven lang geduyrende mit last dat zij terstont 
naer zijnen overlijden zal maecken eencn perfecten 
staet of Inventarys van alle de goeden bij hem naer 
te laten, niet willende dat de voorn, zijne huysvrouwe 
eenige borchlochte gehouden zal zijn te stellen voor 
tweder opbrengen van de verlijftochie goeden daer 
van hij comparant ende testant zijne voorsz. huys- 
vrouwe mitsdesen ontslaet ende vrij stelt. 

In tvorder heeft hij comparant ende testant tot zijn 
erfgenamen gemaeckt, genomt ende innegestelt, maect, 
nomt ende innestelt mitsdesen zijn vier kinderen als 



.ki 



Digitized by 



Google 



102 — 



Joncheer Steven vander Does, Joncvrouwe Anna van 
der Does vrou van Nieuwcnoort, Joncheer Frans van 
der Does ende Joncheer Dirck vander Does ende dat 
in zoodanigen gedeelten, portijen ende goeden als hier 
naer breder zal werden verclaert. 

Eerst ten vpsicht van Joncheer Steven vander Does 
heeft de zelve behalven de goeden mit hem ten huwe- 
licke belooft tot erfgenaem gestelt in de heerlicheyt 
van Noortwijck, mit den gevolge vandien, als tbaillij- 
schap, Schoutampt, tSecretarijschap, de wint, de vijver- 
wech, de pacht van drie gulden tsiaers, die Jonas 
gerij tsz. uytkeert ende de zuytmolencroft, vorder in 
beyde de huysen töt Noortwijck te weten tgrote huys 
ende tcleyne huys, noch in de derthien morgen ende 
vijf morgen lants bij Woerden, de welcke gebruyckt 
werden bij Jan Adriaens z. ende Dirck Gerij ts z., noch 
in achtentwintich margen lants gelegen in tlant van 
Woerden in Cromwijck ende Bulwijck de welcke ge- 
bruyckt werden bij Huych Pieters z., noch in een Rente 
van negen gulden zeven stuvers acht penningen tsiaers 
losbaer mit hondert vijftich guldens, spreeckende vp 
de zelve Huych Pieters zoon, ende noch in vier per- 
tij ekens losrenten, eerst van zes guldens tsiaers spreec- 
kende op Jan Adriaensz. tot noortwijck, van twee 
gulden tsiaers spreeckende op Aemt Baemts z., van 
drie gulden tsiaers spreeckende op Marijtgen adriaens 
Ende van gelijcke drie guldens tsiaers spreeckende 
op Jan Willems z. tot noortwijck. Alle welcke goeden 
hij testant den voorn. Joncheer Steven vander Does 
zijn zoon, mitsdesen assigneert voor ende in voldoe- 
ninghe vande vier hondert guldens jaerlicx, mit hem 
ten huwelicke belooft. 

Ten vpsichte van de voorsz. Joncvrouwe Anna van- 
der Does vrouwe van nieuwenoordt heeft verclaert dat 
hij testant wilt dat zij haer vergenouge ende te vreden 
houde mit zodanige goeden als mit haer in huwelicke 
zijn belooft ende gegeven, ende daer en boven heeft 
de zelve zijn dochter tot zijn erfgenaem geinstitueert 
in een losrente van hondert guldens tsiaers, spreec- 
kende opt Comptoir vanden Ontfanger Mierop, vallende 
Jaersdach, noch in een losrente van eenenvijftich gul- 
dens jaerlicx spreeckende opte vijf grote Steden van 
HoUant, verschijnende deene Sinct Jansmisse d'ander 
kersmisse, ende in een losrente van vijfentwintich gul- 
den tsiaers op Jan Jacobs z. van Assendelft. 

Ten vpsicht van Joncheer Frans van der Does zijn 
zoon, heeft de zelve Regardt nemende, dat hij voorsien 
is met een prebende tot oudemunster, tot erfgenaem 
gestelt Eerst in zijn gedeelte van de Heerlicheyt van 
Cattendijck mitten aencleven ende gevolge vandien, 
noch in de Rente van twintich guldens tsiaers op Huy- 
brecht van Reenen, noch in de vier pertij ekens losrenten 
in de Stadt van Wijc bij duerstede, tsamen uytbren- 
gende achtien guldens vijftien stuvers tsiaers, Noch in 



de Rente van zeven gulden tien stuvers tsiaers opten 
otter tuytrecht bijde vischmarckt, noch in de losrente 
van vijf guldens tsiaers ter losse den penning twintich 
vp Amerongen mits dat de voorn. Joncheer Frans 
vander Does daer jegens alleen dragen ende zijnen 
boedel bevrijden zal, van de hooftsomme van twee 
pertijen Renten elc van vijfentwintich gulden jaerlicx, 
de welcke voor hem Joncheer Frans vpgenomen ende 
tot betalinghe van zijn schulden gegaen zijn. 

Ende ten opsichte van Joncheer Dirc vander Does 
zijn zoon, heeft de zelve tot erfgenaem gestelt eerst 
in zijn hofstede tot Bergensteyn, gelegen omtrent 
Wijc bij duerstede groot anderhalve houve, te weten 
negenentwintich mergen lants ende noch twee malen 
vierdehalve morgen uyterwaert daer aen gecoft, noch 
in de houve bij thuys te haer] groot twaelff morgen 
die jegenwoordelicken in huyr wert gebruyckt bij 
Baert Jans z., noch in de vijfentwintich morgen lants 
aen den Breudijck ende in Haerwijc die gebruyct 
werden bij Marijtgen Tonis ende Nijs comelis z., noch 
in de gulden houve tientvrij ende tijnsvrij gelegen in 
Otterspourbrouck, noch in de losrente van tweeen vijf- 
tich guldens ende tien stuvers tsiaers op Wouter van 
Wee tuytrecht, Ende in een Lijfrentgen van drie 
guldens tsiaers tzijnen Lijve staende ende spreeckende 
opte Stadt van Leyden mits dat de voornomde Jonc- 
heer Dirck vander Does daer en tegens dragen ende 
zijnen boedel bevrijden zal, vande Rente van elf hon- 
dert guldens hooftsoms, Aencomende d'eifgenamen 
van Rodenburch tot uytrecht mitsgaders vande hooft- 
somme vandien. Vorder heeft hij testant ende com- 
parant den voomomden Joncheer Dirc vander Does 
zijn zoon geprelegateert ende voor uyt gemaeckt zijn 
biblioteecque boucken en geschriften. 

Belangende de vijftien mergen Lants in Bijlmer- 
brouck, nu gebruyckt bij Jacob Jans zoon, de zelve 
wilt hij testant ende comparant dat bij zijn voorz. 
huysvrouwe zal worden vercoft omme mit de penninge 
daer van voorts comende de schulden van haren ge- 
meenen boedel te werden betaelt. Ende in de reste 
ende toverschot van alle de goeden, die hij comparant 
ende testant mitter doot zal comen naer te laten, zo 
wel tgoet tot Heemskerc, als alle zijne verdere goeden 
Roerende ende onroerende Renten actiën ende inne- 
schulden, heeft hij testant ende comparant (behoudens 
ende onvermindert zijn voorsz, huysvrouwe haer Lijf- 
tocht ende vruchtgebruyck als voren) tot zijn erfge- 
namen gemaeckt ende innegestelt, maecte ende inne- 
stelde mitsdesen de voornomde zijne vier kinderen elc 
in een gelijc gedeelte. 

In tvorder heeft hij comparant ende testant voorn, 
gewilt ende zijne voorsz. kinderen ende geïnstitueerde 
erfgenamen, uyt mit ende deur de macht hem als 
vader toecomende belast ende bevolen, wilt belast ende 



Digitized by 



Google 



— I03 



beveelt mitsdesen, zich mit de goeden zulcx ende inder 
vougen hij de zelve elck inden zijnen hier voren heeft 
aengewesen ende geatósigneert te vergenougen ende 
te vreden te houden vp peene dat de geene die hem 
onderstaet yet te doen of voor te nemen jegens de 
jegenwoordige zijne uyterste wille tzij in rechte of 
daer buyten dat de zelve onwillige uyt de goeden van 
hem testant ende comparant niet meer en zal mogen 
hebben of profiteren, dan zijne of hare legittime porcie 
zulcx als naer Rechten daer inne hij de zelve voor 
nu alsdan institueerde tot zijn erfgename mitsdesen 
mit een wil ende meeninghe, dat toversicht comen 
ende toewassen zal aen den kinderen ende goetwilligen 
erfgenamen hooft voor hooft ende elc even veel. 

Ten laetsten begeerde ende wilde hij testant ende 
comparant mit wettige stipulatie, aen mijnen handen 
als een openbaer persoon gedaan, dat de jegenwoordige 
zijne uyterste wille bondich zijn ende geachtervolcht 
werden zoude, tzij in crachte van testament, codicille, 
legaet of bespreek, gifte uyt zaecke des doots of van 
eenige andere uyterste wille, zulck de zelve naer ver- 
mogen den goedertieren geestelicken of waerlicken 
Rechten of gewoonten deser landen alderbest staende 
gehouden zal connen werden, niet jegenstaende alle 
of eenige solemniteyten in desen niet en waren onder- 
houden of naergevolcht gesamentlic dat ick hem hier 
van maecken ende verleenen zoude een of meer open- 
bare instrumenten in behoorlicker gestaltenisse twelck 
ick notarys boven genomt, ten insichte mijns Ampts 
dat publijc es, niet en hebbe connen begeren noch 
behoren te weygeren. 

Dit geschiede in Sgravenhage ten huyse des meer- 
gemelten heeren van noortwijcx, staende aldaeraende 
noortzijde van tvoorhout ten bijzijn ende overstaen 
van D. Everardus Vorstius Doctor ende professor der 
medicijnen in de universiteyt tot Leyden, ende Daniel 
vander Bouchorst mijn clerck als geloeflicke getuygen 
hier toe, mit mij, bij monde vande voorsz. testant ende 
comparant verzocht ende gebeden. 

Alle twelck ie ondergescreven mit mijn 
handt ende gewoonlicke onderteyckeninge 
hier onder ende op elc bladt gcstelt mits- 
gaders mit mijn Notariaetteycken hier be- 
neffens gedruct mitsdesen voor de warach- 
ticheyt getuyge zulx als boven voor mij 
gedaen geschiet ende verhandelt te wesen. 
J. VAN Hout. Not. Publ. 

(Op folio perkamenten bladen, aan weerszijden be- 
schreven en boeksgewijze ingenaaid, met het opgedrukt 
zegel van J. VAN HoUT, bevattende dit zegel een 
schild, gedeeld in vier kwartieren, waarvan in het 
linkerbeneden- en het rechterbovenkwartier een zwaan. 



in het rechterbeneden en het linkerbovenkwartier 
oogenschijnlijk drie schuine balken. Het schild heefl 
tot omschrift S. Jans van Hovt). 



Het beoefenen van genealogie en oyer 
familienamen (i). 

Onder de wetenschappelijke mannen, die het Archief- 
wezen als uitgangspunt hunner studiën hebben gekozen, 
is er een deel, — ik geloof een klein deel, — dat 
niet hooglijk ingenomen is met de genealogie of ge- 
slachtkunde. In plaats van daarin te zien eene hulp- 
wetenschap der geschiedenis, beschouwen zij die zuster 
der heraldiek of wapenkunde als eene vrucht der 
ijdelheid, welke tot niets anders leidt, dan tot knutselen, 
liefhebberijen en enkel tot doel heeft het zich voorop 
zetten, zich verheffen en te trachten zich verwant te 
doen zijn aan adellijke familiën. Zelfs komt het mij 
voor, dat het tijdschrift de Navorscher, dat een reeks 
van ongeveer 30 jaar hunne instemming, medewerking 
en steun mocht ondervinden^ juist door de groote uit- 
gebreidheid, welke de rubriek geslachtkunde daarin de 
laatste jaren heeft verkregen, niet meer, in elk geval 
minder, door hen gewaardeerd wordt; zij laten het 
tijdschrift links liggen. 

Dat is jammer voor het tijdschrift, jammer voor de 
lezers, maar ook jammer voor die heeren wetenschap- 
pelijke mannen. Zij vergeten dat hoe oud en wijs men 
ook is, men nooit uitgeleerd heeft, en daar in dat tijd- 
schrift hoofdzakelijk voorkomen Archief-gegevens, dus 
feiten, is het zeker tot hun eigen schade, wanneer zij 
daarvan geen kennis nemen, en die mededeelingen 
niet bevorderen en uitlokken. 

Ik weet wel, dat er veel kaf onder het koren loopt, 
maar het valt toch evenmin te ontkennen dat het 
wetenswaardige veelal het onbelangrijke overtreft. 

Ook wat de beoefening der genealogie ciangaat is 
het onrecht aan hunne zijde. Door de beoefening van 
dit vak van wetenschap valt niet enkel licht op onbe- 
kende geslachten, wier stamboom te kennen alleen 
waarde heeft voor hem die dien naam draagt of aan 
die familie verwant is. Integendeel, hoe vele historische 
gebeurtenissen zijn niet door het bekend worden van 
den geslachtsboom, van de hun verwante familiën,. 
van de plaats hunner geboorte en de bakermat van 
hun geslacht, der daarin opgetreden en handelende 
personen niet in een ander licht geplaatst; beter be- 
grepen en logischer toegelicht. 



(1) Voorkomende in het Bibliographisch Album Tan het Lees- 
kabinet van 1 Juni l. 1., zynde een bespreking van het werk van 
JoHAN WiNKLER, De Nederlandsche geslachtsnamen in oorsprong, 
geschiedenis en hdeekenis^ door A. J. Sekyaas van Rooyen. 



\ 



Digitized by 



Google 



m' 



— 164 — 



Wil men een bewijs, lees het belangrijk werk van 
den hoogleeraar TheoD. JORISSEN, getiteld : Memorien 
van Mr. Diderik van Bleyswtjk. 1734 — 1755- Werken 
Historisch Genootschap te Utrecht. N. Ser. n^. 45. 

Indien hij zich minder moeite jjegeven had om den 
geslachtsboom te kennen, en de verwantschap na te 
pluizen, en te doen napluizen van Gorinchomsche en 
Haagsche familiën, dan zou hij zeker niet het resultaat 
verkregen hebben, dat nu in het boek is neergelegd. 
Een belangrijk feit in onze geschiedenis zou niet zoo 
klaar en duidelijk in het volle licht gesteld zijn. 

Ik wil gulweg erkennen, dat ik ook niet altijd met 
hetzelfde welgevallen genealogische nasporingen ambts- 
halve heb verricht, kennis nam van stukken op dat 
gebied en dat ik weinig sympathie gevoelde voor 
genealogen, priester of leek, maar ik ben bekeerd en 
van die bekeering wil ik acte geven . 

Bij een moeielijk, tijdroovend en nauwgezet onder- 
zoek in mijne qualiteit als archivaris, bleek het mij, 
dat dit onderzoek om afdoend te worden beantwoord, 
de genealogie noodig had, ja dat zelfs die hulpweten- 
schap ook in deze zaak de eenige hulp moest zijn, 
welke mij op den goeden weg bracht. Om de vroegere 
bewoners te bepalen, van eene reeks huizen in de 
residentie, welke van familie tot familie zijn overge- 
gaan, dan in rechte lijn, dan in zijtakken kon ik alleen 
door de geslachtsboomen dier familiën tot eene goede 
uitkomst geraken. Zoo werd ik op eenmaal voor de 
genealogie gewonnen. 

De schaduwzijde, hoe groot ook, wordt door de 
lichtzijde verre overtroffen, en wat mij aangaat, mogen 
nu duizenden naar hartelust genealogiën maken, als 
één van die geslachtsboomen mij maar te gelegener 
tijd nut en gemak bezorgt. Zal men de beoefening der 
geschiedenis verzaken omdat er historische romans zijn? 
Ik onderstreepte maken, of is het geen maken, wan- 
neer men b. v. in een stamboom leest: <LEen zoon N, 
vertrok naar Indië, aldaar overleden,^ en een niet- 
stamboommaker weet, dat die overledene huwde en 
kinderen verwekte, dat hij terugkeerde, dat zijn kin- 
deren huwden en kinderen verwekten, en dat van die 
kinderen afstammen al de naamgenooten, die nu in 
minder goeden doen en in minder aanzien voortleven, 
en gezegd worden van een geheel ander geslacht, of 
wel van een bastaard afkomstig te zijn. 

En is het ook niet ridicuul, dat toen zeker belang- 
hebbend onderzoeker vernam, ^2X een bedienaar der 
begrafenis, een bidder, in zijn geslacht voorkwam, hij 
het onderzoek staakte, eveneens als een ander wegbleef 
van het archief toen hij vernam, dat een paar zijner 
familieleden stonden aangeteekend in de Impostregis- 
ters op het begraven : pro deo. Nog erger maakt het 
een derde; een zijner familieleden of naamgenooten 
vond ik genoemd als knecht bij eene aanzienlijke 



familie. Eerst zou ik niet goed gelezen hebben; toen 
ik een autographie gaf van het geschrevene werd mij 
de zin betwist. Hij zou vertrouwde of secretaris van 
dien aanzienlijke geweest zijn. Ook die bedenking kon 

ik weerleggen, en nu werd er op gewezen, dat 

die persoon afkomstig was van de stad of het dorp 
van dien naam, die overeen kwam met den familie- 
naam en niet tot de familie behoorde. 

Die laatste anecdote, — anecdote genomen in den 
waren zin van het woord en niet in de beteekenis, 
waarin het is overgegaan, — geeft mij juist gelegen- 
heid om het belangrijk werk te bespreken, waarvan 
ik den titel bereids afschreef. 

Het hoofdstuk: <f^Van — namen,» kan ieder daarom- 
trent dadelijk uit den droom helpen. 

Het is immers niet onbekend, dat voornamelijk tot 
in de 17^® eeuw de meeste personen werden aan- 
geduid door hun doopnaam en geen geslachtsnaam 
droegen. 

Om een Jan nu te onderscheiden van een anderen 
Jan, werd achter zijn voornaam gevoegd, dat hij de 
zoon was vanPieter; ergo Jan Pieterszoon ; datPieters- 
zoon werd geschreven Pieterszn., en verliep (verliep in 
den zin van veranderen), al heel spoedig in Pieters, 
Pietersen of Pieterson. Zij die nu deze namen dragen 
zijn afkomstig van zonen van vaders, wier voornaam 
Pieter was. 

Alle Jansens, Comelissen, Hendriksen, Michielsen, 
Lodewijksen, om maar eenigen te noemen, zijn afstam- 
melingen van een vader, wiens vader of voorvaderde 
voornaam droeg van Jan, Cornelis, Hendrik, Michiel 
of Lodewijk. 

Kwamen er te veel van die Pietersens, Jansens enz. 
in een buurt of plaats, dan voegde men er een toe- 
naam met of zonder van bij, waardoor aangewezen 
werd, waar die persoon woonde, hoe de naam was 
van het uithangbord zijner woning, van welk land, van 
welke streek of van welke plaats hij geboortig was, 
en men verkreeg dan Jan uit den boogaard, Piet in 
het veld, Cornelis van den molen, Lodewijk uit de stad, 
Michiels van Haarlem, Hendrik van Spanje. De eersten 
werden al gauw Uyttenboogaard, Intvelt enz., zooals 
wij nog de namen kennen. 

Die naamsvorming, die naamsoorsprong gaat de kun- 
dige schrijver in zijn hoogst belangrijk werk met nauw- 
gezetheid na, en daar men terzelfder tijd een schat 
van etymologieën ontvangt van woorden welke hetzij 
onveranderd, hetzij in andere gedaante tot geslachts- 
namen zijn gegroeid, ontleent het boek uit het oog- 
punt van de ontwikkeling onzer Nederlandsche taal 
en hare dialectische vertakkingen ook daaraan een 
hooge waarde. 

Wie zou b. v. in Slangen terugvinden, de zoon 
van den langen man, des langen mans zcon, 's langen 



_^ 



Digitized by 



Google 



- i65 - 



mans zoon, 'slangen zoon; wie in Smulders des mul- 
ders (molenaar) zoon, en de verdere overgangen; wie 
in VAN RoOYEN, in de verschillende vormen van 
Rood, van 't Rood, van Rooy, van Raey enz. een 
afkomst vinden van ^Rtxle of Rade, in plaatsnamen 
ook als rood en raad, raed, roth, rath geschreven, en 
in versletene vormen, als rooi, ray, raey en r^jv», dat 
eene opene plaats in een bosch waar de boomen 
gerood, gerooid, uitgeroeid zijn beteekend, en nog in 
saamgestelde namen voorkomt als Winderoode, 
HoPAERAADT, geslachtsnamen, en cSx. Oedenrode, 
cScHEEDEROODE, 's Hereogenrade , in de volktaal 
«Harkenroth en Herkenraai, waarvan de ge- 
«slachtsnamen Harkenroth en Herckenrath, in 
«het hoogduitsch Herzogenrath , in het fransch 
«Rodele-duck, samengevloeid tot RoLDua" 

Wij zien het ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid. 

Het van voor den geslachtsnaam behoeft ons niet 
ijdel te maken. Het duidt geen heerlijkheid aan; het 
wijst soms nciar de plaats waar een onzer voorvaderen 
in allen eenvoud leefde of werkte. Hier een houtakker, 
die de door hem opengehakte ruimte in 't bosch, tot 
woning had gekozen, om van daaruit zijn werk te 
kimnen voortzetten; ginds een...., doch ik wil mijn 
lezers niet door het verder mededeelen, van wat 
WiNKLER zegt, hunne illusie omtrent den stand, waarin 
hunne oudste voorvaderen geleefd hebben, ontnemen. 
Zij moeten zelf maar eens in den spiegel, welke de 
schrijver hun voorhoudt de waarheid herkennen. 

Dergelijke boeken als dat van Winkler kunnen 
niet bogen op een uitgebreiden kring van lezers, noch 
minder van koopers. De geleerde wereld, dat zijn de 
dubbel-getitelden , de priesters, vinden zoo'n JOHAN 
Winkler (zonder meer), wat kort en eenvoudig; de 
aanhang van die dubbel-getitelden, van die priesters, 
dus de enkelvoudig-getitelden, de koorknapen, die de 
wierook zwaaien volgen na, en de leek, och hij heeft 
genoeg aan de godsdienstige verrichting, welke voor 
hem verricht wordt. Hij bekommert zich verder niet 

Laat dit eens anders en beter worden gij hoofden 
van scholen, en hoofden van kerkelijke gemeenten, 
die op de dorpen de leesgezelschappen onder uwe 
hiërarchie moogt rekenen. Schaft u dat, en dergelijke 
boeken eens aan ; het gaat toch op gemeenschappelijke 
kosten, en werkt op die wijze mede, om de uitgave 
van werken als van Winkler mogelijk te maken. 

Uwe lezers, al lezen zij het niet geheel, zullen er 
meer nut uithalen, dan uit al de romanlectuur, welke 
de tijdschriften verschaffen ; ik spreek nu nog niet van 
14-daagsche boekdeelen. Laat ieder eens zien, hoe de 
geslachtsnamen en zoovele plaatsnamen, nevens vele 
algemeene namen gevormd zijn; men zal de Neder- 
landsche taal leeren kennen en liefhebben! 



Hfi weeskamer en haar arehier te Dordrecht 

Het oudste stuk betreffende weezenzorg in het archief 
aanwezig, is een handvest van graaf Jan van Hene- 
gouwen (Jan II) van 11 November 1303. Daarin worden 
bepalingen gemaakt omtrent het tijdstip der meerder- 
jarigheid (15 jaar), omtrent de voogden en de zeker- 
heid door dezen te stellen, vóór zij hunne handen aan 
de goederen der weezen mochten slaan en omtrent 
wegvoering van kinderen. Deze handvest werd in 1338 
door graaf Willem van Henegouwen vernieuwd en 
bekrachtigd. Wanneer bij uitersten wil door de ouders 
niet in de voogdij hunner nagelaten kinderen was voor- 
zien, placht van oudsher die voogdij over de weezep 
den graaf toe te komen. 

Keizerin Margriete vergunde echter reeds bij een 
handvest van 10 Mei 1346 aan die van Zuid-Holland, 
«dat voortaan geen voogdijen aan den Grave besterven 
«souden, maar de weeskinderen moesten vervoogd 
«worden van de oudsten en naasten > die hen aangaan 
«souden, van Swaertsijde daar sij of verweest werden.» 

Deze alzoo aangewezen voogden, hloedvoogden ge- 
naamd, kwamen dan alleen in aanmerking als de ouders 
bij testament in de voogdij niet hadden voorzien, het- 
geen dikwijls voorviel, en nu werd vaak ondervonden, 
dat de naaste magen niet altijd de geschikste en be- 
kwaamste waren voor de voogdij. In die mate scheen 
zelfs de natuurlijke voogdij minder gewenscht, dat al 
spoedig werd goedgevonden, dat, wanneer er bij tes- 
tament geen voogden waren benoemd, «de overheid 
«van de plaats, waar het sterfhuis viel, voogden en 
«toezienders over de minderjarigen of andere toezicht 
«behoevenden zouden stellen.» Wie overigens in Zuid- 
Holland de voogdij uitoefende, moest alles doen ten 
overstaan en met goedvinden van den Gerechte en 
daaraan jaarlijks rekening afleggen. De bepalingen 
aangaande de borgstelling der voogden voor hun be- 
heer, reeds door de graven gemaakt, werden na ver- 
loop van tijd al minder en minder nageleefd; soms 
was de gekozen voogd ook niet in staat tot borgstel- 
ling, en gevallen van ontrouwe voogden, die zich met 
het goed der weezen verrijkten, deden zich niet zelden 
voor; vandaar dat men bij toenemende bevolking en 
beschaving, vooral in de steden, de noodzakelijkheid 
begon in te zien om zoowel voor het toezicht der 
weezen en zinnelooze personen als voor de administratie 
hunner goederen in sommige gevallen, meer doeltref- 
fende bepalingen in het leven te roepen en commissiën 
te benoemen, speciaal met het toezicht op het beheer, 
en zoo noodig, met de administratie van der weezen 
of der zinneloozen goederen belast. Zoo ontstonden in 
verschillende plaatsen de weeskamers en hare ordon- 
nantiên, voor die weezen en ander toezicht behoevende 
personen, welke eigendommen hadden; terwijl de niet- 

_3. 



/^ 



Digitized by 



Google 



i66 



bezittende weeskinderen, in liefdadige gestichten opge- 
nomen, geregeerd werden door de reglementen dier 
gestichten zelve, en op plaatsen waar geen weeskamer 
werd opgericht, het gerecht zich met de weezenzorg 
bleef bemoeien. 

Onze gemeente-archivaris, de heer A. van de Weg 
LSzn., vindt reeds weeskamers vermeld in 1535 te 
Breda, in 1543 te Amersfoort, in 1551 te Grorinchem, 
in 1563 te Amsterdam en het eerst van eene wees- 
kamer te Dordrecht gewag gemaakt op 25 April 1587, 
toen «Schout, Burgemeester, Schepenen, Raden en 
«oud-Raden en goede luyden van den Achten, CoUe- 
«gialiter binnen de Camer judicieel vergaderd synde», 
vier weesmeesters benoemen, en zulks naar aanleiding 
van zekere ordonnantie en instructie onlangs, zooals 
zij zeggen, bij de Magistraat dezer stede gemaakt 
(Beverwijck en Balen vergassen zich dus, als zij de 
oprichting der Weeskamer in 1591 stellen). Ofschoon 
Van de Wall eene ordonnantie vermeldt van 24 Decem- 
ber 1591, en er werkelijk eene van dien datum bestaat, 
gedrukt bij lan Canin te Dordrecht, is echter de oudste 
ordonnantie op de Weeskamer in het archief aanwezig, 
eerst van 3 September 1597; zij werd vastgesteld door 
«de Ridderschap, Edelen en Steden van Holland en 
West-Friesland, representeerende de Staten van den- 
zelve lande, ten verzoeke van Schout, Burgemeester, 
Schepenen, Raden en oud-Raden en goede luyden van 
den Achten ter Stede van Dordrecht.» De fraai op 
perkament geschreven minuut dezer Ordonnantie draagt 
de onderteekening van J. van Oldenbamevelt als voor- 
zitter. Reeds spoedig werd zij gewijzigd en veranderd, 
nu door de regeering van Dordrecht alleen, zonder 
medewerking , der Hooge Overheid op 24 November 
1639. Volgens deze ordonnantie, die met eene ampliatie 
op 27 April 1651 gemaakt, tot in 1768 in stand bleef, 
bestond de weeskamer uit vier weesmeesteren, gekozen 
door schout, burgemeester, schepenen, enz. der stad, 
uit hun midden, van welk viertal jaarlijks twee werden 
vervangen; zij moesten een eed doen en werden ge- 
adsisteerd door een secretaris, een administrateur, een 
gezworen klerk en een kamerbewaarder. De adminis- 
trateur moest cautie stellen. De last der weesmeesteren 
was «omme te sijn oppervoogden en curateurs en over 
«sulcks Generale macht en Authoriteyt te hebben over 
«alle weesen en onmondige kinderen cnde andere kranck- 
«sinnigen en innocenten, simpele, stomme en onmachtige 
«personen, niet vroet of bequaem genoeg sijnd om haer 
«selven ofte hare goederen te regieren, die binnen der 
«stede of te vrijheid van dien woonachtig sijn, en om 
«haer goederen binnen en de oock buyten de steden 
«geleghen ten meesten oirbaer te regieren en de te 
«administreeren». Voor de schade door de geadminis- 
treerden te lijden, bleef de stad aansprakelijk, zelfs al 
ging die schade den door den administrateur gestelden 

m 



borgtocht te boven. Zoowel de secretaris als de admi- 
nistrateur genoten salaris ten laste der geadministreer- 
den en bij tarieven vastgesteld. De weeskinderen bleven 
onder voogdij en hunne goederen onder beheer tot hun 
25*'' jaar, of eerder huwelijk. 

Opdat geen boedel aan de zorg der weeskamer zou 
ontsnappen, moesten grafmakers en baardragers of 
later de kosters der kerken, wekelijks aan den kamer- 
bewaarder de lijsten der begrafenen afgeven, en als 
dan geen voogden waren benoemd of de weeskamer 
niet was tgeseclueerd* begon dadelijk hare zorg ; waren 
er voogden benoemd, dan moesten deze binnen zekeren 
tijd voor de weeskamer verklaren of zij de benoeming 
al dan niet aannamen en zij waren, de weeskamer 
niet uitgesloten, aan haar comptabel. De testamenten, 
seclusiën inhoudende, moesten binnen zekeren tijd ter 
weeskamer geregistreerd zijn. Men had toch altijd het 
recht om zelf voogden over zijne minderjarige kinderen 
te benoemen en ook om de weeskamer geheel van 
zijn boedel uit te sluiten. Als de ouders overleden 
waren zonder voogden-benoeming en zonder seclusie 
en de geheele administratie dus aan de weeskamer 
verviel, werden toch door haar voogden aangesteld, 
doch dezen hadden dan slechts tot taak om de weezen 
gade te slaan en hunne opvoeding te besturen. 

Op 8 November 1768 werd eene nieuwe en laatste 
ordonnantie op de weeskamer door de regeering van 
Dordrecht afgekondigd, nadat zij door de Staten van 
Holland en West-Friesland was goedgekeurd. Bij deze 
ordonnantie wordt de zorg der weesmeesteren, wat de 
krankzinnigen en dergelijke personen betreft, beperkt 
tot dezulken, die onder het toezicht der weeskamer 
staande, bij hunne meerderjarigheid, naar het oordeel 
van den gerechte, onbekwaam zijn zich zelve of hunne 
goederen te regeeren; overigens is zij, in hoofdzaak, 
als de voorgaande. De betrekking van secretaris en 
administrateur werd in één persoon vereenigd, en de 
gezworen klerk verdween. Het schijnt, dat vooral de 
administratieve zorg der weeskamers allengs minder 
gewenscht werd ; althans de seclusies namen in de 1 8"** 
eeuw merkelijk toe; men klaagde over lastige forma- 
liteiten en hooge kosten en zag zijne zaken ongaarne 
aan zooveel vreemde personen bekend, al was dan ook 
de weeskamer met hare onderhoorigen tot stipte ge- 
heimhouding verplicht, toch zag men zijnen boedel 
liever door den familie-notaris berecht. De werkzatam- 
heden der weeskamer hebben opgehouden met de in- 
voering der Fransche wetten hier te lande, 181 1; 
echter bleef er toen eene commissie bestaan, die belast 
was met de verdere vereffening. Bij de wet van 5 
Maart [Staatsblad n^. 45) werd deze commissie ont- 
bonden en vervangen door eene «algemeene commissie 
van liquidatie,» die te *s-Gravenhage zou gevestigd 
zijn. Deze commissie moest met de archieven der 



% 



Digitized by 



Google 



_ 167 - 



weeskamers ook de onder haar beheer zijnde gelden 
en gekiswaardige papieren overnemen ; het tijdstip der 
ontbinding van de bestaande commissie werd bij 
koninklijk besluit van 14 September 1852 {Staatsblad 
n^ 145) nader bepaald op i October 1852, 's middags 
12 uur. Bij de wet van 14 November i^-jg (Staatsblad 
n^. 197) werd het beheer der algemeene commissievan 
liquidatie, betreffende de voormalige wees- of mom- 
boirkamers over kapitalen, die tijdelijk met vruchtge- 
bruik waren belast, overgedragen aan den minister 
van financiën en bepaald, dat de archieven der voor- 
malige weeskamers zouden worden teruggegeven aan 
de betrokken gemeenten, indien zij binnen 0^/// maan- 
den na de afkondiging der wet zich bij de algemeene 
commissie aanmelden. Het archief der ^algemeene oom- 
missie van liquidatie^ werd aan den minister van 
financiën overgegeven. 

De aanvrage geschiedde door het gemeentebestuur 
alhier, en zoo kwamen de archieven der Dordsche 
weeskamer weer op de plaats hunner geboorte terug. 

De staatsboeken, dat zijn de boeken, waarin de 
goederen der weezen werden genoteerd en onder één 
hoofd gebracht, en de memoriaalboeken, waarin alle 
ordpnnantiën en andere proceduren werden geschreven, 
beginnen met 16 1 8, en de overige registers later, zoodat 
het archief nog niet compleet is, daar de weeskamer, 
zooal^ gezegd, reeds veel vroeger hare werkzaamheden 
begon. 

Overgenomen uit de Nieuwe Rotter damsche Courant 
van Woensdag 14 September 1887. 



Weeshuis te Dordrecht. 

Dordrecht, rijk aan godsdienstige instellingen, bevatte 
reeds vroeg een toevluchtsoord voor weezen. 

Het oude convent van Sint Marien-Born, gesticht 
in 1303, werd in 1576 veranderd in een of tot «een 
«Arme Wees-Huys.> 

Eerst werden de weezen verpleegd op kosten der 
Groote-kerk, doch daar het getal verpleegden, in 
1571, reeds tot 80 was geklommen, wendden de 
heilige geestmeesters zich tot de regering der stad, 
met verzoek een Wees-huys te willen oprichten, dat 
voor rekening der gemeente, gesteund door giften en 
schenkingen, de zorgen dier kerk wat verlichten zou. 
Het verzoek werd toegestaan en het «Doldeshuys,» 
eene bezitting der stad, daarvoor tegen St. Bamis, van 
dat jaar, gereed gemaakt. De secretaris der stad, Jacob 
Pauli, nam, in het éérste bestuur, zitting, als «toeziender 
of vader.» 

Toen dit huis, dat voor een 20 tal weezen was in- 
gericht, te klein werd, nam men toevlucht tot het St. 



Jakobs Gast-huys (i), en toen ook dit gebouw geene 
ruimte genoeg meer aanbood, want reeds waren 180 
weezen ter verpleging aanwezig, nam men het hier- 
boven gemelde klooster in bezit. De weesvaders (be- 
stuurders) hiertoe gerechtigd door de regeering, namen 
de verplichting op zich, de nog aanwezige zusters tot hun 
laatste ure te verzorgen en van het noodige te voorzien. 

«Waarop aldaar toen gevolgd is, de volle inwijding 
«tot een wees-huys.» 

Dordrecht zag hare grootste mannen en vrouwen 
aan *t hoofd der inrichting, zelfs de bekende schout 
«heer Jan van Drenkwaerd» werd niet alleen bestuur- 
der, maar een «pond Grooten Vlaams 'sjaars, zijn leven 
lang», schonk hij het wees-huys. 

Zorgde men voor de weezen gedurende hun verblijf 
in 't huis, ook bij hun vertrek gaf men het noodige 
mede. Dordrecht's weezen, gewoon aan water en sche- 
pen, trokken vaak naar 't Oosten en dan maakte de 
voogdij eene uitzondering en werd hun «uytzet» ruimer. 

Zoo kreeg een jongeling, «varende naar Indien of 
«anders op zee», onder meer: 

Twee stoop van den besten brandewijn, en 

Een peper-koek van 7 of 8 pond mede op reis. 

Nog bestond er te Dordrecht eene inrichting van 
bepaald kerkdijken aard en wel «'t Arme Weeshuys 
«des Armen-Bezorgerschaps.» Dit gesticht , bestuurd 
door de diakenen, werd opgericht in 1668. \Vij zien 
het «op-gerecht» in de «Vrieze-straat», «aldernaast daar 
4waar wel eer de Ploeg kapel plag te staan.» Later 
(1675) woonde de weezen in 't Steegoversloot. Als 
vader en moeder vinden wij in dat jaar Pieter Klaar- 
bout en zijne vrouw, die zoo goed voor hunne weezen 
zorgden, dat van deze twee gezegd werd, — «in wiens 
«hoede de zelve zijn vertroud.» — 

In 18 18 werden deze «armen- weezen» gevoegd bij 
die welke in 't Mariënbom-klooster verpleegd werden. 
Toen stond hun gesticht aan de Vest en gaf men de 
inrichting den naam van «Vereenigd arm wees- en 
nieuw armhuis.» 

Nog later werd een geheel nieuw gebouw aan de 
weezen geschonken, staande in 't «Lange Kromhout.» Nu 
diende het ex-klooster en ex-weeshuis verder tot synagoge, 
om ten slotte te eindigen als gemeenteschool (2J. Voor 
het nochtans zoo ver kwam, onderging het oude con- 
vent eene geheele wijziging, beter gezegd, het verdween 
om plaats te maken voor een modern gebouw. Vant 



(1) „Als wanneer bij verdrag, aangegaan tusschen de St. Jacobs 
„Heeren en de toezienders van 't Arme-wees-Hnys, is bij de voor^z. 
„St. Jakobs Heeren vergund en toegestaan, dat voor een gedeelte 
„zoude werden ingeruymd, der Armen-weezen, gelijk ook vier jaren 
„daarna, de Meyskens daarin opgehouden, toch naderhand te Maryen- 
„Born bij de Knechjes, onder één dak gebracht zijn (Balen 1, 158.)" 

(2) Na van 1G16— 1742 ook gebruikt toz'ju tot stedelijke boekerij. 



y 



\ 



Digitized by 



Google 



r 



— t68 — 



't klooster rest niets meer; alleen de naam aan een 
der straten gegeven, eenmaal hare muren begrenzende, 
de Mariénbomstraat, doet er aan denken wat 't jongere 
geslacht misschien vergeten zoude. Het Willem Oskens 
straatje, ter andere zijde, heet heden de Weeshuisstraat, 
terwijl «de groote plaets» waar weleer 't «Molken-huys,» 
de keukens, de «schole der wees-meysjes», etc, etc. 
stonden, nu een plein is, versierd met bloemperken, 
en zeker veel bijdraagt tot de versiering van een niet 
schoon gedeelte der oude stad. 

Toch waren de wees verzorgers niet altijd even 
menschlievend voor hunne verpleegden. De bekende 
historieschrijver Schotel vermeldt tenminste, dat het 
niet ongewoon was de kwaaddoenders , d. w. z. die- 
genen, welke straf verdiend hadden, met blokken, door 
kettingen aan de beenen bevestigd, ter kerke te zien 
gaan. Gelukkig bracht beschaving ook veredeling met 
zich en verdwenen met de middeleeuwen ook die bar- 
j baarsche gewoonten. 

Zie verder over «weeskamers, weeskinderen en andere 
personen, toezicht behoevende». Balen, I, blz. 596 — 620. 

's-Gravenkage, H. DE V. v. D. SxR. Hzn. 



De Saudbergstichtiug te Zwolle. 

Door den heer jhr. A. Sandberg van het Laar, te 
Zwolle overleden, is bij testament eene weldadige 
stichting in het leven geroepen, die den naam van 
Sandbergstichting draagt. Haar doel is ondersteuning 
te verschaffen, uitsluitend aan daaraan behoefte heb- 
bende leden der familie Sandberg, wettige afstamme- 
lingen van des stichters ouders, wijlen jhr. mr. Albertus 
Sandberg en vrouwe Reiniera Johanna Schrassert en 
bij onafgebroken vererving den naam van Sandberg 
dragende. Wanneer geen tot genieten bevoegde afstam- 
melingen der familie Sandberg meer aanwezig zijn, 
zullen de fondsen en goederen aan het gemeentebestuur 
van Zwolle worden overgegeven, met uitdrukkelijken 
last om te zorgen, dat met het dan aanwezig kapitaal 
een doelmatig ingericht ziekenhuis of gasthuis wordt 
opgericht en onderhouden, of zoo deze reeds op dien 
tijd bestaan, eene andere nuttige inrichting, een en 
ander ten dienste van het algemeen, zonder onder- 
scheid van godsdienst, kunne of stand. Het bestuur 
der Sandbergstichting wordt uitgeoefend door een 
directeur, die door drie commissarissen wordt bijgestaan 
en aan hen rekenplichtig is. Voor de eerste maal is 
als directeur opgetreden de heer C. B. H. Royer, 
notaris aldaar, en als commissarissen de heeren jhr. A. 
M. C. Sandberg, ontvanger der registratie te Amers- 
loort, jhr. L. A. Sandberg, ingenieur te 's-Hertogenbosch, 
en mr. F. A. R. A. baron van Ittersum, president der 
arrondissements-rechtbank te Utrecht. (Z. C). 



Het wapen Tan het geslacht van Brugge. 

(Mei een plaat). 

De plaat bij dit Nummer gevoegd stelt het wapen 
voor van den bekenden passiespeler Jan Jorisz., die 
echter het meest bekend is als David Jorisz., welken 
bijnaam hij te danken heeft omdat hij de rol van 
koning David in de passiespelen zijns vaders, genaamd 
Joris van Amersfoort, alias Joris de Komen, zeer ver- 
dienstelijk speelde. Toen hij in 1544 burgerrecht te 
Basel kreeg, werd hij ingeschreven als Johan van 
Brugge, terwijl hij later naar zijn landgoed ook ge- 
noemd werd Johan van Binningen. In den eersten 
jaargang van het Algemeen Nederlandsch Familieblad 
n®. 18, gaf de redacteur wijlen de heer J. H. Scheffer 
een uitgebreid levensbericht van hem benevens zgn 
genealogie. Belangstellenden kunnen wij dus naar dat 
artikel verwijzen. Het wapen komt ons ook om meer 
dan één reden merkwaardig genoeg voor door de 
druk algemeener bekend te worden. Zeer zeker moet 
het onder de «zonderlinge wapens» gerangschikt worden 
en verdient het daaronder een eerste plaats, terwijl 
men de keuze van dit bijzonder wapenfiguur kan ver- 
wachten juist van een persoon als David Jorisz., die als 
passiespeler, glasschilder, wederdooper, en landjonker 
zulk een wonderlijke en wisselvallige levensloop had. 
In een oud manuscript, berustende bij de familie Viruly 
te Rotterdam, en de genealogie met verdere bijzon- 
derheden van dezen David Jorisz. behelzende komt de 
volgende beschrijving van het wapen voor: «Een ge- 
schilderd monstrum, zijnde van voren een eenvoudigh 
onnoozel schaepken, duikende onder des werelds lasten, 
maar achter eens grimmigen, bijtenden, sterken leeu- 
wengestalte voerende, ende de wereld onder sijne 
voeten tredende.» Onze plaat is een reproductie van 
een penteekening, zeer nauwkeurig en verdienstelijk 
geteekend naar een teekening in goud en kleuren op 
perkament, gemerkt W. v. Cleeff. 

Van dezen wapenteekenaar is ons archief nog een 
paar voortbrengselen rijk, geheel op dezelfde wijze 
bewerkt. Mochten er onder onze lezers zijn, die van 
het leven en de werkzaamheden van dezen teekenaar 
bijzonderheden weten, zoo willen wij deze volgaarne 
in onze kolommen mededeelen. 







Digitized by 



Google 



109 — 



"d 



Een doopregister der Hollanders in Brazilië. 



1639. 



Anna Catharina. Ouders: Bartel Pistor; get.: 
Dhr. Charles Tolner, Andreas Philtz. 

1638. Sept. I. Maria. Ouders : Gillis Brackony en Catha- 
rina van den Berch. get.: Elias Vinck, Nicolaes 
Claess, Maria Wallon. 

— Sept- 5. Elisabeth. Ouders: Willem Carstenss; 
get.: Elisabeth WolfFs. 

Jan. Ouders: Jan Mulder ; get. : Alexander Picard, 
Caspar van der Ley. 

— Sept. 22. Anneken. Ouders: Michiel Faster en 
Stijntien Pieterss ; get. : Adam Jacobss, Adriaentie 
Janss. 

— Oct. 14. Ysmael. Ouders: Daniel de Clerck; 
get.: Henrick Schoonhoven, Jan Barbe, Comelis 
van Velsen, Anna Lavary. 

— Nov. ( 4. Maria. Ouders : Jan Piek en Maria Pieck; | 

get.: Paulus Vermeulen, Joost de Simon ' 

Willemss, .... Soler. 

— Nov. 21. Claes. Ouders: Jan Leendertsen en Ael- 
tien Claes; get.: Ahasuerus van Essen, Jacob 
Grever, Elsien Thielemans, Maria Thijssen. 
Henrickien. Ouders: Henrick Corn. VerhoefiF 
get.: Jacob Coets, .... Seulijn. 

Maria. Ouders: Elbert Crispynss; get.: Dhr. Ser- 
vatius Carpentier, Willem Doncker, EvaBartels, 
Apollonia Tappers. 

— Nov. 26. Agneta. Ouders: Pieter Seulijn ; get.: Dhr. 
Matthijs van Ceulen, Maria . . . ., Anna Hack. 
Maria. Ouders: Gerrit Bicker; get.: ChristofFel 
MarckgrafF, Pleuntie Jacobss. 

— Dec. 9. Esther. Ouders: Philips de Rou; get.: 
Valentijn Yssens, Daniel Ie Clerck, Anna Car- 
bonnet, Cathalina Ie Pirre. 

(N. N.) Ouders: .... Stiffry; get.: Wonradus 
Janss, Janneken Backers. 

— Dec. 22, Anneken. Ouders: Matthijs Becx en 
Anna Hack; get.: Jaques Hack, Willem Becx, 
Clara Kesselerus. 

— Dec. 25. Johannes. Ouders: Christoifel Cherres en 
Lysbeth Luyghe ; get. : Hans Licht, Caspar Cock, 
Reyntgen Albertss. 

1639. Febr. 20. Jean. Ouders: Georg d'Amand en Mag- 
dalena Blanchet; get.: Jean de la Motte, Andree 
d'Ariette, Mariene Maria. 

— Febr. 23. Hans Coenraet. Ouders : Jochim Reems ; 
get.: Coenraet Hilt, Hans Pluger, Anna Lichts. 
Susanna. Ouders: Willem Hall ; get. : Artur Hall, 
Cornelia Abbeth. 

— Meert 27. Barent. Ouders: Roeloff Barents en 
Grietien Janss; get.: Bartholomeus Poel. Jan- 
neken Eyssen. 



Engeltie. Ouders: Roeloff Alberts; get.: Albert 
Wurms, Neeltien Thobias. 

Margriet. Ouders: Pieter van der BurchenJaoo- 
mijntien Grentiers; get.: Willem Negentoon, 
Nicolaes Oudendorp, Janneken Cardinaels. 
x\nna Elisabeth. Ouders: Wencel Smidt en Ca- 
tharina Smidt; gèt.: Henrick Frederick, Ursula 
Daultruy. 

Jooris. Ouders : Jan Koe en Laurens (? Laurentia) 
Davidts; get. : Barent Clasen, Joris Greyer, Maria 
Hacke, Marretie Claessen. 

Cornelis. Ouders: Dhr. Willem Comeliss en Jan- 
neken van Dalen; get.: Sijn Exc*® graef Maurits, 
joffr. Elisabeth Schaep, joffr. Anna de Tourion. 
(N. N.) Ouders: Jan Barents; get.: Dhr. Chr. 
Artichoffski, .... Ie Gean, Maria Willemss. 
Apr. 13. Magdalena. Ouders: Pieter Willemsen; 
get.: Thomas Perret, Maria Beyerts. 
Christiaen. Ouders: Nicolaes Wolff; get.: Johan 
Enoch, Jacob Grel, Jurriaen Pieterss. 
Apr. 20. Margarita. Ouders : Jan Meyerinck ; get. : 
Dhr. Charles Tourion, Dhr. Wilhelmus Piso, 
Sedneum van Poynts, Dhr. Servatius Carpentier. 
Chris toffe 1. Ouders: Jan Janssen; get.: Christoffel 
Gyselin, Jacques van de Keer. 
Catharina. Ouders: Willem Thomas; get: Jan 
Lamberts, Walther vSmith, Catharina Pieters. 
Marretien. Ouders: Jan Henricks en Arentien 
Ariss; get.: Cornelis Pieterss, Albert Janss. 
Magdaleentie. Ouders: Mijndert Henricx; get: 
Wichert Pieterss, Anneken Janss. 
Maria. Ouders: Jacob Durijn; get: Jan Stevenss, 
.... la Mayne, Marretie Willemss. 
Gerhard. Ouders: Nicolaes Oudendorp en Maria 
Ie Hou ; get. : .... de With, Willem van Heern, 
.... Hall, .... Vermeulen. 
Dominica N. Ouders : Bartholomeus Pels N(eger) ; 
get: Celitie Janss. 

Willem. Ouders: !Michicl Hartle en Abigael Turc- 
kensteyns; get.: Jan van Nuysenburch, Janneken 
Smits. 

May 25. Maria. Ouders: Andries Falloo en Anna 
de GarigGs; get.: Pierre Bonjour, Anna .... 
May 28. (N. N.). Ouders: Ysaac Wevel en Maria 
Janss; get: Ambrosius . . . ., Margriet Solers. 
Juny i. Marretien. Ouders: Jan Theunissen en 
Marretien Aertss ; get. : Pieter Pieterss, Alargreta 
van dr. Hoff, Annetien Janss. 
Hans Caspar. Ouders: Hans Knock en Joel 
Meynss; get.: Caspar van dr. Ley, Mathijs Becx, 
.... Seulijn. 

Trijntie. Ouders: H. Vroom en Margrietien Claess; 
get: Barent Bock, Gerret Corneliss, Maria Melss. 
Juny 5. Willemijntie. Ouders: Paulus Pieters en 



.^^ 



Digitized by 



Google 



— lyo — 



Anneke Jasperss; get.: J. Jacobss. BHjenburch, 
Jacob Dassine, Elisabeth van de Perre. 
1639. Juny 7. Cornelis. Ouders: (N. N.) en Ariaentje de 
BruUe ; get. : Cornelis Craey, Thomas Puys, Claer- 
tien Albertss. 

— Juny 26. Pieter: Ouders: Henrick Meyer en.... 
Janss ; get. : Jacob Vef lijn , Peryntie Jacobss , 
Thomas Vlalinck, Hillegond Willemss. 

— July 3' Abraham. Ouders: Fran9oys Blonde en 
Susanna Blonde; get: Abraham Masuyr, Elisa- 
beth Schaep, Hesther Casparss. 

Pieter Clasen. Ouders: Claes Pieters en Anna 
EUers; get.: Hans Ploeger, Reyer Jacobss, Mar- 
garetha Rems. 

— July 17. Johannes. Ouders: Jan Nieuman enLijs- 
beth Nieumans ; get.: Jan Lel, Hille Janss, Janneken 
Janss, Maria Willems. 

— July 24. Anneken: Ouders: Jan de Hase en 
Christina Jochims. 

— July 27. Willem. Ouders: Robbert Wever en 
Janneken Wevers; get.: Thomas Walsen, Jan 
Cups, .... Albertss, Stijntie Michiels. 
Lijsbeth. Ouders: Paulus Trunck en Lysbeth 
Nats. 

— Aug. 3. Maria. Ouders: Andries Heym; get.: 
Harman Henricx, .... Tapper. 

— Aug. 9. (N. N.). Ouders: Jan Christoffels en Anna 
Janss; get.: Lucas Verhayck, Wouter Smidt, 
Martha Hildt. 

— Aug.%14. Cornelis. Ouders: Claes Bayer; get.: 
Jan Hick, Lijsbeth de Clerck. 

Jan Mauritz. Ouders: (N. N.); get.: Sijn Ec*® 
GraefF Mauritz. 

— Aug. 17. Celetie. Ouders: Gerret de Vries; get: 
Barth. van Ceulen, Hans Mitgens, Celetie Messes, 
Grietie Willemss. 

— Sept. 14. Elisabeth. Ouders: Melchior Joh. Staes 
en Comelia van Mellingen; get: Dhr. Willem 
van d*" Hoorn, Caspar van Heussen, Clara Kes- 
selerus, Margrieta Vermeulen. 

— Sept 16. Maria. Ouders: Eduard Brand en Maria 
Stijgers; get: Francisco Poins, Eduard Pockius. 

— Sept 18. Magdalena. Ouders: Jan Davidts en 
Magdalena Vergees; get.: Andries Elison, Joris 
Henricx, Margaretha Dammeren, Anna Bossewel. 
Lijsbeth. Ouders: Jan van Vierharten en Josina 
Harmanss ; get. : AUard Holl, M. Jacobss, Lijsbeth 
Caspers. 

— Sept 27. Johannes. Ouders: Jacob Funel en 
Maghtelt . . . .; get: Andries Daultruy, Jan 
Hartman, Margriet van Stralen. 

— Oct. 4. Dirck. Ouders: Symon Janss en Maretie 
Wouterss; get.: Jan Janss, Lijsbeth Dionijs. 

. Jan. Ouders: Jean Chevallier en Catharina Perre ; 



get: Valentijn Ysler, Jan Vlam, Pleun van Jean, 
Pironne de Dionys. 
1639. Edmond. Ouders: Evert Willemss en Lijsbeth 
Henricx; get: Cornelis Thijssen, Frangoys Har- 
manss, Margriet Henricx, Anna Slachters. 

— Oct 9. Elysabeth. Ouders: Jan Willemss en 
Agnietien Jacobs. 

— Oct 23. (N. N.). Ouders: Pieter Reynouts; get: 
Cornelis Corneliss, Henrick Christiaenss, ApoUonia 
Tappers. 

Agatha Anna. Ouders: Robbert Fendelons. 
Lijsbeth. Ouders: Jan Patton en Susanna Patton. 

— Nov. 3. (N. N.) Ouders : Anthoni Boudewins; get. : 
Nicolaes Swaenswijck, Anneken Clasen, .... 
Boudewijns. 

Johannes. Ouders: Jan Ponis; get.: Alexander 
Piccard, Andries Daultruy. 

— Nov. 7. Johannes. Ouders: Jan Janssen; get: Hans 
de Weyer, Margrieta Dammerts. 

— Nov. 10. Jurriaen. Ouders: Caspar Cock en El- 
sien Cocks ; get. : Bayer Geesel, Sy tien Bartels, 
Tytien Evertss. 

— Nov. 13. Dirck. Ouders: Syvert Dircksen en Ca- 
thalina Geyspern; get: Claes Janss, Francisca 
Poins. 

— Nov. 29. Margriet. Ouders: Jacob Melissen ; get. : 
Lucas Verhayck, Martha Henricx. 

— Dec. 18. Catharina. Ouders: Pieter Aleyer en 
Anneken Meyers. 

Nicolaes. Ouders : Nicolaes Pepeloo en Dorothea 
Stamens; get: Henrick Schoonhoven, Claes Si- 
vyck, Catharina Egberts. 

Johannes Philippus. Ouders: Henrich Frederick 
en Elysabeth de Clerck; get.: Pierre Ie Grand . 
Maria. Ouders: Dirk Elgers en Anna Janss; 

get.: Motte, Vinck, Jacomijntgen Janss, 

Lysbeth Gysberts. 

Govaert. Ouders: Govaert Diddens en Marretie 
Diddens. 

Ursula. Ouders: Daniel Meyer en Geertruyt 
Meyers. 

Willem. Ouders: Willem Gilcrist en Dorothea 
Gilcrist 

Anna. Ouders: Matthijs Becx en Anna Hack. 
Helena. Ouders: Anthoni van Turnhout en Ma- 
rycken van Turnhout. 

Hans Jurgh. Ouders: Coenraet van Hietenheym 
en Geertruyt van Dillenburg; get. Hans Jurich 
van Nassou, Barbara van Tourlagh. 
Jacob. Ouders: Jacob Arnouts en Engèltie Hen- 
ricx; get: Dirck Janss, Grietien Henricx, Ger- 
rittien Lambertss. 

Jooris. Ouders : Jurriaen Dolphijn en Elsien Dol- 
phijn ; get : Lambert van der Heede , Hans 



Digitized by 



google 



"K^ 



— 171 — 



1639. Wamaerss, Artur Hall, Jan Davidsen, Annetien 
Janss, Maria Leenders. 

Johannes. Ouders : Harman Witrock en Jannekeii 
Janss; get.: .... Pirenhaus, Marretien Thomas. 
Esther. Ouders: David Ie Pesor en Jannetien 
Janss; get.: Pieter Willems, Esther Blanque. 

1640. Jan, 28. Jooris. Ouders: Sander Molet; get.: 
Joris Glendine, Jacob Boswel, .... Willemsen, 
Elisabeth Meynen. 

Anneken. Ouders: WolfFert Bottenlmijsen en 
Grietien Cornelis ; get. : Jan Rouss, Gerret Bosch, 
Lijsbeth Philips. 

Johannes. Ouders: Jan . ... en Maria S . . . .; 
get.: (Henrickj Hamel, Thomas Carri. 
Elisabeth. Ouders: Henrick Retry en Jillissie 
Bruyn ; get. : Jan Mens, Jan Andriess. 
Henrick. Ouders: Harman Henrick enjanneken 
Struys; get.: Abraham Dapper, Abraham Cab- 
beliau, Elisabeth Schaep, Theodora Coets. 
Philips. Ouders : Jan van Gasteel en Maria Philips; 
get.: Michiel Henricx, Abraham Willemss, ....Verlet. 
— Febr. 24. Maria. Ouders: Philip pe de Rou en 
Maria de Rou; get.: Jan Lienne, Simon Willems, 
CatKalina Lespeez, Maria Hoozet. 
(Tot 1641 zijn verder geen data ingevuld). 
Pieter. Ouders: Rhene de Mouchy en Claertien 
Alberts; get.: Pierre Ie Grand, Pieter van Hee- 
den, Jacob van Linsenich. 

Cornelis. Ouders: Cornelis Comeliss en Aeltien 
Janss; get.: Henrick van den Berch, Carsten 
Hasesen. 
' Andries. Ouders : Pieter Leamers ; get. : Nicolaes 
Ridchard, Anna Bosel. 

Aeltien. Ouders: Wessel Gerretss en Trijntien 
Janss ; get. : Jan Luytiens , Bartel Bartelsen , 
Grietien Janss, Marretien Thomass. 
Nicolaes. Ouders: Jacob Clasen en Magdalena 
Hans; get.: Gerret Bosch, Hans Warmelits, Abi- 
gael ChristofFels, Grietien Juliaens. 
Maria. Ouders: Claes Janss van Breman; get: 
Jacob Clasen, Cornelis Franss. 
Marten. Ouders: Marten Coll en Maria Wybolts; 
get.: Fian^ois Vitterschout, Janneken Clasen, 
Josina Clasen. 

Elisabeth. Ouders: Jan Gillion en Saemke Pieters; 
get.: Pironne Boeré, Elisabeth Stiffry. 
Elsien. Ouders: (N. N.) en Janneken Jacobss; 
get.: Symon Beermans, Barent Wouterss, Cor- 
nelia Henricx, Elsien Cocx. 
Willem. Ouders: Willem Rosingh en Margriet 
Jacobss ; get. : Daniel de Clerck, Philips de Rou. 
Dominicus. Ouders: Harman Dominicus en Sy- 
brich Jansen ; get.: Andries . . . ., Comelia Emonts, 
Dorothea Willemss. 



1640. Pieter. Ouders: Symon Hulsebosch enjanneken 

Pieters ; get. : Abraham Duyn, Lodewyck van dr. 

Helst, Anna van der Hagen. 

Jan. Ouders: Jan Govertss. van der GraefF, get.: 

Andries Consalua, Grietien Claes. 

Henrick. Ouders: Jurriaen Laecken en Anneke 

Laecken ; get. : Bartholomeus HopfFer, Joost 

Tooden, Elsken Tomass. 

Anna Maria. Ouders: Martin Daay en Machtelt 

Daay; get.: Jaques Hack, Clara Kesselerus. 

Magdalena. Ouders: Henrick Pieters en Anna 

Couverts. 

Anneken. Ouders: Jan Carpijn. 

Lijsbeth. Ouders: Jacob Coets en Theodora Thie- 

boel; get.: Pieter Coets, Abraham Tapper, Ely- 

sabeth Schaep. 

Susanna. Ouders: Pieter Andriess Hamer en 

Catharina Wouters ; get. : Jeremias Speron, Elsien 

Casparss. 

Elsien. Ouders: Lammert Gerrets en Sytien Janss; 

get. : Jacob van Lintzenich, Harman Henricx, 

Annetie Janss. 

Godefridus. Ouders: Amelis de Froe en Cornelia 

de Ridder. 

Susanna. Ouders: Jan Nule. 

Maria. Ouders: Willem Allin en Catharina Allins; 

get.: Anthoni Bottelier, Henrick Schoonhoven. 

Dorothea. Ouders : Jan Rochel en Aeltjfïn Jaiïs^ ; 

get.: Jan Willems, Hans Casparsé'^ Dorothea.^ 

Geslekers. ' 

Christoffel. Ouders : Julius Nieuman en Margarita 

Crousen. 

Henrickien. Ouders : Thomas Carry en Marretien 

Stiens. 

Barent. Ouders : Caspar Snijder van Wolstein en 

Agnetien Gerrets van Lingen. 

Cunnetien. Ouders : . . . . van Terck en Susanna 

Graey. 

Anna Theodora. Ouders: Paulus van Gulick en 

Margriet van Stralen. 

Belia. Ouders : Pieter Janss van SwoU en Dorothea 

Crousen. 

Maycken. Ouders: Focke Pieters en Cathalina 

Moor. 
1641. Febr. 24. Johannes. Ouders: Syvert Griffioen en 

Cathalina Griffioens: get.: Claes Symonss, Cor- 
nelis Gijsbertss, Tictie Pauwels, Aaltien Robbertss. 

— Meert 3. Christiaen. Ouders: Jan van Hammen; 
get: Dhr. Balth. Wyntges, Dorothea Coets. 

— Meert 6. Johannes. Ouders: Jan van Fayel en 
Susanna Jans; get: Paul Dames, Pieter Pieterss, 
Elisabet Verwerven, Trijntien van den Berge. 

— Meert 11. Johannes. Ouders: Reyner Janssen en 
Aeltien Roelofss; get.: Jacob Dircksen, Jacob 



3^ 



Digitized by 



Google 



— 172 — 



^ 



Wolferts, Janneken Jans, Celytje Evertss. 
1641. Meert 20. Henrick. Ouders: Floris du Chattelion 
en Anna la Paliere; get.: Het collegie van de 
heeren Hooge Raden. (Dit bestond tocfn uit Z. 
Exc*« graaf Maurits, president, Matthias van 
Geulen, Johan Gijsselingh, Henrick Hamel en 
Dirck Codde van den Burch, leden, Johan van 
Walbeeck, Assessor). 

— Meert 30. Margriet. Ouders: Jan de Vries en 
Lysbeth Coomans ; get. : Jan Christoffels. Lysbeth 
Picters, Catharina Pieters. 

Gerret. Ouders: Asmus; get: Walier Smith, 

Anthonette Balthass, Elisabeth van Rehant. 
(N. N.) Ouders: Andries Waker en Janneken 
Jacobss; get.: Wolfert Jacobss, Evert Pecken, 
Elisabeth Sterlings. 

— Apr. 7. Hillebrant. Ouders: Jan Ennesen en 
Agnieta Gomaers; get.: Henrick Goden, . . . . 
Henderson, Anneken Jacobss. 

Geertien. Ouders : Anthoni en Anthonette ; get. : 
Rem Janss, Lambert Gerrets. 

— Apr. 10. Jacob. Ouders: Willem Thomass en 
Frowke Thomass ; get. : Jacob Smeth, Jan Chris- 
toffels, Barber Janss. 

— Apr. 14. Cathalina. Ouders: Gerret Bosch en 

Janneken Kermols ; get. : Pieters, Abraham 

Doey, .... Pieters, Mayken Pieterss, Janneken 
Gijssen. 

Henrick. Ouders: Henrick Jongbloet en Grietien 
Henricx; get.: Gillis Groenhart, Joost Claessen, 
Cornelis Edmond, Celytie Janss. 

— Apr. 17. Fortune. Ouders: .... Pollingh en 
Maria PoUings; get.: Dirck Mengels, Fortune 
Gijssen, Lijsbeth Staffort. 

Anna. Ouders: .... Meyer en Anna Janss; 
get. : Jan Rock, Grietien Alberts, Trijntien Janss. 
Lourens. Ouders: Charel Violet en Janneken 
Jacobs ; get. : Louys Dammert, Henrick Lichthart, 
Maria Lichthart, Christina Adriaenss. 
Nicolaes. Ouders: Melchert Damer en Janneken 
Lamberts; get.: Jan van Werden, Janneken 
Pieters. 

Ysabella. Ouders: Gaspar van Heussen en Geer- 
truyt Hack; get.: Jaques Hack, dhr. Jan van 
Walbeeck, Goenraed Goeymans, Ysabella Goey- 
mans, Maria Hack, Glara wSibelius. 

— May I. Anneken. Ouders: Wolter Jacobssen en 
. Maria Henricx; get: Wolter Jacobss, Henrick 

Roeloffs, Maria Henricks. 

— May 8. Leendert. Ouders: Philips HeylenAnna 
Glaer; get.: Leonard Rocuss, Nicolaes Ouken. 
Andries. Ouders: Frederick Andriess en Barber 
Janss; get.: Ysaac Bockxbaert, Henrick Ysebrants, 
Geertruyt Andriess, Mettien Janss. 



May 12. Reyer. Ouders: Dirck Reyerss en 
Hilleken Pauluss ; get. : Jacob Glasen , RoelofF 
Gijssen, Lucya Rheys, Maria Gerrets. 
Grietien. Ouders: Joannes .... en Tryntien 
Geerts; get: Johannes Staets, G^vert Glock, 
Anneken Vechters, Maria van Dordrecht. 
May 15. Alle. Ouders: Tjabbe Alles en Magda- 
lena Janss; get.: Adolf Henricx, Anneken Janss, 
Sytien Janss. 

May 1 9. Maria. Ouders : Jan Peckert en Hilleken 
Tiets; get.: Ferdinand Thomas, Janneken Werdt, 
Wantge Freyck. 

May 20. Grietien. Ouders: Hector Abben en 
Janneken Breus; get.: Jan Vael, Anthoni Gen- 
soret, Grietien Dammert, Gatharina Hael. 
May 22, Margriet. Ouders: Lourens Vallet en 
Gatharina Vallet; get.: Poulus Vermeulen, Mar- 
tha Hildts. 

Dirck. Ouders: Hendrik Smet en Ghristina .... 
get: Thomas Heersen, Dirck Joelen, Trijntie 
Meynders, Aaltien Reynen. 

Thomas. Ouders: Evert Beckem en L^^sbeth 
Beckem ; get. : Jacob Thomas, Dirck Welt, Ghris- 
tien Boesel, Maria Henricx. 

Gaspar. Ouders: Steven Gasparss en Elsien Ste- 
vens; get.: .... Brandt, Gerret Hack, .... 
Jacobss, Helena .... 

May 25. Johannes. Ouders: Barent Backer en 
Bely tie Backers ; get. : Boudewin Pieterss, Ghris- 
tiaen Goster, Burchard Betger, Anneke Schulder, 
Anneke Gorneliss. 

Lysbeth. Ouders: Gornelis Bruyne en Trijntien 
Henricx; get.: Jan Barentss, Thijs Jacobss, Elsie 
Wolder, Goeltie Henricx. 
Juny 9. Petronella. Ouders: Sebastiaen Keiler 

en Glara M ; get.: Dnè. Fredericus H(K)es- 

selerus, Theodora Thiboel. 

Juny 12. Jan. Ouders: Thomas Kilter en Lysbeth 

Janss; get.: Eduard Doben, Goenraet Meynertss, 

Marretie Thomass, Sara Janssen. 

Willem. Ouders: Pieter Willems en Grietien 

Andriess; get.: Jan Loopen, Ysaac Bocxbaert, 

Janneken Eduwarts. 

Johannes. Ouders: Jan Martenss en Barber Janss; 

get. : Joffr. Johanna van Dalen. 

Juny 16. Sara. Ouders: Elias Heyer en Ursula 

Heyers; get.: Christiaen Goster, Abraham Lau- 

rents, Sara Janss, Lucia Rotsen. 

Gathalina. Ouders: Rocus Jetcre en Estiene 

Martij n; get.: Ysaac Bollan, Gerret Mensen, Su- 

sanno d'Loer, Gatharina Hoe. 

Medegedeeld door G. J. Wasch. 
(Wordt vervolgd). 

^^7 % 



Digitized by VjjOOQIC 



— 173 — 



Se Brielgche Yroedsehap in de jaren 1618—1794. 

(Vervolg). 

Aan TEEKEN IN GEN. 



IL 
GALLAS— SANDRA. 

Den 13 Januari] 1647 trouwden te Brielle Jan Gallas 
j. m., soldaat, en Mijntje Arents j. d. Dit echtpaar 
kreeg een zoon Jan, gedoopt te Brielle i December 
1647. Als wed* van Jan Gallas hertrouwde Mijntje 
Arents 5 Junij 1656 te Brielle met Henrick Janse 
Kip wed' (i), 

"Wat de vermelde zoon Jan, in 167 1 aangenomen als 
lid van de Hervormde kerk (2), in de maatschappij is 
geworden, zegt eene Res. Mag. 28 Maart 1676, lui- 
dende: «Es goetgevonden het klockje, waerop de wagens 
afrijden naer Hellevoetsluijs, te doen verplaetsen van 
de huising van Pieter Andriesze greelmaker, ende 
tselve te hangen aen de herberg van den Thoelast, 
ende is voorts Jan Gallas, waert in de voorsz. herberg, 
gestelt ende geauthoriseert tot commissaris ende op- 
siender van de voorsz. wagens, omme onder de voer- 
luiden ende passagiers alle goede ordre te houden 
ende het voorsz. klockje te luiden, midts daervan niets 
genietende, maer dat het sallaris van dien aenstonts 
voor de armen sal werden gesteken in de armbos 
aldaer hangende» (3). 

Den 2 Mei 1674 trouwde Jan (Johan) Gallas als 
j. m. te Brielle met Amarentia (Emerentia, Emmerentie) 
Goudtsmits wed® te Rotterdam, overleden 23 Julij 1676, 
oud 34 jaar (4). Weduwnaar geworden, hertrouwde hij 
te Rotterdam met Eva van Alsem j. d. aldaar, na 
den 18 April 1677 te Brielle ondertrouwd te zijn. De 
Brielsche doopboeken gewagen van 5 kinderen, één uit 
zijn I® huwelijk, vier uit zijn 2®. Hunne namen zijn: 



(1) De kerkeraadsacta van de Hervormde gemeente te Brielle dd. 
29 Augustus 1658 noemen als nieuwe leden der kerk Carel Lievense 
Gallas en Martijntje Pieters. zijn vrouw. Dat dit echtpaar, waarvan 
29 December 1658 een kind, Jannetje, gedoopt werd (getuigen Jan 
Lievense en Nelletje Lievens) aan den in den tekst vermelden Jan 
Gallas verwant was, heb ik niet kunnen ontdekken. 

(2) Acta van den kerkeraad 24 October 1671. 

(3) Uit de Acta van de Classis van Voome en Putten dd. 25 Juny 
en 26 September 1674, 25 Junij 1675, 22 Junij 1676 en 3§ September 
1680, blijkt, dat J. Gallas gedurende eenige jaren de hospes was 
der vergaderde heeren, zoo vaak zü een gemeenschappeljjken maal- 
tigd hielden. 

(4) De grafzerk in de Groote- of St. Catharina-kerk, die haar 
overlgden vermeldt, gewaagt tevens van kapitein Eduard Goutsmidt, 
overleden 5 Februarij 1681, oud 49 jaar, 5 maanden en 12 dagen, 
in leven vroedschap en schepen te Brielle, en van diens huisvrouw 
Petronella van Cleyburgh, overleden 5 Juny 1680, oud 41 jaar, 
1 maand, elf dagen. 



1. Eduard, gedoopt 31 Mei 1675, getuigen: Eduard 
Croutsmit, Pietronella Cleijburgh. 

2. Amout, gedoopt 27 April 1681, getuigen: Joris 
van Hoogwerf, G)melia van Cleijburg voor Jasper 
van Schoolstrate, Aletta van Alssem. 

3. Willemina, gedoopt 20 Junij 1683, getuigen: Johan 
Borstius, Bartha van Alsem. 

4. Bartha, gedoopt 9 Augustus 1686, getuigen ctls- 
voren. 

5. Johannes Arnoldus, gedoopt 6 Junij 1688, getuigen: 
Pieter van Deijl wegens Eduard Gallas, Joris 
Hoogwerf wegens Arnoldus van Alsem, Aletta 
van Alsem wed® van J. Schoolstrate. 

Toen het laatste dezer kinderen gedoopt werd, was 
de vader niet meer in leven. Hij stierf te Brielle 24 
April 1688, oud 41 jaar; zijn weduwe 10 Mei 1690, 
oud 35 jaar, 11 maanden en 28 dagen. Omtrent de 
kinderen, die ik genoemd heb, kan ik het volgende 
mededeelen. 

I. Eduard Gallas (op de Naamlijst voorkomende 
sub N®. 138) werd meester in de rechten en bleef 
vroedschap tot aan zijn dood. Den 13 Mei 1725 werd 
hij te Brielle begraven. Als j. m. trouwde hij 1 1 Decem- 
ber 169Ó te Brielle met Maria van den Berghe (Bergh) 
j. d., die 7 September 1703 te Brielle begraven werd. 
Den 14 October 1704 trad hij voor de 2e maal inden 
echt met Catharina van Cinghelshoeck j. d. van Leiden, 
28 September 1706 te Brielle begraven. In 17 17 her- 
trouwde hij te Hellevoetsluis met Geertruida Clapmuts, 
na 24 October 17 17 te Brielle ondertrouwd te zijn. 
Als wed® van Eduard Gallas, hertrouwde deze vrouw 
in Februarij 1729 te Nieuwenhoom met Adam Hamer 
j. m., predikant aldaar (i), na 23 Januarij te Brielle 
ondertrouwd te zijn. Bij zijn 3e vrouw kreeg Eduard 
Gallas de volgende kinderen : Dina, gedoopt 2 Nover - 
ber 1 7 1 8 ; Jan Eduard, gedoopt 23 Mei 1 7 2 1, Ameren d, 
gedoopt 13 October 1723. Als doopgetuigen staan 
vermeld Dina Goudswaert, Pieter Steenwijk, Gabriël 
Warnaer en Willemina Gallas. 

Den 18 Augustus 17 18 werd een kind van Eduard 
Gallas begraven. Hieruit blijkt dus dat Eduard Gallas 
meer kinderen kreeg dan in de doopregisters staan 
opgeteekend. 

Tweemaal werd hij gekozen tot heemraad (2) en 
gecommitteerd in 't College van den Raad ter admi- 
raliteit op de Maas (3). Op de lijst van schepenen 



(1) Adam Hamer Petr. Fil. Henr. Nep. werd in 1709 predikant 
te Nieuwenhoom en ging in 1729 van daar naar Vli^ingen. — Petrus 
Hamerus ais predikant van Numansdorp in 1716 gestorven. — Zooals 
uit de Acta Classis van Voome en Putten dd. 20 April 1700 blykt, 
schreef men vroeger voor Numansdorp wel Niemandsdorp. 

(2) Ress. Vroedsch. 1 Juni 1705, 31 Mei 1706. 

(3) Ress. Vroedsch. 1 October 1712, 1 October 1724, 13 Mei 1725. 



Digitized by 



Google 



sr 



'M 



— 174 — 



kcufvt zijn naam heihaaldelijk voor (i). In 1696 en 
17 18 werd hij benoemd tot Raad in 't College der 
Magistraten. Driemaal trad Wj als burgemeester op, 
in Ï711, 1716 en 1720 (2). 

2. In 1748 kwamen met kerkelijke attestatie van 
Rotterdam te Brielle Amoud Gallas en zijn vrouw 
Charlotte Ester Ie Seigneur (3). Den i October 1794 
werd Amoud Gallas te Brielle verkozen tot schepen. 
Zijn vrouw werd 6 November 1750 te Brielle begraven. 
In de aanteekening, die zulks vermeldt, heet zij Char- 
lotte Ester Ie Saingeur (sic) du Mesnil. In 1753 stierf 
een kind van Arnoud Gallas, 't Lijk werd van Rijswijk 
getransporteerd naar Den Briel en daar 15 September 
Ï753 begraven. 

3. Willemina (Wilhelmina) Gallas als j. d. 5 Decem- 
ber 1702 te Brielle getrouwd met Gabriël Wamaer 
j. m. Zij schonk haren man de volgende kinderen: 

Maria, gedoopt 14 November 1703; Comelia, gedoopt 
12 Junij 1705; Helena en Eva, gedoopt 20 Julij 1708; 
Leendert. gedoopt 31 Julij 1 7 1 2 ; Johanna, gedoopt 5 
Julij 17 15; Bartha, gedoopt 26 Julij 17 18; Jan, gedoopt 
12 Mei 1722. Als doopgetuigen zijn vermeld Eduard 
Gallas, Bartha Gzillas, Jan Gallas en Greertruida Clapmuts. 

Den 8 Junij 171 1 werd een kind van Gabriël War- 
naer begraven te Brielle. Zijn vrouw 12 December 
1794, hij zelf I November 1752. 

Door den baljuw van Brielle werd Gabriël Wamaer 
in 1698 en 1724 aangesteld tot zijn stadhouder (4). 

4. Bartha Gallas j. d., den 22 Jannarij 1704 te Brielle 
getrouwd met Daniël Cahoen wed^ (5), won bij dien 
man: Jan, gedoopt 11 November 1704; Jacob, gedoopt 
20 Maart 1707; Eva, gedoopt 6 Januarij 1709; Daniël, 
gfedoopt I Februarij 171 1; Aamout, gedoopt 8 Junij 
17 14; Catharina, gedoopt 12 Februarij 17 16. Als doop- 
getuigen fungeerden Willemina Gallas, Jan Aamout 
Gallas, Jacob Cahoen en Maria Bosch, vrouw van J. 
ICinthius. 

Daniël Cahoen werd 17 November 17 16 te Brielle 
begraven, zijn weduwe 10 September 17 17. 

5. Johannes Amoldus, in den regel Jan Amoud 
(Aamoud) Gallas genoemd. De kerkeraadsacta der 
Hervormde gemeente te Brielle dd. 20 Julij 1727 ver- 
melden dat Jan Aamoud Gallais en zijn huisvrouw 
Louisa Josina Cools met kerkelijke attestatie van Rot- 
terdam te Brielle waren gekomen. Die vrouw schonk 
haren man te Brielle de volgende kinderen: 



(1) Zie De BHelsche Archieven blz. 181 en volg. 

(2) Zie a. v. blz. 30. 

(3) Zie Navorscher 1879, blz. 172, noot 2. 

(4) Res. Vroedsch. 6 October 1698, Hes. Mag. 11 Oct. 1698, Res. 
Vroedsch. 10 November 1724. 

(5) Den 21 Mei 1697 trad deze man in den echt met Comelia 
Kevelaer, die hem schonk: Jacob, gedoopt 5 Februarij 1698, Dirk, 
gedoopt 23 Augustus 1699. 



Waiem Eduard, gedoopt 8 Augustus 1727 (getuigen 
Gabriël Wamaer en Wilhelmina Gallas) ; Maria Louisa, 
gedoopt 29 November 1 729 ; Lodewyk Willem, gedoopt 
24 Junij 1732; Everardus, gedoopt 26 Januarij 1734; 
Bemard Sebastiaan, gedoopt 2 October 1735, getuige 
Bemard Sebastiaan Cremer, theol. prof. te Harderwijk. 

Den 6 October 1733 werd een kind van Jan Amoud 
Gallas te Brielle begraven en den 8 October 1735 zijn 
vrouw, nalatende 6 kinderen. De man hertrouwde te 
Leerdam met Catharina Barbara Davidson wed*, gebo- 
ren te Beest en wonende te Leerdam, na 9 Maart 1738 
te Brielle ondertrouwd te zijn. 't Lijk dezer 2® vrouw 
werd uit Den Haag naar Brielle gebracht en aldaar 
13 September 1757 begraven. In den ouderdom van 
89 jaar en 6 maanden stierf Jan Amoud Gallas te 
Brielle in December 1777 ^^ hij werd daar den 15 
December begfraven. Eén zijner tijdgenooten (ï) heeft 
opgeteekend, dat hij de oudste vroedschap in de 
provincie Zuid-Holland was. De naamlijst vermeldt 
hem sub. N^. 170 (2). 

Hij fungeerde ctls stadsthesaurier, op een tractement 
van ƒ 200, van i Januarij 1730 — i Januarij 1736, toen 
hij in die betrekking vervangen werd door Nicolaas 
de la Bcissecour (3). Onderscheidene malen werd hij 
benoemd niet alleen tot heemraad van Voome (4), 
maar ook tot schepen (5). Achtmaal aanvaardde hij 
de betrekking van burgemeester (6). Tweemaal nam 
hij in 't College der Magistraten zitting als Raad (7). 
Eens werd hij gecommitteerd in de Rekenkamer (8} 
en in 't College van den Raad ter admiraliteit op de 
Maas (9), driemaal in 't College van de Gecommitteerde 
Raden (10). 

Zijne dochter Maria Louisa kwam in 1749 met ker- 
kelijke attestatie uit Den Haag te Brielle (11) en trad 
aldaar als j. d. den 8 Mei 1753 in den echt met een 
jongman, die sub n^. 187 vermeld is als vroedschap, 
Albertus Johannes Sandra, geboren te Leiden. Het 
echtpaar won te Brielle; Catharina Louisa, gedoopt 



(1) J. Kluit. 

(2) Deze lyst zegt dat hij 30 December 1777 overleed. Die opgave 
ontleende ik aan het reeds aangehaalde MS. van J. Kluit. Dat zy 
verkeerd is, blykt uit 't bovenstaande. Daar een Res. Vroedsch. van 
11 December 1777 den man aLs overleden vermeldt, vermoed ik, dat 
in plaats van 30 December 10 December gelezen moet worden. 

(3) Res. Vroedsch. 31 December 1729 en 1 October 1735. 

(4) Res. Vroedsch. 1 Junij 1732, 30 Mei 1734, 27 Mei 1738, 30 
Mei 1739, 1 Junij 1740, 30 Mei 1741, 11 Mei 1772. 

(5) Res. Vroedsch. 1 October 1728, 1730, 1731, 1734, 1736, 1737, 
1740, 1744, 1745, 1750, 1751. 

(6) Res. Vroedsch. 1 October 1736, 1739, 1744, 1750, 29 October 
1753, 1' October 1759, 1763, 1772. 

(7) Res. Vroedsch. 1 October 1732, 1738. 

(8) Res. Vroedsch. 1 October 1754. 

(9) Res. Vroedsch. 1 October 1768. 

(10) Res. Vroedsch. 1 October 1741, 1747. 1765. 

(11) De Navorscher 1879, blz. 172, noot 2. 



Digitized by V:iOOQ|C 



— 175 — 



20 Januarij 1754; Barbara Louisa, gedoopt 31 Maart 
^755 (1)5 Medina Catharina, gedoopt 23 Julij 1756; 
Francina Claudina, gedoopt ii October 1757 ; Amoud, 
gedoopt II Januarij 1760. Bij den doop van het vóór- 
laatste kind waren getuigen Fran9ois Gallas (2) en 
Fran9oise Claudine Tronchin. Bij den doop van het 
laatste Jan Amoud Gallas en mevrouw Catharina Mar- 
garetha Gravinne van Hogendorp. 

Den II Februarij ^754 werd een kind van A. J. 
Sandra begraven. 

Den 1 October 1755 werd Sandra benoemd tot 
schepen, den i October 1753 en 1757 tot raad in 't 
College der Magistraten. Den i October 1759 werd 
hij gekozen tot gecommitteerde in 't College van Ge- 
committeerde Raden. Als lid van dat college en als 
vroedschap moest hij in 1760 aftreden (3), daar hij, 
door de Gecommitteerde Raden van de Staten van 
Holland begunstigd met het ambt van commies van 
's lands magazijnen te Hellevoetsluis en derwaarts ver- 
huisde. 

Onder de te Brielle gedoopte kinderen van Jan 
Amoud Gallas komt een zoon voor, Everardus ge- 
naamd. De kerkeraadsacta der Hervormde Gemeente 
te Brielle dd. 13 April 1755 vermelden dat op belij- 
denis tot lid van de kerk werd aangenomen Everard 
Gallas. Op de lijst der Brielsche schepenen komt 
E verhard Gallas 3 maal voor, tweemaal als schepen 
en eens als oud-schepen (4). In 1761 werd E verhard 
Gallas te Brielle benoemd tot substituut-secretaris van 
de stad in de plaats van Daniël Rolandus, overleden (5). 
In 't begin van 1767 met de stille trom Den Briel 
verlaten hebbende, kreeg hij zijn ontslag als substituut- 
secretaris. Een brief van Jan Amoud Gallas oud-burge- 
meester uit Den Haag, handelende over den vertrokken 
Everhard, werd door de Magistraten voor notificatie 
aangenomen (6). In de kerkeraadsacta der Hervormde 
Gemeente te Brielle dd. 16 Julij 1758 leest men: 
«zijn met kerkelijke attestatien tot deeze Gemeente 
overgekomen van 's Haage de heer Jan Aarnout 
Gallas, de heer E verhard Gallas, Stijntje Golberdingen, 
Grietje van Yseren», Vreemd is het Everhard Gallas 
hier genoemd te vinden, daar hij van i October 1756 
tot i October 1757 te Brielle fungeerde als schepen 
en op den laatsten datum gekozen werd om als oud- 
schepen tot I October 1758 te dienen. Misschien is 
den man de slofheid eigen geweest, die thans niet 



(1) Bg dit en het voorgaande kind waren doopgetuigen Jan 
Amoud Gallas en zijn vrouw C. B. Davidson. 

(2) Vermoedelijk een te Rotterdam geboren zoon van Jan Amoud 
Gkillas en L. J. Cools. 

(3) Res. Vroedschap 30 September en 24 November 1760. 

(4) Res. Vroedschap 1 October 1756, 1757, 1760. 

(5) Res. Mag. 23 November 1761. 

(6) Res. Mag. 2 en 31 Januarii, 7 Febmarij 1767. 



ongewoon is, waar het geldt het indienen van een 
kerkelijke attestatie, en kwam hij eerst in 1758 met 
zijne kerkelijke, te 's-Gravenhage afgegeven attestatie 
te voorschijn, ofschoon reeds in 1756 teruggekeerd in 
de stad, waar hij kort te voren was aangenomen tot 
lid van de kerk. 

In de laatstvermelde opgave uit de kerkeraadsacta 
komt nevens Everhard Gallas de heer Jan Aamout 
Gallas voor, vermoedelijk een broeder van Everhard. 
Volgens een Fransch en een HoUandsch trouwregister 
ondertrouwde den 21 November 175 1 te Brielle Jan 
Aamoud Gallas met jonkvrouwe Catharina Margareta 
Gravinne van Hogendorp, en ging hij met attestatie 
dd. 5 December naar Den Haag om te trouwen. Van 
dit echtpaar werd den 9 April 1758 te Brielle een 
kind gedoopt, Jacoba Sara Justina> getuigen: Johan 
Fran9ois Grave van Hogendorp, baron van St Jan 
Steen enz., en jonk vrouwe Jacoba Sara Justina Gravinne 
van Hogendorp. 

In de Brielsche doopregisters komen als kinderen 
van Jan Gallas, den waard in «den Thoelast», alleen 
de 4 vermelde voor. Hij kreeg er echter meer dan 
die vier. In een register van personen, te Brielle be- 
graven, vindt men dat 10 Julij 1686 een kind van 
Johan Gallas begraven werd, en van dat kind maakt 
geen doopregister gewag (i). Evenmin ontmoet men 
onder de gedoopte kinderen een zoon Jan of Johan, en 
toch, er was nog een Johan of Jan Gallas, die, naar 
ik meen, gehouden moet worden voor een zoon van Jan 
Gallas. Den i October 17 12 werd te Brielle verkozen 
tot schepen Johan Gallas (2). In 1727 werden twee 
kinderen van Johan Gallas te Brielle begraven, één 
den 4 October, het andere 30 December. Op belijdenis 
des geloofs werd in 1763 bij de Hervormde Gemeente 
te Brielle als lid der kerk aangenomen Jan Aamout 
Gallas Janszoon (3). Zooals reeds vermeld is, fungeerde 
volgens eene aanteekening in een doopregister bij den 
doop van één der kinderen van Gabriël Warnaer en 
Willemina Gallas als getuige Jan Gallas. In dezen 
Jan Gallas nu zie ik een' broeder van Eduard, Amoud, 
Willemina, Bartha en Johan Amoud Gallas, niet alleen 
op grond van de bedoelde aanteekening in een doop- 
register, maar ook op grond van eene Resolutie van 
den Brielschen Magistraat dd. 8 September 17 17, ver- 
meldende dat tot sequesters in den boedel, nagelaten 
door Bartha Gallas, wed®, van D. Cahoen, werden 
aangesteld Mr. Eduard Gallas, Johan Gallas en Gabriël 
Warnaer gehuwd met Wilhelmina Gallas. 



(1) Dat de doopboeken slordig werden bygehouden, erkende de 
kerkeraad in 1631. Zie wat ik mededeelde in m^n Bijdrage over 
Tromp en zijn geslacht, blz. 10. 

(2) Zie De Brielsche Archieven, blz. 18tt. 

(3) Kerkeraadsacta van 16 October 1763. 



? 



Digitized by 



Google 



- 176 - 



De kerkeraadsacta der Hervormde Gemeente te 
Brielle dd. 21 Julij 1737 vermelden onder de met ker- 
kelijke attestatie overgekomen personen Jan Gallas 
van Harderwijk. 

In de Brielsche Registers der 19*** eeuw wordt 
gewag gemaakt van de volgende personen, Gallas 
genaamd. 

Den 17 October 1834 getrouwd Pieter Gallas j. m. 
geboren te Hellevoetsluis 12 October 18 10, luitenant 
bij de Zuid-HoUandsche schutterij, zoon van Jan Eduard 
GallcLS, commissionair, en Elisabeth Anna Hooghwinkel, 
wonende te Hellevoetsluis, met Adriana Francina Ca- 
tharina Margaretha Lafeber j. d. geboren te Brielle 
30 October 18 13 en aldaar wonende, dochter van 
Adrianus Lafeber, overleden i April 18 13, en van 
Adriana (Ariaantje) Stellingwerf, als weduwe van Jo- 
hannes Krins, goud- en zilverkashouder, in den ouder- 
dom van ruim 77 jaar te Brielle gestorven 6 Januarij i868. 

Van dit echtpaar werd 26 Februarij 1835 te Brielle 
een zoon geboren. Jan Eduard. 

Den 22 November 1850 stierf te Hellevoetsluis 
Eduard Gallas, in leven winkelier en fabrikant in tabak 
te Brielle. Hij was gehuwd met Jannetje Groesbeek, 
die in 1872 te Gorinchem woonde. Deze echtgenooten 
kregen te Brielle de volgende kinderen: Jan Eduard, 
geboren 13 Augustus 1828 (i), overleden 5 November 
1828; Elizabeth Anna, geboren 15 Februarij 1830; Judith, 
geboren 7 November 1831, overleden 31 December 
1831; Judith, geboren 18 Maart 1833, overleden 6 
Januarij 1842; Jan Eduard, geboren 31 Januarij 1835, 
overleden 28 Junij 1835; Jan Eduard, geboren 2 Sep- 
tember 1836, overleden i November 1836; Maria Eli- 
zabeth, geboren 14 December 1837; Jan Eduard, ge- 
boren 18 Maart 1840; Johannes, geboren 4 Maart 1843; 
Philippus, geboren 11 Maart 1847. Van deze kinderen 
is Johannes te Brielle woonachtig. Den 7 November 
1872 trouwde aldaar Johannes Gallas, officier van ad- 
ministratie bij de Marine, met Adriana Rudolphina 
Kraijenhoff van de Leur, geboren te 's-Gravenhage 2 1 
April 1844, dochter van Jan Christiaan Pieter Krayenhoff 
van de Leur, gepensionneerd majoor der artillerie, en 
Sophia Petronella Eckhardt. Van dit echtpaar werden 
te Brielle 3 kinderen geboren: Sophia Petronella, ge- 
boren 20 December 1873, overleden 16 Augustus 1887; 
Johan Christiaan Pieter, geboren 5 Mei 1883, overleden 
10 Februarij 1884; Comelia Elizabeth, geboren 31 Janu- 
arij 1885. In de geboorteregisters staat de vader 'te boek 
niet alleen als gepensionneerd officier, doch ook als 
kassier. Als zoodanig fungeerde hij maar een korten tijd. 



in. 

GOMARUS, 



(1) Bij de geboorte van dit kind was de vader 28 jaar. 



Op de lijst der vroedschappen treft men sub n^ 1 30 
en 160 twee heeren Gomarus aan, vader en zoon. 

De kerkeraadsacta der Hervormde Gemeente te 
Brielle dd. 26 Julij 1685 vermelden onder de met attes- 
tatie ingekomen personen Mr. Petrus Franciscus Gomarus 
en zijn vrouw Comelia Lakenkooper, van Leiden. In 
hunne nieuwe woonplaats won dat echtpaar: Willem 
Gabriël, gedoopt 21 Junij 1686; Petrus, gedoopt 12 
Augustus 1687; Petrus, gedoopt 26 April 1690; Petrus 
Jacobus, gedoopt 12 December 1691; Jacob, gedoopt 
17 Februarij 1693; Petrus, gedoopt 13 September 1695; 
Gabriël, gedoopt 5 November 169Ó; Comelia Wille- 
mina, gedoopt 19 December 1698; Susanna Maria^ 
gedoopt 7 October 1701. Als doopgetuigen staan ge- 
boekt: Gabriél Lakenkooper, Comelia d'Olario (vrouw 
van Willem Lakenkooper), Anna Lakenkooper, Isabella 
Lakenkooper en Maria Lakenkooper. Te Brielle wer- 
den begraven Susanna Maria Gomarus den 22 November 
1713; kolonel Jacob Gomar (i), ongehuwd, den ló 
Januarij 1745; de heer Pieter Gomar den 28 Junij 
1 747 , voorts nog 6 kinderen van Mr. Petrus Franciscus 
Gomar den 6 September 1687, 22 December 1688, 2S 
Mei 1690, 23 September 1692, 4 Junij 1699 en 31 Mei 
1705. Zijn vrouw werd te Brielle begraven 3 November 
1723; hij zelf 28 October 1731. 

Om zijn hooge jaren en indispositie verzocht hij in 
17 19 ontslagen te worden als vroedschap, en dat ont- 
slag werd hem 2 November 17 19 verleend. Herhaal- 
delijk werd hij gekozen tot heemraad (2); 13 maal 
komt zijn naam op de lijst der schepenen (3) voor, in 
1689 trad hij voor de i*** maal als schepen op. In 
1691 en 1700 werd hij benoemd tot raad in 't college 
der Magistraten; in 1701 en 17 10 tot burgemeester. 

Behalve de genoemde kinderen had hij nog een 
zoon, Franciscus Petrus (Fran9ois Pieter), waarschijnlijk 
te Leiden geboren. In 1707 werd die zoon poorter van 
Brielle (4); hij was med. doctor en werd in 1709 op 
belijdenis aangenomen tot lid van de Hervormde 
kerk (5). In 17 13 gekozen tot substituut-secretaris van 
de stad, werd hij in 17 19 op verzoek als zoodanig 
ontslagen (6). Driemaal, telkens voor 3 jaren, in 1732, 
1742 en 1748, nam hij zitting in 't college ter admi- 
raliteit op de Maas (7). Toen hij de eerste maal in 



(1) In de kerkeraadsacta vau 18 October 1716 staat onder de 
personen, met attestatie ingekomen Jacob Gomar, „uijt t^ Haagje" 
d. i. Prinsenhage. 

(2) Hes. vroedschap 1 Juny 1699, 31 Mei 1700. 

(3) Zie die lijst in De Brielsche Archieven. 

(4) Kes. Mag. 17 September 1707. 

(5) Kerkeraadsacta 20 Jannarg 1709. 

(6) Ees. Mag. 24 Aprü 1713, 7 October 1719. 

(7) Bes. vroedschap 1 October 1731, 1 October 1741, 1 October 1747. 



.Sé 



Digitized by 



Google 



— 177 — 



dat college gecommitteerd werd, trad hij af als ont- 
vanger van de arme middelen. Op de lijst der schepenen 
komt zijn naam 12 maal voor; 't eerst werd hij in 
17 19 tot schepen gekozen; 3 maal, in 17 12, 1724 en 
1735, ontving hij de benoeming tot raad in 't college 
der Magistraten; 2 maal bekleedde hij de betrekking 
van burgemeester, in 1729 en 1745. Den 9 October 
1752 stierf hij te Brielle, 68 jaren oud^ en hij werd er 
den 14 October begraven. Met uitzondering van enkele 
legaten, werden al zijn bezittingen tengevolge van zijn 
testamentaire beschikking het eigendom van het wees- 
huis, dat Meruia stichtte, en de fondsen van dat lief- 
degesticht werden door die beschikking vermeerderd 
met de kapitale som van/ 56181 : 4: 10 (i). 



IV. 
ROEST. 

Den 5 April 17 11 ondertrouwde te Brielle Pieter 
Roest, j. m. geboren en wonende te Zuidland (2), met 
Geertruijd van Vasthoff, j. d., geboren en wonende te 
Brielle; met een attestatie dd. 20 April ging hij naar 
Zuidland om te trouwen. In 1745 leefde Pieter Roest 
^^S (3)» rnaar in 1747 was zijn vrouw weduwe. Zij 
kwam in dat jaar met kerkelijke attestatie van Zuid- 
land als weduwe te Brielle terug (4), en werd aldaar 
14 November 1748 begraven. 

In de kerkeraadsacta van 13 Januarij 1743 vindt 
men onder de met kerkelijke attestatie ingekomen 
personen genoemd Jacob Roest van Zuidland. Dat 
deze Jacob, ongetwijfeld een zoon van Pieter Roest, 
reeds vroeger te Brielle gekomen was, zegt ons het 
feit, dat hij den i October 1742 te Brielle werd ge- 
kozen tot schepen. Na 6 October 1743 te Brielle onder- 
trouwd te zijn, trad Jacob Roest, j. m., te Maassluis 
in den echt met Adriana van der Kade j. d. aldaar. 
Dit echtpaar won: Geerl uijd, gedoopt 6 April 1745'» 
Adriana, gedoopt i April 1746; Johanna, gedoopt 28 
Julij 1747; Jacobus, gedoopt 19 Julij 1748; Petronella 
Geertruida, gedoopt 3 Februarij 1750; Adriana, gedoopt 
12 April 1751 (5); Pieter, gedoopt 10 October 1752; 
Jacobus, gedoopt 16 December 1753; Leonard Pieter, 



gedoopt 14 Maart 1755; Nicolaas Daniël, gedoopt 24 
September 1756; Adriaan Theodorus, gedoopt 26 
December 1757; Apolonia Helena, gedoopt i April 
1759; Theodorus Marinus, gedoopt 4 Februarij 1763; 
Carel Marius, gedoopt 24 November 1765; Adriaan 
Anthonie, gedoopt 9 December 1767. Als doopgetuigen 
staan vermeld: Pieter Roest, Geertruijd van Vasthoff, 
Jacobus van der Kade, Adriana van Roijen, vrouwe 
Johanna van der Kade, Mr. Theodorus Beels en zijn 
vrouw Maria van Roijen (i), Nicolaas Daniël de Hoest (2), 
Carel Willem Hogerwaard en zijn vrouw Maria van 
Staveren. In 1769 stierven Jacob Roest en zijn vrouw, 
nalatende 10 kinderen, de man in den ouderdom van 
54 jaren en 7 maanden op den 13 October; den 17 
October werd hij begraven; zijn vrouw den 5 April. 
Jan Kluit, zijn kundige tijdgenoot, schreef over Jacob 
Roest: «hij was ongemeen swaarlijvig, seer bloedrijk 
en, 't geen die constitutien eijgenaardig is, wat driftig, 
dog echter van eenen seer goeden inborst.» Sedert 1753 
bekleedde hij het «ambt van ontfanger der gemeene- 
lands middelen over de stad Brielle en quartier van 
dien» ; ook was hij heemraad en leenman van den lande 
van Voorne, en hoogheemraad des Rings van Putten». 
Veertienmaal trof ik zijn naam op de lijst der schepenen 
aan. In 1747, 1750 en 1764 trad hij in 't College der 
Magistraten op als raad. Viermaal werd hij burge- 
' meester, in 1757, 1761, 1765 en 1768. Op de lijst 
der Vroedschappen komt hij voor sub N^. 180. De 
kerkeraad der Hollandsche Hervormde gemeente en 
die der Waalsche gemeente te Brielle telden hem een 
tijd lang onder hun l^den. Zooals uit het hoofdstuk van 
mijn geschiedenis der Waalsche gemeente te Brielle (3), 
dat handelt over «Ie Consistoire ,» blijkt, fungeerde 
Jacob Roest van 1753— -1756 bij die gemeente als 
ouderling. 



(1) Res. Mag. 24 Mei 4754. 

(2) De Acta der classis van Voorue en Putten dd. 2 Mei 1628 
vermelden Goris Dierixse Roest, ouderling der Hervormde gemeente 
te Hekelingen. Misschien behoorde Pieter Roest tot de familie van 
dezen onderling. 

(3) Hij was toen doopgetuige bij een kind van Jacob Roest. 

(4) Kerkeraadsacta 15 October 4747. 

, (5) In 1769 werd Adriana Roest op belijdenis aangenomen tot lid 
van de Hervormde kerk (Acta van 15 Januarij 1769). Was deze 
Adriana de dochter van J. Roest, die in 1751 geboren werd, eene 
andere persoon zal bedoeld zijn in de Acta van 13 Julij 1783, ver- 
meldende dat H. Ph. Tinne en Adriana Roest, echtelieden, van 



Schagen te Brielle waren gekomen met kerkelijke attestatie. Behalve 
deze vrouw waren er te Brielle nog onderscheiden menschen, die 
Roest heetten. Den 8 October 1677 gedoopt Johannes, zoon van Jan 
Hendrikse Roest en Neeltje Jacobs. Den 18 April 1741 en 30 Augus- 
tus 1743 werden kinderen gedoopt van Cornelis Batenburg en Maartje 
Roest. Op belijdenis aangenomen tot leden der Hervormde kerk 
Johanna Roest in 1751, Willeraina Roest in 1754. Ingekomen met 
kerkelijke attestatie Hadewy Roest van Oostvoorue in 1771, P. Roest 
van Bodegraven in 1787. Den 2 Mei 1784 getrouwd P. Leuijendijk 
en Teuntje Roest; den 5 October 1788 Jacob Touw wed' te Biert 
en Ariaantje Willems dr. Roest. Den 5 Maart 1806 geboren een 
zoon van A. Smits en Jacoba Rcest. 

(1) Een zuster van Maria van Roijen, Magdalena geheeten, trouwde 
met J. Verstolk. Een zoon van dit echtpaar was A. J. Verstolk van 
Soelen te Rotterdam. 

(2) N. D. de Hoest, heer van Holij, woonde, althans in 1780, te 
Maassluis. 

(3) Men vindt deze geschiedenis in 't BtUletin de la C&mmission 
pour Vhistoire des Eglisis Wullonnes, Tomé 1 ea II. 



H. DE Jager. 
(Wordt vervolgd). 



_-!L 



Digitized by 



Google 



r^ 



- 178 - 



m 



Aanteekeningen betreffende het geslacht (Toymans (i). 

In een oud in perkament gebonden boekje, begin- 
nende met de copie der aanteekeningen van Willem 
van der Muelen A^ 1655 en verder vervolgd tot on- 
geveer 1788, staat ook eene copie van eigenhandige 
aanteekeningen betreffende het geslacht Coymans, zooals 
hieronder volgt: 

Extract uit het geslagtregister van Balthasar Coymans. 

26 Julij 1588 is de heer Balthazar Coymans getrouwt 
met juffrouw Isabella de Pieker tot Antwerpen in de 
lieve vrouwe kerk. 

De vader van Balthazar Coymans is geweest Jeronimus 
Coymans, getrouwt met Constantia Spinelli en gestorven 
15 October 1580, oud zijnde 80 Jaeren en Constantia 
Spinelli is gestorven 12 Julij 1581 oudt zijnde 65 Jaeren. 

II September 1589 is van Balthazar Coymans en 
Isabella de Pieker tot Hamburg gebooren haeren eer- 
sten zoon Balthazar en in de St. Nicolaeskerk gedoopt 
ten overstaen van Thibout de Pieker, Thomas Coymans 
en Constantia Coymans swaegers en zuster als getuigen. 

Thibout de Pieker gaf tot een pillegift twee silvere 
soutvaten, Thomas Coymans twee silvere beeckers, en 
Constantia Coymans een vergulde kop. 

I Augustus 1591 is tot Hamburg gebooren haere 
tweede zoon loseph en 3 dito gedoopt, in de St. Nicolay 
kerk ten overstaen van haere neve Aernout HoUeman 
en swaeger Antoni Dortmont in den naem van haeren 
broeder Jasper Coymans, en swaegerinne Margaretha 
de Pikker (sic), alias Verbnigge. 

1 October 1593 is haeren derde zoon Daniël Coy- 
mans gebooren tot Amsterdam, en gedoopt in de 
nieuwe kerk ten overstaen van haeren swaeger Joseph 
de Pieker en Margaretha de Pieker, wed® van Michiel 
Waekman, en heeft van sijn peter gekreegen een schoone 
silvere schaal, daerin verbeeld was de historie van 
Daniel in de kuyl der Leeuwen. 

Ter zijde staat: gestorven 4 September 1595. 

30 Januarij 1596 is geboore haer eerste dochter 
Elisabeth Coymans, en is tot Amsterdam in de nieuwe 
kerk gedoopt ten overstaen van Hendrick de Haze 
haeren Swaeger en Maria Coymans huisvrouwe van 
Jan van Geel. 

2 Januarij 1598 is geboore haeren vierden soon 
Jeronimus Coymans, en is gedoopt in de nieuwe kerk 
ten overstaen van Isabella Coymans huysvrouwe en 
Antoni Waekman sijnen peter heeft hem geschonken 
een silvere schaele. 

In het archief der familie van der Muelen zijn vol- 
gens een inventaris, indertijd opgemaakt door Dr. 
Carel Joseph van der Muelen, overleden 27 Februari 
1844, nog de navolgende stukken, op het geslacht 



(1) Zie Jaargang 1887, biz. 161. 



Coymans betrekking hebbende: 

Testament van Jan Coymans en Sophia Trip, 7 Julij 
1646. 

Huwelijksche voorwaarden tusschen Jan Huydecoper 
en Sophia Coymans, 9 Februari 1656. 

Testament van Jan Coymans en Sophia Trip, 12 
October 1657. 

Testament van Joan Huydecoper en Sophia Coymans, 
2 Mei 1658. 

Testament van Constantia Coymans weduwe van 
Justus Borre van Amerongen, 10 Februarij 1669. 

Huwelijksche voorwaarden tusschen Willem van der 
Muelen en Elizabeth Coymans, 14 Mei 1671. 

Extract codicille van Constantia Coymans, douagiere 
Justus Borre van Amerongen, 26 September 1678. 

Codicil van Sophia Trip weduwe Joan Coymans, 24 
Augustus 1679 (afschrift). 

Octroy om te mogen testeren voor Elisabeth Coy- 
mans, huisvrouw van Willem van der Muelen, 12 Ja- 
nuarij 1683. 

Acte van de voogdij over de minderjarige kinderen 
van Willem van der Muelen en Elisabeth Coymans, 
16 Junij 1690. 

Memorie van de goederen der nalatenschap van Wil- 
lem van der Muelen welke aan zijn weduwe Elisabeth 
Coymans zijn aanbedeeld, 5 October 1690. 

Acte waarbij de kinderen van Willem van der Muelen 
en Constantia Deutz, bekennen van hun stiefmoeder 
Elisabeth Coymans weduwe van Willem van der Muelen 
ontvangen te hebben hun vaderlijk goed, 9 October 1690. 
Testament van Adriana Coymans 22 Februarij 1700, 
benevens 2 copyen van codicillen van 4 September 
1703 en 28 October 1704. 

Testament van Joan Huydecoper heer van Maarsse- 
veen en Sophia Coymans, 29 Junij 1700. 

Testament van Elisabeth Coymans weduwe van 
Willem van der Muelen, 29 September 1701. 

Extract testament van Samuel Timmerman en EUana 
Coymans, 19 Maart 1703. 

Testament van Jan Coymans, 27 April 1703. 
Acte van constitutie van Jan Carel van der Muelen, 
door Elisabeth Coymans weduwe van der Muelen, 15 
November 1703. 

Testament van Joan Huydecoper, heer van Maarsse- 
veen en Sophia Coymans, 22 Januarij 1704 (notariële 
copie). 

Codicil van Sophia Coymans, weduwe van Jan Huy- 
decoper heer van Maarsseveen, 18 Februarij 1707. 

Acte van scheiding der nalatenschap van Sophia 
Coymans, weduwe van Joan Huydecoper, 21 April 17 14. 
Testament van Elisabeth Coymans weduwe van 
Willem van der Muelen, i October 17 14. 

Codicille van Eliana Coymans, weduwe van Samuel 
Timmermans, 20 Julij 17 15. 



Digitized by 



Google 



— 179 — 



Testament van Eliana Coymans, weduwe van Samuel 
Timmermans, 30 Januarij 17 16. 

Quitantie van de legaten, besproken door Eliana 
Co3rmans, weduwe van Samuel Timmermans aan Eli- 
sabeth Coymans, weduwe van der Muelen, aan Con- 
stantia Eliana Huydecoper, huisvrouw van Jan Carel 
van der Muelen en aan Comelia van der Muelen, 26 
Julij 17 16. 

Acte van scheiding tusschen de kinderen van Sophia 
Gjymans, wed. Joan Huydecoper, van een legaat van 
50000 gnlden, besproken door Eliana Coymans, weduwe 
Timmermans, 3 Julij tot 13 Augustus 1716. 

Acte van scheiding van 51479 gulden van den boedel 
van Sophia Trip, weduwe Jan Coymans, 29 December 
1724. 

Extract uit het testament van Balthasar Scott en 
Constantia Aletta Coymans, 26 Februarij 1739. 

Papieren betrekkelijk een legaat van 40000 gulden 
van de nalatenschap van Balthasar Coymans, gescheiden 
15 Februarij 1761. 

Extract scheiding van den boedel van Joseph Coy- 
mans en Clara Valckenier, 18 Junij 1725. 

Extract testament van Gillis Coymans, 31 üctober 
1727. 

Extract testament van Samuel Elias Coymans, 18 
Mei 1731. 

Extract testament van Elias Coymans en Isabella 
Catharina van der Muelen, 19 September 1744. 

Extract scheiding van den boedel ut supra, 12 Au- 
gustus 1746. 

Extract subdivisie tusschen de kinderen van Clara 
Valckenier, weduwe van Joseph Coymans, 5 April 1749. 

Extract testament van Jacob Coymans, i Junij 1750. 

Extract scheiding van den boedel van Jacob Coy- 
mans, 30 April en 6 Mei 1754. 

Extract uit het testament van Balthasar Coymans, 
13 Junij 1747. 

Acte van afgifte van het legaat van 40000 gulden 
uit de nalatenschap van Balthasar Coymans aan de 
kinderen van Jan Carel van der Muelen heer van 
Blijenburg. 

Acte van scheiding van gemeld legaat tusschen zijne 
kinderen, 15 Februarij 1761. 



's-Gravenhage, 



J. C. v. D. M. 




^1— 



Geslacht Cromhont 



Adriaan Reyniorsz Cromhout (zie zijn vader, groot- 
vader en wapen. Heraldieke Bibliotheek 1873, blz. 199), 
geboren . 24 Juni 15 17, overleden 6 Juli 1588, burge- 
meester en raad te Amsterdam, huwde i** 3 December 
1536 Ytje Hillebrands, overleden 2% October 1555. 
Hij huwde 2* 8 October 1556 Neel Reyers tot Alk- 
maar, en wint bij haar : Nicolaas, geboren 9 December 
1561, overleden 22 Maart 1641 (Zie voornoemd tijd- 
schrift). Bij de i® vrouw vijf kinderen, 't vijfde W2is: 
Barthold, geboren 14 November 1550, overleden 2 
October 1624, was 13 maal burgemeester, huwde 30 
November 1578 Aagtje Oetgens van Waveren Hen- 
driksdochter. Hunne kinderen zijn: 

i^. Hendrik, geboren 10 Mei 1581, overleden 11 Mei 
1658, huwde October 1604 Aagtje Wuytiers, 
Govert Dirksz en Dieuwer Banning Jacobs d'. 
Winnen: Jacob, die volgt. 
2®. Adriaan, geboren 28 Juni 1585, overleden 6 October 
1625, schepen en raad, huwde Mei 16 15 Aaltje 
Six, Guilliam en Janneke Wymer d'. 
3®. Reynier, geboren 19 Februari 1592, overleden 22 
November 1605. 

Jacob Cromhout, geboren 19 November 1608, 
overleden 2 September 1 66g, huwde 6 November 
1635 Margaretha Wuytiers. Hunne acht kinde- 
ren zijn: 
1^. Bartholomeus, geboren 12 Juni 1638, overleden 
6 Mei 1695, huwde 7 Mei 1663 Jacoba van der 
Wiele van de Werve, Willem, h^ van de Werve 
en Elisabeth Poppen d^ Hierbij : 

a, Hendrik, heer van Nieuwerkerk, geboren Juni 
1666, overleden 25 September 1706, huwde 21 
1705 Cornelia Coetenburg. 

b, Jacob, geboren 7 Mei 167 1, overleden 21 No- 
vember 1722, huwde Elizabeth Jacoba Crom- 
hout, en wint slechts: 

Elizabeth Maria, vrouw van Nieuwerkerk, gebo- 
ren 23 Augustus I7i2,huwde 2oJuli i734Gerard 
Antoni baron van Wassenaer tot Warmond, 
zoon van Thomas Walraven, vrijheer van Al- 
kemade , Vrijenhaak, Warmond, Nieuwkoop, 
Noord- en Achttienhoven, heer van Tekkop 
en van Margaretha Alexandrina barones van 
Lynden van Cronenburg. 
Zij winnen twee kinderen. 
2^. Agatha, geboren 4 Maart 1641, overleden 21 

April 1707. 
3®. Godefridus, geboren 28 October 1643, overleden 

6 Maart 1682. 
4<>. Hendrik, geboren 29 Februari 1644, overleden 

2 Juni 1707, 
5<>. Catharina, geboren 22 Februari 1646, overleden 



Digitized by 



Google 



— i8o — 



31 Maart 1734, huwde 2 Januari 1 664 Jacob Pop- 
pen, zoon van Jan en Elizabeth van der Wiele 
van de Werve. 
6®. Dirk, geboren 22 Februari 1647, overleden 4 
October 17 16, huwde 27 Augustus 1672 Elisabeth 
Wuytiers, Govert, heer van de Werve en Maria 
van der Wiele d^, winnen : 

a. Elizabeth Jacoba, geboren 19 September 1683, 
overleden X2 Maart 1737, huwde Jacob Crom- 
hout, heer van Nieuwerkerk. 

b. Margaretha Catharina, geboren 11 November 
1688, huwde i** 23 November 1 7 1 7 Jacob Gillis, 
welke overleed 15 December 17 18. Zij huwde 
2'* 20 Mei 1722 Jan Baptist de Surmont van 
Vlooswijk, zoon van Claude Louis de Surmont, 
heer van Vlooswijk en Eva de Wale. 

c. Godefridus Franciscus, heer van de Werve, ge- 
boren 24 Januari 1695, huwde 1° 7 Maart 17 17 
Joanna Elisabeth Blesen, overleden 1 1 Novem- 
ber 1738, dochter van Cornelius en Cornelia 
Barchman Wuytiers. Hij huwde 2** 2 Juni 1739 
Gertrudis Dirven, ex Vingbooms. 

7^. Ida, geboren 3 Maart 1649, overleden xi Novem- 
ber 1692, huwde 5 Mei 1669 Adriaan Roest van 
Alkemade. 

8^ Jacobus, geboren i Juli 165 1, overleden 8 De- 
cember 1708, huwde 25 Juni 1675 Catharina 
Wuytiers, Govert en Maria van der Wiele d^ 

Uit de papieren van wijlen Backer van Leuven. 



Het gilde St. Ambrosias te Made. 

Dit gilde vierde in de eerste week van Januari van 
dit jaar het 175® jaar van zijn bestaan. Onder de merk- 
waardigheden, die dit gilde nog in bezit heeft, be- 
hooren: een vaandel van ongeveer 2 meter in omvang, 
met verschillende symbolen bewerkt. Jammer dat de 
tand des tijds er aan geknaagd heeft. Eene schilderij, 
voorstellende St. Ambrosius; onder diens voeten een 
doodshoofd tegenover eene bijenkorf, waarnaast 2 per- 
sonen staan op eenen boom te schieten. Een prachtige 
bisschopshoed mét zilver zwaar gemonteerd, met figuren 
doorwerkt; enkele plaatsen daarop vermelden de jaren 
en namen der verschillende koningen, die als hoofden 
waren aangesteld. 

Verder een zilveren wapenschild, waarin het volgende 
gegraveerd is: «1758 is Dit Wapenschild met het on- 
«derstaand Beischrift aan het Gilde van St Ambrosius 
«op de Made Ter gedagtenisse van hare opregte schiet- 
«baan gedonateerd door de WelEdele Gestr. heer mr. 
«Harmen Adolph van Sloterdijk, Bailleuw der stad 
«Geertruidenberg en Made, mitsgaeders Dijckgraaf van 
«de Amelia Polder, Hoofdman van het voorschr. gild. 



«Ghy Koninge van 't Gilde 

«Door Prys tot Eer verheve 

« — Laat Bilkheid en trouw by u regering leve 

« — Der Byen arbeid moet u volk te voorbeeld streckken 

«En 't is wets om haar daartoe steeds op te wekkem. 

Op alle voorwerpen vindt men bijenkorven. Volgens 
de statuten bezat genoemd gilde vele stokken bijen, 
hetgeen jaarlijks eene niet onaardige bate aan de kcis 
opleverde. Telken jare bij het potverteren kwamen de 
vrouwen met hare mannen gildenbroers mede, en dan 
ook rustte op haar de verplichting om zekere hoeveel- 
heid honig op haar brood te gebruiken, doch dit ge- 
bruik heeft in de laatste jaren opgehouden. Het i75Jarig 
jubilé werd op waardige wijze in eene daartoe ver- 
sierde zaal, waar het gilde te huis behoort, gevierd. 
In het begin van den avond bracht de Harmonie van 
Made, die ook juist haar 25jarig bestaan vierde, eene 
serenade. 

Dagblad van ZuidrHolland en 's-Gravenhage van 
15 — 16 Januari 1888. 



Geslacht van Gennep. 

(Aanvulling. Zie Alg. Ncd. Familieblad, 1887, blz. 
315). Elisabeth van Gennep, geboren te Waalwijk 28 
April 1747, overleden 8 April 1828, dochter van Justinus 
van Gennep en Catharina van der Hoeve, huwt te 
Gorinchem 11 of 15 Augustus 1770 met Mr. Karel 
Koenraad Reitz, geboren te Middelburg 19 Maart 
1748, griffier van het hof van Vlaanderen te Middel- 
burg, rector der latijnsche scholen aldaar, overleden te 
Middelburg 19 Mei 18 10, zoon van Wilhelm Otto 
Reitz, Johan Hendrikz. ex Anna Maria Meerman en 
van Cornelia Verhoeven, Martinusdr. ex Anna van der 
Hoeve. 

Uit dit huwelijk negen kinderen. 

Anna Maria van Gennep, gedoopt te Gorinchem 15 
Februari 1733, dochter van Willem van Gennep en 
van Anthonia van Campen, huwt 7 Juni 1770 met 
Adam Chris tiaan Metz, geboren in Augustus 1736, raad 
in de vroedschap te Rhenen, overleden 26 October 1790. 

Comelis van Gennep, predikant te Hardinxveld, had 
geen zoon met namen van Willem Anthony. 

Het eenige huwelijk tusschen van Gennep en Hoedt is: 

Willem Anthony van Gennep, geboren te Gorinchem 
6 en gedoopt 8 December 1752, overleden 2 Mei 1835, 
huwt 23 Mei 1784 met Susanna Adriana Hoedt, ge- 
boren 2 November 1752, overleden te Dordrecht 31 
December 1824. 

Hun oudste kind werd geboren te Rotterdam 28 
Juni 1785. 

Utrecht, S. 



.% 



Digitized by 



Google 



— i8i — 



Se oude kerkregisters in ons land. 

(Vervolg). 

BREDA. 

Registrum matrimoniale et morturoum legionis eques- 
tris comitis de Byland. 15 Mei 1783 — 2 September 1792. 

Baptismale 8 Januari 1782 — 2 Januari 1793. 

Registers van huwelijken gesloten voor wethouderen 
van Breda. 

10 Juli 1592 — 28 Mei 1622. 

26 December 1638 — 11 Juli 1652. 
20 Juli 1653 — I November 1754. 

I Januari 1755 — 29 December 1810, in 7 banden, 

De N^ 2190— 2191 — 2192 met alphabetisch register, 

Acten van consent om te trouwen, gegeven door 
den Magistraat, ingevolge reglement van zijne Hoog- 
heid van II December 1774, 9 Februari 1755 — 22 
April 1803. 

Register der gestorvenen, begraven in de Groote 
kerk der Nederduitsche Hervormde gemeente. 

Januari 1806 — 8 Januari 18 11. 

Doodboek der overleden pastoors en bagijntjes van 
het bagijnhof te Breda, aangelegd in de maand Sep- 
tember 1804 op verzoek van de Municipaliteit, om te 
voldoen aan de publicatie van het Departementaal 
bestuur van Brabant van 12 April 1804, Juli 1652— 22 
Juli 1809. 

Annotatie van de lijken, welke in Sint-Joostkapelle 
zijn begraven geworden, 8 November 1767 — 27 Octo- 
ber 1810. 

Manualen van ontvang en uitgaaf der rentmeesters 
der kleine of Merkendaalsche kerk van 17 19, 1725 
en 1726. 

8 December 1782 — 24 Februari 1799 in 4 banden. 

13 Maart 1799 — 31 December 1802, 

I Januari 1803 — 31 December 1806, 

Januari 1807 — April 1809 (ontbreekt), 

27 April 1809 — 7 Januari 181 2. 
Doopboeken van de Luthersche gemeente, 
10 Januari 1649 — 5 Augiistus 1745. 
Naamregister dergene die hare geboden hebben 

laten uitroepen, 1 67 1 — 1723. 

5 September 1745 — 11 Juli 18 10. 

Copie authentique vérifiée de Tancien régistre des 
baptêmes célébrés dans l'église reformée Wallone a 
Breda depuis 9 Septembre 1607 — 3 Juillet 1757, et 
régistre original des baptêmes qui ont été administrés 
depuis 10 Juillet 1757—18 Novembre 18 10. 

Copie du régfistre des baptêmes 7 Février 1758 — 29 
Juni 18 10. 

Régistre des fian^ailles de l'église reformée Wallone 
de Breda, en conséquence d'une résolution du vénérable 
consistoire du 12 Novembre 1793, 13 Juin 1793 — 11 
Juin 1807. 



Celui c*est copie authentique des anciens rég^stres 
des fian(;ailles de Téglise reformée Wallone a Breda, 
II Décembre 1681 — 2 Septembre 1779. 

Régistre original des fian^ailles et bans demariage, 
26 Mars 1780 — 18 Novembre 2810. 

Doop- en trouwboek van het reg^iment Waalsche 
grenadiers, 18 Juni 1748 — 23 Februari 1795. 

Registrum omnium defunctorum militum acreatione 
legionis Bypololistorum Wallonum Excellentissime D" 
Generalis comitis de Lillers i Januari 1748 — 11 Juni 1802. 

BRESKENS. 

De doopregisters der Gereformeerde gemeente loopen 
van de jaren 1708 tot 7 Augustus 1796 en vervolgens 
acten der geboorten loopende van den 19 Fructidor, 
vierde ijaar der Fransche Republiek, tot den 18 Sep- 
tember 1796, in één band, en 

De huwelijksregisters der Gereformeerde kerk loo- 
pende van 7 November 171 1 tot en met 30 Juli 1796 
in dezelfde band. 

De doodboeken der Gereformeerde-kerk, loopende 
van 1664 — 1797, in twee banden. 

BREÜKELEN NIJENRODE 

De doopregisters der Gereformeerden alhier loopen 
van de jaren 1707 tot 181 1 in 2 banden. 

De doopregfisters der Roomsch Katholieken loopen 
van de jaren 1795 tot 181 1, in i band. 

Vóór het jaar 1795 werden de Katholieken te Maarssen 
in de kerk gedoopt. 

Het trouwboek loopt van 1707 tot 181 1. 

De grafboeken in 4 banden loopen van de jaren 
1692 — 1811. 

BREÜKELEN St. PIETERS. 
Deze gemeente behoorde destijds kerkelijk onder 
Ureukeleu Nijenrode, Tienhoven en Mtiarssen. 

BRIELLE (1). 

De trouwregisters der Hervormde gemeente loopen 
van 1591 — 181 1, in twaalf banden gebonden. 

De doopregisters der Groote- of St. Catharina-kerk 
der Hervormde gemeente loopen van 1586 — 181 2, in 
negen banden gebonden. 

N.B. De regfisters van het jaar 1601, 1616, 1617, 1618 
en 1645 zijn geschonden, terwijl er van 1646 — 1670 
gapingen bestaan. 

De doopregisters der kleine kerk der Hervormde 
gemeente loopen van 1671— 181 2, in drie banden ge- 
bonden. 

Van de Waalsche gemeente bestaat een doopre- 
gister, loopende van 1671 — 18 11, alsmede een trouw- 
register van 1673 — 1802. 



(1) Zie de breedvoerige beschrgying van die registers dezer stad 
in H. DB Jaqbr: Het geslacht Trompt blz. 18. 



Digitized by 



Google 



— l82 — 



N.B. In deze registers komen verschillende gapingen 
voor. 

Een doopregister der Luthersche gemeente, loopende 
van 1784 — 1810. 

Van de Katholieken zijn aanwezig: Een doopregister, 
loopende van 1670—1726 en van 1728 — 1801. 

Een trouwregfister loopende van 1691 — 1731,1745 — 
1750 en van 1753 — 1801. 

Een overlijdensregister loopende van 1690 — 1745. 

Alsmede bestaat er nog: Een gebodboek derhuwe- 
lijksproclamatiën van het raadhuis, loopende van 1784 
tot 1818. 

Een huwelijksregister van personen die op de secre- 
tarie in den huwelijken staat zijn bevestigd, loopende 
van 1794 — 18 II. 

De overlijdensregfisters loopen van 1679 — 1823 in 
zeven banden gebonden. 

BROEK OP LANGENDIJK. 

In deze gemeente bestaan geen registers vóór 1811. 
BROEK IN WATERLAND. 

Uitdam. Een doopboek van 1740 — 1811 en van 1792 
tot 181 1. 

Een trouwregister van 1792 — 1811. 

Zuiderwoude. Een doopboek van 1708 — 1790 en een 
idem van 1792 — 181 1. 

Een huwelijksregister van 1792 — i8n. 

Een sterfregfister van 1781 — 18 ii. 

Broek. Een doopregister van 1625 — 1789 en een 
idem van 1790 — 181 1. 

Huwelijksregisters van 1640 — 1722, van 1723 — 1792 
en van 1793 — 181 1. 

Sterfregisters van 1695 — 1764, van 1765— 1803 en 
van 1804 — 18 II. 

BROEKHÜYSEN. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken loopen 
van 1741 — 1799, in één band, insgelijks de trouwboeken. 

BROUWERSHAVEN. 

De doopregisters der Gereformeerden aldaar loopen 
van de jaren 1604— 1639 en van 1667 tot 18 10 in 7 
banden. 

De graf boeken der gemeente van Juli 1743 — 18 10 
in drie banden. 

De trouwboeken der Gereformeerden loopende van 
1653 — 1810 in 2 banden. 

Het ontbreken der doopboeken van 3 Juli 1639 — 
31 December 1666 werd reeds in 18 10 bij het Proces- 
verbaal van overgave geconstateerd. 

BRÜINISSE. 

Een register van doop en trouw in één band, loopende 
het eerste van de jaren 1590 tot 1648 en het tweede 
van 1590 tot 1645. 



Een dito, het eerste van 1648 tot 1794 en het tweede 
van 1648 tot 1676. 

Een register van doop in één band loopende van 
1794 tot 1810 en 

Een trouwregister in twee banden loopende van 
1718 — i8io. 

Een memoriaal der huwelijksproclamatien van 1647 
tot 17 19. 

Een register van overledenen van 1806 tot 18 10. 

BRÜNSSÜM. 

De doop- trouw- en sterfregisters der Roomsch 
Katholieken, zijn in vier banden gebonden, als volgt: 
Doopregisters van 1626 tot 1702. 
Trouwregisters » 1628 » 1699. 
Sterfregisters > 1628 > 1696. 
Doopregisters » 1702 > 1747. 
Trouwregisters > 1701 » 1747. 
Sterfregisters > 1701 > i747« 
Doopregisters > 1747 > 1777. 
Trouwregisters > 1747 » I777« 
Sterfregisters > 1747 > 1777 en 1790— 1796- 
Doopregisters » 1777 > 1796. 
Trouwregisters > 1777 » 1796. 
Sterfregisters > 1777 » 1790. 
Van andere gezindten zijn geene registers aanwezig. 

BÜDEL. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken dezer 
gemeente loopen van de jaren 1680 tot 1 810 in 3 banden. 

De doopregisters der Nederduitsch Hervormden loo- 
pen van 17 16 tot 18 10 in één band. 

De trouwboeken der Roomsch Katholieken loopen 
van 1681 tot 1743 in één band. 

De trouwboeken der Schepenbank loopen van 1743 
tot 1810. 

BÜGGENUM. 

Roomsch Katholieken. 

In het jaar 1797 zijn de oorspronkelijke registers 
der doopsels, huwelijken en dooden door de Franschen 
meegenomen; edoch volgens de oorspr-onkelijken juist 
gemaakt heeft men de registers van den jare 1771 in 
drie banden. 

Er is ook een oud doop- trouw- en doodenregister 
hetwelk loopt van de jaren 1637 tot 1771; of deze 
registers compleet zijn, is onbekend. 

BÜNDE. 

In het gemeentearchief bevinden zich kerkelijke 
registers, geschreven in latijn, van geboorten of ge- 
doopten, overlijden en huwelijken van af de jaren 
1606— 1798 en in het kerkarchief bevinden zich nog 
eenige dubbelen daarvan. 



■4 



DigitizedbyVjOOQlC j 



- 183 



BÜNNIK. 
Protestanten van Bunnik en Techten: 
Doopboek van 1626 — 1811. 
Trouwboek van 1627 — 181 2. 
Protestanten van Bunnik: 
Graf boek van 1751 — 1789. 
ld. van 1789 — 1812. 
Roomsch Katholieken van Bunnik, Zeyst, Od^kca.: 
Doop- en trouwboek van 1752 — 1787. 
Doopboek van 1788 — 18 12. 
Roomsch Katholieken van Bunnik: 
Doop- en trouwboek van 1717 — 1749. 

BUNSCHOTEN. 

De doopregisters der Gereformeerden (andere kerk- 
genootschappen worden daar niet aangetroffen) loopen 
van de jaren 1661 — 18 11 in 4 deelen. 

Aangaande voltrokken huwelijken bij de Gerefor- 
meerden te Bunschoten loopen de registers van 1661 
tot i8ii, in 5 boeken. 

Grafboeken zijn niet gehouden. 

BÜRGH (Zeeland). 

De volgende kerkregisters zijn alhier aanwezig: 

Trouwboeken van 1665 — 1776 en van 1776 — 1810. 

Doopboeken van 1702 — 1782 en van 1783 — 18 10. 

Vroegere aanteekeningen omtrent doop- en trouwen 
zijn, althans gedeeltelijk te vinden in het archief van 
Haamstede 9 met welke gemeente Burgh tot op het 
jaar 1667 kerkelijk gecombineerd is geweest. 

BÜSSÜM. 

In deze gemeente zijn geen oude kerkregisters voor- 
handen, daar de gemeente Bussum vroeger behoorde 
tot Haarden en pas in 18 17 zelfstandig is geworden. 

BÜÜRMALSEN. 

Doop- en trouwboek van Buurmalsen van 1667 — 
1776. Idem van 1777 — 1810. 

Ondertrouwboek van Buurmalsen en Tricht van 
1796— 1810. 

Doodboek van Buurmalsen van 1763— 18 10. 

Doopboek van Tricht van 17 12 — 18 10. 

Trouwboek van 1724 — 18 10. 

Doodboek van 1749 — 1810. 

NB. Bovenstaande registers zijn op het gemeente- 
huis te Tricht aanwezig. 

CADIER EN KEER. 
De doopregfisters der Roomsch Katholieken loopen 
van 1735 — 1802, in één band. 

De sterfregistprs der Roomsch Katholieken loopen 
van 1735— 1797- 

CADZAND. 
Registre pour les mariages et baptêmes de la 
nouvelle église Frangaise établie a Cadzant par nos 



Seigfneurs les états-généraux des provinces unies 1686 
tot 1724. 

Registre des décès de Téglise Wallonne de Kad- 
zand 1720 — 1796. 

Livre des baptêmes de l'église Wallonne de Cad- 
zant, commencé avec Ie jour de la vocation de Pierre 
Bruchner 5 Février 1720— Septembre 1796. 

Regfistre de baptême de Téglise Wallonne de Cad- 
zant 1723— 1775. 

Registre des mariages dans leglise Wallonne 1720 
tot Septembre 1796. 

Een doopboek van Cadzand van, 1607 — October 1661. 

Een doopboek der Hervormde gemeente van 1661 
tot April 1736. 

Een Idem van 1737 — 1796. 

Een trouwboek van Cadzand van 1607 — Sept 1661. 

Een Idem van 1661 — Augustus 1764. 

Een Idem der Hervormde gemeente van 1765 — 
September 1796. 

Register van overlijden van 1702 — 1786, 

Idem van 1786 — September 1796. 

CALLANTSOOG. 

Doopboek, gehouden bij de Hervormde gemeente 
van 2 September 1792 tot en met 22 December 181 1. 

CAPELLE. 

Doopboeken van de jaren 16 10— 1626. 

Idem Idem 1626— 1644. 

Idem Idem 1645 — ï693« 

Idem Idem 1693 — 1726. 

Idem Idem 1726 — 1750. 

Idem Idem 1750 — 18 10. 

Regfisters van begraven en doodboeken: 
Van 1645 — 1680, doodboek. 

> 1695 — 1704, register van sterven. 

» 1737 — 1765, Idem van begraven. 

> 1765— 1805, Idem Idem. 

> 1792 — 1810, doodbcek. 

Registers van huwelijken en trouwboeken (i): 
Van 16 10 — 1626, register huwelijken. 
» 162Ó — 1644, Idem Idem. 

> 1645 — 1693, Idem Idem. 

> 1737 — 1765, trouwboek. 

> 1766 — 1805, Idem. 
» 1775 — iSio, Idem. 

Voor zooverre de jaartallen van twee laatstgenoemde 
registers samenvallen, bevatten ^eze nagenoeg dezelfde 
namen. 

Het register van begraven van 1765 — 1805 en het 
doodboek van 1792 — 18 10, ofschoon gedeeltelijk over 
hetzelfde tijdperk loopende, zijn geheel verschillend 
van elkaar. Een enkele keer treft men in beide regis- 



(1) De titels der registers iByn woordelyk overgeHomen. 



Digitized by V:iOOQIC 



— i84 — 



ters denzelfden naam aan, doch dan verschillen inden 
regel nog de data. 

CAPPELLE OP DEN IJSSEL 

De doopboeken, loopende van 14 Januari 1652 tot 
30 September 1696. 

Van 25 November i6y6 tot 25 December 1763. 

Van I Januari 1764 tot 19 December 1800. 

Van 5 Januari 1794 tot 30 Juni 181 1. 

Een trouwregister van schout en schepenen van 10 
Februari 1661, tot 30 Augustus 1795. 

Een huwelijksregister van 28 Februari 1796 tot 15 
Juni 181 1. 

Trouwboeken, loopende: van 28 Jan. 1652 tot 17 Juni 
1696, van 2 Nov. 1696 tot 22 Jan. 1764, van 6 Jan. 1764 
tot I Sept. 181 1, van 9 Febr. 1794 tot 15 April 1804. 

CASTRICÜM. 

In het oud gemeente-archief zijn aanwezig de navol- 
gende registers, als: 

Een extract uit het doopboek der Gereformeerde 
gemeente van 8 Juli 1748 tot 24 Juli 1790 (in 1 band). 

Een register van huwelijksgeboden van 28 Januari 
1708 tot 5 April 1750, en van 26 October 1793 tot 
16 Juni 181 1 (in 2 banden). 

Een trouwregister van 7 Januari 1730 tot 23 April 
1780 (in I band). 

Een register van inpost op 'trouwen en begraven 
van 7 Januari 1730 tot 13 December 1805 (in i band). 

Een register van het begraven van lijken van 22 
Januari 1806 tot 29 October i8n (in i band). 

Bakkam. Een register van huwelijksgeboden van 
6 April 1793 tot 25 Mei 181 1, 

Een register van inpost op trouwen en begraven 
van 15 Mei 1791 tot 25 Juli 1805. 

Een register van het begraven van lijken van 1806 
tot 6 Juli 181 1 (in 3 banden). 

CLINGE. 

In deze gemeente zijn geen oude kerkregisters aan- 
wezig. 

COLIJNSPLAAT. 

Een doopboek van 28 Aug^ustus 1622 tot i Juni 1691. 

Idem. Idem. 16 Januari 1664 — lö Dec. 1695. 

Idem. Idem. 26 Januari 1696 — 28 Mei 1747. 

Idem. Idem. 14 Mei 1788 — 30 Dec. 1810. 
Een ondertrouwboek van 13 Sept. 161 8 — 9 Mei 1801. 
Idem. Idem 29 Aug. 1801—22 Dec. 1810. 

Een begraaf boek van 14 Mei 161 9 — 13 April 1682. 
Idem. Idem. 27 Juni 1676 — 16 April 1694. 

Idem. Idem. 22 April 1683 — 20 Juni 1728. 

Een begraafboek van 16 April 1694 — 26 Nov. 17 18. 
Idem. Idem. 16 Mei 17 18 — 6 November 1745. 
Idem. Idem. 20 Dec. 1745 — 3 Mei 1784. 
Idem. Idem. 11 Jan. 1784 — 2 Augustus 18 10. 



CROMVOIRT. 

De doopregisters der Roomsch Katholieken alhier 
loopen van de jaren 1778 tot 18 10 in één band. 

Idem is er een register van huwelijken en geboorten 
van 1717 — 1778. 

CÜLEMBORG. 

Alhier berusten op het gemeentehuis: 

Trouwboeken (tevens bevattende gedane huwelijks- 
afkondigingen en verleende attestatiën daarvan) van 
1598— 181 1, 7 dln. 

Doopboeken der Geref.-kerk van 1634 tot 18 12, 6 dln. 

Kerkeboek der Luthersche gemeente, inhoudende 
aanteekeningen omtrent gedoopten, gehuwden, gestor- 
venen, tot lidmaten aangenomen, personen. 2 dln. van 
1665 — 181 2 (bevatten ook opgaven omtrent de Luther- 
schen te Tiel, Leerdam, Tianen en Baren). 

Doop- en huwelijksregister der Roomsch Katholieken 
van 1628— 18 12, 4 dln. 

Oud-Roomsch Katholieke gemeente. Doop- en trouw- 
boeken van 1679 — 181 1, 2 dln. 

(Hierin ook een lijst van overledenen van 1765 — 1812). 

Kosterboeken (registers van den ontvang van gereg- 
tigheden wegens 't begraven der dooden in de Bar- 
bara- en in de Jans-kerk) van 1761 — 1812, 2 dln.; van 
1712— 13, 1740—41, 1742—43 en 1751—52, 4 stkn. 

Register van afgegeven permissie-biljetten tot be- 
graving (Culenborg, Kedicüem, Ëverdingen, ZijderFeld 
en Goiiberdingen van 1806 — '11; daarachter een État 
des décès arrivés en la commune de Culenborg, rédigé 
en conformité de Tarticle 55 de la Loi du 22 frimaire 
An VII 1812 — 13, I deel. 

Eindelijk bevindt zich hier nog een registertje (doo- 
pen, trouwen en begraven) rer Roomsche gemeente te 
Goriachem, loopende ongeveer van 1673 — 1698. 

CüYK EN ST. AGATHA. 

Register der Roomsch Katholieke-kerk bevattende 
doopacten van 22 Juni 1762 tot 17 December 18 18. 

Huwelijksacten van 17 November 1762 tot i Novem- 
ber 1818. 

Overlijdensacten van 3 September 1762 tot 26 De- 
cember 18 18. 

Register der Gereformeerde gemeente van Cuyk, 
bevattende doopacten van 12 September 1791 tot 17 
Februari 181 1. 

Register der Hoofdbank van Cuyk en Dingbanken 
van Mil en Gassel van de huwelijken gesloten te 
Cuyk van 2 Mei 1744 tot 29 Maart 1788. 

Idem van Mil van 11 April 1744 — 8 Februari 1783. 

Idem van Wanroy van 22 Februari 1752 — 3 Mei 1782. 

Idem van Jleers van 2 Mei 1744 — 6 Februari 1783. 

Idem van Oassel van 4 Januari 1744 — 28 April 1759. 

Idem van Escharen van 8 Februari 1746—22 Mei 1780. 

(Wordt vervolgd). 



Digitized by VnOOQlC 





; 


't'Uu^'^C 


i^ijjLVXiiX 1 


Arr#R, 


LEN'^X AWD 


Tii.n'M - 


'>.,-"^^r'^MS. 



Digitized by 




Behoort Uj N" 7 van lieL Algemeen Nederlandsoh Familieblad, 5« Jaargang, 1888. 



Wapen van het geslacht Schoeffers. 



BOEKDRUKKERSMERK WAPEN 

DER YAN 

SCHEFFERS JAN SCHOEFFER, 

met de wapenfiguren. st. 1557. 



Digitized by VjOOQIC 



- i85 — 



Het geslacht Schoeffer, later Scbeffer en Seheffers, 
boekdrukkers te 's-Hertogenbosch van 1541—1796. 

(Met een plaat). 



VOORREDE. 

Al kan de hoofdstad der provincie Noord-Brabant 
zich er niet op beroemen, dat eertijds een Plantijn of 
één der Elzeviers hunne vermaarde drukkerijen binnen 
hare muren hadden gevestigd, toch kan zij wijzen 
op het geslacht Schoeffer, dat de boekdrukkunst meer 
dan twee honderd en vijftig jaren te 's-Hertogenbosch 
heeft uitgeoefend. De stamvader dezer familie was de 
in de geschiedenis dier kunst zoo bekende Petrus 
Schoeffer van Gemsheim. 

Zijn kleinzoon Jan begaf zich naar 's-Hertogenbosch, 
waar wij hem in 1541 als boekdrukker in «Het ver- 
gulden Missaal» in de Kerkstraat vinden gevestigd en 
in welk huis zijne nakomelingen dit nuttig bedrijf tot 
1796 hebben voortgezet. Deze tak van het geslacht 
Schoeffer is evenals de voortbrengselen hunner persen 
weinig bekend. 

SCHAAB die in zijne Geschtchte der Buchdrucker- 
kunst een aantal documenten betrekkelijk dit geslacht 
heeft medegedeeld , maakt met geen enkel woord 
melding van dezen, den oudsten tak, te 's-Hertogen- 
bosch gevestigd geweest, welke ook het langst heeft 
gebloeid, daar die te Mentz reeds in 1552 was uitge- 
storven. 

Bij het nazien van mijnen kleinen boekenschat ves- 
tigde zich mijne aandacht dikwerf op dit geslacht, 
daar ik de namen van onderscheidene zijner leden op 
den titel van menig boekwerk vermeld vond. 

Dit noopte mij tot het opteekenen van bijzonder- 
heden, tot hen en hun bedrijf betrekkelijk en deed bij 
mij den lust ontstaan tot een uitgebreider onderzoek. 
Ik gevoelde mij hiertoe te meer aangetrokken, omdat 
ik van mijne jeugd af steeds genoegen heb gevonden 
alles op te teekenen of te verzamelen wat mij belang- 
rijk voorkwam betrekkelijk mijne geboorteplaats, de 
stad 's-Hertogenbosch. 

Hierdoor was ik in het bezit gekomen van een 
aantal boekwerken, bij de Schoeffers te 's-Hertogen- 
bosch gedrukt, welk getal ik in 1884 aanmerkelijk mocht 
vermeerderen door aankoop van de oud-Noordbrabant- 
sche drukken uit de bibliotheek van wijlen den heer 
Prosper Cuypers van Velthoven (i). 

In de boekerij van het Provinciaal Genootschap 

van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant 

worden ook een groot aantal dezer drukken gevonden. 

Later werd ik nog bekend met eene belangrijke 

verzameling dezer boekjes, berustende in de bibliotheek 



(1) Verkocht bij M. Nijhoff te 's-Gravenhage den 6 Februari 1884. 



van Jhr. A. van den Bogaerde van Moergestel te 
Heeswijk. 

Deze drie verzamelingen hebben mij in staat gesteld, 
een zeer groot aantal drukwerken van de familie 
Schoeffer te 's-Hertogenbosch te kunnen vermelden. 
Hunne drukken bestaan grootendeels uit plakaten 
en devote boekjes en kunnen in geene vergelijking 
komen met de meesterlijke voortbrengselen der boek- 
drukkunst van de Schoeffers te Mentz. 

Heeft hunne drukkerij als zoodanig geene blijvende 
vermaardheid verworven, toch verdienen de voortbreng- 
selen hunner persen de aandacht van den boeklief hebber, 
al ware het alleen om de zeldzaamheid, dat zij worden 
aangetroffen. 

Aan Prosper Marchand komt de eer toe van de 
eerste te zijn geweest de aandacht op de Schoeffers 
te 's-Hertogenbosch te hebben gevestigd. 

Hij vervoegde zich persoonlijk bij de familie en 
vernam toen van Petrus Seheffers vele bijzonderheden 
betrekkelijk diens geslacht, die Marchand opnam in 
zijne Histoire de V origine et des premiers progrès de 
VImprimerie. La Haye, 1740. 

Bij nader onderzoek is mij gebleken dat deze op- 
gaven min nauwkeurig en volledig zijn, want behalve 
abusieve opgaven in jaartallen en datums, worden 
eenige personen tot dit geslacht behoorende, niet ver- 
meld. 

Ruim eene halve eeuw later vestigde Mr. W. C. 
ACKERSDIJCK de aandacht op nieuw op deze familie 
door een artikel in de Vaderlandsche Letteroef eningen 
voor 18 ly, Mengelwerk JV^, 6, getiteld: Iets over het 
nageslacht van den vermaarden Mentzsche?t boekdrukker 
Petrus Schoeffer, naar 's-Hertogenbosch vertrokken, en 
aldaar uitgestorven; dat werd overgenomen door het 
Provinciaal Blad van Noord- Br aba7id voor Vrijdag, 
den 20 Juni 1817, N^. 49, en met eenigeaanteekeningen 
vermeerderd door J. L. C. Jacob en ook is afgedrukt in 
het Jaarboekje voor den Boekhandel voor 1842 — 1843. 
's-Gravcnhage 1843, blz. 86 — 94. 

In dit overzicht worden slechts eenige dezer drukken 
vermeld; doch Mr. W. C. AcKERSDijCK ging voort 
zijne bibliotheek met deze boekwerken te verrijken en 
met het aanteekenen van bijzonderheden betrekkelijk 
dit geslacht. 

Deze aanteekeningen stelde hij in 1834 Dr. C. R. 
Hermans (i) ter hand, die dezelve nog vermeerderd 



(1) Hij was in 1837 met de heeren Jhr. A. J. L. Baron van den 
Bogaerde van ter Brugge, Jhr. A. Martini van Geffen, C. W. Pape, 
J. Menu, Mr. J. D. W. Pape en H. Palier, één der oprichters van 
het Provinciaal Genootschap van K. en W. in Noord-Brabant 
Eeeds in zijne dissertatie, getiteid: Introdmüo in notitiam rei litte- 
rariae maxime Prov. Brdbantiae Septent. L. B. 1834; had hij op 
het groote nut van eene dergelijke instelling voor deze provincie 
gewezen. 



Digitized by 



Google 



— i86 — 



met de opgave van een aantal dezer drukken, opnam 
in zijne Bijdragen over Noord-Brahand ^ 2* dl. blz. 
342 — 377; dat ook afzonderlijk uitgegeven is. 

Bijna tegelijkertijd verscheen van den heer H. Helbig 
te Luik in de Messager des Sciences historiques et 
Archives des Arts. Gand, 1846; pag. 433 — ^^^.Notice 
sur les descendants de Pierre Schoeffer, qui exerclrent 
rimprimerie a Bois-le-Duc^ de père en Jils, depuis 
Vannée 1^41 jusqtCen ijgó. 

In dit overzicht worden geene andere bijzonderheden 
vermeld, dan reeds door genoemde schrijvers medege- 
deeld waren. 

Kon Hermans de titels van een 90 tal dezer 
drukken opgeven, ik zie mij in staat dit getal met 59 
te vermeerderen en alzoo te brengen op 149. 

De bij de namen gestelde cijfers duiden het aantal 
opgegeven drukwerken van genoemd familielid aan: 
Jan Schoeffer of Scheffer overleden 1565. ... 18 
Wed. » » » geb. Anna Bottermans . i 

Jan Schoeffer of Scheffer overleden 161 4. • . • 71 

Antonius Scheffer • • . 17 

Jan Janszoon Scheffer 21 

Jan Scheffers 4 

Jan Scheffers 2 

Wed. » geb. Helena de Wijs i 

Petrus Scheffers 6 

Jacobus Scheffers , 8 

149 

Onder de door HERMANS opgegeven titels zijn velen 
uit Foppens, Paquot en verschillende Catalogussen 
ontleend, van welke een aantal door mij zijn gezien, 
waardoor ik van deze de volledige titels kan opgeven. 

Bepaalde zich de genoemde schrijver uitsluitend tot 
het vermelden der titels, ik heb een groot aantal 
dezer drukken beknopt beschreven en er die aantee- 
keningen bijgevoegd, welke de waarde of zeldzaam- 
heid van het boekwerk nader aanwijzen. 

Op de geslachtlijst zijn al de familieleden besproken 
en de bijzonderheden die mij omtrent hen zijn bekend 
geworden, bij ieder aangeteekend. 

Eenige belangrijke stukken betrekkelijk dit geslacht, 
berustende op het stedelijk archief van *s-Hertogen- 
bosch, zijn onder de bijlagen opgenomen. 

Hetgeen ik vond en aanteckende, deel ik thans 
mede, in de overtuiging, dat een korte geschiedenis 
van een geslacht, dat meer dan twee en een halve 
eeuw in een der nuttigste bedrijven te 's-Hertogen- 
bosch werkzaam was, de belangstelling waardig is. 

Bij het vermelden der door de Schoeffers gedrukte 
en uitgegeven boekwerken, zijn voorzeker eenige niet 
door mij opgegeven, zoo kunnen ook wel eenige titels 
die ik van anderen overnam, minder nauwkeurig zijn. 



Het Geslachtswapeu. 



Genealogie. 



Het geslacht Schoeffer, later Scheffer en Scheffers 
geschreven, is afkomstig uit Duitschland (i). 

Als stamvader dezer familie vind ik vermeld: 

I. Petrus Schoeffer, in de geschiedenis der boek- 
drukkunst vooral bekend door de vele verbeteringen 
die hij in deze kunst aanbracht, waardoor zij een 
hoogen trap van volkomenheid bereikte. 

Hij werd geboren te Gemsheim, eene kleine stad 
op den rechteroever van den Rijn tusschen Worms 
en Oppenheim gelegen. 

Het jaar zijner geboorte is niet bekend, daar de 



(1) Te Brussel woonde ia de 17* «n 18* eeaw een geslacht Sclioe- 
vaert of Schoevaerts, dat aldaar de boekdrukkunst beoefende. Te 
's-6ravenhage bestaat eene familie Schoevers'; deze heeft tot wapen, 
gekwartierd, 1 in blauw drie zespuntige gouden sterren, geplaatst 
2 en 1'; 2 in zilver eau roode dwarsbalk; 3 in zilver een zwarte 
dubbele adelaar; 4 in zilver een zwarte zandlooper. Helmteeken : een 
uitkomende roode leeuw. Te Haarlem bestaat thans nog een Roomsch- 
Catholieke familie Sche£fers. 



Het wapen der Schoeflfers te Mentz was een rood 
veld, beladen met een zilveren keper, van welke de 
uiteinden de lijnen van het schild niet raken, maar 
naar boven zijn omgebogen en in een punt eindigen, 
vergezeld van drie sterren van hetzelfde metaal ; aldus 
vindt men het in eenige hunner drukken afgebeeld. 

Jan Schoeflfer, de kleinzoon van Petrus Schoeffer 
van Gemsheim, die zich te 's-Hertogenbosch kwam 
vestigen, voerde een sprekend wapen, geheel afwijkend 
van dat zijner voorouders, zijnde doorsneden: i in 
zilver twee roode herderstaven, beslagen met een blauw j 
schopje, geplaatst als een St. Andrieskruis ; 2 in groen \ 
drie schapen van zilver, 2 en i; gelijk dit wapen stond 
geschilderd op een wapenkastje dat voor het jaar 1 630 
bij zijne g^afstede hing in de St. Janskerk te 's-Her- 
togenbosch. 

Zijne nakomelingen lieten dit sprekend wapen ach- 
terwege en voerden hun blazoen gelijk de Schoeffers 
te Mentz, met dit onderscheid, dat zij de onderste 
ster in het wapen vervingen door eene gouden roos. 

Het schild is gedekt door een half aanziende zilveren 
helm, met een rooden en zilveren wrong, en tot helm- 
teeken: een uitkomende bok van zilver. 

Dit wapen (zonder helm) werd door eenige leden 
van dit geslacht geplaatst op een prentje, verbeeldende 
herders en schapen, zinspelende op de Hoogduitsche 
beteekenis van den naam Schaffer, die men in vroeger 
tijden door OPILIO overgezet vindt en werd door hen 
gebruikt als drukkersmerk. 



Digitized by 



Google 



- 187 



archieven der kerk te Gernsheim tijdens de verwoes- 
ting van den Paltz in 1639 door de Franschen, ver- 
brand zijn, doch het zal waarschijnlijk tusschen de 
jaren- 1420 en 1430 moeten gesteld worden. 

In 1449 bevond hij zich te Parijs, zooals uit het slot 
van een handschrift blijkt, voorheen in de bibliotheek 
der stad Straatsburg bewaard en aldus luidende: 
cHic est finis omnium librorum tam veteris quam nove 
loice (logice) ; complecti per me Petrum de Gernsheim, 
alias de Moguntiae 1449, in gloriosissima Universitate 
Parisiensi»; waarvan het facsimile door SCHOEPFLIN, 
in zijne Vindiciae typographtcae wordt gegeven. 

SchoefFer beoefende waarschijnlijk het winstgevend 
beroep van schoonschrijver, daar hij in de onderschriften 
zijner meeste werken met den titel van klerk wordt 
aangeduid, welken hij later achterwege liet. 

Dit beroep bracht hem vermoedelijk in aanraking 
met den boekdrukker Jan Gutenberg te Mentz, bij 
wien hij vóór 1455 in dienst trad en alwaar hij den 
vennoot van zijn meester, Jan Fust, leerde kennen. 

Door zijne begaafdheid was Schoeffer spoedig in 
al de geheimen der boekdrukkunst ingewijd, dat Fust 
tot het baatzuchtig besluit deed komen zich van zijne 
hulp te verzekeren en Gutenberg te lozen. 

Nadat Fust zich in 1455 op slinksche wijze in het 
bezit van al de boekdrukkersgereedschappen van 
Gutenberg had weten te stellen, drukte hij in gezel- 
schap van Schoeffer in het huis «zum Humbreit» te 
Mentz een groot aantal boeken, die als merkwaardige 
voortbrengselen der boekdrukkunst zeer gezocht zijn. 

Fust in 1466 overleden zijnde, werd de drukkerij 
door Schoeffer voortgezet, die nog een aantal boeken 
het licht deed zien, welke door hunne meesterlijke 
uitvoering en fraaie snede van letter uitmunten. 

In 1479 deed zich Schoeffer tegen betaling van 10 
ponden en 4 schellingen als burger der vrije stad 
Frankfort aannemen. 

Omstreeks 10 jaren later zien wij hem de betrek- 
king van burgerlijk rechter bij het gerechtshof te 
Mentz vervullen. 

Hij overleed in 1502 of 1503, welk jaar niet met 
juistheid bekend is, daar de archieven der kerken te 
Mentz, tijdens het beleg dier stad door de Zweden, 
zijn zoek geraakt en nimmer terug gevonden. 

Hij was in 1465 gehuwd met Christina, dochtervan 
Conrad Fust, den zoon van Jan Fust, bij welke hij 
twee zonen verwekte (i). 

I®. Jan Schoeffer, die volgt onder 11. 

2^. Petrus Schoeffer, boekdrukker te Mentz en ver- 
volgens te Worms, Straatsburg en Venetië. Hij 
overleed omstreeks 1543, nalatende bij zijne 



(1) Zie over hem, de voornaamste geschiedschrijvers over de uit- 
vinding der boekdrukkunst. 



huisvrouw Catharina . . . ., een zoon Ivo genaamd. 
Deze volgde zijn oom Jan Schoeffer te Mentz inde 
drukkerij op, en liet bij zijn afsterven in 1552 bij 
zijne echtgenoote geene kinderen achter. Met hem 
stierf het geslacht Schoeffer te Mentz uit. 

II. Jan Schoeffer, volgde zijn vader op in de drukkerij. 
Hij had in huwelijk Catharina . . . ., en liet bij zijn 

afsterven in 1536, vier kinderen na. 

Panzer, Annales typographiciy t. 9, pag. 540, ver- 
meldt als laatste uitgave zijner pers.: Latinissimae 
colloquiorum formulae ex Terentii Comoedtis selecta ac 
in Germanicam linguam Versae, Moguntiae, ex officina 
Joannis Schoeffer, in mense Julio A^ 1536. 8^ Zijn 
neef Ivo volgde hem in zijne drukkerij op. 

Zijne kinderen waren: 

i^. Jan Schoeffer, die volgt onder lll. 

2^ Anna Schoeffer. 

3^. Ursula Schoeffer. 

4^. Hillegarde Schoeffer. 

III. Jan Schoeffer of Scheffer, zooals zijn naam ge- 
schreven is in een privilegie van den i Juli 1545, 
begaf zich naar 's-Hertogenbosch, waar wij hem in 
Juni i54[ als boekdrukker in het huis «Het vergulden 
Missaal» in de Kerkstraat vinden gevestigd. 

Hij was de stamvader der familie te 's-Hertogen- 
bosch en overleed aldaar den 12 Maart 1565. 

Zijne huisvrouw Anna, dochter van Jan Bottermans, 
overleed den 14 Maart 1587 en werd bij haar man in 
de St. Janskerk begraven. 

Van zijne kinderen vinden wij vermeld: 

i^ Jan Schoeffer of Scheffer, die volgt onder IV. 

2®. Walburga Schoeffer of Scheffer, huwde met 
Adrianus Louwe of Louwius (i), en overleed 
den 25 November 1603. 

IV. Jan Schoeffer of Scheffer, volgde zijn vader in 
de drukkerij op. 

Hij huwde Elisabeth, dochter van Antonius van den 
Hoeck en overleed den i^i Juni 1614. Zijne huisvrouw 
heeft hem overleefd en is bij haar man in het fami- 
liegraf in de St. Janskerk bijgezet. 
Zij hadden drie kinderen: 
i^ Antonius Scheffer, die volgt onder v. 
2^, Gerardus Scheffer, gestorven in i6 . . . 
3^. Jan, of zooals hij zich noemde Jan Janszoon 
Scheffer, boekdrukker in de Kerkstraat in «Den 
Goede Herder», huwde Magdalena, dochter van 
Lambert Echtbertsen van der Stappen, bij welke 
hij geene kinderen naliet. 

Het jaar van overlijden is ons niet bekend, 
doch in 1630 was hij nog in^leven. 



(1) Denkelijk een bloedverwant van Petrus Louwe of Louwius, 
geboren te 's-Hertogenbosch, rector der^latynsche scholen in zijne 
geboorteplaats; die zich als geschied- en oudheidkundige en als 
grieksch dichter heeft bekend gemaakt. Hij overleed omstreeks 1597. 



Digitized by V:iOOQIC 



— i88 — 



Magdalena van der Stappen overleed den 26 
December 1644 en werd bij haar man in de St. 
Janskerk begraven. 

Hij liet evenals zijn broeder Antonius, de 
schrijfwijze SchoefFer achterwege. 
' V. Antonius Scheflfer, boekdrukker, eerst in «Dex 
Geboden,» later in het ouderlijke stamhuis cHet ver- 
gfulden Missaal.» 

Hij huwde den 25 Februari 161 2 met Sophia, dochter 
van Nicolaas van Someren. 

Beiden stierven aan de pest, nalatende drie kinderen, 
i^. Jan Scheflfers, die volgt onder Vi. 
2^. Goyaart SchefFers. 
3^. Anna Scheffers. 

Vl. Jan Scheffers, boekdrukker, geboren den 20 Au- 
gustus 1617, huwde in 1637 "^^^ Livina van Roy, en 
den 10 Mei 1643 "i^t Maria de Gulikker, bij welke 
hij drie zonen en eene dochter verwekte. 

Hij veranderde de schrijfwijze Scheffer in Scheffers, 
dat door zijne nakomelingen is nagevolgd, 
i^ Jan Scheffers, die volgt onder vil. 
2^ Sophia Scheffers, geboren den 17 December 

1646, huwde met Antonius van Eil. 
3^ Jacobus Scheffers, geboren 26 September 1649, 
huwde den 12 Mei 1675 met Jacoba Bunders, 
bij welke hij eene dochter had, Mariana genaamd, 
geboren den 26 Maart 1676. 
4^ Ignatius Scheffers, geboren den 16 Januari 1656. 
vn. Jan Scheffers, boekdrukker, geboren den 6 Mei 
Mei 1644, huwde den 26 Mei 1675 met Helena de 
Wijs, en hadden zeven kinderen: 

i^ Antonius Scheffers, geboren den 2 Januari 1677, 
begaf zich in de orde van Premonstreit. 

Hij begon zijn noviciaat in de abdij van Postel 
den 7 Juli 1697, werd geprofest den 4 Juni 1699, 
diaken den 9 Augustus van hetzelfde jaar, priester 
gewijd te Luik den 19 Februari 1701, kapelaan 
te Oerle in 1704, cellier den 16 Juni 1708, kapelaan 
te Arendonck (België) in April 17 10, pastoor te 
Beest (Gelderland) den 19 April 171 1. 

Wegens zwakke gezondheid deed hij den 17 
Juni 1728 afstand van de pastoreele zorg en 
keerde naar de abdij terug, waar hij den 27 
September van hetzelfde jaar overleed. 
2^ Maria Scheffers, geboren den 9 Maart 1682, 
huwde den 4 April 1701 met Petrus van der 
Borgt of Borcht (i), geneesheer te 's-Hertogen- 
bosch. 
3*. Petrus Scheffers, die volgt onder VIII. 
4^ Angelina Scheffers, geboren den 27 Februari 

1685, huwde met Comelis Vervorst 
5®. Michiel Scheffers, geboren den 13 Juli 1686, begon 



gelijk zijn broeder zijn noviciaat in de abdij van 
Postel den 18 December 1706, werd geprofest 
den 19 Augustus 1708, priester gewijd te Roer- 
mond in Juli 17 10, kapelaan te Berlicum (Noord- 
Brabant) in 171 2, cellier den 23 April 17 16, 
kapelaan te St. Oedenrode van 6 Juli 1718 tot 
18 Februari 1722, toen prior en novicemeester 
der abdij, pastoor te Lage Mierde den 8 Februari 
1726, waar hij den 25 Juli 1748 is overleden (i). 
6^ Jacobus Scheffers, geboren den 21 October 1687, 

minderbroeder. 
7*. Johanna Maria Scheffers, geboren den 31 October 

1692, huwde met Willem Vervorst. 
VIII. Petrus Scheffers, boekdrukker, geboren den 9 
Februari 1684, huwde den 11 November 17 11 met 
Lucia Henrika Cuyper, bij welke hij twee zonen en 
eene dochter verwekte. 

Na haar dood hertrouwde hij met de weduwe Vervorst^ 
Hij overleed den 17 April 1763. 

i^. Jan Scheffers, geboren den 30 Juni 17 15, wijdde 
zich aan den geestelijken stand en werd pastoor 
te Baarle-Hertog. 
2^ Maria Bernardina Scheffers, geboren den 13 

Mei 17 19. 
3^. Jacobus Scheffers, boekdrukker, geboren den 2 
Juni 1720, huwde den 7 Februari 1751 met Catha- 
rina van Rhijn, bij welke hij geene kinderen 
naliet. 

Hij overleed den 17 December 1796 en met 
hem stierf zijn geslacht uit. 



(1) Wapen: in blauw vier zespnntige gouden sterren, 2 en 2, 



Het huis f,het vergolden Missaal." 

Deze woning, het stamhuis der familie te 's-Herto- 
genbosch, waarin de nakomelingen van Jan Schoeffer 
tot aan het jaar 1796 hebben voortgeleefd en de boek- 
drukkunst uitgeoefend, stond in de Kerkstraat, genum- 
merd E, N®. 3, het derde huis van af de Torenstraat, 
alwaar een dertigftal jaren geleden thet Missaal» boven 
den gevel op eene ijzeren plaat nog te zien was. 

Het huis is na dien tijd geheel verbouwd, zoodat 
er thans niets meer van te zien is. 

Tegenover deze woning stond eene school, welke 
vermoedelijk een zondags- of kerkschool is geweest, 
blijkens het latijnsche opschrift dat het jaartal 1566 
gaf te lezen en voor de verbouwing in 1792 in deszelfs 
voorgevel stond. 



(1) De bijzonderheden nopens Michiel Scheffers^ dank ik den Zeer 
Eerw. heer Th. Ign. Welvaarts, prior en biblothecaris-archiyaris 
der abdij van Postel. 



Ë' 



Digitized by 



Google 



i89 



Urbis honos, patriae columen relligionis, 

PASTORALI AERE est HAEC PAIC^TA SCHOLA (l). 



Dat is: deze school, de luister der stad en de steun 
der voorvaderlijke godsdienst, is voor het geld der 
herders daargesteld. 

Zeer waarschijnlijk was reeds voor dien tijd in dat 
huis eene school gevestigd geweest en ziet dit opschrift 
op eene geheele verbouwing. 

In het begin der i6e eeuw vinden wij den boek- 
drukker Laurens (Laurentius) Hayen in de Kerkstraat 
tegenover de school gevestigd, hoogst waarschijnlijk 
in hetzelfde huis, waarin later de familie Schoeffer 
heeft gewoond. 

Dat Hayen tegenover de school woonde, blijkt o. a. 
uit de titels der volgende boekjes. 

1. Dat wonderlycke leven der gesellen des heylighen 
Vaders Sinte Franciscus. 

Nu eer te werf gheprent Tshertogenbosch tegen die 
Schole over bi mi Laurens Hayen. 15 14. 12^ 

2. Een devoet ende suy^erlijck boexken en is ghe- 
naemt: den boem des levens des ghecruysten Jhesu, 
ghemaect vanden vierighen doctoor Sinte Bonaventura, 
en leert hoemen met devocien overdencken sal die 
bittere passie en lijden ons Heeren Jhesu Christi. 

Aan het einde staat: 

Gheprent tshartogenbosch, by my Laurens Hayen, 
tegen die School over. z. j. 12^ {2). 

I^ter wordt Hayen niet meer genoemd, maar zien 
wij den boekdrukker Gerard van den Hatart in de 
Kerkstraat tegenover de school gevestigd, allerwaar- 
schijnlijkst in het huis door Hayen bewoond geweest, 
van welken hij de drukkerij schijnt te hebben over- 
genomen. 

Na 1540 wordt van Gerard van den Hatart geen 
gewag meer gemaakt, maar vinden wij den boek- 
drukker Jan Schoeffer in 1541 tegenover de school 
vermeld. 

Deze laatste heeft de drukkerij van van den Hatart 
overgenomen, dat ons Ls gebleken, doordien hij het 
drukkersmerk en de geillustreerden rand voor de titels 
door van den Hatart gebruikt, ook heeft gebezigd. 
Iets dat Schoeffer niet had kunnen of mogen doen, 
zoo hij niet de eigenaar dezer drukkerij was geworden. 

Dit drukkersmerk is eene fraaie houtsnede en ver- 
beeld een boschman, het wapen van 's-Hertogenbosch 
met de linten vasthoudende, in het verschiet eene 
huizing, jagers, honden en boomen (3), zinspelende op 



(1) CoppENS, Nieuwe beschrijving van het bisdom ^s-Hertogenboseh, 
1 deel, blz. 313 en 314. 

(2) Van deze boekjes was 1 in de boekery van wylen Mr. W. C. 
Ackersd^ck onder No. 5286, 2 is in de Koninklüke bibliotheek te 
's-Gravenhage. 

(3) Dit drukkersmerk heeft zeer veel overeenkomst met dat van 
Laurens Hayen. 



het ontstaan der stad. De houtsnede, waarin sommige 
titels zijn geplaatst, verbeeld twee kolommen, gedekt 
door een kroonlijst, op iedere hoek een engel gezeten, 
blazende op de bazuin; van onder houden twee engelen 
het koopmanswapen van Gerard van den Hatart vast, 
waarvan ter weerszijde staat G. II. Deze geïllustreerde 
rand of het drukkersmerk wordt in de volgende druk- 
ken van Gerard van den Hatart gevonden. 

1. Fratris Baptista Mantuani ordinis Carmelitae pro- 
fessoris, de vita beata opusculem. 

Veneunt in Buscoducis a Gerardo Hatardo, qui im- 
pressit, mense Maio, anno virginei partus 1532. 4^. 

2. Dat Paradijs der liefhebbender siele, vol inniger 
oeffeningen des geestes in gebetswijse, vande leve en 
lijde ons heere, van de heylige sacramët en vader 
godlicker liefde doer Aemt va Tongere. 

Aan het einde staat: 

Gheprent Shertogenbossche by my Geraert van den 
Hatart. Anno 1535. KI. 8^ 

3. Joannis Murmellius, In artis componendorum ver- 
suum Rudimenta. 

Op het einde staat: 

Busciducis a Gerardo Hatardo. 1538. KI. 8®. 

4. Georgii Macropedii Andrisca fabula lepidissima. 
Busciducis apud Gerardum Hatardum. Anno 1538. kl.8^. 

5. Eenen schoenen Spiegel van eenen deughdelijcken 
leven descretelick en vruchtbaerlick te leyden, voor 
devoten ofte gheestelicken persoenen seer wel dienende, 
ghemaeckt ende geschreven ierst int l^tijn over veel 
jaren, bij eenen E. ende devoten abt van Santé Bene- 
dictus oerde, ende nu onlancx in l^uytschen overghe- 
set, ende ghevisiteert bij den E. H. M. Jan vanBaerle, 
doctoer in de H. Schriftuercn, Prekaer oerdde toe 
sHartogenbosch, tot profijt van allen den ghenen, die 
hem viericlick willen keeren tot Godt in rechter liefde. 

Op het einde leest men: 

Gheprent tot sHartogenbossche by my Geraert van 
den Hatart, woenende in die Kerckstraet recht teghen 
die Schole over, int jaer ons Heeren 1540, in Junio. 12^ 

6. Georgii Macropedii Bcissarus fabula festivissima. 
In Sylva Ducali apud Gerardum Hatardum. Anno 

154. . (sic). KI. 80 (i). 

Na de dood van Jacobus Scheffers in 1796, den 
laatsten mannclijken afstammeling van dit geslacht, 
werd cHet vergulden Missaal» het eigendom van den 
boekdrukker Elias Lion, die nog tot 18 16 in deze 
woning eene drukkerij hield gevestigd. 

Zoodat in dit huis de boekdrukkunst meer dan drie 
eeuwen is uitgeoefend geworden. 



(1) Van deze boekjes zijn 1 en 2 in de bibliotheek van Jhr. van 
den Bogaerde van Moergestel, 5 in de boekerij van wylen Mr. W. 
C. Ackersd^ck onder No. 5302, 3 en 4 in mijne verzameling, en 6 
in de boekerij van het Noord-Brabantsch Genootschap. 



Digitized by 



Google 



— igo — 



Jan Schoeffèr of Schoffer. 

Zooals wij uit de geslachtlijst zien, was hij de zoon 
van Jan SchoeiFer, boekdrukker te Mentz en dus de 
kleinzoon van Petrus SchoefFer van Gernsheim. 

Het jaar zijner geboorte vind ik niet aangeteekend, 
doch den lo Maart 1535 was hij nog minderjarig (i). 

Reeds op jeugdigen leeftijd moet hij zich naar 
's-Hertogenbosch, ten dien tijde de vierde hoofdstad 
van het hertogdom Brabant, hebben begeven; daar 
wij hem in Juni 1541 als boekdrukker in «Het ver- 
gulden Missaal» in de Kerkstraat aantreffen, welke 
drukkerij hij van Gerard van den Hatart had overge- 
nomen, zooals wij boven hebben aangeteekend. Om 
welke reden hij zijn vaderland verliet, is onbekend. 

Vermoedelijk bij zijne vestiging of kort daarna, 
huwde hij Anna, dochter van Jan Bottermans en niet 
Bottelmans, zooals Marchand abusievelijk zegt en 
door anderen gevolgd is. 

Wij lezen in het privilegie voor het drukken van 
Sim ON Pelgrom, Synonymortim Sylva .... Recog- 
nita et aucta^ gedagteekend i Juli 1545; «Jan Scheffer, 
boeckprentere, wonende in onse stadt van Tshertoghen- 
bossche, schamel gheselle, belast met huysvrouw ende 
kynderen ;» welke laatsten ons aan eene echtverbintenis 
van eenige jaren doen denken. 

Mochten wij den «schamel gheselle» gelooven, dan 
was hij in die dagen niet rijk bedeeld met aardsche 
goederen; doch ik vermoed dat wij hier met eene 
reclame van onzen boekdrukker te doen hebben, 
waarbij hij zelf vrouw en kinderen laat exposeeren, 
om gemakkelijker het priviligie voor het drukken van 
dat werk te verkrijgen. 

Wij leeren hieruit Schoeffèr als een man van zaken 
kennen, die niet op eene kleine onwaarheid ziet om 
zijn doel te bereiken. Want dat hij een «schamel ghe- 
selle» was, is minstens genomen sterk overdreven. 

Hij was toch volgens hetzelfde privilegie «tot groote 
costen houdende veel ghesellen ende preters, die welcke 
daghelicx prentende sijn alderhande boecke, in poëterije 
ende andjersins»; welke lieden zoo'n practisch man wel 
niet voor zijn genoegen er op na zal hebben gehouden. 
Hij overleed den 12 Maart 1565 en werd in de St. 
Janskerk in eene grafstede, hem van zijne vrouw's 
familie aangeërfd, begraven. 

Op den zerk lang 5, breed 3 voeten, die deze graf- 
stede dekte, staat rondom met oude letters te lezen: 
Hier ligghe begrê Lysbet en Jéneken Herma Botter- 
mans dochtere, storve an® 1557 in Octob'*. 

In het midden is het familiewapen van Scheffer ge- 



(1) WüBDTWEiK, Biblioiheca Moguntina, document 27; Schaab, 
Geschichte der Buchdruckerkunst, 2 th., s. 78, 79. 



beiteld, waarboven staat: Begraefnis van Jan Scheffers (i). 
Tegenover deze grafstede hing een schilderij of wa- 
penkastje met dubbele deuren, op een dezer was Jan 
Schoeffèr in de kleeding van zijn tijd, met zijn sprekend 
wapen, hierboven beschreven, in biddende houding, 
afgebeeld. 

Bij de overgave der stad in 1629 werd dit kastje 
aan de familie teruggegeven, die hetzelve nog in 1740 
bezat, bij welke het door Marchand werd gezien, die 
de daarop voorkomende familieaanteekeningen afschreef. 

De drukkerij moet door zijne weduwe zijn voort- 
gezet, die hem nog twee-en-twintig jaren overleefd heeft. 

Zij overleed den 14 Maart 1587 en werd bij haar 
man begraven. 

Van hunne kinderen vind ik er twee vermeld. Jan 
en Walburga geheeten. 

Blijkens de door mij geziene drukken kon Schoeffèr 
wedijveren met de meeste zijner gelijktijdige Neder- 
landsche kunstgenooten, zoowel in keur van letter, 
deugdelijkheid van inkt en papier, als in kunstmatig- 
heid der letterzetterij. 

Zijne drukwerken moeten hoogst zeldzaam zijn, daar 
Marchand zegt: «Il imprima divers ouvrages, dont 
on ne connoit aucun.» De volgende boekwerken kwamen 
van zijne pers. 

154Ï (2). 

Petriscus Georgii Macropedii fabula jucundissima. 
Busciducis apud Joannem Schoefferum, anno redditae 
salutis 1541. 

Achteraan staat: 

Busciducis apud Joannem Schoeffèr, anno virginei 
partus 1541. Mense vero Junio. 

KI. 8^, 64 biz., niet gepagineerd. B. 

De titel is geplaatst in de houtsnede en op het 
laatste blad het drukkersmerk, beiden door Gerard 
van den Hatart gebruikt en hierboven beschreven. 



(1) De heer J. C. A. Hezenmans, archivaris van 's-Hertogenbosch, 
had de welwillendheid mij eene afbeelding van dezen zerk te zenden. 

Door het herstellen van den vloer der kerk in 1839 wijzen de 
zerken de oude grafplaatsen niet meer aan. 

(1) Alhoewel een groot aantal dezer boekwerken in twee of alle 
drie der hierboven vermelde verzamelingen te gelijk aanwezig zyn, 
achtte ik het voldoende slechts één derzelve aan te wijzen. 

Ik heb hierin de voorkeur gegeven aan de verzameling dezer 
drukken, berustende in de boekerij van het Provinciaal Genootschap 
van E. en W. in Noord-Brabant, en deze dus dUen aangeduid met 
de letters . . . . P. G. 

Die welke in deze boekerij niet worden gevonden, doch in de 
bibliotheek van Jhr. A. van den Bogaerde van Moergestel voor- 
handen z^n, heb ik geteekend met de letter . . . . B. 

Alléén die dezer drukken welke in de beide andere verzamelingen 
niet aanwezig, doch in mijn bezit zijn, heb ik aangeduid met de 
letter .... V. 

Zijn de titels uit een Catalogus ontleend of elders gevonden, dan 
is zulks opgegeven. 



Digitized by 



Google 



— iQt — 



I54I. 

Asotus Evangelicus, seu Evangelica de filioprodigo 
parabola, a Georgio Macropedio comice descripta. 

Joannes Schoeflfer excudebat, virg^nei partus anno 
154 1, mense vero Julio. 8^. 

Catal. Mr. W, C. en Mr, J, Ackersdyck^ blz. 269, 
NO. 6185. 

Ik geef de volledige titels dezer boekjes, zooals zij 
indertijd door Mr. W. C. Ackersdijck aan Dr. Hermans 
zijn medegedeeld. 

In de catalogus zijner boekerij, gelijktijdig verkocht 
met die van zijn zoon Mr. J. Ackersdijck, professor te 
Utrecht, in 1862 te Amsterdam (i), zijn de titels ver- 
kort opgegeven. 

Van dit werkje was reeds in 1537 bij van den 
Hatart eene uitgave verschenen. 

1542. 

Eene devoete oeffeninghe met neghè schone oraciën 
totth (sic) een yegelijck Choor der heylighè Engele. 

Alle kerstenë menschen oerbaerlijck als si gaen 
willé totten H. Sacramenten. 

Aan het einde: 

Gheprent Shertogenbossche by Jan Schoeffer, Int 
Missael. Anno 1542. KI. 8^ 36 bladz., niet gepagineerd. 

V. 

Op den titel eene fraaie houtsnede: de aartsengel 
Michiel den draak doorstekende. 

1542. 

Lazanis mendicans Georgii Macropedii. Apud Sylvam 
Ducis Joannes Schoeffer excudebat anno 1542. 

CataL Rtchard Heher. Gand, 1835; pag. 40, N<^. 568. 

Volgens opgave van Mr. Ackersdijck is deze druk 
van 1541, doch daar dit werkje niet voorkomt in de 
catalogus zijner boekerij, kan ik niet beslissen of wij 
hier met eene vergassing, dan wel met twee verschil- 
lende editiën te doen hebben. 

Ï542. 

Jacobi Marini Syntaxis lingfuae Latinae versu ac prosa. 
Silvaeducis apud Schefferum. 1542. 4^ 
Foppens, Bibliotheea Belgüa, t. i, pag. 525. 

1543- 

Epicteti, Stoici nobilissimi atque sanctissimi enchiri- 
dion, Hieronymo Verlensi interprete. Adjectis per eum- 
dem scoliis breviusculis in locos aliquot obscuriores. 

Busciducis, Joannes Schoeffer. 1543. 12^. 



(1) Bij Frederik Muller van 21 Mei— 3 Juni. 



Paquot, Mémoires p. servtr a Vhist litt, des P. B., 
t. 8, pag. 325; of in folio t. 2, pag. 194. z. j. 

Domus Enconium ubi et frugi commendatur victus 
et patria nihil, debere esse vel charius vel antiquius, 
auctore Hieronymo Verlen. 

Joannis Schoefferus excudebat sub intersignio Missalis. 
Zonder jaartal. 8^ 

Panzer, Annales typographtci^ t. q, pag. 540, geeft 
dit boekje op als bij Schoeffer te Mentz gedrukt, doch 
het uithangteeken, Het Missaal^ op den titel vermeld, 
neemt allen twijfel omtrent de woonplaats des druk- 
kers weg. 

Het voorgaande boekje van Verlen kwam ook bij 
Schoeffer te *s-Hertogenbosch van de pers. 

1543. 

Georgii Macropedii Andrisca fabula lepidissima. 
Busciducis, Joannes Schoeffer excudebat anno 1543. 8^ 
In 1538 had van dit werkje reeds eene uitgave bij 
van den Hatart het licht gezien. 

1543- 

(G. Macropedius), Aluta. 
Busciducis apud Schoeffer. 1543. 8^ 

1543. 

(G. Macropedius), Rebelles. 
Busciducis apud Schoeffer. 1543. 8®. 
Dit en de beide voorgaande in de Catal. Mr. W. 
C. en> Mr, J. Ackersdyck^ blz. 269, N<^. 6185. 

1544. 

G. Macropedius. Graecarum institutis numrudimusta 
Hieronymiani in Trajecto gymnasii tyruculis. Silvaeducis 
apud Joan Schoefferum, 1544 in 4**. 

Cat. delta Fatlle, 1878, pag. 122. In 1550 verscheen 
hiervan een nieuwe uitgaaf bij hem. 

1545- 

Placaet van Keyser Karel op de waetermolens 
ende Peygels in de Meyerije van 's-Hertoghenbossche. 

Tshertoghenbossche by Jan Schoeffer. 1545. Fol. 4 
blz., niet gepagineerd. V. 

1545- 

Hetzelfde plakaat. 

Aan het einde staat: 

Men vyntse te coop tsHertogenbossche indie Kerck- 
straete, by my Jan Schoeffer int Missael. z. j. 4^ 11 
bladz., niet gepagineerd. V. 

Dit plakaat is op het laatst der voorgaande eeuw 
herdrukt bij C. Palier te 's-Hertogenbosch in fol. z. j. 



Digitized by V:iOOQIC 






— 192 — 



1546. 

Synonymorum Sylva, F(ratris) Simonis Pelegromi 
opera atque labore, in usum eorum qui compositioni 
Student Epistolarum congesta. Recognita et aucta. 

Busciducis, apud Joannem SchoefFerum. 1546. KI. 8^ 
gedrukt in twee kolommen en niet gepagineerd. 

V. 

De titel is geplaatst in de hierboven beschreven 
houtsnede. 

Deze tweede vermeerderde en verbeterde uitgave is 
opgedragen aan Philippus Nigri, deken der St. Gudula- 
kerk te Brussel, en is gedagteekend uit 's-Hertogen- 
bosch den i Januari 1546. 

Het privilegie voor deze editie is verleend den i Juli 
1545. Omdat ik in dit stuk eenige bijzonderheden be- 
trekkelijk Jan Schoefifer voorkomen, is het onder bijlage 
A opgenomen. 

Paquot, t. 6., pag. 285, geeft ons een bibliographisch 
en critisch verslag van dit taalkundig werk, waaraan 
wij het volgende ontleenen. 

De eerste uitgave moet in 1537 verschenen zijn. 

Uit de woorden van het privilegie voor deze editie 
«dat hij voertijden gedruckt heeft gehadt enz.», zou 
men opmaken dat de eerste uitgave bij Gerard van 
den Hatart, van welke Jan SchoefFer de drukkerij had 
overgenomen, het licht moet gezien hebben; anders 
weet ik deze woorden niet te verklaren. 

De derde uitgave werd te Antwerpen in 1555 in 8^ 
in 421 bladz. bezorgd. 

Deze drie drukken zijn in het latijn en het Neder- 
landsch uitgegeven, doch bij den vierden druk te Ant- 
werpen in 1556 in 8®, werd ook eene fransche vertaling 
gevoegd. 

De vijfde editie zag het licht te Antwerpen in 1577, 
de zesde te Amsterdam in 1615, behalve de tafel 420 
bladz. groot, en de zevende in 1635, allen in 8^. 

Hieraan kan ik toevoegen dat in 1650 te Londen 
bij Edward Grriffin nog eene uitgave van dit werk het 
licht zag met eene Engelsche vertaling door H. F., 
gedrukt in drie kolommen, 378 blz., in 8^ 

Deze acht herhaalde uitgaven pleiten genoegzaam 
voor de bruikbaarheid van het werk, dat volgens 
Paquot echter niet van feilen is vrij te spreken. Dit 
schoolboek is thans geheel vergeten. 

1549* 

Een devoet- boexken vandie vyer inwendighe oefFe- 
ninghè der Siele. Ghemaect doer den heylighe doctoor 
Bonaventura, cardinael der H. R. Kercke, 



Gheprent Tshertogen-Bossche by myjan Scheffer, 
int Missael. 1549. KL 8^ niet gepagineerd (i). V. 

1555. 

Jacobi Marini Weertini Syntaxis prioribus illis et 
limatior et compendiosior etc. 

Sylvaeducis, Joan. SchefiFerus. 1555. 4^ 104 bladz^ 
niet gepagineerd. 

Paquot, t. i, pag. 545. 

1555. 

Joh. Murmellii de compositis verborum : castigavit et 
convenientibus versibus exaravit Joannes Nemius. 
Sylvaeducis apud Schefferum. 1555. 4®. 
Foppens, t. 2, pag. 701. 

1555. 

Textus Evangelicarum lectionum denuo castigatus 
per Georgium Macropedium. 

Sylvaeducis sub intersignio Missalis excudebat Joan- 
nes Schoefferus, typographus juratus et a Caes. Maj. 
admissus. 1555. 4^. 

Paquot, t. 2, pag. 613. 



Wed. Jan Schoefier of Scheffer, geb. Anna Bottermans. 

Bij Helbig vindt men het volgende omtrent haar 
aangeteekend : 

«Sa veuve continua son imprimerie, ce qui est resté 
inconnu k Marchand et a Ackersdijck. 

Je possède im petit donat de deux feuillets petitin 12^ 
(deux autres feuillets paraissent manquer), a la fin des- 
quels on lit: Impressum Silvaeducis apud viduam Joan- 
nis Schefferi, anno 1568. 

Il commence par TA. B. C. suivi du Pater, de TAve 
et du Credo. 

La demière page est occupée par une gravure en 
bois représentant Jésus crucifié, avec Marie etStJean. 

Je dois ce donat a Mr. F. Vergauwen. 



Rotterdam, 



Ch. C. V. Verreyt. 



(Wordt vervolgd). 



(1) Dit boekje en het Nederlandsch werkje, van 1549, zyn mij 
goedgunstig ten geschen!ie gezonden door den HoogEerw. heer F, 
G. Swagemakers, vicaris*generaal van het bisdom 's-Hertogenbosch; 
dien ik daarvoor openlij'if mijn dank betuig. 



3St 

kSKL 



Digitized by 



Google 



— 193 



Bijdrage tot het geslacht de Huybert (i). 



Don Philippo, bij der gracien gods Gecoren Keyser 
altijts vermeerder Rijkcx Coninc van Dalmacien, van 
Croacien, ecc. Ende Kaerle, bij der selver gracien 
Eerts-hertogen van Oistenrijcke Prince van Spaeng- 
nen, van beyde den Cecillien, Hertogen van Bour- 
goingnen , van Lotheringen, van Brabant, van Styere, 
van Carinte, van Carniole, van Lembourg, van 
Lucemburg, ende van Gelre, Grave van Vlaendren, 
van Habsbourg, van Tyrol, van Artois, van Bourgoing- 
nen, Palsgraven, ende van Henegouwe, Lantgraven 
van Elsaten, Princen van Zwaven, Maregraven van 
Burgauwe ende des Heylige Rijcs, Graven van Hol- 
lant, van Zeelant, van Serette, van Kiburg, van Namen 
ende van Zuytphen, Heeren van Vrieslant, upter 
Weindesmarck, van Sclavonien, van Portenauw, van 
Salmez ende van Mechelen; Qnsen Bailly ende Schout 
van onser Stede van Ziericzee of zijnen Stedehouder. 
Den Burgmeistren ende Schepenen der selver onser Stede 
ende allen anderen onsen justicieren, officieren ende 
ondersaten dient aengaen mach saluyt, Doen te weten, 
dat ter oitmoediger Bede ende Versoucke van onsen 
Beminden Diennaren Jan, Jacop ende Herman Come- 
lisz geseyt Huberts, gebroeders Sciplieden van onser 
Voirs. Stede van Ziericzee, Die ons verthoent hebben 
gehadt, hoe dat ter Cause vander handelinge van 
huerer Coepmanscepe ende sonderlinge toten bewinde 
hantneringe ende becleede van den Coopvaerders 
Scepen die zij altijts gewoenliken onderhouden hebben, 
Soe zij al noch doen ter gemeender welvaert vander 
Coopmanscepe binnen onsen Landen, hem lueden be- 
hoe wen ende van noide zijn vele ende diversse Die- 
naers, ende gesellen van Scippers Boitknechten ende 
ander geiijcke Werclieden in huerer huere ende dienste 
te hebben, onder welcke gesellen, die eenige zomtijts 
soe overdadich ende onredelic bevonden zijn. Dat 
zijlieden Suppl. ende huere kinderen ende dienaeren 
te meer stonden zijn daer van geweist in groiten 
perikel van hun live. Wij te deser cause, ende in aen- 
sien de goeden diensten bij den voirs. gebroeders Suppl. 
hier te voren gedaen, onsen lieven en beminden zone 



(1) Zio omtrent dit bekende Zeeuwsch geslacht: J. H. de Stop- 
PKLAEK, Dissertatio historico politica de Zelandica Gente de Hui/bet't, 
Leiden, 1851, waarin op blz. 2 melding gemaakt worden van de in dit 
stuk genoemde broeders Jan, Jacob en Herman Cornelisz. de Huybert. 
Op blz. 5 en 6 vindt men de verleening vermeld van keizer Maximi- 
liaan en den aartshertog Earel, dat zij den degm mogen voeren, 
doch niet het charter zelf. Wij meenen daarom goed te doen het 
origineel hier in zijn geheel te doen afdrukken, hetgeen met een 
afschrift uit de vorige eeuw in ons bezit is. Het is echter te be- 
jammeren, dat het geschonden is. De versierde aanvangsletters zyn 
nl. afgesneden, alsmede de onderteekening in den linker beneden- 
hoek. In het afschrift staat Don Philippo, doch dit zal moeten zgn 
Maximiliaan, zooals de heer de Stoppelaer vermeldt. 



van ons, Keyser, Heere ende Vader van ons Kaerle 
Die Coninc van Castillien zaliger memorien, ende die 
zij ons oick noch doen mogen, hebben den voirn. 
gebroeders verleent, geoirloeft ende geconsenteert, 
verleenen, orloiven ende consenteren uyt sonderlinge 
gracie bij desen onser herten; Dat sij ende elcx van 
hem dryen met zijne naerkomelingen tot drye zijner 
Dienaeren of huysgesinne sullen mogen voirtaen tot 
versekertheede ende beschermenisse huerer personen, 
hebben ende dragen zulck geweer van weernisse, als 
sweerden, lange messen, lange daggen ende derge- 
lycke soe hemlieden believen sal, ende zij 't huerer voirsz. 
versekerthede zulle willen dragen, alsoe wel binnen 
onser voirsz. stede van Ziericzee, als daer buyten, 
Sonder ter cause van dien, noch vanden statuten, 
geboden of verboden wezende, ter contrarie, in deselve 
onse stede van Ziericzee yet te mesbueme ofte mes- 
bruyckene 't onswaerts of derselver onser stede; ont- 
biedende hierome, ende bevelen, ende elc van hun- 
lieden sonderlinge soe verre alst 'hem aengaen ofte 
annopen mach, dat van dese onser tegewoirdiger gracie, 
verleening-e ende consente doet, laet ende gedoecht 
den voirsz. gebroederen Supplèn ende elcx van hem- 
luden met hueren kinderen ende dienaeren in manieren 
als voirsz. es, rustelic, vreedelic en paeyselic genyeten 
ende gebruycken, Sonder hemlieden dair tegens te doen, 
noch te laten geschien eenich beleet, ongebruick, of 
impediment in eeniger manieren, want ons alsoe belieft ; 
Gegeven in onse Stede van Mechelen den iij®° dag 
van Maerte in 't Jaer ons Heeren Duysent vijfhondert 
ende derthiene, ende van den Rycken van ons Keyser, 
te wetene van Germanien 't xxix®" ende van Hon- 
gerien 't xxiiij. 

Aan de rechterzijde geteekend: 

Bij den Keyser ende mynen 

Heere, den Ertshertoge in 

hueren staide. 

S" Lesek M^ Snz. 



Chrisiiaan Lodewijk Loder (i). 

In de Beschri/ving van Nederlandsche Historie-pen' 
ningen, vervolg van Mr. G. VAN LoON, 8° stuk, komen 
een viertal penningen voor (N^. 573, 574, 575 en 576), 
die betrekking hebben op de onafhankelijkheidsver- 
klaring van de Vereenigde Staten van Noord- Amerika 
en het verbond met de Staten-Generaal onzer Ver- 
eenigde Provinciën. 

. Mijn vader Christiaan Lodewijk Loder, acht maan- 
den oud zijnde, kreeg van den heer C. W. F. Dumas, 
zaakgelastigde van de Vereenigde Staten van Noord- 



(1) Zie A. A. VoRSTERMAN YAN O YEN, Stam- en wapenboek van 
aanzienlijke Nederlandsche Familih^, Geslacht Loder. 



M 



Digitized by 



Google 



r 



--r 194 — 



Amerika te VGravenhage, die met Marie Marguerite 
Gamier, de weduwe van zijn grootvader, Ludwich Ctiris- 
tophe Loder, gehuwd was, twee dezer zilveren medailles 
ten geschenke, vergezeld van den volgenden brief. 

k Monsieur Monsieur Louis Loder 

Dans son Berceau a Geertruidenberg. 
Mon cher petit Louis! 

Conservez ces deux medailles en mémoire de moi; 
vous souvenant, que vous êtes né dans la même année 
& dans Ie même mois, ou votre Patrie & TAmérique 
sont devenues soeurs & bonnes amies; et que j'ai eu 
une part bien intime a ce grand evenement 

Devenez bon fils, bon Chrétien, bon citoyen & bon 
ami, & vous passerez a votre tour sans regret k 
rheureuse éternité, oü j'espère d'arriver longtemps 
avant vous. 

La Haie, 3i^ Decembre 1782. 

C. W. F. DuMAS. 
Chargé d'affaires des Etats-Unis de TAmerique. 

In een tweeden brief was de vertaling bijgevoegd 
ook door hem zelven geschreven. Vertaling, 

Lieve Lodewijk! 

Bewaar deze twee gedenkpenningen ter gedagte- 
nisse van mij. 

Het jaar en de maand uwer geboorte zijn merk- 
waardig, omdat in dezelve de band van vriendschap 
tusschen uw vaderland en de Vereenigde gewesten 
van Amerika toegehaald is; aan welke gewigtige ge- 
beurtenissen ik mij roemen mag van een niet gering 
aandeel te hebben. 

Wordt een vroome zoon en christ, een trouwe mede- 
burger en vriend, om op uwe beurt te wandelen na 
die zaalige Eeuwigheid, waar ik lang voor u aan te 
komen hope. 

's-Gravenhaag 31 December 1782. 

C. W. F. DuMAS, 

Chargé d'afFaires der Vereenigde Staten van Amerika. 

Den jongenheer Lodewijk Loder, in zijn wieg te 
Geertruidenberg. 

C. L. Loder, gep. generaal majoor, adjudant des 
Konings i. b. d. 

^S' Graven Aag^e. 



eeslaeht Baaff. 




^^m^^^^^mk&^ 



Johannes Jacobus Raaff, geboren te Rotterdam 26 
September 1760, gedoopt bij de Lutersche gemeente 
te Rotterdam 17 October 1760, zoon van Johannes 
Karel RaafF en van Wilhelmina Beeke, gepensionneerd 
kolonel, overleden te Vianen 31 Juli 1839. ^^i ^^^s 
gehuwd met Adelaide Sophie Josephe Douchez, ge- 
boren te Rijssel of Lille (Fransch Vlaanderen) 10 
Februari 1770, gedoopt in de kerk de la Magdelaine, 
dochter van H)rpolite Joseph Douchez en Antoinette 
Demande, overleed te Vianen 19 November 1837. 
Zij hadden acht kinderen: 

i^. Anthoine Theodoor Raaff, geboren te 's-Her- 
togenbosch, gedoopt i December 1794 in de 
parochiekerk van den heiligen evangelist Johannes 
en Sint Pieter te 's-Hertogenbosch, ridder van 
de Militaire Willemsorde 3® klasse, luitenant kolo- 
nel, chef van den algemeenen staf van het leger 
in Indiè, resident en militair kommandant van 
Padang en onderhoorigheden (eiland Sumatra); 
opperbevelhebber over het Manong Kabaasche 
keizerrijk op het eiland Sumatra, door hem met 
de wapenen tot onderwerping gebracht, directeur 
van het buitengewone fonds van pensioenen te 
Batavia en werkend lid van de maatschappij van 
kunsten en wetenschappen te Batavia, overleed 
te Padang 17 April 1824. Hij was gehuwd 1® 
met Maria Henriëtte Ie Roux, dochter van den 
kolonel Ie Roux, trouwde in de kerk te Batavia 
4 Januari 18 18 door professor Ross, als getuige 
mevrouw de Koek, echtgenoote van den gene- 
raal de Koek. Zij hadden twee kinderen: 
a, Sophia Henriëtta Raaff, geboren te Amboina 
31 Januari 1819, en aldastr gedoopt 28 Maart 
daaraanvolgende. 
6. Julia Martina Raaff, geboren te Batavia 13 
Maart 1820, en den 19 Juli daaraanvolgende 
aldaar gedoopt 

Zijne huisvrouw overleed te Batavia 6 De- 
cember 1820, 's avonds ten 9 ure min drie 
minuten. 

Hij hertrouwt met Karolina Sophia Amould, 
dochter van den kolonel Amould, te Ba- 
tavia 19 October 1823. Als weduwe na- 
gelaten verloste zij 5 Augustus 1824 te 
Batavia van een zoon genaamd: Anthoine 
Theodore Henri Louis Raaff; de twee laatste 
namen zijn die van Zijn Excellentie Hendrik 
Merkus de Koek, kommandeur der Militaire 
Willemsorde, luitenant-generaal en luitenant- 
gouverneur van Nederlandsch Indië, en deszelfs 
gemalin als peters over denzelven. 
2^. Martina Sophia Elizabetha Ludovica Raaff, ge- 



Digitized by 



Google j 



4^ 



— 195 — 



boren te Utrecht 22 Mei 1796, en aldaar gedoopt 
in de Roomsche kerk in de Walsteeg 26 Mei d. a. v., 
overleden te Vianen 12 Februari, 1864. 
3®, Julie Neeltje Raaff, geboren te Utrecht 15 Maart 
1798, aldaar gedoopt in de Roomsche kerk, in 
de Heerenstraat; overleed te Vianen 30 October 
1824 aan de gevolgen van het water, hetwelk 
14 maal is afgetapt geweest, begraven in de 
kerk te Vianen 4 November 1824, in graf N^ 420. 
4*. Christina Raaff, geboren te Utrecht 8 April 1 800, 
gedoopt in de Roomsche kerk in de Heeren- 
straat; overleed te Amsterdam 14 Februari 1835, 
ten huize van haar neef C. A. Spin, aan de gal- 
en zenuwkoortsen, begraven in de Noorderkerk te 
Amsterdam in het graf waar de vader en zuster van 
haren neef Spin zijne vrouw begraven liggen. 

5^ Johannes Jacobus RaafiF, geboren te Utrecht 10 
Januari 1802 en aldaar in de Roomsche kerk in 
de Walsteeg gedoopt 21 Januari d. a. v., ridder 
van de Militaire Willemsorde, kapitein bij de 

Infanterie van het O. I. leger Hij huwde met 

Kramer, dochter van den overleden predikant 
Kramer te Batavia. Zij hadden drie kinderen: 
a een zoon en d een dochter, waarvan de namen 
onbekend zijn en 
c Johannes Jacobus Raaff, gedoopt 20 Jimi 1836. 

6"*. Apolonia Charlotta Raaff, geboren te Vianen 
13 Februari 1805, en aldaar in de Roomsche kerk 
gedoopt, 14 d. a. v. overleden te Vianen 24 De- 
cember 1 884. Zij maakte een legaat aan de alge- 
meene armen te Vianen, op voorwaarde, dat uit 
de rente jaarlijks op den dag van hare geboorte 
eene uitdeeling van brood moet gehouden worden. 

7^ Martinus Joseph Raaff, geboren te Vianen 3 
Maart 1807, en aldaar in de Roomsche kerk 
gedoopt op 4 d. a. v. Hij was i® luitenant bij 
het i*^ bataillon Infanterie, overleed in het hos- 
pitaal te Padang 7 October 1836. 

8^ Evert Raaff, geboren te Vianen 21 Juli 181 1, en 
aldaar in de Gereformeerde kerk gedoopt 27 
October d. a. v. Hij was 2® luitenant van het 
i« bataillon Infanterie in Oost Indië, en overleed 
te Maningnoe (Sumatrasche Bovenlanden) 21 
Februari 1837. 

Hoewel meest allen in de Roomsche kerk gedoopt, zijn 
zij bijna allen tot de Hervormde godsdienst overgegaan. 



Vianen^ 



J. H. J. Alers. 



Tragen en Antwoorden. 



Wapens gevraagd. Op een porcelein servies komen 
de twee volgende wapens voor: 

Mannenwapen. In zilver een wildeman of wilde vrouw. 



groen om de lendenen en een knods op den schouder, 
alles in natuurlijke kleur. 

Helmteekcn : twee olifantstrompen waartusschen een 
klok, alles van goud. 

Vrouwenwapen : In blauw twee zespuntige sterren 
naast elkander, in het schildhoofd een omgekeerde 
eikel en in den voet een lelie, alles van goud. 

Helmteeken: Een naakte vrouw met zilveren vleu- 
gels uitkomende, wastrvoor een gouden lelie. 

Wie kent de namen der familiën die deze wapens 
voeren. B. 

Geslacht Beaningh. Wie kent het wapen der familie 
Beuningh in het Sticht en te Amsterdam. 

In het begin der vorige eeuw woonde Matthijs 
Beuningh op het huis te Zeist, waar hij zich een be- 
schermer toonde der Hernhutters aldaar. B. 

Wapen van het geslsicht Bonte. Gevraagd het wapen 
van Petrus Bonte, geboren te Leiden 10 October 1729, 
overleden 31 December 1775, gehuwd met Sara Maria 
Boers, geboren te Rhijnsburg 15 Maart 1740. 



Utrecht^ 



A. J. E. VAN DER CrAB. 



Geslacht EnckeTOirt. Ondergeteekende looft uit een 
premie van 50 Mark aan dengene, die hem de ouders 
en grootouders (van vaderszijde) van Daniel Inckefort 
(Enckevoirt) mededeelt volgens echte en authentieke 
bronnen. 

Daniel is in 161 2 in de Nederlanden geboren, ging, 
40 jaren oud zijnde, naar Brandenburg en werd gene- 
raal proviandmeester. Zijn vader zou volgens familie- 
overlevering Johan geheeten hebben, was in keizerlijken 
krijgsdienst en stierf in 1626. 

VoN Enckevort, 
Luitenant en Adjudant. 

Geslacht Gaaswijck. Wordt gevraagd het wapen van 
het geslacht Gaaswijck in Zeeland. 

In 1766 kreeg Christoflfel Gaaswijck door koop 
aandeel in de heerlijkheid van Poortvliet, waarin hij 
werd opgevolgd door zijn zoon Mr. Martinus Jacobus 
Gaaswijck. L. 

Geslacht de Jozée — de Meose — de Ghanips — de 
la Haalt — Hodeigne — da Jardin — Yivasio — Bosen 
of de Roseu. Wie helpt mij aan genealogische gege- 
vens omtrent bovengemelde familiën, welke in de doop- 
en trouwboeken van Dordrecht, omstreeks 1685, als 
verwant met het geslacht Borret. worden genoemd? 



Vught, 



Borret. 



Digitized by 



Google 



— igó 



Geslacht Mans, yau de Putte en Oudheusden. Cornelis 
Maas, stamvader o. a. van de familie Maas Geesteranus, 
huwde te Scheveningen 23 Februari 1766 met Wille- 
mina van de Putte, dochter van Abraham en Comelia 
Oudheusden. 

Welke wapens voerden deze geslachten van de Putte 
en Oudheusden, en welk wapen voerde het geslacht 
Maas, vóór dat een deel daarvan den naam Geesteranus 
had aangenomen? 



H. 



Geslacht Scholte. In Haarlem leefde en leeft nog 
een familie Scholte. Wie kan het wapen dezer familie 
opgeven. 

Rietstap, in het Armortal général, geeft op den 
naam Scholte, Holland: Doorsneden, boven in zilver 
een zwarte leeuw, uitkomende uit de deelingslijn ; 
beneden in zilver drie roode rozen. Waar was de 
familie gevestigd, die dit wapen voerde en wat was 
het helmteeken en de kleur der dekkleeden? 

G. 

Geslacht Trippelaar en van Graauwenhaan. Anna 
Sibylla Elisabeth Trippelaar, geboren te Alphen bij 
Dusseldorf 6 Maart 1754, overleden te Delft (?) 20 
Februari 1825, was gehuwd met Caspar van Graauwen- 
haan te Delft. Haar broeder Arnold Trippelaar, officier 
in Waldeckschen dienst, diende in de vorige eeuw in 
Nederland en bleef bij licentiatie van zijn corps hier 
te lande achter. Wat is hiervan meer bekend? Hoe 
heetten de ouders van dezen Arnold en deze Anna 
Sibylla Elisabeth Trippelaar, wat is het wapen en welke 
bijzonderheden zijn van dit geslacht bekend? Wat is 
het wapen van de familie van Graauwenhaan en bestaat 
er verband (zoo ja, hoe?) met zekere familie De Coq 
Gris in den Elzas. 



H. 



Geslacht Grombach. N.B. «Volgens het Nederlandsch 
Famüiehlady 2® jaargang, blz. 90, waren de ouders van 
Frits van Grombach: Georgius van Grombach en Vrou 
Fox* maar volgens een kwartierstaat van Johan Onu- 
phrius von Schwartzenberg, gehuwd met Maria van 
Grombach, waren dit: Carl von Grumbach, gehuwd 
met Amalia Fux van Domheim, dochter van Hans 
Fuchs van Domheim en N. Fuchs van Baldersheim.» 



Kollum, 



Mr. A. J. ANDRKffi:. 



Geslasht de Hoog. (Zie Algem. Ned. Familieblad 1888, 
omslag N^. 2). Aan den heer K. te N. wordt opge- 
geven dat het wapen van de Hoog (Holland) is zilver 



met een keper omboord met blauw, vergezeld van 
drie bollen van dezelfde kleur. 



Werkhoven, 



J. F. VAN Beeck Calkoen. 



Geslacht Mack (als boven). Aan den heer K. te N. 
De wapens van Mack zijn vijf verschillende uit Duitsch- 
land afkomstig, waarvan ik een opgeef 

Mack (Frankfort a/d Main). Gedeeld: i van zilver, 
waarop zes blauwe vliegen (mouches), gerangschikt 3 
boven 3; 2 in blauw een zilveren kuipersbeiteltje, 
liggende of stootende in een ontbladerden tak (natuur- 
lijke kleur, bewegende (uitgaande) van de punt van het 
schild. Helmteeken: een antieke vlugt. 



Werkhoven, 



J. F. VAN Beeck Calkoen. 



Geslacht Lyscap (als boven). Den steller der vraag: 
«Wie kent het wapen der familie Liscap, een regee- 
ringsfamilie te 's-Hertogenbosch>, ? kan ik het volgende 
mededeelen. 

In het archief der gemelde stad berust een Verdrag 
tusschen heer Arnold van Rummen, drossaard van 
Brabant, en heer Jan van Cuyk, over het opmaken 
en onderhouden van den Hamdijk te Grave, gedag- 
teekend 13 Juli 1357. 

Deze acte is gesterkt door negen zegels, waaronder 
dat van den Bosschen schepen Ghiselbrecht (Gijsbert) 
Lyscap. 

Blijkens dat zegel voerde deze persoon een rechter- 
schuinbalk van vair. 

De kleuren van dit wapen zijn niet bekend. 

In hetzelfde archief wordt o. a. nog gevonden : 

Overdracht van een huis aan de markt te 's-Herto- 
genbosch door Wouter van Bladel, namens zijne vrouw, 
aan Jan Lyscap. Zonder dagteekening, 1340. 

Overdracht van zekere gedeelten in een huis en erve 
aan de markt te 's-Hertogenbosch door Truda, Oda 
en Catharina, dochters van Jan Lyscap, aan Gijsbert 
Lyscap, i Juli 1352. 



Rotterdam, 



Ch. C. V. Verreyt. 



Het wapen der familie van Lyscap komt niet voor 
in het Armorial général van J. B. Rietstap, maar 
wel dat van Liscop te 's-Hertogenbosch, zijnde in rood 
een balk van vair. 



Werkhoven. 



J, F. VAN Beeck Calkoen. 



M 



Digitized by 



Google 



— 197 — 



Een doopregister der Hollanders iu Brazilië. 

(Vervolg), n 2^ 

1641. Juny 23. Barben Ouders: Jurriaen Laken en 
Anneken Laken; get: Andries Falloo, Jan Leers, 
Elsien Thomass, Lysbeth Willems. 

— Juny 26. Maria. Ouders: Matthijs Beek en Anna 
Beek (Hack) ; get : Nicolaes Hack, Maria Varlet. 
Hendrick. Ouders: Henrick Homa en Elisabeth 
Messon. get: Agnes Leytsche, Elysabeth Berwer. 

— Juny 30. Sigismundus. Ouders: Gerret de Vries 
en Reyntie Gerretss; get: Rhene de Mouchy 
(de Monchy), Margriet Heyers. 

Jacobus. Ouders: Hans Jacobss en Margarita 
Marquet ; get : Hans Ernst van Pelnitz, Clement 
la Tour, Maria Oudendorps, Martha Hilts. 

— July 3. Elisabeth. Ouders: Rhene de Mouchy en 
Clara de Mouchy; get: dhr. Charles Tolner, 
Comelis Beyer, Elisabeth van Walbeeck. Anna 
Daems. 

— July 7. Frederik. Ouders: Henrick Hessingh en 
.... d'Broers; get: Robbert Carri, Albert 
Frederick, Trijntie Bart els. 

— July 10. Huybert Ouders: Jacob de Clercq en 
Helena Cornelis; get: Henrick van dr. Knaep, 
Janneke Philips, Marritien Poelen. 

Rachel. Ouders: Jan Pret en Cathalina Grottin; 
get. : Dirck Scholtess, Herry Huns, Tessel Rau- 
chel, Rachel Jolly. 
' Johannes. Ouders: Jacob de Groot en Magdalena 
Janss; get: Jan Rocuss, Pieter Janss, Dorothea 
Crousen, Grietie Janss. 

Willem. Ouders : Willem Harvvets en Janneken 
Gerretss ; get. : Pieter Folies, Willem Janss, Elsien 
Christiaens, Sara Janss. 

— July 14. Dirck. Ouders: Gerret van Rhijn en 
Grietien Dircx; get.: Cornelis Gijsbertss, Fran9oys 
van Venlo, Geertruydt van Bruyns velt, Anneken 
van Daelhoven. 

— July 17. Grietien. Ouders: Paulus Jacobss en 
tijsbeth . . . .; get.: Henrick Rombach, Frede- 
rick Vuyrbergen, Anna Bockelss, Anna Janss. 
Marretien. Ouders: Jan Jooris en Anneken Hen- 
ricks: get.: Dorothea . . . ., Jacomijntien . . . . 

— July 21. Catharina. Ouders : Bartholomeus Lensy 
en Dorothea Lensy; get: .... Hael, Willem 
Paffort, Margreta Heussen, Sara Benoyt. 

Henrick. Ouders: Henrick Gerrets Judijck en 
Maria Judijckx; get.: Dhr. Henrick Hamel, Joffr. 
Elisabeth Walbeeck. 

Evert Ouders: Gerret Cloet en Anna Maria, 
get: Gerret Achterhout Edmond van Juych, 
Anneken Rocuss, Maria Willemss. 

— July 28. Catharina. Ouders: Jan Meyer en Trijntie 



^ 



Janss; get: Kiliaen Snijder, Coenraet Hilt, .... 
Bartels, Elsien Casparss. 

Cathalina. Ouders : Pieter Werletter en Elisabeth 
DuyTis; get: Pieter Vroechop, Matthias Schilder, 
Anneken Seeman, Margriete Mouss. 
July 31. Jan. Ouders: Henrick Ruyter en Elsken 
Bruyn ; get. : Jan Waldeck, Jooris Clieman, Jaco- 
mijntie Thomas, Margriet Lesseur. 
Jan. Ouders: Lodewijck Jacobss en Grietien 
Franss; get: ChristofFel Fort, Lambert de Snijder, 
Lijsbeth Troncken. 

Johannes. Ouders: Philip de Rou en Maria Janss; 
get : Jan Lien, Sijvert Snaetman, Grietien Alberts, 
Trijntien Pepers. 

Aug. 4. Jooris. Ouders: Alexander .... en 
Annetie Han; get: Joris Kleyn, Pieter Hudden, 
Elisabeth Barber, Maria Willemss. 
Maria. Ouders: ^homas Hetwijck en Dorothea 
Hetvvijcks; get: Jan Gemmens, Jan Trep, Maria 
Daube, Janneken Tester. 

Catharina. Ouders: Hans Moors en Dorothea 
Moors; get.: Caspar Jannicken, Michiel Boude- 
wijns, .... Cnoock, Cathalina Alewijns. 
Aeltie. Ouders: Henrick Janss en Mettie Janss; 
get.: Pieter Willemss, Gerret Preckert, Trijntie 
Plugers, Maria Dircx. 

Aug. II. Florentius. Ouders: Herry Nots en 
Lijsbeth Wouters; get: Pieter van dr. Meulen, 
Gilliaem Aertss, Anneken van der Veer, Catha- 
rina Barents. 

Willem. Ouders : Jan Rocuss en Anneke Janss ; ^ 
get.: Willem Verpoorten, Jacomyna Leupen. 
Anneken. Ouders: Jacob Meelen en Anneke Janss; 
get: Jurriaen Thomas, Hans Oorstadt, Maria 
van den Keybusche, Pietertie Janss. 
Aug. 1 4. Pieter. Ouders : Wouter Clasen en Mettie 
Janss ; get : Pieter Janss van Swoll, Sara Beume. 
Johannes. Ouders: Julius Nieuman en Margrieta 
Croesen; get: Hans Leenaerts Ie Bruyn, Jan 
Rocuss, Elsie Duyns, Ursula Adams. 
"Aug. 18. Hessel. Ouders: Michael Faster en 
Christijntie Vasters; get: Hessel Heddens, Jan 
Wolfsteyn, Yda Henricx, Anneken Jasperss. 
Maria. Ouders: Paulus Vater en Anneke Janss; 
get. : Michiel Pieterss ; Adriaen Adriaens, Sacha- 
rias van dr. Heyden, Tauntie Philips. 
Aug. 21. Jaspar. Ouders: Jacob Jaspstrss en 
Hillegond Willemss; get: Michiel Nieukerck, 
Claes Pieterss; Lijsbeth Casparss. 
Aug. 25. Christiaen. Ouders: Dirck Janss en 
Pietertie Jacobss; get: Jan Jochims, HansSchaep. 
Niclaes. Ouders: Andries Pieters en Margrieta 
Swart; get: Nicolaes Brodlin, Gij sbert Willemss, 
Anneke Janss. 

: tj 



t. 






Digitized by 



Google 



— iqS — 



Aug. 28. Henrick. Ouders: Evert Willemss en 
Lijsbeth Henricx; get. : Robbert Sandelijns, 
Joannes Colve, H. Leenaerts la Bruyn, Lijsbeth 
Martens, Maria van Heeden. 
Sept. I. Jacob. Ouders: Taeck Kelje en Martha 
Koe; get: Jacob Bryn ; Wolter Butteler, Barbara 
Bolfort. 

Sept 4. Adriana. Ouders: Dhr. Adriaen Becker 
en Janneken van Dalen; get: Dhr. Adriaen van 
BuUestraeten , Steven Becker, Maria Alrichs, 
Elisabeth Daems. 

Lambert Ouders: Lambert Pieters en Lijsbeth 
Adriaenss; get: Henrick van Tongeren, Comelis 
Lackro, Trijntie Janss. 

Samuel. Ouders: Jan Dentels en Maria Arentss; 
get.: Abraham Duyn, Elsien Duyn. 
Sept 8. Henricus. Ouders: Andries Falloo en 
Anna de Garigos; get: SijnExc'** Graef Maurits, 
JofFr. Elisabeth Walbeeck. 

Anneke. Ouders: Jan Stuart en Anneke Stuarts; 
get: Abel Willems^ Walraven van Ravenswaey, 
Aeltien ChristofFels. 

Sept. i(. Johannes. Ouders: Henrick Alberts en 
Trijntien Alberts; get: Regina de Mouchy, 
Goeltie Knock. 

Sept 15. Gillis. Ouders: Pieter Ackler en Mar- 
griet Recklers; get: Jurriaen KjioufF, Jurriaen 
Jacobss, Anna Maria Hoets, Anna Andriess. 
Sept. 18. Sander. Ouders: Sander Sanderss en 
Trijntien Henricx; get: Elias Vinck, Albert 
Eeckhout, Gaspar Velthuysen, Rebecca Post. 
Anneken. Ouders: Abraham Blijesteyn en Jan- 
neke Blijesteyns; get: Wilhelm van Tongeren, 
Marten Bardowits, Adriaen Henricx, Weyntgen 
Janss, Elisabeth WolfF. 

Sept 25. Willem. Ouders: Jan Beyer en Elsien 
Janss; get: Alexander Thomas, Janneken Fops. 
Elsien. Ouders: Jacob Clasen en Magdalena Janss; 
get.: Henrich Buysaek, Claes Meyer, Neeltien 
Cocks, Elsien Warmelits. 

Sept 29. Cosmo. Ouders: Dhr. Henrick de Mou- 
cheron en Comelia Struys; get.: Dhr. Wilhelm 
Piso, Cosmo de Moucheron, Maria Alrichs, Clara 
Kesslerus. 

Oct. 2. Jacob. Ouders: Ysaac Jacobs en Weyntien 

Harmanss; get: Jacob Vreybolt Lijsbeth Pieterss. 

Grietien. Ouders: Symon Janss en Lyntien Beirents; 

get.: Pieter Reinerts. Pieter Harmanss, Anneke 

Vrenles, Trijntie Barens. 

Dirck. Ouders: Jacob Dircks en Agneta Heimes ; 

get. : Jan van Rechteren, Simon Janss, Elisabeth 

Wouters. 

Oct 6. (N. N.). Ouders: Willem Taermaer en 



Maria Taermaer ; get: Thomas Mortumer, Willem 
Gaermaer, Elisabeth Nieuman. 
Agniete. Ouders: Johan Mulder en Cathalina 
Mulder; get.: Sedneum van Points, .... HofF, 
Wilhelmina Geylgram, Elsie Duynen. 
Maria. Ouders: Eduard Stevens en Anneken 
Baeyers; get.: Dhr. Hans van Koin, Sedneum 
van Points, Maria Baeyers. 

Margriet. Ouders: Pierre Bonjour en Maria de 
Garigues; get.: Johan Caerck, Margrieta Solers. 
Oct. 9. Lijsbeth. Ouders: .... Leigston en 
Aeltien Weeren; get: Marcus Dicx, Helena 
Troeben. 

Oct. 13. Grietien. Ouders: Symon Adriaenss en 
Eeffie Dircx; get: Henrick van Schoonhoven, 
Grietien Henricx. 

Oct 16. Sophia. Ouders: Gerret ten Beeck en 
Geertruyt van Hoornenburgh ; get. : Jan Cardi- 
nael, .... Coets, Judith Boels. 
Oct. 20. Pieter. Ouders: Hans Hanssen en Geer- 
tien Pieters; get: Eduard Stevens, Jan Janss, 
Sijvert Martens, Janneken ten Beeck. 
Anneken. Ouders: Matthijs Sybrants en Marre- 
tien Abrahams; get.: David Knibben, Jan Janss, 
Catharina Eltermans, Janneken van Heelen. 
Oct 23. Henrick. Ouders: Aert Aertsen en 
Grietgen Janss; get.: Wilhelmina .... 
Oct. 27. Abraham. Ouders: Fran^oys Blondeen 
Janneken Blonde; get: Dïïe. Samuel de Coninck, 
Anthoni Morretten, Judith Vermeulen, Lijsbeth 
Masuyr. 

Nov. 3. Jacob. Ouders: Dirck Everhardts en 
ApoUonia Coymans; get: Jacob Hamel, Pierre 
Joan, .... Coymanss, Geertruyt Hack. 
Leentien. Ouders: Gerret de Clein en Engel tien 
de Clein; get: Marten Mariniss, FranQoys van 
Venloo. 

Nov. 6. Albert. Ouders: Albert Albertss en Jan- 
neken Janss; get.: Jan Greven, Ernst la Croy, 
Comelia Buys. 

Nov. 20. Johannes. Ouders: ChristofiFel Louys en 
Maria Funders ; get : Volckert Harmanss, Johan- 
nes Tripenhou, Jan Pieterss, Matthijs Vleyshouwer, 
Maria Remnet, Geertien Meyers, Anna Claer. 
Gerret. Ouders: Henrick Gerrets en Yda Hen- 
ricks; get.: Pieter Janss, Ambrosius Sartor, Anna 
Jaspers. 

Margriet Ouders: Jan Janss Groen en Aeltien 
Lubberts; get: Gillis van Luflfelen, Janneken 
TafFeniers, Elsien Thoraass. 
Nov. 24. Bartholomeus. Ouders: Dhr. Reynier 
van Groensteyn en JoflEr. Margrita Struys; get: 
Jacob Alrichs, Wilhelmus Piso, Comelia de 
. Moucheron. 



Digitized by 



Gpogle 



'm 



— Ï99 — 



Lijsbeth. Ouders: Willem Maessoort en Anna 
Bannussi; get.: Frangoys Piccard, Lijsbeth Stevens. 
Anthoni. Ouders : Willem Hamlijn en Margareta 
Hamelijns; get.: Dhr. Paulo Anthonio Daems, 
Cap° Andries Fallo, .... van Geulen. 
Margriet. Ouders: .... Gaest en Maria Vaski; 
get.: Egbert Janss, Margriet van Stralen, Trijntie 
Baren ts. 

— Nov. 27. Frans. Ouders: Daniel Dormont en 
Rosina Dorraonts; get.: Jacob Thomas, .... 
Raem, Franciscus Katen, Anna Snijtie. 
Gerret. Ouders: Adam Gerrets en Philippina 
Penbroecks; get.: Paulus de Brabander, Dirck 
Alijck, Lijsbeth Wouters, Janneken Clasen. 

— Dec. I. Jan. Ouders: Claes Meyer en Catharina 
Meyers; get.: Gaspar Gock, Willem Bierboom, 
Magdalena Janss, Gathalina Reppens. 

Gerret. Ouders: Jan Gerrets Buys en Grietien 
Gorssen; get.: .... Retz, Gas Janssen, Ghris- 
tina Jacobs, Maria van Breek. 
Henrick. Ouders: Gerret Janss en Rijckie Ger- 
rets; get: Jan Paerent, Rhene de Monchy, Ely- 
sabeth Ariaens. Anneken Ghristiaenss. 
Perijntien. Ouders: Hans Jurriaens en Maria 
Vreme ; get. : . . . . Boybi, Jacob Froens, Fortuna 
Gerrets. 

Jan. Ouders: Jacob Janssen en Ariaentien Ari- 
aenss; get.: Henrick Janss, Thomas Glasen, 
Theuntien Henricx, Lijsbeth Janss. 
(N. N). Ouders: Jacob Bruyns en Anneken 
Pietêrs; get.: Jan Stender, Jan Janss, Dirckien 
Janss, Grietien Andriess, Margriet Glaess. 

— Dec. 4. Pieter. Ouders: Andries Pieters Schaep 
en Trijntie Pieters; get.: Dirck Henricx, Jan 
Janss, Vrowke Wiedemans. 

Maria. Ouders: Pieter Willemss en Dorothea 
Willems; get.: Willem SpafFer, Willem Messon, 
Agniet Pollijn. 

Thomas. Ouders: Paulus Andriess en Machtelt 
Henricx; get.: Herman Henricx, Gerret ten 
Beeck, Janneken Gardinaels. 

— Dec. 8. Grietien. Ouders : Glaes Pieters en Aeltien 
Robberts; get: Pieter Thymonss, Willem Glasen, 
Stijntien Gerrets, Wijntien Janss, 

— : Dec. 18. Willem. Ouders: Wilhelmus Edmond 
en Stijntien Henricx. 

— Dec. 21. Dorothea. Ouders: Theunis Janss en 
Wybrich Groesen; get: Jan Jacobss. Vischer, 
Pieter de Raet, Margriet van Stralen, Maria 
Tielmans. 

1642. Jan I. Jacobus en Maria. Ouders: Richard Patt- 
moer en Maria Pattmoers; get.: Jacob van Lint- 
zenich, Willem Baeck, Jaques Bollan, Maria 
Teller, Lijsbeth Masuer. 



Jan. 8. Adriaen. Ouders: Gerret Maess. Snoeck 
en Aeltien Bouwens ; get. : Henrick van Bergen, 
Goenraet Paessen, Hilletien Janss. 
Jan. 12. (N. N.). Ouders: Dirck Henricx; get.: 
Abraham Varlet, .... Becx, Elsien Thomas. 
Jan. 15. Willem. Ouders: Da vid Bennet en Elisa- 
beth Janss, get: Jooris Glendey, Willem Messon, 
Anna Boswel. 

Jan. 29. Adriaen. Ouders: Adriaen Adriaenss en 
Grietien Janss ; get : Laurens Martenss, Anneken 
Ghristiaenss. 

Febr. 5. jan. Ouders: Hans Tubalts en Gatharina 
Tubalts; get: Hans Gasparss, Ruttger Reeman, 
Jan Dircks, Margriet Gou vers, Janneken Rensbach. 
Febr. 9. Jacob. Ouders : Jan Janss en Betjen Joosten; 
get: Gaspar Leenaerts, Jan van ünden, Anneken 
Hermanss, Aeltien Janss. 

Feb. 12. Louys. Ouders: Abraham .... en Ga- 
tharina Glaes; get: Henrick van Enden, Hans 
Schuttdagh, Lowysien Pieters. 
Feb. 19. Anneken. Ouders: Matthijs Venders, 
en Elsje Gasparss; get: Jan Hemwith, Andries 
Meeryn, Sara Hanssen, Anneke Harmanss. 
Feb. 23. Pietie. Ouders: Abraham Verhels ; get: 
Johannes Grevinck, Gomelis Spijcker, Janneken 
Janssen. 

Meert. 5. Dirck. Ouders: Symon Janss en Ma- 
retie Wouterss; get.: Jan Gorncliss. Lichthart, 
Glaes Gabel, Elisabeth Wouterss. 
Meert. 12. Maria. Ouders: Francisco Rodrigries 
en Lysbeth Janss; get.: Guilliaem Steenwinckel, 
Weyntien Janss. 

(N. N.). Ouders: Pieter Janssen en Lysbeth Mer- 
vellie; get: Samuel Reijnierss, Jan Gaer, Lysbeth 
Lenze. 

Meert. 19. Ennetie. Ouders : Jan Janssen en Ghris- 
tien Alberts; get: Glaes Sprenckhuysen, Am- 
brosius Kemp, Henrick ter Heyden, Aeltien ter 
Heyden, Helena Dirckx. 

Meert 23. Dorothea. Ouders: Meynert Meynertss, 
en Janneken Janss; get: Jan Rocuss, Maerten 
Elemans, Dorothea Groesen. 
Meert 30. Janneken. Ouders: Jan Delmans en 
Jacomijntie Delmans; get: Jan Blaubeck, Adam 
Jacobss, Janneken Clasen, Wybrant Janss. 
Apr. 2. Anna Gatharina. Ouders : Osewalt Schol- 
ten en Anna Glaes; get: Gomelis Bremer, Ga- 
tharina Barents, Elsien Thomas. 
Apr. 9. Abraham. Ouders : Job Janssen en Geer- 
tien Janss; get: Jan Janss, Aeltien Janss. 
(N. N.). Ouders: Johannes Bergerijn en Elysabeth 
Verdion; get.: Dhr. Henrick Hamel, Theodora 
Goets. 
Symon, Ouders: Jan Martenss en SaraPieterss; 



\ 



Digitized by VjOOQIC 



\ 



\^ 



a 



\^ 



— 200 — 



get.: Dirrick Tooden, Johannes Douwess, Trijntien 

GijsbertSvS. 

Anna Catharina. Ouders: Hans Reeders en Anna 

Scheerin; get.: Marten Michielsen, Johannes 

Becker, Jan Withal, Anna 'Gerrets, Catharina 

Maurits. 

Apr. 13. Catharina. Ouders: Claes Vrict en Mary 

Michielsen ; get. : Harman Henricx Keesbergen, 

Boudewijn Pouluss, .... CorneHs, Cathalina 

Machtelts. 

Apr. 16. Anna. Ouders : Matthijs Draver en Maria 

Jacobss; get.: Jan de Vogelaer; Albert van 

Breugel, Elisabeth Walbeecks. 

Gerretie. Ouders: Jan Davitsen en Magdalena 

get. : Jan Christoifels v. ter Veer, Thomas Kalton, 
Gerretie Clasen, Sara Jonass. 
Apr. 23. Trijntie. Ouders: Henrick Hoffaert en 
Trijntie Ottens; get.: Marten vRoelofFs, Trijntien 
Henricx. 

May. 4. Jochim. Ouders: Hans Schaep enjudith 
Miswalt; get: Albert ter Beeck, Mathias Mat, 
Geertien van der Hoornenburch, Annetie Jartiers. 
May. 21. Adries. Ouders: Jan Arents en Janneken 
Arents ; get. : Andries d'Arriette, Janneken Gilliss. 
May. 25. Johannes. Ouders: Caspar Koek en 
Elsien Kocx; get. : Henrick Bruynsvelt, Cornelis 
Breemer, Anneken Speron. 

Sara. Ouders: Carel de wSmeth en Machtelt Pie- 
ters; get.: Jacob de Creuz, Elsien Thomass. 
May. 29. Johannes. Ouders: Henrick Janss en 
Geertruy t .... get. : Jacob Wolff, Frans Bruyn, 
Clara Sibelius. 

Juny. 15. Margarita. Ouders: Jan Bruyn len 
Janneken Clasen; get. : Paulus Hermanss, Robbert 
Ketperten, Janneken Roeloffs, Maria Matthijs. 
Juny. 18. Elisabeth. Ouders: Claes Hensteen en 
Magdalena Janss ; get : Henrick Thomass, Elysa- 
beth Lowysen, Thomas Persoon. 
Juny. 25. Pieter. Ouders: Pieter Pieterss en 
Anneken Pieterss; get: Dirck Herretsen, Chris- 
tiaen Gerrets, Elsien RoelofFs, Anneken Cornelis. 
Christoffel. Ouders: Julius Nieuman en Margriet 
Croesen; get.: Pieter Janssen. Andries Heym, 
Dorothea Croes. 

Anna. Ouders : Cornelis Pauluss en Ysabel Mile ; 
get: Henrick Nutte, Jaques Corvall, Elsien 
Rogiers, Magdalena Michielsen. 
Jan. Ouders: Jan Mory en Anna Moory; get: 
Jan Thomass, Willem Masen, Grietin Mins, Jan- 
neken Vosters. 

Juny 29. Grietien. Ouders: Jacob ReypsenTalla 
Jacobs ; get : Samuel Halters, Dirck Roup, Maria 
Monchy. Anneken Rocuss. 
July 2. Elicis. Ouders: Hans Jacobss en Ursula 



Pieterss; get: Elias Heyer, Hans 'Pieterss, Michiel 
Jacobs. Wolff, Janneken Dirckx, Anna Clara 
Hayls. 

July 6. Asmus. Ouders: Hans Asmus en Marrittien 
Janss ; get. : Jan Reynierss, Dirck Janss, Marritie 
Janss, Trijntie Janss. 

Maria. Ouders: Elias Heyer en Ursula Heyers; 
get: Hans Christoffels, .... Jurriaens, Maria 
Monchy, Maria Corneliss. 

July 9. Anthonette. Ouders: Jacob de Someren 
Henrickien Janss; get: Evert Smith, Cornelis 
Henricx, Geertien de Bouts, Trijntien Wigbolts. 
July 13. Anneken. Ouders: Marcus Heersens en 
Maria Michielsen ; get. : Jan Rocuss, Pieter Rom- 
bouts, Maria Alrichs, Margrieta Groensteyns. 
July 20. Poulus. Ouders: Jaques Valet en Anneken 
Janss; get: Pierre Bonjour, Anna Garigues. 
July 27. Anna. Ouders: Johannes Beyer en 
Geertruy t Beyers; get.: Frederick van de Graeff, 
Hans Daerstadt, Anneken Christiaenss. 
Marten. Ouders: Michiel Janss en Elsien Janss; 
get: Dhr. Jan Corn. Lichthart, .... de Bruyii, 
Susanna Seewes. 

Janneken. Ouders : Jan Henricksen en Marritgen 
Fredericx: get: Jan Willems^ Jan van Moerbeeck, 
Machtelt Pieters, Cathalijntie Alters. 
Grietien. Ouders: Claes Pieters en Anneken 
Baren ts; get^.: Jan Cardinael, Henrick Predorius, 
Weyntgen Janss, Grietien Henricx. 
July 30. Anneken. Ouders: David Eyben en 
Anneken Jacobss; get.: Sybrant Thijssen, jan 
Lucass, Grietien Maerts, Geertien Pieters. 
Magdalena. Ouders: Pieter Willekens en Jeye 
Willekens ; get. : Elias Hoyer, Jan Cuyper, Mag- 
dalena Dircx, Trijntie Symonss. 
Petronella. Ouders: Caspar van Heussen en 
Geertruyt Hack; get.: Jan van Hooren, Jacob 
Coets, Anna Hack, Susanna Coeymans. 
Aug. 6. Bartie. Ouders: Bartholomeus Cornelis 
en Magdalena Gerretss; get: Michiel Vosters, 
Thomas Hamelingh, Janneken Cornelis, Agniete 
Casparss. 

Aug- 10. Fran^oys. Ouders: Jan Jochims en 
Elisabeth Hellinck; get: Andries Doutry, Jan 
Coppijn, With Withmans, Anneken Jagers. 
Aug. 17. Albert. Ouders: Albert van Wroch en 
Margarita Symons; get.: Gerret Bosch, Albert 
Booy, Trijntien Paulus, Maria Rentes. 
Aug. 20. Anneken. Ouders: Samiiel van Goeden- 

huyse en Maria Grentiers ; get. : van Hessen, 

Pieter Janssen, Jacomijntien Grentiers^ Grietien 
van Goedenhuyse. 

Medegedeeld door C. J. Wasch. 
(IVordt vervolgd). 



Digitized by V:iOOQIC 



20I — 



De oude kerkregtsters ta ons hmd. 

(Vervolg). 

DALEN. 

Alhier berusten in het gemeente-archief: 

Een doopboek van 1713 — 181 1. 

Een register van geboorten en overlijden van 181 1. 

Een register van acten en trouwbeloften en afkon- 
digingen van 181 1 — i8i2. 

Een register van huwelijksproclamatiën van 181 2 
tot 1816. 

DALFSEN. 

Een doopboek van de Hervormde gemeente van 
Dalfsen van af 9 November 1679 tot en met denjare 
1694, en in dat zelfde boek aanteekeningen van per- 
sonen die haar huwelijksproclamatiên ontvangen hebben 
in de kerk te Dal&en en in den H, huwelijken staat 
bevestigd zijn van af 16 November 1679 tot in den 
jare 1694. 

Een dito doopboek van af 6 Januari 1695 tot en met 
den jare 17 16 en daarin mede aanteekeningen van 
personen die ten huwelijk afgekondigd en getrouwd 
zijn van den 6 Januari 1695 tot en met den 19 Decem- 
ber 1697. 

Een dito doopboek van den jare 17 17 tot en met 
den jare 1763. 

Een dito doopboek van den jare 1764 tot en met 
den 12 Augustus 181 1. 

Een doopboek van de Roomsch- Katholieke gemeente 
van de jaren 1695 tot en met het jaar 1750. 

Een dito doopboek van af het jaar 1751 tot en met 
23 Juni 1769. 

Een dito doopboek van af 1 Juli 1769 tot en met 
den 3 Maart 1812. 

Een trouwboek van de Hervormden van af den 24 
November 1741 tot den 21 Juni 1795. 

Een trouwboek van af den 20 Juni 1795 tot den 
5 November 1803 en daarin mede aanteekeningen van 
trouwen te Nienwleusen van den 4 September 1791 
tot en met 10 Mei 1795. 

Een boek Protocol van huwelijken van den 1 2 Januari 
1804 tot den 4** van Zomermaand 1809. 

Een pakket met onderscheidene losse akten 'van 
ingeteekende , geproclameerde en voltrcdcken huwe- 
lijken in 1809 tot en met den 6 April 181 1, door den 
voormaligen schout A. C. Bouwmeester, opgemaakt en 
den 2 Juli 1827 gedeponeerd volgens nota. 

Een dooden of begraven boek van af 1770 tot en 
met 1805. 

Een register van aangave der overledenen en van 
het afgeven der permissiebilletten ter begraving van 
af 1806 tot den 8 Mei 181 1. 

Een register van aangenomen en behouden ^familie- 



namen door de ingezetenen vzxi de gemeente Dalfsen 
van of 1812 tot en met 1826^ 

DANTDMADEEL 

Doopboek van Bhwamageert en Sybrandahnis van 
1628— 1812. 

Trouw- en proclamatieboek van idem van 1772 — 1808. 

Idem van Badaard en Jannm van 1772 — 181 1. 

Doopboek van idem idem van 1667 — 18 12. 

Idem van Dantamawoode, Woaterswonde en Driesum 
en Zwaagwesteinde van 1697 — 1750 en van 1750 — 1812. 

Belijdenisboek van idem van 1697 — 1750 en van 
1752 — 1810. 

Trouw- en doopboek van Akkerwonde, Marmerwonde 
en Yeenwonden van 1706— 18 12. 

Trouw- en proclamatieboek van AkkerwOQde en 
Murmerwofide van 1772 — 1810. 

Trouw- en doopboek van Yeenwooden van 1755 
tot 1812. 

Register van personen die in het district Dantuma- 
deel in den huwelijken staat zijn bevestigd, opgemaakt 
uit de lijsten der leeraren, ter secretarie ingekomen en 
die door het gerechte op vertoon van attestatien zijn 
bevestigd volgens publicatie vam 29 April 1796 van 
1796— 1805. 

Al deze boeken zijn afzonderlijk ingebonden met 

uitzondering van het doopboek van Dantumawonde 

c a. en het belijdenisboek van die gemeente van 

1697 — 1750, die los zijn en zich bevinden in cartonnen 

doosjes. 

DELDEN. 

Een doopboek der Roomsch Katholieke gemeente 
vam 1673 — 1726. 

Huwelijks- en doodakten van Mennonieten van 1733, 
1792, 1806 en 1811. 

Een doopboek der Hervormde gemeente van 1647 
tot 1680. 

Een idem van 1680 tot 1732. 

Een trouwboek van de Hervormde gemeente van 
1674—1732. 

Een doopboek van de gemeente Ambt Delden met 
de buurtschappen Oeie, Woelde en Beeknm (thans 
behoorende tot de gemeente Hengelo) van 1733 — 1793, 
waarin tevens voorkomt een trouwboek van 1793 — löio. 

Een doopboek van de Roomsch Katholieke gemeente 
van Hengevelde (gemeente Ambt Delden) van 1726 
tot 1796. 

Een idem van 1796 — 181 2. 

Een trouwboekje dierzelfde kerkelijke gemeente van 
1708 — 1813. 

DELFT, 

Lijst van al de doop-, trouw- en overlijdensboeken, 
berustende op het bureau van den burgerlijken stand 
der gemeente Delft. 

Doopboeken van de Oude-kerk derG-ereformeerden: 



Digitized by 



Google 



— 202 — 



Van 1 November .1616 — 31 Juli 1624. 

Idem I Augfustus 1624 — 31 Juli 1642. 

Idem I Augustus 1642 — 27 Augustus 1658. 
. Idem I September 1658 — 18 Juni 1664. 

Idem 20 Juni 1664 — 31 December 1684. 

Idem I Januari 1685 — 31 December 1703. 

Idem I Januari 1704 — 31 December 1734. 

Idem I Januari 1735 — 31 December 1756. 

Idem I Januari 1757 — 31 December 1791. 

Idem I Januari 1792 — 31 December 1811. 

Doopboeken van de Nieuwe-kerk der Gereformeerden: 

Van 9 October 161 6 — 31 Maart 1624. 

Idem I April 1624 — 10 Augfustus 1636. 

Idem 14 Augustus 1636 — 31 December 1649. 
. Idem I Januari 1650 — 31 December 1660. 

Idem I Januari 1661 — 31 December 1682. 

Idem I Januari 1683 — 31 December 17 10. 

Idem I Januari 17 11 — 31 December 1742. 

Idem I Januari 1743 — 31 December 1766. 

Idem I Januari 1767 — 31 December 1795. 

Idem I Januari 1796 — 31 December 18 10. 

Idem 1 Januari 181 1 — 31 December 181 1. 

Doopboek van de Gasthuis-kerk van 11 Januari 
1667 — 17 November 181 1, 

Idem van de Waalsche-kerk van 9 Februari 1620 
tot 4 Augustus 181 1, 

Idem van de Luthersche-kerk van 23 December 1753 
tot 30 December 1774. 

Idem van de Evangelisch Luthersche-kerk van 20 
October 1774 — 29 December 181 1. 

Idem van de Remonstrantsche gemeente van 4 Juli 
1674 — 16 April 1809. 

Idem van de Augsburgsche Confessie van 17 Juli 
16 17 — 10 December 1758. 

Doop-, trouw- en overlijdensboek der Roomsch 
Katholieke-kerk op 't Bagijnhof van i Januari 1671 — 
3 Juli 1736. 

Doopboek van een Roomsch Katholieke-kerk op 
het Bagijnhof van 13 September 1736-- 24 October 177 1. 

Doop-, trouw- en overlijdensboek van de Oud- 
Roomsch Katholieke gemeente van 4 Juni 167 1 — 25 
December 181 1, 

Doopboek van de Oude Roomsch Katholieke-kerk 
van I Januari 1709 — 31 December 1762 en van i Ja- 
nuari 1763— 31 December 181 1. 

Idem van de Nieuwe Roomsch Katholieke-kerk van 
28 Maart 1796 — 31 December 181 1. 

Idem van het genootschap Christo Sacrum van 
1 December 1801 — 31 December 181 1. 

Huwelijksleggers van de Gereformeerde kerken: 

Van 25 Februari 1584 — 30 Maart 1596. 

Idem 10 Maart 1618 — 26 September 1626. 

Idem 7 November 1626 — 16 October 1632. 

Idem 23 October 1632 — 25 December 1638, 



Idem I Januari 1639 — 3^ December 1645. 

Idem 3 Januari 1637—30 December 1645. 

Idem 13 Januari 1646—25 December 1649. 

Idem I Januari 1650 — 30 December 1656. 

Idem 6 Januari 1657 — 31 December 1660. 

Idem 8 Januari 1661 — 27 December 1664. • 

Idem 3 Januari 1665—29 December 1668. 

Idem 3 Januari 1665 — 28 December 1669. 

Idem 4 Januari 1670 — 29 December 1674. 

Idem 6 Januari 1674 — 28 Augustus 1677. 

Idem 5 Januari 1675 — 7 Februari 1682. 

Idem 7 Februari 1682 — 26 Juli 1687. 

Idem 3 Augustus 1687 — 27 December 1692. 

Idem 3 Januari 1693 — 26 December 1699. 

Idem 2 Januari 1700—24 December 1706. 

Idem I Januari 1707 — 29 December 17 14. 

Idem 5 Januari 1715—25 December 1723. 

Idem I Januari 1724 — 29 December 1731. 

Idem 5 Jamuari 1732 — 31 December 1740. 

Idem 7 Januari 1741 — 27 December 1749. 

Idem 6 Januari 1759 — 26 December 1767. 

Idem 4 Januari 1777 — 27 December 1783. 

Idem 3 Januari 1801 — 19 December 1807. 

Idem 3 Januari 1807 — n Juli 181 1. 

Huwelijksleggers van de Fransche kerk: 

Van I Augustus 1643 — 29 September 1668. 

Idem 5 Januari 1669—26 December 1682. 

Huwelijksproclamatiën van de Oude-kerk der Gere- 
formeerden: (van 1717 — 1724 ontbreekt). 

Van 4 April 1705 — 26 September 17 11. 

Idem 3 October 1711—26 Juni 1717. 

Idem i Januari 1724 — 29 Januari 1731. 

Idem 5 Januari 1732 — 31 December 1740. 

Idem 7 Januari 1741-26 December 1750. 

Iden:i 3 Januari 1761—28 December 177 1. 

Idem 4 Januari 1772 — 29 December 1781. 

Idem 5 Januari 1782—31 December 1791. 

Idem 7 Januari 1792 — 26 December 1801. 

Idem 17 Januari 1756—13 September 1794, betref- 
fende personen waarvan de een tot de Gereformeerde 
en de andere tot de Roomsch Katholieke godsdienst 
behoort. 

Huwelijksproclamatiën van de Nieuwe-kerk der Gere- 
formeerden : 

Van 4 September 1677 — 14 September 1682. 

Idem 7 Februari 1682 — 26 Juli 1687, 

Idem 3 Augustus 1687 — 27 December 1692. 

Idem 3 Januari 1693 — 27 December 1698. 

Idem 3 Januari 1699 — 28 Maart 1705. 

Idem 4 April 1705 — 26 September 17 11. 

Idem 3 October 17 11 — 26 Juni 1717. 

Idem I Januari 1724 — 29 December 1731- 

Idem 5 Januari 1732—31 December 1740. 

Idem 7 Januari 1741 — 26 December 1750. 



Digitized by 



Google 



Idem 2 Januari 1751 — 27 December 1760. 
Idem 3 Januari 1761 — 28 December 1771. 
Idem 5 Januari 1782 — 31 December 1791. 
Idem 7 Januari 1792 — 26 December 1801. 
Idem 2 Januari 1802 — 13 Juli 181 1. 

Idem 17 Januari 1756 — 13 September 1794, betref- 
fende personen, waarvan de een tot de Gereformeerde, 
de andere tot de Roomsch Katholieke godsdienst 
behoort. 

Huwelijksproclamatiën van de Fransche-kerk: 

Van II Augustus 1795 — 27 October 181 1. 

Trouwboeken van een Roomsch Katholieke-kerk op 
't Bagijnhof en van de Oud-Roomsch Katholieke 
gemeente (zie doopregisters). 

Trouw- en overlijdensboek van de Nieuwe Roomsch 
Katholieke-kerk van 18 Sept. 1796 — 12 Januari 1812. 

Huwelijksproclamatiën van 10 April 1678 — 24 Augus- 
tus 1800. 

Trouwboek van 4 Januari 1587 — 27 December 1592. 

Idem 3 Ta-nuari 1593 — 26 December 1599. 

Idem 2 Januari 1600—28 Maart 1604. 

Idem 4 April 1604 — 23 Augustus 1609. 

Idem 30 Augfustus 1609 — 28 Februari 1621, 

Idem April 1621 — 27 December 1626. 

Idem December 1575 — 29 December 1754. 

Idem 26 Januari 1755—21 Juli 181 1. 

Idem 12 Augustus 1792 — 21 Juli 181 1. 

Registers van begraven in de Oude- en Nieuwe-kerk: 

Van I Augustus 1593 — 21 September 1602. 

Idem 22 September 1602 — 30 Juni 161 3. 

Idem 3 Juli 161 3 — 30 April 1628. 

Idem I Mei 1628— i Januari 1644. 

Idem 4 Januari 1644—31 Januari 1656. 

Idem I Februari 1656 — 30 October 1666. 

Idem I November 1666 — 18 Juli 167 1. 

Idem 19 Juli 167 1 — 27 Juni 1676. 

Idem 28 Juni 1676 — 30 November i68i. 

Idem I December 1681 — 4 Juni 1689. 

Idem 5 Juni 1689 — 3 Januari 1699. 

Idem 4 Januari 1699 — 16 Januari 1710. 

Idem I Januari 1710 — 30 December 1722. 

Idem 2 Januari 1723 — 13 November 1734. 

Idem 14 November 1734 — 4 November 1747. 

Idem 5 November 1747 — 30 December 1763. 

Idem 2 Januari 1764 — 30 December 1784. 

Idem 3 Januari 1785 — 4 Januari 1800. 

Idem 2 Januari 1800 — 4 Januari i8o6. 

Registers van overlijden van i Januari 1806 — 31 
December 181 1. In het gasthuis vam 6 Januari 1790 — 
7 December 181 1, van een Roomsch Katholieke-kerk 
op 't Bagijnhof. Zie doopboeken van de Oud-Roomsch 
Katholieke-kerk. Zie doopboeken van de Nieuwe- 
Roomsch Katholieke-kerk en trouwboeken van de 
Nieuwe Roomsch Katholieke-kerk. 



Alphabetische lijsten der doopelingen, ouders en 
getuigen in de Oude-kerk der Gereformeerden van 
1700— 1750. 

Idem van de Nieuwe-kerk der Gereformeerden van 
1700 — 1750. 

Idem op de doopregisters Oude en Nieuwe-kerk der 
Gereformeerden van 1751 — 1791. 

Op de doopregisters van de Oude- en Nieuwe-kerk 
der Gereformeerden, de Gasthuis-kerk en de Walsche- 
kerk van 1792 — 18 11. 

Op het doopregister van de Oud-Roomsch Katho; 
lieke-kerk van 1751 — 1791. 

Op de doopregisters van de Remonstrantsche-kerk, 
Luthersche-kerk, Roomsch Katholieke Oude-kerk, R. 
K. Nieuwe-kerk, kerk der Oud-Roomsch Katholieke 
gemeente en van het kerkelijk genootschap Christo 
Sacrum van 1792 — 181 1. 

Op de trouwboeken van 1751 — 1791. 

Idem van 1795 — 181 1. 

Op de registers van begraven in de Oude- en Nieuwe- 
kerken der Gereformeerden van 1792 — 1805. 

Op het register van overlijden van 1806 — 18 11. 

Registers van den Impost op het trouwen en be- 
grraven van 1705 — 1805. 

Register betreflfende het aannemen van geslachts- 
namen. 

DEURNE. 

Trouwregisters gehouden door schepenen van 1664 — 
1696, 1697— 1714, 1714— 1733. 1733— Ï760, 1760—1789, 
1789 — 1800, 1800 — 1810. 

Registers van de gedoopten door den pastoor van 
Deume en Liessel van 1697 — 1743 en van de huwe- 
lijken door den pastoor van 1698 — 1736 en enkele 
van 1740 en 1741. 

Register van gedoopten door den pastoor van Deume 
van 1743—1779. 

Regfister van gedoopten van Deume en Liessel van 
1789 — 18 10; van huwelijken van 1796 — 1810 (vanden 
pastoor). 

Register bevattende de namen van de getrouwden 
in Deurne en Ylierden van 1655 — 1774; van de ge- 
doopten van 17 18 — 18 10. Verder van getrouwden van 
1781 — 1794 (van de predikanten). 

Doodboeken van Deume, gehouden door den koster 
van 1718 — 1760, 1720 — 1774, 1775 — i8to. 

Register der dooden te Liessel van 1770 — 1796. 

Lias bevattende doodlijsten van Deume van 1761 
tot 1769. 

DEURSEN. 

Doopboeken der Roomsch Katholieke gemeente van 
2 Augustus 1704 tot 4 October 1798. 

Trouwboeken Idem van 15 October 1704 — 6 Febru- 
ari 1798. 



Digitized by V:iOOQIC 



Begraaf boeken der Roomsch Katholieke gemeente 
van 3 October 1704—5 October 1798. 

Doopboeken Idem van 13 April 1793 — 20 Febru- 
ari 1811. 

Trouwboeken Idem van 3 Mei 1793 — 24 Juli 1810. 

Overlijden Idem van 19 Mei 1793 — 4 Juli 1810. 

Doopboeken Idem van Dennenberg van 8 November 
1707 — 29 Januari 181 1, 

Trouwboeken van 24 Februari 17 10 — 29 Nov. 1808. 

Begraaf boeken van 7 Nov. 1707 — 23 Maart 181 1. 

DEVENTER. 

Bij den Burgerlijken Stand op het raadhuis berusten: 

Register van echt- of huwelijkszaken van 1591 tot 
181 1, in 14 deelen. 

Register van in de kerk gehuwden van 1796 — 18 11, 
1 deel. 

Doop- en huwelijksboek der Waalsche gemeente 
van 1703 — 1803, I deel. 

Doop-, proclamatien- en ledematenboek van de Lu- 
thersche gemeente van 1687 — 1749, met aanteekeningen 
tot 178 1, I deel. 

Doopboek a* 1749, ledematenboek a* 1782, procla- 
matieboek a** 1782 vam de Luthersche gemeente, 1 deel. 

Aanteekening der geboorte van de kinderen der 
doopsgezinden van 1785 — 181 1. 

Doopboek van de Hervormde gemeente van 1591 — 
181 1, 9 deelen. 

Doopboek der Roomsch Katholieke gemeente van 
1719 — 181 1, 3 deelen. 

Lijst der ouders en kinderen vam de Israëlitische 
gemeente op 12 September 181 1. 

Doodboek en boek van begraven van de Broederen- 
kerk van 1718— 1795, 7 deelen. 

Doodboek en boek van begraven van de Groote- 
kerk van 1674— 181 1, in 3 deelen. 

Sterfregister van de Groote-kerk van 1806 — 1811, 
I deel. 

Register van begraven van de Berg-kerk van 1739 
tot 1795, 14 deelen. 

Doodboek van de Berg-kerk van 1795 — 18 11, i deel. 

Register van beg^raven van personen uit Epse, Oxe, 
Weteringe, enz. van 1740—1806, 2 deelen. 

Alleen de doop- en trouwregisters zijn van 1800 af 
gealphabetiseerd. 

DIEDEN. 

De* kerkregfisters bestaan alhier van af 1674 — 1809. 
De registers van den burgerlijken stand van af dien 
tijd tot op heden. 

DIEMEN. 



Aanwezig in 't archief der gemeente: 

Bedeeling- en trouwboeken van 1749— 1794 (weeaen 
en huisz. armen). 

Akten van 1693 — 1794 (kerktrouwboek). 

Solemnisatie van 1726 — 1749 (rechtstrouwboek). 

Idem van 1749 —1779 Idem. 

Idem van 1779 — 1803 Idem. 

Idem van 1803 — 18 12 Idem. 

Akten van 1792 — 1803. 

Hervormde doopboeken van 1693 — 1792 en van 
1792 — 1812. 

Roomsch Katholiek doop- en trouwboek van 1692 — 
1741 en van 1741 — 1812. 

Diemer kerkhof. Begraafreg^ter van 1724 — 1773. 
van 1773 — 1807 en vam 1808 — 1812. 

Reg^ter van begravenen op het nieuwe kerkhof 
aan de Weesper Vaart van 1778 — 18 12. 

DIEPENHEIM. 

In het archief dezer gemeente zijn de volgende oude 
kerkregisters aanwezig:^ 

Een trouwboek loopende van 1696 — 12 April 1766. 

Een trouwboek loopende van Juli 1791 — 16 Decem- 
ber 18 10. 

Een doopregister van 8 April 1683 — 18 Mei lyóö. 

Een doopregister van 25 Mei 1766 — 12 Juli 1812. 

Een naamlijst van Communicanten, welcke ang-e- 
nomen sijn van 1683 — 1766. 

De registers sub. i, 3 en 5 zijn in één deel ing^e- 
schreven, terwijl de registers sub 2 en 4 ieder een 
afzonderlijk deel uitmaken. Allen zijn afkomstig van 
de Nederduitsche Hervormde kerk. 



Onder de gemeente Diemen is beg^repen Oud Diemen, 
Orer Diemen, Diemerdam, Diemerbrug en de Stam- 
merdyk. 



DIEVER. 

Ter secretarie dezer gemeente berusten de navol- 
gende regfisters: 

Een doopregister van i Januari 1676 — Dec. 1725. 

Een Idem van i Januari 1726 — December 181 1. 

Huwelijksregisters loopende van 25 April 1751 — 
December 1770 en van Januari 1772 — 1829. 

Een lidmatenboek van September 1726—1811, deze 
vier gebonden in 2 banden. 

Bovendien een cahier, waarin de overledenen zijn 
opgeteekend, met den titel: 

Een register van aangegeven lijken, loopende van 
23 Januari 1806 — 24 Juli 181 2. 

DINTELOORD. 

Trouwregister beginnende met den jare 161 6 en 
eindigende den 2 November 1659. 

Doopregister beginnende den 4 Juli 1660 en ein- 
digende den 15 November 1676, en trouwregister be- 
ginnende den 27 Juni 1660 en eindigende den 10 
October 1728, in één band. 

(IVordi vervolgd). 



Digitized by 



Google 



" ' : M^ W YOKK 

ipüBLlCLlBRARY 






^ 



Digitized by VjOOQIC 



Belioort bij \ 8 van liet Algemeen Uederlandscli Familieblad, 5e Jaargang, 1888. 



Boekdrukkersmerk van Gerard van den Hatart. 



Boekdrukkersmerken der Scheffeps. 



Digitized by 



Google 



— 20S — 



Het geslacht Sehoeflér, later ScheflTer en SeheflTers, 
boekdrukkers te 's-Hertogenbosch Tan 1541—1796. 

(Vervolg). 

Jan 8ehoeffer of Scheffer. 

(Met een plaat). 

De zoon van Jan Schoeflfer of SchefiFer en Anna 
Bottermans. 

De drukkerij zijns vaders werd door hem met gun- 
stig gevolg voortgezet, zoodat mij van hem de meeste 
drukken zijn voorgekomen. Op verzoek der regeering 
van 's-Hertogenbosch, werd hij bij privilegie van 
Alexander Famese, hertog van Parma, van den 21 
April 1580, en bij een dergelijk van den 24 December 
1587, door den raad van Brabant, bevoorrecht met het 
drukken van alle plakaten, die van wege Philippusde 
II, Koning van Spanje, te 's-Hertogenbosch zouden 
gezonden worden. 

Deze beide privilegiën op perkament in originali 
worden nog in het archief der stad *s-Hertogenbosch 
bewaard en zijn onder de bijlagen B en C opgenomen. 

Uit het volgend eigenhandig briefje van Scheffer (i), 
leeren wij de prijzen van eenige boekjes kennen. 

«Eersame beminde goeden vryent. 

•U scryven gedateert den .... is mij wel ter hant 
gecomen ende sende u naer begeeren de ... . pain 
celen te weeten: 

24 Tobias 36 st 

24 FigTieren 36 st. 

2 Commentaria Caecaris . . 1 2 st. 
Summa 4 grilden vier stuyvers. 
Voerts als aengaende dat Medensboeck en is bij 
ons nyet gedruckt, dan hebben die gedruckt tot Dord- 
recht ons costende 3 gulden HoUants. 

Wyders en can ick u nyet gescryven dan u bevelende 
in den al .... Heere ende behoeft u yets anders meer 
dan scryf ende men sal u gedyenstelijck weesen. 
Gescreven met haeste desen . . . . A^ 1598. 
U ten dyenst Jan Scheffer.» 

Ick seynde u voir nieuwenheyt XII publicatyen van 
den pays II st. 

Summa vier gulden VI stuyvers. 

Hij had in huwelijk Elisabeth, dochter van Antonius 
van den Hoeck, bij welke hij drie zonen Antonius, 
Gerard en Jan geheeten, verwekte. 

Hij was vele jaren kerkmeester der St. Janskerk, in 
welke betrekking hij het jaar voor zijn dood, in de 
volgende kwitantie, berustende inhet archief dier kerk, 
nog vermeld wordt: 



(1) In bezit van den heer August Sassen, archivaris der gemeente 
Helmond. 



«Mr. Henrick Zaren, orologyemaker, wonende tot 
Goch, bekent mits desen ontfangen te hebben ujrt han- 
den van Jan SchefiFer, als een van de kerkmeesters, de 
somme van drye hondert guldens, en dat tot betalinge 
van 't werck des Oordeels (i), metten appendytien 
van dyen. 

Oirconde deses heb ick dit selver onderteekent, desen 
4* february a* xvi*^ ende dertyen. 

Ick Henrick Zaren, ut supra.» 

Den 23 Juni 1614 verwisselde hij het tijdelijke met 
het eeuwige en werd in het familiegraf in de St Jans- 
kerk begraven. 

Zijne huisvrouw, die hem heeft overleefd, is na haar 
dood ook in het familiegraf bijgezet 

Het drukkersmerk door Jan SchoefiFer gebruikt ver- 
beeldt een herder, verdedigende zijne schapen tegen 
een wolf, met de spreuk: Pasce tuum pastor pecus ut 
pascaris ab illo. 

Dit merk is door mij achter slechts eenige zijner 
drukken gevonden en nog niet in al de exemplaren, 
die ik van deze werken zag. 

Blijkens de opgegeven titels noemde hij zich beur- 
telings SchoefiFer en SchefiFer, welke laatste schrijfwijze 
door zijne kinderen steeds gevolgd is. 

De volgende boekwerken kwamen van zijne pers: 



1574- 

Een salighe vermaninghe, om werdelijck te ontfangè 
het H. Sacramente des Outaers, met eene schoone 
beleydinghe des waerachtigheyts van den selvè Sacra- 
mente, devote ghebeden, seer profeytelijck ghelezen 
te worden, alsmen het H. Sacramente salichlijck be- 
geert te ontfangen. 

Met heylighe lofsanghen en dancksegginghen, salich- 
lijck ghelesen nae die ontfanckenisse, een sonderlinghe 
comtemplatie op het heylighe leven ende lijden ons 
Salichmaeckers. 

Altesamë gheconcinneert en geschreven door Mr. 
Aert Swaens van Goerle, deecke tot S. Geertruyden 
lierghe. 

Gheprent Tshertogenbossche by my Jan SchoefiFer, 
Anno 1574. KI. 8^ 64 bladz., niet gepagineerd. 

CataL Mr. JV. C. en Mr. J. Ackersdyck, bladz. 37, 
no. 766. 

De titel is omgeven door een bloemrand; 



(1) Met 't werck des Oordeels, wordt het zoogenaamde spel des 
Oordeels bedoeld, dat eert^ds in de benedenkapel in de St. Jans- 
kerk stond en by de terugkomst van het L. Vronwebeeld uit Brussel 
in 1853 is weggeruimd. 

De bekende Marcüs van Vaernewijck, die in 1556 's-Hertogen- 
bosch bezocht, is de eerste die ons van dit kunstwerk in zgne 
Historie van Bdgia eene uitvoerige beschrgving geeft 



.2^ 



Digitized by 



Gopgle 



— 2o6 



1574- 

Die Martirie ende Confessie van broeder Willem 
vander Gouwe, Minrebroeder, beschreve wt den mont 
va verscheydê Catholycke en gheloofbare persoonë, 
die synè lof baren strijdt met groote droefenisse hebbe 
aengesiè, en syn confessie hebben ghehoirt, doer M. 
Aert Swaens van Goerle, deecken tot S. Geertruyden 
berge, KL 8^ i6 bladz., niet gepagineerd. 

CataL Mr. IV. C. en Mr, J. Ackersdyck, blz. 37, n^ 
766. Dit boekje is gebonden bij het voorgaande. Het 
titelblad is versierd met eene houtsnede: Christus 
dragende zijn kruis. 

Zonder naam van drukker, plaats of jaartal, doch 
met dezelfde letter en bloemrand op den titel als het 
vorige en dus zeer waarschijnlijk bij Schoeffer gedrukt. 

Op het laatste blad staat : 

«Suprascriptus praecationum liber, una cummartyrio 
venerandi patris, Guilhelmi Goudani, utiliter excudi et 
legi poterit. Ita sentio. Ego Gisbertus Coeverincx 
Archidiaconos, ex parte Reverendiss. D. Buscoducen 
Episc. librorii visitator.» 

Dit boekje is bijna woordelijk herdrukt achter de 
Waerachtighe historie van de Martelaers van Gorcom. 
Eerst beschreven in 7 latyn deur Willem Estitis, ende 
nu in onse Duytsche taele overgheset deur B. Willem 
Spoelbergh. Antw. 1604, blz. 386 — 401. 

1575. 

Het Lijde ende Passie ons Liefs HeerenJhesuChristi. 
Nu op een nyen gedruckt en verbetert 

Op het laatste blad: 

Tshertogenbossche by my Jan SchefiFer. A* 1575. 

KI. 8^ 20 bladz., niet gepagineerd, V, 

Het titelblad is versierd met dezelfde houtsnede als 
het vorige. Op een der schutbladen staat geschreven: 
cDen 14 Mey 1575 LsteShertogenbosschegepublyceert 
het jaer te beginnen te scrijven ende rekenen op i 
Jamuario.» 

1575. 

Christelycke ghebeden, seer wel dienende, alle goet- 
willige christenen menschen, die doer devote ghebeden 
en warachtighe penitentie god (om die sonde vergrampt 
synde) begheren te versoenè, begeren tot bermhertig- 
heyt te verweckë en syn gratie te ghenieten mer son- 
derlinghe, die den vrede, het welvaren en salichheyt 
der Catholycker kercke beminnê. Devote ghebeden 
seer profytelyck ghelesen, als men het H. Sacramente 
des Outaers salichlyck begheert te ontfanghen. 

Met heylighe lofsanghen ende danckseggfinghe, salich- 
lijck ghelesen, nae die ontfanckenisse. 



Een salighe vermaninghe, om profijtelijck te bidden, 
ende om het H. Sacramente salichlijck te ontfanghen. 

Een sonderlinghe contemplatie op het heylighe leven 
ende lijden ons Salichmaeckers. 

Altesamè gheconcinneert ende gheschreven doer M. 
Aert Swaens van Goerle, deken tot S. Geertruyden- 
berghe. 

Gheprent Tshertoghenbossche in die Kerckstrate int 
Missael, by my Jan SchefiFer. Anno 1575. KI. 8^ 64 
bladz., niet gepagineerd. 

CataL Mr. W. C en Mr. /. Ackcrsdyck, bladz. 37, 

1576. 

Die doome Croone ons Heeren Jhesu Christi. 
Gheprent Tshertogen Bossche by my Jan SchefiFer. 
Anno 1576. KU. 12^ 16 bladz., niet gepagineerd. 

B. 
Op den titel een vignet: een doornen kroon, enz. 

157Ö. 

Bartholomeus Honorius admonitio ad fratres inferioris 
germaniae. 

Silvae ducis apud Joannem SchefiFerum. 1578. 
Foppens, t i, pag. 126. 

1579- 

Eene warachtighe declaratie vandip geschiedenisse 
van Tshertoghenbosch, enz. Een blad foL 

Stedelyk archief van 's-Hertogenbosch, onder de ge- 
^drukte publicatien, lett. B. N"*. 35. 

Zonder naam van drukker of plaats. 

Aan de kapitale voorletters eene A en eene D, ter 
grootte van 5 vierk. c.M., sierlijk met goden, dieren 
en ander bijwerk opgeluisterd, en die ook voorkomen 
in drukken van 1580 en 1581 van SchefiFer; is vol- 
doende op te maken dat deze Declaratie van zijne 
pers is. 

Deze publicatie is kort daarop op nieuw uitgegeven, 
met den volgenden langen titel: 

Een wararachtighe dedarade van die geschiedenisse 
van Tsertoghenbos, die nu onlancks is geschiedt onder 
den borgherie, welck is ghesusseert met eene publica- 
cye, die daer is gheboden ende wtgheroepen, om alle 
questie te styllen, te payseren, om den vyant te weder- 
staen met louter gewelt en als ghij breeder hier in 
lesen sult. 

Eerst ghedruckt binnen Tshertoghenbosch. 1579. 4^, 
4 bladz., niet gepagineerd. 

Dit boekje is afgedrukt in de Verzameling van Kro* 



% 



Digitized by 



Google 



nijkcn betrekkelijk de stad en meyery van * s- Her togen- 
bosck, bewerkt door Dr. C. R. HERMANS, bladz. 339 
en 340. 

1579- 

Justificatie voor den goeden Borgeren derStadtvan 
Tshertogenbossche. 

Gheprent binnen Tshertoghenbossche, ter ordinantie 
en met advys vanden Drie Leden ende Cappiteynen 
der zelver Stadt, by my Jan SchefFer. Anno 1579. 

Aan het einde staat: 

Men houdt geen Justificatie voor goet, dan die ge- 
druckt sijn bij Jan Schoeffer. 4^ 16 bladz., niet gepa- 
gineerd. P. G. 

Ook afgedrukt in de Verzameling van kronijken, 
bladz. 523 — 546, hierboven vermeld. 

De heer H. Helbig te Luik bezat (in 1846) van deze 
Justificatie een exemplaar met twee titels, op één dezer 
is het wapen der stad afgebeeld. 

Dit en het voorgaande boekje werden door de 
regeering van 's-Hertogenbosch uitgegeven, om zich te 
verdedigen tegen de klachten en aantijgingen der 
malcontenten, die de genoemde stad bij het aannemen 
van den vrede van Keulen in 1579, wdardoor 's-Her- 
togenbosch zich weder met den Koning van Spanje 
verzoende, waren uitgeweken. 

Zeer waarschijnlijk is deze Justificatie van de hand 
van Mr. Hendrik Bloeymans, heer van Helvoirt, presi- 
dent-schepen (i). 

Nog in hetzelfde jaar gaven de uitgewekenen tegen 
deze beide boekjes een verweerschrift in het licht, 
getiteld: Eenvoudighe ende warachtige Verantwoor- 
dinge der wtgewekene Borgeren der stadt Shertogen- 
bossche. Tot Leyden. 1579. Zonder naam van drukker. 
KI. 8^ 56 bladz., niet gepagineerd (2). 

Deze Verantwoordinge is ongetwijfeld geschreven 
door den bekenden Mr. Hendrik Agylaeus (3), als 
blijkt uit menige bijzonderheden zijn persoon betrek- 



(1) Overleden den 13 April 1584. H^ was gehuwd met Elisabeth 
Lombaerts van Enckevoirt, gestorven den 27 December 1600. 

Beiden in de St. Janskerk begraven. 

(2) In de Catalogus der bibliotheek van J, G, Te Water. Leiden, 
1823; bladz. 276, No. 1421, wordt dit boekje ook vermeld en wel in 4<>. 

BoR maakt in zijne Beschrijvinge van ^s-Hertogenbosschêj bladz. 
48, gewag, zoo het schijnt, van hetzelfde werkje, doch noemt het 
Apologie; zoo vindt men ook elders den titel aldas opgegeven: 

Apologie der vertrocken Borgera van 's-Hertogênboach, 1579. 4o. 

Denkelijk dniden de beide titels slechts hetzelfde geschrift aan. 

(3) Volgens eenige schrijvers was hij van Italiaansche afkomst; 
waaraan zij dat ontleend hëfcben is mij onbekend, doch zeker onjuist. 

De naam Agylaens had hij aangenomen naar zijn hnis, daar „De 
Hoom^' nithing. 

Hij was de zoon van Antonins Loeniss, licentiaat in de rechten 
en was gehuwd met Geertmida, dochter van Godefridas van Vlierden 
Daniels zoon, gelijk blijkt uit eene Bossche schepenakte van den 
10 Januari 1564. 



207 — 

keiijk, en gezegden, door hem gebezigd, die den schrijver 
alleen zóó bekend konden zijn. 

Zie over de waarschijnlijkheid dat genoemde per- 
sonen de schrijvers dezer verweerschriften zijn, de 
hierboven vermelde Verzameling van kronijken. Inlei- 
ding, bladz. XVII— XXIV. 

1579- 

Articlen vande Nederlandsche Pacificatie, byden 
Hoochwerdichsten Doorluchtichsten , Doorluchtighen 
en Edelen Heeren de Keyserlijcke Commissarissê, ghe- 
concipieert en gheraempt te Ceulen, en beyden den 
partyen, den 18® Julij ghecommuniceert. Anno 1579. 
Vuyt den Latijn in onse Nederlansche sprake over- 
gheset. 4^ 8 bladz., niet gepagineerd. P. G. 

Zonder naam van plaats of drukker, doch met dezelfde 
letter als het vorige en denzelfden bloemrand op den 
titel als in dat boekje op de laatste bladzijde voorkomt 
en dus zeer waarschijnlijk bij Schoeflfer gedrukt 

1580. 

Ban ende edict by vorme van proscriptie, vuytge- 
gaen ende gedecreteert by onssen alregenadichsten 
Heere de Coninck, tegens Wilhelm van Nassau, Prince 
van Oraignyen, als hooft, bereurder ende bederver 
vant gheel Christenrijck, ende namentlyck van dese 
Nederlanden: Waerby een yegelyck gheauctoriseert 
' wordt van hem te beschadigen, ofFendeeren ende vuyter 
werelt te helpen, mit loon ende prijs voor den ghenen 
die des doen, oft daertoe assisteren sullen. 

Ghedruckt door ordinantie ende expres beveel der 
ConinckL M*. Int jaer 1580. 

Tot Tshertogenbossche by Jan Schoeffer. 

Aan het einde van bladz. 15 staat: 

Aldus ghepubliceert binnen Tshertogenbossche Anno 
1580. Desen ElfiFsten Septembris. 4^ 16 bladz., niet 
gepagineerd. P. G. 

Dit hoogst zeldzaam boekje bevind zich ook in de 
koninklijke bibliotheek te 's-Gravenhage. 

In hetzelfde jaar werd de Ban ook te Leuven bij 
Jan Maes (KI. 8°, 28 bladz., niet gepagineerd) uitge- 
geven; daarvan is een exemplaar voorhanden in de 
bibliotheek der gemeente Rotterdam. 

Ik vind ook eene fransche uitgave van hetzelfde jaar 
te Douai bij J. Bogard in kl. 8®, in de CataL der 
bibliotheek van Mr. H. Wi Tydeman. 's-Gravenhage 
1864, onder N<». 2491 vermeld. 

De Ban is nog eenige malen herdrukt en o. a. op- 
genomen in BOR, NederL oorloghen, uitgave 162 1, 2 
deel, bladz. 209 ; uitgave 1679, 2 deel, bladz. 198 — 203 en 
in DuMONT, Corps universel diplomatique, 5 deel, bladz. 
368—376; gelijk ook in eenige uitgave der Apologie 



Digitized by 



Google 



208 — 



van den prins van Oranje in 158 1 tegen den Ban in 
het licht gekomen. 

Achter eenige boeken bij Schoeffer gedrukt komt 
een extract voor uit het privilegie van den 21 April 
1580 ((zie bijlage B), dat wij hier uit dit werkje laten 
volgen : 

cExtraict van 'T Previlegie. 

Die Co, Majest. heeft gheconsenteert ende geaccor- 
deert Jannen ScheflFer gesworen boeckprinter der selver 
Majest binnen der Stadt van Tshertoghenbossche, om 
binnen der voirsz, stadt te moghen printen, oft doen 
printen, vercopen ende distribueren, die Placcaeten 
ende Ordinamtien ons Heeren des Conincx, aireede 
gesonden bynnen der voirsz, stadt, om ajdair te worden 
gepubliceert, ende die het hoff namaels aldairsalsejmden, 
breder blijckende by der acte van den selven Hove 
daer op verleent ende gegeven tot Namen den XXI-ten 
Aprilis Anno 1580. 

Onderteeckent : S. DE Grimaldi.» 

1580. 

Twee schoone Vermaningen aende Borgherye van 
*s Hertogenbossche, door de Wethouders gedaen in 
1580. KI. S\ 

Verzafneling van kronyken, blz. 594, hierboven 
vermeld. 

Zeer waarschijnlijk bij SchefiFer gedrukt. 

Dr. Hermans heeft vele moeiten gedaan om dit 
boekje op te sporen. 

1580. 

Placaet ons Heeren des Coninckx op tstuk der con- 
fiscatien, 

Shertogenbossche, gedruckt by my Jan Scheffer, 
gesworen boeckprinter. Int jaer 1580. 4°, 8bladz., niet 
gepagineerd. V. 

Op het titelblad het wapen van Spanje. 

1580. 

Eenen poeëtischen Dialogus genoempt Calvinus, seer 
ghenoegelijck ende profijtelij ck om te lesen. 

Ghemaeckt door Coppen Grilles van Utopia. 

Gheprent int jaer ons Heeren 1580. 8**, 16 bladz., 
niet gepagineerd. 

CataL M. C. P, Serrure. Brussel, 1872; bladz. 35, 
N^ 2141. 

De schrijver die zich achter dit pseudoniem verbergrt 
is Johannes van Vladeracken, bijgenaamd Florager. 

Zie Paquot, t. I, pag. 82. 



In 1582 verscheen bij Jan Scheffer eene latijnsche 
vertaling vam dit werkje met den bijnaam van den 
schrijver op den titel. 

Volgens de genoemde catalogus is de drukker van 
de latijnsche vertaling, hieronder opgegeven, ook die 
dezer uitgave. 

1580. 

Placaet ende ordinancie ons Heeren des Conincx, 
opt stuk ende verbot vant uytvuerè vamt cooren ende 
graen buyten de Meyerije van Tshertoghenbossche. 

Gheprent Tshertoghen Bossche, by my Jan Schoeffer, 
Int MissaeL Anno 1580. Met Grratie ende Previlegie. 4*». 

Op het Provinciaal gouvernement van Noord-Brabant, 
Politieke tractaten, i deel, N**. 15. 

Het titelblad is versierd met het wapen van Spanje. 

1580. 

Placcaet ende Euwich Ghebodt ons ghenadigs Heeren 
des Conincx, daer mede verclaert wordt, van geender 
weerden te zijne, alle vercoopingen ende vervremdin- 
ghen van den goeden toebehoorende den Godtshuysen, 
ende zijne Mayesteyts goede ondersaeten: voorts ge- 
keert bij den Prince van Oraengien en zijne aenhan- 
geren, bereurders der gemeynder rusten. 

Gheprent Tshertoghen Bossche, by my Jan Schoeffer, 
Int Missael. Anno 1580. 

Met Gratie ende Previlegie. 4% 8 bladz., niet gepa- 
gineerd, P. G. 

Op den titel het wapen van Spanje. 

Bartholomeus Honorius Hodoeporicon Itineris ItalicL 
Sylvaeducis apud Joannem Schefferum. 1581. 4^ 
Foppens, t. i, pag. 126, 

1581. 

Historie van het leven, manieren, wercken, leeringhe 
endie doot van Jan Calvijn, wijlen overste Minister 
van Gene ven. 

Vergadert door M. Hieronymus van Bolsec, doctor 
in de medicijnen te Lyons. 

Nu eerst wte Franschoysche in onse Nederlantsche 
spraecke overgheset by M. H. van B. 

Alnoch hierbij gevoeght zeeckere aenwijsinge op 
die canten, dat egeen copyen sijn houdende. 

Gheprent Tshertogenbossche, by Jan Scheffer, int 
Missael. Anno 1581. KI. 8°, niet gepagineerd. B. 

Het boekje is opgedragen aan «Heer Pieter van 
Espinac, Aertsbisschop ende Grave van Lyon.» 



Digitized by 



Google 



"sr 



2og -^ 



1581. 



Ordinantie ende Placaet ons Heeren des Coninx op 
tstuk der Munten, ghedaen desen 6*"* Octobris. Anno 

1581. 

Gheprent Tshertogen-Bossche, by my Jan SchoeflFer, 
int Missael. Anno 1581. 4% 8 bladz., niet gepagineerd. 

P. G. 

1582. 

Dialogus poeticus Calvinus inscriptus, ab Joanne 
Roragro è Belgio in latinum conversus. 

Sylvaeducis apud Joan. SchoefiFerum, Anno 1582. 8°. 
Ca^l. M. C, P. Serrure. Brussel, 1872; bladz. 35, 

N^ 2141. 

De nederlandsche editie van dit werkje van 1580, 
is hierboven vermeld. 

1582. 

Placaet ende Ordinantie ons Heeren des Conincx, 
op die verclaringen der confiscatien. 

Gheprent Tshertoghen Bossche by my Jan SchoefFer, 
int Missael. Anno 1582. 4% niet gepagineerd. P. G. 

1583- i 

Copie vande Opene brieven ons aldergenadighste 
Heere des Conincx, op de observantie vande reformatie 
vanden geestelij eken calendier vanGregorium, 10 Janu- 
ario 1583. 

Tshertoghen Bossche by my Jan SchoefiFer, int Mis- 
sael. 1583. 4^ 7 bladz., niet gepagineerd. V. 

Op het titelblad het wapen van Spanje. 

De Gregoriaansche kalender werd in i583te'sHer- 
togenbosch ingevoerd, en na den 10 Februari liet men 
onmiddelijk den 21 Februari volgen. 

1583. 

Placcaet Statuyt ende Ordinancie, daerbij van weghen 
ons Heeren des Conincx, by provisie ende ghedu^rende 
dese jegenwoiidighe oirloghen, ten faveur van den 
gemeynen ingesetenen, debiteuren shertogdoms van 
Brabant, allen pandt crediteuren wordt geinterdiceert 
te mogen procedeeren tot euwige evictie oft vuytwin- 
ninghe vanden gronden oft andere goederen voor 
eenighe jaerlycxe Renten, Chijnsen ende pachten ver- 
hypothequeert. 

Daertoe gevuecht zeecker middel ende instructie, 
waernaer niet alleen de Richters en Wethouders in 
Brabant voirsz. in henne vonni